CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

14. Bijlage Aanvullend onderzoek ecologie

Commissie Ruimtelijke Zaken 19 juni 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingplan 'Hoofdstraat 45, 47, 47a en 49 & Mgr. van Oorschotstraat 9, Heeswijk-Dinther'3.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend onderzoek ecologie Hoofdstraat 47a, 49 en Monseigneur van Oorschotstraat 9 te HeeswijkDinther Aanvullend onderzoek naar huismus en vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon Status:

Definitief

Project:

2021-723

Datum:

1 juli 2022

Samensteller:

ir. ing. K.J. Rebergen

Collegiale toets:

ing. D.F. Knoops

Opdrachtgever:

Wintraecken Advies

Contactpersoon:

D. Wintraecken

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

Inhoud 1 Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Doel

4

1.3

Beschrijving plangebied

5

1.4

Voorgenomen werkzaamheden

5

1.5

Mogelijk aanwezige soorten

6

1.6

Kader Wet natuurbescherming

7

2 Methode onderzoek

8

2.1

Theoretisch kader

8

2.2

Praktische uitvoering

9

2.3

Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes

10

2.4

Veldbezoeken

10

2.5

Specifieke omstandigheden

10

3 Resultaten

11

3.1

Huismus

11

3.2

Vleermuizen

13

3.3

Overige soorten

15

4 Conclusie

16

4.1

Huismus

16

4.2

Vleermuizen

16

4.3

Overige soorten

16

4.4

Vervolgstappen

16

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Aan de Hoofdstraat 47a is een bedrijfsperceel gesitueerd, aan de Hoofdstraat 49 is een dienstverlening perceel gesitueerd en aan de Monseigneur van Oorschotstraat 9 te Heeswijk-Dinther is een horecabedrijf gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing op de planlocatie te saneren ten behoeve van 2 nieuwbouwcomplexen, gezamenlijk 35 koopappartementen. Het bestemmingsplan voorziet niet in de beoogde ontwikkeling en dient derhalve te worden gewijzigd van bedrijf (aan de Hoofdstraat 47a), van dienstverlening (aan de Hoofdstraat 49) en van horeca (aan de Monseigneur van Oorschotstraat 9) naar wonen (figuur 1.1).

Figuur 1.1

De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Hoofdstraat 47a, 49 en Monseigneur van Oorschotstraat 9 te Heeswijk-Dinther.

Gezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van natuurwaarden beschermd onder de Wet natuurbescherming (Wnb) is een quickscan Wnb uitgevoerd naar de potentie van het plangebied en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde werkzaamheden (Dekkers, 2021). Op basis van de quickscan Wnb kon de aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels (huismus) en vleermuisverblijfplaatsen niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). Om vast te stellen of het plangebied daadwerkelijk een functie heeft voor vorengenoemde soorten dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Wintraecken Advies heeft Blom Ecologie verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven.

1.2

Doel In dit aanvullende ecologische onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Zijn huismus en vleermuizen aanwezig in het onderzoeksgebied? • Op welke wijze maken vorengenoemde soorten gebruik van het onderzoeksgebied? Zijn in het onderzoeksgebied jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied aanwezig? • Resulteert de voorgenomen ingreep in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied? Is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden? 4

1.3

Beschrijving plangebied De planlocatie is gelegen aan de Hoofdstraat 47a, 49 en Monseigneur van Oorschotstraat 9 te HeeswijkDinther. Gebouw A, aan de hoofdstraat 47a, betreft een woonhuis met gemetselde muren en dakpannen waaronder vogelschroot aanwezig is. Gebouw B betreft een bedrijfspand welke bestaat uit gemetselde muren en een golfplaten dak met dakbeschot, er is geen spouwmuur aanwezig. Gebouw C aan de hoofdstraat 49 is een bedrijfspand dat bestaat uit gemetselde muren met een spouwmuur. Een deel van het dak bestaat uit ramen, een deel uit dakpannen en een deel is een plat, bitumen dak met een grotendeels aangesloten daklijst. Gebouw D, gelegen aan de Monseigneur van Oorschotstraat 9, bestaat uit gemetselde muren met dakpannen. Achter gebouw C is een deel onverhard terrein gelegen, hierop groeien voornamelijk grote brandnetels. Een uitgebreide beschrijving van het plangebied en de directe omgeving hiervan is te vinden in de quickscan Wnb (Dekkers, 2021).

