Raadsvoorstel Besluitvorming Omgevingswet (aangepaste versie voor 14 juli 2022)
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Griffiersnummer: Onderwerp: Datum B&W-vergadering: Datum raadsvergadering: Datum carrousel: Portefeuillehouder: Ambtenaar: e-mailadres: Zaaknummer: Documentnummer:
2022-B048 Besluitvorming Omgevingswet 8 juni 2022 14 juli 2022 7 juli 2022 A.R.M. ten Westeneind Gabriel van Houtert, van G.van.Houtert@bergendal.nl Z-19-081487 VB/Raad/22/01394
Aan de gemeenteraad, Voorstel 1. De lijst ‘Gevallen waarin bindend advies van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht is’ vast te stellen; 2. Participatie voor initiatiefnemers verplicht te stellen bij alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; 3. De wijziging van (delen van) het omgevingsplan te delegeren aan het college voor zover het gaat om:
Het wijzigen van het omgevingsplan als gevolg van een al verleende vergunning;
Gebruikmaking van een in het omgevingsplan van rechtswege opgenomen uitwerkingsplicht of wijzigingsbevoegdheid;
Wijzigingen die het gevolg zijn van instructieregels van hogere overheden;
Wijzigingen die het gevolg zijn van door raad vastgesteld beleid;
Wijzigingen in definities of de wijze van meten;
Het besluit tot het toewijzen, wijzigen of schrappen van de functie-aanduiding gemeentelijk monument, alsmede het nemen van een voorbereidingsbesluit daartoe;
Wijzigingen waarvoor op grond van de onder beslispunt 1 genoemde lijst geen adviesplicht geldt.
4. De besluiten onder 1 t/m 3 in werking te laten treden op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt; 5. De besluiten onder 1 t/m 3 van dit voorstel te monitoren en een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren.
PAPIER1
Inleiding De Omgevingswet treedt op 1 januari 2023 in werking. Voor die datum moet een besluit genomen zijn over:
Verplicht advies door de raad aan het college bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten;
Verplichte participatie door een initiatiefnemer bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten;
Delegatie door de raad aan het college van wijziging van (delen van) het omgevingsplan.
Voor 1 januari 2023 moeten de processen van het beoordelen van aanvragen om vergunning en het wijzigen van het omgevingsplan zijn ingericht. Daar horen deze besluiten bij. Nemen we deze besluiten niet, dan is in geen enkel geval advies van de raad verplicht en ook in geen enkel geval participatie voor initiatiefnemers. Daarnaast is dan niets geregeld over delegatie, wat betekent dat onnodig vaak wijzigingsbesluiten aan de raad moeten worden voorgelegd. Op 14 oktober 2021 is dit onderwerp aan de hand van een informatienota en een presentatie besproken in de carrousel. Aanvullend is een extra informatienota aan de raad gestuurd. Op 27 januari 2022 is het raadsvoorstel over de besluitvorming in de carrousel behandeld en doorgeleid naar besluitvorming. Zover is het uiteindelijk niet gekomen. Als gevolg van het uitstel van inwerkingtreding van de wet (van 1 juli 2022 tot 1 januari 2023) en onduidelijkheid over een in te dienen amendement, is de besluitvorming in eerste instantie uitgesteld. Later is het raadsvoorstel (na de verkiezingen) van de agenda gehaald. Daarbij is door uw raad gevraagd een memo, waarin aangegeven wordt wat de gevolgen zijn van het uitstel van inwerkingtreding van de wet. In plaats van in een aparte memo, geven we daar in deze inleiding antwoord op. Een nieuw raadsvoorstel was in verband met aanpassing van datums sowieso nodig.
Voor het overige is de inhoud van het raadsvoorstel gelijk gebleven. Op het amendement wordt onder kanttekening 1.2 van dit voorstel kort ingegaan. Gevolgen uitstel inwerkingtreding Omgevingswet (gevraagde memo) Gevolgen voor de voorliggende besluiten Het uitstel van inwerkingtreding van de wet heeft geen gevolgen voor de voorliggende besluiten. In beslispunt 4 van het raadsvoorstel is opgenomen dat de besluiten pas in werking treden op het moment van inwerkingtreding van de wet zelf. Ongeacht de besluitdatum door de raad, zullen pas op het moment van inwerkingtreding van de wet de besluiten ook rechtskracht krijgen.
