CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag carrouselvergadering Berg en Dal 2 december 2021

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Vaststellen van de verslagen van de raadsvergadering van 21 oktober 2021, de begrotingsraad van 4 november 2021 en de carrouselvergaderingen van 2 en 7 december 20219.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag carrousel gemeente Berg en Dal 2 december 2021

Onderzoeksrapport Rekenkamercommissie Berg en Dal - Bedrijfsvoering

Voorzitter: Griffie: Portefeuillehouder: De leden:

dhr R. Bekers dhr J. van Workum, dhr R. Wildeman dhr M. Slinkman dhr W. Janssen (CDA), dhr F. Gödderz (GroenLinks), dhr M. Ernst (Polderbreed), dhr A. ten Westeneind (GJS), dhr H. Eikholt (GVP), dhr W. Kersten (Sociaal Groesbeek), mw E. van Broekhoven (VBenD), dhr E. Weijers (VOLG), dhr R. Hammer (VVD), dhr M. Schmiermann (PvdA), dhr J. Verstegen (D66) Rekenkamercommissie: dhr H. Smeets en dhr D-J. Schonewille Verslag: Buro Service Overasselt, mw W. Verheijen Verkroost

De voorzitter opent de digitale carrousel om 20.00 uur en heet de aanwezigen welkom. PRESENTATIE DOOR DHR H. SMEETS De presentatie wordt bij het verslag gevoegd. VRAGEN/OPMERKINGEN NAAR AANLEIDING VAN DE PRESENTATIE Mw Van Broekhoven leest in het rapport dat de BBV-indicatoren in alle stukken terug te vinden zijn en die BBV-indicatoren geven juist opvallend veel informatie over de formatieverhouding tot het aantal inwoners, de bezetting, de overhead. Toch zegt de Rekenkamercommissie op het laatst dat er alleen met moeite een vergelijking gemaakt kan worden in de formatie. Dhr Smeets antwoordt dat hij niet weet wat de verhouding is tussen de flexibele schil en de vaste formatie en ook niet op grond waarvan een formatieomvang groeit of krimpt. In het Sociaal Domein zijn er in 2015 veel taken bij gekomen, daar moet een formatiegroei te zien zijn. Er moet een aanleiding voor formatiegroei zijn. Op dit moment kan er geen koppeling gemaakt worden tussen datgene wat de raad bestelt bij het bestuur en datgene wat het vervolgens betekent in de formatieomvang. Dhr Gödderz las in het rapport dat de centrale onderzoeksvraag was: “Is de gemeenteraad van Berg en Dal in staat gesteld om invulling te geven aan zijn kaderstellende en controlerende rol ten aanzien van de gemeentelijke bedrijfsvoering.” Bij bevindingen stond dat de formatie gegroeid was.

Is dat een constatering of zit daar ook een oordeel in? Dhr Smeets antwoordt dat het een constatering is. Als over de formatie gesproken wordt, gaat het altijd over de formatie in relatie tot de opgave. Er kan niet gezegd worden: er zijn teveel of te weinig ambtenaren. Wel kan gesteld worden dat de uitzetting erg fors is, gegeven het takenpakket. Er moet altijd over de beleidsinhoud gesproken worden in relatie tot de formatieomvang. Dhr Schmiermann leest in bijlage 3 dat er te weinig raadsleden meegedaan hebben aan de enquête om expliciete conclusies te trekken. Het onderwerp leeft blijkbaar nog onvoldoende. Dhr Smeets antwoordt dat er 4 of 5 reacties waren, dat is te weinig om er iets over te kunnen zeggen. Dhr Schmiermann vraagt wanneer de enquête aan de raad gestuurd is. Dhr Smeets antwoordt dat dat in de zomer gebeurd is. Dhr Verstegen heeft het rapport uitgebreid gelezen en krijgt de indruk dat het college en de raad formeel aan veel zaken voldoen, maar kwalitatief een onvoldoende krijgen. Hij is wat verbaasd over het feit dat

1

er volgende week een bijeenkomst is over de benchmark, wat sterk gekoppeld is aan voorliggend onderwerp en verrast dat dat niet gecombineerd is. Dhr Smeets merkt op dat het aan de raad is om te agenderen. Er zit een koppeling met de benchmark. De benchmark was een reden om het onderzoek aan te passen om elkaar niet in het vaarwater te zitten. De benchmark zal de raad helpen om gevoel te krijgen of de formatie past bij het takenpakket. Hij is niet zo voor een voldoende of onvoldoende geven, maar er zit altijd een paragraaf Bedrijfsvoering in de begroting en in de jaarstukken en dat moet ook. De BBV-indicatoren zijn er ook altijd geweest, maar dit heeft niet geleid tot heel veel informatie waar men iets mee zou kunnen of tot discussie. Het is meer een appèl aan de raad om er werk van te maken. Dhr Verstegen zegt dat in het rapport duidelijk aangegeven wordt dat de paragraaf Bedrijfsvoering globaal en summier is en erg procesmatig. Inhoudelijk is er niet veel werk van gemaakt. In de reactie van het college heeft hij gelezen dat in de Begroting 2023 een verbeterslag gemaakt wordt. De raad moet ook naar zichzelf kijken. De voorzitter vraagt een toelichting van het college. Burgemeester Slinkman antwoordt dat er veel werk in het rapport is gaan zitten.

In het gesprek merkte hij dat de onderzoekers in een andere dynamiek zitten dan de raad en het college met elkaar het gesprek hebben gevoerd de afgelopen jaren. Het college heeft de raad gerapporteerd om de raad te informeren, zo heeft de raad altijd genoegen genomen met die informatie en is er samen zo verder gegaan. Als je de stukken volgt, zoals 30 september jl. waarin aangegeven wordt dat er 3 mensen bij moeten komen op RO, dan accordeert de raad dat, zonder dat op dat moment het een vastlegging heeft in het geheel van de formatie en wat het dan betekent. Hij vindt de oproep die gedaan wordt wel goed. De gemeente voldoet aan alle voorschriften die er zijn, maar de opmerking is voer op een ander en dieper niveau dat gesprek met elkaar. Het is aan de raad om meer te vragen en aan het college om meer te vertellen. Alles wat je in de loop der jaren ziet veranderen is ergens wel terug te vinden, maar is niet goed vastgelegd. Hij vindt het lastig in hoeverre nu met elkaar afgesproken kan worden dit anders, beter, uitgebreider te doen en in hoeverre het er ook echt van gaat komen. Dit is één rapport, maar het zou op een veelheid van terreinen gedaan kunnen worden. Er zijn nu 23 raadsleden, na maart 2022 zijn dat er 25.

De raad heeft ook het vertrouwen dat het college niet meer mensen heeft aangesteld dan nodig was en dat het onderdeel belegd was zodat de raad zich kon richten op de vraagstukken waar men zich druk over maakte. Dat waren er ook heel veel de afgelopen jaren. College en raad moeten samen kijken waar de energie op gericht moet worden. De burgemeester vindt het heel positief om te zeggen dat het meer aandacht verdient en dat geeft het college aanleiding om meer aandacht in verslaglegging te doen en ook de raad om op een ander niveau en uitgebreider vragen over te stellen. De burgemeester kan, met nuancering, met het rapport meegaan. De voorzitter wijst nog op de laatste paragraaf van de reactie van het college “Onlangs is ook een nieuwe notitie van de commissie Bbv (Besluit Begroting en verantwoording) verschenen. Dit is de notitie Paragraaf Bedrijfsvoering van augustus 2021. Deze notitie onderstreept het belang van de paragraaf bedrijfsvoering voor gemeentes. Bij het verbeteren van de paragraaf bedrijfsvoering nemen we ook de uitspraken en aanbevelingen uit deze notitie.” Dhr Janssen vraagt of niet meteen duidelijk aanbevolen kan worden dat de discussie over de beleidszaken wel vastgelegd wordt in de begroting, maar op een ander moment gevoerd wordt. Nu wordt verwezen naar het begrotingsoverleg, maar dan wordt er voornamelijk financieel gekeken.

