CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Nota van zienswijzen 'bestemmingsplan bedrijventerrein Cereslaan-West'

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Bedrijventerrein 'Cereslaan-West', Heesch7.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Bestemmingsplan ‘Cereslaan-West’

1

1. Inleiding 1.1. Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Cereslaan-West’ Het ontwerpbestemmingsplan ‘Cereslaan-West’, met de daarop betrekking hebbende stukken, heeft met ingang van 26 januari 2023 tot en met 9 maart 2023 ter inzage gelegen. Het bestemmingsplan was elektronisch te raadplegen op de website van de gemeente Bernheze en op www.ruimtelijkeplannen.nl. Op werkdagen was het bestemmingsplan ook fysiek in te zien op het gemeentehuis. Gedurende de zienswijzetermijn is iedereen in de mogelijkheid gesteld schriftelijk en/of mondeling te reageren op het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn in totaal 4 zienswijzen ingediend. In verband met de AVG zijn de NAW-gegevens van indieners van zienswijzen in deze Nota geanonimiseerd. Alle zienswijzen zijn binnen de wettelijke termijn ontvangen en daarmee ontvankelijk. Deze zienswijzen zijn in de besluitvorming betrokken. Volgnummer

Datum

Ontvangst

Referentie

Zienswijze 1

27 februari 2023

2 maart 2023

Dj. Nr. 28092

Zienswijze 2

3 maart 2023

2 maart 2023

Dj. Nr. 28595

Zienswijze 3

1 maart 2023

3 maart 2023

Dj. Nr. 28691

Zienswijze 4

7 maart 2023

7 maart 2023

Dj. Nr. 29041

De ontvangen zienswijzen zijn in deze Nota zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. Als daartoe aanleiding is, is per reactie in de conclusie aangegeven of deze aanleiding geeft het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. 1.2. Wettelijk vooroverleg Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van wettelijk vooroverleg toegezonden aan het Waterschap Aa en Maas, de Veiligheidsregio Brabant-Noord en de provincie Noord-Brabant. Van deze overlegpartners ontvingen wij binnen deze termijn geen reactie. 1.3. Participatie Op 31 januari 2023 is een zgn. inloopavond georganiseerd. Veel mensen hebben van deze avond gebruik gemaakt om informatie te vergaren en vragen te stellen. Vragen op deze avond zijn mondeling beantwoord en maken geen onderdeel uit van deze nota.

2

2. Beantwoording van de zienswijzen De zienswijzen zijn in deze paragraaf samengevat en voorzien van beantwoording. Vervolgens is per argument aangegeven of, en zo ja welke, wijzigingen in het bestemmingsplan zijn doorgevoerd. Vervolgens is onder ‘conclusie’ aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het plan.

Zienswijze 1 – d.d. 27 februari 2023, binnengekomen 2 maart 2023, Dj. Nr. 28092 Samenvatting 1. Reclamant wijst op een discrepantie tussen de verbeelding bij het plan en de stedenbouwkundige kaart die als bijlage 1 bij de toelichting op het plan is opgenomen. Op de stedenbouwkundige kaart is een rotonde ingetekend, maar die komt op de verbeelding niet terug. De rotonde is bovendien gelegen in het plangebied van bestemmingsplan ‘Heesch West’, welk plan nog niet onherroepelijk is. Met het ontwerpplan Cereslaan-West wordt hier op voortgeborduurd, maar het is zeer wel denkbaar dat het plan ‘Heesch West’ de eindstreep niet haalt. Reclamant maakt ten aanzien van de rotonde nog enkele opmerkingen, die hierna zijn geciteerd: Er zal met de nieuwe rotonde veel meer verkeer via de Bosschebaan richting Heesch en het achterland haar weg vinden. Vraag blijft waarom deze rotonde Verkeer van Heesch West (groot industrieterrein) dient door te rijden naar Cereslaan en daar op de A59 richting Nijmegen of Den Bosch. Nagenoeg geen mogelijkheid moeten hebben om via Bosschebaan /Cereslaan naar A59 Zeker niet de mogelijkheid via sluipwegen naar Nistelrode, Loosbroek, Heeswijk Dinther tot zelf Schijndel aan toe Verkeer van industrieterrein Ceres-west kan via de bestaande wegen naar Cereslaan naar de A59.

Het aanbrengen van verkeer hinderende maatregelen vanaf rotonde naar Bosschebaan is wellicht een mogelijkheid om verkeerstromen te reguleren. 2. Verder is op het stedenbouwkundig plan duidelijk een groenstrook van ca. 8 m zichtbaar aan de zuidzijde van de aan te leggen weg tegenover de woning van reclamant. Die groenstrook is op de verbeelding bij het plan niet opgenomen. Integendeel, het lijkt alsof de nieuwe weg ter hoogte van de woning van reclamant, direct aantakt op de bestaande Bosschebaan. 3. Op het stedenbouwkundige plan staan de bomen niet ingetekend in overeenstemming met de feitelijke situatie. Dat geeft een vertekend beeld. 4. Ook vreest reclamant voor een niet toelaatbare toename van verkeer tussen de nieuwe rotonde en de Bosschebaan. Dit brengt naast geluidhinder ook lichthinder met zich mee, afkomstig van de koplampen van het verkeer. 5. Verder is op de stedenbouwkundige tekening te zien dat de 2 rijbanen gesplitst worden ter hoogte van de woning van reclamant. Hij vraagt zich af wat hier de noodzaak van is. Het leidt tot onnodig ruimteverlies en maakt het noodzakelijk om de westelijke rijbaan ten westen van de boom te positioneren. Dit nodigt uit om harder te rijden, terwijl de snelheid juist beperkt zou moeten worden. Dit leidt ook tot meer sluipverkeer. Reclamant betwijfelt of de beoogde weg nodig is, en als dat al zo is, dan kan die

3

6. 7.

8.

9.

beter zodanig worden aangelegd dat de beide rijstroken ten oosten van de boom komen te liggen. Dit leidt tot minder lichthinder in de woning van reclamant. De in de toelichting uiteengezette fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, is in de planregels niet geborgd. Reclamant vreest verder overlast te ondervinden van de uitbreiding van het bedrijventerrein, direct tegenover zijn woning. Op de dichtstbij gelegen percelen zijn bedrijven toegestaan in milieucategorie 3.1 en 3.2 en mag worden gebouwd tot een hoogte van 10 meter. Reclamant betwijfelt of er in de toelichting op het plan terecht wordt uitgegaan van een gebiedstype ‘gemengd gebied’. Art. 3.2.1 onder f van de planregels, dat bepaalt dat op een bouwperceel met de aanduiding ‘gevellijn’ een representatieve gevel dient te worden gerealiseerd volgens paragraaf 7.6 van het Beeldkwaliteitsplan. Deze formulering is in strijd met de rechtszekerheid. Reclamant wijst erop dat, ondanks veelvuldig contact tussen hem en de gemeente, er niet op enigerlei wijze rekening is gehouden met zijn belangen in het plan. Er is op geen enkele wijze gehoor gegeven aan zijn wensen.

