Verslag carrousel Berg en Dal 11 februari 2021
Tekst van het document
Verslag carrousel gemeente Berg en Dal 11 februari 2021
B11 Nota Participatie ‘samen maken we Berg en Dal’
Voorzitter: dhr R. Bekers Griffie: dhr J. van Workum, mw E. Jonkman Portefeuillehouders: mw I. van de Scheur Ambtelijk: dhr J. Blijham De leden: dhr N. Bakker (CDA), dhr F. Gödderz (GroenLinks), dhr M. Ernst (Polderbreed), dhr A. ten Westeneind (GJS), mw J. Vovk (GVP), mw S. Postema (Sociaal Groesbeek), mw E. van Broekhoven (VBenD), dhr R. Hammer (VVD), mw L. Albers (PvdA), mw T. Vorderman (D66), mw. G. Hustedt (VOLG) Werkgroep Burgerparticipatie: dhr Herman Verblackt en mw Joke Stoffelen Participatiedeskundige: dhr Joop Hofman Verslag: Buro Service Overasselt, mw W. Verheijen Verkroost
De voorzitter opent de digitale carrousel om 20.00 uur en heet de aanwezigen welkom.
Aanleiding voorstel: Mw Vorderman: “Vanuit de raad kwam de vraag wat is burgerparticipatie en hoe willen wij daar mee omgaan?. De werkgroep Bestuurlijke vernieuwing zou dit oppakken en dat is ook gebeurd. Na een studie van zeer uiteenlopende vormen van inwonersparticipatie groeide ons enthousiasme. Vanuit de werkgroep is er een samenwerking ontstaan met een aantal ambtenaren die ook sterk de behoefte voelden om meer vorm aan de bestaande initiatieven te geven. Dit resulteerde uiteindelijk weer in een aantal sessies met inwoners, raadsleden, ambtenaren, mensen uit het maatschappelijk middenveld en ontwikkelaars. Gezamenlijk zijn we zo tot de ambities en uitgangspunten van de nota én de werkwijze gekomen die vanavond besproken gaan worden. Gelijktijdig is er ook een uitvoerig onderzoek gedaan vanuit de werkgroep burgerparticipatie, een werkgroep bestaande uit betrokken inwoners, en deze onderzoeksresultaten worden vanavond door hen gepresenteerd. Overigens is de nota wat ons betreft een mooi begin, maar gaat onze verkenningstocht in de werkgroep Bestuurlijke vernieuwing verder. Wie weet wat er in de toekomst nog meer mogelijk wordt. Voordat ik het woord geef aan de werkgroep Burgerparticipatie wil ik nog even twee mensen bedanken voor hun (voorbije) inzet in de werkgroep BV: Peter Maas en Jan van Workum.
Blok 1 De Evaluatie Wat ging er goed en wat kan beter? Toelichting door de werkgroep Burgerparticipatie
Mw J. Stoffelen dankt voor de uitnodiging om vanavond een toelichting te mogen geven. Zij wil ook een woord van dank uitspreken aan alle burgers waarmee gesproken is voor hun tijd en openheid. Ook een woord van dank voor de ambtenaren, de wethouders en de burgemeester voor hun tijd en inspiratie. Het doel van het rapport is niet het afleveren van het rapport, maar om een aanzet te geven tot een cultuuromslag. Meedenken en een aanzet geven in denken over en omgaan met burgerparticipatie. Daartoe heeft de werkgroep een opdracht gekregen van B&W en die opdracht was: Hoe doen we het in Berg en Dal op het gebied van burgerparticipatie? De gemeente heeft in 2019 een 4-sporenbeleid uitgezet waarin rondom burgerparticipatie allerlei activiteiten ontplooid werden, één door de gemeenteraad, één door de werknemers van de gemeente, één rondom de omgevingswet en één burgervisitatie. Wat is er aan de hand in Nederland? Van alles. Burgers roeren zich en bemoeien zich met van alles en dat hebben ze eigenlijk altijd al gedaan. In het rapport wordt een toelichting gegeven op wat het verschil is tussen een burgerinitiatief en burgerparticipatie. Ook wordt verwezen naar het regeerakkoord Rutte III, waarin right to challenge en right to bid aan de orde komen.
Ook wordt een link gemaakt met nieuwe wetgeving zoals de omgevingswet, maar er is ook een wet aanstaande: wet versterking participatie op decentraal niveau. Deze heeft met het werk en met burgerparticipatie te maken. Als gesproken wordt over burgerparticipatie en wat levert het op voor de gemeenschap, dan is te zien dat het steeds belangrijker wordt en dat het gezien wordt als een intrinsieke waarde van de samenleving. Het is een aanvulling en een ondersteuning van de representatieve democratie. Essentieel voor het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en vraagstukken. Wat is er verder aan de hand in Nederland? Een citaat: ‘Participatie ontstaat niet omdat de overheid zegt dat het moet, maar als de mensen vinden dat het kan.’ De werkgroep is in gesprek gegaan met 25 mensen van 12 burgerinitiatieven, met 13 ambtenaren, 5 leden van B&W, 2 leden van de werkgroep Bestuurlijke Vernieuwing, 3 medewerkers van Forte Welzijn en 1 medewerker van GGD Gelderland Zuid. De verantwoording van de methodiek en de analyse is terug te vinden in hoofdstuk 4 van het rapport. Er zijn talrijke resultaten en uitkomsten gevonden. Cultuuromslag wordt vaak genoemd in de interviews die gevoerd zijn. Het gaat ook om draagvlak vergroten, om samenwerking, om het vasthouden en bestendigen van de positieve ervaringen. Soms leren de mensen de werkgroep ook dat het een moeizaam en soms lastig proces is.
