20230822 Concept Omgevingsvisie Bernheze 2040
Tekst van het document
Actief worden, tot rust komen en elkaar ontmoeten Niet alleen in de Groene gezonde structuren, ook daarbuiten stimuleren we activiteit in het groen. Om de gezondheid verder te bevorderen creëren we plekken om tot rust te komen. De mentale gezondheid bevorderen we door het ontmoeten en contact hebben met anderen te stimuleren bijvoorbeeld in pluktuinen of natuureducatie. Het zorgen voor elkaar past goed bij ons dorpse karakter. De gemeenschapshuizen, coöperaties om samen te wonen, energie op te wekken en voedsel te verbouwen leveren voordelen op voor de gezondheid. 4. Inclusief Inclusiviteit versterken we door de toegankelijkheid te vergroten, omdat we vinden dat onze openbare ruimte van en voor iedereen is.
41
42
OMGEVINGSVISIE BERNHEZE 2040
Gezonde leefomgeving Legenda Bestuurlijk & bebouwing
Landschappelijk
Infrastructuur
43
We verminderen externe gezondheidsrisico’s In Bernheze werken we samen aan de volgende doelen: • We voldoen aan de wettelijke normen voor schone lucht, bodem en water en voor geluid- en geurhinder, voor zover de bronnen in of nabij de gemeente liggen en we daar invloed op hebben. o We zetten in op een schone lucht en halen het Schone Lucht Akkoord in 2030 voor 100%. (50% gezondheidswinst t.o.v. 2016 en binnenlandse bronnen en als nevendoel het behalen van de “oude WHO-advieswaarden” uit 2005).Hetzelfde geldt voor geur en geluidsoverlast. We meten dat en rapporteren daarover. o We zetten in op een goede bodem- en waterkwaliteit. De waterkwaliteit in sloten, beken en ander oppervlakte water voldoet in 2027 aan de normen, zoals de KRW. Hierbij richten we ons vanzelfsprekend op de bronnen gelegen in Bernheze. Ook het grondwater moet schoon zijn, mede voor de drinkwaterwinning. • Met grootschalige agrarische activiteit met dieren is reductie van het risico van ziektes van dier op mens nodig. o Met behulp van onder anderen technische innovaties, minimaliseren we zoönose en andere ziekteverwekkers als gevolg van agrarische activiteiten. o Intensieve veehouderij in de nabijheid van de dorpskernen faseren we uit. Uitbreiding is in deze zone niet meer mogelijk, op basis van provinciaal beleid.
• Onze beken en waterlopen zien we graag schoner, doordat we minder en uiteindelijk geen overstorten uit het riool in het oppervlaktewater, na een forse regenbui, hebben. Ook hiervoor zijn de KRW normen (2027) maatgevend. • Op de kaart geven we ons waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied aan. Dit doen we omdat deze zones vragen om extra aandacht voor de (schone) kwaliteit van het water.
We realiseren groene gezonde structuren In het kader van preventie en positieve gezondheid werken we aan gezondheidsbevordering door mensen uit te nodigen te bewegen in een gezonde natuurlijke omgeving. Ook willen we voor huisartsen en geestelijke gezondheidswerkers een aanleiding bieden om ‘natuur op recept’ voor te schrijven. Dit doen we met groene gezonde structuren. Op bovenstaande themakaart gezonde leefomgeving ziet u deze groene gezonde structuren (GGS) indicatief uitgewerkt. De groene gezonde structuur is een nieuw robuust concept waar we zoveel mogelijk groene, blauwe en gezonde thema’s gaan bundelen. We zoeken ook de verbinding met landelijke thema’s als groen-blauwe dooradering en meer landschapselementen. Omdat we de GGS natuurinclusief inrichten en verbinden met grotere natuur- en bosgebieden maakt dat het Natuurnetwerk Brabant robuuster en kan de biodiversiteit zich herstellen.
Wat is een groene gezonde structuur (GGS)? Principe Het concept van een groene gezonde structuur is gebaseerd op het principe dat elk huis een aansluiting heeft op een netwerk van aantrekkelijke groen-blauwe structuren. Te vergelijken met een aansluiting op het drinkwater- of elektriciteitsnetwerk. Vanuit je huis kom je te voet of fietsend in het groene netwerk snel in een groene gezonde omgeving. De kralen aan de ketting van lintvormige groene of blauwe lijnvormige landschapselementen bestaan uit parken en plantsoenen, buitenspeelterreinen en groen-blauwe schoolpleinen, beken, waterlopen, wadi’s en overstromingsgebieden, bloemrijke perceelranden, kernranden, natuurinclusieve en biologische landbouw, sportvelden, bos- en natuurgebieden, cultuurhistorische kenmerken, zandwegen en houtwallen. 44
De groene-gezonde-structuren zijn niet alleen voor de mens. Door de inrichting en het beheer klimaatadaptief en natuurinclusief te maken vormen ze ook een netwerk voor flora en fauna en houden we het water vast.. Door de GGS te verbinden met bos-en natuurgebieden versterken we ook het NatuurNetwerkBrabant (NNB).Tevens zijn het plaatsen waar we CO2 vastleggen. Doel Het doel van een groene en gezonde structuur is om functies en activiteiten zo veel mogelijk te combineren en met elkaar te verbinden en zo met de ruimtedruk slim om te gaan. Met een aantrekkelijke GGS willen we dat onze inwoners gezonder gaan leven. Dit bereiken we door mensen te verleiden om meer te wandelen, te fietsen en te sporten en gezond voedsel, direct bij de boer of in een voedselbos te kopen. Roken en ander ongezond gedrag willen natuurlijk ontmoedigen in de GGS. De doelen die we hiermee willen bereiken zijn: het bevorderen van gezondheid, meer te bewegen, elkaar te ontmoeten, gezonde voeding bereikbaar te maken en te zorgen voor schone lucht. Doelen waarmee we dit combineren zijn bereikbaar groen-blauw, biodiversiteit, cultuurhistorie, landschappelijke kwaliteit, landart, klimaatadaptatie, CO2 vastleggen, circulair, een schone bodem en een goede waterkwaliteit, bereikbare bos- en natuurgebieden voor mens en dier en maken dit waar wenselijk inclusief en toegankelijk.
Hoe en welke doelen we combineren is maatwerk. Dorpskernen In de dorpskernen en op bedrijfsterreinen gaan we het fiets- en wandelnetwerk combineren met aantrekkelijk groen en blauw voor mens en natuur. We gebruiken transities als nieuwbouw, herinrichting van buurten, renovatie en (grootschalig) onderhoud om de GGS te versterken. Dit is met name het openbaar groen, waarvoor in 2024 in het Groenstructuurplan van de gemeente de uitwerking van de GGS volgt. We vragen inwoners en ondernemers ook op hun eigen terrein bij te dragen aan aantrekkelijk groen, meer biodiversiteit en klimaatadaptieve matregelen, bijv. door minder steen en harde schuttingen te gebruiken en het gebouw en het groen natuurinclusief in te richten. Waar mogelijk nemen we groen-blauwe schoolpleinen, historische gebouwen en sportvelden op in de GGS in de dorpskernen. In het buitengebied In het buitengebied is het netwerk van recreatieve paden, beken en waterlopen en groene lijnelementen (lanen, houtwallen en bloemrijke bermen en perceelranden) de ketting. Daaraan koppelen we onder meer: - de bestaande en nieuwe bos- en natuurgebieden, zodat de natuur robuuster wordt en meer tegen een stootje kan; - ecologische verbindingszones; - natuurvriendelijke oevers, waterbergingen, zwemvijvers- en oevers; - natuurinclusieve en biologische voedselproductie; - cultuurhistorische elementen en gebouwen.