Reactie 1. Er is geen sprake van een discrepantie tussen plannen Cereslaan-West en Heesch West, de infrastructuur is in samenhang beschouwd en op elkaar afgestemd, waarbij de praktische uitwerking in de verschillende bestemmingsplannen is vastgelegd. Ontwerp, onderzoek en bestemmingsplangrenzen sluiten nauwkeurig op elkaar aan. Waarbij waar relevant over- en weer óók met de effecten van beide plannen rekening is gehouden. In de bestaande situatie is de route Bosschebaan een direct doorlopende rechte weg met weinig regulerende verkeersinrichting. Deze bestaande doorgaande oost-west verbinding loopt direct voorlangs het woonperceel van reclamant. De aanpassing van de situatie en de introductie van de rotonde zijn verbonden met de aanleg van een nieuwe parallelverbinding langs de A59 tussen Cereslaan/ Bosschebaan. Deze nieuwe infrastructuur die onderdeel is van de planontwikkeling Heesch West heeft onder meer tot planeffect dat op het wegvak waar reclamant woont, geen toename maar juist een afname van verkeer aan de orde is ten opzichte van de bij het plan Heesch West beschouwde referentiesituatie . De afname ten gevolge van Heesch West is groter dan de toename als gevolg van de uitbreiding Cereslaan-West.

Dit volgt uit het achtergrondrapport verkeer 2021, behorende bij het vastgestelde bestemmingsplan Heesch West (ter informatie bijgevoegd bij deze nota Zienswijzen) en het verkeersonderzoek (bijlage 3 bestemmingsplan CereslaanWest). Bovendien draagt de rotonde en verdere weginrichting ter plaatse van het perceel van reclamant bij aan goede beheersing van verkeer en snelheid. Doorgaand oost-west verkeer (verkeer dat niet het bedrijventerrein Cereslaan of het dorp Heesch als doel/herkomst heeft) wordt met de nieuwe weginrichting op meer afstand van het woonperceel van de reclamant afgewikkeld. Ten aanzien van de opmerking dat de wegenstructuur in onderhavig bestemmingsplan voortborduurt op de rotonde in het nog niet onherroepelijke bestemmingsplan Heesch West, het volgende. Als het zo zou zijn dat het bestemmingsplan Heesch West geen doorgang zou vinden, dan kan onderhavig plan Cereslaan-West wel doorgang vinden. In de voor Heesch West uitgevoerde onderzoeken is het nu voorliggende plan voor de uitbreiding van bedrijventerrein

4

Cereslaan-West in de zogenaamde referentiesituatie van Heesch West als een autonome ontwikkeling beschouwd. Echter, ook zonder ontwikkeling van Heesch West en daarmee samengaande wijzigingen in de infrastructuur is de uitbreiding Bedrijventerrein Cereslaan-West voldoende af te wikkelen met bestaande infrastructuur. Dit volgt uit de etmaalintensiteit ten opzichte van de referentie situatie die vanwege het plan Cereslaan-West ter plaatse beperkt toeneemt en ruim onder de capaciteit van de weg blijft. In de verdere planuitwerking is in de onderzoeken als referentiesituatie uitgegaan van de planologische situatie van Heesch West, inclusief de beoogde nieuwe rotonde. Immers is het bestemmingsplan Heesch West vastgesteld en in werking getreden. Het feit dat dit plan nog niet onherroepelijk is omdat daartegen nog beroep loopt bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, doet niet af dat voor de planvorming voor Cereslaan-West, het bestemmingsplan Heesch West als autonome ontwikkeling moet worden beschouwd. Echter, ook zonder het bestemmingsplan Heesch West is het plan als ruimtelijk aanvaardbaar beoordeeld.

De rotonde, snelheidsregulering en de (verkeersremmende, groene) weginrichting van de nieuwe aantakking van de Bosschebaan richting dorp Heesch (zie verder punt 5) bevorderen in de gecombineerde uitvoering van de plannen dat doorgaand (regionaal) verkeer de verlengde Bosschebaan volgt. De nieuwe route en aanpassingen bij de nieuwe aantakking van de bestaande Bosschebaan via de rotonde beperken, zoals gewenst, vervoersbewegingen op het wegvak Bosschebaan ter plaatse van het adres van reclamant. 2. De Bosschebaan ter plaatse van reclamant betreft een bestaande weg waar herinrichting plaatsvindt. De weg heeft de bestemming ‘Verkeer’. Er is inderdaad op de stedenbouwkundige plankaart een groene middenstrook ingetekend. Deze wordt niet apart als ‘Groen’ bestemd, maar past binnen de bestemming ‘Verkeer’ (art. 5.1 sub b van de planregels). Verder wordt ter plaatse een groenbestemming mogelijk gemaakt voor de te realiseren landschappelijke inpassing, waarbinnen ook inritten en een fietsstraat zijn toegestaan op grond van art. 4.1, sub c en de slotzin van de planregels. Hier is, na aanleg van de nieuwe aansluiting en de rotonde, naast fietsverkeer enkel bestemmingsverkeer toegestaan voor het bereiken van aangrenzende woningen en (agrarische) percelen (art. 4.1 sub c).

Het bestemmingsplan is zodoende niet in strijd met het stedenbouwkundig plan, wel is de verbeelding (zoals gebruikelijk) minder gedetailleerd.

3. In het gewijzigde stedenbouwkundig plan, dat als bijlage 1 is toegevoegd aan de plantoelichting, zijn de locaties van de bomen in lijn gebracht met de feitelijke situatie. 4. Zoals ook onder punt 1. benoemd is er, anders dan reclamant veronderstelt, geen toename maar juist een afname te verwachten van verkeer op het wegvak waar

5

zijn woning gelegen is. De zorg van reclamant voor lichthinder is ook vaker met reclamant besproken en de mitigerende maatregelen in het ontwerp zijn toegelicht. Zowel in het inmiddels vastgestelde bestemmingsplan Heesch West als in de uitwerking incl. landschappelijke inrichting in voorliggende plan is actief invulling gegeven aan de afstemming. Ter beperking van lichthinder van koplampen van auto’s is het ontwerp van de weg gedurende het ontwerpproces aangepast ten behoeve van de woning van de reclamant. De weg is in het ontwerp zodanig geknikt, dat lichtinval in de woning beperkt wordt. Verdere maatregelen zijn het aanplanten van compacte/dichte Esdoornhagen en treurwilgen. De veldesdoorn is al aanwezig in het profiel van de Bosschebaan en sluit daarom goed aan bij het landschap. Het betreft een soort met een fijne vertakking, waarmee lichthinder effectief wordt beperkt. Voor wat betreft de vrees voor geluidsoverlast afkomstig van het verkeer, wordt opgemerkt dat de woning in het akoestisch onderzoek is meegenomen en geconcludeerd wordt dat hier sprake is van een aanvaardbare situatie. 5. De weg betreft een herinrichting van de bestaande Bosschebaan, het betreft geen nieuwe weg. De meerwaarde van de aanpassing is, uitgaande van de ontwikkeling van Heesch West, evident.