Het gaat over transitie, wel of niet een afdeling burgerparticipatie, over de gemeenteraad en over de politiek, over de omgevingswet. Er zijn, helaas, ook nog tal van knelpunten. Een citaat van een ambtenaar: ‘Burgerparticipatie betekent niet burgers direct gelijk geven. Bij burgerparticipatie draait het erom te zorgen dat burgers en gemeente gelijkwaardige gesprekspartners zijn die samen, op basis van een goed onderbouwd gesprek, naar de beste oplossing zoeken.’ Een citaat van een burgerinitiatief: ‘De gemeente is zeer afwachtend en maakt onvoldoende gebruik van die burgers. De intenties zijn goed, maar het is ook sterk afhankelijk van de desbetreffende ambtenaar die wel of niet gebruik maakt van die ruimte.’ Mw Stoffelen wil daaraan toevoegen dat burgers graag willen meedoen en zich inzetten voor de samenleving. De conclusies: Er is geen gedeelde visie, een kader ontbreekt, er is een conflict van verwachtingen, er is een cultuuromslag nodig en het streven zou moeten zijn naar een zo groot mogelijk draagvlak van burgers. Niet alle burgers, ook niet in de burgerinitiatieven, doen mee met burgerparticipatie.
2 Verslag carrouselvergadering gemeente Berg en Dal – 11 februari 2021
Er is een viertal aanbevelingen geformuleerd die in het rapport terug te vinden zijn. Eén voor het college van B&W, één voor de gemeenteraad, één voor de gemeentelijke organisatie, maar ook aanbevelingen voor burgers en burgerinitiatieven. Het rapport is samengevat in een visual waar in één oogopslag de samenvatting van het rapport te zien is. Mw Albers spreekt haar complimenten uit over het rapport en het verrichte werkt. Zij heeft ook de conclusies een aanbevelingen gelezen. Zij is benieuwd wat de werkgroep vindt van de nota en de relatie met de conclusies. Komen de conclusies en aanbevelingen al terug in het huidige stuk? Zo nee, wat wordt er gemist? Dhr Verblackt antwoordt dat hij de nota las als een stroomdiagram met vier mogelijkheden hoe de burger bij een bepaald initiatief kan reageren. Er staan wel wat verwijzingen in, maar het kan meer verweven worden in het uiteindelijke participatierapport. De nota van de gemeente en het rapport van de werkgroep zijn tot nu toe nog iets teveel twee verschillende dingen. Mw Van Broekhoven vraagt hoe de tijdslijnen waren van het onderzoek en de voorliggende nota. Dhr Verblackt antwoordt dat er in het begin een tijdslijn was waarin beide parallel zouden lopen. Door Corona is een en ander veranderd. Uiteindelijk is er iets te weinig tijd geweest om de twee rapporten in elkaar te schuiven.
Mw Van Broekhoven vraagt of met voorliggende nota er een kans gemist is om de aanbevelingen meteen in de nota mee te nemen en verder te concretiseren. Is de nota wel af op deze manier? Dhr Verblackt antwoordt dat men er niet meer aan toe gekomen is beide nota’s op een adequate manier in elkaar te schuiven. Of de nota af is? Al doende leert men. De participatienota is nog niet geheel compleet, maar meer een stroomdiagram. Mw Van Broekhoven vraagt waardoor de tijdsdruk is ontstaan. Dhr Verblackt antwoordt dat de werkgroep de meeste interviews net voor de Coronauitbraak klaar had en daarna aan het eindrapport kon werken. Het rapport van de gemeente kwam veel later. Er is overleg geweest en er zijn nog aanpassingen gedaan. De werkgroep wilde voor de landelijke verkiezingen het rapport klaar hebben omdat in het land er veel te doen is rondom burgerparticipatie. De opdracht van de gemeente was ook om het rapport binnen een jaar te klaren. Mw Van Broekhoven spreekt haar waardering uit over de werkzaamheden van de werkgroep burgerparticipatie. Het was een leerzaam rapport om te lezen. Wellicht zelfs uniek in Nederland. Dhr Verblackt antwoordt dat het vrij uniek is. Er komen veel aanvragen vanuit het land voor het rapport. Mw Albers begrijpt dat de nota gezien moet worden als een stroomschema.
