2025 04 03 Adviesnota (ontwerp) 1e BW en (ontwerp) Begroting 2026 getekend
Tekst van het document
ADVIESNOTA Auteur: E.M. van der Reijden Team: Kies een item.
☒ Dagelijks Bestuur
☒ Algemeen Bestuur
Volgnr.:
Openbaar Openbaar na informeren betrokkenen Niet openbaar Vertrouwelijk
Effect op de begroting Effect op Privacy
☐ Verordening
☒ Ja ☐ Ja
☐ Nee ☒ Nee
☐ Beleidsregels
☐ Besluit van algemene strekking ☒ Overige
1e begrotingswijziging 2025 en begroting 2026
1. 2.
De –ontwerp- 1e begrotingswijziging 2025 vast te stellen; De -ontwerp- begroting 2026 vast te stellen.
Binnen de P&C-cyclus onderscheidt BSOB de kadernota, de (meerjaren)begroting, de jaarstukken en de bestuursrapportage. In deze vergadercyclus (maart 2025) van het Algemeen Bestuur worden naast de
jaarstukken 2024 ook de 1e begrotingswijziging 2025 en de begroting 2026 behandeld. Gezien de samenhang tussen de stukken is ervoor gekozen om voor deze ‘vooruitkijkende’ P&C-documenten één adviesnota te schrijven.
Door één adviesnota voor de ‘vooruitkijkende’ P&C-documenten te schrijven wordt beoogd om het
Algemeen Bestuur het gewenste inzicht te geven in de financiële ontwikkelingen voor de komende jaren.
De 1e begrotingswijziging 2025 betreft een wijziging in de financiële begroting 2025. De Begroting 2026 betreft een financiële vertaling van de ontwikkelingen uit de kadernota. Deze adviesnota behandelt een aantal formele punten, geeft inzicht in de financiële ontwikkelingen en geeft informatie over het proces.
Voldoen aan wet- en regelgeving
Door de (gewijzigde) inzichten tijdig in de 1e begrotingswijziging 2025 en begroting 2026 te verwerken en deze tijdig te laten vaststellen en voor zienswijze voor te leggen wordt voldaan aan wet- en regelgeving (art. 67 en 68 WGR en artikel 50 GR). Het gewenste inzicht te verschaffen
Door alle financiële ontwikkelingen tezamen te presenteren wordt het gewenste inzicht verschaft aan de deelnemers.
• •
In de 1e begrotingswijziging 2025 zijn (conform wet- en regelgeving) de cijfers geanalyseerd ten
opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2025. Bij de controle van de jaarrekening 2024 wordt op dit moment met de externe accountant een
vaktechnische discussie gevoerd over een uit de BBV voortkomende verplichting tot het creëren van een voorziening voor tijd-voor-tijd sparen en een discussie over de juiste boeking van de BTW die in rekening wordt gebracht aan de Dienst Dommelvallei. De uitkomst van deze vaktechnische discussie kan niet alleen invloed hebben op het resultaat in 2024 maar kan ook doorwerken in de 1e BW 2025 en in de meerjarenbegroting.
Toetreding waterschap De Dommel
In december 2024 heeft het Algemeen Bestuur van de GR BSOB ingestemd met de toetreding van
Waterschap De Dommel per 1 januari 2026. De voorbereidingen van de toetreding, die inmiddels in volle gang zijn, worden projectmatig uitgevoerd en worden aangestuurd door een stuurgroep waarin de
directies van beide organisaties zitting hebben. Bij de toetreding van Waterschap De Dommel tot de GR is in arbeidsrechtelijke zin sprake van ‘overgang van onderneming’, wat inhoudt dat de medewerkers van Waterschap De Dommel die werkzaam zijn op de afdelingen Belastingen van het waterschap met
behoud van hun huidige arbeidsvoorwaarden over komen naar BSOB. Deze medewerkers hebben inmiddels een inpassingsvoorstel ontvangen van BSOB met informatie over de functie waar binnen BSOB
op geplaatst worden. Er moeten in het laatste kwartaal van 2025 nog een aantal vacatures worden ingevuld om de formatie op de beoogde sterkte te brengen voor de uitvoering van de belastingtaken voor Waterschap De Dommel. Volwassenheidsniveau gegevensbescherming
Er zijn in 2024 grote stappen gezet om het volwassenheidsniveau van de gegevensbescherming (informatiebeveiliging en de bescherming van persoonsgegevens) op het vereiste niveau van de BIO2richtlijn te krijgen. In 2025 zal de werking van het inmiddels bestaande pakket aan beheersmaatregelen aangetoond worden. Parallel zal BSOB in 2025 de opzet, bestaan en werking van een aanvullende set beheersmaatregelen moeten inrichten om aan de nieuwe aanvullende NIS2-richtlijn te voldoen.