Pagina 2 van 14
Ook onveranderd is de behoefte om de besluiten ruim voor inwerkingtreding van de wet te nemen. Alleen dan is er voldoende tijd de effecten van de besluiten te verwerken in de nieuwe werkprocessen. Om die reden stond besluitvorming in eerste instantie gepland voor begin februari, ongeveer 5 maanden voor de originele inwerkingtredingsdatum. Bij besluitvorming in juli is sprake van ongeveer dezelfde voorbereidingsperiode. Het gaat niet alleen om de verwerking van de effecten van de besluiten in de processen. Ook oefentijd voor die nieuwe processen is belangrijk. Alleen als de werkafspraken duidelijk zijn en we de tijd hebben hiermee te oefenen, zijn we op 1 januari ‘klaar voor vertrek’. Gevolgen algemeen De voorbereidingen gaan uiteraard gewoon door. Het uitstel heeft wel gevolgen voor het tempo van de voorbereidingen, prioriteiten, momenten van besluitvorming en ook financiële gevolgen. Een goed voorbeeld is de training die medewerkers volgen over het omgevingsplan. Dit was in eerste instantie een training met de einddatum 1 juli 2022. Deze training vroeg in korte tijd veel van de medewerkers die straks moeten kunnen werken met het omgevingsplan. Er is nu simpelweg meer tijd om de training te geven. De inhoud is onveranderd, maar de capaciteitsvraag is uitgespreid over een langere periode.
De digitale omgeving die door het Rijk is ontworpen, functioneert nog steeds niet naar behoren. Tijd om fatsoenlijk te oefenen is er dan ook nog niet geweest. Ook dit zou de afgelopen periode capaciteit gevraagd hebben, maar die vraag is verplaatst naar tweede halfjaar van 2022. Besluiten over bijvoorbeeld de legesverordening en de APV, zijn verplaatst van dit voorjaar naar komend najaar. Samenvattend zien we dus vooral een capaciteits- en prioriteitsverschuiving. Een langere implementatieperiode heeft daarnaast financiële gevolgen. De inhuurperiode van de projectleider en projectondersteuner Omgevingswet is verlengd. Daarnaast is langer ondersteuning nodig van de leveranciers van onze nieuwe software. De meicirculaire van het Rijk compenseert de gemeenten (deels) in deze kosten. Op het moment van het schrijven van dit voorstel is de inhoud van de meicirculaire nog niet bekend. Het positieve effect van het uitstel is logischerwijze dat we beter voorbereid zullen zijn op 1 januari 2023 en minder nazorg nodig zal zijn.
Pagina 3 van 14
Beoogd effect Het besluit over verplicht advies zorgt voor duidelijkheid over de rolverdeling tussen raad en college bij het verlenen van vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Het besluit over verplichte participatie maakt voor initiatiefnemers duidelijk wanneer zij de omgeving mee moeten nemen in hun plannen. Het besluit over delegatie zorgt vooral voor een efficiënte werkwijze bij het wijzigen van het omgevingsplan. Argumenten 1.1 De lijst sluit aan bij de huidige werkwijze en de ervaringen van Berg en Dal. Tot 1 januari 2023 wordt gewerkt met de door de raad vastgestelde lijst ‘verklaring van geen bedenkingen’. Op deze lijst staan de gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen nodig is bij een door het college te verlenen vergunning. Er is dus altijd een verklaring van geen bedenkingen van de raad nodig, tenzij een geval op deze lijst voorkomt. De verklaring van geen bedenkingen wordt vervangen door verplicht advies. Het verschil met de huidige werkwijze is dat de raad nu actief de gevallen moet benoemen waarin het college de raad wel om advies moet vragen. In alle overige gevallen is een advies van de raad niet vereist. We stellen voor om de ‘negatieve’ lijst van de verklaring van geen bedenkingen te vertalen naar een ‘positieve’ lijst voor verplicht advies.
