17. Bijlage X Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING DERPTWEG 13-15 TE VORSTENBOSCH
Colofon
Quickscan soortenbescherming Projectnummer: EP.19.1043 / E.00005431 Versie: 1 Datum: 24 oktober 2023 Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss
Postbus 300 5340 AH Oss
Locatie Derptweg 13-15 Vorstenbosch Contactpersoon Anton van Zeeland T: 088 – 488 2929 F: 088 – 488 2102 E: a.vanzeeland@agrifirm.com Uitvoerders Ing. A. van Zeeland Ing. K. van Loon - Vennix Collegiale check AvZ
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.
2 Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Inhoudsopgave
Quickscan soortenbescherming INLEIDING
4
HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER
7
HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN
10
HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE
26
LITERATUUR
27
WAARNEMINGEN EFFECTEN INDICATOR SOORTEN PLAN PROJECTLOCATIE RAPPORT BESCHERMDE SOORTENINDICATOR (BESI)
28 36 40 41
3 Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
7
10
26
Inleiding
Planbeschrijving
Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Derptweg 13-15 te Vorstenbosch. De plannen omvatten: het behouden van de agrarische bestemming met nevenactiviteit; het slopen van de woning in de schuur en een stuk schuur bij nummer 13; het realiseren van een parkeervoorziening op de plaats van de gesloopte woning; het bouwen van een nieuwe burgerwoning op de plaats van de huidige parkeervoorziening aan de zuidzijde van het bouwvlak; In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Wet natuurbescherming, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied ligt in de plaats Vorstenbosch in de gemeente Bernheze. Het plangebied bevindt zich buiten de verkeerskundige en stedenbouwkundige bebouwde kom van Vorstenbosch.
Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 16/10/2023)
4 Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Afbeelding 2: luchtfoto plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 16/10/2023)
5 Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is, op basis van de gegevens van het literatuuronderzoek, beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Wet natuurbescherming. Op dinsdag 24 oktober 2023 is de locatie tussen 08:30 en 09:30 uur ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was het 10 graden Celsius en lichtbewolkt. Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten.
Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de sloop- en bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1.
Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
6 Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Hoofdstuk 1
1 Toetsingskader Wet natuurbescherming De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen van de provincies gekomen.
1.1
Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst.
In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “nee, tenzij”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vindt net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.
7 Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
1.2
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in. Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn 3) Beschermingsregime ander soorten 4) Vrijgestelde soorten 5) Jaarrond beschermde vogelnesten Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om: Opzettelijk vogels te doden of te vangen; Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
Wat betreft deze soorten is het verboden om: Opzettelijk dieren te doden of te vangen; Opzettelijk dieren te verstoren; Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.
Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en exoten niet onder beschermingsregime van de Wet natuurbescherming en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten.
8 Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 5) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 5 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3) Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
1.3
Houtopstanden De regels van de Boswet zijn grotendeels onveranderd opgenomen in de Wet natuurbescherming. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte van 10 are of meer beslaat ofwel een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Buiten de bescherming vallen: houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (voor deze wet); houtopstanden op erven of in tuinen fruitbomen en windschermen om boomgaarden; naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar kweekgoed; o uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; Het dunnen van een houtopstand; uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend per hectare per beplantingseenheid o bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; o zijn aangelegd na 1 januari 2013. Naast de Boswet kan ook een gemeente beperkingen opleggen ten aanzien van het kappen van bomen. Er is dan een omgevingsvergunning nodig voor het kappen van bomen.
Tenslotte kan ook in een provinciale verordening een kapverbod opgelegd worden. Indien hier sprake van is, moet er bij de provincie een ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst. In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan.
9 Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Hoofdstuk 2
2 Onderzoeksresultaten 2.1
Bronnenonderzoek Gegevens van websites als www.waarneming.nl zijn geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek” en ligt op een afstand van 17,5 km ten oosten van de projectlocatie. Watergang de ‘Leijgraaf’ ten zuiden van de projectlocatie maakt onderdeel uit van het Brabantse Natuurnetwerk.
