Regels Bestemmingsplan Botsestraat 7 Leuth
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Regels -
Botsestraat 7, Leuth Gemeente Berg en Dal
BESTEMMINGSPLAN - Regels -
Botsestraat 7, Leuth Gemeente Berg en Dal
IDN-nummer:
NL.IMRO.1945.BPBOTSESTRAAT7-VSG1
Status:
vastgesteld
Datum:
april 2022
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2
5 10
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
13
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
13 15 17 22
Agrarisch met waarden - Landschap 2 Groen - Landelijk groen Wonen Waarde - Archeologie 3
Hoofdstuk 3 Algemene regels
25
Artikel 7 Artikel 8
25 26
Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
27
Artikel 9
Overgangsrecht
27
Artikel 10
Slotregel
28
Regels
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
3
4
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Botsestraat 7, Leuth' met identificatienummer NL.IMRO.1945.BPBOTSESTRAAT7-VSG1 van de gemeente Berg en Dal. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van agrarische producten door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren, waaronder begrepen een productiegerichte paardenhouderij. 1.6 archeologisch onderzoek: onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.7 archeologische waarden: waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen.
1.8 archeologische verwachtingswaarden: gronden met verwachtingswaarden, die kunnen bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang kunnen zijn en het cultuurhistorisch erfgoed kunnen vertegenwoordigen. 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
5
1.10 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.11 bedrijfsmatig: in uitoefening van een bedrijf. 1.12 bedrijfswoning: een woning in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (het gezin van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is; deze woning wordt begrepen onder de bedrijfsgebouwen. 1.13 begane grond: de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder. 1.14 bestaand(e situatie): a. bij bouwwerken: bestaand, legaal ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp; b. bij gebruik: bestaand, legaal ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan. 1.15 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.16 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.17 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
1.18 bijbehorende voorzieningen: voorzieningen, die horen bij de betreffende bedrijfsvoering op gronden (onder andere weg- en waterbouwkundige voorzieningen) en/of bouwvlakken (onder andere opslag en energievoorziening). 1.19 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.20 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
6
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
1.22 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.23 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.24 eenheden: verblijfsruimte bedoeld voor recreatief nachtverblijf zoals logies en ontbijt of gastenkamers. 1.25 erker: hoekige of ronde uitbouw aan een gevel, ondergeschikt aan het hoofdgebouw in vorm en uitstraling. 1.26 escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus. 1.27 extensief recreatief medegebruik: een vorm van recreatief medegebruik die nauwelijks of geen invloed heeft op de in de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen gegeven doeleinden zoals wandelen, fietsen en dergelijke. 1.28 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.29 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
1.30 houtopstand: begroeiing die geheel of gedeeltelijk bestaat uit bomen en/of struiken, behoudens laagstamfruitbomen met de bijbehorende windsingels. 1.31 kelder: ruimte die voor meer dan 50% ondergronds is gelegen, waarbinnen geen verblijfsruimtes zijn toegestaan. De inhoud van de kelder telt niet mee bij de inhoud van de woning. 1.32 landschappelijke inpassing: het zodanig inpassen van gebouwen en/of activiteiten in de omgeving dat de landschappelijke waarden behouden blijven.
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
7
1.33 landschapswaarden/landschappelijke waarden: bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object in de zin van aantrekkelijkheid, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit bestaande uit aardkundige, cultuurhistorische, natuurlijke en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. 1.34 mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. 1.35 nevenactiviteit: een activiteit met een zodanige beperkte omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm als hoofdfunctie herkenbaar blijft. 1.36 omgevingsvergunning: een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.37
omgevingsvergunning voor het afwijken:
omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met dit plan met toepassing van de in dit plan opgenomen regels inzake afwijking, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder c jo. artikel 2.12 lid 1 sub a onder 1 van de Wabo. 1.38 omgevingsvergunning voor het bouwen: omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wabo. 1.39 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van een werkzaamheid (voorheen aanlegvergunning): omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wabo. 1.40 overkapping: een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal één zijde begrensd door de gevels van belendende gebouwen en welke constructie zelf niet wordt aangemerkt als een gebouw. 1.41 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding. 1.42 raamprostitutie: een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen.