Figuur 1.2 Fotografische indruk van de planlocatie en de directe omgeving hiervan. De letters corresponderen met de letters aangegeven in figuur 1.1.

1.4

Voorgenomen werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om de bebouwing in het plangebied te slopen ten behoeve van de realisatie van 35 koopappartementen. De ingreep zal indicatief op hoofdlijnen bestaan uit de volgende werkzaamheden: • saneren van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; • mogelijk kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

5

1.5

Mogelijk aanwezige soorten Uit de quickscan Wnb (Dekkers, 2021) is gebleken dat binnen het plangebied mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties van huismus en/of vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn (tabel 1.1). In tabel 1.2 wordt de potentie naar vleermuissoort en type verblijfplaats gespecificeerd. Tabel 1.1

Overzicht van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten (Dekkers, 2021).

Soortgroep

Onderzoek nodig

Bescherming Wnb

Mogelijke functie plangebied

Ja

art. 3.5

Verblijfplaatsen in gebouwen

Ja

art. 3.1

Nestlocaties en leefgebied

Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën, reptielen en vissen Insecten en ongewervelden Vogels (Cat. 1 t/m 4) huismus Vogels (Algemeen en cat. 5)

Tabel 1.2

Overzicht van de potentie voor vleermuissoorten en type verblijfplaatsen. De potentie tabel is gebaseerd op de rapprtage: ‘Quickscan Wet nb Hoofdstraat te Heeswijk-Dinther’ (Dekkers, 2021).

Vleermuissoort

Zomer

Kraam

Paar

Winter

Gewone dwergvleermuis

Ja

Ja

Ja

Nee

Ruige dwergvleermuis

Ja

Nee

Ja

Nee

Laatvlieger

Ja

Ja

Ja

Nee

Franjestaart

Ja

Nee

Nee

Nee

Rosse vleermuis

Ja

Nee

Nee

Nee

6

1.6

Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van de Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van de huismus valt onder de Vogelrichtlijn. Binnen de Vogelrichtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan het leefgebied en de nestplaats jaarrond beschermd zijn en overige broedvogels waarvan de nestplaats en het leefgebied enkel beschermd zijn tijdens de broedperiode. Vleermuizen vallen onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art. 3.1 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Wnb, art. 3.5 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

Voorliggend onderzoek en rapportage zijn uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Per 1 juli 2022 zal de Omgevingswet in werking treden. Binnen de Omgevingswet blijven de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn onverminderd van kracht. Uitvoeringskaders, termijnen en processen vinden binnen de Omgevingswet op andere wijze plaats. Implementatie en wijze van uitvoering zijn vooralsnog niet vastgesteld.

7

2 Methode onderzoek 2.1

Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de huismus zijn deze richtlijnen vastgelegd in een Kennisdocument (BIJ12, 2017). Voor vleermuizen geldt het meest actuele Vleermuisprotocol (momenteel NGB, 2021) als richtlijn. De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde gebouw- en boombewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol. Tabel 2.1

Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol.

Soort Huismus

Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen

Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen

Type Nest Leefgebied

Periode

Omschrijving

1 april t/m 15 mei

2 veldbezoeken, idealiter in de ochtend. Inventariseren van baltsende mannetjes, nestbezoeken en het gebruik van leefgebied.

Kraam

15 mei t/m 15 juli

Zomer

15 april t/m 15 aug.

Paar

15 aug. t/m 30 sep.

Zomer

15 april t/m 15 aug.

Minimaal 2 veldbezoeken per type verblijfplaats na zonsondergang of voor zonsopkomst. Veldbezoeken kunnen gecombineerd worden uitgevoerd. Inventariseren van in- en uitvliegende individuen alsmede gedrag indicatief voor een verblijfplaats (o.a. baltsende dieren). Minimaal 2 veldbezoeken per type verblijfplaats na zonsondergang of voor zonsopkomst. Veldbezoeken kunnen gecombineerd worden uitgevoerd.

8

2.2 Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het onderzoeksgebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities het onderzoeksgebied (gevels/daken/dakranden met potentie) het meest efficiënt en strategisch kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van obstructies, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep. Binnen de kaders van de relevante Kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie reactief onderzoek uitgevoerd.

Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten, looproutes en zichtlijnen waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie. Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het onderzoeksgebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Tijdens het aanvullend onderzoek huismus wordt met name gebruik gemaakt van strategische looproutes waarbij alle potentiële nesten gedurende het veldbezoek visueel gecontroleerd worden. Hierbij wordt specifiek gelet op de aanwezigheid van baltsende mannetjes, het gebruik van het leefgebied en het in/uit vliegen bij de nestlocaties. Voor huismus geldt dat strategische punten veelal liggen nabij geschikt leefgebied. Het aanvullend onderzoek vleermuizen wordt uitgevoerd door een combinatie van strategische punten en looproutes. Tijdens het eerste veldbezoek (zowel in het voorjaar als najaar) worden strategische punten ingenomen.

Op het moment dat er sprake is van uitvliegende vleermuizen beweegt de onderzoeker zich in tegenovergestelde richting (dus de vleermuis tegemoet) naar het volgende strategische punt om zo een eventueel tweede of daaropvolgende uitvliegend individu, en uiteindelijk zo mogelijk de kolonieverblijfplaats, te lokaliseren. Hierbij blijft de nadruk op de woningen die binnen het plangebied vallen. Tijdens de vervolgonderzoeken wordt per seizoen de strategische punten ingenomen waar op dat moment de hoogste trefkans is. Voor alle onderzoeken geldt dat tijdens de rondes de keuze van strategische punten en/of looproutes beïnvloed worden door veranderende omstandigheden. Dit kan zijn een plotselinge verandering van windrichting, sterke toename of afname van windkracht, defecte straatverlichting en andere omstandigheden. Het aantal factoren dat bepaalt waarom een onderzoeker juist de ene richting meer op kijkt dan de andere of er juist voor kiest af te wijken van een gebruikelijke route zijn niet of nauwelijks definieerbaar. De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol, dus per datum, per loopronde en per moment.

Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment. De personele inzet van ieder veldbezoek is afhankelijk van het type onderzoek, de ervaring van de waarnemers en de potentie van het plangebied. Alle veldwerkers van Blom Ecologie zijn bedreven en ervaren in onderzoeken in urbaan gebied. Het onderzoek is er niet op gericht om met volledige zekerheid alle mogelijke nesten en/of verblijfplaatsen te vinden of de aanwezigheid hiervan volledig uit

9

te sluiten. Hiervoor zou een onderzoeksinspanning geleverd moeten worden die de onderzoeksprotocollen ver overstijgt. Van de geleverde onderzoeksinspanning wordt beoordeeld dat deze voldoende is zoals dat redelijkerwijs van een initiatiefnemer gevraagd kan worden. Met het uitgevoerde onderzoek worden derhalve resultaten geleverd die een goed beeld bieden van de aantallen individuen en de actieve nesten en/of verblijfplaatsen op die momenten binnen het onderzoeksgebied.

2.3 Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes Het huismusonderzoek is uitgevoerd met behulp van een verrekijker. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een batdetector, type Petterson D-200x/D-240x. Het type D-240x batdetector heeft een time expansion functie. De time expansion functie maakt het mogelijk de geluidopnames te vertragen waardoor nauwkeurige analyse van de hoogfrequent geluiden uitgevoerd kunnen worden. Geluidswaarnemingen zijn eventueel opgenomen met een opnameapparaat van het merk Roland, type R-07. Indien inventarisatie in het veld niet mogelijk was zijn geluiden geanalyseerd met behulp van de software BATSOUND.

2.4 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie of externe ter zake deskundig ecologen onder verantwoordelijkheid van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). Tabel 2.2

Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.

Veldbezoek

Functie

Aant al

Datum

Zon

Tijd

Weersomstandigheden

pers. Huismus 1

Nest + leefgebied

1

13-04-2022

06.57

07.30-09.30

5/8, droog, 1 Bft, 11˚C

Huismus 2

Nest + leefgebied

1

29-04-2022

06.13

06.45-08.45

5/8, droog, 1 Bft, 6˚C

Vleermuis 1

Paar

1

01-09-2021

20.22

23.00-01.00

8/8, droog,0 Bft, 17˚C

Vleermuis 2

Paar

1

21-09-2021

19.40

20.45-22.45

1/8, droog, 1 Bft, 12˚C

Vleermuis 3

Kraam + zomer

2

23-05-2022

05.35

02.30-05.45

2/8, droog, Bft, 15˚C

Vleermuis 4

Kraam + zomer

2

31-05-2022

21.45

21.45-23.45

4/8, droog, 1 Bft, 12˚C

Vleermuis 5

Kraam + zomer

2

22-06-2022

22.00

22.00-00.00

0/8, droog, 2 Bft, 23˚C

2.5 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol. Tijdens het onderzoek was er, voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan, geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.

