CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Financiele uitgangspuntennotitie begroting Berg en Dal 2023

Gemeenteraad 14 juli 2022, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Uitgangspuntennotitie begroting 2023 Berg en Dal2.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Griffiersnummer: Onderwerp: Datum B&W-vergadering: Datum raadsvergadering: Datum carrousel: Portefeuillehouder: Ambtenaar: e-mailadres: Zaaknummer: Documentnummer:

2022-B047 Uitgangspuntennotitie begroting 2023 14 juni 2022 14 juli 2022 7 juli 2022 M.A. Barber Hans Jeurissen H.Jeurissen@bergendal.nl Z-22-098010 VB/Raad/22/01384

Aan de gemeenteraad, Voorstel De financiële uitgangspunten vast te stellen voor het opstellen van de begroting 2023 volgens de bijlagen bij dit raadsvoorstel. Inleiding In onze Financiële verordening 2021 staat dat het college de raad kaders aanbiedt voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De huidige wijze van begrotingsbehandeling is in 2017 tot stand gekomen in samenspraak met de begrotingswerkgroep van de raad, het college en de ambtelijke organisatie. De raad heeft hierbij aangegeven aan de voorkant te willen sturen op de te maken keuzes. Normaliter starten we met een richtinggevende sessie in maart/april met de raad. Op basis van de gemaakte, richtinggevende keuzes stelt het college de kadernota op en legt deze voor aan de raad in de raadsvergadering van juli. De kadernota werkt het college vervolgens uit in de begroting die de raad in november vaststelt. In een verkiezingsjaar, zoals nu in 2022, is er sprake van een aangepast proces. Dan komt het coalitieakkoord in plaats van de richtinggevende keuzesessie met de raad. De kadernota is dan beleidsarm en we bieden deze nota aan in de vorm van een uitgangspuntennotitie. In deze notitie staan de algemene uitgangspunten voor het opstellen van de begroting.

Vorig jaar hebben we eveneens een uitgangspuntennotitie aangeboden, omdat er grote onzekerheden over de gemeentelijke financiën waren. Hierdoor hielden we in 2021 geen richtinggevende sessie. Wij zijn voornemens om het huidige begrotingsproces in de loop van dit jaar met een vertegenwoordiging van de raad te evalueren. Financieel Meerjarenperspectief Hieronder geven we het actueel financieel meerjarenperspectief weer. De cijfers zijn gebaseerd op de laatst bekende ontwikkelingen. Hierbij hebben we rekening gehouden met ontwikkelingen die bij het financieel afronden van de Voorjaarsnota per eind april 2022 bij ons bekend waren.

Financieel MeerjarenPerspectief (FMP) 2022

2023

2024

bedragen x € 1.000 2025 2026

1. Begroting 2022 excl mutaties nrs 2 tm 6 2. Reserve rekeningsresultaten 3. Taakstellende bezuiniging sociaal domein 4. Overige taakstellende bezuinigingen 5. Compensatie tekort jeugd 6. Grondverkoop