Naast het algemeen borgen van een goede en veilige verkeersafwikkeling, draagt de nieuwe weginrichting met aftakking van de rotonde en de bocht waarmee wordt aangesloten op het bestaande wegvak, de flankerende groene inrichting en veilige inritten, bij aan de snelheidsbeperking op het wegvak ter plaatse van reclamant. De weg is opgesplitst om de bestaande boom te kunnen behouden. Een flauwere bocht is niet wenselijk, aangezien die meer dan noodzakelijk zou ingrijpen in de privaatrechtelijke belangen van derden en komt bovendien niet ten goede aan zorgvuldig ruimtegebruik van het gebied en een optimale uitgifte van de nieuwe bedrijfskavels. In de huidige situatie loopt de bestaande Bosschebaan direct langs het perceel van reclamant. Er is geen ruimtelijk belang om de afstand verder te vergroten dan in de planologisch geborgde nieuwe weginrichting aan de orde is. De stelling van reclamant dat de gekozen inrichting ertoe uitnodigt om harder te rijden wordt bestreden, op basis van hetgeen hiervoor uiteen is gezet. Ook wordt de stelling dat de inrichting leidt tot meer sluipverkeer, niet nader onderbouwd en dit blijkt ook niet uit de in het kader van de planvorming voor Heesch West en CereslaanWest uitgevoerde verkeersonderzoeken.

Gelet op de in het kader van het bestemmingsplan Heesch West te realiseren nieuwe verbinding naar de afrit A59 bij de Cereslaan is als planeffect daarvan een verkeersafname voorzien. 6. Gronden die in overeenstemming met het stedenbouwkundig plan worden ingericht als hoofdzakelijk groene ruimte, hebben als zodanig overwegend een bestemming ‘Groen’. Op deze gronden zijn primair groenvoorzieningen, bermen, parken en plantsoenen, (voorzieningen voor) water, langzaamverkeerspaden, inritten en nutsvoorzieningen mogelijk. Hiermee wordt het gebruik van de gronden voor een groene inrichting juridisch toereikend geborgd. 7. In de VNG-brochure is aangegeven: "Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied.” Het plangebied Cereslaan-West is gelet op deze definitie aan te merken als een gemengd gebied als bedoeld in de VNG-brochure. In het plangebied en in

6

de nabijheid daarvan is op meerdere locaties lintbebouwing aanwezig, met agrarische en andere bedrijvigheid. Bovendien is het gehele plangebied gelegen in de directe invloedssfeer van Rijksweg A59. Er is bewust een inwaartse zonering toegepast waarmee aan de richtafstanden voor gemengd gebied wordt voldaan. Daarmee is aannemelijk dat er geen sprake is van onaanvaardbare milieuhinder. Dit is nog verder onderzocht en onderbouwd in de specifieke milieuonderzoeken die zijn uitgevoerd, en waarvan in de toelichting de conclusies zijn opgenomen. 8. Het is niet duidelijk waarom reclamant meent dat de planregels te rechtsonzeker zijn. Bij beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwplannen wordt door het college van burgemeester en wethouders getoetst aan het Beeldkwaliteitsplan voor Cereslaan-West, zoals ook is geborgd in de planregels. Het Beeldkwaliteitsplan (bijlage 2 bij het bestemmingsplan) wordt tegelijkertijd met de vaststelling van dit bestemmingsplan als beleidsregel vastgesteld. Het beeldkwaliteitsplan verkrijgt zo juridische status en is opgenomen als bijlage bij de regels en er wordt in de regels ook nadrukkelijk naar verwezen. Juist vanuit het oogpunt van rechtszekerheid zijn in het beeldkwaliteitsplan duidelijke kaders en randvoorwaarden voor deze toetsing opgenomen.

In samenhang met de overige bouw- en gebruiksmogelijkheden die in de directe bouw- en gebruiksregels zijn opgenomen en gelet op artikel 3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening menen wij dat voor eenieder voldoende transparant en duidelijke is wanneer een concreet bouwplan kan worden vergund en waaraan de uiterlijke verschijningsvorm dient te voldoen. 9. Reclamant meent dat op geen enkele wijze rekening is gehouden met zijn belangen. Echter is in planvorming wel degelijk rekening gehouden met de belangen van reclamant. Er is in belangrijke mate en met meermalig overleg en ontwerpvoorstellen aanzienlijke aandacht voor de belangen van reclamant 1 en overigens ook reclamant 3. In gesprekken is het belang van reclamant en het ontwerp inclusief mitigerende maatregelen doorgesproken. In het kader van de goede ruimtelijke ordening heeft een belangenafweging plaatsgevonden, waarin alle betrokken belangen zijn meegewogen. De belangen van reclamant komen tot uiting in o.a. de naar aanleiding van eerder overleg aangepaste ligging van de rotonde in bestemmingsplanproces Heesch West.

Binnen voorliggend plan is in aanvulling daarop naast de weginrichting (insteek vanaf de rotonde) en landschappelijke inrichting direct nabij woning van reclamant ook (vanuit de dialoog met de reclamant) voorzien in het (onverplicht) vanuit de GR Heesch West planologisch mogelijk maken van een mogelijke tweede erfontsluiting voor het pand waar reclamanten 1 en 3 beide woonachtig zijn. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. In de onderliggende stedenbouwkundige plankaart wordt overigens wel de situatie van bomen zorgvuldig in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie.

7

Zienswijze 2 – d.d. 3 maart 2023, binnengekomen 2 maart 2023, Dj. Nr. 28595 Samenvatting 1. Reclamant is gevestigd aan de Cereslaan 11, aan de westzijde van de Cereslaan. Het bedrijf is actief in grond-, weg- en waterbouw en zij exploiteren in samenwerking met een derde, een tankstation. Er rijden dagelijks vrachtwagens en diepladers met materieel van en naar de bedrijfslocatie. In het ontwerpplan is een aanpassing/verplaatsing opgenomen van de aansluiting van de westelijke parallelbaan met de Cereslaan, zodanig dat die direct voor de inrit van het bedrijf van reclamant wordt geprojecteerd. Dat heeft niet de voorkeur van reclamant, omdat dit leidt tot een ongewenste concentratie van wegverkeer en is nadelig voor de verkeersveiligheid. Ook is de geschetste situatie in de ogen van reclamant niet mogelijk, omdat vrachtwagens zich in die situatie niet kunnen opstellen zonder de parallelbaan te blokkeren. Reclamant doet een voorstel tot verplaatsing van de parallelbaan. Dit ziet er als volgt uit:

Reactie 1. In het ontwerp bestemmingsplan was nog een globale oplossing opgenomen voor wat betreft de ontsluiting. Dit betrof een oplossing die uitwerking geeft aan de in 2016 met de aan de parallelweg gevestigde, al op hoofdlijnen afgestemde, vervangende aansluiting van de parallelweg. In de afgelopen periode is de uitwerking van de vervangende aansluiting verder beschouwd,

8

waarbij het voorstel uit de zienswijze van reclamant ook is betrokken. In de aanpassing is zorgvuldig rekening gehouden met de doorstroming, de verkeersveiligheid en ook de positie t.o.v. de inrichting/gebruik van het direct aan de aantakking liggende bedrijfskavel. Dit heeft nu geleid tot een herziene uitwerking, deze herziening is meer gedetailleerd en overeenkomstig het voorstel van reclamant. Er is in het kader van de zienswijzen nog nader verkeersonderzoek uitgevoerd naar de ontsluiting van de westelijke parallelweg (bijlage 14; onderzoek Goudappel, 5 december 2023, kenmerk: 015912.20230915.N1.03). Op de hierna opgenomen figuur is de voorkeursvariant aangegeven.

Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassingen in het vast te stellen bestemmingsplan. Het gaat om de volgende aanpassing: ▪

9

De verbeelding wordt in overeenstemming gebracht met de te verplaatsen ontsluiting.

Zienswijze 3 – d.d. 1 maart 2023, binnengekomen 3 maart 2023, Dj. Nr. 28691 Samenvatting 1. Reclamant woont recht tegenover het plangebied en het plan leidt voor hem tot een onaanvaardbare aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Het plan is daarmee in strijd met de goede ruimtelijke ordening. Het ontwerpbestemmingsplan sluit aan op het bestemmingsplan ‘Heesch West’. Dit plan is nog niet onherroepelijk en reclamant vindt het onbegrijpelijk dat het al dan niet onherroepelijk worden van ‘Heesch West’ niet wordt afgewacht. 2. Reclamant heeft contact gehad met de projectleider van het bestemmingsplan ‘Cereslaan-West’, over een weg die recht voor zijn woning zou worden aangelegd. Reclamant heeft altijd mee willen denken met het plan, maar met zijn belang wordt op geen enkele wijze rekening gehouden. Reclamant meent dat wel veel rekening gehouden wordt met het belang van derden, die grond in het plangebied hebben verkocht om een aansluiting mogelijk te maken. Reclamant heeft enkel een toezegging gekregen dat hij een tweede oprit mag realiseren. Reclamant vraagt zich, gelet op zijn ervaringen, af wat deze toezegging waard is. Verder stelt hij zich op het standpunt dat de woonboerderij met huisnummer 41 en 43 twee aparte wooneenheden zijn en deze simpelweg recht hebben op ieder een eigen ontsluiting. 3.

Er wordt in het bestemmingsplan met geen woord gerept over de belangen van reclamant. In het huidige bestemmingsplan hebben de gronden tegenover de woning van reclamant overwegend een agrarische bestemming en deels een woonbestemming. In het nieuwe plan krijgen de gronden deels een groenbestemming, deels een verkeersbestemming en deels een bestemming ‘bedrijf’, met daarop een groot bouwvlak. Reclamant citeert de bouwregels van art. 3.2. Hij licht uit dat de bouwhoogte maximaal 10 m mag bedragen op korte afstand van de weg en dus kort op de woning van reclamant. Er kan bovendien tot 10% worden afgeweken van allerlei maten. Reclamant citeert nog art. 9, zijnde de algemene afwijkingsregels. Voor een belanghebbende is niet kenbaar hoe de afweging wordt gemaakt of al dan niet aan een afwijking kan worden meegewerkt. Er worden in art. 9.2 voorwaarden gesteld, maar deze zijn niet duidelijk. In dit verband vraagt reclamant zich af wat ‘onevenredig’ betekent. 4. Er worden verder bedrijven toegestaan in milieucategorie 3.2. Reclamant vraagt zich af of het uitgangspunt van het gebiedstype ‘gemengd gebied’ wel juist is en of daardoor wordt voldaan aan de richtafstanden. Verder wil reclamant in de planregels opgenomen zien dat bedrijfsactiviteiten als laden en lossen zoveel mogelijk aan de achterkant van de panden plaatsvinden. 5. Verder wordt in art.

3.2.1 onder f bepaald dat de gevel waarop reclamant gaat uitzien ‘representatief’ moet zijn. Dit wordt echter niet gedefinieerd. Dit is in strijd met de rechtszekerheid. 6. Reclamant wil geen nieuwe weg tegenover zijn woning. De Verlengde Bosschebaan bevindt zich in de nieuwe situering aan de noordzijde van het plangebied en die weg maakt onderdeel uit van het plan ‘Heesch West’. Echter liggen in het ontwerpbestemmingsplan voor Cereslaan-West ook percelen met een verkeersbestemming. Reclamant verwacht geluid- en lichthinder te ervaren, als gevolg van een toename van het verkeer vanaf de rotonde en het daarbij behorende wegverkeerslawaai en de lichthinder van koplampen. Hij ziet liever dat er vanuit de aansluiting eenrichtingsverkeer wordt ingesteld.

10

7. Ook wordt bij de afdraai van de Bosschebaan blijkens de toelichting de ene weghelft links van de grote eik gerealiseerd en de andere weghelft rechts daarvan. Reclamant is van mening dat de weg in zijn geheel in oostelijke richting dient te worden gerealiseerd. Dat leidt tot minder overlast voor hem, omdat de weg in zijn geheel dan schuiner komt te liggen ten opzichte van zijn woning. Dit komt ook tegemoet aan de uitlating van de gemeente dat afslagen en bochten niet te krap mogen zijn. Naar de opvatting van reclamant spreekt de gemeente/gemeenschappelijke regeling zichzelf hier ook tegen. Reclamant stelt voor dat de weg verder naar het westen wordt gesitueerd, waar de huidige Bosschebaan en de Verlengde Bosschebaan samenkomen. De huidige Bosschebaan blijft dan gehandhaafd voor de woning van cliënt en dat leidt tot een win-win situatie, omdat dan de entree van Heesch behouden blijft en reclamant zicht blijft houden op natuur en niet op twee gebouwen recht tegenover zijn woning. Reactie 1. Het bestemmingsplan Heesch West is door de raden van betrokken gemeenten vastgesteld. Het is vanuit een goede ruimtelijke ordening dan ook belangrijk om in nieuwe planvorming uit te gaan van de nabije toekomstige ontwikkeling en van het daarvoor in werking getreden bestemmingsplan.

Het feit dat dit plan nog niet onherroepelijk is omdat daartegen nog beroep loopt bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, doet er niet aan af dat het bestemmingsplan Heesch West onderdeel uitmaakt van de autonome ontwikkeling en als zodanig bij de vaststelling van het bestemmingsplan Cereslaan-West moet worden betrokken. Het plan Cereslaan-West kan echter ook zonder vaststelling van het plan Heesch West worden gerealiseerd. Ook ten opzichte van de feitelijke situatie (zonder Heesch West) is het bestemmingsplan Cereslaan West immers ruimtelijk aanvaardbaar, zoals volgt uit de onderzoeken. De uitbreidingsruimte op Cereslaan West voorziet ook in een afwijkend, meer lokaal type bedrijvigheid dan op Heesch West wordt beoogd. Ook zonder realisatie van Heesch West bestaat deze behoefte. Betreffende de verkeersafwikkeling geldt dat ook zonder ontwikkeling zoals voorzien in het vastgestelde bestemmingsplan Heesch West het voorliggende plan Cereslaan-West kan worden gerealiseerd. In die situatie kan de bestaande Bosschebaan het verkeer, inclusief uitbreiding bedrijvigheid, voldoende afwikkelen. 2. Wij hebben wel degelijk de belangen van reclamant betrokken. De stelling over de afspraken die met derden zijn gemaakt, suggereren dat hierin hun belang ten koste van andere belangen, waaronder die van reclamant, heeft geprevaleerd.

