CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bestemmingsplan Zeelandsestraat 70 Millingen

Gemeenteraad 12 mei 2022, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zeelandsestaat 70, Millingen11.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toelichting Zeelandsestraat 70 Millingen aan de Rijn

35

zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Figuur 13 Ligging Zeelandsestraat 70 ten opzichte van Gelders Natuurnetwerk

De locatie Zeelandsestraat 70 is op een afstand van ca. 1,5 kilometer gelegen van het Gelders Natuurnetwerk. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot versnippering of oppervlakteverlies van het groen. 4.3.2

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is sterk gerelateerd aan de aanwezigheid van bepaalde kleine landschapselementen (bosjes, wielen/poelen, heggen/hagen e.d.). Deze blijven zoveel mogelijk in stand en rond de woningen worden nog meer hagen gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling van de bouw van twee nieuwe woningen gaat gepaard met de sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing. Eerder is een Quickscan flora & fauna uitgevoerd door Exlan voor de ontwikkelingen bij het bedrijf. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage. Onderstaand de conclusie uit dit onderzoek.

Toelichting Zeelandsestraat 70 Millingen aan de Rijn

36

Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Heeft de voorgenomen activiteit directe gevolgen op de voortplantingslocatie of standplaats? 2. Heeft de voorgenomen activiteit indirecte gevolgen op de voortplantingslocatie of standplaats? En welk deel van het leefgebied wordt aangetast? 3. Heeft de ingreep een invloed op individueel, lokaal, regionaal of Nederlands niveau? 4. Blijven er voldoende alternatieve leefgebieden in het plangebied of in de omgeving over waar de soort naar toe kan uitwijken? Het voornemen zal naar verwachting geen effect hebben op beschermde soorten. Binnen het plangebied komen geen beschermde dier- en plantensoorten voor. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en plantsoorten. Lokaal zullen niet specifiek beschermde diersoorten (ratten, vogels) uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor eventuele aanwezige soorten is in de omgeving voldoende vervangende biotoop aanwezig.

Voor aanvang van de werkzaamheden binnen het plangebied, dient derhalve geen ontheffing voor strikt beschermde soorten aangevraagd te worden. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige soorten. De werkzaamheden brengen het voortbestaan van deze en algemene soorten echter niet in gevaar. Een ontheffing of eventuele compensatie is hier niet van toepassing. Uit dit onderzoek blijkt dat de werkzaamheden binnen het plangebied geen significant negatief effect hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied. Omdat er verwacht wordt dat geen strikt beschermde flora en fauna in het plangebied verblijven, zal de ingreep geen negatief effect hebben op deze soorten en hun omgeving. Voor het merendeel van de aanwezige of te verwachten beschermde soorten zijn de effecten gering. Het aspect natuur is geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.

Toelichting Zeelandsestraat 70 Millingen aan de Rijn

37

4.4

CULTUURHISTORIE Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorisch erfgoed moet worden beschermd. Het gaat dan om erfgoed in brede zin; in cultuurlandschappelijke, stedenbouwkundige en bouwhistorische betekenis. Voorgaande is sinds 1 juli 2016 vastgelegd in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Cultuurhistorische waardenkaarten worden vaak gebruikt om in beeld te brengen welke cultuurhistorische waarden aanwezig zijn op de locatie of in de omgeving. De kaart is een door deskundigen bijeengebrachte inventarisatie en opsomming van op dat moment bekende cultuurhistorische waarden. De kaart kan steeds worden aangevuld met nieuwe kennis en is dus niet statisch. De gemeente Berg en Dal heeft geen cultuurhistorische waardenkaart opgesteld voor Millingen aan de Rijn. Provincie Gelderland heeft wel een cultuurhistorische waardenkaart. Onderstaand is een uitsnede van de kaart weergegeven.

Figuur 14 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart provincie Gelderland

De locatie is gelegen in een landschap wat wordt gekenmerkt als “Oude ontginningen op afwisselend nat-droge stroomruggen”. De bebouwing is

Toelichting Zeelandsestraat 70 Millingen aan de Rijn

38

geconcentreerd in ronde of gestrekte dorpen met een onregelmatige blokverkaveling. De percelen en wegen, die de rivieren volgen, zijn ook grillig van vorm. Er komt overwegend landbouw voor. Daarnaast komen in dit landschapstype ook veel hoogstamboomgaarden voor, zo ook bij onderhavige locatie. Dit waren in het verleden productieboomgaarden die zich achter de boerderij bevonden. Productieboomgaarden bestonden voornamelijk uit appels, met bijvoorbeeld peren aan de westkant als windsingel. Ook kwamen er productie kersenboomgaarden voor. Boerenboomgaardjes stonden vaak aan de zijkant of voorkant van de boerderij en bestonden uit fruitbomen voor de eigen voorziening. In het plan is zorg gedragen voor het behoud- en verder versterken van de boomgaard ter plaatse als kenmerkend aspect in het landschap. Het plangebied heeft verder geen specifieke cultuurhistorische waarde. In de omgeving zijn wel nog enkele cultuurhistorische elementen gelegen, zoals een kasteelplaats, een vermoedelijke Romeinse wachttoren en een vermoedelijk Romeins wegtrace. De ontwikkeling heeft hier geen invloed op. De gewenste planvorming heeft geen negatief effect op cultuurhistorische waarden.