Het resultaat daarvan is dat de raad in dezelfde gevallen aan zet is als in de huidige werkwijze. Om de huidige situatie in stand te laten is het daarnaast nodig om de gevallen die in de zogenaamde kruimelgevallenlijst van het Besluit ruimtelijke ordening zijn opgenomen, uit te sluiten van verplicht advies. Het is onder de huidige wet niet mogelijk een verklaring van geen bedenkingen te eisen voor de gevallen uit de kruimelgevallenlijst. De Omgevingswet maakt het wel mogelijk om advies van de raad verplicht te stellen voor deze gevallen. De naam kruimelgevallenlijst geeft al aan dat dit gaat om gevallen met een beperkte ruimtelijke impact. Vaak gaat het om bijgebouwen of om tijdelijke situaties. Het kan bijvoorbeeld ook gaan over een andere bestemming van bestaande gebouwen (in de bebouwde kom). Het is voor de hand liggend dit soort gevallen niet aan de raad voor te leggen, maar aan het college te laten. Tenslotte gaat het voorstel uit van een aantal praktische, aanvullende keuzes.
Pagina 4 van 14
Bij de uitvoering van eerdere raadsbesluiten hoeft niet opnieuw advies te worden gevraagd;
De huidige bestemmingsplannen bevatten uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegheden. Het college is bevoegd de uitwerkings- en wijzigingsbesluiten te nemen. De bestemmingsplannen gaan op 1 januari 2023 automatisch op in een omgevingsplan van rechtswege. De instrumenten wijziging en uitwerking kennen we dan niet meer. Dat betekent dat een vergunning (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) nodig is om mee te kunnen werken. Als een initiatief wel past binnen de eerder vastgestelde wijzigings- of uitwerkingsregels, is het voor de hand liggend de bevoegdheid voor het verlenen van die vergunning bij het college te laten;
Grootschalige energievoorzieningen zijn expliciet benoemd en dus toegevoegd aan de lijst waar de Raad verplicht advies over geeft, zodat daar geen discussie over kan ontstaan. Dit onderwerp was in de lijst verklaring van geen bedenkingen nog niet expliciet benoemd.
1.2 De lijst sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingswet. De Omgevingswet gaat uit van snelle en heldere procedures. Veel vaker dan nu zal de reguliere procedure van maximaal 8 weken van toepassing zijn. Nu is het nog de uitgebreide procedure van 26 weken, tenzij de wet anders bepaalt, straks is dat precies andersom. De lijst met gevallen voor verplicht advies sluit aan bij deze uitgangspunten. Bij de vaststelling van deze lijst, is in de meeste gevallen een advies van de raad niet nodig, tenzij de impact van een initiatief op de omgeving aanzienlijk is. Zou de raad wel bij veel meer gevallen om advies gevraagd moeten worden, dan heeft dit invloed op de duur van procedures. De standaardprocedure van 8 weken mag in dat geval worden verlengd met 4 weken. Binnen deze 4 weken zal de raad het advies uit moeten geven. Behalve dat het leidt tot minder snelle besluitvorming voor de initiatiefnemer, is ook het vergaderschema van de raad een flinke uitdaging. In de huidige vergadercyclus van de raad is besluitvorming binnen 4 weken niet mogelijk. 1.3 De lijst sluit aan bij de bevoegdhedenverdeling tussen college en raad. De lijst beperkt zich tot gevallen met een grotere invloed op de omgeving. Deze gevallen doen zich niet vaak voor. Een brede aanwijzing van gevallen houdt in dat de raad veel vaker een initiatief situationeel af moet wegen.
Dat past minder goed bij de bevoegdheden van de raad en het sturen op hoofdlijnen. Voor de hand liggender is om over een specifiek onderwerp dat de
Pagina 5 van 14
raad belangrijk vindt een algemene beleidslijn vast te stellen. Het college kan vervolgens uitvoering geven aan dit beleid. Een advies van de raad aan het college is bindend. Het college mag hier niet van afwijken. Een advies van de raad moet wel voldoen aan de wettelijke kaders. Dat betekent dat het advies gericht moet zijn op een juiste toedeling van functies aan locaties. Een ruimtelijke afweging moet de grondslag vormen voor het advies. 2.1 Het verplicht stellen van participatie bij alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten sluit aan bij het participatiebeleid van Berg en Dal. Dit lijkt op het eerste gezicht een veel omvattend besluit. Niet alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten hebben namelijk (veel) invloed op de directe omgeving. Het kan ook gaan om de vergroting van een bijgebouw dat net niet past in de regels van het omgevingsplan. Een ander voorbeeld is tijdelijk gebruik of een tijdelijk bouwwerk dat wordt toegestaan. In de praktijk valt het effect van dit besluit mee. Participatie betekent namelijk lang niet altijd dat avonden georganiseerd hoeven te worden, of dat de initiatiefnemer een participatieplan moet opstellen. Dat zal alleen in ingrijpende gevallen zo zijn. In de gevallen met beperkte invloed kan het informeren van omwonenden of directe buren voldoende zijn. Ook dat is participatie. Aan die verplichting is in veel gevallen eenvoudig te voldoen.
