10. Bijlage toelichting Quickscan Flora & Fauna bestemmingsplan 'Muggenhoek 1, Heeswijk-Dinther'
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna Sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te HeeswijkDinther Rapportnummer P2023-0093 Staro Natuur en Buitengebied
www.starobv.nl
Quickscan flora en fauna Sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te HeeswijkDinther Maart 2023
Projectnummer:
P2023-0093
Versie:
2, 26 oktober 2023
In opdracht van:
GBA Bouwbegeleiding & Advies b.v. A. Van Grinsven
Uitgevoerd door:
Staro Natuur en Buitengebied Lodderdijk 38a 5421 XB Gemert tel. 0492-450161 info@starobv.nl www.starobv.nl
Veldonderzoek:
J. van Hout
Auteur:
J. van Hout
Collegiale toets:
E. Claassen
Onderzoek van Staro Natuur en Buitengebied voldoet aan de eisen die het bevoegd gezag stelt. Staro Natuur en Buitengebied is lid van het Netwerk Groene Bureaus. Het Netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte. Het Netwerk heeft een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbende een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van flora en fauna. Desondanks zal nooit een 100% volledig beeld van de aanwezige flora en fauna gegeven kunnen worden. Natuur is dynamisch, situaties kunnen veranderen.
© Staro Natuur en Buitengebied, Gemert. Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitzonderingen door de wet gesteld, mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbenden niets uit dit document worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, digitale reproductie of anderszins.
Inhoud 1
Inleiding ............................................................................................................................................4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................4 1.2 Doel ..........................................................................................................................................4 1.3 Geldigheid onderzoek ...............................................................................................................5 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................................5
2
Plangebied .......................................................................................................................................6 2.1 Ligging en beschrijving plangebied ..........................................................................................6 2.2 Voorgenomen plannen .............................................................................................................8
3
Methode ............................................................................................................................................9 3.1 Literatuuronderzoek ..................................................................................................................9 3.2 Veldbezoek ...............................................................................................................................9
4
Natuurwaarden ............................................................................................................................. 10 4.1 Beschermde gebieden ............................................................................................................10 4.1.1 Natura 2000 .......................................................................................................................10 4.1.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................................11 4.1.3 Houtopstanden ...................................................................................................................12 4.2 Beschermde soorten ..............................................................................................................13 4.2.1 Flora ...................................................................................................................................13 4.2.2 Vlinders ..............................................................................................................................13 4.2.3 Libellen ...............................................................................................................................13 4.2.4 Kevers en weekdieren .......................................................................................................14 4.2.5
Vissen ................................................................................................................................14 4.2.6 Amfibieën ...........................................................................................................................14 4.2.7 Reptielen ............................................................................................................................15 4.2.8 Vogels ................................................................................................................................16 4.2.9 Vleermuizen .......................................................................................................................17 4.2.10 Overige zoogdieren ............................................................................................................18
5
Samenvatting ................................................................................................................................ 19 5.1 Beschermde gebieden ............................................................................................................19 5.2 Beschermde soorten ..............................................................................................................19 5.3 Maatregelen en nader onderzoek ..........................................................................................21 5.4 Ontheffing Wet natuurbescherming ........................................................................................21
Geraadpleegde bronnen ..................................................................................................................... 23 Literatuur .............................................................................................................................................23 Internet ................................................................................................................................................23 Bijlagen ................................................................................................................................................. 24 Bijlage 1 Wet- en regelgeving .......................................................................................................24
1
Inleiding
1.1
Aanleiding GBA Bouwbegeleiding & Advies b.v. begeleidt de herinrichting van een perceel aan Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther. Ten behoeve van de voorgenomen plannen is het noodzakelijk een quickscan flora en fauna uit te voeren om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten van de voorgenomen plannen hierop.
1.2
Doel Het doel van onderliggend onderzoek is een beoordeling of door uitvoering van voorgenomen plannen negatieve effecten ontstaan op beschermde soorten, gebieden en houtopstanden die strijdig zijn met de Wet natuurbescherming op basis van een globale inventarisatie. Indien mogelijk negatieve effecten ontstaan op beschermde soorten, gebieden en houtopstanden dienen nadere stappen genomen te worden, zoals mitigerende maatregelen, vervolgonderzoek en/of een ontheffing verkrijgen. Soortbescherming, gebiedsbescherming en beschermde houtopstanden vallen sinds 1 januari 2017 onder de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarnaast is provinciale gebiedsbescherming vastgelegd in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In bijlage 1 wordt deze wet- en regelgeving uitgebreid beschreven. Het in deze rapportage beschreven onderzoek stelt de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming vast en op welke wijze rekening gehouden dient te worden met de algemene zorgplicht (zie kader). Tevens wordt beoordeeld op welke wijze en in welke mate de voorgenomen plannen invloed kunnen hebben op het eventueel voorkomen van beschermde soorten.
Op basis van de resultaten kan worden vastgesteld welke maatregelen getroffen dienen te worden en vervolgstappen genomen dienen te worden om te voorkomen dat in strijd met de natuurwetgeving zal worden gehandeld. Aanvullend zal worden bepaald of voorgenomen plannen effect hebben op de beschermde natuurwaarden van nabijgelegen natuurgebieden en houtopstanden. Algemene zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren en hun directe leefomgeving, Natura 2000gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor beschermde natuurwaarden. Dit betekent dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door handelen of nalaten van handelen nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: + dergelijke handelingen achterwege laat + de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen (indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd) + deze gevolgen zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt (voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen).