4.5

ARCHEOLOGIE Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit vloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), dient bij de opstelling en de uitvoering van ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. In 2003, 2004 en 2005 werden in de toenmalige gemeenten Millingen aan de Rijn, Groesbeek en Ubbergen de eerste archeologische beleidsadvieskaarten opgesteld. Een ‘archeologische kaart’ bestaat uit een rapport en één of twee kaarten: - een geomorfologische kaart met verwachtingen en bekende vindplaatsen én een archeologische beleidsadvieskaart. Dit jaar wordt voor het gehele grondgebied van de gemeente een nieuwe archeologische beleidsadvieskaart opgesteld.

Toelichting Zeelandsestraat 70 Millingen aan de Rijn

39

Figuur 15 Uitsnede planlocatie binnen archeologische kaart Millingen aan de Rijn

Uit de kaart blijkt dat de locatie een hoge archeologische verwachtingswaarde heeft. Voor het bouwen van bouwwerken dieper dan 30 cm dient een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden zijn vastgesteld. Echter komen de woningen gedeeltelijk in de plaats van de bestaande te slopen stallen. Bij de bouw van deze stallen is de grond reeds geroerd. Voor het overige deel van het plangebied wordt de omgang met archeologie gewaarborgd via een dubbelbestemming archeologie. Omdat binnenkort een nieuwe beleidskaart volgt, wordt vooruitlopend hierop de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 opgenomen. Hiermee wordt voor dit plan voldoende rekening gehouden met te verwachten archeologische waarden. Mochten er bij toekomstige werkzaamheden archeologische relicten of grondsporen worden gevonden op de locatie, dan zal dit – in overeenstemming met de wettelijke meldingsplicht ex artikel 5.10 van de Erfgoedwet – zo spoedig mogelijk worden gemeld bij Onze minister.

4.6

MOBILITEIT Het beëindigen van de intensieve veehouderij zal leiden tot een aanzienlijke afname van het aantal vrachtwagenbewegingen. Zo is er geen sprake meer van o.a. de aan- en afvoer van dieren, aanvoer van veevoeder en afvoer van mest met betrekking tot de intensieve veehouderij. Met de omzetting van de bestemming behoort dit ook zeker niet meer tot de mogelijkheden. Dit heeft dus een gunstig effect. Wel neemt het aantal bewegingen toe van personenauto’s.

Toelichting Zeelandsestraat 70 Millingen aan de Rijn

40

De woningen worden ontsloten via een gezamenlijke inrit en een binnenplaats. Deze infrastructuur binnen het plan betreft privé terrein. De oprit sluit aan bij de uitgangssituatie. Hij zal smal worden gehouden zodat het smalle profiel de snelheid remt, maar zal in ieder geval breed genoeg zijn dat twee voertuigen elkaar kunnen passeren. Het voorste gedeelte van de oprit is ruim bemeten en zal als zodanig worden gehandhaafd; het is belangrijk dat men hier indien nodig even kan wachten tot uitrijdend verkeer is geparkeerd (zonder daarbij gevaar op te leveren op de Zeelandsestraat). De aansluiting wordt vormgegeven als inrit, niet als zijstraat. De centrale plaats is qua breedte dusdanig te dimensioneren dat vrachtverkeer (vuilnisdienst, meubelwagen, bezorging bouw- en tuinmateriaal) ter plaatse kunnen wenden en is derhalve 20 meter breed. Conform de ‘Integrale mobiliteitsvisie gemeente Berg en Dal 2016-2026’, dient voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de parkeervraag bepaald te worden aan de hand van de richtlijnen en kencijfers uit de publicatie 381 ‘kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ van het CROW. Het parkeren ten behoeve van de woningen kan zonder problemen plaats vinden op de eigen terreinen van de bewoners. Voor vrijstaande koopwoningen in ‘niet stedelijk gebied in het buitengebied’, dient uitgegaan te worden van 2,4 parkeerplaatsen per woning (inclusief bezoekers).

Per nieuwe woning worden drie parkeerplaatsen op eigen grond bij de woning gerealiseerd, binnen de woonbestemming. Het aspect mobiliteit, verkeer en parkeren, zal geen belemmering opleveren.

4.7

FEITELIJKE BELEMMERINGEN Indien sprake zal zijn van grondverzet, zal een zogenaamde Klic-melding plaatsvinden om duidelijkheid te verkrijgen over de eventueel aanwezige kabels en leidingen.