Toename efficiency Zoals beschreven in de kadernota 2026, richt BSOB zich de komende jaren op het realiseren van
maximale efficiëntie om de uitvoeringskosten voor de deelnemers zo laag mogelijk te houden. Hierbij moet worden opgemerkt dat het kostenniveau van BSOB al op een van de laagste niveaus van alle belastingsamenwerkingen zit, dankzij onze uniek hoge automatiseringsgraad en dankzij de slanke inrichting van de organisatie. De mogelijkheden om met verdere automatisering en robotisering de
kosten nog verder te verlagen zijn beperkt. Daarom richt BSOB zich op de initiatieven zoals die beschreven zijn in de kadernota 2026, waarmee een nog hogere mate van efficiëntie bereikt kan worden door de processen die zijn verbonden met de uitvoering van de belastingtaken nog verder te uniformeren.
In 2025 doen zich een aantal autonome ontwikkelingen voor ten opzichte van de begroting 2025:
-
De budgetten zijn geactualiseerd naar de realisatie 2024 (inclusief aanpassing inflatiecijfers/indexeringen).
2
-
-
De productiecijfers zijn geactualiseerd op basis van de jaarstukken 2024, waarbij rekening gehouden is met incidentele ontwikkelingen. Op dit moment vinden nog onderhandelingen plaats over de CAO SGO 2025.
De realisatie van de proceskostenvergoedingen 2024 geldt als uitgangspunt voor deze 1 e BW 2025. Er is sprake van een verdere daling van deze kosten, als gevolg van nieuwe wetgeving op
het gebied van bezwaren en de proceskostenvergoedingen. Ondanks dat er met nieuwe wetgeving duidelijkheid is gekomen over de hoogte van de
proceskostenvergoeding, is het nog onduidelijk welk structureel effect dit gaat hebben op het aantal WOZ-bezwaren. Wel is duidelijk dat de uitvoeringskosten verder zullen dalen ten aanzien
-
van de te verwachten uit te keren proceskostenvergoeding. De toenemende druk van de wetgever om meer informeel contact te voeren met de bezwaarmakers zorgt dat niet direct kan worden gesproken van een te verwachten krimp in de
formatie. Een wetsvoorstel dat informeel contact in de bezwaarfase mogelijk verplicht stelt, ligt
-
nog voor in een internetconsultatie. Dit voorstel is dus nog niet aangenomen. In de begroting 2025 was geen rekening gehouden met een verhoging van de kosten van de BRP-koppeling (Basis Registratie Persoonsgegevens). Door het in gebruik nemen van deze nieuwe koppeling met de BRP worden er meer berichten verstuurd. Dit samen met de extra
aansluitingen voor de Dienst Dommelvallei-gemeenten veroorzaakt dat BSOB door het RIVG ingedeeld wordt in een staffel met een hoger tarief. Daar bovenop heeft het RIVG hun tarieven
-
-
bijna verdubbeld. Dit betekent voor BSOB een onvoorziene kostenverhoging.
Indexeringen van de tarieven van onze dienstverleners, zoals GouwBelastingen en DataB.