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
4
1.3
Geldigheid onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen, waarbij het basisbeginsel van goed onderzoek bestaat uit beschikbare data (NDFF) en literatuur (verspreidingsatlassen), voor het uitvoeren van een quickscan binnen invloedsfeer van de werkzaamheden. De resultaten verkregen uit onderliggende quickscan vormen geen volledige inventarisatie. De bevoegde gezagen (provincies) hanteren de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal drie jaar oud zijn voor soorten benoemd in de Habitatrichtlijn, bijlage IV (inclusief Verdrag van Bern, Bijlage I en II) of vijf jaar (voor nationaal beschermde soorten) in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.”. Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkelingen en binnen het plangebied, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkelingen en/of het plangebied kunnen leiden tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten en gebieden.
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van het plangebied en de voorgenomen plannen. In hoofdstuk 3 wordt de gebruikte onderzoeksmethode besproken. De mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten, gebieden en houtopstanden en de effecten van de voorgenomen plannen op aanwezige beschermde natuurwaarden worden beschreven in hoofdstuk 4. In dit hoofdstuk wordt tevens ingegaan op de mogelijke noodzaak tot het treffen van mitigerende maatregelen. In het laatste hoofdstuk zijn de conclusies, adviezen en vervolgstappen uiteengezet.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
5
2
Plangebied
2.1
Ligging en beschrijving plangebied Het plangebied ligt aan Muggenhoek 1 buiten de bebouwde kom van Heeswijk-Dinther. Het plangebied wordt omsloten door agrarisch gebied. Ten oosten van het plangebied ligt een andere manege. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 0,6 en bestaat uit grasland, met paardenweides en een paardenstal. Op het grasland staan diverse dieren, zoals kippen, schapen, geiten, reeën, ezel en alpaca’s. De paardenweides bestaan uit drie veldjes, waarvan twee zandbakken en één grasveld. De paardenstal betreft diverse kleine gebouwen. De ‘hoofdpaardenstal’ bestaat uit een klein gebouw met een golfplaten dak en muren opgebouwd uit houten latten. Aan de zuidzijde van deze stal is een soortgelijk gebouw aangebouwd. Aan de achterzijde van de stal zijn nog enkele losse stalletjes. De ruimte tussen de paardenstal en de weides is verhard. Grenzend aan de zuidkant van het plangebied is het woonhuis aan de Muggenhoek 1 en een tijdelijke woning. Deze vallen echter buiten de grens van het plangebied. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in figuur 1. De globale begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 2. Foto’s 1 tot en met 6 geven een impressie van het plangebied.
Figuur 1. Ligging plangebied (gele stip) (bron: PDOK Viewer)
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
6
Figuur 2. Globale begrenzing plangebied (geel omlijnd) (bron: PDOK Viewer)
Foto 1. De te slopen paardenstal gezien vanuit het
Foto 2. Binnenkant van paardenstal
westen
Foto 3. Rijbak gezien vanuit het zuiden met bomenrij
Foto 4. Materialen aan de achterzijde van de
langs de Muggenhoek
paardenstallen
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
7
2.2
Foto 5. Bij-stal ten zuiden van de hoofdstal met
Foto 6. Dierenweide binnen plangebied met
houten muren
naastliggende bomenrij
Voorgenomen plannen GBA Bouwbegeleiding & Advies b.v. begeleidt de herinrichting van een perceel aan Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther. Hier wordt een bestaande paardenstal gesloopt en worden nieuwe paardenstallen met rijhal gerealiseerd. Ook wordt de mestopslag verplaatst en vernieuwd. De nieuwe stallen en rijhal nemen een deel van het huidige weiland in. Langs Muggenhoek en langs de oostgrens van het plangebied zijn in de huidige situatie bomen aanwezig. Deze bomen blijven behouden. Zowel de huidige situatie als de toekomstige situatie volgens de voorgenomen plannen zijn weergegeven in figuur 3.
Huidige situatie
Toekomstige situatie
Figuur 3. Weergave van huidige situatie en toekomstige situatie volgens de voorgenomen plannen aan de Muggenhoek 1 te HeeswijkDinther (bron: GBA Bouwbegeleiding & Advies b.v.)
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
8
3
Methode
Voor een quickscan wordt een literatuuronderzoek gedaan, en wordt een veldbezoek uitgevoerd. De bevindingen van het veldbezoek en het literatuuronderzoek zijn vervolgens gebundeld in deze rapportage.
3.1
Literatuuronderzoek In het kader van deze quickscan heeft een literatuuronderzoek plaatsgevonden waarbij gekeken is naar gebiedsgerichte bescherming en mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Voor de gebiedsgerichte bescherming is gekeken naar de aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving. De ligging van Natura 2000-gebieden (o.a. Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), het Natuurnetwerk Nederland en beschermde houtopstanden in en nabij het plangebied zijn onderzocht. Voor het soortenonderzoek is gebruikgemaakt van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), de websites Vlinderstichting.nl, Waarneming.nl, EIS-nederland.nl, Zoogdiervereniging.nl en Verspreidingsatlas.nl en diverse verspreidingsatlassen. Door te kijken naar een combinatie van de natuurlijke verspreiding, de voorkeurshabitat, de bekende waarnemingen en de relevante dispersieafstanden van soorten wordt in beeld gebracht welke beschermde flora en fauna kunnen voorkomen in het plangebied.
