Toelichting bestemmingsplan Hoge Horst 36a Groesbeek
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
24
Een risicocontour (ofwel plaatsgebonden risico) geeft aan hoe groot in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden. Uit de provinciale risicokaart blijkt dat het plangebied in geen enkele plaatsgebonden risicocontour is gelegen. Er worden derhalve geen grenswaarden overschreden. Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp.
Een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers. Aan de kans op een ramp met 100 doden wordt dan ook een grens gesteld, die een factor honderd lager ligt dan voor een ramp met 10 doden. In het Bevi wordt verder een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico rond inrichtingen wettelijk geregeld. De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico's acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico's te verkleinen. Onderstaande uitsnede van de risicokaart laat zien dat het plangebied zich niet bevindt in de nabijheid van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en aangewezen transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Ook is de ontwikkeling zelf geen risicovolle inrichting. Gelet hierop behoeft het voornemen geen verantwoording voor wat betreft het plaatsgebonden risico en/ of het groepsrisico. Ten aanzien van het externe veiligheid zijn er geen belemmeringen.
Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
25
Figuur 9 Uitsnede risicokaart Externe veiligheid
5.2
WATER Water verdient een belangrijke plek in de ruimtelijke planvorming. Vanwege dit belang moeten bij de locatiekeuze, de (her)inrichting en het beheer van nieuwe ruimtelijke functies de relevante waterhuishoudkundige aspecten worden meegenomen. Binnen het plangebied ligt geen A-watergang en dus ook geen beschermingszone van een A-watergang. Binnen het plangebied ligt geen B-watergang of een beschermingszone van een B-watergang. Voor onderhavig project is de digitale Watertoets van het waterschap Rivierenland ingevuld. De uitkomst is als bijlage opgenomen. Beleid waterschap Rivierenland Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels.
Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
26
In onderhavige situatie is sprake van het herbestemmen van een voormalige bedrijfslocatie. De sloop van de voormalige bedrijfsgebouwen en het verwijderen van erfverharding zorgen voor een afname in het verhard oppervlak. Omdat er sprake is van een afname van verhard oppervlak is er in het kader van hydrologisch neutraal ontwikkelen vanuit het waterschap geen formele compensatie nodig. Gemeente rioleringsplan Berg en Dal Het Gemeentelijk Rioleringsplan Berg en Dal 2021-2025 is een wettelijk verplicht plan waarin de gemeente voor de periode 2021-2025 heeft aangegeven hoe zij haar gemeentelijke watertaken wil invullen. Bij de woning wordt een hemelwaterinfiltratievoorziening aangelegd (infiltratiekratten). De woning wordt, wat betreft het schone hemelwater, afgekoppeld van het riool aangelegd. Daar het hemelwater te laten infiltreren wordt het vastgehouden op de plek waar het valt. Dit sluit aan bij het doel van de gemeente zoals gesteld in het plan. De bergingscapaciteit van de voorzieningen dient ten minste 43 millimeter per vierkante meter verharding te bedragen. Voor de afvoer van het huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woning wordt een aparte rioolaansluiting aangevraagd. Het aan te leggen riool zal op het bestaande gemeentelijk rioolstelsel worden aangesloten. Alleen het vuile huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd via het riool.
De ontwikkeling is passend binnen zowel het beleid van het waterschap Rivierenland als het beleid van de gemeente Berg en Dal.
5.3
NATUUR Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met eventuele ecologische waarden in of nabij het projectgebied. De voorgenomen ontwikkelingen mogen geen negatieve effecten hebben op de aanwezige beschermde soorten zoals aangewezen in de Wet natuurbescherming. Indien hiervan sprake is moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Tevens mogen de ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op aangewezen gebieden zoals Natura 2000-gebieden. Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming.