Door het jaar wordt die beleidsmatige discussie niet gevoerd. Dhr Smeets antwoordt dat een begroting een raming is. Bij de begroting wordt een voorspelling gedaan van baten en lasten in het volgende jaar. Daarbij wordt de bestelling van de raad aan het college gedaan. Gedurende het hele jaar is de raad met zichzelf en het college in gesprek over het beleid, over de concrete invulling van datgene wat bij het college besteld is. Bij die bestelling hoort altijd een stukje bedrijfsvoering wat nodig is om de bestelling te kunnen uitvoeren. Hij is van mening dat de raad er goed aan doet om zich bij de begroting te beperken tot de bestelling en gedurende het jaar in gesprek te blijven met het college over wat het concreet betekent, zowel voor de middelen als voor de kaders, maar ook voor het stukje bedrijfsvoering.

Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 2 december 2021

2

Dhr Janssen maakt uit het rapport op dat er in het functioneren wel het een en ander achterwege is gebleven. Waar hij toe oproept is dat de processen bewaakt moeten worden. Dat is in de afgelopen jaren in onvoldoende mate gebeurd. Dhr Smeets zegt dat de burgemeester terecht opmerkt dat er veel tijd gestoken kan worden in rapportages. Dit is geen appèl het bedrijf lastig te vallen met iedere maand een rapportage over hoe het met het bedrijf gaat. Het is vooral in de eerste plaats een appèl aan raad en college om met elkaar in gesprek te blijven over de bedrijfsvoering en af en toe iets vast te leggen. Er moet een goede balans zijn tussen de hoeveelheid werk die het kost en datgene wat het oplevert. Dhr Janssen is het daarmee eens. Zijn oproep is geen appèl tot het creëren van rapportages. Gegeven de conclusies wil hij wel een aantal zaken nog op een rij zetten vanaf 2014/2015. Dank voor het rapport, het is ook een start en daar horen, wat het CDA betreft, ook nog een aantal beperkte inventarisaties bij. Dhr Ten Westeneind heeft het rapport gelezen als een spiegel die voorgehouden wordt. Hij hoort dhr Smeets ook zeggen, de raad legt bestellingen neer bij het college en vervolgens moet er gekeken worden naar een stukje bedrijfsvoering en wat houden al die bestellingen dan uiteindelijk in.

Er komt ergens ook een moment, dat al die bestelling leiden tot bedrijfsvoering, maar ook een moment dat er blijkbaar een organisatorische wijziging moet plaatsvinden die niet of nauwelijks met de raad gedeeld wordt en waar je bij een commissievergadering bij toeval achter komt. Men moet met elkaar in die spiegel durven kijken dat het naar de toekomst toe zo niet moet. Hij is heel erg blij met het rapport. Het legt ook een taak terug bij de raad om die spiegel voor te houden en met elkaar te kijken hoe het beter ingekaderd kan worden. College en raad moeten ervoor zorgen dat men van elkaar weet wat men doet zodat er een eenheid gecreëerd wordt tussen ambtenaren, college en raad. Men moet een eenheid uitstralen naar de inwoners. Hij realiseert dat er werk aan de winkel is voor verbeteringen. Dhr Gödderz leest “Het college van Berg en Dal kan zich vinden in de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamercommissie die in het rapport zijn samengevat bij het onderdeel conclusies en aanbevelingen. We merken hierbij op dat de meeste aanbevelingen aan de gemeenteraad zelf zijn gericht.” Moet dat gelezen worden als een toewijzing? GroenLinks gaat ervan uit dat iedereen het beste voor heeft met deze gemeente, of men nu raads- of collegelid is met welke politieke achtergrond dan ook.

Of moet het meer gezien worden als een gedeelde verantwoordelijkheid, een soort samenspel? De burgemeester gaf aan dat de communicatie vanuit het college verbeterd moet worden, maar hoe wordt dat vormgegeven? Burgemeester Slinkman antwoordt dat het niet anders bedoeld is dan dat aanbevelingen aan de raad zijn gedaan van hier zou u meer aandacht aan kunnen geven en niet zozeer een ‘Gij zult’ aan het college. De conclusie die dhr Gödderz eraan verbindt dat het een team-effort moet zijn, onderschrijft hij volkomen. Net als de goede intentie van alle raadsleden om er gezamenlijk met het college werk van te maken. Tot nu toe is er gecommuniceerd vanuit de dynamiek waarin men met elkaar zit. Het lijkt hem goed om te kijken waar de raad meer behoefte aan heeft en hoe dat meer inzichtelijk gemaakt kan worden. Uiteindelijk blijft de organisatie in eerste instantie wel de verantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris en daarna onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester en hij legt weer verantwoording af aan de raad. Die hoofdlijnen moeten bewaakt worden, maar het goede van de suggesties van de commissie is bijvoorbeeld om punten te markeren. Op het moment dat er een nieuwe taak is, markeer dan ook dat het tot een formatie-uitbreiding van zoveel fte leidt maar dat het automatisch ook betekent dat de overhead stijgt.

Aan de conclusie dat de formatie-reductie van de herindeling niet gehaald is, kan wat afgedaan worden, als men ziet met hoeveel ambtenaren men begonnen is en hoeveel werk er extra gekomen is in het Sociaal Domein en de Wet Inburgering en dergelijke. Als dit allemaal was vastgelegd in een vergadering, had het onderdeel kunnen uitmaken van voorliggende conclusies. Dat is een leerpunt. Het is een goede suggestie dat deze bespreking samengepakt had moeten worden met de benchmark, dan had men kunnen zien dat alles wat er nu geconstateerd is, leidt tot een organisatie die praktisch niets afwijkt van wat de normstelling is voor organisaties van deze omvang.

Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 2 december 2021

3

Mw Van Broekhoven is dankbaar voor het rapport. Het heeft haar wel de ogen geopend. Zij heeft ook geleerd wat de rol van de raad is ten aanzien van de bedrijfsvoeringskaders. Zij vraagt hoe dit geïmplementeerd wordt. De burgemeester gaf aan dat die punten gemarkeerd moeten worden in vergaderingen. De oproep uit het rapport is naar haar mening dat het gemarkeerd moet worden in de begroting, met onderliggende stukken. Als het telkens in de begroting opgenomen wordt, is de begroting het markeringspunt om goed door de tijd heen te kunnen vergelijken. Er worden ook aanbevelingen gedaan over de informatieveiligheid, de jaarlijkse terugkoppeling. Dit kan in een vergadering, maar ook in de begroting of een jaarrekening. Daar moeten met elkaar afspraken over gemaakt worden. Zij is ervoor dat een afvaardiging van de raad samen met het college kijkt hoe deze punten samen geëffectueerd kunnen worden. Zij vraagt of de werkgroep Bestuurlijke Vernieuwing nog bestaat en of een andere werkgroep hier geschikt voor zou zijn. Dhr Weijers, ook namens Sociaal Groesbeek en GVP, was verbaasd en onaangenaam verrast toen hij het stuk voor de eerste keer las. De milde toon van de burgemeester vanavond en de uitleg hoe het eraan toe gaat in de raad kan hij volgen.