8
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
1.43 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.44 souterrain: ruimte onder de woning, waarvan minimaal 50% van de inhoud boven het aansluitende maaiveld is gelegen en waarbinnen verblijfsruimtes zijn toegestaan. De inhoud van het souterrain telt mee bij de inhoud van de woning. Onder het souterrain is geen kelder toegestaan. 1.45 straatprostitutie: het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. 1.46 teeltondersteunende voorzieningen: uitgespreid afdekmateriaal, afdekmateriaal met ondersteunende constructie (lage, niet menstoegankelijke tunnels en tijdelijke menstoegankelijke tunnels) en een boogconstructie zonder afdekmateriaal en vrijstaande overkappingen en voorzieningen in de vorm van palen en/of stellingen, bestemd voor vollegrondsgroente-, fruit-, bloemen- en boomteelt en wijnbouw.
1.47 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, zoals watergangen, waterlopen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop. 1.48 werk: een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde. 1.49 woning: een complex van ruimten, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden. 1.50 zijdelingse perceelsgrens: de aangegeven gevellijn, waarin de voorgevel van een gebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan (tot aan de zijdelingse perceelsgrens).
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
9
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 2.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de buitenwerks gemeten oppervlakte van het op een bouwperceel staande c.q. op te richten bouwwerken, gemeten op zowel boven als onder maaiveld. 2.3 bebouwingspercentage: de bebouwde oppervlakte welke ten hoogste gebouwd mag worden, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het desbetreffende bouwperceel. 2.4 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk: tussen de buitenzijden van de gevels en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.6 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen, inclusief hieronder gelegen souterrain, exclusief kelder. 2.7 goothoogte: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met dien verstande dat: a.
b.
c.
10
de goothoogte van een lessenaarsdak wordt bepaald vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel van de laagste zijde van de kap; de goothoogte van een dakvlak met een dakopbouw wordt bepaald vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel van de dakopbouw; bij een kap die bestaat uit één of meerdere hellende dakvlakken waarbij de bovenzijde van de hellende dakvlakken grenzen aan een plat dak, deze daken worden ook wel afgetopte of afgesnoten daken genoemd, de goothoogte wordt bepaald vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel aan de laagste zijde van het hellende dakvlak.
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
2.8 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenzijden van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9 peil: a. voor gebouwen: de hoogte van het bestaande afgewerkte terrein (maaiveld) ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw; b. voor bouwwerken anders dan onder a. bedoeld: de hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte terrein. 2.10 ondergeschikte bouwdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken, dakkapellen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
11
12
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden - Landschap 2
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. 3.2
agrarisch grondgebruik, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen, met dien verstande dat een agrarisch bedrijf niet is toegestaan; het behoud, herstel en/of ontwikkeling en de bescherming van de landschapswaarden van het oeverwalgebied; extensief recreatief medegebruik; paden, wegen en parkeervoorzieningen op eigen terrein; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen. Bouwregels
3.2.1 Algemeen Binnen de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken geen gebouwen toegestaan. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat uitsluitend het volgende gebouwd mag worden: a. b. c. d. e.
3.3
de bouwhoogte bedraagt maximaal 1 m, waarbij erf- en terreinafscheidingen een open karakter dienen te hebben; sleufsilo's en mestsilo's zijn niet toegestaan; lichtmasten zijn niet toegestaan; paardenbakken zijn niet toegestaan; uitsluitend de onderstaande teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan: 1. lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan met een maximale bouwhoogte van 1 m. Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt - in aanvulling op het bepaalde in 8.1 in ieder geval verstaan: a. b. c.
het gebruik van gronden ten behoeve van opslag, een sleufsilo en of een mestzak;. de uitoefening van vollegrondsfruit- en boomteelt zonder kas binnen een afstand van 50 m van bestemmingsvlakken ten behoeve van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies; het gebruik van gronden voor parkeren.
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
13
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden op of in de bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c.
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; het vellen en rooien van houtgewas; het wijzigen van de perceelsindeling, zoals door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven.
3.4.2 Uitzonderingen Het in lid 3.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
3.4.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend indien aan het volgende wordt voldaan: a.
door de werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen worden de landschappelijke en natuurwaarden als ook karakteristieke historische verkavelingsstructuur niet onevenredig aangetast.
14
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
Artikel 4 4.1
Groen - Landelijk groen
Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving De voor Groen - Landelijk groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen en tuin; b. een voedselbos; c. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' voor voorzieningen ter ontsluiting van de woningen; d. het hobbymatig houden van paarden; e. extensief recreatief medegebruik f. water en waterberging; g. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; één en ander met de bijbehorende voorzieningen zoals paden. 4.1.2 Aanvullende voorwaarde De gronden binnen deze bestemming mogen niet worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Binnen deze bestemming mogen uitsluitend worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming, alsmede een gebouw als bedoeld in 4.2.2. 4.2.2 Gebouwen Er is binnen de bestemming uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch schuilgelegenheid' een schuilgelegenheid toegestaan ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren, waarbij voldaan dient te worden aan de de volgende voorwaarden: a. b. c.
de bebouwde oppervlakte bedraagt niet meer dan 30 m2; de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 m; er is direct aansluitend een weiland aanwezig waarin de dieren gehouden worden.