Grondeigenaren als Staatsbosbeheer, het Waterschap Aa en Maas, Brabants Landschap, Brabant Water, de gemeente Bernheze, Kasteel Heeswijk en (agrarische) ondernemers en particulieren nodigen we uit mee te werken aan een programma onder de Omgevingswet om de GGS tot stand te brengen en hierover tot een uniforme communicatie in de routeaanduiding en beeldmerk te komen. In het later in dit rapport genoemde programma onder de Omgevingswet voor infrastructuur en mobiliteit werken we uit hoe we fietsen en wandelen aantrekkelijk en veilig maken in de GGS. 45
De structuur van de GGS uitgewerkt •
• •
•
•
We richten de groene structuren toegankelijk en aantrekkelijk in en maken zoveel mogelijk gebruik van (bestaande) natuurlijke aanleidingen, zoals de Aa en andere waterlopen, tenzij de kwetsbare natuur dergelijke verstoring niet mogelijk maakt. Deze groene structuren vormen de ketting. Belangrijke routes (ook tussen kernen en het buitengebied) voor recreanten en woon-werk/schoolverkeer in de regio versterken we met groen en maken we zoveel mogelijk onderdeel van de GGS. Dit vraagt op plekken om een vergroening van deze structuren. We ontwikkelen nieuwe groot groengebieden nabij de kernen als onderdeel van de GGS natuurinclusief, klimaatadaptief en recreatief aantrekkelijk. Dit doen we om de verbinding tussen de kernen en het buitengebied, via de GGS, te versterken. Deze groen gebieden vormen kralen die we toevoegen aan de ketting. Deze nieuwe kralen zijn een verrijking ten opzichte van de bestaande groene kralen. En we maken zo de natuur robuuster, door deze met elkaar te verbinden. In de kernen en op bedrijventerreinen verleiden we inwoners en werknemers graag tot ommetjes via deze groene gezonde structuren. Door goede onderlinge verbindingen tussen groen gebieden in de kernen ontstaat de mogelijkheid om te variëren in (de lengte van) ommetjes.
Zeker in de kernen zetten we deze ‘groene’ ommetjes strategisch en klimaatadaptief in, zodat deze ook bijdragen aan de reductie van hittestress. Sportvelden, incl. het structurerend groen en andere sportlocaties maken we onderdeel van de GGS. Het structurerend groen van de e sportlocaties richten we natuurinclusief en klimaatadaptief in.
De invulling van de GGS • • • • •
• •
46
Het uitnodigende karakter van deze verbindingen versterken we met aanleidingen om te sporten en bewegen. (zoals: wandelen, fietsen, sporten, vissen, kanoën en buitengym). We zien hier ook mogelijkheden voor landart/kunst om deze uitnodigende rol te vervullen. We willen een inclusieve samenleving zijn en hebben daarom ook aandacht voor diverse doelgroepen (bijvoorbeeld rolstoel, slechtziend, prikkelarm en dementievriendelijk). We richten op plekken waar het wenselijk is onze buitenruimte ook voor hen in. In de groene gezonde structuur staat gezondheid voorop. Dat betekent dat we straatafval gescheiden inzamelen en dat overlast (bijvoorbeeld harde muziek) of roken niet past. Dat laatste vinden we ook belangrijk omdat we het landelijke doel ,dat in 2040 geen enkel kind meer rookt, steunen. We vinden het in een GGS ook passen dat zwemmen in het oppervlakte water gezond en veilig kan. Dit hoeft echter niet overal. We zien nu al dat in veel grotere watergangen en beken gezwommen wordt, maar dit is nog niet veilig en geen officieel zwemwater. We zouden het op een aantal plekken fijn vinden om wel een officieel en veilig zwemwater aan te kunnen bieden. We onderzoeken of in het beekdallandschap en in kwelgebieden zwemwaterlocaties mogelijk zijn omdat hier de beste kansen liggen.
Gemeente stemt af met provincie als bevoegd gezag voor zwemwaterlocaties en waterschap als kwaliteitsbeheerder (meten waterkwaliteit). Voordat we dit serieus kunnen oppakken is het zaak eerst de gewenste waterkwaliteit te bereiken. Eerder is dus geen actie mogelijk. Wanneer het water voldoet aan de eisen, kan de gemeente recreatieve (bijvoorbeeld infrastructurele) voorzieningen treffen in de GGS.
GROENSTRUCTUUR BERNHEZE - NISTELRODE
CONCEPT
*Voor het ontwikkelen van deze kaart zijn de volgende bestanden gebruikt/gedigitaliseerd: - GSP Bernheze uit 2001 (BTL, 2001) - Beheergroepen 2012 (Gemeente Bernheze) - Cultuurhistorische kaart (2014) (Gemeente Bernheze) - Satellietfoto 2020 - BGT 2021 - NNB en EVZ (data.overheid.nl 2021) - Fietsknooppunten en LAW (2019) - Bijenkaart, Landschapstypen en Zandwegen (2021, Gemeente Bernheze)
Opdrachtgever: gemeente Bernheze 28 maart 2023 | versie 0.2 sjors.degreeff@arcadis.com projectnummer: C06031.000092 Ontwerptekening | schaal 1:5000 Formaat A2
0m
N
2500m
Illustratie van een groene gezonde structuur in Nistelrode.
We stimuleren activiteit in het groen De bovenstaand beschreven gezonde groene structuren vervullen een belangrijke functie in het stimuleren van activiteit in het groen. We hebben een aantal activiteiten waar we graag ook op zichzelf aandacht voor vragen. Deze activiteiten stimuleren we zowel binnen als buiten de GGS. • Kinderen en jongeren groeien op in het groen en worden volop uitgenodigd om te bewegen, de natuur te ontdekken en te ontmoeten. o Door het realiseren van (voor de buurt) toegankelijke groen-blauwe schoolpleinen, -speelplekken en -verbindingen. o Sport, ook de teamsporten (dragen bij aan een inclusieve ontwikkeling) faciliteren we zo mogelijk in het groen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan buitenfitnesstoestellen of een activiteitenroute in bossen of ander openbaar groen. o Bijzondere natuurverschijnselen te ervaren in Bernheze, zoals de wijstgronden bij de Peelrandbreuk. • Natuureducatie is onderdeel van het opgroeien in het groen en draagt bij aan natuurbewust beslissen in de persoonlijke levenssfeer en in je werk. Daarom ondersteunen we initiatieven die hierop gericht zijn en dragen we zorg voor informatie over het belang van de natuur. • We stimuleren actieve vervoersvormen, zoals fietsen en wandelen. o Komende jaren willen we op initiatief van de provincie veel meer snelfietsroutes faciliteren naar de omliggende stedelijke centra en tussen de dorpskernen.
Deels kan dit ook over bestaande infrastructuur (dit door deze verkeersluw te maken en als fietsstraat in te richten en vaker kiezen voor eenrichtingsverkeer (in de bebouwde kom). Hierdoor kunnen we dertig kilometer aan snelfietsroutes al in 2030 realiseren. De huidige snelfietsroutes maken we onderdeel van de GGS. o Een veiligheidsupdate van het bestaande wegennet is wenselijk. Met prioriteit voor betere en veiligere fietsroutes en een uniform verkeersbeleid waarbij we aandacht aan de groene beleving en de aantrekkelijkheid van de routes voor het actieve verkeer direct meenemen. o De verbindingen voor autoverkeer naar de regio zijn, zoals ze nu zijn, ook richting de toekomst voldoende. 47
Recreatieve routestructuren om te wandelen, te fietsen en paard te rijden. De huidige snelfietsroutes maken we onderdeel van de GGS. De snelffietsroute via Oss naar Nistelrode was al voor 2022 gerealiseerd en de snelfietsroute van Nistelrode via Uden naar Veghel zijn onlangs gerealiseerd.
48
We creëren plekken om tot rust te komen •
We richten meer natuurlijke verblijfplekken in de open lucht in. Deze plekken kunnen onderdeel van de GGS uitmaken. o Groene omgevingen lenen zich goed om te ontstressen. Daarom richten we plekken hier bewust voor in. o Uitzicht op groen werkt al stressverlagend, daarom vergroenen we onze kernen. o We treffen indien wenselijk voorzieningen om het verblijf in de openbare ruimte aangenaam te maken. • Vanuit de kernen ontsluiten we het buitengebied beter voor wandelaars en fietsers. o De lagere dynamiek in het buitengebied prikkelt zintuigen anders. Door de verbindingen tussen de kernen en het buitengebied te verbeteren kunnen mensen hier gemakkelijker van profiteren. o In het buitengebied stellen we meer gebieden open en verbeteren we de toegankelijkheid en aantrekkelijkheid om te wandelen.