Afbeelding
3:
ligging
Natuurnetwerk
Nederland
(bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten, geraadpleegd op 16/10/2023)
10
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
en
Natura
2000
Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Ongeveer 90% van het Natuurnetwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden zoals bijvoorbeeld de Biesbosch en de Maashorst. Maar het netwerk is nog niet compleet. Er ontbreken nog veel gebieden en verbindingen die belangrijk zijn voor dieren en planten. Vanwege de klimaatverandering veranderen hun leefomstandigheden en wordt dat nog urgenter. Zij moeten zich kunnen verplaatsen om genoeg voedsel te kunnen blijven vinden en zich voort te planten. Maar het Natuurnetwerk is er niet alleen voor planten en dieren, maar ook voor mensen. Mensen genieten, recreëren en ontspannen in de natuur en voelen zich gelukkiger. Natuur schept kansen voor ondernemers die natuur en hun bedrijf willen combineren en helpt tegen de gevolgen van klimaatverandering. Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “nee, tenzij”- benadering. Het project is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland en dus kan geconcludeerd worden dat het project geen gevolgen heeft voor het Natuurnetwerk.
2.2
Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogelnesten. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur.
11
Afbeelding 4: Leijgraaf
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Afbeelding 5: Sportterrein
Afbeelding 6: Sportterrein locatie te bouwen woning er zullen enkele bomen verwijderd worden.
12
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
13
Afbeelding 7: Speelplaats
Afbeelding 8: Sportvelden met aan de rand hekwerk dat begroeid is met hedera
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
14
Afbeelding 9: Kersenboomgaard grenzend aan sportvelden
Afbeelding 10: solitaire lindenboom in sportveld
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
15
Afbeelding 11: Sportveld met op de achtergrond de groepsaccommodaties
Afbeelding 12: Beplanting achterzijde bestaande uit essen en diverse struiken
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
16
Afbeelding 13: Uitzicht op de accommodaties
Afbeelding 14: te slopen gedeelte
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
17
Afbeelding 15: Voorzijde groepsaccommodatie (blijft intact)
Afbeelding 16: voormalige bedrijfswoning
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
18
Afbeelding 17: Binnenplaats
Afbeelding 18: Zijgevel te slopen woning
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
19
Afbeelding 19: Detail dakaansluiting op de gevel, met specie dichtgezet
Afbeelding 20: Detail voorzijde te slopen woning
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
20
Afbeelding 21: voorzijde te slopen woning
Afbeelding 22: Zijkant te slopen woning
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Afbeelding 23: Zijkant te slopen woning
Flora algemeen Bij de planlocatie zijn geen bijzondere beplantingen aangetroffen. Er is tevens gelet op de aanwezigheid van (beschermde) muurvegetatie. Op de planlocatie verschillende soorten van beplanting aanwezig. Bomen en hagen zijn op verschillende plekken op de planlocatie aanwezig. De hagen worden als afscheiding gebruikt tussen de verschillende functies van de planlocatie. De planlocatie is gelegen aan waterloop de Leijgraaf. Tevens is er een kersenboomgaard aanwezig bij de planlocatie. Op de locatie voor de nieuw te bouwen bedrijfswoning staan enkele solitaire bomen zoals linde, wilde kers en esdoorn. Grondgebonden zoogdieren Specifiek wordt bekeken of binnen de betreffende inrichting verwacht kan worden of er streng beschermde zoogdieren; steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, eekhoorn, bever en das kunnen worden aangetroffen. Door de aanwezigheid van een loslopende hond rondom de te slopen woning, is dit geen interessante locatie voor grondgebonden zoogdieren. Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters enorm veel sporen achter.
Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. Kleine marterachtigen De onderzoekslocatie biedt geen geschikte verblijflocaties voor de hermelijn, wezel en bunzing. De soorten maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen, maar ook houtwallen, steenhopen en ruimtes onder boomwortels. Desbetreffende soorten hebben binnen hun territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er
21
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
geen marters of sporen van marters aangetroffen op de onderzoekslocatie. Echter, dit betekent niet dat het gebied niet potentieel in gebruik is door de hermelijn, wezel en/of bunzing als migratieroute. Gezien de onderzoekslocatie kleiner is dan één hectare kan gesteld worden dat deze geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van een van genoemde soorten (Bouwens 2017). Indien bij sloop/herinrichting van het gebied groenstructuren rond het perceel behouden blijven, is er geen sprake van een negatief effect op genoemde soorten. Eekhoorn De onderzoekslocatie is vanwege de afwezigheid van voldoende bomen niet geschikt als habitat voor de eekhoorn. Er staan te weinig bomen rondom de projectlocatie. Een negatief effect als gevolg van de werkzaamheden is uitgesloten. Bever Voor de bever is op de onderzoekslocatie geen geschikt habitat aanwezig. Vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever kunnen worden uitgesloten. De Leijgraaf grenst wel aan het plangebied, maar maakt er geen onderdeel van uit. Das Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Dassen zullen eerder hun leefgebied hebben in de nabijgelegen natuurgebieden en de aansluitende weilanden.
Verstoring ten aanzien van de das als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde. Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld. Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen. Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden vier verblijfplaatsen onderscheiden; winterverblijven, zomerverblijven, kraamverblijven en paarverblijven. Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de kraamverblijven, dan de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. De dakconstructie van de te slopen woning bestaat uit ongeïsoleerde golfplaten welke niet stabiel blijven qua temperatuur en gedurende de dag aan enorme temperatuurschommelingen onderhevig zijn. De dakconstructie is hierdoor geen geschikte verblijfsplaats voor vleermuizen. De gevels hebben geen spouwmuren of andere spleten die als invliegopening kunnen dienen.
Er zijn in en om de te slopen woning geen sporen (vetstrepen, uitwerpselen, prooiresten) aangetroffen. Naast de onderzoekslocatie bevindt zich het woonhuis. Eventuele verblijfsplaatsen hierin ondervinden door de afstand tot de slooplocatie en de aard van de ingreep geen hinder. Ook de bomen zijn gecontroleerd op verblijfplaatsen die echter niet zijn aangetroffen. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op de aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen. In de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in de vorm van bomenrijen en bosranden.
22
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen zoals houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfsplaatsen en foerageergebieden. De Leijgraaf en de bomenrijen rondom de projectlocatie zijn geschikte vliegroutes. Door het weghalen van enkele bomen om ruimte te maken voor de nieuw te bouwen woning, worden geen essentiële vliegroutes aangetast. Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels. Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen het agrarische (buiten)gebied kunnen dit zijn: boomvalk, buizerd, havik, sperwer, wespendief, huismus, steenuil en de kerkuil. Boomvalk De boomvalk is een soort die geen eigen nest maakt, maar broedt in gebruikte kraaien- en/of eksternesten in verschillende typen bos(randen) of in solitaire bomen, populierensingels, of op erven. De soort komt vooral voor in open en halfopen landschappen zoals boerenland en dorpen, alsook in buitenwijken van steden. De bomen op- en nabij de projectlocatie zijn gecontroleerd op dergelijke nesten, deze zijn niet aangetroffen. Negatieve effecten op de boomvalk als gevolg van de werkzaamheden zijn derhalve niet aan de orde.