4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. 4.3
de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2 m; in afwijking van het bepaalde onder a. mag de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen niet meer dan 1,5 m bedragen, waarbij de erf- en terreinafscheidingen een open karakter dienen te hebben. paardenbakken zijn niet toegestaan. Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt - in aanvulling op het bepaalde in 8.1 in ieder geval verstaan: a.
het gebruik van gronden ten behoeve van agrarische activiteiten in de vorm van opslag;
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
15
b. c.
het gebruik van gronden voor parkeren; het openstellen van de gronden voor publiek.
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden op of in de bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b.
het ophogen, egaliseren of afgraven en ontginnen van gronden; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen.
4.4.2 Uitzonderingen Het in lid 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.
in het kader van het normale beheer en onderhoud; waarmee legaal is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, aanlegvergunning of ontgrondingvergunning; ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; in de vorm van maximaal 10 m2 verharding per in 4.2.2 toegestaan bijbehorend bouwwerk; plaatsvinden in het kader van de uitvoering van de landschappelijke inpassing als opgenomen in Bijlage 2.
4.4.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend indien aan het volgende wordt voldaan: a.
door de werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen worden de landschappelijke en natuurwaarden niet onevenredig aangetast.
16
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Algemeen De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
wonen; aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; wonen en zorg; nevenactiviteiten, uitsluitend voorzover toegestaan in 5.1.2; een paardenbak uitsluitend voor hobbymatig gebruik en uitsluitend na verlening van omgevingsvergunning als opgenomen in 5.3.1; f. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, een en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen en erven en parkeer- en groenvoorzieningen en overeenkomstig de in 5.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving. 5.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 5.1.1: a Aantal woningen Per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan. b Niet-verkeersaantrekkende aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit Binnen deze bestemming is gebruik van een deel van de woning en/of de daarbij behorende vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een niet-verkeersaantrekkende aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.
2.
3. 4. 5. 6.
maximaal 50 m² van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdiepingen) met inbegrip van gerealiseerde bijbehorende bouwwerken, mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, met dien verstande dat het bebouwingspercentage ten behoeve van de benodigde ruimte voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit niet meer mag bedragen dan 40%; het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of het daarbij behorende bijbehorend bouwwerk zal uitvoeren, tevens de bewoner van de woning dient te zijn; de woning blijft voldoen aan het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening; activiteiten die vergunningplichtig zijn krachtens de Wet milieubeheer of krachtens het Activiteitenbesluit als type B of C inrichting worden aangemerkt, zijn niet toegestaan; er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit; het onbebouwde deel van het bouwperceel mag niet worden gebruikt voor de activiteiten, buitenopslag is niet toegestaan.
c Verkeersaantrekkende aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit Het gebruik van een deel van de woning en/of de vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een verkeersaantrekkende aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is uitsluitend toegestaan na verlening van de omgevingsvergunning bedoeld in 5.5.1.
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
17
d Wonen en zorg Binnen deze bestemming is gebruik van een deel van de woning en/of de daarbij behorende vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van wonen en zorg toegestaan. Hierbij moet worden voldaan aan het gestelde in 5.2, 5.3.2 en/of 5.5.2. e Parkeernorm Per woning dienen minimaal 3 parkeerplaatsen te worden aangelegd. 5.1.3 Voorwaardelijke verplichting a. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouw van de woning dient te worden aangetoond, dat alle overtollige voormalige bedrijfsgebouwen, als weergegeven in Bijlage 1 Te slopen voormalige bedrijfsgebouwen zijn gesloopt. b. Het gebruik van de ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' nieuw te realiseren woning is uitsluitend toegestaan indien en voorzover binnen 12 maanden na het in gebruik nemen van de woning: 1. de landschappelijke inpassing van de percelen, conform de in de Bijlage 2 Voorwaardelijke verplichting weergegeven groeninrichting wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden; 2. een nestkast voor steenuil en/of kerkuil is aangebracht. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming, zoals hoofdgebouwen in de vorm van woningen met bijbehorende bouwwerken en bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2.2 Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; per bouwvlak is maximaal 1 woning toegestaan; de goothoogte bedraagt niet meer dan 4,5 m; de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 9 m; de inhoud van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 750 m3 per woning, met dien verstande dat: 1. een bestaande grotere inhoud als maximum geldt; 2. de deel bij de woning mag worden getrokken, ook als dit leidt tot een grotere inhoudsmaat dan 750 m3 .