Ziet de werkgroep dit als een goede start of moet eerst beter de visie en het kader vastgesteld worden. Dhr Verblackt antwoordt dat het een uitstekend begin kan zijn. Al werkenderwijs moeten de adviezen die gegeven zijn toegevoegd worden. Mw Vovk vraagt of ‘een zo groot mogelijk draagvlak’ niet erg vaag is. Is het ook concreet te maken?
3 Verslag carrouselvergadering gemeente Berg en Dal – 11 februari 2021
Dhr Verblackt antwoordt dat het van het initiatief afhangt. Als het gaat over de dorpsagenda, wil je dat er in een dorp een zo groot mogelijk draagvlak is. Bij de energietransitie zijn er voorbeelden, hoe meer mensen daarin deel kunnen en willen nemen, hoe meer draagvlak het heeft, hoe groter de kans op succes is. Bij kleinere initiatieven, waar maar een paar mensen bij betrokken zijn, vraag je je af hoeveel mensen ‘de bevolking’ vertegenwoordigen om voldoende draagvlak te kunnen creëren. Mw Vovk vraagt of er per project een bepaalde mate van draagvlak vastgesteld moet worden. Dhr Verblackt antwoordt dat dat goed beschreven staat in het rapport van de gemeentelijke werkgroep. De burger moet, als deze met een initiatief wil komen, eerst kijken of er draagvlak is, of het uitvoerbaar is, wat de relevantie is. Het is ook een advies van de werkgroep Burgerparticipatie: Zorg zelf eerst voor draagvlak voordat men naar de gemeente gaat. Mw Stoffelen vult aan dat de mensen die zich bezighouden met de gemeente en met de democratie met elkaar in een bubbel zitten. Er is kritisch gekeken naar de burgerinitiatieven. Te zien is dat het een bepaalde laag van de bevolking aanspreekt. Een bepaalde laag van de bevolking komt gewoon niet aan de orde. Dat lukt de gemeente nu ook niet al te goed. Dat is ook bij de verkiezingen te zien.
Er is een gemeenschappelijk vraagstuk: Hoe betrekken we en zorgen we voor draagvlak onder de gehele bevolking? Wethouder Van de Scheur spreekt haar dank uit voor het rapport. Zij was er heel trots op dit in ontvangst te mogen nemen. Het is het eerste rapport wat door inwoners zelf is gemaakt. Het college is heel blij dat er zo’n groep van inwoners is en verder wil gaan met deze werkgroep. Het college wil de werkgroep graag betrokken houden bij het vervolg. In het rapport zijn een aantal aanbevelingen en conclusies geformuleerd. Met voorliggende nota is geprobeerd te voldoen aan de opmerking dat er een kader moet komen. Er liggen een aantal belangrijke uitgangspunten: vroeg elkaar opzoeken, geef elkaar vertrouwen, geef elkaar de ruimte, je mag fouten maken. De uitdaging is om ook andere mensen te betrekken dan de gebruikelijke groep. Deze uitdaging geldt zowel voor de gemeente als voor de inwoners zelf. Het belang van integraal en ontschot werken wordt ook in de evaluatie genoemd. De organisatie is daarmee aan de slag gegaan doordat er nu een andere organisatiestructuur is opgetuigd waarin opgave-gericht en projectmatig gewerkt wordt en niet zozeer meer vanuit afdelingen. Met deze nota wordt een goed begin gemaakt. Zij is er trots op dat het er ligt. Berg en Dal is één van de eerste gemeenten in Nederland die een dergelijke nota heeft.
Mw Van Broekhoven daagt, naar aanleiding van de opmerking dat ernaar gestreefd moet worden dat iedereen mee doet en dat bepaalde groepen zich minder laten horen en zien, de werkgroep uit om daar zelf ook een voorbeeld in te geven. De leden van de werkgroep zijn allemaal behoorlijk hoog opgeleid. Dhr Gödderz vraagt zich af waarom die twee rapporten niet meer in elkaar geschoven zijn. Wethouder Van de Scheur is van mening dat in de nota al veel is meegenomen. In de nota zijn de uitgangspunten geformuleerd en er ligt een kader. De uitgangspunten worden vertaald naar concrete handleidingen. De cultuuromslag is niet met een nota te bewerkstelligen, dat moet door de manier van werken gebeuren. Zij is van mening dat de conclusies van de werkgroep goed vertaald zijn in de nota.