Die voorgestelde handelswijze is door reclamant niet onderbouwd en wij delen die lezing niet. Met onderhavig plan wordt het bedrijventerrein Cereslaan afgerond. De behoefte aan nieuwe bedrijfskavels is in de toelichting op het plan voldoende aangetoond en wordt bovendien ook bevestigd door directe belangstelling van (lokale) MKB-bedrijven (zoals ook weer nadrukkelijk bleek bij de inloopavond). De stedenbouwkundige opzet zelf sluit aan op de bestaande structuren. De gemaakte afspraken sluiten aan bij de stedenbouwkundige opzet en zijn in lijn met de goede ruimtelijke ordening, zoals ook in de toelichting is uiteengezet. Reclamant vraagt zich af wat de waarde is van de toezegging om de voorgestelde inrichting te realiseren, gezien zijn ervaringen. Deze zorg/ervaringen worden niet nader gemotiveerd. In de planontwikkeling is, zoals reclamant beschrijft, geregeld overleg geweest en dit

11

is uitgewerkt in het voorliggende bestemmingsplan. Daarbij is, ook reeds in het ontwerpbestemmingsplan, op verzoek van reclamant planologisch mede voorzien in een aanvullende ontsluiting voor de woonpercelen van reclamant 1 en reclamant 3 en hier wordt in het vast te stellen plan expliciet in voorzien. 3. De voorheen agrarisch bestemde gronden aan de overzijde van de Bosschebaan worden inderdaad omgezet in een bedrijfsbestemming. Met die bestemming wordt voorzien in behoefte. De effecten op de omgeving van deze nieuwe ontwikkeling zijn als ruimtelijk aanvaardbaar beoordeeld, gelet op de in de bestemming opgenomen bouw- en gebruiksregels. De milieucategorisering en maatvoering voor de nieuwe bestemming is vastgelegd in het bestemmingsplan. In het plan en bij het beoordelen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de nieuwe gebruiksmogelijkheden is nadrukkelijk ook rekening gehouden met (onder meer) de woning van reclamant. Voor de bebouwing aan de zijde van de woning van de reclamant wordt een passende afstand aangehouden en is een goot- en bouwhoogte van ten hoogste 10 meter toegestaan. Deze bouwhoogte sluit aan op de aangrenzende bouwhoogtes van de nabijgelegen bestaande bedrijfspercelen langs de Bosschebaan, reden waarom deze (ook bezien de afstand tot de woning van reclamant) aanvaardbaar is.

Ten opzichte van de elders in het bestemmingsplanuitbreiding Cereslaan-West geregelde maatvoering is dit overigens een gematigde hoogte. Volgens de bouwregels en het Beeldkwaliteitsplan worden nadere eisen gesteld die de uitstraling en omgevingseffecten regelen, zoals regels ten aanzien van afstanden tot de perceelsgrenzen, representatieve zijden en er is bijvoorbeeld bepaald dat parkeren op eigen terrein moet plaatsvinden. De afwijkingsregels in het plan zijn standaardregels die ook gelden voor de nabijgelegen bestaande bedrijfspanden, die uitsluitend van toepassing zijn mits dit noodzakelijk is vanuit constructieve vereisten, architectonisch belang of oogpunt van duurzaamheid, of noodzakelijk in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing. In die zin zal in de praktijk dan ook terughoudend worden omgegaan met het verlenen van vergunningen voor afwijkingen van het plan op dit artikel. De voorwaarden voor afwijking zoals bedoeld in artikel 9.2 van de planregels zijn hierop een aanvulling, waarbij het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is voor een dergelijke afweging. Dit is een gebruikelijke werkwijze in de ruimtelijke ordening. 4. De milieuzonering ter plaatse van de nieuwe bedrijfskavels is gebaseerd op de richtafstanden van omliggende bedrijfs- en burgerwoningen.

Reclamant stelt het niet eens te zijn met de gebiedstypering ‘gemengd gebied’ maar brengt hiervoor geen argumenten naar voren die dit nader onderbouwen. Zoals in paragraaf 6.7 van de toelichting is uiteengezet, voldoet de omgeving aan de definitie die de VNG Brochure bedrijven- en milieuzonering geeft voor gemengd gebied. Die luidt: "Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend" Dit leidt ertoe dat de in de brochure genoemde richtafstanden met één afstandsstap kunnen worden verlaagd. Zodoende wordt rekening gehouden met de woon- en leefkwaliteit ter plaatse

12

van omliggende (bedrijfs-)woningen. De kortste afstand tussen de bestaande woning en het dichtstbijzijnde nieuwe bedrijfspand bedraagt ruim 40 meter. Dit is gemeten vanaf de noordoostelijke hoek van de woning, haaks op het nieuwe bedrijfspand. Nabij de woning is sprake van zowel categorie 3.1 (dichtstbijzijnde bedrijfsbestemming) en categorie 3.2. Hierbij worden bij de inwaartse zonering de richtafstanden waaronder 30 meter bij milieucategorie 3.1 tot de omliggende bebouwing zorgvuldig in acht genomen. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de omliggende woningen, waaronder die van reclamant, wordt niet onevenredig wordt geschaad. Op basis van richtafstanden voor de bedrijfsbestemming, de bouwregels en ontsluiting van de bedrijfskavels, is niet te voorzien dat reclamant nadere hinder van laden en lossen zal ondervinden. 5. Zoals aangegeven in het betreffende artikel, houdt het college van burgemeester en wethouders bij de beoordeling van de representativiteit van deze gevel, kavelontsluiting en parkeren rekening met hetgeen is beschreven in hoofdstuk 7 van het Beeldkwaliteitsplan. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage bij de regels opgenomen en in de regels wordt daar ook naar verwezen.

Het Beeldkwaliteitsplan wordt tegelijkertijd met het bestemmingsplan CereslaanWest als beleidsregel door de gemeente vastgesteld en daardoor heeft het Beeldkwaliteitsplan juridische status en maakt het in die zin ook onderdeel uit van het toetsingskader voor vergunningverlening. Hiermee is voldoende rechtszeker wat wordt bedoeld met ‘representatief’. Verder dient een bouwplan te worden getoetst bij de Welstandscommissie. Het beeldkwaliteitsplan ter plaatse is beperkt aangepast voor een duidelijkere regeling. 6. Om overlast van wegverkeer voor de reclamant te verminderen is (naast de eerder in het planproces Heesch West opgenomen aanpassingen) in het stedenbouwkundig plan Cereslaan-West verder rekening gehouden met deze belangen. De weg betreft, anders dan reclamant stelt aanpassing van de bestaande weg die nu deels dichter op de woning ligt. Verder wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1. De voorgestelde invoering van eenrichtingsverkeer op het wegvak Bosschebaan ter plaatse van reclamant is niet verenigbaar met de functie van de bestaande Bosschebaan ter plaatse als entree naar Heesch. 7. Reclamant stelt dat de aansluiting oostelijker of westelijker gesitueerd kan worden. Bij de beantwoording van zienswijze 1 is gemotiveerd waarom niet een meer oostelijke ontsluiting aan de orde is.

