CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

2024 12 05 Nawoord rekenkamer_rekenkameronderzoek Energiebesparingsplicht

Raadsvergadering 23 januari 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Rapport rekenkameronderzoek Energiebesparingsplicht - VERWORPEN962 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Bernheze Postbus 19 5384 ZG HEESCH

Behandeld door: Telefoonnummer:

N. op de Laak 0617544618

Bijlage(n): Onderwerp:

Uw brief van:

4 december 2024

Uw kenmerk: Registratienummer:

Nawoord bestuurlijke reactie onderzoek energiebesparingsplicht

Datum:

5 december 2024

Geacht raadsleden, Op 11 november 2024 is het concept rapport van de rekenkamer over de Energiebesparingsplicht aan het college aangeboden in het kader van het reguliere bestuurlijke wederhoor. Op 4 december heeft de rekenkamer de bestuurlijke reactie van het college ontvangen. Een afschrift daarvan is onderdeel van de documenten die aan de raad worden aangeboden voor de behandeling van het onderzoeksrapport. De bestuurlijk reactie is voor de rekenkamer aanleiding om een nawoord op te stellen. De bestuurlijke reactie begint met een zin onder het kopje Algemene opmerking. Daarin stelt het college dat de plicht moet leiden tot energiebesparing en [het} daarmee een belangrijke bijdrage levert aan de vermindering van de CO2-uitstoot, één van de doelen in het Klimaatakkoord. Daarmee onderschrijft het college de inhoudelijke doelen. Onder het kopje Normenkader stelt het college dat het door de rekenkamer gehanteerde normenkader meer gericht zou moeten zijn op de op de naleving van de wet1 en niet zoals de rekenkamer doet op de concrete inhoudelijke resultaten, zoals onder meer opgenomen in de normen 2b, 2c en 2e. De primaire reactie van de rekenkamer is dat er bewust is gekozen voor die genoemde normen.

Deze normen waren ook al opgenomen in de Onderzoeksopzet die op 4 juni met de Begeleidingscommissie is besproken en die bij de start van het onderzoek op 3 september met de ambtelijke organisatie aan de orde zijn geweest. Vervolgens vraagt de rekenkamer zich af waarom bij de Algemene opmerking het college begint met inhoudelijke doelen om vervolgens bij het Normenkader in hoofdzaak te willen kijken naar procedures en aantallen rapportages. Bij het onderdeel Naleefgedrag in de bestuurlijke reactie geeft het college aan dat het verbeteren van de (spontane) naleving van de energiebesparingsplicht leidt tot meer energiebesparing. Deze stellingname is op zich niet onterecht, maar in de onderzoeksrapportage geeft de rekenkamer aan dat het niet duidelijk is hoeveel bedrijven onder de plicht vallen en welke omvang de werkelijke besparing heeft. Bij de voorstellen die de rekenkamer doet gaat het onder meer over deze aspecten. De rekenkamer mist in de bestuurlijke reactie de wijze waarop en het moment wanneer dan gewerkt kan worden aan het verbeteren van de naleving. Twee van onze voorstellen, te weten het optimaliseren van het bedrijvenregister en het ondersteunen van bedrijven, passen uitstekend in de stellingname van het college.

Het college gaat bij de conclusies met name in op de conclusies over Toezicht en handhaving. De kern van de reactie is dat de invloed van toezicht op de omvang van de werkelijk besparing niet te bepalen is. Op zich kan de rekenkamer zich in die omschrijving vinden maar de conclusies zijn veel breder dan enkel het effect van toezicht. Het gaat de rekenkamer om concrete resultaten waarbij toezicht en handhaving één van de mogelijke instrumenten is. De rekenkamer is met name op zoek naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het huidige beleid. Ten aanzien van de door de rekenkamer gedane voorstellen (hoofdstuk 5 van het onderzoeksrapport) stelt het college om te beginnen dat zij op dit moment geen meerwaarde ziet in het formuleren van aanvullend beleid. Daarbij focust het college zich enkel op toezicht en handhaving, waaronder het nakomen van de procedures en het indienen van rapportages. Echter, het voorstel van de rekenkamer gaat juist om het verbeteren van de inhoudelijke resultaten: meer energiebesparing. De rekenkamer begrijpt dat dit complex is, maar het achterwege laten van inhoudelijke doelstellingen betekent dat de gemeente nog steeds bezig is met middelvoorwaarden en inspanningsverplichtingen terwijl in de ogen van de rekenmaker doelvoorwaarden en resultaatsverplichtingen meer op zijn plaats zijn.

Dit ook omdat de Algemene Rekenkamer in een recent rapport2 omschrijft dat landelijk de inhoudelijke resultaten achterblijven en de gemeente in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) wel inhoudelijke doelstellingen heeft. Daarbij komt dat bij (omvangrijke) besparingen de netcongestie wellicht geminimaliseerd kan worden, waardoor er kansen voor andere bedrijven (en organisaties etc.) ontstaan. Het college geeft aan dat de voorstellen met betrekking tot toezicht en handhaving (met een tweetal kanttekeningen) wel gevolgd worden. Het college geeft achter (nog) niet aan op welke wijze dat gaat gebeuren. Tegen de achtergrond van de stellingname van het college op bladzijde 2 van de bestuurlijke reactie, waar staat dat er meer waarde wordt gehecht aan de (spontane) naleving, had de rekenkamer verwacht dat met name concreet zou worden ingegaan op de voorstellen om het bedrijvenregister te optimaliseren en om bedrijven te ondersteunen. Na bestudering van de bestuurlijke reactie en met in acht name van het nu voorliggende nawoord, komt de rekenkamer tot de conclusie dat de in de onderzoeksrapportage gedane voorstellen allemaal overeind dienen te blijven. De rekenkamer begrijpt goed dat met name het formuleren van aanvullend gemeentelijk beleid en het SMART maken daarvan complex kan zijn, maar is van mening dat dit gezien het doel, energiebesparing, noodzakelijk is.

De rekenkamer geeft de raad, in aanvulling op de voorstellen uit de onderzoeksrapportage, in overweging om het college te verzoeken concreet aan te geven wanneer de voorstellen gerealiseerd gaan worden3.

Met vriendelijke groet, namens de rekenkamer Bernheze,

Nico op de Laak, voorzitter

1 Toetsen of een bedrijf valt in de categorie waar een informatieplicht (of een onderzoeksplicht) wordt opgelegd en

toetsen in hoeverre de elementaire maatregelen uitgaande van een terug verdientijd van 5 jaar zijn uitgevoerd. De besparing wordt aan de hand van kentallen ingeschat. 2 Algemene Rekenkamer: Energiebesparingsplicht, 2008-2023 Hoge ambities, onbekend resultaat rapport gepubliceerd op 21 november 2024 3 De Wet versterking decentrale rekenkamers verplicht het college elk jaar verslag te doen van de wijze waarop invulling is gegeven aan de door de raad vastgestelde rekenkamervoorstellen.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=5542526c-339f-4775-a09c-e2ae8a6c5dcf