CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Zienswijze inzake ontwerp-agenda en begroting 2023 e.v. en Jaarverslag en jaarrekening Groene Metropoolregio

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Groene Metropoolregio - Zienswijze op begroting 2023 en Jaarrekening 2021 - Zienswijzen op begroting 2023 en Jaarrekening 20214.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Griffiersnummer: Onderwerp: Datum B&W-vergadering: Datum raadsvergadering: Datum carrousel: Portefeuillehouder: Ambtenaar: e-mailadres: Zaaknummer: Documentnummer:

2022-B030 Zienswijze inzake ontwerp-agenda en begroting 2023 e.v. en Jaarverslag en -rekening GMR 2021 Metropoolregio 17 mei 2022 23 juni 2022 9 juni 2022 M. Slinkman (algemeen), wethouders Barber, Ten Westeneind, Van de Scheur, Weijers (opgaven) Mark Wijnen m.wijnen@bergendal.nl Z-22-097615 VB/Raad/22/01376

Aan de gemeenteraad, Voorstel In reactie op de regionale agenda en bijbehorende ontwerp-begroting 2023 - 2026 van de Groene Metropoolregio de volgende zienswijze vast te stellen: 1. Met betrekking tot de inhoud: a. Wij (herkennen en) stemmen in met het beleidsmatig en inhoudelijk deel van de regionale agenda 2023 – 2025 en de meerjarenbegroting van de Groene Metropoolregio 2023 - 2026, maar hebben hierbij nog de volgende opmerkingen: b. Wij verzoeken het AB van de GMR om de opgavespecifieke zienswijzen zoals opgenomen in bijlagen 3a, 3b, 3d en 3e van dit voorstel te verwerken in de definitieve versie van de regionale agenda 2023 - 2025. 2. Met betrekking tot de financiën: a. Wij (herkennen en) stemmen in met het financiële deel van de regionale agenda 2023 – 2025 en de meerjarenbegroting van de Groene Metropoolregio 2023 - 2026, maar hebben hierbij nog de volgende opmerking: b. Wij verzoeken u om de inwonerbijdrage zoveel mogelijk te houden op het kostenniveau van 2022 en zaken die als verhoging van ambitie moeten worden gekenmerkt te schrappen, herprioriteren of door te schuiven. 3. Aan beslispunten 1 en 2 de intentie te verbinden om in te tekenen op alle vijf de opgaven voor een periode van 3 jaar (periode 2023 – 2025) mits de hierboven genoemde opmerkingen in acht worden genomen.

In reactie op de voorlopige jaarstukken 2021 van de Groene Metropoolregio de volgende zienswijze vast te stellen: 4. Met betrekking tot de inhoud: a. Wij (herkennen en) stemmen in met het beleidsmatig en inhoudelijk deel van de jaarstukken Groene Metropoolregio 2021. 5. Met betrekking tot de financiën en procedure:

PAPIER1

Wij (herkennen en) stemmen in met het financiële deel van de jaarstukken Groene Metropoolregio 2021, maar hebben hierbij nog de volgende opmerking: a. Wij gaan akkoord met de voorgestelde bestemming van het batig saldo, maar verzoeken u om van deze werkwijze geen gewoonte te maken en voortaan zoveel mogelijk conform artikel 31, lid 8 van de GR een eventueel batig saldo naar rato uit te keren aan de deelnemende gemeenten. Inleiding In december 2021 heeft uw raad het besluit genomen om voor het jaar 2022 in te tekenen op alle vijf de opgaven van de Groene Metropoolregio (GMR; VB/Raad/21/01280), nadat u in juni 2021 hiertoe reeds de intentie had uitgesproken (VB/Raad/21/01199). Nu ligt er een geactualiseerde regionale agenda 2023 – 2025 voor met de daarbij behorende begroting 2023 – 2026 (bijlage 1a t/m d; aanbiedingsbrief, agenda en begroting, onderbouwingstijging inwonerbijdrage, overzicht inwonerbijdragen). Nu wordt aan uw raad wederom gevraagd om de intentie uit te spreken om deel te nemen aan de vijf regionale opgaven, maar dan voor een periode van 3 jaar om zodoende voldoende zekerheid en continuïteit voor de uitvoering van de opgaven te kunnen bieden. Ook bent u nu in de gelegenheid om uw zienswijze op de inhoud van de agenda / opgaven en de daarbij behorende meerjarenbegroting GMR 2023 – 2026 te formuleren.