Buizerd en havik De buizerd en havik broeden op grote nesten van ongeveer een meter in doorsnede en 60 centimeter diep. Dergelijke nesten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Een broedgeval van de buizerd en havik is daarom uit te sluiten. Wespendief en sperwer De wespendief is doorgaans gebonden aan grotere bosgebieden van zowel loof- als naaldbomen. Bij voorkeur is er afwisseling binnen het bosgebied aanwezig in de vorm van open plekken. De sperwer broedt bij voorkeur meer verborgen in naaldbomen. Beide situaties zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie binnen agrarisch gebied en de afwezigheid van voldoende dekking is een nestplaats van de sperwer of wespendief niet te verwachten. Eveneens zijn er tijdens het veldbezoek geen nesten aangetroffen. Een broedgeval van zowel de wespendief als de sperwer zijn uitgesloten. Steenuil en kerkuil De kerkuil en steenuil hebben een voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. Beide soorten broeden in gebouwen en gebruiken ook graag speciale nestkasten. Daarnaast worden door de steenuil ook wel boomholten gebruikt, mits er zich grote holten in bevinden. De gebouwen zijn in zijn geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van steen- en kerkuilen en is vooral gelet op de aanwezigheid van sporen; braakballen, veren en uitwerpselen.
Er zijn geen (sporen van) steen- en kerkuilen waargenomen. Er is geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied. Er blijft er voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving. Huismus Ook voor de huismus, die veel te vinden is in agrarisch gebied en vooral gebonden aan gebouwen is, is het nest jaarrond beschermd. Er zijn geen nesten van huismussen gevonden in de te slopen bebouwing. Er zijn wel huismussen gehoord aan de overzijde van de straat. Daar is een rundveebedrijf aanwezig.
23
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Overige broedvogels De beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals de merel en winterkoning. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Er zijn geen nesten van overige broedvogels aangetroffen in de te slopen bebouwing. Er zijn vogels gezien en gehoord, namelijk:
Tabel 1: overzicht waargenomen vogels
Soort Spreeuwen (100) Houtduiven (25) Turkse tortels Waterhoen (3, in de Leijgraaf) Wilde eenden (5, in de Leijgraaf) Grote zilverreiger (in de Leijgraaf) Roodborst Vinken (5) Merel (3) Ekster
Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen. Voor de in Nederland voorkomende reptielsoorten zoals de hazelworm, de levendbarende hagedis en ringslang biedt de onderzoekslocatie geen geschikt habitat. Deze soorten worden vrijwel alleen aangetroffen in specifieke natuurgebieden. Dit geldt ook voor de specifieke beschermende amfibieënsoorten die veel eisen stellen aan zijn habitat; alpenwatersalamander, heikikker, vinpootsalamander, poelkikker en rugstreeppad. Deze zijn allen uit te sluiten omdat de betreffende locatie geen goed habitat biedt voor deze soorten door het ontbreken van voldoende oppervlaktewater. De naastgelegen Leijgraaf is gelegen buiten het plangebied. De onderzoekslocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibieënsoorten als de bruine kikker en de gewone pad. Op de onderzoekslocatie kunnen deze soorten beschutting vinden tussen de begroeiing en onder takken- of stenenhopen. Voor algemene amfibieënsoorten geldt in het kader van de Wet natuurbescherming een vrijstelling, zodat een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. Het is echter wel zaak om aandacht te schenken aan de zorgplicht. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater op de onderzoekslocatie kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. De naastgelegen Leijgraaf is gelegen buiten het plangebied.
Overige Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders, insecten en libellen, kan worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie. Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig.
24
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
2.3
Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Flora algemeen Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied, negatieve effecten zijn uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt mogelijk plaats. De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als de egel, konijn en diverse muissoorten. De verblijfsplaatsen van deze soorten worden door de voorgenomen ingreep echter niet aangetast. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. Vleermuizen Er zijn geen sporen van vleermuizen aangetroffen waaruit blijkt dat de gebouwen als verblijfplaats worden gebruikt. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Door de voorgenomen ingreep worden geen vogels en jaarrond beschermde nesten aangetast. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen, amfibieën en/of instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang.
vissen
waargenomen.
