20230822 Concept Omgevingsvisie Bernheze 2040
Tekst van het document
⁴Je kunt dan denken aan een straal van 250 - 500 meter op advies van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD). In het geval van grootschalige geitenhouderijen adviseren ze een straal van 2,5 kilometer aan in verband met de grotere kans op luchtweginfecties en Q-koorts
98
o o o
We verwachten dat onze agrariërs met innovaties ook andere maatschappelijke doelen tot stand brengen, zoals een bijdrage leveren aan biologisch voedsel, circulaire ketens, energie uit mest, biobased verbouwen van grondstoffen, het verhogen van de biodiversiteit, klimaat en landschap en een productie zonder schadelijke bijwerking aan mens, natuur en bodem. We vinden het wenselijk dat het pesticiden en herbiciden gebruik afneemt, omdat we ons zorgen maken over de gezondheidsgevolgen die stapeling van deze middelen veroorzaakt op degene die de middelen toepassen, de woonkernen en de natuur. Vanzelfsprekend volgen we de Europese en Nationale regels voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. We werken steeds meer toe naar natuurlijke plaagbestrijding in de land- en tuinbouw. Nieuwe vormen van extensieve landbouw op basis van ecologisch principes zijn in Bernheze meer dan welkom. Daarbij hoort bijvoorbeeld ook een vermindering van kunstmestgebruik en gewasbeschermingsmiddelen.
We zetten in op nieuwe verdienmodellen voor een vitale landbouwsector •
We blijven ook in de toekomst een trotse agrarische gemeente en zijn op zoek naar een balans met andere functies en een realistisch verdienmodel. Je kunt dan denken aan: o We faciliteren verbreding en vernieuwing in de agrarische sector. Een landbouwbedrijf dat inkomsten haalt uit andere bedrijfsprocessen dan alleen voedselproductie (verbreding), kan extensiveren. Dat biedt ruimte om de principes van de kringlooplandbouw toe te passen. Daarom bieden we de ruimte voor nieuwe combinaties vanuit een ja, mits principe. Ondernemers krijgen ruimte om te verbreden, mits ze ook bijdragen aan maatschappelijke doelen. o We maken het eenvoudiger om meerdere functies te ontplooien naast een agrarische bestemming. o Landbouweducatie voor inwoners en toeristen zal het begrip voor de landbouwsector en de kennis over de hoge kwaliteit van ons voedsel versterken. o Om de agrarische activiteiten zo goed mogelijk te combineren met andere functies geven we in gebiedsgerichte programma’s onder de Omgevingswet perspectieven. o We verwachten dat de komende jaren veel agrariërs stoppen. Vrijkomende erven hergebruiken we en benutten we om kwaliteit te behouden of toe te voegen aan het buitengebied. o Deze erven bieden kansen voor nieuwe (gezamenlijke) kleinschalige woonvormen/ -gemeenschappen. • We stimuleren verdienmodellen rondom het versterken van de biodiversiteit en landschapselementen.
o Perceelsgrenzen, oevers en randen van waterlopen vormen een ecologisch netwerk in 2030, waar agrariërs van de provincie een marktconforme vergoeding voor krijgen om deze klimaatbewust en ecologisch te beheren. o Agrariërs zijn onze beheerders van het landschap en vragen we als eerste het beheer tegen een redelijke vergoeding op zich te nemen. Dat geldt waar mogelijk en gewenst ook voor gemeentelijk eigendom.
99
•
We stimuleren verdienmodellen die bijdragen aan de waterberging. o Landbouw die inzet op gewassen die water langer vasthouden zijn welkom. o Landbouw waarbij de grond te gebruiken is om water te bergen bij grote regenpieken op grasland zijn eveneens wenselijk. o Dit kan bijvoorbeeld op grasland bij de Bleeken. • We stimuleren de (lokale) productie van biologisch, regeneratief of natuurinclusief voedsel. o Agrariërs die omschakelen naar een dergelijke voedselproductie voor de lokale markt ondersteunen we ook. • We stimuleren het verbouwen van grondstoffen voor biobased bouwen. o We zien kansen voor het verbouwen van grondstoffen voor de biobased bouwindustrie. We zoeken naar mogelijkheden dat agrariërs een jaarlijkse vergoeding krijgen voor houtproductie (zoals dat in Duitsland al gebruikelijk is). o We zetten in op het combineren van verbouwen van biobased grondstoffen, CO2 vastleggen en biodiversiteit. • We stimuleren verdienmodellen met betrekking tot recreatie en toerisme. o Voedselproductie zetten we in als toeristisch product door verkoop aan huis en in de horeca. o We gaan agrariërs met een toeristische nevenactiviteit en het Geopark Peelhorst en Maasvallei verbinden. o We benutten koppelkansen tussen het aanwezige erfgoed en het historische landschap, daarmee sluiten we aan bij onze erfgoedvisie.
o Erfgoed en monumenten komen in het beekdallandschap veel voor en beschermen en herstellen we. Waar mogelijk doen we dit met hulp van de lokale (agrarische) ondernemers. o Daar waar toerisme en recreatie toeneemt passen de ondernemers (parkeer) voorzieningen voor fiets en auto aan. • We zien kansen voor verdienmodellen met de productie van duurzame energie. o Agrariërs krijgen mogelijkheden om (gedeeltelijk) energieboer te zijn in het dekzandgebied met de opwekking van zonne- en/of windenergie. De productie van duurzame energie moet passen binnen de opwekopgave van de Regionale Energiestrategie (RES). Deze opwekopgave bepaalt het limiet. o Het benutten van groen gas, uit mest en restproducten uit de voedselketen, is één van de oplossingsstrategieën om te komen tot duurzame vormen van energieopwekking in de RES. o In het middengebied (dekzandgebied of flanken) of rondom de kernen zijn voor agrariërs ook kansen voor het opwekken van zonne-energie met dubbelgebruik van landbouw, natuur, waterberging, en/of recreatie. Dubbelgebruik geniet de voorkeur. o Agrariërs krijgen mogelijkheden om (gedeeltelijk) energieboer te zijn met het produceren van groen gas door mono-mestvergisting.
100