Tot slot bent u ook in de gelegenheid om uw zienswijze op de jaarstukken 2021 (bijlage 2a t/m e; aanbiedingsbrief, jaarstukken, accountantsverklaring, onderbouwing voorstel bestemming batig saldo) te formuleren. Uw zienswijzen zullen, net als de zienswijzen van de overige 17 deelnemende gemeenten door het AB worden verwerkt, waarna u later dit jaar een besluit kunt nemen over definitieve intekening (bij of na vaststelling van de gemeentebegroting 2023 – 2026). Met betrekking tot de agenda / opgaven zijn de argumenten en kanttekeningen deels algemeen van aard en deels specifiek op de inhoud van de opgaven gericht. Veel van de argumenten en kanttekeningen zijn vergelijkbaar met die van vorig jaar. Toen was ook al duidelijk dat de geformuleerde maatschappelijke (verander)ambities verstrekkend en ingrijpend zijn, en een langjarige opgavegerichte aanpak nodig zou zijn. De jaarstukken 2021 (bijlage 2) geven een goed beeld van wat er in 2021 allemaal al is bereikt en in gang gezet. De agenda 2023 – 2025 geeft een goed beeld van wat er de komende jaren allemaal nog moet gebeuren (bijlage 1).

Beoogd effect - Intentie uitspreken over het al dan niet deelnemen aan de opgaven uit de regionale agenda voor de jaren 2023 - 2025 - Zienswijze indienen op agenda 2023 – 2025 en meerjarenbegroting 2023 – 2026 GMR - Zienswijze indienen op de Jaarstukken 2021 GMR Argumenten 1.1 De opgaven dragen in belangrijke mate bij aan onze bestuurlijke, maatschappelijke en beleidsmatige ambities. Voor iedere opgave is, vaak per speerpunt, in beeld gebracht of en op welke wijze deze bijdragen aan onze bestuurlijke, maatschappelijke en beleidsmatige ambities, gekoppeld aan een advies om wel of niet in te tekenen. Het resultaat van hiervan treft u aan in de bijlagen 3a

Pagina 2 van 11

t/m e. Hieruit blijkt dat de opgaven vaak in belangrijke mate bijdragen aan onze bestuurlijke, maatschappelijke en beleidsmatige ambities. Per opgave is in beeld gebracht wat de argumenten en kanttekeningen zijn bij een besluit om hierop in te tekenen. De kanttekeningen gelden daarbij als in te dienen zienswijze op het concept van de regionale agenda. Uiteraard is ook bekeken wat deelname kost en op welke wijze deelname financieel gedekt kan worden. Weliswaar hebben we de regionale agenda nog niet langs het nieuwe ‘Plan 2022 – 2026’ kunnen leggen, maar de verwachting is dat de het zo zal blijven dat de regionale opgaven in belangrijke mate bij zullen dragen aan de daar geformuleerde ambities en uitgangspunten. 1.2 We zijn op regionale schaal meestal beter in staat om de opgave op een effectieve en efficiënte wijze te organiseren dan als we de opgave alleen lokaal zouden oppakken Vaak is er sprake van gemeentegrensoverschrijdende relaties en effecten zoals bij verkeer, wonen, economie en arbeidsmarkt, natuur en landschap. Om deze reden is een bovenlokale aanpak nodig voor het efficiënt en effectief in beeld brengen van relaties, problematiek / uitdagingen en oplossingsrichtingen. Niet iedere gemeente hoeft hierdoor zelf het wiel uit te vinden en dit bespaart tijd en geld. Daarnaast kunnen we door de regionale schaal massa creëren.