-204

-3.933

-4.136

-3.770

-4.116

356 244 40 0 300

356 244 317 544 300

356 413 367 544 0

356 764 367 544 0

0 1.110 367 544 0

7. FMP na 1e begrotingswijziging rd 4 november 2021 8. Totaal mutaties Voorjaarsnota

737 -598

-2.172 -128

-2.456 -95

-1.739 -92

-2.096 -92

9. FMP na Voorjaarsnota 2022 rd 14 juli 2022

139

-2.300

-2.551

-1.831

-2.188

10. Maartbrief 2022 Regeerakkoord 11. Herijking gemeentefonds

797

3.510

4.365

4.001

869

0

263

525

700

700

12. FMP uitgangspuntennotitie rd 14 juli 2022

936

1.472

2.338

2.870

-619

Toelichting op de maartbrief (punt 10 tabel) In dit overzicht hebben we de maartbrief 2022 over het Regeerakkoord verwerkt. Deze brief geeft een eerste beeld van de financiële gevolgen van de belangrijkste maatregelen uit het Regeerakkoord. Deze bedragen zijn globaal ingeschat. In de meicirculaire 2022 ontvangen we meer informatie. Het Regeerakkoord pakt voor alle gemeenten positief uit. Dit heeft onder meer te maken dat het rijk op diverse beleidsterreinen (bijvoorbeeld klimaat, defensie en wonen) tijdelijk meer uitgeeft en de gemeente profiteert hiervan. Dit komt omdat de algemene uitkering aan gemeenten gekoppeld is aan de hoogte van de rijksuitgaven. In dit raadsvoorstel doen wij geen voorstel over de besteding van de begrotingssaldi. Dit doen we bij de aanbieding van de begroting 2023. Ook stelt het nieuwe kabinet aanvullende middelen beschikbaar voor compensatie van het gemeentelijk tekort op jeugdhulp. Deze loopt af omdat nieuwe hervormingsmaatregelen moeten leiden tot besparingen van dit tekort en dus ook op onze gemeentelijke uitgaven voor jeugdhulp. In het Regeerakkoord is in strijd met de gemaakte afspraken met de VNG een aanvullende bezuiniging vanaf 2024 opgenomen. Inmiddels hebben we vernomen dat deze bezuiniging niet meer bij de gemeenten ligt. In onze begroting hadden we al een deel van deze compensatie geraamd (zie punt 5 tabel FMP).

Een andere maatregel is dat de opschalingskorting voor de jaren 2022 tot en met 2025 is bevroren tot 2026. Deze maatregel komt uit het kabinet Rutte-II (2013-2017). Het vorig kabinet Rutte-III (2017-2021) heeft deze verplichte opschaling afgeschaft en stuurt niet meer op herindelingen (100.000+ gemeenten). De korting is echter gebleven en vindt vanaf 2026 weer plaats. Het nieuwe kabinet heeft na het opstellen van het Regeerakkoord met nieuwe financiële tegenvallers te maken. Mogelijk leidt dit tot bijstelling van het Regeerakkoord en de geraamde rijksuitgaven, en daarmee ook van de algemene uitkering. Niet alle maatregelen uit het Regeerakkoord zijn verwerkt in deze maartbrief, omdat het kabinet deze eerst nog verder uit moet werken. Een voorbeeld is de uitvoeringskosten van medeoverheden en planbureaus die voortvloeien uit het klimaatakkoord en aanvullende klimaatbeleid. Hiervoor heeft het kabinet geld gereserveerd. De kabinetsplannen reiken tot 2026. Omdat het kabinet in het Regeerakkoord aangaf niet over het eigen graf heen te willen regeren, daalt de raming voor de rijksuitgaven en daarmee ook die van de algemene uitkering. Ook vindt de opschalingskorting weer plaats. De forse terugval van de algemene uitkering in het jaar 2026 wordt door velen in gemeenteland als een financieel

ravijnjaar genoemd. Dit verklaart waarom het begrotingssaldo in 2026 (punt 12 tabel) omslaat naar een negatief bedrag. De VNG is hierover in gesprek met het Rijk. Omdat onduidelijk is hoe de bekostiging van gemeenten na 2025 eruitziet, beloofde de minister van Binnenlandse Zaken voor de zomer 2022 met een contourennota te komen. Daarin moet dan staan wat de hoofdrichting wordt van een toekomstbestendige en stabiele financieringssystematiek, inclusief opties voor een vergroting van het lokaal belastinggebied. Toelichting op de herijking gemeentefonds (punt 11 tabel) De huidige verdeling van het gemeentefonds is achterhaald, scheefgegroeid en verouderd. Hierdoor is het huidige verdeelstelsel aan een grondige herziening toe. Dit herijkingsproces loopt al vanaf 2019. In december 2021 zijn nieuwe cijfers door het rijk gepresenteerd. Hieruit blijkt dat we een voordeelgemeente zijn (in de eerste berekeningen waren we nog een nadeelgemeente). Deze nieuwe verdeling stuit op veel weerstand bij nadeelgemeenten. Ook de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) heeft de nodige kritiek geuit, omdat de nieuwe verdeling van de algemene uitkering niet voor alle gemeente goed uitlegbaar is. Daarnaast stelt de VNG dat het nieuwe verdeelmodel pas wordt ingevoerd als dit verdeelmodel in lijn met de aanbevelingen van het ROB-advies is aangepast en de koek voor de gemeente is vergroot.