We stimuleren ontmoetingen Eenzaamheid onder ouderen en jongeren is een groeiend probleem. We willen er alles aan doen om mensen de kans te geven te ontmoeten en te verbinden. Niemand hoeft zich in Bernheze eenzaam te voelen. • Openbare ruimte bewust inrichten op het elkaar (onverwachts) ontmoeten. o In de groene gezonde structuren brengen we bewust verschillende doelgroepen samen, zodat de kans op (onverwachte) ontmoetingen groter is. o We nodigen mensen uit om gebruik te maken van de openbare ruimte en daarin zichtbaar te zijn. Daarom geven we prioriteit aan het actieve verkeer. Tijdens het (samen) wandelen, fietsen, sporten en spelen ben je zichtbaar en is de kans op interactie groter dan in de anonimiteit van een auto. o We nodigen mensen uit actief (met elkaar) aan de slag te gaan in de openbare ruimte. Dit kan bijvoorbeeld in het groenonderhoud. Door zichtbaar aanwezig te zijn in de openbare ruimte draagt dit bij aan ontmoetingen, wat in combinatie met de activiteit zelf weer bijdraagt aan mentale/fysieke gezondheid. Dit kan voor groepen ook vanuit de dagbesteding. Het IVN is een gewaardeerde partner bij het natuurinclusief groenbeheer. o Voedseltuinen en -bossen zijn ontmoetingsplekken, voor mensen die mee willen doen of iets willen veranderen in hun eigen leefomgeving, naast dat ze voedsel opleveren.
Hier willen we, in overleg, meer ruimte aan geven bij voorkeur nabij de kernen in als onderdeel van de GGS. • We stimuleren het organiseren van activiteiten die bijdragen aan ontmoetingen. o (Georganiseerd) kennis delen over groen en gezondheid draagt bij aan ontmoetingen tussen mensen. Daarom bieden we hier in onze openbare ruimte voor (kennis) wandelingen, hiervoor werken we samen met organisaties als het IVN. o Het actieve verenigingsleven koesteren we en versterken we.
49
We zorgen voor elkaar •
We creëren een gevoel van gemeenschap. o De inrichting van de openbare ruimte is gericht op elkaar zien en ontmoeten. o We richten de openbare ruimte bewust in voor verschillende doelgroepen en laten ook doelgroepen samen komen, die anders minder met elkaar in aanraking komen. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat we een speeltuin voor kinderen bewust aanleggen in de buurt van een verzorgingshuis, zodat ouderen zicht hebben op spelende kinderen. o We stellen ruimte beschikbaar in gemeenschapshuizen om elkaar te ontmoeten en met elkaar in gesprek te gaan o In de gemeenschapshuizen kunnen bewoners informatie krijgen over de gemeente en (financiële) hulp krijgen als het (even) tegenzit. o Meewerken in verenigingen/maatschappelijke initiatieven bevordert (het leren) samenwerken, het samen zorg dragen voor iets en een trots gevoel. • We delen de opbrengst (oogst) uit onze openbare ruimte. o We stellen openbare ruimte beschikbaar voor initiatieven, waarbij inwonerscollectieven werken aan eetbaar groen in onze openbare ruimte. De oogst die dat oplevert is van iedereen die meewerkt (recht van oogst). o We kiezen met ons openbaar groen voor veel variatie en zoeken daarbij naar meerwaarde voor mens en dier. Waar mogelijk richten we eetbaar groen (noten, vruchten) in.
o Andere vormen van openbaar groen, zoals tiny forests, voedselbossen en fruitbomen zien wij als uitgelezen kans om bij georganiseerde groepen in onze gemeente neer te leggen. Bij dergelijke initiatieven als voedselbossen en moestuinen in de openbare ruimte bouwen mensen recht van oogst op door mee te werken. • We zetten steviger in op het zelforganiserend vermogen van de gemeenschap. o Door functies en woningen te diversifiëren, brengen we verschillende doelgroepen samen, bijvoorbeeld jong en oud. Een goede mix aan mensen in een buurt kan betekenen dat buren meer voor elkaar kunnen betekenen. o Wanneer mensen het beheer van (een deel van de) openbare ruimte zelf willen organiseren dan bieden we daar, in overleg, ruimte aan. We werken dit uit in een Right2Challenge in Bernheze o We moedigen het aan om meer te delen (in coöperatie verband), waardoor we ruimte anders kunnen inrichten. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan het bezit van een auto, gereedschap en energieopwekking en - opslag. • Agrarische bedrijven die verbreden met zorg- of maatschappelijke functies ondersteunen we. o Naast voedselproductie geven veel agrariërs aan graag nevenactiviteiten te willen ontplooien. We stimuleren nevenactiviteiten met een maatschappelijke functie, mits ze passen in de andere ambities in deze visie .
o Het stimuleren van bewegen en ontmoeten in het buitengebied faciliteren we graag samen met de agrarische bedrijven als onderdeel van die nevenactiviteiten. o We bieden nieuwe zorgconcepten, zoals farmcommunities en andere woonvormen voor ouderen, meer de ruimte. Zeker concepten die ouderen en jongeren aan elkaar verbinden vinden we interessant. • Ook voor onze erfgoedlocaties verkennen we de mogelijkheid voor verbreding met zorg- of maatschappelijke functies. o We onderzoeken met de Abdij van Berne, of een diversiteit aan woon-zorgconcepten mogelijk is. Dit ontwikkelen we bij voorkeur in co-creatie met zorginstellingen als Laverhof. 50
Onze openbare ruimte is van en voor iedereen •
Toegankelijkheid is de norm, ontoegankelijkheid is de uitzondering o We zijn een inclusieve en toegankelijke gemeente. We richten de openbare ruimte op bepaalde plekken zo in, dat iedereen een plek heeft om zich thuis te voelen. Dit betekent bijvoorbeeld dat we op plekken waar veel ouderen komen, meer zitmogelijkheden creëren. o We houden rekening met de toegankelijkheid van onze openbare ruimte, zorgen voor prikkelarme zones en zorgen dat iedereen zonder belemmeringen deel kan nemen aan de samenleving. o We vinden het een kwaliteit van onze gemeente dat we stille plekken (vaak gecombineerd met donkerte) hebben. Deze kwaliteit behouden we graag. o We bieden in de openbare ruimte een aantal plekken aan waar het goed vertoeven is. Dit zijn, zeker voor mensen met een smalle beurs, plekken die als ‘uitje’ kunnen fungeren. Denk aan een bijzondere speelplek of een recreatieplas (bijvoorbeeld in het beekdal).
51
4.3.2 Leefbare kernen Met de omgevingsvisie willen we het volgende graag bereiken: We creëren aantrekkelijke kernen waar het fijn wonen is voor een goede leeftijd mix aan mensen, door innovatief, groen en compact te bouwen en te ondernemen. Komende jaren hebben we een forse woningbouwopgave. Het is noodzakelijk deze opgave te combineren met het behouden en versterken van aantrekkelijke kernen waar het fijn wonen is. We staan voor de opdracht om vele woningen te bouwen en dit op een fatsoenlijke manier te realiseren zodat we direct een kwalitatieve slag maken. Dit doen we bijvoorbeeld door het woningaanbod diverser te maken. Met een diverser woningaanbod behouden we verschillende doelgroepen in onze kernen of trekken we deze aan. Aan de andere kant, met de innovatieve, groene en compacte manier van bouwen stimuleren we innovatieve bouwvormen. Deze innovatieve bouwvormen zijn beter voor de omgeving en hiermee bouwen we op een manier waardoor het in een veranderend in de stedelijke De bevolkingsgroei geleidelijk af door de toenemende sterfte en lagere klimaat goed engebieden. veilig wonen blijft in de neemt kernen. natuurlijke groei.
Hoe moet je het thema leefbare kernen lezen?