Enkele voorbeelden: afspraken met partijen rondom circulaire bouw en infra, grondstoffen en ketens maak je niet als individuele gemeente. Dit geldt ook voor de aanbesteding van het openbaar vervoer en afspraken over betaalbaar bouwen. Door gezamenlijk één lijn te hanteren als gemeenten is duidelijk aan welke eisen marktpartijen moeten voldoen. Samen bereiken we hierdoor meer dan als we als losse gemeenten zouden opereren. Wat gebeurt er als we niet meedoen? Indien we niet met de opgaven meedoen, dan moeten we de doelen en ambities die we hebben lokaal realiseren. Vraag is of we deze doelen dan überhaupt realiseren, terwijl dit dan ook nog eens meer tijd en/of geld gaat kosten. Daarnaast zal er deels ook sprake zijn van het ‘freeridereffect’, we betalen niet mee maar profiteren wel van de inspanningen van andere gemeenten. 1.3 We maken met een regionale aanpak meestal meer kans op het binnenhalen van (financiële) ondersteuning van hogere overheden zoals de provincie, de rijksoverheid en de Europese Unie Voor hogere overheden is het interessanter om met regio’s zaken te doen, dan met losse gemeenten. Ook voor deze overheden geldt dat ze op deze wijze meer massa creëren om zo flinke stappen te zetten in het bereiken van de eigen ambities en doelen. Daarnaast is deze werkwijze efficiënter dan iedere keer het losse verhaal van een enkele gemeente beoordelen.

Voorbeeld van concrete resultaten die de versterkte regionale samenwerking nu al heeft opgeleverd zijn de Woondeal, de MKB-deal en de verdubbeling door de provincie van alle door 18 gemeenten ingelegde opgavegelden. Ook de samenwerkingen in het verleden zoals de Stadsregio Arnhem – Nijmegen hebben destijds flink veel geld binnengehaald, o.a. voor versnelling van woningbouw en medefinanciering van betaalbare woningen. Het is de bedoeling dat er dit jaar een Verstedelijkingsakkoord wordt gesloten met de Rijksoverheid, waarbij de ook concrete afspraken worden gemaakt over de door het Rijk te leveren (financiële) bijdrage aan de (ruimtelijke) ontwikkeling van onze regio. Voor een illustratie van de bereikte resultaten verwijs ik u naar het concept-jaarverslag 2021 (bijlage 2) en de voortgangsbrief GMR (bijlage 4) Wat gebeurt er als we niet meedoen? Indien we niet met de opgaven meedoen zijn we minder succesvol in het binnenhalen van gelden van hogere overheden. Daarnaast is het centraal lobbyen ook efficiënter omdat we lokaal minder goed in staat zijn om de relaties met hogere overheden te onderhouden en

Pagina 3 van 11

kansen te herkennen. 1.4 In sommige opgaven zitten onderdelen waarvan het min of meer verplicht of logisch is om deze op regionale schaal op te pakken We noemen als voorbeelden de Verstedelijkingsstrategie, RES 2.0 (Regionale Energie Strategie), RPW (Regionale Planning Werklocaties), Woningbouwplanning en –programmering. Ook als we besluiten om niet mee te doen met de opgaven, dan moeten de plannen die we hebben van een goede ruimtelijke onderbouwing worden voorzien en worden afgestemd op het regionale verhaal. Wat gebeurt er als we niet meedoen? Indien we niet met de opgaven meedoen dan kost het ons veel moeite om onze ruimtelijke plannen onderbouwd te krijgen. Daarnaast hebben we minder invloed bij het opstellen van regionale kaders, wat ook in negatieve zin kan doorwerken bij het onderbouwen van onze plannen. 1.5 In sommige opgaven kunnen we door zaken in regionaal verband op te pakken lokaal toe met minder activiteiten Zaken die in regionaal verband worden opgepakt, hoeven we op lokaal niveau niet meer uit te voeren. Dit kan leiden tot een vermindering van lokaal ruimtelijk beleid, in de zin dat we lokaal kunnen voortborduren / aanhaken op regionale beleids- en actielijnen, zoals bijvoorbeeld de doorwerking van de Verstedelijkingsstrategie in onze lokale Omgevingsvisie.