Op de website van Berg en Dal wordt een initiatiefnemer aan de hand van een aantal vragen naar een passende vorm van participatie geleid. Is het initiatief niet of beperkt van invloed op de omgeving en veroorzaakt het geen hinder, dan is informeren voldoende. Is de invloed of hinder groter, of heeft het initiatief effect op een groter gebied, dan is samenwerken de juiste aanpak. Een participatieplan is alleen aan de orde als het gaat om een initiatief met gemeentebrede of zelfs regionale invloed en mogelijk veel hinder. In dat geval zal overigens niet vaak met een vergunning worden gewerkt, maar met een wijziging van het omgevingsplan. De initiatiefnemer hoeft dit stappenplan niet te doorlopen (zie ook kanttekening 2.1) maar we zullen wel stimuleren dit te doen. De combinatie van verplichten en stimuleren zorgt er als het goed is voor dat een initiatiefnemer niet onnodig belast wordt bij het indienen van een aanvraag. Daarnaast zorgt het ervoor dat belanghebbenden aan de voorkant betrokken worden.
Pagina 6 van 14
2.2 De verplichting leidt niet tot vertraging van vergunningprocedures. Zoals aangegeven onder 1.2 zal vaak de reguliere vergunningsprocedure van toepassing zijn van maximaal 8 weken. Participatie moet vooraf hebben plaatsgevonden. Bij het indienen van de aanvraag zal getoetst worden of en op welke wijze participatie is uitgevoerd. Meestal, zeker als het een complex initiatief is, zal voorafgaand aan de aanvraag een overleg (of intake)fase hebben plaatsgevonden. In deze fase wordt de initiatiefnemer gewezen op de participatieplicht. Gaat het om een eenvoudige aanvraag, dan zal ook participatie naar alle waarschijnlijk eenvoudig zijn. Bij indiening van een aanvraag zonder informatie over participatie, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen. 3.1 Het voorstel voor delegatie is alleen gericht op efficiency en niet op het herverdelen van bevoegdheden tussen raad en college. De huidige bestemmingsplannen, een aantal verordeningen en verschillende rijksregels, vormen samen vanaf 1 januari 2023 het (tijdelijke)omgevingsplan van rechtswege. Uiteindelijk zal eind 2029 voor de hele gemeente één nieuw omgevingsplan vastgesteld moeten zijn. Het is niet de verwachting dat het omgevingsplan voor de hele gemeente pas eind 2029 vastgesteld wordt, maar het zal wel nog enkele jaren duren voor het zover is.
In deze periode tot vaststelling van dit ene plan, zal het tijdelijke omgevingsplan op onderdelen door uw raad gewijzigd worden. Dit kan als gevolg van een initiatief, bijvoorbeeld een woningbouwplan. Ook kunnen thematische wijzigingen nodig zijn, bijvoorbeeld als nieuwe geluidsnormen moeten worden vertaald in het omgevingsplan. Samen met gerichte wijzigingen op initiatief van de gemeente zelf, werken we stapsgewijs toe naar het nieuwe omgevingsplan voor de hele gemeente. De wijziging van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid blijft bij de raad in die gevallen waarin een inhoudelijke afweging gemaakt moet worden. Uitzondering hierop zijn de gevallen die niet genoemd zijn op de lijst van verplicht advies. Deze lijst is specifiek bedoeld voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, maar het is voor de hand liggend dezelfde uitgangspunten te gebruiken bij wijzigingen van het omgevingsplan. In de lijst zijn de gevallen opgenomen waarin uw raad betrokken wil zijn in de besluitvorming. De procedure die leidt tot het besluit zou hierbij niet uit moeten maken.