BSOB erkent de verslechterde financiële situatie van de deelnemende gemeenten in de komende jaren en begrijpt de druk die dit legt op het kostenniveau van de
-
gemeenschappelijke regelingen. Zoals beschreven in de kadernota 2026, richt BSOB zich de komende jaren op het realiseren van maximale efficiëntie om de uitvoeringskosten voor de deelnemers zo laag mogelijk te houden. Hierbij moet worden opgemerkt dat het kostenniveau van BSOB al op een van de
-
laagste niveaus van alle belastingsamenwerkingen zit, dankzij onze uniek hoge automatiseringsgraad en dankzij de slanke inrichting van de organisatie.
De mogelijkheden om met verdere automatisering en robotisering de kosten van BSOB nog verder te verlagen zijn beperkt.
BSOB richt zich daarom op initiatieven zoals die beschreven zijn in de kadernota 2026, waarmee een nog hogere mate van efficiëntie bereikt kan worden door de processen die zijn verbonden met de uitvoering van de belastingtaken nog verder te uniformeren. De efficiëntie van BSOB wordt namelijk sterk beïnvloed door de diversiteit van de gemeentelijke
-
belastingverordeningen. In nauwe samenwerking met beleidsmedewerkers van de deelnemende gemeenten zullen we in 2025 onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een verdere harmonisering van de verordeningen voor bepaalde belastingsoorten, rekening houdend met de beleidsruimte van
-
-
de gemeenten. Ook de waterschappen gaan hier gezamenlijk in optrekken en hebben beide al besloten tot een gedeeltelijke harmonisatie van de verordeningen per 1 januari 2026. BSOB werkt de initiatieven in 2025 uit tot voorstellen, inclusief een impactanalyse en een financiële onderbouwing, die ter besluitvorming aan het algemeen bestuur zullen worden
voorgelegd. De realisatie van geaccordeerde initiatieven wordt projectmatig aangestuurd, als onderdeel
van een programma. Het Algemeen Bestuur zal in 2025 structureel worden geïnformeerd over de voortgang van dit programma.
3
Lonen en salarissen
6.141
6.396
7.985
8.369
8.703
9.052
Inhuur personeel
1.344
1.685
1.155
1.176
1.199
1.222
Overige personeelskosten
340
342
430
438
446
455
Uitbestede diensten
661
751
594
605
617
629
Uitvoeringskosten
1.144
1.057
1.483
1.511
1.540
1.569
Automatiseringskosten
936
1.405
1.726
1.758
1.792
1.826
Taakstelling/effecten Robotisering
-138
Algemene en overige kosten
1.220
1.235
1.993
2.031
2.069
2.108
Algemene kosten
299
299
374
381
388
396
Andere vaste bedrijfsmiddelen, afschrijving
103
103
219
223
228
232
Duurzame goederen
5
5
5
5
5
5
Huisvestingskosten
280
280
280
285
291
296
Onvoorzien
70
50
68
69
71
72
Repro- en portokosten
463
498
1.046
1.066
1.087
1.107
-3
-579
-296
-296
-296
-302
-307
-313
Overige opbrengsten Rentebaten Opbrengsten invordering
Er is sprake van een aantal belangrijke verschillen tussen de vastgestelde begroting 2025 ad € 11.349K en de 1e BW 2025 ad € 11.996K. Deze verschillen lichten wij hieronder nader toe. Er is sprake van:
•
•
•
• • •
hogere kosten voor inhuur in verband met de inhuur van een tijdelijk afdelingshoof Belastingen (gekoppeld aan de mogelijke komst van de manager Belastingsen van Waterschap De Dommel per 1 januari 2026) en de inhuur van een externe Controller in verband met de langdurige uitval van de Controller.
onder andere in verband met kosten voor de inhuur van een externe communicatieadviseur in verband met ouderschapsverlof van de zittende communicatieadviseur.
als gevolg van hogere automatiseringskosten, door stijgingen van de tarieven van de leveranciers van de applicaties en door een verdubbeling van het tarief van het RIVG voor de BRP-koppeling.