Ook kan hierbij gedacht worden aan gezamenlijke inkoop van elektriciteit en gas, het gezamenlijk stimuleren van duurzame vervoerwijzen, etcetera. Dit gebeurt overigens niet automatisch, dus om doublures te voorkomen is dit is een aspect waar we scherp op moeten blijven. Genoemd is ook al het op centraal niveau binnenhalen van externe gelden en het onderhouden van contacten met hogere overheden en andere partners. Wat gebeurt er als we niet meedoen? Indien we niet met de opgaven meedoen dan moeten we een groot deel zelf oppakken. Een deel van de regionale acties betreft zaken die voor ons van mindere betekenis zijn, maar voor het andere deel moeten we dan ook zelf ‘aan de bak’ . 1.6 Door mee te doen met de opgaven behouden we en versterken we onze invloed op de ontwikkeling van de Groene Metropoolregio en vergroten we de positieve effecten die de inspanningen van de regio voor onze inwoners heeft. Door met alle opgaven mee te doen versterken we ook het beeld naar buiten dat er sprake is van één gedeelde agenda, hetgeen een positief effect heeft op de bereidheid van hogere overheden om (financieel) bij te dragen aan de regionale opgaven. Als je niet aan tafel zit dan heb je geen, dan wel nog maar zeer beperkt, invloed op de koers van de GMRAN en profiteer je ook niet mee van de financiële bijdrage van hogere overheden en andere partijen.

1.7 Er is sprake van gedeelde belangen Veel zaken die in de regionale opgaven zijn opgenomen vertegenwoordigen een gemeenschappelijk belang. Onze inwoners werken en recreëren ook buiten de gemeentegrens en maken veelvuldig gebruik van voorzieningen buiten de gemeente. Denk hierbij onder andere aan een filevrij en duurzaam verkeersnetwerk, banen bij regionale bedrijven en instellingen, stedelijke voorzieningen en natuur en cultuurbeleving. Omgekeerd maken ook inwoners van buiten de gemeente gebruik van onze natuur en cultuur en onze voorzieningen. 2.1 De begroting wordt geïndexeerd met het percentage als benoemd in de Begrotingsrichtlijnen Rijk van Nijmegen 2023 (BRN 2023)

Pagina 4 van 11

Het in de BRN 2023 vastgestelde indexeringspercentage is 2,7%. Hiermee is sprake van een transparante maatstaf die ervoor zorgt dat de activiteiten op hetzelfde niveau kunnen blijven als in 2022. In de BRN-systematiek zit ingebakken dat na afloop van het begrotingsjaar een afwijkend daadwerkelijk inflatiecijfer wordt verrekend met het indexeringspercentage van het jaar erop. 3.1 Het is belangrijk om de komende jaren te blijven deelnemen aan de opgaven om de vruchten te kunnen plukken van de gedane investeringen tot nog toe Vanaf het begin af aan is duidelijk geweest dat de met de beoogde maatschappelijke transities een meerjarige investering van alle deelnemende gemeenten zouden vergen. In 2022 is geïnvesteerd in het onderzoeken en uitwerken van de opgaven, de onderlinge afstemming tussen de opgaven en het opbouwen van goede relaties met de provincie, de Rijksoverheid en met Europa. Van deze inspanningen moeten we de komende jaren in de regio en binnen gemeentes de vruchten gaan plukken. Hiervoor is een blijvende commitment en inzet van de 18 deelnemende gemeenten noodzakelijk.

Het uitspreken van de intentie uit te spreken om de komende drie jaar deel te blijven nemen aan de opgaven zorgt voor de benodigde continuïteit in de organisatie van de opgaven en straalt richting belangrijke partners en financiers (vanuit de triple-helix) uit dat we bereid zijn om langjarig afspraken met elkaar te maken en een betrouwbare partner zijn. Bij het voortijdig afhaken zou er overigens feitelijk sprake zijn van kapitaalsvernietiging, omdat we de toekomstige vruchten van deze regionale samenwerking dan niet meer kunnen plukken. 4.1 De jaarstukken 2021 geven een correcte weergave van de in 2021 uitgevoerde activiteiten en de resultaten die deze hebben opgeleverd Het jaarverslag (bijlage 2) geeft een correcte weergave van zaken die zijn uitgevoerd en welke resultaten dit heeft opgeleverd. Een samenvatting van hetgeen is uitgevoerd en welke resultaten dit heeft opgeleverd treft u aan in de voortgangsbrief GMR (bijlage 4). 5.1 De in de begroting 2021 opgenomen activiteiten zijn uitgevoerd binnen de daarvoor beschikbaar gestelde budgetten. De toegezegde activiteiten zijn uitgevoerd binnen de daarvoor in de begroting opgenomen budgetten. Er is zelfs geld over; zie hiervoor verder bij argument 5.2 en kanttekening 5.1.

