CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

2025 12 04 Bijlage 1 Toelichting op termijn van de roulerende voorzitter

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente BernhezeBij agendapunt: Zienswijze 2e en 3e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Belasting Samenwerking Oost Brabant *582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: Toelichting op de voorgestelde termijn van de roulerende rol van voorzitter. Het Dagelijks Bestuur wil de rol van voorzitter laten rouleren tussen de gemeente- en waterschapsbestuurders met een benoemingsperiode van drie jaar, met optie tot een verlenging van drie jaar, waarbij de plaatsvervangend voorzitter altijd uit de andere gelederen moet komen Het Dagelijks Bestuur stelt voor om het voorzitterschap afwisselend te laten vervullen door een gemeentebestuurder en een waterschapsbestuurder. Dit is mogelijk, omdat er geen vaste regels zijn voor de invulling van het voorzitterschap. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) stelt slechts enkele eisen: de voorzitter moet worden benoemd door en uit het Algemeen Bestuur. Zodra iemand geen lid meer is van het Algemeen Bestuur, eindigt het voorzitterschap automatisch. Iemand verliest het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur van de BSOB wanneer diegene geen deel meer uitmaakt van het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van het waterschap dat hem of haar heeft afgevaardigd naar het Algemeen Bestuur.

Een aandachtspunt bij het rouleren van het voorzitterschap met vaste termijnen is dat leden van het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap doorgaans voor vier jaar worden benoemd, en wel enkele maanden na de verkiezingen van respectievelijk de gemeenteraad of het algemeen bestuur van het waterschap. Uitzonderingen hierop zijn de dijkgraaf/watergraaf en de burgemeester, die voor zes jaar worden benoemd. De gemeenteraadsverkiezingen en de waterschapsverkiezingen vinden echter niet in hetzelfde jaar plaats: de waterschapsverkiezingen volgen altijd een jaar na de gemeenteraadsverkiezingen. Daarom wordt voorgesteld om het voorzitterschap telkens voor drie jaar toe te wijzen, waarbij de plaatsvervangend voorzitter altijd uit de andere geleding (gemeente of waterschap) afkomstig is. Mocht de voorzitter tussentijds zijn of haar functie verliezen, dan neemt de plaatsvervangend voorzitter tijdelijk waar totdat een nieuwe voorzitter uit dezelfde geleding is benoemd voor de resterende termijn. Omdat de verkiezingen elke vier jaar plaatsvinden en de benoemingsperiode drie jaar duurt, herhaalt het benoemingspatroon zich elke twaalf jaar. In het overzicht van de eerste twee cycli (24 jaar) is te zien dat in een blauwe periode het voorzitterschap bij een waterschap ligt en in een oranje periode bij een gemeente.

Elke benoemingsperiode duurt dus drie jaar. De lichtoranje blokjes geven de gemeenteraadsverkiezingen aan, de lichtblauwe blokjes de waterschapsverkiezingen.

Uit het bovenstaande blijkt dat er in een periode van twaalf jaar twee momenten zijn waarop een voorzitter tussentijds moet aftreden vanwege verkiezingen. Deze momenten zijn gemarkeerd. Zo wordt in 2027, direct na de waterschapsverkiezingen, een bestuurder van het waterschap voorzitter, wat ook het geval is in 2039 en 2051. In 2030 wordt, direct na de gemeenteraadsverkiezingen, een wethouder voorzitter, net als in 2042 en 2054. In 2033 wordt echter een waterschapsbestuurder voorzitter die mogelijk al in 2035 moet terugtreden door verkiezingen (hetzelfde geldt in 2045). Evenzo wordt in 2036 een wethouder voorzitter die mogelijk al in 2028 moet aftreden vanwege verkiezingen. Om hiermee om te gaan, worden de volgende spelregels voorgesteld: •

Een voorzitter wordt benoemd voor een periode van drie jaar.

•

De plaatsvervangend voorzitter wordt ook voor drie jaar benoemd, maar komt altijd uit een andere geleding dan de voorzitter.

•

Directe herbenoeming van een voorzitter is niet mogelijk vanwege het roulatiesysteem.

•

Als een voorzitter tussentijds zijn of haar zetel verliest, wordt deze vervangen door een nieuwe voorzitter uit dezelfde geleding.

•

Als de resterende termijn minder dan zes maanden bedraagt, wordt de voorzitter niet vervangen. In dat geval neemt de plaatsvervangend voorzitter waar. Indien nodig treedt het langstzittende lid van het dagelijks bestuur op als plaatsvervanger.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=5af72f46-8201-47d4-a382-8901d75c69fe