In de gemeente Bernheze wordt een stijging van het aantal inwoners verwacht. Volgens de provinciale prognoses gaat het om een stijging van 2.675 inwoners tot 2040, ofwel een stijging van 7,9%. Dit Vanwege de grote verscheidenheid aan onderwerpen die allemaal te maken hebben met de percentage ligt in lijn met het percentage in heel Noord-Brabant. Deze groei zit met name in de aanwas van leefbaarheid de kernen, beschrijven het verschillende onderdelen. Het 3 internationalein werknemers en in mindere matewe door de thema aanwas opgedeeld van inwoners in uit omliggende gemeenten. thema begint met deineigenschappen van kernen dieNederland, karakteristiek zijn.rond Vervolgens schetsen we De natuurlijke aanwas de gemeente, maar ookde in de rest van ligt al jaren de 0 of is zelfs hetnegatief. toekomstige karakter vandeze de kernen in hetaanwas algemeen (groen, en natuurinclusief). De verwachting is dat lage natuurlijke in Bernheze deklimaatadaptief komende jaren zo blijft.
Daarna geven we aan hoe we de kernen graag verder ontwikkelen (via inbreiding). Afsluitend Vergrijzing vergroening geven we in en deze omgevingsvisie een tipje van de sluier voor de mogelijkheden voor mobiliteit. In de gemeente Bernheze wordt volgens de voorspellingen sterke van hetprogramma aandeel ouderen We duiden de doelstellingen en werken deze later een uit in hettoename thematische ‘Mobiliteit en (75+) verwacht. Dit stijgt van 9,4% in 2021 tot 16,4% in 2040. Het aandeel 65 tot 74-jarige stijgt inwe mindere Infrastructuur’ onder de Omgevingswet. Tot slot gaan we in op de wijze waarop komen tot de mate van 12,1% tot 12,7%.4 Deze procentuele stijging van het aantal ouderen is in de gemeente Bernheze duurzame en leefbare kernen door de cultuuromslag die voortkomt uit de Omgevingswet voor zowel een stuk hoger dan het gemiddelde van Noord-Brabant. Door de naoorlogse geboortegolf en de oplopende initiatiefnemers als overheid. levensverwachting blijft dit aantal stijgen. De sterke stijging van het aantal ouderen is zichtbaarder in landelijke dan in stedelijke gebieden.
Leeftijdsopbouw in Bernheze (2000, 2020 en 2040)
2000 0-4 jaar
2020 0-4 jaar
2040 0-4 jaar
10-14 jaar
10-14 jaar
10-14 jaar
20-24 jaar
20-24 jaar
20-24 jaar
30-34 jaar
30-34 jaar
30-34 jaar
40-44 jaar
40-44 jaar
40-44 jaar
50-54 jaar
50-54 jaar
50-54 jaar
60-64 jaar
60-64 jaar
60-64 jaar
70-74 jaar
70-74 jaar
70-74 jaar
80-84 jaar
80-84 jaar
80-84 jaar
90-94 jaar
90-94 jaar
90-94 jaar
Bron: de staat van Bernheze, februari 2022
52
Trends & ontwikkelingen Woningbouw Bij nieuwbouw locaties dient 30% sociale woningbouw te zijn. (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2022). In 2021 behoorde 18% van de totale woningvoorraad in Bernheze tot de sociale huurvoorraad (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2021). Circulariteit In 2050 zijn we 100% circulair en bouwen we CO2 neutraal. In 2030 moet volgens het programma ‘Nederland Circulair in 2050’, 50% van de grondstoffen bestaan uit niet-primaire grondstoffen (Het ministerie van Infrastructuur en Milieu & het Ministerie van Economische Zaken, 2016). Onder niet-primaire grondstoffen verstaan we onder andere hout, stro en vlas, primaire grondstoffen zijn bijvoorbeeld mineraal, fossiel en metalen. Klimaatneutraal In 2050 moeten we 95% minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990 (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 2019). Dat betekent meer energiebesparing, meer duurzame energieopwekking en verdere elektrificatie binnen de gebouwde omgeving, industrie, landbouw en mobiliteit. Om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn, scherpt het kabinet het doel voor 2030 aan tot tenminste 55% CO2-reductie waarbij het beleid zich zelfs richt op 60% om dit zeker te halen. (Rijksoverheid, 2021).
In de periode 1990 - 2020 is een reductie van 25% gerealiseerd, waardoor in het restant van dit decennium grote stappen te zetten zijn om het doel van 55% tot 60% broeikasgasreductie te halen. Demografie Naar verwachting neemt het aantal inwoners van Bernheze tot 2040 toe met 2.675 (7,9%). Deze groei zit met name in de aanwas van internationale werknemers en – in mindere mate – in de aanwas van inwoners uit omliggende gemeenten. De gemeente Bernheze krijgt te maken met een sterke vergrijzing. Volgens de voorspellingen is in 2040 29% van de inwoners 65 jaar of ouder. Met name het aandeel 75-plussers stijgt hard. Huishoudens Door de sterke toename van het aantal eenpersoonshuishoudens en – in mindere mate- een toename van het aantal eenoudergezinnen is sprake van gezinsverdunning. Daardoor neemt het aantal huishoudens toe. Eenpersoonshuishoudens zijn voornamelijk ouderen en jongvolwassenen. De komende twintig jaar wordt een sterke stijging voorzien in het aandeel alleenstaande 75-plussers. 53
Richtinggevende samenvatting leefbare kernen Onze dorpskernen willen we ook in de toekomst leefbaar houden. . We onderscheiden de volgende richtinggevende ambities. 1. Identiteit van de kernen versterken Elke kern onderscheidt zich. De karakters van onze diverse kernen versterken we. Hoe we dit precies doen en een precieze beschrijving (van de karakters) van de kernen werken we in de komende jaren uit in een programma per dorpskern. 2. Innovatief, compact, betaalbaar wonen We staan voor een enorme woningbouwopgave. Door innovatief in te breiden met een compact, betaalbaar en divers woningaanbod, zien we kansen om deze woningbouwopgave te combineren met de eerder genoemde opgaven. We willen een grote variatie aan woningen, die aansluit bij de behoefte. Bijzonder aandacht geven we aan de toename aan ouderen woningen, gezien de vergrijzing van de komende 20 jaar. Omdat we tempo willen maken, zullen we ook in de kernranden gaan bouwen. Gezondheid, groen, klimaat, landschap en water zullen sturend zijn bij het bepalen van de locatie en de inrichting. 3. Groen, klimaatadaptief en circulair Om de kernen goed op de toekomst voor te bereiden, werken we aan groene, klimaatadaptieve en natuurinclusieve kernen. Groen, omdat we inmiddels weten dat dat bijdraagt aan een positieve gezondheid.
We gaan werken met een groennorm, om zeker te stellen dat ook onze kwetsbare medemens voldoende ruimte heeft om te spelen, te bewegen en te ontmoeten. De weersextremen van droogte en hitte tot wateroverlast komen steeds vaker voor en dat betekent dat we onze kernen klimaatadaptief maken. Vasthouden van water, afkoppelen van regenwater van rioolwater en minder tegels en andere verharding dragen bij aan infiltratie van regenwater in de bodem. Bij grote wateroverlast zullen we echter nabij de kernen op zoek gaan naar tijdelijke waterbergingsgebieden. Met natuurinclusieve kernen zorgen we dat de flora en fauna mee kan profiteren van onze gebouwde omgeving. Zowel in het groen als in en op de gebouwen. In de Peelhorst en het beekdallandschap zijn we terughoudend met bouwen en de aanleg van zonneparken. 4. Vitale dorpscentra Met behoud van het dorpse karakter kiezen we voor compacte, aantrekkelijke en vitale dorpscentra. 5. Meer prioriteit aan langzaam verkeer en ontmoedigen doorgaand verkeer Om de aantrekkelijkheid van onze hele gemeente te vergroten geven we meer prioriteit aan voetgangers en fietsers. We kiezen voor autoverkeersluwe en verkeersveilige kernen en een buitengebied met veilige en aantrekkelijke routes voor wandelen en fietsen. Hoe we dat precies doen, werken we later uit in een programma, in deze visie stellen we een aantal ambities op hoofdlijnen voor.