Toelichting Zeelandsestraat 70 Millingen aan de Rijn

41

4.8

PLAN-MER Op grond van wettelijke procedureregels dienen B&W een beoordelingsbesluit te nemen dat voor dit plan geen milieueffectrapportage (MER) hoeft te worden opgesteld. In het besluit m.e.r. is opgenomen voor welke voorgenomen activiteit een m.e.r.-plicht of m.e.r. beoordelingsplicht geldt om te toetsen of sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van 4 woningen mogelijk. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r. wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarde wordt gebleven, is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. In dit hoofdstuk is verslag gedaan van het onderzoek dat is verricht ten behoeve van de in dit plan mogelijk gemaakte ontwikkelingen, zodat voldaan wordt aan de onderzoeksverplichtingen van het Besluit ruimtelijke ordening. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Het in dit hoofdstuk beschreven onderzoek naar milieuaspecten laat zien dat, als gevolg van de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen, belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Dit zowel voor de afzonderlijke aspecten als bij een integrale benadering van alle onderzochte aspecten. Geconcludeerd kan worden dat er geen milieueffectrapportage noodzakelijk is.

4.9

DUURZAAMHEID Eind 2018 heeft de gemeenteraad het Actieplan Duurzaamheid vastgesteld. Hierin is invulling gegeven aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente. De wens is om meer in te zetten op duurzaamheid om zo snel mogelijk de stap te kunnen zetten naar klimaatneutraal. Om deze reden is in een werkwijze vastgelegd dat bij nieuwbouw van woningen meer dient te worden gedaan aan duurzaamheid dan enkel te voldoen aan de BENG-eisen. Bij onderhavig initiatief wordt hier op verschillende manieren invulling aan gegeven. Voor elk van de genoemde onderwerpen in het toetsingskader, is aangegeven welke maatregelen worden genomen. Duurzame energie en aardgasvrij Nieuwbouw energieneutraal te realiseren voor zowel gebouwgebonden energie als gebruikgebonden energie

Toelichting Zeelandsestraat 70 Millingen aan de Rijn

42

Klimaatadaptatie Maximaal 30% van het erf verharden en zoveel mogelijk open verhardingsmaterialen toepassen Kavels dienen een waterverwerkingscapaciteit te hebben van minimaal 60 mm Groen en natuurinclusief bouwen 75 m2 groen per woning Insectenmuur aanbrengen Circulair bouwen Minimaal 10 % van de gebruikte materialen voor elk nieuw te bouwen gebouw zijn hergebruikte materialen Gescheiden afvalwater systeem De uitvoering van deze maatregelen wordt vastgelegd in een overeenkomst. Op deze manier is bij het initiatief geborgd dat voldoende wordt ingezet op het aspect duurzaamheid.

Toelichting Zeelandsestraat 70 Millingen aan de Rijn

43

5 5.1

UITVOERBAARHEID

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID In deze situatie is er sprake van een particulier initiatief, waarbij de gemeente alleen medewerking verleent door middel van het volgen van de benodigde procedure. De kosten die verbonden zijn aan deze procedure en eventuele planschade zijn voor rekening van de initiatiefnemer.

5.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

5.2.1

Overleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan daarom gestuurd naar de volgende instanties: Provincie Gelderland. Daarnaast heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden. Hierbij is het initiatief voorgelegd aan de omwonenden. Enkel positieve reacties zijn hierbij naar voren gekomen.

5.2.2

Zienswijzen Na publicatie van de herziening van het bestemmingsplan, heeft deze 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode was het voor een ieder mogelijk om zienswijzen in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

Toelichting Zeelandsestraat 70 Millingen aan de Rijn

44

6 6.1

JURIDISCHE OPZET

OPBOUW Voorliggend plan bestaat uit een toelichting, verbeelding en planregels. De verbeelding en de regels vormen de juridische basis van het plan. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsook de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met de daarbij horende randvoorwaarden. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft geen juridische status, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan alsmede bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.

6.2

HERZIENING Onderhavig plan heeft betrekking op het toestaan van vier extra woningen en de omzetting van de agrarische bestemming naar ‘Wonen’. Dit ter plaatse waar nu een intensieve veehouderij is toegestaan. Hierbij wordt de bedrijfswoning aan de Zeelandsestraat 70 mede omgezet naar Wonen. In de regels wordt bepaald de inhoud van de woning en de omvang van de bijgebouwen. Ook wordt in de regels de uitvoering en instandhouding van van het landschappelijk inpassingsplan vastgelegd.

Toelichting Zeelandsestraat 70 Millingen aan de Rijn

45

7

CONCLUSIE

Het plan beschreven in hoofdstuk 2 is in hoofdstuk 3 getoetst aan de huidige beleidskaders. De plannen passen zowel binnen het Rijks-, als provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 is de ontwikkeling getoetst aan de ruimtelijke- en milieu hygiënische aspecten. Uit voorliggende onderbouwing kan geconcludeerd worden dat, vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, het voorgenomen plan aanvaardbaar is overwegende dat: Het project past binnen de vigerende beleidskaders van het Rijk, provincie en gemeente; Er geen ruimtelijke of milieu hygiënische knelpunten naar voren zijn gekomen die belemmerend zijn; De waterhuishoudkundige belangen voldoende gewaarborgd zijn; De economische uitvoerbaarheid van het project gewaarborgd is. De gemeente Berg en Dal kan instemmen met de voorgenomen ontwikkeling.

Toelichting Zeelandsestraat 70 Millingen aan de Rijn

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11407260/1