13. Bijlage toelichting Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. D bestemmingsplan 'Muggenhoek 1, Heeswijk-Dinther'
Tekst van het document
Als bekend is dat er werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, of kunnen bomen buiten het broedseizoen worden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens wel de algemene zorgplicht. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen). Stikstof In oktober 2023 is er een stikstofberekening uitgevoerd, zie bijlage 3 van deze toelichting. Voor zowel de realisatie(aanleg)-fase en de gebruiksfase van de nieuw te bouwen paardenstal, zijn met behulp van de AERIUS Calculator berekeningen gemaakt om te kunnen bepalen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. De nieuw te bouwen paardenstal wordt niet voorzien van een gasaansluiting en zal niet worden verwarmd. In de huidige situatie zijn er 20 paardenboxen en verblijven er 30 paarden. In de toekomstige situatie komen er 30 paardenboxen maar blijft het aantal 30 paarden.
Om planologisch aan te tonen dat er geen sprake zal zijn van een toename aan stikstofdepositie, is er een referentiesituatie uitgewerkt met het verblijven van 20 paarden en een toekomstige gebruiksfase met het verblijven van 30 paarden. Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de gebruiksfase zijn naast de emissie van de paarden ook de voertuigbewegingen van belang. Hierbij is uitgegaan van totaal 10 ritten per etmaal in de huidige situatie en 14 ritten per etmaal in de nieuwe situatie. Naast de gebruiksfase is ook de realisatiefase berekend. Met behulp van de AERIUS Calculator zijn berekeningen opgesteld voor de realisatie- en de toekomstige gebruiksfase. Uit de berekeningen volgt voor beide fasen geen toename van stikstofdepositie. Er is gebruik gemaakt van de AERIUS-Calculator versie 2023. Op basis van de resultaten uit de berekeningen kan worden geconcludeerd dat zowel voor de realisatie(aanleg)fase en de gebruiksfase geen vergunningsplicht geldt, t.a.v. stikstofdepositie, op grond van de Wet natuurbescherming. 4.7.3 Conclusie Voor de huismus dient door middel van nader onderzoek in beeld gebracht te worden wat de effecten van de ontwikkeling zijn en of een activiteitenplan en ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is.
Dit nader onderzoek is inmiddels in werking gezet, een dergelijk onderzoek kan echter alleen worden uitgevoerd in de periode tussen 1 april en 20 juni. Het aanvullend onderzoek wordt daarom ingediend als bijlage bij de vergunningsaanvraag voor het slopen van een bouwwerk. In artikel 3.8 van de regels is dit juridisch geborgd door een vergunningsplicht op te neme
26
4.8 Archeologie en cultuurhistorie 4.8.1 Algemeen Archeologie Ruimtelijke plannen en projecten die archeologische resten in de bodem kunnen aantasten moeten rekening houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Erfgoedwet Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld.
Cultuurhistorie Cultuurhistorie kan worden gedefinieerd als 'sporen, objecten en patronen/structuren die zichtbaar of niet zichtbaar, onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie en ontwikkeling'. Cultuurhistorische waarden zijn daarom verbonden aan landschappelijke kwaliteiten, archeologie en bouwwerken, al dan niet met een status als monument. Bepaalde landschappelijke elementen als houtwallen, bosjes, bomen, waterlopen etc., kunnen een cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen in verband met de ontstaans-, bewonings- en ontginningsgeschiedenis van de streek. In het bestemmingsplan kunnen regels worden opgenomen om deze geschiedenis te behouden cq. de waarden te beschermen. 4.8.2 Beoordeling Voorliggend plan betreft de planologische wijziging van het perceel Muggenhoek 1 in Heeswijk-Dinther. De agrarische bestemming wordt gewijzigd voor de uitbreiding van de productiegerichte paardenhouderij. Er wordt 250 m2 aan paardenstallen gesloopt, daarvoor in plaats wordt een nieuwe paardenstalling met overdekte rijbak gerealiseerd. Deze nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van 1224 m2. Archeologie Voor het plangebied aan Muggenhoek 1 in Heeswijk-Dinther is het bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze', vastgesteld op 26 juni 2012 en onherroepelijk per 8 oktober 2014, van toepassing.
In het plangebied is de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 van toepassing, voor de bescherming van de ter plaatse aanwezige middelhoge archeologische verwachtingswaarden. Voor het bouwen overeenkomstig de regels dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 centimeter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van de vergunningverlener in voldoende mate zijn vastgesteld, waarbij advies wordt ingewonnen van een senior-archeoloog over de aard van het uit te voeren onderzoek. Binnen het plangebied worden geen gebouwen gerealiseerd of bodemwerkzaamheden verricht die dieper gaan dan 0,40 m of een grotere oppervlakte hebben dan 2500 m2. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Voor cultuurhistorie is de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in het natuurlijk landschap 'beekdal', daarnaast zijn er nabijheid het plangebied monumentale bomen aanwezig.