10

3 Resultaten 3.1

Huismus Per veldbezoek zijn in totaal circa 30 huismussen waargenomen. Deze huismussen zijn allen ver buiten de planlocatie waargenomen. Gezien het aantal waarnemingen van huismussen is er sprake van een gemiddelde populatie binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied (klein < 10 paar, gemiddeld 10-25 paar, groot > 25 paar). Gedurende het onderzoek zijn 16 nesten van de huismus vastgesteld. Van deze nesten bevonden zich er geen binnen het plangebied. De exacte vindplaats van de huismusnesten zijn weergeven in tabel 3.1. In figuur 3.1 worden de aangetroffen nestlocaties weergeven. Ten gevolge van de beoogde ingreep worden de nestlocaties binnen het plangebied derhalve niet weggenomen. Het waargenomen functionele leefgebied van huismussen is geconcentreerd in de groenstructuren rondom de aanwezige huismusnesten. Op deze plaats zijn een afwisseling van stofbaden, inheems groen en enkele grote bomen, groenblijvende struiken en planten, water en voedsel aanwezig. In figuur 3.1 wordt weergeven welke delen van het onderzoeksgebied veelvuldig door huismussen worden gebruikt om te rusten, foerageren en als dekking tegen predatoren. Ten gevolge van de beoogde ingreep wordt dit functioneel leefgebied niet weggenomen. Tabel 3.1

Locaties van de aangetroffen huismusnesten.

Woonblok

Aantal nesten

Plangebied

Omschrijving

Willbrordstraat 2

1

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

Willbrordstraat 4

1

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

Willbrordstraat 6

1

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

Willbrordstraat 8

1

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

Monseigneur van Oorschotsstraat 19

1

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

Monseigneur van Oorschotsstraat 21

1

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

Anton Derkinderenstraat 2

1

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

Anton Derkinderenstraat 3

1

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

Anton Derkinderenstraat 4

1

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

Anton Derkinderenstraat 6

1

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

Anton Derkinderenstraat 9

1

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

Anton Derkinderenstraat 12

2

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

Anton Derkinderenstraat 13

2

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

Pastoor Maasstraat

1

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde

11

Figuur 3.1 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties en leefgebied van huismussen binnen het onderzoeksgebied.

Figuur 3.2 Baltsende huismusman op de dakgoot gedurende een veldbezoek aan de Monseigneur van Oorschotstraat 19.

12

3.2 Vleermuizen Tijdens de onderzoeksrondes zijn in totaal een tweetal soorten waargenomen in het onderzoeksgebied (tabel 3.2). Waargenomen soorten betreffen de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. De meest waargenomen soort betrof de gewone dwergvleermuis. Tabel 3.2

Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken in het onderzoeksgebied. Een verblijfplaats kan bij meerdere veldbezoeken zijn vastgesteld, het totaal aantal verblijfplaatsen wordt weergegeven in tabel 3.3 en figuur 3.4. Aantal individuen

Veldbezoek

Soort

Vleermuis 1

Gewone dwergvleermuis

15

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

5

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

2

Baltsend mannetje

Gewone dwergvleermuis

1

Indicatief winterverblijfplaats kerk 1x

Gewone dwergvleermuis

5

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

1

Zomerverblijfplaats vastgesteld 1x

Gewone dwergvleermuis

1

Kraamverblijfplaats vastgesteld 1x (45 stuks)

Vleermuis 4

Gewone dwergvleermuis

3

Overvliegend

31-05-2022

Gewone dwergvleermuis

1

Kraamverblijfplaats vastgesteld 1x (45 stuks)

Gewone dwergvleermuis

1

Gewone dwergvleermuis

1

Overvliegend Kraamverblijfplaats vastgesteld 1x (~80 stuks)

Laatvlieger

1

Overvliegend

01-09-2021

Vleermuis 2 21-09-2021

Vleermuis 3 23-05-2022

Vleermuis 5 22-06-2022

Gedrag en verblijfplaatsen

Gedurende het vleermuisonderzoek zijn 5 vleermuisverblijfplaatsen vastgesteld. Hiervan zijn er geen vleermuisverblijfplaatsen aanwezig binnen het plangebied. In de omgeving zijn 3 locaties van aannemelijk één kraamverblijfplaats gewone dwergvleermuis, 1 zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis, 2 paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis en een winterverblijfplaats gewone dwergvleermuis. De exacte vindplaats van de vleermuisverblijfplaatsen zijn weergegeven in tabel 3.4 en in figuur 3.5. Voor de paarterritoria zijn geen exacte locaties toegekend, gezien deze gebieden buiten het plangebied is gelegen en derhalve minder vlakdekkend is onderzocht. Tabel 3.2

Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.