3.2
Veldbezoek Daarnaast heeft een veldbezoek plaatsgevonden waarbij alle aanwezige habitats zijn opgenomen binnen het plangebied en de directe omgeving. De aanwezigheid van deze habitats vormt de basis voor de mogelijkheid tot het voorkomen van beschermde soorten. Naast de habitats zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Dergelijke aanwijzingen zijn bijvoorbeeld het fysiek aantreffen van individuen van soorten en het aantreffen van holen, uitwerpselen, prooiresten, vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. De aanwezige habitats zijn vergeleken met de habitateisen van beschermde planten- en diersoorten. Op basis van deze vergelijking, expert judgement en het literatuuronderzoek is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. Ook is gekeken of binnen het plangebied invasieve exoten voorkomen. Het veldbezoek dat voor dit onderzoek is uitgevoerd, heeft plaatsgevonden op 15 maart 2023 in de ochtend onder de volgende weersomstandigheden: helder, droog, windkracht 2 en circa 1 ˚C.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
9
4
Natuurwaarden
4.1
Beschermde gebieden Deze paragraaf beschrijft de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden en de effecten van de werkzaamheden op deze gebieden. Tevens wordt ingegaan op de beschermde houtopstanden en wordt beoordeeld of deze aanwezig zijn in het plangebied.
4.1.1
Natura 2000 Uit de kaarten van de website van de provincie Noord-Brabant blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op circa 10,6 kilometer afstand ten westen van het plangebied ligt, zie figuur 4. Dit betreft het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Op circa 15,1 kilometer afstand ten zuidwesten van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen.
Figuur 4. Ligging plangebied (zwarte stip) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) (bron: Kaartbank Provincie Noord-Brabant)
Effectbeoordeling Doordat het plangebied buiten een Natura 2000-gebied ligt, kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Gezien de relatief grote afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is het uit te sluiten dat negatieve effecten ontstaan op Natura 2000-gebieden als gevolg van effecten van verdroging, versnippering, optische en mechanische verstoring en verstoring door licht, geluid en trilling door de voorgenomen plannen.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
10
Vanwege de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van de plannen, kan worden aangenomen dat geen negatieve effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden optreden. Dit is echter alleen uit te sluiten middels een AERIUSberekening.
4.1.2
Natuurnetwerk Nederland Natuurgebieden in Nederland zijn erg versnipperd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; in provincie Noord-Brabant het Natuur Netwerk Brabant (NNB) genoemd en bestaande uit NNB Rijksdeel en NNB Provinciaal deel) heeft als doel om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. In de provincie Noord-Brabant moet externe werking van voorgenomen plannen uitgesloten worden Uit de kaarten op de website van provincie Noord-Brabant blijkt dat het plangebied geen deel uitmaakt van het NNB. Het dichtstbijzijnde gebied dat deel uitmaakt van het NNB Rijksdeel ligt op circa 350 meter ten noorden van het plangebied. Het dichtstbijzijnde gebied dat deel uitmaakt van het NNB Provinciaal deel ligt op circa 390 meter ten noordwesten van het plangebied. De ligging van het NNB in de omgeving van het plangebied is weergegeven in figuur 4.
Figuur 5. Ligging plangebied (zwart omlijnd) ten opzichte van het NNN (bron: Kaartbank Provincie NoordBrabant)
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
11
Effectbeoordeling Het plangebied behoort niet tot het NNB. Gezien de relatief grote afstand tussen het plangebied en het NNB is het uit te sluiten dat de voorgenomen plannen een negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB.
4.1.3
Houtopstanden De Wet natuurbescherming heeft tot doel om houtopstanden te beschermen. De Wet werkt vanuit het principe dat de oppervlakte houtopstanden in Nederland behouden moet blijven. Beschermde houtopstanden moeten aan beide voorwaarden voldoen: + de houtopstand ligt buiten de vastgestelde ‘bebouwde kom houtopstanden’; + de houtopstand vormt een zelfstandige eenheid van groter dan 1.000m2 óf de houtopstand betreft een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Indien de houtopstand voldoet aan deze voorwaarden dient bij de provincie een kapmelding te worden ingediend en dient te worden voldaan aan de herplantplicht. Naast eisen vanuit de Wnb kunnen de provincie en de gemeente extra eisen stellen ten aanzien van de kap en herplant. De bomen in het plangebied blijven behouden, waardoor toetsing aan de bescherming van houtopstanden niet van toepassing is.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
12
4.2
Beschermde soorten Deze paragraaf beschrijft het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten worden verwacht, wat de mogelijke effecten van de voorgenomen plannen zijn en of het nemen van mitigerende maatregelen nodig is.
4.2.1
Flora Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde plantensoorten zijn waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen in het plangebied. Het plangebied bestaat voornamelijk uit verharding en deels uit weides en een rijbak. De grasweide wordt begraasd door verschillende dieren. Op basis van bovenstaande argumenten kan het voorkomen van de beschermde vaatplanten op basis van expert judgement uitgesloten worden binnen het plangebied.
4.2.2
Vlinders Uit de gegevens van de NDFF en De Vlinderstichting blijkt dat binnen één kilometer afstand van het plangebied teunisbloempijlstaart (§3.2 Wnb) en grote vos (§3.3 Wnb) zijn waargenomen.
+ Grote vos is een zeldzame en kwetsbare soort die voorkomt in vochtige, open
+
bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. De waardplanten van deze soort zijn vooral iep, maar ook zoete kers en sommige wilgensoorten. Teunisbloempijlstaart is een zeldzame soort die voorkomt in open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. De waardplanten zijn wilgenroosje, teunisbloem, bastaardwederik en kattenstaart.
In het plangebied ontbreken het geschikte habitat en de geschikte waardplanten voor deze beschermde vlinders. Daarom is het voorkomen van beschermde vlindersoorten uitgesloten.
