Technische vragen D66 besluitvorming zonneparken - antwoorden
Tekst van het document
Onderwerp: Technische vragen over raadsvoorstel Zonneparken Geacht college, Zoals besproken met wethouder Weijers na de carrouselvergadering van 7 juli jongstleden leggen wij u hier een aantal technische vragen voor die betrekking hebben op de besluitvorming aangaande een tweetal voorgenomen zonneparken in onze gemeente. Vragen: 1. Kunt u stapsgewijs de besluitvorming en het waarschijnlijke tijdspad hiervoor aangaande het zonnepark 'Lage Wald' schetsen? Voor het project ‘Lage Wald’ wordt, na besluitvorming door het college, de ruimtelijke onderbouwing inclusief bijlagen ter inzage gelegd. Dit betreft de 1e fase ‘afwijking bestemmingsplan’. De eventuele zienswijzen worden vervolgens beoordeeld en verwerkt in de uitwerking. Daarna start de 2e fase (activiteit aanleggen en bouwen van de omgevingsvergunning. Het tijdspad ziet er in grote lijnen als volgt uit: Besluitvorming college: eind september. Daarvoor is inmiddels beschikbaar een goedgekeurde ruimtelijke onderbouwing, een goedgekeurd landschapsplan, een goedgekeurd participatietraject en een anterieure overeenkomst waar overeenstemming over is. Ter inzage legging 1e fase voor 6 weken: vanaf begin oktober. Beoordelen zienswijzen en aanpassing ruimtelijke onderbouwing: eind november.aanvraag 2e fase: eind november/begin december. Afgifte omgevingsvergunning realisatie: februari 2023.
Beroepstermijn op de afgifte van de omgevingsvergunning tot eind maart/begin april 2023. Opm: Indien bezwaar wordt aangetekend tegen de afgifte omgevingsvergunning kan de procedure tot circa 1 jaar uitlopen.
2. Kunt u stapsgewijs de besluitvorming en de waarschijnlijke tijdspaden aangaande het Zonnepark Berg en Dal tussen Leuth en Millingen ('project Zebra') schetsen als al dan niet de coördinatieregeling wordt toegepast en als al dan niet een 'wensen en bedenkingen-procedure' wordt toegepast? Het gaat hier dus om vier mogelijke tijdspaden: zonder coördinatieregeling en zonder 'wensen en bedenkingen-procedure' met coördinatieregeling en zonder 'wensen en bedenkingen-procedure' zonder coördinatieregeling en met 'wensen en bedenkingen-procedure' met coördinatieregeling en met 'wensen en bedenkingen-procedure'
De bovenstaande tijdspaden zijn in onderstaande tabel weergegeven:
Voorontwerp bestemmingsplan Besluitvorming college Procedure voor wensen en bedenkingen Ter inzage leggen ontwerpbestemmingsplan (OBP) (6 weken) Ter inzage leggen OBP en ontwerpomgevingsvergunning (OOV) (6 weken) Beoordelen zienswijzen en aanpassen bestemmingsplan (BP) Vaststellen BP door de raad Vaststellen BP door de raad en afgifte omgevingsvergunning (OV) Beroepstermijn raad van state BP(6 weken) Beroepstermijn raad van state BPen afgifte OV(6 weken) Aanvraag OV Afgifte OV Beroepstermijn 6 weken op afgifte OV
Zonder CR en zonder W en B September 2022 Begin oktober 2022
Eind november 2022 t/m medio januari 2023
Eind januari 2023
Met CR en Zonder CR en zonder W en B met W en B September 2022 September 2022 Begin oktober Begin oktober 2022 2022 Medio oktober t/m medio november 2022 Eind december 2022 t/m medio februari 2023 Eind november 2022 t/m medio januari 2023 Eind januari 2023
April2023
Eind februari 2023
Eind november 2022 t/m medio januari 2023 Eind januari 2023
Mei2023 April2023
Mei/juni2023
April2023
Juni/juli2023
Mei/juni2023
Eind juni 2023 Eind september 2023 Oktober/ november 2023
Met CR en met W en B September 2022 Begin oktober 2022 Medio oktober t/m medio november 2022
Mei/ juni2023
Eind juli 2023 Eind oktober 2023 November/ december 2023
Opm: Indien beroep wordt aangetekend tegen de vaststelling van het bestemmingsplan kan de procedure tot circa 1 jaar uitlopen.