De
Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
25
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Hoofdstuk 3
3 Conclusie en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.
3.1
Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1.
Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Alle sloop- en kapwerkzaamheden dienen bij voorkeur verricht te worden buiten het broedseizoen (15 maart t/m 15 juli). Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.
26
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Literatuur
27
Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Provinciale Verordening (Wet) natuurbescherming Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) Vleermuizen en planologie, Zoogdiervereniging (2010) Wet natuurbescherming. Vastgesteld d.d. 1 januari 2017. www.waarneming.nl www.synbiosys.alterra.nl www.atlasleefomgeving.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.google.nl www.floron.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.natura2000.nl www.ecologica.eu
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Bijlage
1 Waarnemingen
projectlocatie
28
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
29
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
30
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
31
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
projectlocatie
32
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
33
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
34
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
35
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Bijlage
2 Effecten indicator soorten
36
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
37
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
38
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
39
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Bijlage
3 Plan projectlocatie
40
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Bijlage
4 Rapport (BeSI)
41
Beschermde
SoortenIndicator
Quickscan Flora- en Fauna – Derptweg 13-15 Vorstenbosch
Aanvraagdatum : 16-10-2023 Rapportnummer : 3458 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op 16-10-2023 heeft u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op de door u aangegeven locatie.
Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is: Nieuw gebouw bouwen
Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren, heeft u als volgt aangegeven:
Locatie : 167,430.40 /407,222.55
Oppervlakte : 6297
m2
De beschermde plant- en diersoorten die mogelijk nadelige effecten ondervinden van de uit te voeren werkzaamheid op de door u aangegeven locatie worden hieronder beschreven, inclusief een advies over hoe u met de soort rekening kunt houden. Bij iedere soort wordt vermeld of het een 1) vogel, 2) een zoogdier, 3) een andere diersoort dan vogel of zoogdier of 4) een plant is. Dit heeft u nodig als u de Vergunningcheck gebruikt, zie pre.omgevingswet.overheid.nl . Voor meer informatie over soorten, zie nederlandsesoorten.nl . In de bijlage van het rapport worden de genoemde soorten uitgesplitst naar beschermingsregels. 1
Aanvraagdatum : 16-10-2023 Rapportnummer : 3458 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Soorten en adviezen Gebouwbewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Gebouwbewonende vleermuizen zijn zoogdieren en leven in alle typen landschappen. Deze vleermuizen verblijven in gebouwen, onder andere achter betimmering en daklijsten, in spouwmuren, of onder dakpannen. Advies voor deze soort: Behoud spleten en andere openingen in gebouwen (als verblijfplaats) en bomenrijen, bosschages en water (als vliegroute) in het leefgebied van gebouwbewonende vleermuizen. Voorkom verlichting van gevels met invliegopeningen. Bij gebouwbewonende soorten hebben we het o.a. over de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger en de gewone grootoorvleermuis. Kleine watersalamander Beschrijving leefgebied: De kleine watersalamander is een amfibie en leeft in vennen, sloten, poelen en tuin- en stadsvijvers. De kleine watersalamander heeft daarbij een voorkeur voor water waar weinig of geen vis zit om te voorkomen dat de larven worden opgegeten. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg voor water met een goede water- en oevervegetatie met weinig of geen vis en stenen en houtblokken om onder te overwinteren. Ree Beschrijving leefgebied: Het ree is een zoogdier en leeft in overgangsgebieden tussen dekking en open landschap. Bijvoorbeeld bij de randen van bos, heide, grasland en cultuurlandschap.
Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; houd bij werkzaamheden rekening met het leefgebied. Probeer reeën niet te verstoren waardoor verkeersslachtoffers kunnen vallen. Gewone pad Beschrijving leefgebied: De gewone pad is een amfibie en plant zich voort in vennen, poelen, vijvers, sloten en weteringen en zwak stromende beken. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg voor poelen etc waarin de gewone pad zich kan voortplanten. Voorkom sterfte op wegen, plaats schermen in de paartijd als ze trekken.