4.2.3
Libellen Uit de gegevens van de NDFF en De Vlinderstichting blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied geen beschermde libellen zijn waargenomen. Binnen het plangebied is geen permanent oppervlaktewater aanwezig en daardoor ontbreekt het aan geschikt voortplantingshabitat voor libellen. Het voorkomen van essentieel habitat van (beschermde) libellen in het plangebied is uit te sluiten.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
13
4.2.4
Kevers en weekdieren Volgens de gegevens van de NDFF en EIS Nederland komen geen beschermde kevers en weekdieren voor in de omgeving van het plangebied. Voor de beschermde kevers en weekdieren zijn weinig verspreidingsgegevens bekend, daarom wordt in deze paragraaf van alle beschermde kevers en weekdieren beoordeeld of ze in het plangebied kunnen voorkomen.
+ Vliegend hert (§3.3 Wnb) komt voor in (oude) eikenbossen + De beschermde houtkevers; vermiljoenkever, heldenbok en juchtleerkever (alle +
+ + +
§3.2 Wnb) zijn afhankelijk van oude of holle vrijstaande bomen of (natte) gebieden met veel dood hout. De beschermde waterkever gestreepte waterroofkever (§3.2 Wnb) is voor het voorkomen afhankelijk van sloten en kanalen met helder water, zeer spaarzame of afwezige drijvende en onderwatervegetatie en komt vooral voor in laagveengebieden. De brede geelgerande waterroofkever (§3.2 Wnb) komt in Nederland alleen voor in enkele vennen in Drenthe met helder water, blad op de bodem en de aanwezigheid van grote kokerjuffers. De aquatische slakkensoort platte schijfhoren (§3.2 Wnb) is afhankelijk van de aanwezigheid van heldere, schone wateren met waterplanten. Bataafse stroommossel (§3.2 Wnb) is een soort die voorkomt in stromend water (rivieren of beken). Deze soort is al 50 jaar niet meer waargenomen in Nederland.
Bovenstaande habitats komen in het plangebied niet voor. De aanwezigheid van deze soorten is derhalve uitgesloten.
4.2.5
Vissen Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde vissoorten zijn waargenomen. Vanwege het ontbreken van permanent oppervlaktewater is het voorkomen van (beschermde) vissoorten in het plangebied uit te sluiten.
4.2.6
Amfibieën Uit de gegevens van RAVON, de NDFF en De amfibieën en reptielen van Nederland (Creemers & Van Delft, 2009) blijkt dat binnen één kilometer afstand van het plangebied kamsalamander (§3.2 Wnb), Alpenwatersalamander, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander (alle §3.3 Wnb) zijn waargenomen. Tussen één tot twee kilometer afstand van het plangebied zijn poelkikker (§3.2 Wnb) en meerkikker (§3.3 Wnb) waargenomen. Alpenwatersalamander, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker zijn algemene en niet-kritische soorten, ze hebben geen uitgesproken voorkeur voor specifiek land-, overwinterings- of voortplantingshabitat en kunnen in een grote variatie aan leefgebieden voorkomen waaronder dorpen en steden.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
14
+ Kamsalamanders leven in matig voedselrijke, stilstaande poelen, vijvers, vennen
+
of kolken met goed ontwikkelde onderwatervegetatie in bosrijk gebied, houtwallen of struweel. De soort wordt voornamelijk waargenomen in beek- of rivierbegeleidend water. De soort overwintert op vochtige en beschutte plekken op het land, zoals stapels stenen, in hout, bladafval, gaten en holen. Het land- en overwinteringshabitat moet binnen 100 tot 1000 meter van het voortplantingswater liggen en zonder barrières bereikbaar zijn. Poelkikker heeft een voorkeur voor zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op hogere zandgronden. De soort komt voor in vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden en in de uiterwaarden, maar ook rivierbegeleidende wateren. Overwintering van de poelkikker vindt plaats op het land binnen 100 á 200 meter van het voortplantingswater.
Het plangebied biedt geen geschikt habitat voor kamsalamander en poelkikker. De aanwezigheid van deze soorten is zodoende uit te sluiten. Ook voor de algemene en niet kritische soorten biedt het plangebied geen geschikt leefgebied. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Zodoende ontbreekt het aan voortplantingshabitat. Gezien de mate van verharding en het intensieve gebruik op de weides (rijbak voor paarden en grasweide voor verschillende huisdieren die intensief begrazen), is ook geen geschikt land- en overwinteringshabitat voor amfibieën aanwezig binnen het plangebied. Het is zodoende uit te sluiten dat de bovengenoemde algemene en niet kritische soorten amfibieën in het plangebied voorkomen.
4.2.7
Reptielen Uit gegevens van RAVON, de NDFF en De amfibieën en reptielen van Nederland (Creemers & Van Delft, 2009) blijkt dat binnen één kilometer afstand van het plangebied muurhagedis (§3.2 Wnb) is waargenomen. Op een afstand van één tot twee kilometer afstand tot het plangebied is levendbarende hagedis (§3.3 Wnb) waargenomen.
+ Muurhagedis komt voor op warme, stenige plekken, zoals rotswanden, muren en
+
gebouwen. De muurhagedis komt van nature uitsluitend rond Maastricht voor in ons land. Tegenwoordig komt de soort op steeds meer plekken voor door uitzetting. Levendbarende hagedis komt voor op droge en vochtige heiden en hoogvenen, en venoevers. De soort komt daarnaast ook voor in open bossen, ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en een beperkt deel van de duinen. Levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen.
Binnen het plangebied zijn geen geschikte muurtjes of groenelementen voor deze of andere beschermde reptielen, geschikt habitat ontbreekt. Het voorkomen van beschermde reptielensoorten in het plangebied is derhalve uit te sluiten.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
15
4.2.8
Vogels Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat de volgende vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest zijn waargenomen in de wijde omgeving van het plangebied: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief (alle §3.1 Wnb). Tijdens het veldbezoek zijn vele huismussen in de paardenstal waargenomen. In de stal zijn tevens enkele nesten aangetroffen, mogelijk van huismus (foto 7).