5.2 Conform afspraak in de GR wordt een deel van het batig saldo ingezet voor het vormen van een algemene reserve Op grond van artikel 31, lid 8 van de GR wordt van het batig saldo 2021 100.000 ingezet voor het vormen van het Algemene Reserve. Met deze AR kunnen eventuele financiële tegenvallers worden opgevangen, zonder dat daarvoor eerst een voorstel naar de 18 deelnemende raden moet. Voorbeelden hiervan zijn een tekort op de jaarrekening en niet voorzienbare risico's. Het genoemde bedrag is tevens het maximumbedrag dat in de AR mag worden opgenomen. Kanttekening 1.1 Over sommige opgaven hebben we nog een inhoudelijke opmerking of suggestie Uit de waarderingsmatrices (bijlagen 3a t/m e) blijkt dat sommige opgaven inhoudelijk of kostentechnisch nog niet helemaal aansluiten bij onze wensen en verwachtingen. Zie hiervoor de kanttekeningen bij de opgaven de Ontspannen regio (bijlage 3a), de Productieve regio (bijlage 3b), de Verbonden regio (bijlage 3d) en de Groene Groeiregio (bijlage 3e). De zaken die in gecursiveerd schrift zijn opgenomen brengen we als zienswijze in zodat de regionale agenda hierop nog kan worden aangepast.

Pagina 5 van 11

1.2 De in de regionale agenda opgenomen speerpunten en acties zijn niet altijd even concreet De in de agenda opgenomen speerpunten en acties zijn niet altijd even concreet, hoewel in vergelijking met de agenda voor 2022 wel een duidelijke verbeterslag is gemaakt. De bedoeling is dat de agenda ieder jaar wordt vertaald in een concreet werkplan. Dat werkplan wordt steeds na de zomer geactualiseerd. Activiteiten, kosten en te behalen resultaten voor het komende jaar worden hierin in meer detail beschreven. Op deze wijze blijven agenda en het werkplan steeds goed aansluiten op de maatschappelijke dynamiek en kan adequaat worden ingesprongen op nieuwe kansen. We verwachten dat we met het opstellen en de jaarlijkse herijking van het werkplan een voldoende concrete uitwerking van de regionale agenda te bewerkstelligen. Om deze reden stellen we voor om met betrekking tot deze kanttekening nu geen zienswijze in te dienen. 2.1 De stijging van de inwonersbijdrage voor de opgaven betreft voor een substantieel deel een niet afgesproken stijging van de ambitie van de GRM De in de ontwerp-begroting opgenomen stijging van de inwonerbijdrage voor de opgaven is fors te noemen met €0,87 per inwoner. Zie voor een toelichting en motivering hiervan bijlage 1c. Voor Berg en Dal betekent dit een bedrag van ca. €30.500.

Dit bedrag wordt deels verklaard door inflatiecorrectie conform BRN, realistischer begroten (2022 was het eerste begrotingsjaar) en de verplaatsing van taken naar de opgaven die nu elders zijn belegd. Hier kunnen wij ons in vinden. Wij hebben echter moeite met dat deel van de kostenstijging die wordt veroorzaakt door een stijging van ambitie (extra inzet of nieuwe initiatieven), welke niet wordt gedekt door compensatie vanuit provincie, rijk o.i.d. Ten principale vinden wij dat daarover eerst een discussie moet worden gevoerd (niet alleen in de BOT’s, maar ook in het AB die verantwoordelijk is voor de overall-kostenontwikkeling), terwijl het AB er nu enigszins mee is overvallen. Wij hebben als gemeente ook geen expliciete vraag neergelegd bij het AB, waaruit de genoemde extra inzet of nieuwe taken kunnen worden verklaard. Het betreft een bedrag van €0,48 cent per inwoner, waarvan een bedrag van €0,38 niet wordt gecompenseerd door het Rijk. Wij stellen voor om hierover een zienswijze in te dienen die erop aanstuurt dat deze niet gedekte extra kosten uit de begroting worden geschrapt en de hiermee verband houdende taken worden doorgefaseerd, dan wel dat herprioritering van taken plaatsvindt. Wij zouden voor de komende jaren graag zien dat met een taakstellend budget wordt gewerkt, waardoor wij in onze meerjarenbegroting minder voor verrassingen komen te staan.