Deze raadsperiode is bijna ten einde en het lijkt hem goed als straks de nieuwe raad dit aan het begin oppakt om te kijken welke informatie de raad in de begrotingscyclus, die door het hele jaar heen loopt, wil zien. Het is niet de bedoeling dat daar uitputtend allerlei zaken boven water moeten komen, maar welke essentiële zaken zijn belangrijk voor een gemeenteraad om te weten. Het college kan dan gedurende het jaar de raad hierover informeren. Op het moment dat dat niet voldoet kan de gemeenteraad zijn rol oppakken en aangeven dat de informatie niet voldoende is. Het staat dan ook op papier. Nu gaat het heel vaak informeel, waardoor het niet meer terug te vinden is. Hij vond het een positief kritisch rapport. Prettig om te lezen. Complimenten. De Berg en Dalse fracties kunnen hier veel mee, samen met het college. Dhr Janssen sluit zich aan bij de woorden van dhr Weijers. Als dhr Smeets rondkijkt en bij andere gemeenten meer raden en processen kijkt, zijn die dan in staat dit soort problemen systematischer op te vangen? Hebben die bij het besluit een relevante paragraaf wat zegt: Kijk even naar de organisatie en naar de organisatorische kwesties? Hoe raak je dit probleem kwijt en welke procedures zijn daar voor? Dhr Smeets antwoordt dat hij zitting heeft in meerdere commissies en dat hij werkt in de gemeente Venlo.

De gemeente Venlo is driemaal de omvang van de gemeente Berg en Dal, maar heeft niet driemaal de formatie. Er is een auditcommissie, wellicht is dit een suggestie als werkgroep vanuit de raad. Dat is een club mensen die met een technische bril naar dit soort zaken kijkt. De paragraaf Bedrijfsvoering is bij de meeste gemeenten ongeveer vergelijkbaar met die van Berg en Dal in de begroting. In Venlo is die iets uitgebreider en er wordt vaker gesproken over de koppeling tussen de bedrijfsvoering en de beleidsinhoud. Hijzelf is beleidscontroller in Venlo. Er is ruimte om het beter te doen. Het is geen oordeel over hoe Berg en Dal het tot nu toe gedaan heeft, maar het is voor de buitenstaander niet te volgen wat er gebeurt. De raad moet verantwoording afleggen aan de inwoners. De voorzitter stelt dat er nog een werkgroep Bestuurlijke Vernieuwing is en er is een auditcommissie, maar deze is gerelateerd aan begrotingsstukken. Vraag is of de huidige raad hier nog mee aan de slag moet of dat de nieuwe raad zich hiermee gaat bezighouden. Dhr Gödderz wil in de toekomst ook toewerken naar een verplichte bedrijfsvoeringsparagraaf en wil bedrijfsvoeringskaders bepalen. Heel praktisch, investeren in de opleiding van de raadsleden, zowel de zittende als de nieuwe raadsleden. Daar zou nu al mee begonnen kunnen worden.

GroenLinks hecht ook aan klare taal in de stukken en een verbeterd kennismanagement. Ook zou hij vanuit de raad de griffie wat actiever willen aansturen zodat de griffie ook ervoor zorgt dat de stukken duidelijker worden en meer tot de verbeelding spreken en de raad meer in positie brengt en dat er discussies gevoerd worden die er toe doen. Dhr Hammer is ervoor om het over de verkiezingen heen te tillen. Het is goed om er een raadswerkgroep bij te betrekken. Hij is er voor om het een andere werkgroep te laten zijn dan de auditcommissie omdat deze zich al bezighoudt met de begroting en alles er omheen.

Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 2 december 2021

4

Dhr Ernst kan zich aansluiten bij de vorige spreker. Polderbreed vindt het voorstel van het college om in gesprek te gaan met de raad heel erg belangrijk, gezien de tijd is het beter om het na de verkiezingen op te pakken. Dhr Janssen pleit er voor dat juist deze raad op basis van hun ervaring wat voorwerk doet, wellicht in de vorm van een startdocument, in overleg met het college waarin bijvoorbeeld de formatieontwikkeling vanaf 2014 geschetst wordt zodat de nieuwe raad startmateriaal heeft. Hij vindt het na deze spiegel iets te makkelijk om het door te schuiven naar een volgende periode. De voorzitter geeft aan dat de griffie het zal oppakken. Het presidium kan bepalen welke werkgroep het kan oppakken. Het streven moet zijn om het in de begroting 2023 goed te regelen. Het rapport is goed ontvangen en de aanbevelingen zijn een spiegel. Hij dankt de heren Smeets en Schonewille voor de presentatie. De voorzitter schorst de vergadering om 20.58 uur.

B79 Voorstel om akkoord te gaan met de voorwaarden en uitgangspunten voor de herontwikkeling van Dekkerswald

Voorzitter: Griffie: Portefeuillehouders: De leden:

Verslag:

dhr R. Bekers dhr J. van Workum, dhr R. Wildeman mw I. van de Scheur, dhr N. Verheul dhr D. van Loon (CDA), mw M. Verdijk (GroenLinks), dhr M. Ernst (Polderbreed), dhr A. Driessen (GJS), dhr H. Eikholt (GVP), dhr W. Kersten (Sociaal Groesbeek), dhr T. de Jong (VBenD), E. Weijers (VOLG), dhr R. Hammer (VVD), dhr J, van Loon (PvdA), dhr G. Boot (D66) Buro Service Overasselt, mw W. Verheijen Verkroost

De voorzitter heropent de digitale carrousel om 21.00 uur en heet de aanwezigen welkom. Wethouder Van de Scheur sprak laatst iemand van haar leeftijd en deze persoon vertelde over zijn moeder. Zij belt hem vaak ’s nachts op omdat zij bang is en ze vergeet dingen en kan eigenlijk niet meer zelfstandig wonen. Daarom is haar zoon bezig een plek voor haar te zoeken op Dekkerswald. Toen deze mevrouw dat hoorde zei ze: “Ga je mij daar wegstoppen?” Wethouder Van de Scheur heeft het boek VerpleegThuis van Teun Toebes gelezen. Dit is een jongen van begin 20 die een tijdje in een Verpleeghuis heeft gewoond waar mensen wonen met dementie. Hij doet de volgende oproep: Kijk vooral hoe je deze mensen onderdeel kunt maken van de omringende buurt, daarmee haal je de grootste winst. Alleen dan krijgen deze mensen het gevoel dat ze nog onderdeel zijn van een gemeenschap. Alles wat je wegstopt, vervreemd. Dat geldt ook voor mensen die geen dementie hebben maar een andere zorgbehoefte. Bijvoorbeeld die jonge vrouw van 26, met lichamelijke beperkingen, die ook op Dekkerswald woont en die zegt: “Ik zie hier alleen maar mensen waar iets mee is. Het is hier hartstikke mooi maar ik sta helemaal buiten de samenleving.” Voor deze mensen komt de wethouder op: In allerlei beleidsdocumenten is uitgesproken dat wij een inclusieve samenleving willen zijn.