Adres

Soort

Functie

Plangebied

Omschrijving

Hoofdstraat 80 (kerk)

Gewone dwergvleermuis

Winter

Buiten

5 bouncende individuen bij kerktoren

Monseigneur van Oorschotstraat 3

Gewone dwergvleermuis

Zomer

Buiten

Kantpan

Monseigneur van Oorschotstraat 822

Gewone dwergvleermuis

Kraam

Buiten

Op 3 verschillende plekken c.q. stootvoeg en daklijst van het gebouw

13

Figuur 3.3 Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied. Op basis van de aanwezige territoria kon geen exacte locatie voor de paarverblijfplaatsen worden aangewezen. Gebouw B (in de buurt van één territoria) is ongeschikt voor vleermuizen. Een paarverblijfplaats binnen de planlocatie kan derhalve uitgesloten worden.

Figuur 3.4 De kraamkolonie met 45-80 individuen heeft tijdens een van de rondes de daklijst als opening gebruikt. Het betreft het gebouw aan de Monseigneur van Oorschotstraat 8-22 Gedurende het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en essentieel foerageergebied vastgesteld. De waargenomen individuen verspreiden zich nabij de bebouwing diffuus door het onderzoeksgebied waardoor er geen sprake is van de aanwezigheid van een vaste vliegroute.

14

3.3 Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken waarnemingen van overige soorten gedaan. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: boerenzwaluw, ekster, gaai, groenling, houtduif, kauw, koolmees en merel. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. Binnen de planlocatie en in de directe omgeving zijn 4 kauwennesten waargenomen. De vindplaats van deze nestlocaties wordt weergegeven in figuur 3.5. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart t/m 15 juli. Werkzaamheden die mogelijk nesten van algemene broedvogels aantasten dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. In het plangebied is geen sprake van nesten van cat. 5 vogels die worden weggenomen.

Figuur 3.5 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van de kauw (c.q. algemene broedvogel).

15

4 Conclusie 4.1

Huismus In 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de huismus in het plangebied aan de Hoofdstraat 47a, 49 en Monseigneur van Oorschotstraat 9 te Heeswijk-Dinther. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat in het onderzoeksgebied geen nesten van huismus aanwezig zijn. Alle vastgesteld nesten (16 stuks) vallen buiten het plangebied. Het plangebied maakt tevens geen deel uit van het essentiële leefgebied van de soort. De beoogde ingreep leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.1, lid 2 (wegnemen nesten). Een ontheffing voor de huismus de beoogde werkzaamheden is derhalve niet noodzakelijk.

4.2 Vleermuizen In 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied aan de Hoofdstraat 47a, 49 en Monseigneur van Oorschotstraat 9 te Heeswijk-Dinther Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn 7 verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Hiervan bevinden geen verblijfplaatsen in de bebouwing binnen het plangebied. Tevens maakt het plangebied geen deel uit van een essentiële vliegroute of essentieel foerageergebied. De beoogde ingreep leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.5, lid 2 (verstoren vleermuizen) en lid 4 (wegnemen verblijfplaatsen). Een ontheffing voor vleermuizen de beoogde werkzaamheden is derhalve niet noodzakelijk.

4.3 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot huismus en vleermuizen. Tijdens het onderzoek zijn tevens 4 kauwennesten waargenomen. De nesten van deze soort genieten geen jaarronde bescherming, alleen in het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.

4.4 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is geen ontheffing Wnb nodig. Er gelden in het kader van de Wnb geen verdere vervolgstappen.

16

Bronvermelding Dekkers, J., 2021. Quickscan Wet nb Hoofdstraat 47a, 49 en Monseigneur van Oorschotstraat 9 te Heeswijk. Oriënterend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Blom Ecologie B.V., Waardenburg. NGB, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, 2021. Vleermuisprotocol, versie januari 2021.

Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)

17

Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288

blomecologie.nl 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=79c5c8ba-9882-47ea-9c3d-335c3cd05569