4 Verslag carrouselvergadering gemeente Berg en Dal – 11 februari 2021
Mw Albers maakt zich zorgen als zij hoort, en de antwoorden op schriftelijk gestelde vragen leest, dat er al wat wordt gedaan aan de conclusies, terwijl zij net hoort dat het niet per se de mening van de werkgroep is. Zij vraagt om deze nota als een start te zien en met de visie en kader verder te gaan. Wethouder Van de Scheur antwoordt dat er nu mee gestart wordt. Al doende leert men is hier van toepassing. Als blijkt dat het niet werkt, wordt gekeken hoe het anders moet. Gaandeweg het traject zal dat gebeuren. Men moet er mee leren werken en kijken hoe het bevalt. De werkgroep helpt daarbij. Dhr Ten Westeneind vraagt waarom niet iets meer tijd genomen is om de laatste puntjes op de i te zetten als er toch nog behoefte aan is. Wethouder Van de Scheur antwoordt dat het college dit graag klaar wilde hebben voor de omgevingsvisie. Het is al drie maanden doorgeschoven. Er ligt ook een aanbiedingsbrief bij waar is ingegaan op de verhouding van het rapport en de nota. Zij blijft erbij dat de conclusies van de werkgroep goed terugkomen in de nota. Dhr Bakker sluit zich aan bij wat de werkgroep zegt, dat het nog niet helemaal af is. Hij heeft er geen problemen mee om de nota nu aan te nemen. Hij vraagt of de wethouder mogelijkheden ziet om evaluatiemomenten in te plannen. Wethouder Van de Scheur antwoordt dat er zeker geëvalueerd zal worden. Dat is ook met de werkgroep besproken.
Mw Vorderman geeft aan dat dit nog maar het begin is. De evaluatie, conclusies en aanbevelingen moeten zeker overgenomen worden van de werkgroep Burgerparticipatie. Niet alles is samen te vatten in de nota, maar het is wel de intentie dat het meegenomen wordt.
Blok 2 Hoe ziet de toekomst er uit? Dhr J. Hofman geeft een uitgebreide toelichting aan de hand van een presentatie. De presentatie wordt bij het verslag gevoegd. Dhr Hofman eindigt zijn presentatie met de vraag: Geeft deze nota voldoende handvatten en richting aan burgerparticipatie en een beter samenspel tussen inwoners, ondernemers en gemeente?
Blok 3 Stellen van vragen Dhr Bakker ziet de nota als ‘nog niet af’, een dynamisch startdocument. Het draagvlak blijft vaag. Het is lastig aan te geven wanneer iets draagvlak heeft. Als voorbeeld noemt hij de herontwikkelingen van de Kastanje in Millingen aan de Rijn. Gesteld wordt dat er draagvlak is, maar als hij mensen spreekt die er geweest zijn, is alleen draagvlak over de bouw an sich besproken, niet over de entourage. Hij vindt het lastig om met het begrip draagvlak te werken als raadslid. Hij vraagt de wethouder om met het begrip draagvlak aan de slag te gaan. Wethouder Van de Scheur antwoordt dat het niet mogelijk is draagvlak vast te stellen in een percentage of een aantal. Het is belangrijk om iedereen van te voren de kans te geven om erover mee te praten of mee te denken. Mensen willen graag gehoord worden. De werk-
5 Verslag carrouselvergadering gemeente Berg en Dal – 11 februari 2021
groep Burgerparticipatie gaf aan dat gelijk krijgen niet altijd hetzelfde is als draagvlak. Draagvlak kan ook betekenen dat mensen zich gehoord voelen en dilemma’s met elkaar hebben gedeeld en zien welke oplossing eruit komt. Dat is ook een soort draagvlak. Een algemeen belang kan altijd zwaarder wegen dan een individueel belang. Dhr Gödderz zegt dat GroenLinks enthousiast is als het gaat om de geest van de nota. Hij beseft dat je niet alles in de nota kunt gieten. Hij hoopt dat het niet alleen een verhaal van woorden blijft, maar ook een verhaal van daden naar één van de kernwaarden: gewoon doen. Wat voor GroenLinks uiteindelijk zal tellen is ‘the proof of the pudding’. GroenLinks zal de uitwerking nauwlettend blijven volgen. Wanneer komt de evaluatie? Hoe worden inwoners in staat gesteld dat zij ook kunnen participeren? In de presentatie heeft dhr Hofman toegelicht hoe het marktplein in Hengelo is aangepakt, waarbij de politiek buiten spel werd gezet. Hij vraagt een verdere toelichting hierop. Zijn hiervoor bepaalde afspraken in de raad nodig? Dhr Hofman antwoordt dat in Hengelo de raad in een werkbijeenkomst afspraken op drie niveaus met zichzelf gemaakt heeft. Afspraken die zij stellen ten aanzien van de inhoud van wat er op het plein moest gebeuren. Niet te veel. Hoe meer je bepaalt, des te minder ruimte inwoners hebben.
De tweede afspraak was over de kwaliteit van het proces. Wat is draagvlak? Hoe ziet een gesprek er uit? Hoe zorgen we dat zoveel mogelijk de verschillende perspectieven die er in de Hengelose samenleving spelen meedoen? Al dat soort kwaliteitseisen zijn gesteld. De derde afspraak betrof het financieel kader. De raad heeft met zichzelf afgesproken zich niet inhoudelijk te bemoeien met de ontwikkeling van de plannen. Wethouder Van de Scheur antwoordt dat er geëvalueerd zal worden. Er vinden nog gesprekken plaats met de raadswerkgroep Bestuurlijke Vernieuwing en de werkgroep Burgerparticipatie. Samen wordt bekeken op welke termijn en hoe vaak de evaluatie zal plaatsvinden. Hoe alle inwoners betrokken zullen worden is een uitdaging. Er zijn vaak traditionele inspraakavonden waar vaak dezelfde mensen naartoe komen. Op dit moment wordt gekeken of met behulp van digitale middelen meer mensen betrokken kunnen worden zodat het laagdrempeliger is en mensen het in hun eigen tijd kunnen doen. Het sluit ook aan bij de uitgangspunten in het Koersdocument, waarin aangegeven is meer in de wijken te gaan werken, naar de mensen toe en daarmee laagdrempeliger. Dhr Ernst antwoordt op de vraag van dhr Hofman of de nota voldoende handvatten geeft dat dit pas bij de evaluatie zal blijken. Er worden wel heel veel handvatten gegeven, dus dat stemt hoopvol.
