2025 06 04 RK B Nawoord MKB-vriendelijker Bernheze def
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Postbus 19 5384 ZG HEESCH
Thijs Litjens Telefoonnummer: 0412-458888 Behandeld door:
Uw brief van: Uw kenmerk:
Bijlage(n): Onderwerp:
3 juni 2025
Registratienummer:
Nawoord bestuurlijke reactie onderzoek Datum: MKB-vriendelijk(er) Bernheze
4 juni 2025
Geachte raadsleden, De rekenkamer bedankt het college voor de bestuurlijke reactie van 22 mei 2025 op het rapport MKB-vriendelijk(er) Bernheze. Deze reactie biedt aanleiding voor de rekenkamer om een nadere reflectie te delen met de gemeenteraad. Algemene reflectie De rekenkamer waardeert dat het college erkent dat er verschillende perspectieven bestaan op het ondernemersklimaat in Bernheze en dat wordt ingezet op verbetering van de relatie met ondernemers. Dit vormt een goede basis voor samenwerking. In de bestuurlijke reactie onder het kopje Algemene opmerking maakt het college een opmerking over “..de dwingendheid waarmee sommige termijnen bij enkele voorstellen lijkt te worden voorgeschreven”. Hierover is ook in het overleg van 27 mei gesproken met het college. De rekenkamer hecht er aan haar eigen voorstellen aan de raad zo concreet en duidelijk mogelijk te formuleren. Zoals ook in punt 3 van het raadsbesluit is verwoord, is het goed dat de raad en het college hierover in gesprek gaan om een reële planning op te stellen waarbij de tijdlijnen in de voorstellen als richting kunnen worden gebruikt. Over de voorstellen De voorstellen waarop de rekenkamer wenst te reageren, worden hieronder in de gehanteerde volgorde uit de bestuurlijke reactie behandeld. Voorstel 5: aanvullend onderzoek naar de gemeentelijke dienstverlening aan ondernemers.
Het college stelt dat de in het onderzoek betrokken doelgroep smal is. De rekenkamer benadrukt dat er is gewerkt met hetzelfde referentiekader (de SOB) als de gemeente zelf eerder in haar beleid heeft gebruikt. Daarmee sluit het onderzoek methodologisch aan bij gemeentelijke praktijk. Desondanks kan een bredere steekproef waarde toevoegen. Daarom verwelkomen wij het voorstel van het college om aanvullend onafhankelijk onderzoek te doen. De aangepaste volgorde van uitvoering (eerst onderzoek, daarna de overige voorstellen) is
1
acceptabel, mits het commitment blijft bestaan om alle voorstellen van de rekenkamer integraal te wegen. Uiteraard hecht de rekenkamer er aan dat een concrete planning wordt afgesproken. Voorstel 1: integraal uitvoeringsplan met SMART-doelen Het koppelen van het uitvoeringsplan aan het nieuwe economische programma in 2026 is een goede toevoeging, waarbij de rekenkamer er van uitgaat dat de gemeenteraad nadrukkelijk wordt meegenomen en er een vaste structuur is voor opvolging. Daarbij is het van belang dat de aandachtspunten uit de MKB-rapportages concreet worden verwerkt in het uitvoeringsplan. Dan kunnen de door de ondernemers ervaren knelpunten uit het verleden worden benut als input voor nieuw beleid. Voorstel 3: participatiemodel voor ondernemers ontwikkelen Het college stelt voor om geen afzonderlijk participatiemodel voor ondernemers te ontwikkelen, maar deze op te nemen in de gemeentebrede participatieverordening. De rekenkamer gaat er van uit dat in zo’n integrale verordening voldoende aandacht blijft voor de ondernemers, omdat het de betrokkenheid van ondernemers structureel verankert in de beleidsvoorbereiding en -uitvoering. Ondernemers ervaren momenteel onvoldoende ruimte en invloed, ondanks bestaande overlegstructuren. Een duidelijke plaats in de nieuwe participatieverordening kan bijdragen aan het verkleinen van deze door hen ervaren kloof.
Voorstel 4: communicatieprotocol voor ondernemers opstellen De keuze om geen communicatieprotocol op te stellen, kan tot de conclusie leiden dat de communicatie met de ondernemers op ad hoc basis gaat plaatsvinden. Met ‘protocol’ bedoelen wij een praktische leidraad voor tijdige en heldere communicatie richting ondernemers. Dit biedt houvast bij projecten en besluitvorming en kan bijdragen bij aan vertrouwen en betrokkenheid. De signalering van ondernemers uit het onderzoek onderstreept naar onze mening deze noodzaak. Tot slot De rekenkamer wil graag afsluiten met een observatie op basis van het onderzoek ten aanzien van de bestuurlijke reactie. Het college geeft in haar bestuurlijke reactie meermaals aan in te zetten op nader overleg met ondernemers, terwijl uit het onderzoek blijkt dat zij in de praktijk graag resultaten willen ervaren. Deze observatie willen wij graag meegeven aan raad en college voor het moment van besluitvorming en het (eventuele) vervolgtraject.
Met vriendelijke groet, namens de rekenkamer Bernheze,
Nico op de Laak
2