Zienswijzebrief ODRN PS-Raden Kadernota
Tekst van het document
Aan: - Provinciale Staten van Gelderland - De raden van de gemeenten Beuningen, Druten, Berg en Dal, Heumen Nijmegen en Wijchen In afschrift aan: het college van GS en de colleges van B&W
Nijmegen, november 2021
Geachte Statenleden, leden van de raad, U ontvangt hierbij de Kadernota en twee bijlagen van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. De Kadernota en de twee daarbij behorende bijlagen zijn besproken en vastgesteld door de besturen van de ODRN en wel op 30 september j.l en daarmee vrijgegeven voor zienswijzen. Toelichting op de Kadernota In deze nota geven we zicht op ontwikkelingen en risico’s die we nog niet in de begroting 2022 inclusief meerjarenraming 2023 – 2025 vertaald hebben. We gaan achtereenvolgens in op: 1. De financiële effecten van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen 2. De effecten van de Corona crises 3. Indexering vanaf 2023 4. Taakstellingen 5. Afloop ontwikkelprogramma en ontwikkelbudget vanaf 2024 6. Bevindingen Commissie van Aartsen, Handhaven in het Duister van de Algemene Rekenkamer en de financieringssystematiek vanaf 2023 Samenvatting Belangrijkste financiële ontwikkeling sinds de begrotingsvaststelling is het uitstel van de Omgevingswet (OW) en de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB). Deze worden met minimaal een half jaar (tot 1 7 2022) uitgesteld en mogelijk zelfs met een jaar (tot 1 1 2023). Dit uitstel leidt tot extra implementatiekosten van € 3 ton tot 6 ton. De meerkosten zijn onzeker en hangen onder andere af van verder uitstel van de inwerkingtreding van de OW en WKB.
We verwachten in het voorjaar 2022 meer duidelijkheid hierover en komen hier bij de actualisatie van de begroting 2022 op terug. Naast implementatiekosten zijn er structurele financiële effecten van de OW en de WKB. We hebben deze in 1
2021 met onze deelnemende gemeenten verkend. De meeste gemeenten leggen de nadruk op kostenneutrale implementatie. Dat is een mooie ambitie, maar in de meeste scenario’s komen er waarschijnlijk wel kosten bij. Hoe hoog deze zullen zijn, is nog niet aan te geven omdat deze afhankelijk zijn van beleidskeuzes van onze deelnemers en de mate waarin ze bereid zijn deze regionaal te uniformeren; hoe minder diversiteit, hoe lager de kosten. Vooralsnog baseren we de prognose van de structurele financiële effecten van de OW en de WKB op de risicoparagraaf in onze jaarstukken over 2020. We zullen deze in de begroting vertalen zodra we deze effecten op basis van helderheid over beleidskeuzes van deelnemers en over de invoerdatum meer kunnen kwantificeren. Met de inwerkingtreding van de OW gaat de bevoegdheid voor de Wet bodembescherming (Wbb) over van provincies naar gemeenten. Het is nog niet duidelijk in hoeverre gemeenten hiervoor in het gemeentefonds gecompenseerd worden en of de overheveling budgettair neutraal zal zijn. Het saldo aan verlofdagen is opgelopen door Corona. We hebben afspraken gemaakt om opname van verlofdagen te stimuleren. We zullen de effecten hiervan monitoren en komen hier op terug. We gaan onze huisvesting aanpassen aan onze nieuwe huisvestingsvisie: , het gebruik van ons kantoorgebouw vooral als ontmoetingsruimte.
In dit kader hebben we ook budget gereserveerd voor een thuiswerkvergoeding en voor een werkplekregeling. We verwachten dat we de verbouwingskosten en deze uitgaven uit onze meerjarenbegroting kunnen dekken en zullen erover rapporteren als de realisatie afwijkt. Dit hebben we kunnen besluiten nadat we per 1 september een verdieping van ons pand hebben kunnen afstoten. We geven in de inleiding aan dat we flink hebben ingezet op realistisch begroten. We gaan tegelijk ambitie niet uit te weg en hebben onze deelnemers vanaf 2024 een tariefverlaging van € 3 in het vooruitzicht gesteld. De opgaaf is niet gering. Deze korting betekent een reductie op onze omzet van jaarlijks zo’n € 7 ton. De ambitie is er en blijft bestaan. Maar bezuinigingen mogen niet tot uitholling van onze kennisorganisatie leiden. Recente signalen over het in het gedrang komen van een schone, duurzame en veilige leefomgeving van de Commissie van Aartsen en van de Algemene Rekenkamer, moeten we serieus nemen. Wij hechten eraan om u en al onze deelnemers steeds actief te informeren en nauw te betrekken bij de realisatie van onze verbeterambities zodat we een gemeenschappelijk beeld houden over optimalisatiemogelijkheden. De 1% (2021), 2% (2022) en 3% (2023) korting waarover onze deelnemers hebben besloten is financieel in de meerjarenbegroting vertaald.