In de nota die eindigt met de uitgangspunten die volgen uit de ambities, staat bij punt 6: In de beginfase van een initiatief vraag dat meer ambtelijke inzet. Hij vraagt of die capaciteit aanwezig is. Wethouder Van de Scheur antwoordt dat er op dit moment twee mensen zijn die zich bezighouden met participatie op de maatschappelijke ontwikkeling en daarnaast zijn er de medewerkers op de afdelingen. Het college vindt het belangrijk en wil er ook capaciteit voor vrijmaken. Op dit moment kan het nog binnen de bestaande capaciteit. Dhr Ten Westeneind ziet de nota ook als een startdocument. Hij heeft gekeken naar de scorekaart. Je moet vrij hoog scoren wil je uiteindelijk terecht komen in de situatie dat je een heel participatieplan doorloopt. Hij vraagt wat er gebeurt met de zaken die van belang zijn
6 Verslag carrouselvergadering gemeente Berg en Dal – 11 februari 2021
maar die minder scoren. Er is geen participatieaanpak nodig, betrek en werk samen met de omgeving. Het gaat tot en met 10 en 11 punten. Daarboven krijg je pas het echte doorlopen van het participatieplan. Hij vraagt of hierdoor niet het risico ontstaat dat er veel onder de radar blijft. Wethouder Van de Scheur antwoordt dat als de raad betrokken moet worden er veel punten nodig zijn, daaronder blijft het niet onder de radar. De stroomschema’s zijn uitvoerig getoetst met de bestaande initiatieven uit de afgelopen periode. Dhr Ten Westeneind zegt dat het betekent dat daar waar hoog gescoord wordt de gemeenteraad betrokken wordt. Het is misschien wel zinvol dat ook van initiatieven die daar net onder zitten de raad op de hoogte gehouden wordt. Wethouder Van de Scheur zegt dat het goed is als het meegenomen wordt in de planning en controlcyclus en gemeld wordt aan de raad. Mw Vovk vraagt hoe men ervoor zorgt dat de burgers de juiste verwachtingen blijven houden. Zij stelt voor participatie als een paraaf in elk raadsvoorstel op te nemen zoals nu ook gebeurt met duurzaamheid. Wethouder Van de Scheur antwoordt dat het verwachtingsmanagement inderdaad een punt is. Het is de reden dat in de nota is aangegeven dat men vroeg met elkaar in gesprek moet gaan. Op die manier hoopt men te voorkomen dat mensen teleurgesteld worden.
Mw Vovk zegt dat het goed is de projecten goed te coördineren en op tijd disciplines bij elkaar te krijgen. Wethouder Van de Scheur antwoordt dat het ook belangrijk is om op tijd met elkaar de dilemma’s te bespreken en zichtbaar maken. Zij neemt de suggestie om participatie in het raadsvoorstel op te nemen over. Mw Postema is oprecht blij dat het woord ‘verbinding’ zo vaak voorkomt in de nota. Daar is op dit moment veel behoefte aan, evenals aan draagvlak. Woorden als gelijkwaardige gesprekspartners, gemeenschapsdemocratie, menselijke maat, zijn hele essentiële dingen, de bouwstenen van de democratie. Zij ziet wel een aantal kwetsbare punten zoals de cultuuromslag en het in gesprek blijven met elkaar. Zij vraagt zich af hoe een papieren werkelijkheid getransformeerd wordt naar realiteit. Verder vraagt zij hoe eventuele partners als de ODRN meegenomen worden om eenzelfde werkwijze te hanteren. Wethouder Van de Scheur antwoordt dat zij ook blij was met woorden als verbinding. Er moet aan gewerkt worden. In de huidige maatschappij is te zien dat het nodig is, de kloof wordt steeds groter. Door met elkaar in vertrouwen te werken en elkaar de ruimte te geven worden de kwetsbare punten wellicht minder. Fouten maken mag ook. Het is een lerend proces. Niet elkaar gelijk ter verantwoording roepen. Met elkaar in gesprek blijven is heel belangrijk.