Bovenlokaal verkeer leiden we snel af naar de snelwegen A50 en A59 en de provinciale weg N279 en zo voorkomen we onnodig verkeer over ons smalle wegennet. We willen op het huidige niveau het openbaar vervoer handhaven en slimmer maken. Zo willen we er voor zorgen dat er geen vervoersarmoede ontstaat. 6. Aantrekkelijk wonen en leven Bernheze is een gemeente waar men naar elkaar omziet. Dat willen we zo houden. Dat stelt eisen aan wat we bouwen, hoe we wijken inrichten en voor wie we bouwen. Een gezonde leeftijdsmix en ruimte voor diverse combinaties van wonen en zorg en andere voorzieningen stellen we centraal. Sommige naoorlogse wijken willen we revitaliseren.
54
7. Duurzame kernen We maken onze kernen duurzaam. Dat betekent dat we in rap tempo meer circulair, CO2 neutraal, gasloos en natuurinclusief worden. 8. Veilige leefomgeving Onze kernen maken onderdeel uit van een veilige leefomgeving. Naast de meetbare veiligheid (rationeel) hebben we ook aandacht voor de beleefde veiligheid. We hanteren het principe dat bij florerende en innoverende ondernemingen ondermijning geen kans maakt. 9. Ruimte aan inwonersinitiatieven Inwoners en ondernemers nodigen we uit om bij te dragen aan de ambities van de omgevingsvisie. We geven als gemeente daarom ruimte aan inwonersinitiatieven.
55
56
OMGEVINGSVISIE BERNHEZE 2040
Leefbare kernen Legenda Bestuurlijk & bebouwing
Landschappelijk
Infrastructuur
57
We versterken de karakters van onze diverse kernen •
De identiteit van elke kern is uniek en vraagt om een gerichte aanpak o Een belangrijke kwaliteit van de gemeente Bernheze is de diversiteit van de verschillende kernen. Dat willen we zo houden. o Met de voorstellen in deze omgevingsvisie sluiten we aan bij het eigen karakter van de kernen en versterken dit karakter. o We zetten ook in op het versterken van de relatie tussen kern en het omliggende landschap. Dat betekent bijvoorbeeld voor Heeswijk-Dinther dat nog meer zichtbaar wordt dat de kern ligt tussen de Aa en de Leijgraaf. Nistelrode is daarentegen een kern die op de horst ligt met de westelijk gelegen peelrandbreuk. De kenmerken kun je versterken door bijv. vormgeving, materiaal gebruik in de bouw en infrastructuur, beplantingskeuze en integreren van de wijstverschijnselen in nieuwe ontwikkel o De ambities werken we verder uit in een gebiedsgericht programma onder de omgevingswet waarin we per kern inclusief de directe omgeving de ambities uitwerken.
We breiden innovatief in: compact, betaalbaar en met een divers woningaanbod • •
De gemeente voert een actief beleid om de woningbouw te concentreren in en nabij de kernen. We breiden onze kernen in met onder andere innovatieve en compacte bouwmethodes. Voorwaarde is dat het groene en dorpse karakter behouden blijft. o We bouwen met name voor de lokale woonbehoefte in de toekomst, zowel kwantitatief als kwalitatief, waarbij we ons realiseren dat we: o Een tekort hebben aan 55+ woningen in verband met de sterk toenemende vergrijzing na 2030. Deze groep woont momenteel in (voor hun te ruime) eengezinswoningen (Gemeente Bernheze, 2022). o Een tekort hebben aan starterswoningen voor jongeren en jonge gezinnen. o We zorgen voor meer variatie in het type woningen, zodat we verschillende doelgroepen aanspreken. Die variatie geven we speels vorm bij het inbreiden, om te zorgen dat het dorpse karakter behouden blijft. Dat betekent dat we op de ene plek kiezen voor verdichten en op andere plekken juist voor een (organische) verdunning of revitalisering van ‘groenarme’ wijken. o Duurzame bouwprojecten, passend binnen de visie, krijgen voorrang bij bouwaanvragen. Met duurzaam bedoelen we met name circulair, natuurinclusief, energieneutraal en met een lage ecologische voetafdruk.
• We hechten aan snelheid in het bieden van ruimte voor meer woningen o Dit doen we bij voorkeur door inbreiding in de kernen, maar wanneer inbreiden door de complexe eigendomssituatie op korte termijn niet mogelijk is, gaan we de kernen uitbreiden op de zogenaamde uitleglocaties. Bij het zoeken naar geschikte uitleglocaties hanteren we meerdere normen: o bodem en water sturend; o klimaatadaptief en natuurinclusief; o aansluiting op groene gezonde structuren; o landschappelijk passende inrichting & vormgeving en beplantingskeuze o en beschikbaarheid van een geschikte ontsluiting van de uitleglocatie. o We reserveren een ruime zone voor uitleglocaties bij alle kernen voor woningen, voorzieningen en groene gezonde structuren. Het tempo is uiteindelijk afhankelijk van de afspraken met rijk, provincie en regio.
58
o De verhouding van het type woningen voor de verschillende doelgroepen, laten we ook afhangen van de noodzaak om het voorzieningenniveau in de kernen op peil te houden. In sommige kernen kan dat bijvoorbeeld betekenen dat we meer bouwen voor jonge gezinnen. • Betaalbaarheid van (een deel van) het woningaanbod is noodzakelijk om iedereen een kans te bieden. Dit bereiken we bijvoorbeeld door: o prefab constructies te gebruiken; o het benutten van lokale grondstoffen; o tijdelijke constructies toe te staan, waarvoor goedkopere materialen gebruikt kunnen worden; o kleinere woonunits toe te voegen die aantrekkelijk zijn voor één- of tweepersoonshuishoudens. • We zorgen voor meer variatie in het woningaanbod door onder meer de doorstroming te bevorderen en daarmee ook de kansen voor starters te vergroten. o We geven prioriteit aan starterswoningen om meer mogelijkheden voor jongeren te creëren. Op korte termijn is in de kernen Vorstenbosch en Loosbroek aandacht voor verjonging gewenst, maar dit vraagstuk geldt uiteindelijk voor heel Bernheze. o Met de toenemende vergrijzing werken we aan een aantrekkelijk woningaanbod voor ouderen. Door deze doorstroming op gang te brengen komen gezinswoningen (weer) beschikbaar voor gezinnen.
o Om het woningenaanbod te diversifiëren en de doorstroming te bevorderen, denken we aan: o flexwoningen en (tijdelijke) tiny houses of startersunits, we verwachten een substantieel grotere vraag naar deze woningen; o generatiewoningen; o mantelzorgwoningen; o splitsing van grotere woningen, duo-wonen en/of kangoeroe-woningen (ook voor de combinatie met verschillende doelgroepen zoals jong & oud); o ‘Ruimte voor ruimte’ inzetten voor kleinere woningen.
Onze kernen zijn groen, klimaatadaptief en natuurinclusief •
We zetten in op veel meer groen en blauw in en nabij onze kernen. o Dit is voor het grootste gedeelte grondgebonden groen, bestaand en nieuw. Ruimte voor nieuw groen vinden we door overbodig ‘grijs’ te verwijderen of door het revitaliseren van naoorlogse wijken en andere groenarme wijken. Op het moment dat we de openbare ruimte gaan (her)inrichten hebben we hier aandacht voor. Dit vraagt maatwerk. We maken daarbij een duidelijke keuze voor meer groen en verwachten dat door de mobiliteitstransitie (grijze) parkeerruimte en een te ruim verhard oppervlak beschikbaar komt om te vergroenen. o Naast het grondgebonden groen realiseren we ook groen op daken en gevels. o Daar waar geen ruimte is voor meer groen in met name groenarme wijken, worden wat grotere nieuwe groenlocaties gezocht in de directe nabijheid, zodat op loopafstand groen bereikbaar is voor elke inwoner. Kleine snippers groen met lage beplanting hebben niet onze voorkeur. Deze zijn duur in beheer en voegen weinig toe aan omgevingskwaliteit. 59
o Het groen, zowel de omvang, de kroonprojectie als de kwaliteit behouden we in de kernen. Bij de herinrichting van de openbare ruimte en het realiseren van inbreiding laten we de oppervlakte en kwaliteit van het openbaar groen zwaar meewegen. Dit vereist maatwerk. Soms betekent dit dat we moeten over gaan tot compensatie. In deze gevallen zorgen we dat we meer of beter groen terug krijgen dan dat is verdwenen. o Met een gemeentelijk groenfonds maken we deze ontwikkeling ook financieel mogelijk. Dit fonds wordt gevuld vanuit de initiatiefnemer die op de inbreidingslocatie onvoldoende ruimte vindt voor het ontwikkelen van voldoende groen. Dit is een laatste redmiddel en mag slechts in uiterste gevallen uitkomst bieden. en van Ook bouwprojecten in het duurdere segment zouden een wat grotere bijdrage kunnen leveren aan openbaar groen elders in de dorpskernen. o Voor nieuwe uitleglocaties hanteren we een groennorm die we in het Groenstructuurplan verder uitwerken. o De gemeente en de wooncorporaties nemen bijzondere verantwoordelijkheid voor bewoners die afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van woningen in het sociale- en midden-huur & koop. We vinden dat een gezonde groene leefomgeving ook voor deze doelgroep in de buurt beschikbaar moet zijn. De gemeente overlegt met de woningbouwcorporaties en samen dragen ze zorg dat deze woningen betaalbaar blijven.