Foto 7. Nestmateriaal in de nok aan de binnenzijde van de paardenstal
Voor alle andere vogels met een jaarrond beschermd nest biedt het plangebied geen geschikte nestgelegenheden. De stallen hebben geen geschikte openingen of plekjes waar gierzwaluw, steenuil of kerkuil kunnen broeden. De bomen en de omgeving bieden ook geen geschikt leefgebied voor boombewonende vogels met een jaarrond beschermd nest. De bomen binnen en grenzend aan het plangebied bieden geschikte nestgelegenheid voor algemene vogels. Tevens biedt het plangebied geschikt foerageergebied voor huismus en algemene vogels. Effectbeoordeling Bij het slopen van de paardenstallen worden nestlocaties van huismussen vernietigd en kunnen individuen worden verwond of gedood. Tevens gaat mogelijk essentieel leefgebied van huismussen verloren. Nesten van huismussen zijn jaarrond beschermd. Er worden geen bomen gekapt, waardoor nestlocaties van algemene vogels niet worden vernietigd. Wel kan verstoring van broedende vogels optreden als gevolg van de werkzaamheden. Gedurende het broedseizoen zijn nesten strikt beschermd. De voorgenomen plannen hebben geen negatief effect op het foerageergebied van algemene vogels, omdat in de omgeving voldoende leefgebied aanwezig blijft tijdens en na de werkzaamheden.
Mitigerende maatregelen Nader onderzoek naar huismussen in het plangebied is noodzakelijk om te onderzoeken hoeveel nestlocaties in paardenstallen aanwezig zijn en of het plangebied onderdeel is van het essentieel leefgebied van huismussen. Het onderzoek naar huismus dient te worden uitgevoerd tussen 1 april en 20 juni.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
16
Op basis van de resultaten van deze onderzoeken kan worden bepaald of een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is en zo ja, welke mitigerende maatregelen genomen moeten worden. Verder dienen graaf- en bouwwerkzaamheden uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen om verstoring van broedgevallen in de bomen rond het plangebied te voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met juli. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen echter geen standaardperiode gehanteerd.
4.2.9
Vleermuizen Uit de Atlas van de Nederlandse vleermuizen (1997), Korsten en Regelink (2010) en gegevens van de NDFF blijkt dat de soorten bosvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis (alle §3.2 Wnb) voorkomen in de wijde omgeving van het plangebied. In het plangebied zijn geen bomen of gebouwen die mogelijkheden bieden voor geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. De muren van de paardenstallen bestaan deels uit golfplaten en deels uit houten wanden. Achter de golfplaten of houten wand is geen andere structuur. Ook het dak bestaat uit golfplaten zonder tussenliggend dakbeschot. De paardenstallen bieden daardoor geen isolatie, waardoor de stallen ongeschikt zijn voor vleermuizen. De bomenrij langs de Muggenhoek vormt mogelijk een geschikte vliegroute voor vleermuizen. Verder is het plangebied geschikt als foerageergebied van vleermuizen die in de omgeving verblijven. Effectbeoordeling Bij de voorgenomen werkzaamheden worden geen bomen gekapt, waardoor mogelijke vliegroutes ook niet onderbroken worden. De voorgenomen werkzaamheden hebben tevens geen negatief effect op het foerageergebied van vleermuizen, omdat in de omgeving voldoende leefgebied aanwezig blijft tijdens en na de werkzaamheden.
Wel vindt mogelijke verstoring plaats als gevolg van (extra) lichtgebruik bij de werkzaamheden. Mitigerende maatregelen Om verstoring van foeragerende vleermuizen te voorkomen, dient (extra) kunstlicht tijdens de werkzaamheden in de avond en nacht uitgezet en afgeschermd te worden.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
17
4.2.10 Overige zoogdieren Uit gegevens van de NDFF blijkt dat binnen één kilometer afstand van het plangebied de volgende soorten zijn waargenomen: Algemene spits-, woel- en ware muizensoorten, eekhoorn, egel, konijn, ree, steenmarter en vos (alle §3.3 Wnb). Tussen één tot twee kilometer afstand tot het plangebied zijn bever (§3.2 Wnb), bunzing, das, haas, hermelijn en wezel (alle §3.3 Wnb) waargenomen. Op een afstand van twee tot vijf kilometer tot het plangebied zijn waterspitsmuis en woelrat (beide §3.3 Wnb) waargenomen. Binnen het plangebied ontbreken (geschikte) watergangen en oevers voor bever, waterspitsmuis en woelrat. Voor marterachtigen en egel zijn aaneengesloten, lijnvormige groenstructuren met voldoende ondergroei van belang ter migratie en bedekking. Dit ontbreekt binnen het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten van eekhoorns waargenomen in de bomen grenzend aan het plangebied. Gezien de ligging van het plangebied in agrarisch landschap zonder bosrijk gebied in de nabije omgeving, biedt het plangebied tevens geen geschikt habitat voor soorten die in bosrijke omgevingen voorkomen. Tevens is het plangebied afgezet met hekwerk, waardoor het onbereikbaar is voor verschillende soorten.