Het rijk heef inmiddels besloten om ondanks de protesten de herverdeling per 2023 door te laten gaan. Op een aantal onderdelen is de verdeling aangepast en het is nog onbekend wat dit voor ons betekent. De herverdeling zal met stappen van € 7,50 per inwoner per jaar plaatsvinden. Voorts vindt er nog nadere onderzoeken plaats die nog tot bijstelling van de verdeling van de algemene uitkering na 2023 kan leiden. Toelichting op de overige punten van de tabel In de meerjarenraming is rekening gehouden met een taakstellende bezuiniging van € 1,5 miljoen (zie punten 3 en 4 tabel FMP). Deze bezuiniging moeten we nog wel realiseren. De reserve rekeningresultaten (punt 2 tabel FMP) bouwen we in 4 jaren af. Indien het jaarresultaat over 2022 positief uitpakt en de aanwending van deze reserve niet nodig is, dan kunnen we de aanwending ook voor 2026 ramen. Uitgangspunten voor begroting 2023 Bij het opstellen van de begroting houden we rekening met de te verwachten loon- en prijsstijging. Het is gebruikelijk om hiervoor de inflatiecijfers van het Centraal Planbureau (CPB) te volgen. De inflatiecijfers voor 2023 zijn in maart 2022 gepubliceerd. Het CPB verwacht voor 2023 een loonstijging van 3,6% en voor goederen van 3%. Het gemiddeld percentage komt voor onze gemeente uit op 3,4% omdat onze uitgaven voor ongeveer 70% uit loonkosten bestaat en 30% uit kosten voor goederen.

Dit gemiddeld percentage passen we normaliter toe bij de indexering van de tarieven voor OZB, sporthallen en zwembad. De inflatiecijfers van het CPB hanteert het Rijk ook voor het opstellen van de rijksbegroting 2023 en indirect ook voor de berekening van de algemene uitkering voor 2023. Bij de bepaling van deze percentages heeft het CPB rekening gehouden met allerlei ontwikkelingen zoals de oorlog tussen Oekraïne en Rusland, de economische groei, de hoge energieprijzen en de tekorten aan grondstoffen. De verwachting van het CPB is dat de hoge inflatie in 2022 tijdelijk van aard is en stabiliseert. In de praktijk zien we dat de prijzen voor sommige goederen en diensten in 2022 meer dan gemiddeld zijn gestegen. Dit komt vooral door de hogere energieprijzen en de tekorten aan grondstoffen. Onze verwachting is dat deze prijzen niet op korte termijn wijzigen en dus doorwerken in onze begroting 2023. Het realistisch ramen is een belangrijk uitgangspunt voor het opstellen van onze begroting. Daarom stellen we

voor om bij de raming van diverse budgetten en investeringen hiermee rekening te houden. We kunnen op dit moment niet inschatten welk financieel effect dit heeft. Het CPB komt in september 2022 met volgende bijstelling van de inflatiecijfers. Het rijk neemt de ontwikkeling van de inflatie en rente mee in de Miljoennota 2023. In de septembercirculaire 2022 van de algemene uitkering vernemen in welke mate deze ontwikkeling doorwerkt in de algemene uitkering. Het Rijk geeft aan dat vooral de stijging van energieprijzen het grootste effect op de hogere inflatie heeft. Ons voorstel is om voor onze begroting 2023 in eerste instantie uit te gaan van de inflatiecijfers van het CPB. De hogere prijzen voor energie en het tekort aan grondstoffen rekenen door in de ramingen. Mocht tijdens het opstellen van de begroting blijken dat de hogere inflatie van grote invloed is op het begrotingsresultaat dan zullen we zo nodig met een voorstel komen. Het gaat hierbij om een eventuele bijstelling van de indexering van de tarieven voor OZB, sporthallen en zwembad. Beoogd effect Met het vaststellen van de uitgangspuntennotitie stelt de raad de financiële uitgangspunten vast voor het opstellen van de begroting 2023. Argumenten In de “Financiële verordening Berg en Dal” staat dat het college jaarlijks de kaders aanbiedt.