De gemeente draagt zo nodig een deel van de kosten voor een groene en gezonde leefomgeving. o In de openbare ruimte zoeken we actief naar nieuwe kansen om verder te vergroenen o We stimuleren onze inwoners om groen en blauw aan hun eigendom toe te voegen door ‘tegels te wippen’, waarbij we denken aan groene tuinen, gevels, daken en afkoppeling van hemelwater van het riool, zodat het in de tuinen, in het openbaar groen of in omliggende infiltratievelden infiltreert • Het huidig gemiddelde aan oppervlakte openbaar groen mag in geen geval dalen en waar mogelijk en wenselijk vergroenen we. Dit doen we, zodat voldoende groen voor iedereen beschikbaar is en het groene karakter van de gemeente behouden blijft. o Bestaand groen koesteren en beschermen we. Ook werken we actief aan het verhogen van de biodiversiteit en het vergroten van het waterbergend vermogen in het bestaande groen. o De meest versteende wijken geven we voorrang bij verdere vergroening o Bij uit- en inbreidingen hanteren we onze groennorm (in het Groenstructuurplan) voor openbaar groen om te borgen dat we voldoende toegankelijk groen realiseren. Daar kunnen we in uitzonderlijk gevallen gemotiveerd van afwijken, waarbij voldoende, toegankelijk (via de GGS) en aantrekkelijk nieuw groen in de directe nabijheid van de nieuwbouwlocatie een alternatief is.
• Onze kernen richten we klimaatadaptief in, ook voor de meer extreme weersomstandigheden o Dit vraagt om slimmigheden in de bouw om de nadelen hiervan zoveel mogelijk op te vangen, zoals goede isolatie, groene daken, lichte gevels, goede oriëntatie ten opzichte van de zon en regenwaterberging. o Meer ruimte voor oppervlaktewater draagt bij aan het klimaatbestendig worden van de gemeente en biedt recreatieve mogelijkheden.
60
o Meer ruimte voor water en groen kan ook ontstaan door parkeerkelders of parkeerdaken. o Waar mogelijk slaan we regenwater op, zodat we in tijde van droogte planten en bomen kunnen voorzien van water. o We herstellen de hydrologische randvoorwaarden zodat het vasthouden van water de norm is. • Onze kernen richten we natuurinclusief en gezond in, zowel het groen als het bebouwde deel o Hiermee verbinden we ook mensen met hun natuurlijke omgeving o We bieden meer rust-, nest- en voedselplekken voor dieren. o We pakken de kansen om meer kwetsbare en beschermde planten- en diersoorten binnen de dorpskernen ruimte te geven o Hiermee bieden we ook een goede voorwaarde voor de leefbaarheid van de kernen • Groen combineren we zoveel mogelijk met andere opgaven. We zien groen niet enkel als mooi (esthetiek), maar als een probleemoplosser, om dit effect zo groot mogelijk te maken combineren we het met andere opgaven zoals klimaat, recreatie en bewegen, biodiversiteit en ontmoeten. o Deze combinaties zoeken we in het bijzonder binnen de groene gezonde structuren (uitgewerkt in het thema gezonde leefomgeving). o We combineren groen met speel- en sportvoorzieningen. o Groen draagt bij aan het vergroten van klimaatadaptieve mogelijkheden (waaronder het vast houden van water, schaduwlevering en het verkoelen van de omgeving).
o We creëren meer ruimte voor groen in combinatie met recreatief wandelen en fietsen. Dit doen we door onze kernen meer autoluw te maken. Lagere snelheden, nieuwe gedeelde mobiliteitsconcepten, verplaatsen van parkeerruimte, minder wegen, parkeren op grotere afstand van de woningen, minder verharding door smallere wegen, voetgangers en verkeer in woonbuurten meer te combineren (shared space). o We willen meer ruimte bieden in de directe nabijheid van de kernen aan initiatieven gericht op lokaal (biologisch of regeneratief) voedsel en/of eetbaar groen. Zo zorgen we dat mensen zich verbinden aan de productie van voedsel en zo ook aan elkaar. Daarom bieden we ruimte aan pluktuinen, voedselbossen en aan concepten als herenboeren of wijktuinen. Deze lokale voedselgebieden richten de initiatiefnemers in met een diversiteit aan gebiedseigen planten zodat deze plekken maximaal bijdragen aan natuurinclusiviteit en het herstel van de biodiversiteit. De aantrekkelijkheid van de dorpskernen willen we nl. graag samen met onze inwoners vormgeven. Het groen vormt daar een wezenlijk onderdeel van. • In de Peelhorst en het beeklandschap van de Aa en Leijgraaf en andere gebieden die vanuit het principe ‘bodem en water sturend’ niet geschikt zijn gaan we terughoudend om met nieuwe of uitbreiding van gebouwen. Bij voorkeur neemt het oppervlakte bebouwd gebied zelfs af.
Dit komt onder andere doordat bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Agrariërs die stoppen of verhuizen naar een andere locatie met meer perspectief kunnen in deze gevallen er voor kiezen om de bedrijfsgebouwen via de VAB impuls af te breken en zo ook bij te dragen aan de landschappelijke en natuurlijke waarden het gebied van de Peelhorst en het beekdallandschap. • Door het vergroenen van de kernen versterken we fysieke en sociale verbindingen o Doordat we gaan bouwen aan een netwerk van groene gezonde structuren, zoals eerder beschreven bij het thema ‘gezonde leefomgeving’ richten we robuust groen in dat in verbinding staat met de grotere bos- en natuurgebieden.
61
Onze kernen hebben een aantrekkelijk en vitaal dorpscentrum •
We zetten in op dorpscentra met een passende mix van wonen, werken, ontmoeten, recreëren en verblijven. o We wijzen compactere dorpscentra per kern aan om de vitaliteit te waarborgen en leegstand te voorkomen. De aanwijzing van de compacte dorpscentra werken we verder uit in de gebiedsgerichte programma’s per kern. o We stimuleren werkconcepten waar werken en ontmoeten centraal staat. • We zetten in op het behoud van het dorpse karakter en voldoende basisvoorzieningen. o Dit doen we door een passend (basis) aanbod van voorzieningen te stimuleren. o Lokaal kopen stimuleren we hier. o Met de realisatie van goede (basis) voorzieningen, beperken we onnodige vervoersbewegingen en zetten we zo in op een reductie van de CO2 emissies.
Verkeersluwe kernen en buitengebied met meer prioriteit voor wandelen en fietsen De wijze waarop we verkeersluwe kernen en buitengebied realiseren werken we uit in het thematische programma onder de Omgevingswet “Mobiliteit en Infrastructuur”. Deze verwachten we vast te stellen in 2024. De doelstellingen van dit programma zijn: 1. Actief verkeer (wandelen en fietsen) krijgt prioriteit boven gemotoriseerd verkeer, omdat we gezondheid in het straatbeeld prioriteit geven. We legen prioriteit in de dorpskernen. 2. Doorgaand gemotoriseerd verkeer ontmoedigen we in de kernen, om te beginnen met het vrachtverkeer. 3. We stimuleren deelmobiliteit 4. We verduurzamen het verkeersaanbod, om te beginnen met het vrachtverkeer in de kernen. 5. Verkeersveiligheid staat voorop. De veiligheid voor kwetsbare weggebruikers krijgt prioriteit. 6. Het groen, de sloten, open ruimte en de karakteristieke lanen langs de wegen vormen kernwaarden voor het landschap en de biodiversiteit. Deze hanteren we als uitgangspunt voor het aanpassen van het stelsel van infrastructuur. 7. Afwikkeling van bovenlokaal verkeer vindt plaats via de N279, A50 en A59 en niet door het smalle wegennet van Bernheze. 8. Donkerte is een kernwaarde voor de biodiversiteit. Verlichting van wegen, indien noodzakelijk, houdt rekening met deze kernwaarde. 9.