in verband met het vervallen van de taakstelling, conform het besluit van het
Algemeen Bestuur van december 2024 nog niet ingevulde vactures.
in verband met lagere uitvoeringskosten, onder andere door in verband met hogere personeelskosten als gevolg van
de uitbreiding van de formatie als gevolg van de uitvoering van de belastingtaken voor de Dienst Dommelvallei. Hier staan baten van de deelnemerbijdrage van de Dienst Dommelvallei
•
tegenover.
onder andere als gevolg van het het
inzetten van de bestemmingsreserve die gevormd is uit het positieve resultaat van 2024 voor
de financiering van de noodzakelijke projecten in 2025 ad € 291K en als gevolg van een boekhoudkundige correctie van het begrote budget voor het project Informatiebeveiliging ad € € 150K.
Als gevolg van de toetreding van Waterschap De Dommel nemen de structurele kosten van BSOB toe. De kosten die worden via de verdeelsleutel van BSOB toegerekend aan De Dommel. Hier staat de
deelnemersbijdrage van De Dommel tegenover. De incidentele kosten die gemaakt worden om de
4
toetreding van De Dommel te kunnen realiseren worden bij Waterschap De Dommel in rekening gebracht.
De relatieve sterke stijging van de overheadkosten wordt verklaard door: de hierboven beschreven stijging van de generieke automatiseringskosten, die op overhead • wordt geboekt. de stijging van de inhuurkosten, in verband met langdurige uitval van de controller en de
•
bezetting van een vacature met een externe in verband met de mogelijke komst per 1 januari 2026 van de manager als gevolg van de toetreding van De Dommel. Naast deze kostenontwikkelingen moeten in 2025 de volgende noodzakelijke projecten worden uitgevoerd: : 1.
:
Parallel aan het realiseren van het vereiste volwassenheidsniveau 4 van het BIO2-richtlijn in 2025 streeft BSOB ernaar om in 2025 ook al te kunnen voldoen aan de eisen van het nieuwe NIS2-richtlijn.
2.
• • • • • • • •
Risico afname: nu afhankelijkheid van één applicatiebeheerder.
Beperking risico van inkomstenderving of grote vertragingen in aanslagruns. Verbetering in performance en bewezen beheerprocedures. Verhoogde beschikbaarheid. Toekomstbestendig en minder afhankelijk.
Sterk toegenomen veiligheid op basis van ISAE 3402 Type II-/ ISO 27001 rapportages. Voorspelbaarheid van kosten en performance.
Schaalbaarheid: bij groei van opdrachtgevers en hoeveelheid data en gebruikers kan het platform meegroeien. Het hosting voorstel van GouwIT voorziet in een kosteloze uitbreiding met extra deelnemers, w.o. Waterschap De Dommel. Dit biedt een groot kostenvoordeel voor BSOB.
De kosten van de hosting oplossing bedragen initieel € 24K en structureel € 80K. Aangezien de hosting gestart wordt medio 2025 wordt voor 2025 een bedrag van € 64K (€ 24K + € 40K) 3.
aangehouden.
Veilige migratie van documenten naar Microsoft 365 met de juiste rechten en structuur leidt tot een verbeterde samenwerking en toegankelijkheid voor medewerkers en een verbeterde beveiliging en naleving van compliance-richtlijnen. De hele migratie zou gerealiseerd kunnen worden voor naar verwachting € 50K.
: Om invulling te geven aan de Kadernota 2026 worden twee onderzoeken uitgevoerd: 4. Aan het Algemeen Bestuur zal in 2025 een advies worden voorgelegd om vanaf 2026 de gebruikersbelastingen achteraf op te leggen. Dit houdt in dat de gebruikersbelastingen van 2026 pas in 2027 worden opgelegd. De financiële gevolgen voor de deelnemers worden vooraf uitgewerkt, waarbij ook de mogelijke risico’s
5.
worden geïnventariseerd.
onderzocht wordt of het mogelijk is om bepaalde soorten aangiften (zuiveringsheffing, toeristenbelasting, rioolheffing) 5
geautomatiseerd en zonder controles door te voeren in onze administratie. Aan het
geautomatiseerd doorvoeren worden richtlijnen verbonden, waardoor de risico’s beperkt worden.