Een meer westelijke ontsluiting zoals reclamant voorstelt is anders dan gesteld geen goede stedenbouwkundige en verkeerskundige oplossing voor de entree van Heesch. Verder, anders dan gesteld wordt, zijn er op de locatie van de beoogde ontwikkeling nu geen relevante natuurwaarden. Conclusie De zienswijze leidt op onderdelen tot aanpassingen in het vast te stellen bestemmingsplan tezamen met het Beeldkwaliteitsplan. Het gaat om de volgende aanpassingen: ▪

13

In het Beeldkwaliteitsplan is in paragraaf 7.3 verduidelijking toegevoegd ten aanzien van de zuidwestelijke kavel: “De meest zuidwestelijke kavel (1) heeft de entree en voorgevel aan de Bosschebaan. Parkeerruimte ligt daarbij (overwegend) aan de achterzijde van het gebouw. Langs de weg worden deels blokhagen aangeplant. Hiermee wordt ook bij dit

▪

▪

14

kavel parkeren aan het zicht onttrokken.” Het beeldkwaliteitsplan wordt als beleidsregel vastgesteld. In hoofdstuk 2 Bestemmingsregels, Artikel 3 Bedrijf, lid 3.2.1 is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - gevellijn-1’ of ‘specifieke bouwaanduiding - gevellijn2’ (resp. in lijn met de voorgevellijnen zoals opgenomen in paragraaf 7.5 van het beeldkwaliteitsplan en de meest zuidwestelijke kavel) minimaal en maximaal één gebouw in deze lijn gebouwd dient te worden. Met deze bepaling wordt juridisch geborgd dat aan deze zijde van de percelen bebouwing komt te staan en deze zijde ook als voorgevel wordt aangemerkt, waardoor vanwege het beeldkwaliteitsplan laden en lossen zoveel mogelijk aan de achterzijde van de percelen dient plaats te vinden. In hoofdstuk 2 Bestemmingsregels, Artikel 3 Bedrijf, lid 3.2.1 is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - gevellijn-1’ aan deze zijde (resp. de gevels langs de Bosschebaan) een gevel dient te worden gebouwd die representatief is. Bij de beoordeling van de representativiteit van deze gevel houdt het college van burgemeester en wethouders rekening met hetgeen is beschreven in paragraaf 7.6 van het Beeldkwaliteitsplan, welke is toegevoegd als bijlage bij de regels en wordt vastgesteld als beleidsregel.

Zienswijze 4 – d.d. 7 maart 2023, binnengekomen 7 maart 2023, Dj. Nr. 29041 Samenvatting 1. Reclamanten verwijzen voor de voorgeschiedenis en relevante feiten naar het beroep dat zij hebben ingesteld tegen de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Heesch West’. Dit plan hangt onlosmakelijk samen met het bestemmingsplan ‘Cereslaan-West’, hetgeen ook blijkt uit de toelichting op het plan ‘CereslaanWest’. De stedenbouwkundige plankaart die bij het ontwerpbestemmingsplan zit, wijkt echter af van het eerdere stedenbouwkundige ontwerp en landschapsontwerp voor het gebied zoals dat was opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting op ‘Heesch West’. Concreet wordt gewezen op het vervallen van de nieuwe parallelweg ter ontsluiting van de nieuwe bedrijfskavels, waardoor al het verkeer van en naar de meest oostelijke kavels nu over de Voorste Groes en de Vismeerstraat rijdt. Hieraan liggen de woningen van reclamanten sub 1 en sub 2. De ontwikkelingen ‘Heesch West’ en ‘Cereslaan-West’ zijn niet in hun onderlinge samenhang beoordeeld waar het de negatieve gevolgen voor de woningen van reclamanten sub 1 en 2 betreft. Er wordt vrijwel geen aandacht besteed aan hun gerechtvaardigde belangen. Het plan kan alleen al daarom niet ongewijzigd worden vastgesteld. 2. Er wordt in de aanmeldnotitie m.e.r.

gesteld dat een aantal panden wordt gesloopt en dat deze alle in eigendom zijn van de gemeenschappelijke regeling. Echter is het perceel met opstallen aan de Voorste Groes 18a thans (nog) in eigendom van reclamant sub 3. 3. Voor reclamanten geldt dat eveneens geen rekening is gehouden met hun belangen, waar het de richtafstanden in het kader van milieuzonering betreft. De bedrijfswoningen van reclamanten zijn, zonder nadere onderbouwing, buiten beschouwing gelaten. Er wordt verwezen naar een motivering in het vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Bernheze’ uit 2013, maar wat die inhoudt of waarom die nog altijd gebruikt kan worden, wordt niet vermeld. Er wordt uit de toelichting op het plan uit 2013 geciteerd. Reclamanten stellen dat er een duidelijk verschil is met toen, dat is gelegen in het feit dat het plan van 2013 grotendeels een conserverend plan betrof en het onderhavige plan juist een ontwikkeling mogelijk maakt in de directe nabijheid van woningen. Er geldt volgens de VNG-brochure voor een bedrijf in milieucategorie 3.2 een richtafstand van 50 m in gemengd gebied. Deze afstand wordt ten opzichte van de woningen van reclamanten volstrekt niet in acht genomen en het is niet duidelijk waarom er sprake zou zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

In het verleden is bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het toestaan van een nieuw bedrijfsperceel aan de Vismeerstraat, terecht wel uitgegaan van de richtafstanden uit de VNG-brochure. Het plan is op dit punt niet zorgvuldig voorbereid. 4. Uit de voor het bestemmingsplan ‘Heesch West’ uitgevoerde onderzoeken volgt dat de geluidbelasting op de woningen van reclamanten al zeer hoog is. Als gevolg van de aanleg van de Verlengde Bosschebaan zal de geluidbelasting alleen maar groter worden. Er is in de onderzoeken voor ‘Heesch West’ ten onrechte geen rekening gehouden met de extra geluidbelasting als gevolg van onderhavig plan. Beide plannen zijn steeds afzonderlijk beoordeeld. Daarbij komt dat er in het

15

geheel geen rekening is gehouden met de richtafstanden tussen de nieuwe bedrijfspercelen en de bedrijfswoningen van reclamanten. Ook andere negatieve effecten voor de woon- en leefomgeving hadden beoordeeld moeten worden, zoals geur- en stofoverlast etc. Dat is niet gebeurd, terwijl nu al geuroverlast wordt ervaren van een bedrijf aan de Bosschebaan. Zou een integraal onderzoek naar deze aspecten worden uitgevoerd, dan kan dat alleen tot resultaat hebben dat geen sprake meer zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5. De raad kan het plan niet vaststellen als de woningen van reclamanten worden gehandhaafd. Er dient of van de vaststelling van het plan te worden afgezien, of de woningen van reclamanten dienen in eigendom te worden verworven en deze een bestemming geven waarin wonen niet langer mogelijk is. 6. Voor reclamant sub 4 is van belang dat haar perceel deugdelijk ontsloten blijft. Zij vraagt zich af of de voorgestane ontsluiting geschikt is voor het vrachtverkeer van en naar haar bedrijf. Het is onduidelijk hoe met de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek van Goudappel (bijlage 4) wordt omgegaan. In elk geval zou de nieuwe aansluiting iets meer in noordelijke richting opgeschoven of uitgebreid moeten worden, zodat deze direct tegenover de in- en uitrit van reclamant sub 4 komt te liggen en er niet onnodig nog een extra bocht gemaakt hoeft te worden.