Op basis van bovenstaande argumenten is het voorkomen van eekhoorn, egel, ree, steenmarter, vos, bever, bunzing, das, haas, hermelijn, wezel, waterspitsmuis en woelrat binnen het plangebied uitgesloten. Enkel voor algemene spits-, woel- en ware muizensoorten en konijn bieden de dierenweides geschikt leefgebied. Verblijfplaatsen van konijn ontbreken, mogelijk zijn wel verblijfplaatsen van muizen aanwezig die holen maken in de grond van de weides. Effectbeoordeling De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatief effect op het leefgebied van algemene muizensoorten en konijnen, omdat in de omgeving voldoende leefgebied aanwezig blijft tijdens en na de werkzaamheden. Wel kunnen verblijfplaatsen van algemene muizen worden vernietigd en individuen worden verwond of gedood bij graafwerkzaamheden in de weides. Mitigerende maatregelen Voor algemene spits-, woel- en ware muizensoorten geldt in provincie Noord-Brabant een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor verwonden of niet opzettelijk doden van deze soorten hoeft geen ontheffing te worden verkregen. Wel geldt altijd de Algemene zorgplicht, zie kader in hoofdstuk 1. Om het verwonden of niet opzettelijk doden van dieren te voorkomen kan bij graafwerkzaamheden in de weides in één richting worden gewerkt, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
18
5
Samenvatting
5.1
Beschermde gebieden Gezien de relatief grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (10,6 kilometer) is het uit te sluiten dat negatieve effecten ontstaan op Natura 2000-gebieden als gevolg van de voorgenomen plannen. Vanwege de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van de plannen, kan worden aangenomen dat geen negatieve effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden optreden. Dit is echter alleen uit te sluiten middels een AERIUSberekening. Ten aanzien van het NNB hebben de voorgenomen plannen geen negatief effect tot gevolg op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. De bomen in het plangebied blijven behouden, waardoor toetsing aan de bescherming van houtopstanden niet van toepassing is.
5.2
Beschermde soorten In het plangebied komen mogelijk verschillende soorten voor die zijn beschermd onder paragrafen 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Het is uit te sluiten dat in het plangebied beschermde flora, vlinders, libellen, kevers, weekdieren, vissen, amfibieën en reptielen voorkomen. Wel geldt voor alle aanwezige soorten in het plangebied de algemene zorgplicht, zie kader in de inleiding. Tabel 1 geeft een overzicht van de mogelijk aanwezige en aangetroffen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied. Soorten van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming In het plangebied zijn veel huismussen waargenomen en waarschijnlijk zijn in de paardenstallen nesten van huismus aanwezig. De nesten van huismus zijn jaarrond beschermd. Voor het verwijderen van huismusnesten is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Nader onderzoek naar huismussen in het plangebied is noodzakelijk om te onderzoeken hoeveel nestlocaties in de paardenstallen aanwezig zijn en of het plangebied onderdeel is van het essentieel leefgebied van huismussen. Het onderzoek naar huismus dient te worden uitgevoerd tussen 1 april en 20 juni. Graaf- en bouwwerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen om verstoring van broedgevallen in de bomen rond het plangebied te voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met juli.
De voorgenomen plannen hebben geen negatief effect op het foerageergebied van algemene vogels, omdat in de omgeving voldoende leefgebied aanwezig blijft tijdens en na de werkzaamheden.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
19
Soorten van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming De paardenstallen bieden geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Ook de bomen langs de randen van het plangebied zijn ongeschikt voor verblijfplaatsen van vleermuizen. De bomen langs Muggenhoek kunnen functioneren als vliegroute voor vleermuizen. Bij de voorgenomen werkzaamheden worden geen bomen gekapt, waardoor mogelijke vliegroutes niet onderbroken worden. De voorgenomen werkzaamheden hebben tevens geen negatief effect op het foerageergebied van vleermuizen, omdat in de omgeving voldoende leefgebied aanwezig blijft tijdens en na de werkzaamheden. Om verstoring van foeragerende vleermuizen te voorkomen, dient (extra) kunstlicht tijdens de werkzaamheden in de avond en nacht uitgezet en afgeschermd te worden. Soorten van paragraaf 3.3 van de Wet natuurbescherming Voor algemene spits-, woel- en ware muizensoorten en konijn bieden de dierenweides geschikt leefgebied. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatief effect op het leefgebied van algemene muizensoorten en konijnen, omdat in de omgeving voldoende leefgebied aanwezig blijft tijdens en na de werkzaamheden. Wel kunnen verblijfplaatsen van algemene muizen worden vernietigd en individuen worden verwond of gedood bij graafwerkzaamheden in de weides.