5.2.3 Bijbehorende bouwwerken Aangebouwde en vrijstaande bijbehorende bouwwerken voldoen aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d.
aangebouwde en vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en binnen de aanduiding 'bijgebouwen'; de gezamenlijke oppervlakte per woning bedraagt maximaal 100 m2; de goothoogte bedraagt niet meer dan 3 m; de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 5 m.
5.2.4 Ondergrondse gebouwen Voor het bouwen van ondergrondse gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
18
ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van bestaande gebouwen die zijn gebouwd overeenkomstig een verleende bouw- of omgevingsvergunning dan wel vergunningvrij zijn; ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds.
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
5.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende voorwaarden a. b. c. d. 5.3
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 1 m; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2 m; paardenbakken zijn niet toegestaan. Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Omgevingsvergunning paardenbak Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.5 onder d teneinde een paardenbak met bijbehorende voorzieningen toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. b. c. d. e.
de paardenbak is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' er wordt qua maatvoeringseisen voldaan aan het bepaalde in 5.2.5; er is blijkens een landschapsplan sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en de in de omgeving aanwezige waarden; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
5.3.2 Omgevingsvergunning Wonen en zorg (semi-permanent; bebouwing verwijderen na verval indicatie) Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.3 onder b, uitsluitend om ten behoeve van wonen en zorg een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken toe te staan, met dien verstande dat: a. b. c.
d.
e.
f. g.
ten behoeve van de plaatsing van een mobiele zorgwoning de omgevingsvergunning maximaal betrekking mag hebben op 80 m2 ; ten behoeve van de plaatsing van een flexibele (mobiele) zorgkamer de omgevingsvergunning maximaal betrekking mag hebben op 40 m2 ; de omgevingsvergunning mag niet tot gevolg hebben dat het achtererfgebied voor meer dan 50% bebouwd is. Indien blijkt dat dit percentage onvoldoende is voor het uitvoeren van wonen en zorg, kan het bevoegd gezag hiervan afwijken tot een maximum van 75%. Er dient in een dergelijke situatie vast te staan dat het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast, dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; indien de plaatsing van de onder a en b bedoelde bijbehorende bouwwerken redelijkerwijs niet in het achtererfgebied kan plaatsvinden, kan het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning bepalen dat in afwijking van het bepaalde in 5.2.3 plaatsing in de zijtuin is toegestaan; er een aantoonbare noodzaak voor de (te verlenen) zorg dient te zijn. Dit dient te blijken uit een door het bevoegd orgaan afgegeven indicatie.
In dit kader wordt in de omgevingsvergunning een voorschrift opgenomen dat de oppervlakte zoals bedoeld onder a en b moet worden verwijderd indien de indicatiestelling is komen te vervallen; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
19
5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt - in aanvulling op het bepaalde in 8.1 in ieder geval verstaan: a. b. 5.5
vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; een verkeersaantrekkende aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Omgevingsvergunning verkeersaantrekkende aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken als bedoeld in 5.1.2 onder c, teneinde binnen een woning en/of daarbij behorende bijbehorende bouwwerken de uitoefening van een verkeersaantrekkende aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit toe te staan. Hiervoor dient aan de volgende criteria te worden voldaan: a.
b. c.
d. e.
f. g. h. i.
maximaal 50 m² van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdiepingen) met inbegrip van gerealiseerde bijbehorende bouwwerken, mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; de woonfunctie dient in overwegende mate behouden te blijven; het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of het daarbij behorende bijbehorend bouwwerk zal uitvoeren, tevens de bewoner van de woning dient te zijn; de woning blijft voldoen aan het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening; het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving. Dit betekent bijvoorbeeld dat activiteiten die vergunningplichtig zijn krachtens de Wet milieubeheer of krachtens het Activiteitenbesluit als type B of C inrichting worden aangemerkt, niet zijn toegestaan; er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit; buitenopslag is niet toegestaan; het gebruik mag geen onevenredige nadelige gevolgen hebben voor de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; het onbebouwde deel van het bouwperceel mag uitsluitend onder de volgende voorwaarden worden gebruikt: 1. maximaal 100 m2 van het onbebouwde erf mag worden gebruikt; 2.
het gebruik moet deel uitmaken van een bedrijfsactiviteit die zich richt op wandelaars en fietsers; 3. het gebruik is niet tijdens de nachtelijke uren toegestaan; 4. het erf is landschappelijk goed ingepast.