Zij hoopt dat mensen, omdat het vaak om hun eigen omgeving gaat, toch betrokken blijven. Van papier naar realiteit moet mogelijk zijn doordat de nota erg praktisch is waarmee men aan de slag moet gaan. Zij stelt dat op deze manier al gewerkt wordt bij het Reinier van Ooijplein, waar inwoners samen eigenaarschap voelen voor de ontwikkeling van het plein. Inwoners hebben de architect gekozen. Het geeft ook veel energie in het dorp. Als het overslaat naar andere initiatieven worden mensen ook vanzelf enthousiaster. De ODRN is van verschillende gemeenten en elke gemeente heeft zijn eigen participatienota. Uitgezocht moet worden hoe daarmee om te gaan.
7 Verslag carrouselvergadering gemeente Berg en Dal – 11 februari 2021
Mw Van Broekhoven is heel blij met het proces en vindt het belangrijk. De woorden die mw Postema zojuist noemde ‘verbinden, samen, democratie’ vindt VBenD ook heel belangrijk. Zij ziet de nota niet als een praktisch document, maar als een startdocument waar echt nog een vertaalslag moet komen naar de praktijk. Zij stelt voor dat niet alleen de nota vastgesteld wordt, maar dat het ook gekoppeld wordt aan een plan van aanpak waarin heel duidelijk beschreven wordt hoe de cultuuromslag bewerkstelligd wordt, hoe je draagvlak gaat verkrijgen, welke processtappen er genomen worden voor draagvlak en voor participatie, wat voor impact het heeft voor de organisatie, welke kosten er aan verbonden zijn. VBenD zal met een amendement komen op de nota en hoopt op draagvlak vanuit de raad. Zij staat achter het idee om elk raadsvoorstel uit te breiden met een kopje ‘burgerparticipatie’. Zij vraagt mw Vovk om dat om te zetten in een motie, die door VBenD gesteund zal worden. De wethouder neemt het over, maar zij wil weten hoe het hele college er over denkt. Zij heeft zorgen over de rol van de gemeente zoals die geschetst wordt. De rol van de gemeente wordt te veel, te vaak, vooral bij grote projecten, met heel grote impact, gezien als de gemeente stimuleert participatie en geeft aan de initiatiefnemer de opdracht om een participatieplan te schrijven.
Daarbij blijft de gemeente een beetje op afstand terwijl een initiatiefnemer vaak een heel groot belang heeft en vaak ook in een machtspositie staat qua budget en kennis ten opzichte van de burger. VBenD vindt juist dat de gemeente in dat soort zaken veel meer een regierol moet nemen. Dit mist zij nog teveel. Het kan ook in een plan van aanpak opgenomen worden. In dat plan van aanpak zou zij heel graag zien dat de aanbevelingen van de werkgroep Burgerparticipatie nog meer worden meegenomen dan tot nu toe het geval is. Griffier dhr Van Workum licht toe dat het kopje ‘communicatie’ in de raadsvoorstellen is bedoeld om aan te geven hoe inwoners betrokken zijn bij de voorstellen die worden voorgelegd aan de raad. Hij is het ermee eens dat het soms heel summier is en een uitbreiding behoeft, maar het is niet zo dat het nieuw ingevoerd moet worden. Bij het kopje ‘communicatie’ moet verduidelijkt worden op welke wijze uitvoering is gegeven aan de voornemens die nu in de nota staan. Mw Van Broekhoven zegt dat er dan tekort gedaan wordt aan het hele verhaal rondom Burgerparticipatie. Communicatie impliceert zenden en participatie impliceert betrekken. Zij zou er dan het kopje communicatie/participatie van willen maken of een apart kopje participatie.
Griffier dhr Van Workum stelt dat communicatie niet alleen bedoeld is als zenden, maar om aan te geven op welke wijze inwoners betrokken zijn. Mw Van Broekhoven zou het bestuurlijk vernieuwend vinden om het kopje ‘communicatie’ een andere naam te geven. Wethouder Van de Scheur antwoordt m.b.t. de implementatie dat het de bedoeling is een toolbox te vullen met handreikingen. Hiertoe zijn al stappen gezet. M.b.t. de participatie bij grote projecten wijst zij op punt 3 van de nota waar staat dat inwoners er altijd op mogen rekenen dat het participatieproces goed doorlopen wordt. Hierop wordt toegezien, ook als de gemeente niet zelf initiatiefnemer is. Mw Ten Broekhoven vindt toolbox een stukje praktijk en is handig voor burgers om te weten hoe je iets moet aanpakken, maar het zegt niets over de cultuuromslag. Zij blijft bij het voorstel een plan van aanpak om dat meer te borgen en te stimuleren. Mw Hustedt vindt de nota een goed document. De basis is er nu. In de loop van het jaar zullen er steeds aanpassingen nodig zijn. Het kan ook niet anders omdat er met iets nieuws begonnen wordt. Nu is nog niet bekend welke weg je moet inslaan om je doel te bereiken.