Pagina 7 van 14
In het delegatiebesluit, behoudens deze uitzondering, alleen de gevallen opgenomen waarin geen sprake is van een inhoudelijke afweging. We lichten ze hierna kort toe:
Het college verleent vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Binnen 5 jaar na vergunningverlening, moet deze activiteit opgenomen in het omgevingsplan. Deze wijziging is niet meer dan een formele vertaling van een al verleende vergunning;
Onder argument 1.1 is beschreven wat de gevolgen zijn voor de uitwerkingsplicht en de wijzigingsbevoegdheid bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Hetzelfde argument is van toepassing op de wijziging van het omgevingsplan;
Een wijziging kan het gevolg zijn van instructieregels van hogere overheden. Op dat moment is er geen keuze en moet het omgevingsplan gewijzigd worden;
Ook beleid dat door de raad wordt vastgesteld kan leiden tot een wijziging van het omgevingsplan. Het beleid kan meer ruimte bieden dan het omgevingsplan doet, of andersom. In die gevallen is wijziging wenselijk en is hier door de raad al toe besloten;
Een wijziging kan een formaliteit of een correctie zijn als een begrip of de wijze van meten in het omgevingsplan moet worden aangepast;
De besluitvorming rondom de aanwijzing van gemeentelijke monumenten, is nu op basis van de geldende verordening de bevoegdheid van het college. Dit onderdeel moet onder de Omgevingswet gedelegeerd zijn om die bevoegdheid bij het college te laten.
4.1 Eerdere inwerkingtreding dan de wet zelf heeft geen zin. De besluiten hebben pas effect op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. 5.1 De effecten van deze besluiten zullen pas na verloop van tijd duidelijk worden. Er is nog veel onzeker over het effect van de besluiten. Zo is het advies van de raad alleen aan de orde bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Voorlopig toetsen we nog aan het tijdelijke omgevingsplan, wat in feite niet meer is dan een verzameling van de geldende bestemmingsplannen. Gedurende die periode is duidelijk wat binnenplans en buitenplans is. Op het moment dat we een nieuw omgevingsplan vaststellen, besluiten we ook opnieuw over de ruimte die we in dat plan bieden. Mogelijk leidt dat tot een vermindering van gevallen die buitenplans zijn. Wat betreft de verplichte participatie, zullen we in de praktijk moeten ervaren of dat naar tevredenheid functioneert. Verplichte participatie is nieuw, we hebben daar geen ervaring mee. De nieuwe ervaringen en de onbekendheid van de effecten, maken een tijdige evaluatie
Pagina 8 van 14
gewenst. Monitoring en evaluatie zal wat betreft participatie ook sterk gericht zijn op de praktische uitvoerbaarheid. De raadsbesluiten kunnen op ieder moment worden aangepast aan de hand van de opgedane ervaringen. Kanttekeningen 1.1 Het uitsluiten van de kruimelgevallenlijst, houdt in dat functiewijzigingen van bestaande panden in de bebouwde kom ook zijn uitgesloten van advies. In de carrousel van 14 oktober 2021 is het wijzigen van het gebruik van bestaande panden expliciet aan de orde geweest. Het kan bijvoorbeeld gaan om een pand met een maatschappelijke functie dat gebruikt wordt voor wonen. Door de kruimelgevallenlijst uit te sluiten van het verplicht advies, worden aanvragen voor deze specifieke functiewijziging niet aan de raad voorgelegd. Zoals vermeld is het in de huidige situatie ook niet mogelijk een verklaring van geen bedenkingen verplicht te stellen voor deze functiewijziging. Dit onderwerp leent zich beter voor een algemene beleidslijn, zoals beschreven onder argument 1.3. 1.2 er zijn geen specifieke gebieden aangewezen waarin advies van de raad gewenst is In het besluit wordt onderscheid gemaakt tussen plannen in de hele gemeente, in het buitengebied en in de bebouwde kom. Er worden geen specifieke gebieden aangewezen waar advies van de raad gewenst is.