Voor deze onderzoeken wordt een out-of-pocket budget van € 10K gereserveerd
: 6.
Ontwikkeling van een
dat voldoet aan de eisen van de Wet Digitale
Overheid en de toegankelijkheidsrichtlijnen (B1-taalniveau, duidelijke structuur). Dit zorgt voor: o Naleving van wet- en regelgeving.
o o o o
Vermindering van klantvragen en verhoging van betalingsbereidheid. Efficiëntere interne afhandeling. Verlaging van drukkosten met ongeveer € 4.000 per februarikohier. Verlaging van de benodigde checklist uren per februarikohier.
De geschatte kosten bedragen € 12K (exclusief interne uren). 7. , omdat het voor de website gebruikte content
management system (CMS) bij de huidige leverancier niet langer beschikbaar is. In 2025 is een overgang naar een nieuwe leverancier of naar ander CMS noodzakelijk. Voor de
8.
9.
(door)ontwikkeling van de website wordt in 2025 out-of-pocket € 100K begroot.
Ontwikkeling van een : Dit zorgt voor eenduidige identiteit en communicatie en de inrichting van een toolkit voor de medewerkers. De geschatte kosten bedragen € 5K
: Deze campagne is opnieuw gericht op het vergroten van
begrip en vertrouwen in de dienstverlening, het verlagen van het aantal bezwaren en het verminderen van de druk op het KCC en andere teams. De geschatte kosten bedragen € 25K.
Gekoppeld aan de meerjarenstrategie zoals die is beschreven in de Kadernota 2026, wordt in opdracht van het Dagelijks Bestuur in 2025 door een gespecialiseerde adviseur een
onderzoek uitgevoerd dat er op is gericht om de complexiteit van de governance van de GR BSOB te reduceren. De geschatte kosten bedragen € 25K
• •
• •
De kosten van de (onderdelen van deze) projecten zullen worden doorbelast aan de juiste
programma’s, waardoor deze op een juiste wijze verwerkt worden in de deelnemersbijdrage. Door de bovengenoemde ontwikkelingen resteert voor de 1e BW 2025 een kostennadeel van € 938K (te weten het totaal van de kostenontwikkelingen ad € 647K en het benodigd budget van € 291K voor noodzakelijke projecten)
De noodzakelijke projecten kunnen worden gefinancierd uit de bestemmingsreserve van € 291K die is gevormd uit het positieve resultaat van 2024. Het nadeel voor de 1e BW 2025 beperkt zich daarmee tot het genoemde bedrag van € 647K. Dit nadeel ontstaat hoofdzakelijk door:
6
o
onvoorziene en niet beïnvloedbare prijsstijgingen/indexeringen van leveranciers van
o
de vacature voor de functie van afdelingshoofd Belastingen die met externe inhuur bemenst moet worden om boventalligheid te voorkomen van de manager Belastingen
o •
BSOB (met name door de verdubbeling van het tarief van de BRP-koppeling van het RIVG).
van Waterschap De Dommel die mogelijk bij de toetreding van het waterschap per 1 januari 2026 op deze vacature geplaatst wordt. de externe inhuur die tot medio 2025 noodzakelijk is in verband met het langdurig uitvallen van de Controller van BSOB.
Wanneer de uit het resultaat van 2024 gevormde egalisatiereserve ter grootte van € 407K wordt ingezet om het nadelige financiële effect dat in 2025 ontstaat te compenseren wordt het nadeel in
2025 beperkt tot € 240K. Dit bedrag dient in 2025 in rekening gebracht te worden bij de deelnemers
•
in de GR.