Kanttekening hierbij is dat voor sommige van de nieuwe of extra activiteiten al co-financiering is toegezegd of vermoedelijk geregeld kan worden. Deze extra investeringen vanuit de provincie en het Rijk lopen we dus mogelijk mis, indien onze zienswijze wordt gehonoreerd. Zie hiervoor ook bijlage 1c. 3.1 Bij ondertekening van de opgaveovereenkomsten zitten we drie jaar aan de opgaven vast zonder dat we precies weten hoe het opgavengeld wordt ingezet en wat het oplevert Dit klopt, er wordt nu voor een periode van 3 jaar commitment gevraagd om redenen zoals deze onder argument 3.1 zijn omschreven. Omstandigheden veranderen en we weten inderdaad niet precies wat er over 2 jaar belangrijk is of wenselijk is. Daar staat tegenover dat er ieder jaar een geactualiseerde agenda en werkplan zal worden opgesteld. Hierbij zitten wij via de opgavenorganisatie en via het AB ook aan tafel. Mocht door de actualisering – in strijd met onze wens - dermate veel van de agenda zoals nu bekend worden afgeweken, dan is er in de opgaveovereenkomst een clausule opgenomen dat we af kunnen zien van deelname aan de zaken die afwijken van de agenda zoals deze bekend is op het moment van het ondertekenen van de overeenkomst.

Pagina 6 van 11

5.1 Door een deel van het batig saldo te besteden in plaats van deze gelden naar gemeenten terug te laten vloeien wordt het budgetrecht van de raad ingeperkt In de begeleidende brief bij de jaarrekening (bijlage 2a) en in de memo onderbouwing inzet rekeningoverschot (bijlage 2e) wordt het voornemen van het AB om het positief rekeningoverschot ad €331.000 (aandeel Berg en Dal €14.650) in te zetten voor een aantal concrete zaken in plaats van dit te laten terugvloeien naar de deelnemende gemeenten toegelicht. Hiermee wordt afgeweken van de standaard als opgenomen in artikel 31, lid 8 van de GR (terugvloeien van het batig saldo naar gemeenten) en feitelijk wordt hiermee ook het budgetrecht van de raad ingeperkt. Het batig saldo wordt veroorzaakt door de vertraagde start van het bedrijfsbureau en een rem op de uitgaven in het tweede half jaar kan 2021. Zoals eerder aangegeven zal €100.000 worden gebruikt om de Algemene Reserve te vullen (wel conform GR; zie argument 5.2). Daarnaast zal €100.000 worden ingezet om het regiobureau te optimaliseren op gebied van communicatie, bedrijfsvoering en administratieve organisatie, vanwege de latere start van het regiobureau. Tot slot zal ca.

€130.000 worden besteed voor het versnellen van een drietal concrete inhoudelijke trajecten, waaronder versnelling van het ontwerpen van het groen-blauw raamwerk en het inhuren van een kwartiermaker circulair bouwen. Dit zijn ook voor onze gemeente belangrijke zaken waar we het liefst niet zien dat er een verlies aan momentum optreedt (wat feitelijk zou gebeuren als er een apart voorstel voor een begrotingswijziging voor zienswijzen langs 18 raden zou moeten gaan). Om deze reden stellen we uw raad voor om een zienswijze in te dienen waarbij we erop wijzen dat we vanwege het belang van de genoemde zaken in het voorstel dit keer akkoord gaan, maar waarbij we er tegelijkertijd op wijzen dat een dergelijke gang van zaken geen gewoonte moet worden. Financiële onderbouwing Voor deelname aan de opgaven is vanaf 2022 in de Meerjarenbegroting rekening gehouden met een bedrag van €100.000. In 2022 is het resterende benodigde bedrag voor deelname aan de opgaven ad €50.000 gedekt op grond van middelen die weliswaar voor een deel structureel van aard zijn maar ook een deel niet structureel.