8 Verslag carrouselvergadering gemeente Berg en Dal – 11 februari 2021
Wel is er zorg over het stukje participatieplan en wat ermee samenhangt. Op dit moment moet men bij een groter evenement, en dat gebeurt ook al bij verenigingen die maar 1 of 2 keer per jaar een evenement hebben, het eerst aanmelden met een aanmeldformulier en na goedkeuring moeten ze een aanvraagformulier evenement invullen van 14 pagina’s. Wordt het participatieplan hier ook nog ergens tussen geschoven? Op welk moment moet de aanvrager met burgers in gesprek gaan? Is het niet beter dat men bij een initiatief zich bij de gemeente meldt, of er nu wel of niet een vergunning nodig is? Op het moment dat een ambtenaar aangeeft dat het heel moeilijk wordt omdat het tegen een bepaalde wet indruist, is ook duidelijk dat men op dat moment niet verder hoeft te gaan of kan met de ambtenaar gekeken worden naar wat wel mogelijk is. Dit zou zij graag duidelijker beschreven zien in de werkwijze. Het voorbeeld in Hengelo geeft aan dat als de gemeente een grote stap terug zet en alleen een kader aangeeft dit best wel wat teweeg brengt. Het heeft ook wel vertrouwen nodig in de burger. Zij is er geen voorstander van alles af te blokken en in papier te gieten omdat zij van mening is dat dat burgers zal afschrikken.
Burgers moeten met de participatie eerst beginnen met dromen en kijken wat er allemaal mogelijk is in plaats van dat er gelijk een weg uitgestippeld wordt van wat zij moeten doen omdat dat alweer voorgeschreven wordt. Wethouder Van de Scheur antwoordt dat het zeker niet de bedoeling is burgers af te schrikken. Dat is ook de reden dat het laagdrempelig is. Geef elkaar vertrouwen, geef elkaar de ruimte, durf af en toe als bestuur ook even op je handen te zitten. Dat is expliciet opgenomen om te voorkomen dat mensen afgeschrikt worden. In de nota worden de namen van de medewerkers genoemd, als het gaat om een andere afdeling, wordt men doorverwezen. Dat is om mensen makkelijk in staat te stellen om naar de gemeente te bellen en een vraag te stellen. Daarmee worden dan ook teleurstellingen voorkomen, waar mw Hustedt het over heeft. Volgens haar hoeft er bij een evenement waarbij veel formulieren ingevuld moeten worden geen participatieplan gevoegd te worden. Dit zoekt zij uit. De nota is een groeidocument. Bekeken moet worden wat het bij de inwoners teweeg brengt. De wethouder hoopt dat de kracht van de samenleving en de inwoners meer tot bloei komt. Zij hoopt dat door deze nota mensen meer uitgedaagd worden om mee te doen, waardoor je ook veel meer kennis binnenhaalt. Mw Hustedt stelt dat de participatie, zoals men nu voorstaat, in het gemeentehuis begint.
Als allen dit uitdragen en het niet dichttimmeren, is men al een hele stap verder. Wethouder Van de Scheur is het daarmee helemaal eens. Bij het vaststellen van de nota wordt ook gezegd dat er wat meer losgelaten wordt en erop vertrouwd wordt dat inwoners ook hun kracht en kennis hebben die benut moet worden. Mw Hustedt heeft al ervaringen met dit soort participatieprojecten en stelt dat het niet iets is van een half jaar of een jaar, maar voor de lange termijn. Dhr Hammer zegt dat de VVD positief tegenover de nota staat. Er zijn wel wat risico’s rondom willekeur en bureaucratie die eraan ten grondslag gaan liggen. Is duidelijk hoe de handleidingen ingevuld moeten worden en weten de initiatiefnemers dat ook? Hoe worden ze daarbij geholpen? Daarnaast zijn er ook zorgen over hoe het gaat met initiatieven vanuit de gemeente zelf, zoals initiatieven die voortkomen uit collegeprogramma’s, ruimtelijke plannen etcetera. Het wordt moeilijk als men op de handen moet zitten omdat men zelf er ook ideeën bij heeft. Het is een goed startdocument om mee te beginnen.
9 Verslag carrouselvergadering gemeente Berg en Dal – 11 februari 2021
Mw Albers merkt op dat het goed is dat er iets ligt. Zij is ook bij de avonden in het voortraject geweest en daar was zij ook positief over. De nota is nog niet helemaal af. De conclusies van de evaluatie komen nog onvoldoende terug. Zij is het grotendeels eens met het betoog van mw Van Broekhoven. Het is niet een heel praktisch document, maar er zitten ook goede dingen in. Het lijkt haar prima het format van het raadsvoorstel te verduidelijken bij het kopje ‘communicatie’. Wat de nota betreft zou er eerst een visie moeten zijn en dan een kader en dan de handleiding. Nu wordt begonnen met de handleiding. Een visie en kader opstellen betekent niet per se dichttimmeren, maar het lijkt nu de verkeerde volgorde en dat brengt ook weer risico’s met zich mee. In de evaluatie staat dat de leden van het college ook verschillende visies op participatie hebben. Gaat dit niet tot problemen leiden? Aan de ene kant denkt zij dat men aan de slag moet met dit document, aan de andere kant de vraag of het beter verder uitgewerkt moet worden omdat de Omgevingswet in 2022 komt. Het amendement van VBenD is wellicht een goede tussenweg. Er zou ook een samenwerking moeten komen met de werkgroep Jeugd en Politiek. Dit gebeurt al wel op punten, maar zou in de toekomst steviger kunnen. In december is ook gesproken over participatie bij de zonneparken.