In gevoelige, waardevolle gebieden zoals bijvoorbeeld de Stuwwal of het Groesbeekse bos, zijn de (bouw)mogelijkheden in beginsel beperkt. Als verdere inperking van deze mogelijkheden gewenst is, kan de raad beleid vaststellen dat specifiek op deze gebieden gericht is (zie ook argument 1.3). In beleid kan bijvoorbeeld worden vastgelegd dat in gevoelige gebieden vastgehouden wordt aan de mogelijkheden die het omgevingsplan (bestemmingsplan) biedt. Uitzonderingen kunnen uiteraard worden benoemd. Dat betekent dat afwijking van die mogelijkheden niet zal worden toegestaan, ook niet als deze passen in de wettelijke kruimelgevallenregeling. De kruimelgevallenregeling bepaalt alleen dat als hiervan gebruik wordt gemaakt, de korte, reguliere procedure van toepassing is. De regeling zegt niets over het verlenen van medewerking. Dat is aan de gemeente zelf en daar kan de raad dus richting aan geven in specifiek beleid.
Pagina 9 van 14
2.1 We kunnen initiatiefnemers alleen verplichten dát participatie toegepast wordt, maar niet hoe. In de wet is alleen de mogelijkheid opgenomen om initiatiefnemers te verplichten participatie uit te voeren. De gemeente mag niet voorschrijven hóe participatie moet worden uitgevoerd. De initiatiefnemer is dus vrij om op geheel eigen wijze participatie toe te passen. De wijze waarop mag de gemeente dus niet beoordelen of voorschrijven. Wel mag de gemeente beoordelen of participatie in voldoende mate heeft plaatsgevonden. Dat zal de initiatiefnemer dus wel aan moeten tonen. Hierdoor is het ook lastig om participatie te toetsen of een vergunning te weigeren als er in onze ogen onvoldoende participatie heeft plaatsgevonden. We gaan er vanuit dat door de combinatie verplichting en stimuleren om de gemeentelijke beleidslijn te gebruiken, toch het gewenste effect bereikt wordt. De gemeente mag overigens ook zelf een participatieproces opstarten als wij van mening zijn dat de doorlopen participatie onvoldoende is. Financiële onderbouwing De besluiten hebben geen financiële gevolgen. Omgevingswet algemeen: We hebben inmiddels steeds beter zicht op wat de implementatie vraagt van onze organisatie. Bij het beschikbaar stellen van het krediet gingen we uit van inwerkingtreding op 1 januari 2021. De inwerkingtreding staat nu gepland voor 1 januari 2023.
Inmiddels is duidelijk dat er voor projectleiding, projectondersteuning en het uitvoering geven aan de startnotitie van de omgevingsvisie extra capaciteit en budget benodigd is (e.e.a. conform vastgesteld projectplan). We kunnen op dit moment echter nog niet inschatten hoe zich dit verhoudt tot het reeds beschikbaar gestelde krediet. Zodra we dit inzicht hebben zullen we, als nodig, een aanvullend kredietvoorstel aan de raad voorleggen. Daarbij is ook van belang welke bedragen ter compensatie in de meicirculaire zijn opgenomen. Communicatie De besluiten moeten worden gepubliceerd. In het najaar van 2022 start een communicatiecampagne richting onze inwoners. In die campagne, maar ook op de website en andere kanalen zal gecommuniceerd worden over de participatieverplichting. Dat kan aanvullend op de heldere informatie die nu al op de gemeentelijke website te vinden is. De medewerkers die het klantcontact verzorgen zullen worden opgeleid in het verstrekken van de juiste informatie.
Pagina 10 van 14
Aanpak/uitvoering De besluiten treden in werking op de dag dat ook de Omgevingswet in werking treedt. Vanaf dat moment zal in de voorkomende gevallen conform de besluiten worden gehandeld. Bijlage 1. Discussienota 2. Voorbeelden 3. VVGB Berg en Dal Burgemeester en wethouders De secretaris, E.W.J. van der Velde
De burgemeester, mr. M. Slinkman
Pagina 11 van 14
Raadsbesluit
De raad van de gemeente Berg en Dal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 juni 2022 Gelet op de Omgevingswet en de Gemeentewet:
besluit : 1. Ingevolge artikel 16.15a, sub b1 van de Omgevingswet een lijst met gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen, waarbij hij gebruik wil maken van zijn adviesbevoegdheid. Het betreft aanvragen om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij sprake is van: a. Plannen in de hele gemeente i. Ingrepen in de openbare ruimte, met uitzondering van: 1. De aanleg van een fietspad, trottoir, recreatieweg of parkeerplaatsen; 2. De verbreding of verlegging van een openbare weg; 3. De aanleg van groen, natuur of water; 4. De aanleg van openbare nutsvoorzieningen; 5. Een niet ingrijpende herinrichting in het openbaar gebied. ii. Een antenne-installatie met een hoogte van meer dan 40 meter; iii. De bouw en aanleg van energievoorzieningen, bedoeld voor het opwekken van energie, anders dan voor individueel gebruik; iv. Het gebruik van onbebouwde gronden voor andere functies mits de oppervlakte groter is dan 2500 m². b. Plannen in het buitengebied i. Een functieverandering van een bebouwde locatie voor zover deze niet past in gemeentelijk of provinciaal beleid; ii. Een boerencamping met meer dan 50 standplaatsen; iii. Een recreatieve voorziening die niet als nevengeschikte activiteit bij een agrarisch bedrijf is aan te merken; iv. De uitbreiding van een niet-agrarisch bedrijf met meer dan 2500 m² aan bebouwing; v. Nieuwe woningen, met uitzondering van: 1.