Kanttekening Dit voorstel is geschreven op het moment dat de meicirculaire 2022 algemene uitkering nog niet is ontvangen. Deze circulaire bevat belangrijke informatie over de financiële uitwerking van het Regeerakkoord en de herijking van het gemeentefonds voor de begroting 2023. Zodra we deze circulaire hebben doorgerekend, informeren we de raad. Het Plan 2022-2026 Kernachtig Groesbeek en LOKAAL! is niet verwerkt in de tabel van het meerjarenperspectief. De financiële uitwerking van dit akkoord nemen we mee bij het opstellen van de begroting 2023. Tussen het vaststellen van deze uitgangspuntennotitie en het opstellen van de begroting vinden nog nieuwe ontwikkelingen plaats. Wij maken de begroting op basis van de laatste ontwikkelingen waaronder de septembercirculaire 2022 algemene uitkering. De afwijkingen ten opzichte van deze uitgangspuntennotitie lichten we toe. Om voor repressief toezicht van de provincie (toezichthouder) voor de begroting 2023 in aanmerking te komen moet minimaal het eerste jaar van de meerjarenbegroting, dan wel het laatste begrotingsjaar sluitend zijn. Het actuele meerjarenperspectief laat een sluitende begroting voor 2023 zien, zodat de verwachting is dat we voor de begroting 2023 onder repressief blijven vallen.

Repressief toezicht betekent dat de gemeente haar vastgestelde begroting en begrotingswijzigingen kan uitvoeren, zonder dat de Provincie deze vooraf moet goedkeuren. Financiële onderbouwing De financiële gevolgen van dit raadsvoorstel rekenen we door in de op te stellen begroting 2023.

Duurzaamheid Niet van toepassing. Communicatie Wij stellen de Uitgangpuntennotitie begroting 2023 beschikbaar via de website programmavan.bergendal.nl. Aanpak/uitvoering Wij nemen de uitgangspunten uit deze vast te stellen kaderbrief mee bij het opstellen van de Programmabegroting 2023-2026. Burgemeester en wethouders De secretaris, E.W.J. van der Velde

De burgemeester, mr. M. Slinkman

Bijlagen – onderdelen van dit voorstel Bijlage 1 algemene financiële uitgangspunten voor opstellen begroting 2023.

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Berg en Dal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 juni 2022;

besluit : Vast te stellen de financiële uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2023 conform de bijlagen bij dit raadsvoorstel.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Berg en Dal op 14 juli 2022,

De raadsgriffier,

mr. G.A.J. Winters

De voorzitter,

mr. M. Slinkman

Bijlage 1 algemene financiële uitgangspunten voor opstellen begroting 2023 Voor het opstellen van de Programmabegroting 2023 hanteren we de volgende algemene financiële uitgangspunten. Inwoners Het aantal inwoners ramen we voor de periode 2023-2026 op 35.000 inwoners. Indexering lonen en prijzen Indexering lonen 3,6% Indexering prijzen 3,0 % Het inflatiepercentage voor 2023 baseren we op de cijfers in het CEP 2022 van het Centraal Planbureau. Deze cijfers zijn in maart 2022 gepubliceerd. Hierop baseert het rijk doorgaans ook de cijfers in de meicirculaire. De raming voor lonen in 2023 verhogen we met 3,6% ten opzichte van 2022 en die voor prijzen met 3%. Voor de belastingen hanteren we het inflatiepercentage van 3,4% dat is gebaseerd op de verhouding dat onze uitgaven voor 70% uit loonkosten bestaat en 30% uit kosten goederen. In afwijking van het percentage voor prijzen rekenen we de hogere prijzen voor energie en tekort aan grondstoffen door in onze budgetten en investeringen. Voor de jaren na 2023 ramen we nu geen inflatiecorrectie. Dit doen we in de volgende jaren. Indexering Gemeenschappelijke regelingen en generieke korting In 2023 krijgen de gemeenschappelijke regelingen (GR) volgens de Begrotingsrichtlijnen regio Nijmegen (BRN) een compensatie van 2,70% (dit is inclusief 0,73% nacalculatie over 2022). De GGD en VRGZ geldt een afwijkende indexering van resp.