Heel kort geleden hebben we daar nog een worpshop over gehad op initiatief van raadslid Florian Gödderz. In ons actieplan Wonen staat daarom ook dat wonen met zorg primair het wonen in een normale woonsituatie is. Die kans hebben we hier nu. We gaan de instelling niet naar de wijk brengen, maar we brengen de wijk naar de instelling. Daarbij dragen we het concept

Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 2 december 2021

5

van de zorgzame buurt actief uit met alle partijen. Bewoners moeten zich hier ook aan willen verbinden. Het wordt een wijk voor mensen die echt iets voor elkaar willen betekenen. Denk aan de krasse knarren of aan meergeneratiewoningen. Zoals in het raadsvoorstel staat zijn er nog veel onzekerheden. Je kunt niet alles van te voren bedenken, berekenen en afvinken. Als je van te voren alle onzekerheden wilt wegnemen, dan komen we geen stap verder. De overheid zit vol met managers en boekhouders die alleen maar iets doen als er een sluitende businesscase is. We zijn toch de politiek in gegaan om onze ambities en idealen te realiseren? Veel van deze idealen komen voor mij hier samen. Een inclusieve wijk waar mensen zorg en aandacht hebben voor elkaar. Tiny houses voor onze jongeren. En behoud van monumenten, want er staan prachtige panden op het terrein. Bijvoorbeeld het hoofdgebouw, wat medio volgend jaar al leeg komt te staan, en de kapel en de serre. Natuurlijk gaan we kijken naar een goede verkeersafwikkeling en natuurlijk kijken we heel goed naar het groen. Dat hebben we ook in de uitgangspunten opgenomen. Laat ons vooral weten of we in de uitgangspunten alles hebben opgenomen wat de raad belangrijk vindt. Dhr D. van Loon wil reageren op de reactie in de dagmail op de door hem gestelde vragen bij dit stuk.

Daarin wordt gezegd dat een groot deel van de vragen pas in een volgende fase beantwoord kunnen worden. Dat roept bij hem de vraag op wanneer dit zal zijn. De andere opmerking in de reactie is dat de vragen technisch zijn en voor een deel ook politiek. Naar zijn mening kunnen de politieke vragen nu wel beantwoord worden. In reactie op de aftrap van de wethouder geeft hij aan dat het evident is dat je niet alles van te voren helemaal precies inzichtelijk kunt maken, maar er is nu wel heel weinig informatie aan de start van dit proces. De hoofdvraag van het CDA is: Waar beginnen we hier nu aan? Dat heeft zowel betrekking op het plan zelf, maar ook op consequenties voor de gemeente als geheel. Wanneer je een soort nieuwe woonkern realiseert die Dekkerswald gaat heten, moeten de gevolgen en consequenties aan de start zoveel mogelijk in kaart worden gebracht. Dat ziet hij niet. De zorg van het CDA is dat een flink deel van alle nieuw te realiseren woningen tot 2030 met dit plan op Dekkerswald gerealiseerd wordt. Voor wie wordt er gebouwd? Wat het CDA betreft zou dat aantoonbaar vooral voor de lokale woonbehoefte zijn. Dat ziet hij niet en dat is ook niet wat hij hoort vanuit de samenleving. Een andere zorg is de solitaire ligging in een hele kwetsbare omgeving. Ten derde het woonconcept als zodanig. Hij begrijpt dat de wethouder daar zeer van gecharmeerd is.

Als het werkt is het ook geweldig. Hij denkt dat men ook reëel moet zijn. Welke zorgvraag komt er op de gemeente af wanneer die zorgzame buurt onvoldoende van de grond komt. Daar moet je van te voren wel over nadenken. Wethouder Van de Scheur antwoordt m.b.t. welke zorgvraag het oplevert dat te zien is dat er landelijk een groot tekort is aan personeel in de zorg. Je ziet een dubbele vergrijzing, er is steeds meer behoefte aan zorg en aandacht, steeds meer alleenstaanden en eenzaamheid. Als je alles bij elkaar brengt wordt duidelijk dat er andere concepten moeten komen. Zij is ervoor deze herontwikkeling een kans te geven. Als het niet gebeurt, loopt de gemeente ook vast. Het is niet alleen voor de lokale behoefte. De vraag is of het erg is dat het ook voor mensen van buiten de gemeente is. Als er mensen komen wonen die een bijdrage leveren aan het arbeidsmarktprobleem, heeft de gemeente er ook weer profijt van. M.b.t. de opmerking dat er aan de start meer duidelijkheid moet zijn antwoordt zij dat je soms ook ergens in moet geloven en het proberen. Zij verwacht niet dat de zorgvraag die op de gemeente afkomt anders is dan als er gebouwd gaat worden wat er nu kan. Er is nu ruimte voor een heleboel zorgwoningen. Als die gebouwd worden, worden veel zorgvragers bij elkaar geclusterd op dat terrein en zal er zeker een grote zorgvraag ontstaan.

Dhr Kersten zou de antwoorden op de schriftelijk gestelde vragen graag op korte termijn hebben. Het antwoord op de vraag ‘Hoe reëel is het dat er gebruik gemaakt gaat worden van die ruimte?’ is natuurlijk niet met 100% zekerheid te geven. Hij vindt het wel belangrijk dat er een richting gegeven wordt zodat er een goede afweging gemaakt kan worden. Wethouder Verheul geeft aan dat de antwoorden op de vragen op relatief korte termijn gegeven kunnen worden. Niet alle vragen kunnen echter beantwoord worden, dat komt in het vervolg van het proces, onder de randvoorwaarden die de raad vanavond meegeeft. Het is zeer reëel dat de ZZG de zorgwoningen gaat realiseren. Er staat een gebouw leeg wat gevuld moet worden en er is vraag naar dit soort woonvormen. Als er niet op de voorgestelde wijze invulling

Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 2 december 2021

6

aan gegeven wordt, is er een kans dat verslavingszorg of mensen met psychische aandoeningen daar gelokaliseerd worden. Er is voldoende vraag. Het college ziet vooral de kansen, zoals verwoord door wethouder Van de Scheur. Het is niet de verwachting, als daar 200/300 wooneenheden gerealiseerd worden, dat het voor de lokale vraag is. Dit is niet erg omdat de gemeente ook een regionale opgave heeft. Er is een bouwopgave van 1200 woningen en dat is niet allemaal voor de lokale behoefte. Dat ziet de provincie ook. Het is niet de verwachting dat er door deze wooneenheden te bouwen er minder gebouwd kan worden in de andere kernen. De woonopgave van 1200 (uitgebreid met 30% tot 1560 woningen) is niet in beton gegoten. Als na het woningmarktonderzoek blijkt dat de behoefte groter is, zijn er met de regio en de provincie goede gesprekken te voeren of de opgave niet groter gemaakt moet worden. Wat de vragen over het verkeer betreft stelt hij voor als randvoorwaarde mee te geven dat er een goede verkeersafwikkeling moet zijn. Op welke manier, moet later blijken. Als de fracties niet principieel tegen zijn, maar wel zorgen hebben, roept hij op deze te formuleren in uitgangspunten en randvoorwaarden. Het college kan deze dan meenemen in de gesprekken met ZZG. Dhr Ernst hoort wethouder Van de Scheur zeggen dat de tiny houses speciaal voor de jongeren uit de gemeente zijn.