27
De ontwikkeling op het perceel Muggenhoek 1 is voorzien van een landschappelijke inpassing (zie bijlage 1 van deze toelichting). Aan de basis van het landschapsplan ligt vigerend ruimtelijk beleid. Op verschillende schaalniveaus zijn door provincie en gemeente specifieke doelen aangewezen en richtingen voor de toekomst uitgestippeld. Dit beleid is doorvertaald naar het schaalniveau van erfinrichting op de ligging van het plangebied in het beekdallandschap. Uit de beleidsanalyse komt naar voren dat er kansen liggen om op deze locatie de kenmerkende kamerstructuur te versterken en de bebouwing kwalitatief in te passen door het aanbrengen van gebiedseigen landschappelijke beplanting. De kamerstructuur wordt hier versterkt door het aanzetten van de perceelsgrenzen met bomen en hagen. Binnen het perceel worden diverse gebiedseigen bomen strategisch aangeplant om zo de bebouwing kwalitatief in te passen in het landschap. De parkeerplaatsen en stal worden omzoomd door een groene beukenhaag. Op de plek van de voormalige paddocks wordt een wadi gerealiseerd. De wadi heeft een natuurlijke vorm en een minimale oppervlakte van 90m2.
De wadi wordt rondom (3m breed) ingezaaid met een bloemrijk mengsel zal door extensief beheer gezorgd worden voor een structuurrijk geheel, waarin bloeiende grassen en kruiden kans krijgen om zich te ontwikkelen en zorgen voor een natuurlijke overgang van droog en nat.
Uitsnede gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart De ontwikkeling van het perceel Muggenhoek 1 wordt landschappelijk ingepast binnen de bestaande structuren van het landschap, er wordt geen afbreuk gedaan aan de beschreven cultuurhistorische waarden van de omgeving. Vanuit dit aspect bestaan dus geen belemmeringen voor het plan.
28
4.8.3 Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect archeologie en cultuurhistorie, nader onderzoek op het gebied van archeologie en cultuurhistorie is daarom ook niet nodig.
29
4.9 Verkeer en parkeren 4.9.1 Algemeen Voor het bepalen van de parkeernorm en om de effecten van het plan op de verkeerssituatie te beoordelen wordt gebruik gemaakt van de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie (publicatie 317, oktober 2012)' van het CROW en de Kadernota Parkeren 2017-2021. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie. 4.9.2 Beoordeling Voorliggend plan betreft de planologische wijziging van het perceel Muggenhoek 1 in Heeswijk-Dinther. De agrarische bestemming wordt gewijzigd voor de uitbreiding van de productiegerichte paardenhouderij. Er wordt 250 m2 aan paardenstallen gesloopt, daarvoor in plaats wordt een nieuwe paardenstalling met overdekte rijbak gerealiseerd. Deze nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van 1224 m2. De huidige bedrijfsvoering op het perceel Muggenhoek 1 bestaat uit 20 paardenboxen, de toekomstige bedrijfsvoering krijgt een schaalvergroting naar 30 paardenboxen. Er is geen sprake van een manege. De binnenrijbak is kleiner dan een wedstrijdbak, waardoor deze alleen recreatief gebruikt zal/kan worden. Er wordt géén les gegeven. De bestaande burgerwoning wordt gewijzigd in een bedrijfswoning.
Verkeer Volgens de CROW-publicatie ‘Kencijfers en verkeersgeneratie’ heeft een paardenhouderij een gemiddelde verkeersgeneratie van 4 motorvoertuigbewegingen per etmaal per paard. In de bestaande situatie is er ruimte voor 20 paarden. Dit zijn 80 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De woning heeft een verkeersgeneratie van 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. In de bestaande situatie is er sprake van 88,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. In de nieuwe situatie is er sprake van een productiegerichte paardenhouderij met 30 paarden. De CROW heeft geen kerncijfers voor een productiegerichte paardenhouderij, wel voor een paardenhouderij. Volgens de CROW-publicatie ‘Kencijfers en verkeersgeneratie’ heeft een paardenhouderij een gemiddelde verkeersgeneratie van 4 motorvoertuigbewegingen per etmaal per paard. In de nieuwe situatie is er ruimte voor 30 paarden. Dit zijn 120 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit betekent in de nieuwe situatie een toename van 40 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit kan echter als een worst-case scenario worden aangemerkt. In de werkelijke situatie zal het aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal veel lager liggen. Mede omdat het gaat om een stal met plaats voor maar 30 paarden, waarvan alle 30 in eigendom van de eigenaar zelf.