Zij heeft nog niet een beeld hoe dit document daarin gaat helpen. Kan het college bij een dergelijk groot plan uit de voeten met dit document? Hoe gaat het college aan de slag met cultuuromslag? Dat is nodig om de nota te laten slagen. Wethouder Van de Scheur begrijpt dat mw Albers van mening is dat er meer visie moet komen. Volgens de wethouder is visie juist in de nota mooi vastgelegd: vertrouwen, geef elkaar de ruimte, men mag van elkaar leren, fouten maken mag. Zo wil het college omgaan met participatie. Het is een mooi startpunt om aan de slag te gaan. Samenwerking met de werkgroep Jeugd en Politiek lijkt haar heel zinnig. Op die manier worden jongeren betrokken bij wat er speelt in de gemeente. Momenteel wordt er gekeken naar digitale hulpmiddelen. Wat de zonneparken betreft, bij dergelijke grote projecten is afgesproken dat het participatieplan vooraf naar de raad moet. Wat de cultuuromslag betreft worden er voor de organisatie workshops en trainingen gegeven. Voor de een zal de omslag makkelijker zijn dan voor de ander. Men moet elkaar scherp houden. Mw Albers voelt, na de beantwoording van de wethouder, toch veel voor het amendement van VBenD. Mw Vorderman deelt de zorg over de cultuuromslag. Er zal best wat tijd overheen gaan.
Het voordeel van de nota is dat deze is samengesteld met de ambtenaren, met inwoners, met het middenveld, met ontwikkelaars en ook met raadsleden. Er ligt wel degelijk een stuk visie aan ten grondslag. Het is nog maar een uitgangspunt en men moet de vinger aan de pols houden. Het mooie van de nota is dat de ambities gezamenlijk tot stand zijn gekomen waar men elkaar op kan aanspreken. Dat is de kracht van de nota. Verder moet het nog in praktijk gebracht worden en dat zal met vallen en opstaan gebeuren. Het is wel ontzettend leuk om dat ook te doen met inwoners. Zij kijkt er naar uit. De laagdrempeligheid moet blijken uit de werkwijze. Deze zal online gebeuren en wordt door iedereen gebruikt, ambtenaren, inwoners, betrokkenen. Wat de cultuuromslag betreft, als er workshops en trainingen gegeven worden, kan hiervan een en ander op papier gezet worden en kan de raad ervan op de hoogte gebracht worden zodat duidelijk wordt wat er precies gaat gebeuren.
10 Verslag carrouselvergadering gemeente Berg en Dal – 11 februari 2021
Wethouder Van de Scheur is blij dat er brede steun is voor de nota. Wat betreft de cultuuromslag geeft zij aan dat het niet alleen een trainingsprogramma is. Zij hoopt dat er door geslaagde projecten zoveel energie ontstaat dat de cultuuromslag vanzelf gaat. Dhr Hammer kijkt met belangstelling uit naar het amendement van VBenD en zit ook wel op één lijn rondom het stukje burgerparticipatie in de raadsvoorstellen. Als er een motie komt over de wijziging zal de VVD deze van harte steunen. Dhr Bakker ziet ook graag een amendement of motie tegemoet en zal zich er met de fractie over beraden. De voorzitter concludeert dat de meerderheid de nota steunt. Deze zal behandeld worden in de raadsvergadering van 25 februari omdat er een amendement van VBenD en eventueel een motie komen. Sluiting om 21.50 uur.
Afspraken / Toezeggingen Wethouder Van de Scheur zegt toe dat ook initiatieven met minder punten meegenomen worden in de planning en controlcyclus en periodiek gemeld worden aan de raad. Wethouder Van de Scheur is bereid de suggestie om participatie in het raadsvoorstel op te nemen over te nemen. N.B.: De format voor raadsvoorstellen is een zaak van de raad zelf en als zodanig ook besproken in de werkgroep Bestuurlijke Vernieuwing. Als het gaat over burgerparticipatie gelden er drie uitgangspunten die de schrijver van een voorstel moet wegen. 1. Is de burgerparticipatie een argument om ja te zeggen tegen een voorstel dan komt het onder kopje argumenten. 2. Is het een reden om het misschien niet te doen of is er minder draagvlak dan gewenst dan komt het onder kanttekeningen. 3. Zijn deze twee niet van toepassing dan hoort het onder het kopje communicatie. Wethouder Van de Scheur zegt dat uitgezocht moet worden hoe om te gaan m.b.t. participatie met organisaties die van meerdere gemeenten zijn zoals de ODRN. Wethouder Van de Scheur zegt toe uit te zoeken of bij de aanvraag voor een evenement, waarbij al veel formulieren ingevuld moeten worden, een participatieplan gevoegd moet worden.
11 Verslag carrouselvergadering gemeente Berg en Dal – 11 februari 2021