BSOB voert de belastingtaken, als gevolg van onze uniek hoge automatiseringsgraad en de slank ingerichte organisatie, landelijk qua uitvoeringskosten op het laagste kostenniveau uit. Uit onafhankelijk onderzoek is gebleken dat zelfstandige uitvoering van de belastingtaken door een gemeente of een waterschap substantieel hogere kosten met zich meebrengt (bron: Maarten Allers/Tom de Greef, Rijksuniversiteit Groningen COELO, 28 november 2017 ‘Gemeentelijke samenwerking verlaagt uitgaven meestal niet’ pagina 40) https://esb.nu/gemeentelijke-
•
• • •
samenwerking-verlaagt-uitgaven-meestal-niet/
BSOB heeft gezien de aard van onze dienstverlening geen mogelijkheid om diensten of activiteiten te schrappen, waardoor een extra kostenvoordeel voor de deelnemers zou kunnen worden
gerealiseerd. Het bestuur heeft Daarnaast voert BSOB, op basis van de 1e begrotingswijziging 2025, de belastingtaken op een lager kostenniveau uit dan het kostenniveau van de 2e begrotingswijziging 2024 (€ 11.995K vs € 12.073K).
BSOB heeft om de hierboven genoemde redenen niet de mogelijkheid om het nadeel van de 1e BW 2025 binnen de eigen begroting 2025 op te kunnen vangen.
Zoals bij de kattekeningen is aangegeven speelt dat bij de controle van de jaarrekening 2024 wordt op dit moment met de externe accountant een vaktechnische discussie gevoerd over een uit de BBV voortkomende verplichting tot het creëren van een voorziening voor tijd-voor-tijd sparen en een discussie over de juiste boeking van de BTW die in rekening wordt gebracht aan de Dienst
Dommelvallei. De uitkomst van deze vaktechnische discussie kan niet alleen invloed hebben op het resultaat in 2024 maar kan ook doorwerken in de 1e BW 2025 en in de meerjarenbegroting.
In de risicoparagraaf van de 1e begrotingswijziging 2025 zijn de volgende interne- en externe risico’s geïdentificeerd: Intern risico 1
Langdurige uitval van personeel door ziekte. Beheersing
Maximaal inzetten op preventie en normaliseren van de werkdruk. Intern risico 2 Uitvallen of vertrek van kritische key-spelers. Beheersing
• • • • •
Key-spelers voldoende management-aandacht geven; Werkdruk key-spelers normaliseren; Investeren in ontwikkeling key-spelers;
Kennis van key-spelers vastleggen en werkinstructies ontwikkelen; Kennis van key-spelers delen om kwetsbaarheid te beperken. 7
•
Hosting van de Gouw- en OrtaX-applicaties bij leveranciers onderbrengen in plaats van bij Aa en Maas, om de kwetsbaarheid bij afwezigheid van de applicatiebeheerder te mitigeren
Intern risico 3 Beschikbaarheid van voldoende nieuw gekwalificeerde medewerkers. Beheersing
• • •
Nieuwe manieren van werving toepassen; Interne doorstroom van medewerkers vanuit het team Frontoffice;
Investeren het kennisniveau van medewerkers om interne doorstroom te bevorderen.
Intern risico 4
BSOB wil en moet een organisatie zijn waarin van medewerkers flexibiliteit wordt gevraagd met
betrekking tot werkwijzen (denk aan automatiseringsprocessen) en opleidingsniveau. Kunnen/willen medewerkers hieraan (blijven) voldoen? Beheersing Maatwerk blijven bieden met betrekking tot intern en extern opleiden. Medewerkers bewust blijven maken van de kansen die dit biedt binnen, maar soms ook buiten, de organisatie. Intern risico 5
Storingsgevoeligheid ICT-structuur Beheersing
De ICT-structuur op lange termijn robuuster maken, onder andere door de Gouw- en OrtaXapplicaties naar de hosting bij leveranciers onder te brengen wat een verbeterde performance en beschikbaarheid heeft en continuïteit in technisch beheer. Op korte termijn zorgt dit voor meer stabiliteit: niet iedere dag uitval/werkonderbrekingen.