Het opfokken en trainen van 30 paarden, het bezoek van handelaren aan de paardenfokkerij en de transportbewegingen voor hooi en stro heeft geen grote verkeersaantrekkende werking. De productiegerichte paardenfokkerij leidt gezien de aard en schaal van de bedrijvigheid niet tot een aanzienlijke toename van het aantal voertuigbewegingen van en naar het plangebied. De bijdrage van het extra verkeer zal niet leiden tot verkeersonveilige situaties in het gebied. Ontsluiting van het perceel wordt niet gewijzigd, deze blijft gesitueerd op bestaande locatie. Parkeren Voor het parkeren bij een productiegerichte paardenhouderij moet op eigen terrein worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Voor een productiegerichte paardenhouderij zijn geen parkeernomen aangegeven in de 'Parkeernormennota gemeente Bernheze'. In het plan is ruimte voor minimaal 14 parkeerplaatsen, deze parkeerplaatsen bevinden zich met name bij de in- en uitrit van het plangebied. Het perceel behoudt de bestaande ontsluiting op de Muggenhoek, het parkeren vindt plaats op eigen terrein.
30
Toekomstige parkeersituatie 4.9.3 Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect verkeer en parkeren, nader onderzoek op het gebied van verkeer en parkeren is daarom ook niet nodig.
31
4.10 Kabels en leidingen 4.10.1 Algemeen In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofdtransportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. 4.10.2 Beoordeling Buisleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen buisleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Rioolleidingen De riolering leidt voor dit plan dit niet tot enige belemmering. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen straalverbindingen Kabels en niet-planologisch relevante leidingen Indien er in de toekomst grondwerkzaamheden plaatsvinden op het perceel zal bij de aanvraag van de omgevingsvergunning de wettelijk verplichte KLIC-melding moeten worden uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netbeheerders tekeningen naar de aanvrager.
De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden. Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd. 4.10.3 Conclusie In en nabij het projectgebied zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn derhalve geen belemmeringen te verwachten. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.
32
4.11 Gezondheid 4.11.1 Algemeen In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?) het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). Gezondheid is in de ruimtelijke ordening een steeds belangrijker thema. Er is geen specifieke wet- en regelgeving of beleidskader voor het meenemen van dit aspect in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Om de toetsing van gezondheid een volwaardige plaats te geven binnen de ruimtelijke ordeningspraktijk wordt de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 gehanteerd. De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, om te bepalen of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling.
4.11.2 Beoordeling Voorliggend plan betreft de planologische wijziging van het perceel Muggenhoek 1 in Heeswijk-Dinther. De agrarische bestemming wordt gewijzigd voor de uitbreiding van de productiegerichte paardenhouderij. Er wordt 250 m2 aan paardenstallen gesloopt, daarvoor in plaats wordt een nieuwe paardenstalling met overdekte rijbak gerealiseerd. Deze nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van 1224 m2. Er is geen sprake van een manege. De binnenrijbak is kleiner dan een wedstrijdbak, waardoor deze alleen recreatief gebruikt zal/kan worden. Er wordt géén les gegeven. De bestaande burgerwoning wordt gewijzigd in een bedrijfswoning. Het stappenplan van de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 is doorlopen (zie bijlage 5 van deze toelichting): 1) er is geen sprake van een varkens-/pluimveehouderij; 2) er is geen toename in de emissie voor geur, fijnstof en/of ammoniak; 3) er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; 4) er worden niet meerdere diersoorten gehouden binnen het bedrijf; 5) er is geen sprake van een geitenhouderij danwel pluimveenbedrijf; 6) er is geen sprake van een mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of zelfstandige activiteit; 7) er is geen sprake van ongerustheid van omwonenden over de volksgezondheid. Uit de zeven doorlopen stappen blijkt dat advisering door de GGD niet wordt geadviseerd, er is sprake van een gezonde leefomgeving.
4.11.3 Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect gezondheid, nader onderzoek op het gebied van gezondheid is daarom ook niet nodig.
33
Hoofdstuk 5 Conclusie Gelet op de onderzoeksresultaten in hoofdstuk 4 blijkt dat er geen belemmeringen zijn in het kader van ecologie, cultuurhistorie en archeologie, water, milieuzonering, bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid verkeer en duurzaamheid om medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling aan de Voorstraat. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Uit deze vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van onderhavig plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen nadelige effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk is.
34