Hij ziet dat deze een hele bijzondere positie hebben binnen het project. De tiny houses worden de eerste drie maanden aangeboden aan inwoners van de gemeente en hij vraagt of dit ook mogelijk is voor de andere woningen in het project. Wethouder Verheul antwoordt dat de tiny houses zo gesitueerd zijn vanwege de locatie van de moestuin. De gedachte is dat dat in combinatie met de moestuin verder uitontwikkeld kan worden. De raad heeft de wens uitgesproken voor tiny houses en daar is hier een invulling aan gegeven. Het aantal van 15 is meer richtinggevend. Wat voorligt is allemaal nog in concept. Mw Verdijk complimenteert wethouder Van de Scheur met haar zeer inspirerend pleidooi. Mw Verdijk is afgelopen week op het terrein geweest en is van mening dat het mogelijk moet zijn om er een zorgzame buurt van te maken. Dekkerswald zal een bepaald type mensen aanspreken. Mensen die meer van rust houden en minder van reuring en mensen die voor anderen willen zorgen en ook zorgdragen voor de natuur en de omgeving. Hoe zorg je ervoor dat er het juiste soort mensen komt en hoe behoud je die mensen. Zij vraagt of daar mogelijkheden voor zijn. Wethouder Van de Scheur dankt voor het compliment. Hoe je het kunt borgen is een zoektocht. Het is een experiment, maar als gemeente moet je die kant op wil je alles houdbaar houden in het huidige systeem.

Begonnen moet worden met het uitdragen van het concept door alle partijen, Oosterpoort en ZZG zijn erbij betrokken. Er hebben zich al heel veel mensen gemeld met dit soort ideeën, zoals een Knarrenhof of corporatie Biland, die zich had gemeld voor het Reomie-terrein en zich ook hiervoor heeft gemeld. Je ziet dat mensen die dit gedachtengoed omarmen zich al melden naar aanleiding van deze discussie. Zij kan geen garantie geven voor de toekomst, maar mensen pakken dat op via een vereniging van eigenaren of via een beheersorganisatie. Het lijkt haar niet goed om dat als gemeente op te zetten, het moet van onder af komen en dat kan als je het project de ruimte geeft. Dhr Eikholt zegt als reactie op wethouder Verheul over de lokale en regionale behoefte dat hij de wethouder hoort zeggen dat het geen effect zou hebben op het contingent bouwen voor de gemeente Berg en Dal. Dhr Eikholt gelooft dat dat in de aantallen zo zal zijn, maar hij vraagt zich wel af in hoeverre het een effect gaat hebben op de tijd. Door deze nieuwbouw zou het kunnen zijn dat de nieuwbouw in de bestaande kernen gaat achterlopen. Hij hoort hier graag een reactie van de wethouder op. Hij vindt de opmerking ‘de juiste soort mensen’ een hele aparte opmerking uit de mond van mw Verdijk. Mw Verdijk antwoordt dat dat inderdaad een aparte opmerking is uit de mond van een GroenLinkser.

Zij doelt erop dat je mensen wilt hebben in dat gebied die zorgdragen voor de natuur en voor elkaar. Zij kan zich voorstellen dat Dekkerswald ook niet iedereen aantrekt. Wethouder Verheul antwoordt dat het feit dat dorpen of kernen wellicht achterlopen of dat er weinig woningbouw komt, er niet aan ligt dat er ergens anders teveel wordt gebouwd, maar aan het feit dat er nog geen geschikte locaties zijn of geen initiatieven. Als die er wel zijn en passen binnen het beleid en de berekende behoefte voor die dorpen of kernen, is het daar ook mogelijk. Het is niet afhankelijk van bouw op Dekkerswald.

Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 2 december 2021

7

Dhr D. van Loon ziet in de randvoorwaarden, waar het college de raad vraagt mee in te stemmen, wat betreft de tiny houses wel heel expliciet een aantal staan. De randvoorwaarden lopen uiteen van vrij expliciet tot heel vaag. Hij weet niet goed wat hij ermee aan moet. Wethouder Verheul geeft dhr Van Loon gelijk. Wellicht is het aantal tiny houses wat te expliciet. Het is vooral ingegeven door de wens van de raad voor tiny houses. De boodschap is een substantieel aantal tiny houses, of dat er nu 10 of 20 moeten zijn, is om het even. De randvoorwaarden moeten in algemene termen geformuleerd worden, zodat er ook ruimte ontstaat om het verder uit te ontwikkelen. Dhr De Jong sluit aan bij dhr Van Loon dat sommige randvoorwaarden erg vaag zijn omschreven. Dat geldt met name voor natuurwaarden en monumenten. In de intentieverklaring wordt gemeld dat daar aandacht aan geschonken zal worden. Hij heeft met de projectleider van ZZG en de voorzitter van WMG gepraat. Met hen is afgesproken dat zij daar nadrukkelijk bij betrokken gaan worden. Dhr Janmaat heeft ook al zijn commentaar gegeven en met hem wordt a.s. dinsdag gesproken. Moet de raad niet nu al aangeven welke randvoorwaarden die overleggen moeten opleveren? Aandacht geven aan natuurwaarden vindt hij veel te vaag.

Hij mist het kader dat in mei 2021 de raad een motie heeft aangenomen om de regionale huisvestingsverordening te veranderen zodat 25% van de nieuwbouwwoningen kan worden toegewezen aan betrokken bij of inwoners van de gemeente. Ook ziet hij niet terug dat er antispeculatiebedingen worden opgelegd, een woonverplichting of een minimale bewoningsduur. Dhr Weijers vindt dat het CDA schriftelijk hele zinnige vragen heeft gesteld. In paragraaf 1.4 wordt aangegeven dat de raad akkoord moet gaan met de uitgangspunten en de randvoorwaarden want een aantal zaken is belangrijk, maar die worden pas later uitgewerkt zoals afvalinzameling en OZB. Hij wil daar graag aan toevoegen verkeersoverlast, negatieve effecten op natuur en milieu, investeringen in algemene middelen en de vraag voor wie er gebouwd wordt. Waarom wil men die discussie niet voorafgaande aan de go or no-go voeren? In diezelfde paragraaf staat “De intentie van het college is dat de ontwikkeling van Dekkerswald geen ongewenst financieel risico oplevert voor de gemeente.” Hij vraagt welke risico’s de wethouders zien. Wethouder Verheul ziet het als uitwerking, met name verkeersoverlast en verkeersafwikkeling. Randvoorwaarde is dat het goed geregeld moet zijn en aansluiten bij de provincie. Daar zal de provincie ook op toezien omdat de Nijmeegsebaan een provinciale weg is.

Als het niet goed geregeld kan worden, kan er ook niet een dergelijke ontwikkeling plaatsvinden. Voor wie er gebouwd wordt heeft hij al aangegeven. Het is niet van te voren precies te berekenen, maar zo’n grote hoeveelheid is per definitie niet voor de lokale behoefte. Het is ook voor een regionale vraag. Wat de risico’s betreft stelt hij dat er niet bekend is wat voor mensen er gaan wonen en in hoeverre ze zorg nodig hebben. Het is heel moeilijk in te schatten wat dat gaan betekenen. De gemeente wil juist die kosten naar beneden brengen. Er zijn mensen die voor anderen willen zorgen, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Hij ziet zelf niet veel risico’s. Dhr D. Van Loon vraagt welke voorzieningen er moeten komen als het groter wordt. De gemeente wil nu nog niet investeren in voorzieningen. Er wordt geen school gebouwd. Hij kan niet uitsluiten dat er een groep ontstaat die aangeeft dat zij recht hebben op die voorzieningen. Aan de andere kant komen er ook mensen die OZB zullen betalen, dat zijn inkomsten voor de gemeente. Bekeken moet worden hoe dat met elkaar verrekend moet worden. Het college wil dat pas verder uitwerken als de raad aangeeft het een interessant concept te vinden. Dan kan men de randvoorwaarden aangeven en kunnen zaken uitgewerkt worden. Dan worden ook de ambtenaren betaald en kan men tegen ZZG zeggen dat het concept aanslaat.