Pagina 2 van 4
3. Kunt u aangeven of, en zo ja hoe, de (eventuele) invoering van de omgevingswet op 1 januari 2023 de voortgangsprocessen rondom de besluitvorming over de zonneparken zou kunnen beïnvloeden? Voor een bestemmingsplan geldt dat het ontwerp-bestemmingsplan voor 1 januari 2023 ter inzage moet zijn gelegd. Alleen dan kan het bestemmingsplan volgens bestaande wetgeving en werkwijze worden vastgesteld. Wordt deze datum niet gehaald, dan moet gebruik gemaakt worden van de mogelijkheid om het omgevingsplan te wijzigen of eventueel een tijdelijke alternatieve maatregel. Het ombouwen van een ontwerpbestemmingsplan naar een wijziging van het omgevingsplan is niet eenvoudig. Een wijziging van het omgevingsplan kent zowel inhoudelijk als digitaal een andere opbouw. Feitelijk betekent dat dat veel van het werk opnieuw gedaan moet worden. Waarschijnlijk biedt de tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) op dat moment uitkomst. Deze TAM maakt het mogelijk om nog met de oude bestemmingsplanopbouw te werken, zowel digitaal als inhoudelijk. De TAM wordt juridisch al wel gezien als wijziging van het omgevingsplan. Hiervan mag heel 2023 gebruik gemaakt worden en deze lijkt bedoeld voor dit soort gevallen. Nog niet alles over de TAM is geheel duidelijk en absolute zekerheid geeft dit dus niet.
De TAM lijkt desondanks wel de gewenste ‘ontsnapping’ voor het geval dat het ontwerpbestemmingsplan niet voor 1 januari ter inzage wordt gelegd. Voor de omgevingsvergunning geldt dat de aanvraag voor 1 januari 2023 gedaan moet zijn. In dat geval kan de vergunning volgens het huidige regime worden afgewerkt. Indienen na 1 januari 2023 betekent dat het regime van de Omgevingswet van toepassing is. De coördinatieregeling blijft bestaan, maar volgt de nieuwe regels over het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Kunnen de plannen volgens het bestaande regime worden afgewerkt (dus ontwerp bestemmingsplan en aanvraag vergunning voor 1 januari) dan blijft ook het genomen coördinatiebesluit gelden. Halen we dit niet, dan moet een nieuw coördinatiebesluit worden genomen.
4. Is er een bepaald stadium dat in die voortgangsprocessen behaald zou kunnen worden, dat de invloed van de invoering van de omgevingswet kan beperken? Zo ja, welk stadium is dat en is het haalbaar dit stadium in de verschillende voortgangsprocessen te bereiken vóór 1 januari 2023? Zie ook hierboven onder 3. Als het ontwerpbestemmingsplan voor 1 januari 2023 ter inzage wordt gelegd en de vergunning voor 1 januari wordt aangevraagd, kan gebruik gemaakt worden van de bestaande regelgeving voor afronding van deze procedures. Dat betekent dat we op een ons bekende en vertrouwde manier verder kunnen. Die zekerheid ontbreekt als we gebruik moeten maken van de nieuwe instrumenten, hoewel de oplossing er ook in dat geval lijkt te zijn.
5. Is er iets anders mogelijk of noodzakelijk in de besluitvorming tot de invoering van de omgevingswet om de voortgang van die besluitvorming na de invoering te bespoedigen? (Kan bijvoorbeeld een besluit of procedure op voorhand al op een
Pagina 3 van 4
zodanige manier geformuleerd of gevolgd worden dat het zowel onder huidige wet als onder de nieuwe wet geldig is?) Zoals hierboven beschreven biedt de TAM waarschijnlijk uitkomst. Door de mogelijkheden hiervan verder te onderzoeken en samen met een stedenbouwkundig bureau te kijken naar de mogelijkheden voor dit project, zijn we beter voorbereid op de ‘wat als’. We kunnen de genoemde risico’s in beeld brengen en beperken. In ieder geval kan in beeld worden gebracht welke extra werkzaamheden nodig zijn. In afwachting van uw beantwoording, Met vriendelijke groet, Jelbrich de Vries Marlou Peters Jos Verstegen D66 – Berg en Dal
Pagina 4 van 4