5.5.2 Omgevingsvergunning Wonen en zorg (semi-permanent; bebouwing verwijderen na verval indicatie) Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.1 onder a, teneinde gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk ten behoeve van 'wonen en zorg' toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a.
c.
er is een aantoonbare noodzaak voor de (te verlenen) zorg, blijkend uit een door het bevoegd orgaan afgegeven indicatie; het gebruik ten behoeve van 'wonen en zorg' is uitsluitend toegestaan tot het moment waarop de indicatiestelling is komen te vervallen; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van
20
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
b.
d.
omliggende gronden; er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
21
Artikel 6
Waarde - Archeologie 3
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische verwachtingswaarden. 6.2
Bouwregels
6.2.1 Archeologisch rapport Het bevoegde gezag kan in geval van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1. lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen van omgevingsrecht, voor het bouwen van een bouwwerk of bouwwerken, met een oppervlakte groter dan 100 m2, waarbij benodigde graafwerkzaamheden dieper zijn dan 0,3 m onder maaiveld, die worden gebouwd op en/of in de gronden als bedoeld in 6.1, verlangen dat alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een rapport wordt overlegd, waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. 6.2.2 Koppelen voorwaarden Indien uit het in het vorige lid genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegde gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
6.2.3 Berekening gezamelijke oppervlakte Voor de berekening van de oppervlakte zoals bedoeld in artikel 6.2.1 wordt de gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken betrokken die een zodanige samenhang vertonen dat deze redelijkerwijs moeten worden beschouwd als zijnde één bouwwerk. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Omgevingsvergunningsplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) op en in de gronden als bedoeld in artikel 6.1 over een oppervlakte groter dan 100 m2 de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
22
het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; het bodem verlagen of afgraven van gronden dieper dan 0,3 m onder maaiveld; het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen dieper dan 0,3 m onder maaiveld; het aanbrengen van diepwortelende beplanting; het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakte-verhardingen, die de bodemingreep dieper dan 0,3 m onder maaiveld tot gevolg
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
f. g.
hebben; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies; het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,3 m onder maaiveld.
6.3.2 Uitzonderingen Het onder 6.3.1 opgenomen verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. b. c.
d. e. f.
in het kader van het normale beheer en onderhoud; in het kader van archeologisch onderzoek en/of het doen van opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige; indien op basis van door een deskundige uitgevoerd bureauonderzoek of inventariserend veldonderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; die noodzakelijk zijn met het oog op het realiseren van een bouwwerk, waarvoor een bouwvergunning dan wel omgevingsvergunning is verleend; waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende aanlegvergunning of ontgrondingsvergunning.
6.3.3 Toepassingsvoorwaarden De in artikel 6.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door die werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in dit artikel bedoelde gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, danwel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 6.3.4 Koppelen voorwaarden Indien blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.
6.4
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. Wijzigingsbevoegdheid
6.4.1 Wijzigingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 3 te wijzigen in die zin dat deze bestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd, indien als gevolg van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden al dan niet behoudenswaardig zijn of al dan niet langer aanwezig zijn.
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
23
24
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
25
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
8.1 Strijdig gebruik Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen het gebruik, laten gebruiken of doen gebruiken van de gronden binnen dit bestemmingsplan: a. b. c. d.
e.
26
als staanplaats voor kampeermiddelen; als terrein voor het beproeven van motorvoertuigen en als oefenterrein voor het racen en crossen met motoren en bromfietsen; als opslag-, stort- of bergplaats van andere, al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten behoudens voorzover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik; voor het al dan niet ten verkoop opstellen en opslaan van nieuwe of gebruikte, dan wel geheel of ten dele uit gebruikte onderdelen samengestelde motorvoertuigen, aanhangwagens, machines, c.q. onderdelen daarvan. ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie.
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
9.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
9.1.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 9.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 9.1.1 met maximaal 10%. 9.1.3
Uitzondering
Het bepaalde in 9.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2
Overgangsrecht gebruik
9.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 9.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 9.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 9.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 9.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 9.2.4 Strijd met voorheen geldend bestemmingsplan Het bepaalde in 9.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth
27
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth.
28
bestemmingsplan Botsestraat 7, Leuth