Mocht blijken dat in de uitwerking risico’s naar voren komen die voor de gemeente niet behapbaar zijn, dan is er een no-go. Dhr Hammer zegt dat de VVD zich ook kan aansluiten bij de door het CDA gestelde vragen. In de raad van 16 december wordt een aantal randvoorwaarden vastgesteld, maar zijn deze allemaal even zwaar en moeten ze ook allemaal afgetikt worden voordat er überhaupt een plan komt? Bij hoeveel randvoorwaarden waaraan voldaan wordt gaat het plan door? Wethouder Verheul antwoordt dat hij dat aan de raad laat. Er is een concept intentieovereenkomst en er zijn randvoorwaarden bij geformuleerd en het is aan de raad of deze randvoorwaarden onderstreept worden en eventueel worden aangevuld. Naarmate er meer duidelijkheid is over de invulling komt het college met een plan naar de raad. Het is dan aan de raad om over de randvoorwaarden te besluiten. Dhr Driessen stelt dat er nog veel vragen zijn. Een vraag is of men een nieuwe kern wil. Wil men dat in het nieuwe bestemmingsplan het bouwvolume groter wordt dan het huidige? Hij denkt dat men dat niet

Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 2 december 2021

8

moet willen. Wordt er nog iets teruggegeven aan de natuur? Het lijkt hem goed om in de raadsvergadering via een motie aandacht te vragen voor de punten genoemd onder paragraaf 1.3. Naar zijn mening kunnen al deze punten vanavond niet meer besproken worden gezien de tijd. De voorzitter geeft aan dat de vraag die voorligt is: Wil de raad dit conceptvoorstel op voorhand een kans geven of niet. Dhr Driessen geeft aan dat GJS een ‘ja, mits’ uitspreekt voor het conceptvoorstel. Dhr D. van Loon merkt op dat de vraag die de voorzitter nu schetst, niet de vraag is die voorligt in het raadsvoorstel. Die is: Kan ingestemd worden met de randvoorwaarden die hier geformuleerd zijn? De voorzitter antwoordt dat hij de conclusie moet trekken dat dat nu niet mogelijk is. Er moet nu over het concept beslist worden en niet over de inhoud. Bespreking van de randvoorwaarden lukt vanavond niet. Er zijn ook nog teveel vragen die openstaan. Dhr D. van Loon stelt dat er inderdaad eerst meer antwoorden moeten komen. Dhr Boot zegt dat uiteindelijk akkoord gegaan moet worden met voorliggende intentieovereenkomst. Daar horen een paar aanvullingen bij, zoals al gevraagd is. Bijvoorbeeld de tiny houses, daar mogen de eerste drie maanden de inwoners van Berg en Dal hun voorkeur voor uitspreken.

Waarom is die formule ook niet toe te passen op de rest van de woningen? Kan er voldaan worden aan de vragen in en antwoorden die gegeven worden op de brief van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap? In de brief worden wezenlijke vragen gesteld en die zou hij verwoord willen zien in deze intentieovereenkomst. Dhr J. van Loon ziet dat Oosterpoort onderdeel is van de drie partijen die een intentieovereenkomst willen sluiten. Is de rol van Oosterpoort alleen meedenken of gaat zij ook invulling geven aan de woonopgave voor wat betreft sociale huur? In hoeverre krijgen woongroepen die iets willen realiseren in CPO een rol? Wethouder Verheul antwoordt dat het de bedoeling is dat Oosterpoort meedoet. Het is ook de bedoeling om woongroepen in CPO een kans te geven. Het moet wel passen in het hele concept. Wat bedoelt wordt met ‘we willen eigen inwoners een kans geven’, is vooral ook om te sturen dat er mensen komen die meedoen in het concept van de zorgzame buurt. Dit is een punt voor nadere uitwerking. Richting dhr Boot m.b.t. de vraag over de voorrang voor eigen inwoners zegt hij dat het een bijzonder concept is, waar dingen uitgeprobeerd worden die nog niet kunnen. Oosterpoort is bijvoorbeeld gebonden aan de huisvestingsverordening. Er leven allerlei ideeën. Richting dhr D. van Loon zegt hij dat als de raad hier geen besluit over wilt nemen, er besloten wordt het niet te doen.

De gemeente is er al een tijd mee bezig en wil ook die volgende stap zetten, maar dan moet er ook in elkaar geïnvesteerd worden. De ambtenaren moeten betaald worden. Hij roept de raad op om hierover te besluiten: Is dit concept passend en zijn dit de randvoorwaarden. Het zou mooi zijn als er vanavond al een gedeelde visie is over eventueel toevoegen of weghalen van randvoorwaarden. De randvoorwaarden kunnen in de raadsvergadering ook middels een amendement aangepast worden. Dan kan de volgende stap gezet worden. Mw Verdijk zegt dat GroenLinks voornemens is een amendement in te dienen op paragraaf J, de natuurwaarden. De huidige formulering is te zwak. GroenLinks wil hardere voorwaarden opleggen voor de bescherming van de natuur. Dhr Eikholt hoort mw Verdijk zeggen dat zij met een amendement komt en ook hoort hij de wethouder over het accepteren van het concept spreken. Het betekent dat al die deelterreinen, waaronder ook natuur, moeten worden uitgewerkt en dat de raad daar uiteindelijk nog een visie op moet geven. Als de wethouder nu zegt geef mij de opdracht een en ander uit te werken aan de hand van wat nu op papier staat, en daarna ermee terugkomt naar de raad ter goedkeuring, dan zou met het concept ingestemd kunnen worden. Het is nu te oppervlakkig om al een ja of nee te geven.

GVP kan goed leven met de gedachte dat op Dekkerswald iets moet gaan plaatsvinden en liever het concept wat nu voorligt dan een zorginstelling waar er al voldoende van zijn. Uiteindelijk moet de raad tot een richtinggevende beslissing komen op 16 december. Dhr Hammer sluit aan bij dhr Eikholt. Dhr D. van Loon zegt dat een amendement een mogelijkheid is en het staat partijen vrij om daarmee te komen. Het CDA gaat erover nadenken of dat een haalbaar idee is. Het zou helpen als de beantwoording van de gestelde vragen snel komt, in ieder geval ruim genoeg voor de raadsbehandeling. De wethouder gaf aan dat als deze stap genomen wordt er in de komende maanden een en ander verder

Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 2 december 2021

9

uitgewerkt kan worden. Dhr Van Loon blijft het vreemd vinden dat zo’n omvangrijk woningbouwproject met dat soort termen omkleed worden. Er moet meer vastigheid zijn, alvorens van start te kunnen gaan. Dhr De Jong stelt dat het een mogelijkheid is om een amendement over natuurwaarden in te dienen, maar er zijn nog veel meer randvoorwaarden die zeer vaag zijn omschreven. Hij voelt erg voor het voorstel van dhr Eikholt om voor zover mogelijk akkoord te gaan, maar dan wel met de mits die GVP ook aangaf, dat als later duidelijk wordt wat wel en niet mogelijk is, beter op dat moment de beslissing over de definitieve randvoorwaarden genomen kan worden. Dhr Boot wil ervoor waken dat met deze intentieovereenkomst er een vorm van carte blanche gegeven wordt aan een projectontwikkelaar of een initiatiefnemer. Daar is men vooraf bij en goed nagegaan moet worden wat men vooraf hierover afspreekt. Hij stelt voor dat er bepaalde voorwaarden via een amendement worden toegevoegd aan het raadsvoorstel. De voorzitter schorst kort de vergadering waarna hij deze heropent. De voorzitter zegt dat het niet de bedoeling is op 16 december een besluit te forceren. De gestelde vragen, zowel schriftelijk als vanavond, worden volgende week voor zover mogelijk beantwoord.