Vorig jaar stelden we al dat dit voor de korte termijn (2022) dit prima zo geregeld kon worden, maar dat het - gezien het langjarige karakter - van de opgaven het voor de periode na 2023 zou zijn om een structureel bedrag voor de regionale opgaven te ramen en niet meer te putten uit diverse begrotingsposten die oorspronkelijk met een ander idee in de begroting zijn opgenomen. Het idee was ook dat na de verkiezingen raad en college in het nieuwe plan / programma principiële keuzes konden gaan maken voor komende vier jaar en dat deze vervolgens in de meerjarenbegroting 2023 – 2026 zullen worden vertaald. Om deze reden stellen we voor de financiering van de opgaven het volgende voor: - In de MJB 2023 – 2026 wordt voor iedere opgave een structureel bedrag ter hoogte van de gevraagde inwonerbijdrage (zie bijlage 1d) opgenomen. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd conform BRN-norm. - Het benodigde bedrag bedraagt €5,10 per inwoner / in totaal voor B&D € 178.500 - Hiervan moet €0,38 / €13.300 worden gezien als niet-gecompenseerde stijging van ambitie / extra inzet. Hierover dienen wij een zienswijze in (zie hieronder). - Het in eerste instantie te bekostigen bedrag is dus wat ons betreft €4,72 / €165.200 dat wordt bekostigd uit: - Het reeds in de MJB beschikbare bedrag van €102.700 (verdeeld in 5 x €20.000 voor iedere opgave + indexering 2,7%)

Pagina 7 van 11

- Structurele overheveling van bedragen uit diverse bestaande begrotingsposten voor in totaal ca. € 31.000 - Uitzetting van de gemeentebegroting met een bedrag van ca. € 31.000 (€ 26.000 Verbonden regio en €5000 realistisch begroten) Zie voor een overzicht bijlage 5. Zienswijze inzake meer dan trendmatige uitzetting inwonerbijdrage De inwonerbijdrage voor alle 5 de opgaven zet in 2023 uit met een bedrag van €0,87 per inwoner / in totaal voor B&D €30.450 uit (op grond van ons inwoneraantal dragen wij voor 4,4256% bij aan de totale kosten voor de opgaven en het regiobureau). Dit bedrag bestaat uit (per inwoner / totaal): - €0,14 / €4.900 indexatie conform BRN - €0,11 / €3.750 voor bestaande, maar elders voor de gemeente uitgevoerde werkzaamheden (verplaatsing naar opgaven) - €0,14 / €4.900 realistisch begroten (2022 was een aanloopjaar) - €0,48 / €16.800 voor extra inzet en nieuwe initiatieven Daartegenover staat de financiering van het Klimaatakkoord vanuit het Rijk, waardoor wij €0,10 extra kunnen investeren in de kosten van opgave de Circulaire regio. Blijft over een niet gecompenseerd bedrag van €0,38 / € 13.300, te verklaren wegens stijging van ambitie (extra inzet en nieuwe initiatieven). Uit kanttekening 2.1 blijkt dat wij voorstellen om een zienswijze in te dienen om deze gewenste stijging van ambitie niet te honoreren in de begroting.

We moeten er echter rekening mee houden dat deze zienswijze niet door het AB zal worden overgenomen. Afhankelijk van de besluitvorming in het AB nemen wij het benodigde bedrag op in onze ontwerp-begroting, waarover u in november een besluit kunt nemen. Communicatie De zienswijze zal door middel van bijgevoegde brief (bijlage 6) worden overgebracht aan het AB van de GMR. Aanpak/uitvoering 24 juni: versturen zienswijze Medio juli: besluit AB GMR over vaststelling Jaarstukken 2021 en Agenda / begroting 2023 – 2025 Eind juli: verwerking in de gemeentelijke concept-begroting. Begin november: vaststelling gemeentebegroting 2023 – 2026, inclusief structurele dekking deelname aan de opgaven Medio november: ondertekening 5-tal opgaveovereenkomsten door het college