Extern risico 1 Afhankelijkheid van externe partijen en daardoor mogelijk niet goed functionerende werkomgeving.
Hiermee enerzijds doelend op de applicaties van onze leveranciers (onder andere belasting- en waarderingspakketten, telefonie en website) en hosting. Anderzijds doelend op de afhankelijkheid van leveranciers zoals Microsoft 365 en Enable U. Beheersing
Doordat applicaties voornamelijk bij externe leveranciers belegd zijn kunnen we als BSOB niet meer doen dan de risico's in beeld hebben en proactief of in geval van calamiteit, snel schakelen met alle externe leveranciers.
Extern risico 2 Gegevensbescherming: kans om gehackt te worden. In hoeverre zijn we (überhaupt) in staat onze
gegevens tegen kwaadwillende externen te beveiligen? Maar nog belangrijker in hoeverre zijn we snel in staat onze dagelijkse werkzaamheden zonder hinder voort te zetten? Beheersing De ingezette weg om niveau 4 te behalen en vast te houden is vanzelfsprekend. Daar waar het haalbaar wordt dit niveau verhogen, mits in alle redelijkheid. Lees: kosten/baten. Extern risico 3
Zoals bekend is het een onrustige economische tijd. Waar mogelijk hebben wij de prijsstijgingen verwerkt in de begrotingscijfers. Echter de huidige economische omstandigheden blijven de
inflatierisico’s dermate onzeker dat dit de komende tijd nog een effect kan hebben op de realisatie van de begroting. Dit risico is ongewijzigd
8
In de kadernota 2026 zijn de kaders en uitgangspunten opgenomen waarbinnen BSOB de begroting 2026 inclusief meerjarenraming opstelt. Dit zijn onder andere de prijscorrecties volgend uit de septembercirculaire 2024.
Voor de begroting van 2026 zien we de volgende financiële ontwikkelingen: Loonkostenontwikkeling
Voor de loonindex gaat BSOB, op basis van de Septembercirculaire 2024 van het Gemeentefonds (tabel pagina 31/ontwikkeling van de loonvoet* voor de sector Overheid) uit van de volgende ontwikkeling van de loonkosten: de
formatie 4,7%
3,8%
4,8%
4,0%
4,0%
* het totaal van collectieve en incidentele loonstijgingen Prijsindex
Voor de prijsindex gaat BSOB, op basis van de ramingen van het CPB voor ontwikkeling van de Prijs Bruto OverheidsInvesteringen (IBOI), uit van de volgende ontwikkeling van de prijzen: 1,9%
1,9%
1,9%
1,9%
1,9%
Formatie
•
•
•
Bij gelijkblijvende omstandigheden zou BSOB de uitvoering van de belastingtaken binnen de gestelde kwaliteitseisen in de planperiode 2026-2029 naar verwachting kunnen realiseren met de formatie en op het kostenniveau zoals dat is opgenomen in de 1e begrotingswijziging 2025. Zoals beschreven in de kadernota 2026 kan BSOB meer efficiëntie en daarmee een verlaging van de uitvoeringskosten realiseren wanneer de gemeentelijke belastingverordeningen maximaal geharmoniseerd worden.
Met ingang van 1 januari 2026 treedt waterschap De Dommel toe tot de GR BSOB. De formatie van BSOB wordt uitgebreid met 22 fte om de belastingtaken voor De Dommel conform de kwaliteitseisen uit te kunnen voeren. Deze uitbreiding van de formatie is meegenomen in de financiële uitwerking van het besluit tot de toetreding van De Dommel tot de GR, zoals dat in
december 2024 genomen is. Deze uitbreiding van de formatie is verwerkt in de begroting 2026 en
•
verder en in de deelnemersbijdragen 2026.