In de raad van 16 december is de eerste vraag die gesteld zal worden: Wilt u op het terrein van Dekkerswald andere dan (instelling gerelateerde) zorgwoningen? Als het antwoord op die vraag in meerderheid ‘ja’ is, begint de discussie over randvoorwaarden. Van de fracties wordt gevraagd om voor de raadsvergadering de randvoorwaarden die nu al voorliggen goed te bekijken en eventueel aan te vullen, te verwijderen, te verzwaren of te verlichten. De randvoorwaarden kunnen in het voorstel opgenomen worden en of via amendementen. De griffie heeft toegezegd nog met een soort nota te komen de komende week waarin dit toegelicht wordt en waarin gevraagd wordt om aan te geven wat keiharde randvoorwaarden zijn. Dhr D. van Loon merkt op dat de vraag in het voorstel heel anders is dan zoals de voorzitter het zojuist verwoord, deze gaat over de randvoorwaarden. Die randvoorwaarden zijn doorvertaald naar de intentieovereenkomst die met de twee andere partijen gesloten gaat worden. 16 december zal er toch over de randvoorwaarden gesproken moeten worden. De voorzitter antwoordt dat het mogelijk is dat de raad in meerderheid het hele concept niet ziet zitten, dan hoeft er ook niet over de randvoorwaarden gesproken te worden. De verwachting is dat de fracties in meerderheid wel aanknopingspunten zien in het concept.

Dan zal er ook over de randvoorwaarden gesproken worden en dat is de crux van het voorstel. Vandaar ook de vraag om voor de raadsvergadering alvast de gewenste randvoorwaarden te formuleren zodat de griffie daarmee rekening kan houden in de notitie en ook kan kijken in welke vorm de randvoorwaarden handen en voeten moeten krijgen. Dat is het stappenplan. Dhr Eikholt zegt dat de keuze tussen regulier bouwen en het bouwen met een zorggerelateerde achtergrond duidelijk is. Daarmee kan de raad een duidelijke richting geven. Blijft staan wat dhr D. van Loon aangeeft, het besluit waar ‘ja’ op gegeven moet worden ligt voor in het voorstel. Hoe wordt daarmee omgegaan. Kan het voorstel ook in tweeën geknipt worden? Akkoord gaan met het concept en daarna een nadere uitwerking met een duidelijke opsomming van de randvoorwaarden. De voorzitter antwoordt dat het stuk al voorligt, voor een splitsing zou er een amendement voorgelegd moeten worden. Griffier dhr Van Workum licht toe dat het een samenhangend voorstel is. Deel 1 van het voorstel is: Er mag nu gebouwd worden op Dekkerswald, daar mochten eigenlijk alleen zorgwoningen gebouwd worden en het voorstel is nu om dat te verbreden naar reguliere woningen. In het voorstel is vervolgens aangegeven hoe die verbreding naar reguliere woningen er ongeveer uit kan zien. Dat is aangegeven in aantallen, maar ook voor een deel in de soort.

Bijvoorbeeld een deel tiny houses. In die zin zijn de randvoorwaarden een uitwerking van het concept zoals dat wordt voorgesteld. Daarnaast zijn er een aantal randvoorwaarden aanvullend erbij gegeven, zoals over de natuur en verkeersveiligheid. Die randvoorwaarden maken allemaal onderdeel uit van de keuze voor het concept. Er zit alleen een bepaalde volgorde in. Als de raad aangeeft alleen zorgwoningen te willen, dan komen de andere randvoorwaarden niet of nauwelijks aan de orde. Wordt het verbreed met reguliere woningen dan komt aan de orde

Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 2 december 2021

10

welk soort woningen, welk aantal en in welke fasering. Het idee is om dit alles in een kleine oplegnotitie te verhelderen waardoor je de keuze in volgorde zou kunnen maken op 16 december. Dhr Eikholt begrijpt wat de griffier aangeeft, maar de aanscherping van de voorwaarden ligt niet zozeer op het bouwen en wat er gebouwd mag worden en de aantallen. Dat komt grotendeels overeen met het gemeentelijk bouwplan. De aanscherping ligt in wat wordt er precies gedaan om de natuur te behouden, wat wordt er gedaan om de verkeersafwikkeling veilig te stellen, hoe gaat de gemeente in conclaaf met de provincie daarover. De meeste fracties zullen op die onderwerpen de aanscherping willen. Griffier dhr Van Workum antwoordt dat GroenLinks aangegeven heeft om met betrekking tot de natuur met een amendement te komen. Andere fracties kunnen dat ook meegeven als een richting en een opgave voor het college. Bijvoorbeeld: Ik wil bij de uitwerking dat er extra aandacht komt voor verkeersveiligheid. Dat hoeft geen probleem te zijn als ingestemd wordt met de lijn van het voorstel. Het is goed om in de raadsvergadering af te tasten welke fracties verkeersveiligheid belangrijk vinden. Dhr Eikholt stelt dat dit zou inhouden dat je naast het beslispunt wat nu voorligt in het voorstel, een aantal besluiten toevoegt met betrekking tot verkeersveiligheid, met betrekking tot natuur en zo verder.

Griffier dhr Van Workum antwoordt dat het wellicht goed is daarmee het besluit van de raad aan te vullen waardoor duidelijker wordt wat er precies besloten is. Dhr Hammer begrijpt dat er dan een heel ander voorstel voor komt te liggen. Dat voelt niet heel fijn om dat nog in twee weken te doen. Naar zijn mening komt er dan een gigantisch amendement. Hij ziet dat niet helemaal voor zich en hij vraagt zich af of het voorstel wel raadsrijp is. Dhr Driessen zegt dat het er nu op neerkomt dat men ‘ja, mits’ of ‘nee’ besluit. Hij vindt het voorstel niet rijp voor de raad van 16 december. Dhr Kersten sluit aan bij dhr Driessen, er zijn zoveel mitsen en maren. Over twee weken kunnen de fracties aangeven dat een veilige verkeersafwikkeling belangrijk is, maar dat vindt iedereen belangrijk. Ook vindt iedereen het belangrijk dat het goed ingepast moet worden in de natuur. Daarmee wordt er nog niets over de uitwerking gezegd. Het voorstel is niet raadsrijp. De fracties hebben aangeven wat belangrijk is en vervolgens dient er een goede uitwerking te komen. Daarna kan er een besluit genomen worden. Dhr D. van Loon zegt dat het CDA in het presidium al de opmerking gemaakt heeft dat het stuk wellicht niet rijp is voor raadsbehandeling omdat er nog heel veel informatie ontbreekt. Hij begrijpt dat niet alle informatie vooraf te geven is, maar misschien wel meer dan er nu is.