Parkeren van bezoekers van bedrijven mag niet leiden tot overlast voor andere lokale ondernemers en inwoners.
62
10. We verlagen de parkeernorm stapsgewijs, om te beginnen bij nieuwbouw en het herstructureren of revitaliseren van het openbaar gebied van wijken. 11. De infrastructuur van Bernheze richten we circulair, leefbaar, natuurinclusief en klimaatadaptief in. 12. In het centrum van de kernen dragen we zorg voor een inclusieve inrichting voor bijvoorbeeld rolstoelgebruikers, slechtzienden en dementerenden. Dat betekent bijvoorbeeld brede trottoirs.
De onderstaande suggesties wegen we nader af en werken we verder uit in het programma onder de Omgevingswet “mobiliteit en infrastructuur”: •
Actief verkeer (wandelaars en fietsers) krijgt prioriteit boven gemotoriseerd verkeer. o
Verkeersverbindingen voor actief verkeer geven we meer prioriteit en richten we aantrekkelijk en sociaal veilig in, bij voorkeur in combinatie met groen.
o
Speciale aandacht hebben we voor veilige fietsroutes rondom scholen.
o
In de kernen is de maximale snelheid dertig kilometer per uur. We richten woon- en winkelerven in waar
o o
alleen stapvoets gereden mag worden. We onderzoeken mogelijkheden om de snelheidsbeperkingen in de kernen realiseerbaar te maken en daar de handhaving op aan te passen. We faciliteren zoveel mogelijk rechtstreekse fiets- en wandelverbindingen vanuit de wijken naar de voorzieningen als winkels, sport en uitgaan. Goede voorzieningen, zoals stallingen en veilige routes zijn
dan belangrijk. o
We zorgen voor veilige en aantrekkelijke fietsroutes naar de voorzieningen in de regio (Oss, Uden, Veghel, Schijndel, St Michielsgestel en Den Bosch).
o
Voor recreatief verkeer en (snel)fiets verkeer leggen we aparte routes aan tussen de kernen en met de
omliggende stedelijke gebieden. Dit doen we door wegen verkeersluw te maken en/of eenrichtingsverkeer
in te voeren, of door nieuwe vrij liggende paden bij voorkeur op verdwenen routes uit het verleden. In
2030 is zo al dertig kilometer ingericht.
o
We zetten in op het scheiden van verkeersstromen, door bijvoorbeeld vrij liggende fiets- en wandelpaden,
zo nodig fietsstraten of zelfs het tot wel 30% onttrekken van het smalle wegennet in het buitengebied
aan gemotoriseerd verkeer en de vrijgekomen ruimte ten goede laten komen aan actief verkeer. Via
deze aanpak zetten we in op meer recreatie in bijvoorbeeld de kern Nistelrode. Vanzelfsprekend zorgen
we dat het landbouwverkeer op een adequate wijze de aan- en afvoer van producten kan afhandelen.
o
We onderzoeken de mogelijkheden om het overige verkeer in het buitengebied te ontvlechten.
o
Verkeersaantrekkende voorzieningen en initiatieven die leiden tot een toename aan gemotoriseerd
verkeer op wegen die nu al overbelast zijn vermijden we.
63
•
Doorgaand verkeer weren we uit de kernen. o
We onderzoeken in hoeverre een randweg bij Nistelrode en Heeswijk-Dinther kan bijdragen aan het
verminderen van de verkeersdruk in de kernen in vergelijking met andere maatregelen om doorgaand
verkeer te weren uit de kernen. Bij het ontwikkelen van de variant van een randweg dient de inrichting
van de omgeving van de randweg integraal bij te dragen aan andere opgaven, zoals herstel van de
wijstgronden, klimaatadaptatie, biodiversiteit, cultuurhistorie en groene gezonde verbindingen.
o
Het doorgaande verkeer leiden we altijd af naar de hoofdontsluiting van snelwegen en de provinciale
weg Veghel-Den Bosch. Daarnaast krijgen de radiale wegen naar deze hoofdontsluiting vanuit de kernen
krijgen een veiligheidsupdate.
o
Vrachtverkeer en landbouwverkeer ontmoedigen we in de kernen.
o
Hiermee zetten we ook in op het autoluw maken van Heesch, Heeswijk – Dinther en Nistelrode voor
doorgaand verkeer. •
We stimuleren deelmobiliteit, zodat minder gemotoriseerd verkeer nodig is en stimuleren we verschillende mobiliteitsvormen (per rit). o
o
Voor dit verkeer werken we met drie mobiliteitshubs (nabij Heesch, Nistelrode en Heeswijk-Dinther), waarmee we de benodigde uitstoot en verkeer- en parkeerruimte beperken. We bevorderen zelfrijdende duurzame voertuigen die parkeren buiten deze hubs uiteindelijk overbodig
maken. o •
Openbaar vervoer: o
o o o •
Deelmobiliteit en andere innovatieve vervoersconcepten juichen we toe
We handhaven het huidige niveau (2023) aan openbaar vervoer-voorzieningen. Dit is het absolute minimum voor leefbare kernen. We stimuleren en faciliteren initiatieven die het mogelijk maken dat kwetsbare inwoners kunnen ontmoeten, kopen, bewegen et cetera. We werken samen in de regio, om de leefbaarheid op peil te houden met voldoende OV en vervoersarmoede te voorkomen. We steunen initiatieven die de flexibiliteit en beschikbaarheid van openbaar vervoer vergroten met nieuwe digitale technieken en op maat voorzieningen.
Het gemotoriseerd verkeer dat overblijft, is zoveel mogelijk duurzaam. Dit betekent minder geluid, minder uitstoot van fijnstof en minder gebruik van fossiele energie. o
We maken vervoer op basis van elektriciteit of waterstof aantrekkelijk met goede voorzieningen. Mobiliteit
kent een verschuiving van fossiele brandstoffen naar elektriciteit. Elektrische mobiliteit wordt gefaciliteerd
door voldoende openbare laadmogelijkheden.
o
We ontmoedigen vrachtverkeer dat op fossiele brandstoffen rijdt in de kernen om uiteindelijk dit terug
te brengen tot een kleine groep uitzonderingen. De gemeente geeft het goede voorbeeld door dit als eis
te stellen bij de gunning van bijvoorbeeld infrastructurele werken.
o o
64
We verkennen of het parkeren voor dit verkeer met minder ruimtebeslag kan, door bijvoorbeeld ondergronds te parkeren. We voeren om te beginnen milieuzones in voor vrachtverkeer in de kernen.
Aantrekkelijk wonen en leven •
We richten ons op de lokale behoefte om te wonen, waarbij goede zorg voor elkaar als kenmerk van Bernheze tot uiting komt. o In het buitengebied bieden we ruimte voor kleinschalige (ecologisch en duurzame) woonlocaties en alternatieve woonvormen (zoals boerderij- en woongemeenschappen). Kleinschalige historische erven en erfgroen in het buitengebied herstellen we hiermee. Bewoners moeten er wel mee akkoord gaan dat het wonen in een agrarische omgeving mooi is maar soms ook wat ongemakken geeft. o We bieden meer ruimte aan een divers aanbod aan woon-zorg-concepten in en nabij de kernen. • Onderwijs en kinderopvang zijn cruciaal in de kernen o In iedere kern willen we een voorziening voor peuterspeelzaalwerk en basisonderwijs behouden. Kinderen kunnen zo in de eigen omgeving opgroeien en zich ontwikkelen. o Van belang is wel dat de kwaliteit van deze voorzieningen op peil blijft. Behoud van middelbare scholen in Bernheze vergroot de leefbaarheid van de kernen en versterkt de positie van Bernheze; voortgezet onderwijs biedt een goede link naar het bedrijfsleven, een deel van onze jeugd kan hiermee in de eigen gemeente voortgezet onderwijs volgen en de aanwezigheid van voortgezet onderwijs maakt ook Bernheze een aantrekkelijke plek om te wonen nu en in de toekomst.