Voor zover dat niet gebeurd is, zullen onze deelnemende gemeenten in overleg met ODRN een besluit moeten nemen over de taakreductie waarmee deze korting geeffectueerd wordt. We doen in de bij deze kadernota gevoegde nota: ‘ODRN indexering vanaf 2023’ een voorstel om onze indexeringsmethode vanaf 2023 aan te passen. Hiermee beogen we een indexering die beter aansluit op de werkelijke kostenontwikkeling. We stellen onder andere een nacalculatie over de personele kosten voor. Deze nacalculatie kent een vertraging van twee jaar. Verschillen tussen de voorcalculatie en de werkelijke kostenontwikkeling in deze twee jaar vangen we op met onze reserves. Dit is een positief dan wel negatief risico dat we pas in het voorjaar van 2022 kunnen kwantificeren. We komen hier bij de begroting 2023 op terug. De bijdrage aan het ontwikkelprogramma loopt af vanaf 2024. Hierover maken we ons zorgen. We ramen een beperkt opleidingsbudget (2% van de loonsom) en geen budget voor onvoorzien of ontwikkelingen. Is dat genoeg? Het zou wenselijk kunnen zijn dit budget vanaf 2023 of 2024 op te hogen naar bijvoorbeeld 4% van de loonsom. Dat betekent een uitzetting van jaarlijks € 2,9 ton. Daarover gaan we graag het gesprek aan. De signalen van diverse landelijke onderzoeken van de Commissie van Aartsen en de Algemene Rekenkamer liegen er niet om: het gaat niet goed met onze leefomgeving. Het moet anders.
Hoe en met welke 2
consequenties? Dat weten we nog niet. We wachten verdere discussie en besluitvorming af en komen hier bij de behandeling van de jaarcijfers 2021 en de begroting 2023 op terug. We proberen met verkenningen van een andere financieringssystematiek vanaf 2023 al wel op ontwikkelingen te anticiperen. We hebben deze samen met Twijnstra Gudde doorgerekend. Hieruit blijkt dat herverdeeleffecten ten opzichte van de oude systematiek beperkt zijn. We zullen de werkplannen voor 2023 volgens de nieuwe financieringssystematiek opstellen en tijdig met onze deelnemers het gesprek voeren hierover zodat zij de uitkomsten in de begroting 2023 kunnen vertalen. Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen Als voorbereiding op de behandeling in het bestuur hebben wij de stukken afgestemd met de Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen (AGR). Zij hebben voor de behandeling in ons bestuur ons het volgende laten weten: Ten aanzien van de notitie indexering vanaf 2023. - het is goed om te lezen dat de systematiek die de ODRN nu met ingang van 2023 wil gaan hanteren in de basis vergelijkbaar is met die van de GGD en de VRGZ; - voor de verhouding index personeel/materieel is becijferd op een verhouding 84/16, waarbij de inhuurkosten zijn ondergebracht bij de personele kosten.
We vragen ons wel af of dit een vaste verdeelsleutel blijft vanaf 2023, of dat er ook gekeken gaat worden naar de ontwikkeling van de begrote inhuurkosten. M.a.w. zijn de inhuurkosten nu voor het juiste bedrag in de begroting opgenomen? En wat zijn de gevolgen als er efficiencykortingen worden voorgesteld vanuit de verschillende gemeenten. Wordt de verhouding dan aangepast? Ten aanzien van de nota risico's en weerstandsvermogen: - we kunnen ons vinden om de weerstandscapaciteit wat op te hogen tot € 1.1 miljoen voor het jaar 2022, zijnde maximaal 5% van de begrote baten. Zienswijze Gelet op de voorbereidingstijd van de begroting waarin we de Kadernota verwerken kunt U uw schriftelijke zienswijze over de Kadernota bij ons kenbaar maken. Wij verzoeken u uiterlijk 24 februari 2022 uw zienswijze in te sturen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Voor vragen kunt u terecht bij mevrouw Jacqueline Tiemens, telefonisch bereikbaar op 06-52 78 07 30 en per mail via jacqueline.tiemens@odrn.nl. Met vriendelijke groet, het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Regio Nijmegen, namens deze Marieke Prins Secretaris 3