2
Aanvraagdatum : 16-10-2023 Rapportnummer : 3458 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Bruine kikker Beschrijving leefgebied: De bruine kikker is een amfibie en leeft in vennen, sloten, poelen en tuin- en stadsvijvers. De bruine kikker heeft daarbij een voorkeur voor water waar weinig of geen vis zit. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg voor kleine oppervlaktewateren met weinig of geen vis zodat de larven van de bruine kikker niet worden opgegeten. Boombewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Boombewonende vleermuizen zijn zoogdieren en leven in bossen, bosranden, lanen en parken en verblijven in boomholtes en ruimten in scheuren en achter bast. Advies voor deze soort: Behoud holtes en spleten in bomen (als verblijfplaats) en lanen, parken en bossen (als vliegroute en jachtterrein) in het leefgebied van boombewonende vleermuizen. Voorkom verlichting van het leefgebied. Bij boombewonende soorten hebben we het o.a. over de rosse vleermuis, de franjestaart en de watervleermuis. Haas Beschrijving leefgebied: De haas is een zoogdier en leeft in open veld, open bos en kwelders en op gras- en bouwland en heide. Advies voor deze soort: Houd bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de haas.
In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, behalve in Zeeland.
3
Aanvraagdatum : 16-10-2023 Rapportnummer : 3458 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Hoe BeSI is gerealiseerd wordt beschreven in de onderstaande twee documenten: 1. Kwaliteitsborging Beschermde SoortenIndicator 2023 2. Toelichting kansenkaarten beschermde soorten 2022 Deze documenten vindt u op de website van BIJ12 (link naar documenten is nog niet beschikbaar) Disclaimer: In de Wet natuurbescherming (Wnb) is vastgelegd dat iedere Nederlander zorg draagt voor levende dieren en planten en hun directe omgeving. Dit noemen we de zorgplicht voor natuur. De Beschermde SoortenIndicator (BeSI) helpt u om aan deze zorgplicht te voldoen. In principe houdt BeSI rekening met de soorten uit de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de Wnb. Ook wordt rekening gehouden met Rode-lijst soorten met een status ‘Bedreigd’ of ‘Ernstig bedreigd’. De voorwaarde die hierbij altijd geldt is dat het mogelijk moet zijn om te berekenen hoe groot de kans is dat een soort voorkomt (kansenkaart). BeSI houdt alleen rekening met beschermde en bedreigde planten en dieren. Mogelijk gelden er ook andere natuurbeschermingsregels. Indien u daar meer informatie over wilt, kijk dan op https://iplo.nl/thema/natuur/ Het BeSi-rapport heeft alleen een signalerende functie van de mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde en bedreigde planten en dieren op de door u aangegeven locatie.
Het BeSI-rapport is dus geen bindend advies. Het BeSi-rapport geeft geen informatie over een mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid. Het geeft ook geen enkel oordeel over de inhoud of status van een vergunningsplichtig voorgenomen werkzaamheid. Raadpleeg hiervoor de vergunningcheck uit het Omgevingsloket of neem contact op met uw gemeente. Het BeSi-rapport wordt gemaakt op basis van de huidige beschikbare informatie over beschermde en bedreigde planten en dieren. Als u later dan drie maanden na het maken van het BeSI-rapport start met uw werkzaamheid, dan wordt geadviseerd een nieuw actueel rapport te maken. Bewaar het door u gemaakte BeSI-rapport goed. Het kan zijn dat ernaar wordt gevraagd, bijvoorbeeld door de gemeente waar u de werkzaamheid uitvoert.