Bij de toetreding van waterschap Aa en Maas tot de GR BSOB zijn indertijd de controle-
werkzaamheden gericht op de zogenaamde ‘meetbedrijven’ overgegaan naar BSOB. Waterschap Aa en Maas overweegt op dit moment om deze werkzaamheden zelf weer uit te gaan voeren, net zoals Waterschap De Dommel dat voornemens is te blijven doen. Dit voornemen kan betekenen dat de twee betrokken medewerkers van BSOB (1,5 fte) die verantwoordelijk zijn voor deze werkzaamheden per 1 januari 2026 overgaan naar waterschap Aa en Maas. Het formele besluit
•
moet door het algemeen bestuur van BSOB nog worden genomen, nadat over de overgang van deze medewerkers een positief advies is uitgebracht door de OR van BSOB.
Wanneer de kosten van bijzondere taken, die op specifiek verzoek van een deelnemer door BSOB dienen te worden uitgevoerd, hoger zijn dan € 25.000 per jaar dan worden deze kosten in rekening gebracht bij deze deelnemer. Overwogen kan worden om dit bedrag lager te stellen. In het kader
•
van de voorgenomen harmonisering van de verordeningen zal wat wordt verstaan onder ‘bijzondere taken’ opnieuw vastgesteld worden. BSOB spant zich in om de externe inhuur tot een minimum te beperken. Als gevolg van de groeiende krapte op de arbeidsmarkt wordt BSOB er echter steeds vaker mee geconfronteerd dat vacatures niet of vertraagd ingevuld kunnen worden. Om de kwaliteit van de bedrijfsvoering en de kwaliteit van
9
de dienstverlening aan de deelnemers en de belastingplichtigen te kunnen garanderen ontkomt
•
BSOB er helaas niet aan om in voorkomende gevallen toch gebruik te moeten maken van externe inhuur. Hierover legt BSOB verantwoording af aan het Algemeen Bestuur. Het kabinet heeft een wetsvoorstel gedaan voor een aanpassing van de Algemene wet bestuursrecht. Deze aanpassing heeft tot doel de overheid te stimuleren besluiten voor burgers
begrijpelijker te maken, zich bij de uitvoering van taken meer te verplaatsen in de burger en zich minder formeel op te stellen. Om onnodige juridische procedures te voorkomen wordt onder
andere voorgesteld dat bestuursorganen op een besluit aangeven op welke wijze men in contact kan komen met een ambtenaar die je dossier kent, dat er bij een bezwaarschrift eerst in overleg
getreden wordt met de bezwaarmaker en dat er bij een te laat ingediend bezwaarschrift in contact getreden wordt om te bezien of er redenen zijn om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Gezien het grote aantal bezwaren dat BSOB jaarlijks ontvangt zou deze wet een zeer grote impact kunnen hebben op de formatie van het team Bezwaar en Beroep, om invulling te kunnen geven aan deze voorstellen. Op dit moment inventariseert het kabinet door middel van een internetconsultatie de impact van het wetsvoorstel. De financiële gevolgen van nog te nemen besluit om te gaan werken van een kosteloze
betalingsherinnering zijn nog niet meegenomen in de begroting 2026 en de meerjarenbegroting.
De P&C-documenten worden ter zienswijze aangeboden aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers.
N.v.t. Conform artikel 50 lid 1 respectievelijk lid 4 van de GR wordt de 1e begrotingswijziging 2025 en de begroting
2026 uiterlijk 4 april door het Dagelijks Bestuur aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers verzonden. De vertegenwoordigende organen van de deelnemers kunnen vervolgens bij het Dagelijks
Bestuur hun zienswijze over de P&C-documenten naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de definitieve P&Cdocumenten zodat deze in september 2025 door het Algemeen Bestuur vastgesteld kunnen worden.
1.
2.
De –ontwerp- 1e begrotingswijziging 2025; De -ontwerp- begroting 2026.
De voorzitter Algemeen Bestuur,
De secretaris,
G.T. Buter
E.M. van der Reijden
10