1,97% en 1,98%, omdat we een andere indexerings-systematiek toepassen. Over de jaren heen loopt dit in de pas met de BRNrichtlijnen. De regiogemeenten Rijk van Nijmegen hebben in het PFO van 7 oktober 2019 afgesproken om na indexering van de budgetten (de bijdrage gemeenschappelijke regelingen) een generieke korting toe te passen van 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023 (structureel). Aanleiding voor deze bezuinigingstaakstelling is het feit dat gemeenten geconfronteerd zijn met nadelen die zij binnen de eigen begroting moeten opvangen. Wij hebben in de meerjarenbegroting de generieke korting verwerkt. Uitwerking indexering begroting Bij de uitwerking van deze uitgangspunten naar de begroting 2023 passen we niet standaard een algemene inflatiecorrectie toe. Per raming maken we bij het opstellen van de begroting een realistische inschatting. Zo kunnen we het inflatiepercentage voor de loonstijging nog bijstellen als er bijvoorbeeld een nieuw akkoord is bereikt over een CAO voor gemeenten per 2023. Belastingen, heffingen en leges Hieronder geven we per belasting, heffing of leges aan wat het uitgangspunt is voor de begroting 2023. Omschrijving

Uitgangspunt

Onroerende zaakbelastingen (OZB)

De tarieven voor 2023 verhogen we met de inflatiecorrectie (3,4%).

BIZ-belasting

Voor de BedrijvenInvesteringsZone Belasting (BIZ) is een uitvoeringsovereenkomst aangegaan met de Vereniging BIZ Groesbeek Centrum voor een periode van 5 jaar. Deze overeenkomst loopt tot en met 2026. Ook is met Vereniging BIZ Millingen Centrum een overeenkomst van 5 jaar tot eind 2024 gesloten. De tarieven wijzigen niet.

Omschrijving Toeristenbelasting

Forensenbelasting

Uitgangspunt Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2020 heeft de raad besloten dat we de voorgestelde tariefverhoging (van 100%) in 2020 voor 50% doorberekenen en in 2021 voor 100%. Hiervoor halen we in 2020 een bedrag van € 132.500 uit de algemene reserve. De raad heeft verder besloten tot een extra verhoging van de tarieven in de jaren 2022 tot met 2026 (van € 26.500 per jaar). Dit bedrag vloeit terug in de algemene reserve. Voor het jaar 2023 komt het tarief daarmee op € 1,63 (was € 1,63 in 2022) per overnachting en € 1,03 (was € 1,03 in 2022) per overnachting op een kampeerterrein. We sluiten voor de tariefsverhoging voor 2023 aan bij ons gemeentelijk beleid over de toeristenbelasting. Het tarief voor 2023 bedraagt € 306 (was € 306 in 2022).

Afvalstoffenheffing

Het tarief voor afvalstoffenheffing is kostendekkend.

Rioolheffing

Conform het huidige GRP (Gemeentelijk RioleringsPlan) verhogen we de tarieven met de inflatiecorrectie (3,4%). Het tarief is kostendekkend. Het tarief voor rioolaansluitrecht is kostendekkend.

Rioolaansluitrecht Grafrechten Marktgelden Leges, gebaseerd op tijdsbesteding Leges rijbewijzen of paspoorten

Leges overig

De tarieven voor 2023 verhogen we met de inflatiecorrectie (3,4%). De tarieven voor 2023 verhogen we met de inflatiecorrectie (3,4%). Deze tarieven berekenen we op basis van het uurtarief voor 2023. Voor de leges voor rijbewijzen en paspoorten stelt het Ministerie van Binnenlandse Zaken normen en/of maximumtarieven vast. Wij brengen de door het Ministerie vastgestelde tarieven in rekening bij de aanvragers. Voor de overige tarieven in de legesverordening streven we naar kostendekkende tarieven.

In de laatste raadsvergadering van 2022 komen we met een raadsvoorstel over de belastingtarieven voor 2023.

Gemeentelijke sporthallen, sportzalen en zwembad De tarieven voor 2023 voor 2 sporthallen, 2 sportzalen en zwembad verhogen we met het inflatiepercentage voor lonen in 2023 van 3,6%. De nieuwe indexering gaat per 1 augustus 2023 in.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11625254/1