4
Aanvraagdatum : 16-10-2023 Rapportnummer : 3458 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Soorten uitgesplitst naar beschermingsregels Habitatrichtlijn Gebouwbewonende vleermuizen - Gebouwbewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 1 24-03-2023 Boombewonende vleermuizen - Boombewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 1 24-03-2023 Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten Ree - Capreolus capreolus - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022 Kleine watersalamander - Lissotriton vulgaris - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022 Haas - Lepus europaeus - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022 Gewone pad - Bufo bufo - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022 Bruine kikker - Rana temporaria - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022
5
Aanvraagdatum : 16-10-2023 Rapportnummer : 3456 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op 16-10-2023 heeft u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op de door u aangegeven locatie.
Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is: Bouwwerk of deel van een bouwwerk slopen, of asbest verwijderen
Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren, heeft u als volgt aangegeven:
Locatie : 167,378.53 /407,304.66
Oppervlakte : 2937
m2
De beschermde plant- en diersoorten die mogelijk nadelige effecten ondervinden van de uit te voeren werkzaamheid op de door u aangegeven locatie worden hieronder beschreven, inclusief een advies over hoe u met de soort rekening kunt houden. Bij iedere soort wordt vermeld of het een 1) vogel, 2) een zoogdier, 3) een andere diersoort dan vogel of zoogdier of 4) een plant is. Dit heeft u nodig als u de Vergunningcheck gebruikt, zie pre.omgevingswet.overheid.nl . Voor meer informatie over soorten, zie nederlandsesoorten.nl . In de bijlage van het rapport worden de genoemde soorten uitgesplitst naar beschermingsregels. 1
Aanvraagdatum : 16-10-2023 Rapportnummer : 3456 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Soorten en adviezen Huismus Beschrijving leefgebied: De huismus is een vogel en leeft vooral in een bebouwde omgeving. Advies voor deze soort: De huismus broedt in kolonies en is zeer honkvast. Daarom zijn de nesten jaarrond beschermd. Haal nesten en struiken rondom de nesten van de huismus nooit weg. Bruine kikker Beschrijving leefgebied: De bruine kikker is een amfibie en leeft in vennen, sloten, poelen en tuin- en stadsvijvers. De bruine kikker heeft daarbij een voorkeur voor water waar weinig of geen vis zit. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg voor kleine oppervlaktewateren met weinig of geen vis zodat de larven van de bruine kikker niet worden opgegeten. Spreeuw Beschrijving leefgebied: De spreeuw is een vogel en leeft in de buurt van grasland in holten van bomen, gebouwen, nestkastjes, etc. Advies voor deze soort: De spreeuw broedt vaak op hetzelfde nest of in de directe omgeving. Binnen het broedseizoen zijn nesten beschermd. Haal nesten buiten het broedseizoen alleen weg als in de omgeving voldoende geschikte plekken zijn om een nieuw nest te bouwen. Gewone pad Beschrijving leefgebied: De gewone pad is een amfibie en plant zich voort in vennen, poelen, vijvers, sloten en weteringen en zwak stromende beken.
Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg voor poelen etc waarin de gewone pad zich kan voortplanten. Voorkom sterfte op wegen, plaats schermen in de paartijd als ze trekken.
2
Aanvraagdatum : 16-10-2023 Rapportnummer : 3456 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Boombewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Boombewonende vleermuizen zijn zoogdieren en leven in bossen, bosranden, lanen en parken en verblijven in boomholtes en ruimten in scheuren en achter bast. Advies voor deze soort: Behoud holtes en spleten in bomen (als verblijfplaats) en lanen, parken en bossen (als vliegroute en jachtterrein) in het leefgebied van boombewonende vleermuizen. Voorkom verlichting van het leefgebied. Bij boombewonende soorten hebben we het o.a. over de rosse vleermuis, de franjestaart en de watervleermuis. Gebouwbewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Gebouwbewonende vleermuizen zijn zoogdieren en leven in alle typen landschappen. Deze vleermuizen verblijven in gebouwen, onder andere achter betimmering en daklijsten, in spouwmuren, of onder dakpannen. Advies voor deze soort: Behoud spleten en andere openingen in gebouwen (als verblijfplaats) en bomenrijen, bosschages en water (als vliegroute) in het leefgebied van gebouwbewonende vleermuizen. Voorkom verlichting van gevels met invliegopeningen. Bij gebouwbewonende soorten hebben we het o.a. over de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger en de gewone grootoorvleermuis.