• Het beroep op de ruimte voor duurzame en flexibele opvang en huisvesting van de niet oorspronkelijke bevolking (afkomstig buiten Nederland) wordt naar verwachting groter. Het woning- en voorzieningenaanbod richten we hierop in. o We zorgen dat deze doelgroep deel uitmaakt van onze samenleving en de sociale binding in de buurt. We werken samen met onze inwoners aan integratie en sociale cohesie in onze buurten. Signalen over ongewenst gedrag komen zodoende snel onder onze aandacht. • Een goede verdeling huur- en koop woningen houdt de kernen aantrekkelijk voor iedereen. o Wij hechten waarde aan minimaal 30% sociale huur en aanvullend hierop voldoende sociale koop voor nieuwe woonlocaties, zoals in de woondeal met het rijk is overeengekomen. o We zorgen voor het behouden of versterken van een aantrekkelijke groene entree voor een dorpskern o De doelstellingen voor woningbouw tot 2027 nemen we onverkort over uit het bestaande beleid van de gemeente. In een uitvoeringsprogramma bouwen en wonen waarborgen we de realisatie van die doelen tot 2027. • We verkennen hoe en met wie we de naoorlogse wijken revitaliseren. De provincie en de gemeente nemen hierin samen met de eigenaren het initiatief op basis van het verstedelijkingsakkoord. o De naoorlogse wijken in Heesch zijn hier een voorbeeld van.
Dit is kansrijk, omdat Heesch immers hoog scoort op het nabijheidsprincipe ten opzichte van de NS-stations Oss en Oss-West. o Bij het revitaliseren van wijken maken we werk met werk en zorgen we voor het verduurzamen van de woningen, het realiseren van meer groen en het stimuleren van meer bewegen in gezonde groene structuren.
65
•
We bieden meer ruimte aan inclusief ontmoeten. o Maatschappelijk vastgoed richten we zo in dat het in 2030 ruimte biedt voor ontmoeting op een veilige en gezonde manier. o Vitale en aantrekkelijke centra dragen bij aan de duur van het verblijven en het aantal ontmoetingen. o Voorzieningen in de kernen trekken mensen aan. Een goede mix aan voorzieningen trekt verschillende doelgroepen aan, die elkaar zo ontmoeten. o We borgen de toegankelijkheid en bereikbaarheid voor diverse doelgroepen (bijvoorbeeld rolstoel, slechtziend, prikkelarm en dementievriendelijk).
Onze kernen maken we duurzaam •
Woningcorporaties, de gemeente, projectontwikkelaars, ondernemers en inwoners maken onze kernen duurzaam. • We introduceren een puntensysteem, waarbij ondernemers of investeerders die goed scoren op het gebied van klimaat, water, natuurinclusief, circulair, energie, CO2 en stikstof de voorkeur verdienen bij de gunning en vergunningverlening. • In 2050 is Bernheze 100% circulair, conform het landelijke beleid. o We werken ernaar toe dat alle nieuwe gebiedsontwikkelingen, transformaties en openbare ruimte in Bernheze gebaseerd is op circulaire criteria. Daaronder verstaan we materiaalgebruik met weinig druk op het milieu en een lange levensduur, of adaptief en demontabel bouwen om wisselende functies te ondersteunen. o Wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzaam geproduceerde, hernieuwbare (onuitputtelijke) en algemeen beschikbare grondstoffen. Een voorbeeld hiervan is biobased materiaal, dat is grondstof uit planten, bomen en voedselresten. We geven daarbij natuurlijk de voorkeur aan het gebruik van biobased materiaal dat door onze eigen boeren is geteeld. o We zorgen ook dat we meer bouwen met secundaire bouwmaterialen die vrijkomen bij sloop en renovatie. Dit maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele bronnen en het is beter voor het milieu.
o In 2030 moet Nederland al 50% minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiel). Deze ambitie nemen we over voor Bernheze in samenwerking met corporaties en projectontwikkelaars. o We kiezen op korte termijn voor andere bouwmethodes waardoor we 50% minder primaire grondstoffen gebruiken. o We gebruiken grondstoffen die beter (hoogwaardig) te hergebruiken zijn. • De gebouwde omgeving kent de komende jaren een verschuiving van aardgas naar duurzame warmte en elektriciteit. In 2050 moet Bernheze aardgasvrij zijn, volgend uit vastgesteld landelijk beleid. o In de Transitievisie Warmte (TVW), die iedere vijf jaar wordt geactualiseerd, krijgt deze doelstelling nader vorm. De TVW wordt vertaald naar warmteplannen en -projecten per kern. Bernheze zet daarbij in op (nieuwe) duurzame en betaalbare warmtebronnen en doet de komende jaren onderzoek naar onder meer warmte- en koudeopslag, geothermie en aquathermie.
66
o Alle nieuwbouw realiseren we aardgasvrij, ook als de wijk zelf nog met aardgas wordt gevoed. o We stimuleren het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de slimme collectieve opslag van energie. • In Bernheze neemt elke partner z’n verantwoordelijkheid om bij te dragen aan het doel van de broeikasgasreductie van 55 tot 60% in 2030 ten opzichte van 1990 en in 2050 95% minder (Klimaatakkoord). Dat betekent meer energiebesparing, meer duurzame energieopwekking en verdere elektrificatie binnen de gebouwde omgeving, industrie, landbouw en mobiliteit. In de periode 1990 - 2020 is een reductie van 25% gerealiseerd, waardoor in het restant van dit decennium grote stappen moeten worden gezet om het doel van 55% - 60% broeikasgasreductie te behalen. o De gemeente stuurt hierop bij de bouw en inkoop en sluiten aan bij de CO2 prestatieladder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). o Om het doel te behalen moet vrijwel alles dat nu bestaat worden aangepast of vervangen om de broeikasgasuitstoot in lijn met het doel te brengen. Dit is een enorme opgave wat het cruciaal maakt om deze opgave door verkeerde keuzes niet nog eens verder te vergroten. Daarom moeten alle nieuwe ontwikkelingen in lijn met de 2050 doelstelling worden gerealiseerd. Tegelijkertijd helpt deze hoge lat voor nieuwe ontwikkelingen bij het behalen van de doelen die voor 2030 zijn vastgesteld.
o Minder broeikasgasuitstoot gaat ook over grondstoffen (minder consumeren en meer hergebruiken) en de landbouw- en voedingssector. Denk bijvoorbeeld aan een meer plantaardig voedingspatroon en regeneratieve landbouw, wat een vorm van landbouw is die inzet op zowel sociale, ecologische en economische winst (Stichting Lenteland, Land van Ons, n.d.). • Nieuwe gebouwen realiseren we bij voorkeur met gebiedseigen (lokale) en biobased materialen. o We gebruiken meer biobased materialen, zodat we daarmee ook bijdragen aan het langcyclisch opslaan van CO2. o We gaan in Bernheze de productie van deze grondstoffen onderdeel maken van het verdienmodel van onze boeren. o Daarom willen we ook in Bernheze meer productiebossen als biobased gewas bij voorkeur door agrariërs. Deze vorm van bosbouw past het beste in of nabij het Peelhorstgebied of het beekdallandschap. Voor agrariërs is het van belang dat bos op landbouwgrond na de oogst voor andere vormen van landbouw beschikbaar blijft. Het verdienmodel bepaalt voor de ondernemer welk gewas de voorkeur heeft. o Daarnaast maken we gebruik van secundaire materialen. Ook bij de renovatie en onderhoud ligt een enorme opgave voor energietransitie en circulair materiaalgebruik. • We kiezen vaker voor modulaire en demontabele bouwmethodes met een lagere CO2 voetafdruk om snel woningen aan te kunnen bieden.