Reactie 1. Reclamant stelt dat het reeds vastgestelde bestemmingsplan Heesch West en het bestemmingsplan Cereslaan-West onlosmakelijk met elkaar samenhangen en niet in samenhang zijn beoordeeld. Wij zijn het daar niet mee eens. a. De plannen sluiten qua begrenzing precies op elkaar aan. Beide plannen zijn nadrukkelijk ook in samenhang beschouwd. In de onderzoeken en beoordeling behorende bij het bestemmingsplan Heesch West is de uitbreiding van het bedrijventerrein Cereslaan-West reeds als autonome ontwikkeling beschouwd en waar nodig betrokken bij het beoordelen van cumulatieve effecten. Maar ook zonder Cereslaan-West is het bestemmingsplan Heesch West ruimtelijk aanvaardbaar. Datzelfde geldt voor de onderzoeken en beoordeling behorende bij het bestemmingsplan Cereslaan-West. Daarin is waar relevant het bestemmingsplan Heesch West als autonome ontwikkeling beschouwd, nu dit plan ook reeds is vastgesteld en in werking is getreden. Echter, waar relevant zijn ook de effecten van het plan beoordeeld ten opzichte van de feitelijke situatie. Ook zonder het bestemmingsplan Heesch West is de uitbreiding van het bedrijventerrein Cereslaan-West dan ook ruimtelijk aanvaardbaar en wenselijk. b.

De opmerking dat het stedenbouwkundig plan afwijkt van een in de bijlage van de toelichting van bestemmingsplan Heesch West opgenomen ruimtelijke opzet is overigens correct, er is voor kavelontsluiting van nieuwe kavels gekozen deze zoveel mogelijk op bestaande wegen in het bedrijventerrein aan te sluiten. Evenwel heeft dit voor de verkeersafwikkeling van de nieuwe bedrijfskavels voor reclamant geen negatieve gevolgen ten opzichte van de eerder variant waar reclamant naar verwijst. De in een eerdere verkavelingsstudie beoogde parallelweg als ontsluiting voor toe te voegen bedrijfskavels aan de zijde van de te verlengen Bosschebaan is inderdaad komen te vervallen. Deze parallelweg werd ook in die eerdere opzet niet aangesloten aan de te verlengen

16

Bosschebaan, waarmee ook in die situatie verkeer werd afgewikkeld naar Vismeerstraat en Voorste Groes. De door reclamant veronderstelde grotere verkeerstoename binnen het bedrijvengebied en direct nabij de woning van reclamant ten opzichte van de eerdere verkavelingsstudie is niet aan de orde. De in het plan opgenomen verkeersontsluiting leidt ook niet tot een andere afwikkeling van verkeer op de aansluitende wegen dan waar in eerdere verkavelingsopzet en verkeersonderzoeken van is uitgegaan. 2. De aanmeldnotitie zal op dit punt worden aangepast. Er zal worden vermeld dat de kadastrale percelen Heesch A 5534 en 5536 nog niet in eigendom zijn van de GR Heesch West (Voorste Groes 18a, zoals reclamant het perceel aanduidt, is een informeel adres; het betreft percelen met schuur, de percelen hebben geen formeel huisnummer). De bestemming van het perceel is met het bestemmingsplan Heesch West ook wegbestemd. Dat dat bestemmingsplan nog niet onherroepelijk is, maakt dit niet anders. De GR Heesch West zet zich overigens ook in voor verwerving van het perceel en heeft in dit kader ook voorbereiding voor een eventuele onteigening gestart. Redenen waarom deze omissie dan ook niet tot een andere conclusie in de mer-beoordelingsnotitie voor Cereslaan-West kan leiden. 3. De huidige situatie is een historisch gegroeide situatie met oudere bebouwingslinten en bedrijvigheid.

Met het bestemmingsplan in 2013 is die bestaande situatie in juridisch-planologisch opzicht vastgelegd. Dat is een gegeven. Het bestemmingsplan Cereslaan-West beoogt dit niet actief te veranderen. In het plan is de verwachte toename op diverse aspecten onderzocht en uit de onderzoeken blijkt dat geen sprake is van een significante toename. Daarmee wordt de situatie aanvaardbaar geacht. 4. In het akoestisch deelonderzoek (2019, in het kader van de planvorming Heesch West) zijn zowel de huidige als de autonome situatie berekend. Zie pagina 280-281 voor industrielawaai. De huidige situatie is zonder de uitbreiding van Cereslaan-West, de autonome situatie mét uitbreiding Cereslaan-West. Zie tabel 1, 1e en 2e kolom. Het verschil tussen de huidige en autonome situatie bedraagt ten hoogste 1,3 dB, en in de meeste gevallen slechts een paar honderdste. Dit verschil is dusdanig klein dat dit niet hoorbaar en niet significant is. Daarmee wordt de situatie aanvaardbaar geacht.

Tabel 1: uitsnede deelonderzoek geluid Heesch West (2019), onderdeel industrielawaai a. In het akoestisch onderzoek van Heesch West uit 2019 (bijlage 15 toelichting op bestemmingsplan Heesch West) is zowel de Verlengde Bosschebaan als Cereslaan West als autonome ontwikkeling meegenomen (in paragraaf 3.2 is dit benoemd onder ‘geluidbronnen’ en in paragraaf 3.4.4 is onderhavige uitbreiding als uitgangspunt benoemd). Uitgangspunt is geweest de voorgenomen maximale planologische mogelijkheden en er is gewerkt met oppervlaktebronnen. Ook is in dat onderzoek al rekening gehouden met de aanleg van de Verlengde Bosschebaan in paragraaf 4.2.2. Ook in bijlage 14 bij de toelichting op Heesch West, zijnde het deelonderzoek geluid, is eveneens rekening gehouden met de aanleg van nieuwe wegen, waaronder de Verlengde Bosschebaan in paragraaf 2.1.1. Daarmee is de geluidbelasting op de woningen van reclamanten al onderzocht. Uit het

17

onderzoek blijkt dat er geen significante verslechtering optreedt op de woningen van de reclamanten. b. Voor de betreffende woningen is bovendien, in verband met besluit hogere waarde, bij vaststelling van bestemmingsplan Heesch West voor de betreffende woningen aanvullend geluidsonderzoek uitgevoerd. Op basis van de bevindingen uit dit onderzoek worden aan reclamant mitigerende geluidsmaatregelen aangeboden. Met de middels dit bestemmingsplan mogelijk te maken bedrijfsactiviteiten wordt geen onaanvaardbare overlast ten gevolge van geur en/of stof voorzien. De uitbreiding is wordt ruimtelijk aanvaardbaar geacht. 5. Zoals blijkt uit de beantwoording van de zienswijze onder punt 3 en 4, leidt de uitbreiding van het bedrijventerrein er niet toe dat er sprake is van een situatie waarin de bedrijfswoningen als zodanig niet zouden kunnen worden gehandhaafd. Er is ten slotte geen sprake van een significante verslechtering van het woon- en leefklimaat. 6. De nieuwe aansluiting van de westelijke parallelweg langs de Cereslaan is niet de enige mogelijkheid voor de bereikbaarheid van de bedrijven ter plaatse. De huidige aansluiting van deze parallelweg aan de noordzijde op de Cereslaan vervalt maar de parallelweg heeft daarnaast nog een bestaande aansluiting aan de zuidzijde van het terrein op de Bosschebaan.