Voor algemene spits-, woel- en ware muizensoorten geldt in provincie Noord-Brabant een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Wel geldt altijd de Algemene zorgplicht, zie kader in hoofdstuk 1. Om het verwonden of niet opzettelijk doden van dieren te voorkomen kan bij graafwerkzaamheden in de weides in één richting worden gewerkt, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten. Tabel 1. Overzicht mogelijk aanwezige en aangetroffen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied Soort(groep)
Huismus
Vogels
Bescherming
Functie
Mogelijk
Ontheffing
plangebied
effect
nodig
Ja
Mogelijk
§3.1 Wnb
Nestgelegenheid
(nest jaarrond
en essentieel
beschermd)
leefgebied
Maatregelen
Nader onderzoek laten uitvoeren
§3.1 Wnb
Nee, mits
Graaf- en
(nest niet
maatregelen
bouwwerkzaamheden
worden
buiten broedseizoen
uitgevoerd
uitvoeren
jaarrond
Nestgelegenheid
Ja
beschermd) Vogels
§3.1 Wnb
Foerageergebied
Nee
-
-
Vleermuizen
§3.2 Wnb
Vliegroutes
Nee
-
(extra) kunstlicht
Vleermuizen
§3.2 Wnb
Foerageergebied
Ja
Nee, mits
tijdens
maatregelen
werkzaamheden in de
worden
nacht en avond
uitgevoerd
uitzetten en afschermen
Algemene spits-, woelen ware muizen en
§3.3 Wnb
Leefgebied
Nee
-
-
Nee,
Graafwerkzaamheden
algehele
in één richting
vrijstelling
uitvoeren
konijn Algemene spits-, woelen ware muizen
§3.3 Wnb
Verblijfplaatsen
Ja
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
20
5.3
Maatregelen en nader onderzoek De ontwikkelingen in het plangebied leiden mogelijk tot een overtreding van de Wnb. Voor algemene vogels, vleermuizen en algemene muizen kan dit voorkomen worden door het nemen van mitigerende maatregelen. Voor huismus dient door middel van nader onderzoek in beeld gebracht te worden wat de effecten van de ontwikkeling zijn en of een activiteitenplan en ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is. Met het nemen van de juiste maatregelen, zoals onder andere het aanbieden van voldoende alternatieve nestplaatsen voor de huismus, werken buiten de meest kwetsbare periode van de soort en voorkomen dat individuen worden gedood, is een ontheffing te verkrijgen en vormt het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming geen belemmering voor doorgang van de voorgenomen plannen. Welke maatregelen precies nodig zijn moet blijken uit het benodigde onderzoek. Mitigerende maatregelen + Graaf- en bouwwerkzaamheden uitvoeren tussen augustus en half maart. Zo wordt rekening gehouden met de broedperiode van vogels. + Om verstoring van foeragerende vleermuizen te voorkomen, dient (extra) kunstlicht tijdens de werkzaamheden in de avond en nacht uitgezet en afgeschermd te worden.
+ In verband met de mogelijke aanwezigheid van verblijfplaatsen van algemene muizen, dienen graafwerkzaamheden in de weides in één richting te worden uitgevoerd zodat individuen kunnen vluchten. Nader onderzoek + Nader onderzoek naar huismus wordt uitgevoerd tussen 1 april en 20 juni.
5.4
Ontheffing Wet natuurbescherming Indien uit het nader onderzoek blijkt dat nesten van huismus aanwezig zijn in de paardenstallen en/of het plangebied onderdeel is van het essentieel leefgebied dient voorafgaand aan de werkzaamheden een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden verkregen. Het bevoegd gezag voor dit onderdeel van de Wnb is de provincie. Een aanvraag voor een ontheffing kan bij de provincie worden ingediend of aanhaken aan de Omgevingsvergunning. In het laatste geval loopt de aanvraag via de gemeente. De aanvraag kan pas worden ingediend als het nader onderzoek helemaal is afgerond. Bij de aanvraag dient ook een mitigatieplan/activiteitenplan ingediend te worden. Hierin staat onder andere welke mitigerende en compenserende maatregelen genomen zullen worden. Met het nemen van de juiste maatregelen, zoals onder andere het aanbieden van voldoende alternatieve nestplaatsen voor de huismus, werken buiten de meest kwetsbare periode van de soort en voorkomen dat individuen worden gedood, is een ontheffing te verkrijgen en vormt het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming geen belemmering voor doorgang van de voorgenomen plannen. De proceduretijd voor de beoordeling van de aanvraag is 26 weken, gerekend vanaf het moment dat u uw aanvraag heeft ingediend.
Als niet alle gevraagde informatie bij de aanvraag is meegestuurd, kan de afhandeling langer duren. Een ontheffing kan alleen worden verkregen als aan de volgende drie punten wordt voldaan: 1. Er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk (alternatieven afweging); 2. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de staat van instandhouding van beschermde soorten (mitigerende en compenseren maatregelen).
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
21
3.
Er is sprake van een in de wet genoemd belang. Voor soorten beschermd onder de Vogelrichtlijn (waaronder huismus) kan ontheffing worden verkregen op grond van de volgende belangen: + In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; + In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; + Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; + Ter bescherming van flora of fauna.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
22
Geraadpleegde bronnen Literatuur
+ Bos F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff, De Vlinderstichting, 2006. De
+ + + + + +
dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Bouwens, S. Provincie Noord-Brabant, 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Zoogdiervereniging - rapport 2017.32. Creemers R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie). 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey Nederland, Leiden. Korsten, E. en Regelink J.R. Herkennen van potentiële vleermuiswaarden: in het kader van quickscans en andere ecologisch vooronderzoek. Zoogdiervereniging - rapport 2010.44. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Limpens, H., K. Mostert, W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Ministerie van Economische Zaken. Brochure: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3 december 2016. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.
Internet
+ Natura 2000-gebieden, https://noord+ + + + + + +
brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c366209c 6, 13-3-2023 Natuurnetwerk Nederland, https://noordbrabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c366209c 6, 13-3-2023 NDFF - 13-3-2023 16:11:35 www.eis-nederland.nl www.vlinderstichting.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.verspreidingsatlas.nl
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
23
Bijlagen Bijlage 1
Wet- en regelgeving
Wet natuurbescherming In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van soorten, gebieden (Natura 2000) en houtopstanden en vervangt daarmee de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en Boswet. Daarnaast geldt per provincie beleid voor de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd). Soortbescherming Op het gebied van soortbescherming is het uitgangspunt van de Wet natuurbescherming dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan; het ‘nee, tenzij-principe’. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De Wet natuurbescherming kent de volgende drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn; 2.
Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt; 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: + Er mag alleen van de verbodsbepalingen worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is; + Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn, zoals ruimtelijke ontwikkeling, volksgezondheid of openbare veiligheid; + Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen is bovendien vrijstelling mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
24
Tabel 1. Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten Categorie 1 (§ 3.1 Wnb)
Categorie 2 (§ 3.2 Wnb)
Categorie 3 (§ 3.3 Wnb)
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild levende
Het is verboden soorten in hun
Het is verboden soorten opzettelijk te
vogels opzettelijk te doden of te
natuurlijke verspreidingsgebied
doden of te vangen
vangen
opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten,
Het is verboden de
Het is verboden de vaste
rustplaatsen en eieren van vogels te
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen
vernielen of te beschadigen, of nesten
van dieren te beschadigen of te
van dieren opzettelijk te beschadigen
van vogels weg te nemen
vernielen
of te vernielen
Art 3.1 lid 3
Art. 3.5 lid 3
-
Het is verboden eieren te rapen en
Het is verboden eieren van dieren in
deze onder zich te hebben
de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels opzettelijk te
Het is verboden dieren opzettelijk te
storen, tenzij de storing niet van
verstoren
-
wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort -
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten in hun
Het is verboden plantensoorten in hun
natuurlijke verspreidingsgebied
natuurlijke verspreidingsgebied
opzettelijk te plukken en te
opzettelijk te plukken en te
verzamelen, af te snijden, te
verzamelen, af te snijden, te
ontwortelen of te vernielen
ontwortelen of te vernielen
Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat voorafgaand aan handelingen inzichtelijk moet zijn welke natuurwaarden aanwezig zijn, de kwetsbaarheid hiervan en de mogelijke gevolgen die de handeling hiervoor kan hebben. Bij de uitvoering van de handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing. Natura 2000 (bron: Rijksoverheid) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze Natura 2000gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn bestaan uit soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. In Nederland is de bescherming van de Natura 2000-gebieden verankert in de Wet natuurbescherming.
De Europese verplichtingen tot gebiedsbescherming uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. De wet biedt een beschermingskader voor de flora
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
25
en fauna binnen de aangewezen beschermde gebieden, de Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale gebieden. Bij Natura 2000-gebieden vormen de instandhoudingsdoelstellingen die voor een gebied in een aanwijzingsbesluit zijn geformuleerd een belangrijk aanknopingspunt voor de bescherming van de habitattypen en (vogel-)soorten in een gebied. De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Natuurnetwerk Nederland (bron: Rijksoverheid) Natuurgebieden in Nederland zijn erg versnipperd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen EHS) heeft als doel om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. Hierdoor zijn deze gebieden beter bestand tegen negatieve milieu-invloeden. In grotere natuurgebieden kunnen gemiddeld genomen meer soorten planten en dieren leven. Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de realisatie van het NNN. Het Rijk heeft de bescherming van het NNN vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Provincies moeten op grond van het Barro het NNN aanwijzen en begrenzen in provinciale verordeningen. In deze verordeningen moeten ook de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden zijn vastgelegd. Het doel van de planologische bescherming van het NNN is om het netwerk van natuurgebieden te beschermen tegen negatieve effecten van ruimtelijke ingrepen. Dat betekent niet dat ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijvigheid, verboden zijn. De bescherming van het NNN vindt plaats door het nee-tenzij-regime. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen gebieden niet zijn toegestaan. Tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Houtopstanden De Wet natuurbescherming heeft tot doel om houtopstanden (bos, bomenlanen, houtwallen, struikhagen en dergelijke) te beschermen. De Wet werkt vanuit het principe dat de oppervlakte houtopstanden in Nederland behouden moet blijven. Zodra in het kader van ruimtelijke ontwikkeling houtopstanden verwijderd worden, moet het worden herplant.
Als dit niet mogelijk is op dezelfde locatie moet elders gecompenseerd worden in de vorm van aanplant van een nieuwe houtopstand of uitbreiding van een bestaande houtopstand. Van ‘bos’ wordt gesproken als de bomen elkaar duidelijk beïnvloeden, en het een bedekkingsgraad heeft van minimaal 60%. Onder de Wnb beschermde houtopstanden moeten aan de volgende voorwaarden voldoen: + de houtopstand ligt buiten de vastgestelde ‘bebouwde kom houtopstanden’; + de houtopstand vormt een zelfstandige eenheid van groter dan 10 are (1.000 vierkante meter) óf de houtopstand betreft een rijbeplanting van meer dan 20 bomen (kappen van één boom uit een rij van minimaal 21 bomen valt ook hieronder). De bescherming geldt niet voor houtopstanden op erven of in tuinen; fruitbomen en windschermen om boomgaarden; uit populier of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijïge beplantingen langs landbouwgronden. Eveneens geldt de bescherming niet voor het dunnen van houtopstanden.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
26
Voor het verwijderen van beschermde houtopstanden dient bij de provincie een kapmelding te worden gedaan. De kapmelding wordt gedaan wanneer een houtopstand wordt gekapt, gerooid, ontworteld, of als bomen en struiken door handelen van personen of vee sterven of ernstig beschadigd raken. Soms is het ook nodig een kapmelding te doen bij de gemeente. Naast het doen van een kapmelding, dient ook te worden voldaan aan de herplantplicht. Herplant moet plaatsvinden op de locatie van de verwijderde houtopstand, op een bosbouwkundig verantwoorde manier, binnen 3 jaar na het kappen van de houtopstand en volgens de geldende provinciale regels. In uitzonderlijke gevallen is het mogelijk uitstel of ontheffing van de herplantplicht aanvragen. Ook is het in bepaalde gevallen mogelijk om ontheffing te vragen de herbeplanting op een andere locatie te doen.
Quickscan flora en fauna sloop en herbouw paardenstal Muggenhoek 1 te Heeswijk-Dinther, maart 2023
27