Hij begrijpt van de griffier dat er volgende week een soort oplegnotitie bij het voorstel komt en de antwoorden op de gestelde vragen. Dan blijft nog staan de opmerking van de wethouder die aangeeft dat als het stuk nu vertraagd wordt, het hele project wellicht op losse schroeven komt te staan. Dat zou niet moeten. Hij hoort graag van de wethouder hoe prangend die kwestie is. Wethouder Van de Scheur antwoordt dat men intern al een tijdje bezig is met dit project en in het actieplan Wonen is Dekkerswald genoemd als locatie voor deels ook regulier wonen. Met dat uitgangspunt is men aan de gang gegaan. Als het verder uitgesteld wordt, stopt ZZG ermee en komen er gewoon zorgwoningen. Je kunt niet blijven vertragen. Als er een intentieovereenkomst gesloten kan worden, kunnen ook de kosten van de ambtenaren verhaald worden. Griffier dhr Van Workum geeft aan dat er geen aangepast voorstel komt. Het blijft hetzelfde voorstel, met dezelfde teksten, maar in de juiste volgorde gezet, om daarmee de keuzes die gemaakt moeten worden, helderder voor het voetlicht te brengen. De voorzitter vraagt de standpunten weer te geven. Dhr D. van Loon lijkt het het beste om het voorstel te behandelen. Mw Verdijk zegt dat wat GroenLinks betreft het voorstel helder is. GroenLinks gaat voor reguliere woningen en de zorgzame buurt.

Wat de randvoorwaarden betreft heeft zij aangegeven dat deze wat natuur betreft aangescherpt moeten worden. Zij ziet van de andere partijen de wensen en eisen tegemoet. Wat haar betreft hoeft er ook niet te gedetailleerd in te staan hoeveel tiny houses er moeten komen. Met de basisrichting is GroenLinks het heel erg eens. Dhr Ernst merkt op dat Polderbreed ook wel iets ziet in het concept en het idee om woningbouw te realiseren bij Dekkerswald. Er zijn een aantal randvoorwaarden waar je niet omheen komt als het gaat om de rijksmonumenten en de woningdifferentiatie. Het is goed als dat vaststaat. Bij de rest van de

Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 2 december 2021

11

randvoorwaarden staat vaak ‘mogelijk’. Aansluitend bij mw Verdijk, bij de tiny houses hoeven geen aantallen genoemd te worden. Dat de intentie er is, is prima. Zaken waar men niet omheen kan, moeten vastgelegd worden, zoals rijksmonumenten. De rest mag wel iets ruimer verwoord worden. Dhr Driessen geeft aan dat zijn standpunt ‘ja, mits’ is. Het voorstel kan besproken worden. De randvoorwaarden zoals nu verwoord onder A t/m L moeten wel duidelijk zijn. Als deze niet duidelijk zijn is het wat GJS betreft niet akkoord. Hij wil niet onder druk gezet worden en zeker geen vrijbrief geven. Dhr Eikholt stelt dat de GVP van mening is dat men moet gaan voor voorliggend concept. GVP wil niet nog meer instellingen aan de Nijmeegsebaan. Het betekent dat voorliggende keuze er is en daar is hij blij mee. Wel moet er een aanscherping komen van de randvoorwaarden. Er moet geen vrijbrief afgegeven worden om het naar eigen inzicht in te vullen. De raad wil ook nog wat inbrengen in hoe het gerealiseerd moet worden. Dhr Weijers merkt op dat waar VOLG het meest tegen aan hikt is: we praten er straks over en we kijken wat het kost en welke risico’s er zijn, maar weet u wat u doet, u gaat vast beginnen met 395 woningen. Die worden aan de voorkant weggegeven. Zolang die 395 woningen in de randvoorwaarden staan, gaat VOLG niet mee en zal op de eerste vraag die in de raad gesteld wordt ‘nee’ zeggen.

Op het moment dat het getal weggaat of er komt een lager getal te staan, dan gaat VOLG graag mee, het concept spreekt aan. Het aantal op voorhand al weggeven is wat VOLG betreft uit den boze. Dhr De Jong zegt dat het concept aanspreekt. Als de randvoorwaarden niet worden aangescherpt en wellicht kan dat niet voor de raadsvergadering van 16 december, zal een klein uitstel van een maand gebruikt moeten worden om wel tot goede formuleringen te komen. Het is niet mogelijk in een week tijd de onderhandelingen met bijvoorbeeld de natuurclubs af te ronden zodanig dat duidelijk is welke randvoorwaarden gesteld kunnen en moeten worden en welke niet. Hij stelt voor over die randvoorwaarden te spreken en als men daar niet uit komt, de randvoorwaarden later verder uit te werken. Dhr Kersten merkt op dat duidelijk is dat zich een raadsmeerderheid aftekent om het stuk over twee weken te behandelen. Sociaal Groesbeek is daar niet op tegen, het heeft ook weinig zin. Hij vraagt zich wel af of het opnieuw op een andere volgorde leggen van de stukken enig verschil gaat maken. Hij ziet dat niet. Het feit dat een ontwikkelaar zegt we doen niet meer mee als er binnen twee weken niet een positief besluit valt, is hij niet van onder de indruk en hij vindt het ook geen pas geven. Het klinkt als een soort chantage. Het mag niet zo zijn dat onder tijdsdruk een besluit genomen moet worden.

Als de situatie over twee weken zo is dat het nog niet uitgekristalliseerd is, dan wil hij het voorbehoud maken om er later op terug te kunnen komen. Dhr Hammer is er niet op tegen om over het concept te spreken. Alleen de onderliggende stukken zijn of te vaag of juist te scherp of niet compleet en daar zit de grootste zorg en die zorg spreekt ook uit de vragen van het CDA. Daarom had hij ook het voorstel om het nu van de agenda te halen. Het concept is voor niemand een probleem. Stel het dan één maand uit tot januari 2022, dan kunnen de randvoorwaarden uitgekristalliseerd worden. Hij heeft al geconcludeerd dat er geen meerderheid is voor uitstel. Hij is er ook niet van overtuigd dat als de randvoorwaarden in een andere volgorde staan, het dan duidelijker wordt. Dhr J. van Loon geeft aan dat er een unieke kans ligt om een exclusieve locatie een inclusieve invulling te geven. Hij is voor behandeling van het concept. De raad kan strak de kaders aangeven door randvoorwaarden te stellen, maar de uitwerking zal men aan de initiatiefnemers verder over moeten laten om daar invulling aan te geven. Dhr Boot vindt het een sympathiek concept, maar niet omdat de wethouder de fracties daartoe onder druk zet. D66 wil vrij kunnen besluiten. Een stappenplan door de griffier is wat D66 betreft oké. De randvoorwaarden moeten nader ingevuld worden.

Het concept is het experiment waard in het belang van geïntegreerd wonen. De mitsen en maren kunnen met amendementen geformuleerd worden. Er is geen tijd voor uitstel. De oplegnotitie geeft uitsluitsel, hoeft geen nieuw stuk te worden, maar een samenvatting. Geen vertraging meer door dit soort procedurekwesties. D66 zal nog met amendementen komen om nadere randvoorwaarden te stellen. De voorzitter concludeert dat de fracties voor bespreking op 16 december zijn. De vragen van het CDA zullen begin volgende week beantwoord worden. De griffie komt met een stuk waarin een stappenplan

Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 2 december 2021

12

aangegeven wordt. 16 december zal voornamelijk gaan over de randvoorwaarden. Verzoek aan de fracties is om deze van te voren aan de griffie aan te geven. De voorzitter sluit af om 22.42 uur.

Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 2 december 2021

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10889402/1