Burgemeester en wethouders De secretaris, E.W.J. van der Velde

De burgemeester, mr. M. Slinkman

Pagina 8 van 11

Bijlagen digitaal ter inzage Bijlage 1a – Aanbiedingsbrief regionale agenda en begroting Bijlage 1b – Regionale Agenda 2023 – 2025 Bijlage 1c – Onderbouwing ontwikkeling inwonerbijdrage 2023 Bijlage 1d – Memo overzicht inwonerbijdragen Bijlage 2a – Aanbiedingsbrief jaarstukken 2021 Bijlage 2b – Jaarstukken 2021 Bijlage 2c – Accountantsverslag 2021 Bijlage 2d – Controleverklaring 2021 Bijlage 2e – Memo onderbouwing inzet rekeningoverschot 2021 Bijlage 3a – Advies opgave de Ontspannen regio Bijlage 3b – Advies opgave de Productieve regio Bijlage 3c – Advies opgave de Circulaire regio Bijlage 3d – Advies opgave de Verbonden regio Bijlage 3e – Advies opgave de Groene Groeiregio Bijlage 4 – Voortgangsbrief GMR januari 2022 Bijlage 5 – Dekkingsoverzicht deelname opgaven 2023 e.v. Bijlage 6 – Brief aan AB met zienswijze op jaarstukken en agenda / begroting [nog toevoegen] Bijlage ter inzage griffier

Pagina 9 van 11

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Berg en Dal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2022-05-24 12:00 AM, gelet op artikel 35 van de Gemeentewet; gelezen de brief van het bestuur van het Algemeen Bestuur van de Groene Metropoolregio d.d. 15 april 2022 en gelet op artikel 35 van de Wgr, alsmede op artikel 20 en 27 de Gemeenschappelijke Regeling Arnhem-Nijmegen, overwegende dat: - Door het Algemeen Bestuur van de Groene Metropoolregio gevraagd is om een reactie en/of zienswijze op de regionale agenda 2023 – 2025, de daarbij behorende meerjarenbegroting van de Groene Metropoolregio 2023 – 2026 en de jaarstukken Groene Metropoolregio 2021 - Voortzetting van deelname aan alle vijf de opgaven in het belang van onze gemeente is - De raad het in algemene zin het niet wenselijk acht dat de inwonerbijdrage aan de opgaven meer dan trendmatig stijgt - De raad ten aanzien van enkele opgaven nog enkele opmerkingen en wensen heeft

besluit : In reactie op de regionale agenda en bijbehorende ontwerp-begroting 2023 - 2026 van de Groene Metropoolregio de volgende zienswijze vast te stellen: 1. Met betrekking tot de inhoud: a. Wij (herkennen en) stemmen in met het beleidsmatig en inhoudelijk deel van de regionale agenda 2023 – 2025 en de meerjarenbegroting van de Groene Metropoolregio 2023 - 2026, maar hebben hierbij nog de volgende opmerkingen: b. Wij verzoeken het AB van de GMR om de opgavespecifieke zienswijzen zoals opgenomen in bijlagen 3a, 3b en 3d van dit voorstel te verwerken in de definitieve versie van de regionale agenda 2023 - 2025. 2. Met betrekking tot de financiën: a. Wij (herkennen en) stemmen in met het financiële deel van de regionale agenda 2023 – 2025 en de meerjarenbegroting van de Groene Metropoolregio 2023 - 2026, maar hebben hierbij nog de volgende opmerking: b. Wij verzoeken u om de inwonerbijdrage zoveel mogelijk te houden op het kostenniveau van 2022 en zaken die als verhoging van ambitie moeten worden gekenmerkt te schrappen, herprioriteren of door te schuiven. 3. Aan beslispunten 1 en 2 de intentie te verbinden om in te tekenen op alle vijf de opgaven voor een periode van 3 jaar (periode 2023 – 2025) mits de hierboven genoemde opmerkingen in acht worden genomen. In reactie op de voorlopige jaarstukken 2021 van de Groene Metropoolregio de volgende zienswijze vast te stellen:

Pagina 10 van 11

4. Met betrekking tot de inhoud: a. Wij (herkennen en) stemmen in met het beleidsmatig en inhoudelijk deel van de jaarstukken Groene Metropoolregio 2021. 5. Met betrekking tot de financiën en procedure: Wij (herkennen en) stemmen in met het financiële deel van de jaarstukken Groene Metropoolregio 2021, maar hebben hierbij nog de volgende opmerking: a. Wij gaan akkoord met de voorgestelde bestemming van het batig saldo, maar verzoeken u om van deze werkwijze geen gewoonte te maken en voortaan conform artikel 31 van de GR een eventueel batig saldo naar rato uit te keren aan de deelnemende gemeenten. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Berg en Dal op 2022-06-23 12:00 AM, De raadsgriffier,

mr. G.A.J. Winters

De voorzitter,

mr. M. Slinkman

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11524907/1