Hoewel de bereikbaarheid van bedrijven ter plaatse er niet geheel afhankelijk is een tweede aansluiting in et verleden afgestemd met de aanliggende bedrijven en uitgangspunt in het plan. Ter vervanging van de aansluiting aan de noordzijde wordt een nieuwe aansluiting tussen de westelijke parallelweg en de Cereslaan gerealiseerd als passend alternatief (zie bijlage 14 voor dit specifieke onderzoek). De bestaande aansluiting aan de noordzijde wordt niet buiten gebruik gesteld voordat de vervangende aansluiting beschikbaar is. Het verschuiven van de aantakking van de parallelweg naar het noorden ter hoogte van de erfontsluiting van het bedrijfsperceel van reclamant is verkeerskundig niet wenselijk. Dat resulteert in een onoverzichtelijke verkeerssituatie waardoor de verkeersveiligheid verslechterd. Ook verminderd daardoor de opstelcapaciteit voor de verkeerslichten. Dat heeft een negatief effect op de verkeersafwikkeling. Met een dergelijke verschuiving wordt bovendien de afstand tussen de aantakking en de verkeerslichten verkleind waardoor de kans op blokkade van het kruisingsvlak bij de verkeerslichten als gevolg van wachtrijvorming (in zuidelijk rijrichting) toeneemt. Aantakking van de parallelweg op de Cereslaan verder naar het zuiden belemmert in veel mindere mate de verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling van de verkeerslichten.

Bij het ontwerp van de aantakking is rekening gehouden dat deze is te berijden door regulier vrachtverkeer. In de materiaalkeuze wordt ook rekening gehouden dat de weginrichting geschikt is voor incidenteel exceptioneel transport (overrijdbaarheid). Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassingen in het vast te stellen bestemmingsplan. Het gaat om de volgende aanpassingen:

▪

18

De bijlage ‘Aanmeldnotitie m.e.r.’ wordt gecorrigeerd ten aanzien van de eigendom van het de kadastrale percelen Heesch A 5534 en 5536 van reclamant sub 3.

3. Overzicht van ambtshalve wijzigingen en wijzigingen ingevolge zienswijze(n) Cereslaan-West 3.1. Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen Als gevolg van de zienswijzen is het vast te stellen bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan als volgt gewijzigd: Toelichting - De aanmeldnotitie m.e.r, wordt gecorrigeerd ten aanzien van de eigendom van de percelen Heesch A 5534 en 5536 van reclamant sub 3. Bijlagen - In het Beeldkwaliteitsplan is in hoofdstuk 7 (beeldkwaliteit kavels) toegevoegd ten aanzien van de zuidwestelijke kavel: “De meest zuidwestelijke kavel (1) heeft de entree en voorgevel aan de Bosschebaan. Parkeerruimte ligt daarbij (overwegend) aan de achterzijde van het gebouw. Langs de weg worden deels blokhagen aangeplant. Hiermee wordt ook bij dit kavel parkeren aan het zicht onttrokken.” Regels - In hoofdstuk 2 Bestemmingsregels, Artikel 3 Bedrijf, lid 3.2.1 is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - gevellijn-1’ of ‘specifieke bouwaanduiding - gevellijn-2’ (resp. in lijn met de voorgevellijnen zoals opgenomen in paragraaf 7.5 het beeldkwaliteitsplan en de meest zuidwestelijke kavel) minimaal en maximaal één gebouw in deze lijn gebouwd dient te worden.

- In hoofdstuk 2 Bestemmingsregels, Artikel 3 Bedrijf, lid 3.2.1 is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - gevellijn-1’ aan deze zijde (resp. de gevels langs de Bosschebaan) een gevel dient te worden gebouwd die representatief is. Bij de beoordeling van de representativiteit van deze gevel houdt het college van burgemeester en wethouders rekening met hetgeen is beschreven in paragraaf 7.6 van het Beeldkwaliteitsplan, welke tegelijkertijd met de vaststelling van dit bestemmingsplan als beleidsregel wordt vastgesteld. Verbeelding - Op de verbeelding is de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - gevellijn-1’ opgenomen, in lijn met de voorgevellijnen zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan. - Op de verbeelding is de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - gevellijn-2’ opgenomen aan de zuidzijde van het meest zuidwestelijke perceel.

19

-

De verbeelding (plangrens) wordt in overeenstemming gebracht met de te verplaatsen ontsluiting: Verbeelding bestemmingsplan

Stedenbouwkundig plan

3.2. Ambtshalve wijzigingen Daarnaast zijn er enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Hierna is een overzicht gegeven van die wijzigingen.

Toelichting - In het plan is verduidelijkt dat bestemmingsplan Cereslaan-West onder de vigeur van de Wro wordt vastgesteld. - Waar nodig zijn beleidskaders geactualiseerd en is de juiste datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) doorgevoerd. - Diverse afbeeldingen zijn aangepast in overeenstemming met het actuele stedenbouwkundige plan en de verbeelding. - Er zijn enkele ondergeschikte wijzigingen doorgevoerd, waaronder in de naam, datum en status van het plan. Bijlagen - De diverse rapportages die als bijlage bij de toelichting zijn opgenomen, zijn aangepast in overeenstemming met het huidige stedenbouwkundige plan en de verbeelding. - De Aerius-bijlage bij het stikstofonderzoek is geactualiseerd. De conclusies in het rapport wijzigen niet. - Het nadere onderzoek naar de ontsluiting van de westelijke parallelweg is toegevoegd aan de bijlagen bij de toelichting (onderzoek Goudappel, 5 december 2023, kenmerk: 015912.20230915.N1.03) - Het stedenbouwkundig plan is aangepast, waarbij de plangrens in lijn is gebracht met de aangepaste bestemmingsplangrens (gewijzigde ontsluiting oostzijde; parallelweg bij Cereslaan), de groene driehoek centraal in het plangebied krijgt ter plaatse van de Vismeerstraat een bredere entree en een aantal meer ondergeschikte aanpassingen in de beeldkwaliteit van de kavels is aangepast.

20

Regels - Het identificatienummer is aangepast: NL.IMRO.1721.BPCereslnwestH-vg01 - Het persoonsgebonden overgangsrecht in artikel 11.1 uit het ontwerpbestemmingsplan is geschrapt, omdat deze gronden inmiddels eigendom zijn van de ontwikkelende partij en het overgangsrecht niet langer aan de orde is. - Bijlage 2 bij de regels, het Beeldkwaliteitsplan, is vervangen door de actuele versie. Verbeelding - De groene driehoek centraal in het plangebied is verbreed, in lijn met het stedenbouwkundig plan:

Ontwerpbestemmingsplan:

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=a71f5b0c-7d78-4e79-be3c-fe41f4703410