De bouw van een (tweede) bedrijfswoning 2. De her- of nieuwbouw van 1 burgerwoning 3. De splitsing van een bestaande woning 4. Het omzetten van een bedrijfswoning naar burgerwoning vi. De bouw van een bijbehorend bouwwerk groter dan 250m²; vii. De nieuwvestiging van een bedrijf of maatschappelijke organisatie met uitzondering van:
Pagina 12 van 14
1. Een functieverandering passend in het gemeentelijk of provinciaal beleid; 2. Een bedrijf aan huis passend in het gemeentelijk beleid; 3. Een nevenactiviteit passend in het gemeentelijk beleid. c. Plannen in bebouwd gebied (inbreiding) i. De bouw van meer dan 5 woningen; ii. Bouw ten behoeve van de functies horeca, maatschappelijk, detailhandel, dienstverlening, bedrijven en recreatie met een oppervlakte van meer dan 2500 m²; iii. De bouw van een bijbehorend bouwwerk met een oppervlakte van meer dan 150 m² Voor de gevallen genoemd onder a, b en c geldt de verplichting voor het vragen van advies niet voor zover het gaat om: 1. De uitvoering van een (eerder genomen) raadsbesluit; 2. Functieverandering van een bestaand gebouw in de bebouwde kom, waarbij het pand met niet meer dan 10% wordt vergroot; 3. Een initiatief dat voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de uitwerkingsplichten of wijzigingsbevoegdheden in het omgevingsplan van rechtswege; 4. De ruimtelijke ingrepen die voldoen aan de volgende voorwaarden (uit de voormalige kruimelgevallenlijst voor zover niet expliciet al opgenomen in deze lijst): a. een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1,eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998; b.
een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen; c. het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: i. de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Omgevingswet aan een bestaande woning gestelde eisen; ii. de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Omgevingswet of de Reconstructiewet concentratiegebieden, iii. de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en iv. de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was; d. Gebruik van gronden of bouwwerken voor een termijn van ten hoogste tien jaar. 2. Participatie voor initiatiefnemers verplicht te stellen bij alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten;
Pagina 13 van 14
3. De wijziging van (delen van) het omgevingsplan te delegeren aan het college voor zover het gaat om: a. Het wijzigen van het omgevingsplan als gevolg van een al verleende vergunning; b. Gebruikmaking van een in het omgevingsplan van rechtswege opgenomen uitwerkingsplicht of wijzigingsbevoegdheid; c. Wijzigingen die het gevolg zijn van instructieregels van hogere overheden; d. Wijzigingen die het gevolg zijn van door raad vastgesteld beleid; e. Wijzigingen in definities of de wijze van meten; f. Het besluit tot het toewijzen, wijzigen of schrappen van de functie-aanduiding gemeentelijk monument, alsmede het nemen van een voorbereidingsbesluit daartoe; g. Wijzigingen waarvoor op grond van de onder beslispunt 1 genoemde lijst geen adviesplicht geldt. 4. De besluiten onder 1 t/m 3 in werking te laten treden op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt; 5. De besluiten onder 1 t/m 3 van dit voorstel te monitoren en een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Berg en Dal op 14 juli 2022,
De raadsgriffier,
mr G.A.J Winters
De voorzitter,
mr. M. Slinkman
Pagina 14 van 14