Kleine watersalamander Beschrijving leefgebied: De kleine watersalamander is een amfibie en leeft in vennen, sloten, poelen en tuin- en stadsvijvers. De kleine watersalamander heeft daarbij een voorkeur voor water waar weinig of geen vis zit om te voorkomen dat de larven worden opgegeten. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg voor water met een goede water- en oevervegetatie met weinig of geen vis en stenen en houtblokken om onder te overwinteren.
3
Aanvraagdatum : 16-10-2023 Rapportnummer : 3456 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Hoe BeSI is gerealiseerd wordt beschreven in de onderstaande twee documenten: 1. Kwaliteitsborging Beschermde SoortenIndicator 2023 2. Toelichting kansenkaarten beschermde soorten 2022 Deze documenten vindt u op de website van BIJ12 (link naar documenten is nog niet beschikbaar) Disclaimer: In de Wet natuurbescherming (Wnb) is vastgelegd dat iedere Nederlander zorg draagt voor levende dieren en planten en hun directe omgeving. Dit noemen we de zorgplicht voor natuur. De Beschermde SoortenIndicator (BeSI) helpt u om aan deze zorgplicht te voldoen. In principe houdt BeSI rekening met de soorten uit de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de Wnb. Ook wordt rekening gehouden met Rode-lijst soorten met een status ‘Bedreigd’ of ‘Ernstig bedreigd’. De voorwaarde die hierbij altijd geldt is dat het mogelijk moet zijn om te berekenen hoe groot de kans is dat een soort voorkomt (kansenkaart). BeSI houdt alleen rekening met beschermde en bedreigde planten en dieren. Mogelijk gelden er ook andere natuurbeschermingsregels. Indien u daar meer informatie over wilt, kijk dan op https://iplo.nl/thema/natuur/ Het BeSi-rapport heeft alleen een signalerende functie van de mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde en bedreigde planten en dieren op de door u aangegeven locatie.
Het BeSI-rapport is dus geen bindend advies. Het BeSi-rapport geeft geen informatie over een mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid. Het geeft ook geen enkel oordeel over de inhoud of status van een vergunningsplichtig voorgenomen werkzaamheid. Raadpleeg hiervoor de vergunningcheck uit het Omgevingsloket of neem contact op met uw gemeente. Het BeSi-rapport wordt gemaakt op basis van de huidige beschikbare informatie over beschermde en bedreigde planten en dieren. Als u later dan drie maanden na het maken van het BeSI-rapport start met uw werkzaamheid, dan wordt geadviseerd een nieuw actueel rapport te maken. Bewaar het door u gemaakte BeSI-rapport goed. Het kan zijn dat ernaar wordt gevraagd, bijvoorbeeld door de gemeente waar u de werkzaamheid uitvoert.
4
Aanvraagdatum : 16-10-2023 Rapportnummer : 3456 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Soorten uitgesplitst naar beschermingsregels Vogelrichtlijn Spreeuw - Sturnus vulgaris - Kansenkaart versienummer 1 Huismus - Passer domesticus - Kansenkaart versienummer 1
28-11-2022
29-11-2022
Habitatrichtlijn Boombewonende vleermuizen - Boombewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 1 24-03-2023 Gebouwbewonende vleermuizen - Gebouwbewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 1 24-03-2023 Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten Gewone pad - Bufo bufo - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022 Kleine watersalamander - Lissotriton vulgaris - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022 Bruine kikker - Rana temporaria - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022
5