5.3.1
Gebiedsbescherming In Nederland is gebiedsbescherming geregeld middels de Wet natuurbescherming, waarin alle gebiedsbeschermde internationale afspraken en richtlijnen zijn geïmplementeerd. Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van Natura 2000-gebieden van belang. Bij negatieve effecten kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid, trilling, ed. Vanuit de Hoge Horst is op circa 0,8 km het Natura2000-gebied ‘De Bruuk’ gelegen. De Bruuk is een moerasgebied dat wordt gevoed door kwelwater uit de omliggende heuvels. Het bestaat voor een deel uit blauwgrasland. In onderhavige situatie is voor deze locatie sprake van het vervallen van de functieaanduidingen en verkleining van het bouwvlak. Gezien de aard en schaal van de ontwikkeling op deze locatie zijn geen negatieve effecten te verwachten. Verder geldt dat de stiktofdepositie veroorzaakt door de paardenhouderij komt te vervallen. In de plaats hiervan komt er een nieuwe woning, naast de bestaande woning. De stikstofdepostie verzoorzaakt door de in nieuwe situatie veroorzaakt geen depositie op de in de omgeving gelegen zeer kwetsbare gebieden. Dit voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase. Zie ook de als bijlage bijgevoegde AERIUS-berekening.
Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
27
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen: ecologische hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter)nationaal belang. Het doel van het NNN-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Voor het Natuurnetwerk Nederland geldt op basis van het Rijksbeleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Daar het plangebied zich niet bevindt in het NNN, vormt het plan derhalve geen belemmering voor de aanleg of instandhouding van het NNN. Daarnaast worden er meerdere verouderde bouwwerken op de locatie gesaneerd. De nieuw aan te leggen beplanting vormt tevens een mogelijk habitat voor vogels en kleine zoogdieren. Figuur 10 Uitsnede Gelders Natuur Netwerk,
5.3.2
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren Onderzoeklocatie De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is sterk gerelateerd aan de aanwezigheid van bepaalde kleine landschapselementen (bosjes, wielen/poelen, heggen/hagen e.d.). Gezien er sprake is van het amoveren van bebouwing is voor het gehele plangebied een QuickScan flora en fauna uitgevoerd. Deze QuickScan is uitgevoerd door Exlan Consultants (projectnummer: EP.20.1010, d.d. 28 februari 2020, zie bijlage 4). De conclusie van deze QuickScan is als volgt:
Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
28
Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. De bedrijfsgebouwen dienen buiten het broedseizoen van 15 maart tot en met 15 juli te worden gesloopt.
Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Concluderend kan gesteld worden dat er geen belemmeringen zijn voor de voortgang van het plan.
5.4
CULTUURHISTORIE Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorisch erfgoed moet worden beschermd. Het gaat dan om erfgoed in brede zin; in cultuurlandschappelijke, stedenbouwkundige en bouwhistorische betekenis. Onderstaand is het plangebied weergegeven binnen de Cultuurhistorische beleidsadvies aart van Groesbeek. Aan het gebied waarin de planlocatie ligt, het gebied tussen Groesbeek en De Horst, is een hoge waarde toegekend. Het beleidsadvies dat hierbij hoort, is gericht op vooral over het behoud van het open en grootschalige karakter van het gebied, het handhaven van zandpaden en waterlopen en behoud van 'rationele' verkavelingsstructuren. De voorgaande waarden blijven met dit plan gehandhaafd. De sloop van de gebouwen en het openhouden van de zichtlijn blijft de grootschaligheid en het open karakter van het gebied behouden. De kavelstructuur blijft behouden en er worden geen waterlopen aangepast. Daarnaast blijft de rationele verkaveling intact.
Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
29
Figuur 11 Uitsnede cultuurhistorische beleidskaart Groesbeek
In de directe omgeving van het plangebied zijn geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten gelegen. Concluderend kan gesteld worden dat de cultuurhistorische waarden niet in het geding zijn met onderhavig plan.
5.5
ARCHEOLOGIE Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit vloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), dient bij de opstelling en de uitvoering van ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Het wettelijke kader is verankerd in de Erfgoedwet. De gemeente Berg en Dal heeft een Archeologische Beleidsadvieskaart op laten stellen, welke is vastgelegd in RAAP rapport 2738. Het plangebied is deels gelegen in een gebied met een lage verwachting en deel in een gebied met een lage verwachting, beekdallandschap.
Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
30
Figuur 12 Uitsnede archeologische beleidskaart Groesbeek
Het archeologisch beleid binnen de gemeente Berg en Dal, zoals vastgelegd op de archeologische beleidsadvies, is door vertaald in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan door middel van dubbelbestemmingen. Het plangebied is deels gelegen binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarden’. De voor ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarden’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m², een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Deze dubbelbestemming wordt in dit plan eveneens opgenomen, zodat ook bij toekomstige ontwikkeling de archeologische waarden worden meegewogen. De ontwikkeling vindt plaats buiten de archeologische verwachtingswaarde.
Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
31
Figuur 13 Ligging bouwvlak woning ten opzichte van archeologische verwachtingswaarde.
Concluderend kan gesteld worden dat een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is bij dit plan. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan. Mochten er bij toekomstige werkzaamheden toch archeologische relicten of grondsporen worden gevonden op de locatie, dan zal dit – in overeenstemming met de wettelijke meldingsplicht ex artikel 5.10, van de Erfgoedwet – per direct worden gemeld aan de Minister.
5.6
MOBILITEIT De ontwikkeling mag niet leiden tot een belemmering op het gebied van verkeer of parkeeroverlast. In deze paragraaf wordt hier nader op ingegaan. Verkeer Het beëindigen van de bedrijfsfunctie aan de Hoge Horst 36a leidt tot een afname van het aantal verkeersbewegingen met zwaar verkeer (vrachtwagens), welke op dit moment gemiddeld 2 keer week voorkomen en het verkeer veroorzaakt door de pensionstalling. Volgens publicatie 317 ‘kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ van het CROW heeft een woning in het ‘buitengebied’ een verkeersgeneratie van maximaal 8,6 verkeersbewegingen. Dit geringe aantal verkeersbewegingen heeft geen directe invloed op de lokale infrastructuur. Het verkeer ten behoeve van de woonfunctie kan eenvoudig via de huidige weg worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. De nieuw te realiseren woning wordt ontsloten middels een bestaande inrit. Deze inrit wordt nu gebruikt voor de ontsluiting van het paardenhouderij en de achterliggende gronden.
Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
32
Figuur 14 Te gebruiken inrit
Bestaande, te gebruiken inrit
Parkeren De Integrale mobiliteitsvisie gemeente Berg en Dal 2016-2026 geeft aan dat voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de parkeervraag bepaald dient te worden aan de hand van de richtlijnen en kencijfers uit de publicatie 317 ‘kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ van het CROW of recenter indien beschikbaar. Uitgangspunt is dat parkeren plaats vindt op eigen terrein. Op basis van deze publicatie dienen er bij de nieuwe woningen 2 parkeerplaatsen (per woning) op eigen terrein gerealiseerd te worden. Binnen het bestemmingsvlak is hier voldoende ruimte voor beschikbaar. Parkeren zal dan ook geen hinder veroorzaken voor het verkeer op de Hoge Horst.
5.7
MILIEU EFFECT RAPPORTAGE (M.E.R.-BEOORDELING) Het Besluit ruimtelijke ordening stelt in artikel 3.1.1, onder f dat inzicht dient te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Bovendien dient het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het plan de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen (artikel 3.2 Algemene Wet Bestuursrecht). In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van het onderzoek dat is verricht ten behoeve van de in dit plan mogelijk gemaakte ontwikkelingen, zodat voldaan wordt aan de onderzoeksverplichtingen van het Besluit ruimtelijke ordening. Voorheen kon worden volstaan met de conclusie dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt erop neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:
Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
33
belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling. Het in dit hoofdstuk beschreven onderzoek naar milieuaspecten laat zien dat, als gevolg van de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen, belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Dit zowel voor de afzonderlijke aspecten als bij een integrale benadering van alle onderzochte aspecten. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is.
Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
34
HOOFDSTUK
6.1
6
JURIDISCHE PLANTOELICHTING
OPBOUW Voorliggend plan bestaat uit een toelichting, verbeelding en planregels. De verbeelding en de regels vormen de juridische basis van het plan. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsook de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met de daarbij horende aanduidingen, zones, bouwvlakken, maatvoeringen, ed. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft geen juridische status, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan alsmede bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
6.2
HERBESTEMMING Dit plan voorziet in een herbestemming van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Groesbeek. Door middel van dit plan is het mogelijk om naast de locatie Hoge Horst 36a een nieuwe woning op te richten. Deze woning heeft een inhoud van maximaal 750 m3. Hierbij mag een bijgebouw van 80 m2 aanwezig zijn. De regels voor de bestemming ‘Wonen’ zijn gebaseerd op artikel 16 van het bestemmingsplan Buitengebied Groesbeek. In hoofdstuk 5 is de ontwikkeling getoetst aan de ruimtelijke- en milieuhygiënische aspecten. Uit voorliggende toelichting kan geconcludeerd worden dat, vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening het voorgenomen plan aanvaardbaar is, overwegende dat: Op basis van het gemeentelijk beleid bij het saneren van >750 m2 aan bedrijfsgebouwen, een woning van 750 m3 gerealiseerd mogen worden; In onderhavige situatie circa 845 m2 bedrijfsgebouwen worden gesloopt.
Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen; Het project past binnen de vigerende beleidskaders van het Rijk en provincie; Er geen ruimtelijke of milieuhygiënische knelpunten naar voren zijn gekomen die belemmerend zijn; De waterhuishoudkundige belangen voldoende gewaarborgd zijn; Het plangebied landschappelijk wordt ingepast; Hiertoe een landschappelijk inpassingsplan is opgesteld en voor de realisatie daarvan een voorwaardelijke verplichting in de regels is opgenomen; Het aantal voertuigbewegingen aanzienlijk afneemt, wat ten goede komt aan de verkeersveiligheid; De economische uitvoerbaarheid van het project gewaarborgd is. Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
35
De gemeente Berg en Dal kan instemmen met de voorgenomen initiatief en de bestemmingen inclusief de specifieke aanduiding voorwaardelijke verplichtingen. Voor het bestemmingsplan is aangesloten op de systematiek van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Groesbeek’. De regels zijn echter toegespitst op de gewenste omzetting, bebouwing en landschappelijke inrichting.
Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
36
HOOFDSTUK
7.1
7
UITVOERBAARHEID
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID In deze situatie is er sprake van een particulier initiatief, waarbij de gemeente alleen medewerking verleent doormiddel van het volgen van de benodigde procedure. De kosten die verbonden zijn aan deze procedure en eventuele planschade zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten.
7.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
6.2.1
Overleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan daarom gestuurd naar de volgende instanties: Waterschap Rivierenland; Provincie Gelderland. Deze instanties hebben aangegeven geen bezwaar te hebben op de ontwikkeling van het plan.
6.2.2
Participatie Ten behoeve van het project is de “Meetlat participatie Fysiek” van de gemeente Berg en Dal doorlopen. Uit deze meetlat komt naar voren dat het een project is met een beperkte invloed op de omgeving (o tot 7 punten). Het informeren van de omgeving is voldoende. De initiatiefnemer heeft de omgeving op de hoogte gebracht van zijn plan.
6.2.2
Zienswijzen Het bestemmingsplan wordt conform de gebruikelijke procedure doorlopen. Dit betreft de volgende stappen: Tervisielegging ontwerpbestemmingsplan; Mogelijkheid tot indiening zienswijzen; Vaststelling bestemmingsplan door gemeenteraad Tervisielegging vastgesteld plan; Beroepstermijn. Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
37
Het plan heeft vanaf 26 april voor zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze zienswijze periode zijn er geen zienswijzen ingediend. Het plan is ongewijzigd vastgesteld.
Bestemmingsplan ‘Hoge Horst 36a te Groesbeek’
38