CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

Participatieplan toekomst polder Biesterveld DEF

Carrousel 27 januari 2022, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Voorstel om het participatieplan “Toekomst Polder Biesterveld” vast te stellen2.211 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De Beijer Groep is entallen jaren eigenaar van de polder Biesterveld in de Ooijpolder. Het uitgestrekte gebied kenmerkte zich van oorsprong door frui eelt, en is in de jaren daarna gebruikt voor delfsto enwinning. De Beijer Groep (vanaf nu: wij) wil de mogelijkheden voor verdere ontwikkeling van de polder Biesterveld verkennen. Hiervoor willen en kunnen wij par cipa e goed gebruiken omdat er veel kansen zijn in het gebied en omdat veel par jen betrokken en belanghebbend zijn. Daarom hebben we dit par cipa eplan opgesteld. Voor dit par cipa eplan volgen we het aangereikte format van het nieuwe gemeentelijk par cipa ebeleid. 1. Waarom en hoe wilt u de omgeving bij uw ini a ef betrekken? Polder Biesterveld is een zeer groot gebied van circa 47 ha, waarvan meer dan de hel water. Het gebied dat bestaat uit bos, landbouwgrond, grasland en water - is nu niet toegankelijk. Het gebied ligt tussen Leuth en Millingen. De onderneming de Beijer is sinds circa 50 jaar eigenaar en hee een lange historie in de Ooijpolder. We willen samen met belanghebbenden kijken of het gebied kan worden ontwikkeld rich ng een toegankelijk, hoogwaardig en aantrekkelijk gebied met natuur en landschap, recrea e, zonnepark op water (onderdeel van Zebrasamenwerking) en - ondergeschikt - een hoogwaardig recrea epark.

Er is nog geen uitgewerkt plan, we willen dit nu juist samen met de bewoners en organisa es in de Ooij en Berg en Dal maken. Over dit ini a ef willen we in gesprek met de gemeente, natuur- en landschapsorganisa es, omwonenden, de dorpen, ondernemers(verenigingen) en andere stakeholders. Daarvoor is dit par cipa eplan bedoeld. Het ini a ef wordt door de gemeenteraad genoemd in de kadernota toerisme: Biesterveld als onderzoeksloca e voor verblijfsrecrea e. Het ini a ef lijkt verder goed te passen in het structuurplan Ubbergen, het gemeentelijke landschapsontwikkelingsplan en provinciaal beleid. Zie verder vraag 4. We willen met deze par jen bespreken hoe het gebied en plan kan bijdragen aan een mooie Ooijpolder en mooie gemeente Berg en Dal.

Samen willen we antwoorden vinden op de volgende vragen: - Waar in het gebied zi en belangrijke natuurwaarden? - Hoe kunnen deze worden behouden, geborgd, en verder worden versterkt? - Op welke plekken en hoe is het gewenst dat het gebied wordt opengesteld voor wandelaars en etsers waardoor het gebied toegankelijk wordt, verbonden kan worden met de omgeving, en bijvoorbeeld een extra schakel tussen Leuth en Millingen kan vormen? - Op welke plekken in het gebied zijn recrea ewoningen mogelijk in een goede balans met natuur en landschap? Wat voor type recrea ewoningen passen dan het beste, ook gezien de toeris sche structuur van Berg en Dal en regio? Hoe dit duurzaam te doen? - Zijn in combina e met de voorzieningen in de omliggende dorpen bepaalde voorzieningen in het gebied gewenst, of juist niet? - Wat willen de bewoners van de Ooijpolder? - Hoe hebben de bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden van de Ooijpolder het meest aan het plan?

ti

ti

ti

ti

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ti

ti

ti

ti

tt

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

tt

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ff

ti

ti

We willen deze vragen met alle betrokkenen inhoudelijk beantwoorden, maar ook de belangrijkste wensen van par jen ophalen en kijken of en hoe we ze in het plan kunnen opnemen. We hopen dat het zo niet alleen een inhoudelijk goed plan wordt, maar ook een plan dat tot enthousiasme leidt bij betrokkenen en raad. Met de antwoorden op deze vragen willen we komen tot een concreet plan met

ti

fi

Par cipa eplan toekomst polder Biesterveld (9 december 2021)

deze par jen en met de gemeente, die uiteindelijk een bestemmingsplanwijziging (straks onder de Omgevingswet “Omgevingsplan” genaamd) moet vaststellen. Uiteraard moet het een haalbaar plan zijn. We denken dat de volgende par cipa efases te onderscheiden zijn die we hier kernach g beschrijven: Fase a: natuur en landschap, samen randvoorwaarden en uitgangspunten benoemen Er zijn belangrijke natuurwaarden in het gebied ontstaan omdat in het gebied sinds decennia amper wat door mensenhand is gebeurd. De natuurwaarden verschillen erg tussen de verschillende deelgebieden, het betre namelijk een zeer groot en afwisselend gebied. Er zijn al eerste ecologische me ngen en waarnemingen geweest in het gebied; er zijn zeker natuurwaarden, die ook nog kunnen worden versterkt, aldus het ona ankelijke ecologische onderzoeksbureau Silvavir. Er is daarbij vanuit ecologisch oogpunt (nog) geen blokkade voor dit ini a ef aangetro en. Met natuur- en landschapspartners, samen te brengen in een werkgroep, en gemeente willen we het gebied in en in guurlijke zin grip krijgen op de belangrijkste natuurwaarden. We willen horen wat hun belangen en wensen zijn. Deze fase bestaat uit een verkenning/studie door een deskundig bureau, meerdere bezoeken aan het gebied met de natuurpar jen, en meerdere bijeenkomsten/workshops over de deskundige onderzoeken.

Ook de gemeentelijke exper se willen we uiteraard hierbij aanhaken. En de provincie en waterschap waar nodig. Zo krijgen we als het ware een gezamenlijk programma van uitgangspunten vanuit natuur en landschap, voor het gebied als geheel en voor de deelgebieden: waar mag en moet niets gebeuren, waar kan wel wat, en waar kan natuur verder worden versterkt? Wat zijn harde randvoorwaarden vanuit bijvoorbeeld wetgeving, en wat zijn meer wensen? We maken samen de balans op. Dit vormt het uitgangspunt voor de volgende fase. Graag informeren we ook het college en de raad over de uitkomsten. Eventuele dilemma’s bespreken we ook met de gemeente. Fase b: beste planinvulling In de volgende fase kijken we met de overige stakeholders - de dorpen, omwonenden, ondernemersverenigingen en toeris sch-recrea eve organisa es - naar een mogelijke concre sering en invulling van het plan. Wat is er vanuit de omliggende dorpen, omwonenden, ondernemers en toeris sch-recrea eve sector aan input, wensen en misschien no go’s? Welke alterna even zijn er? Uit meerdere alterna even willen we rich ng één plan, dat uiteraard past binnen de uitgangspunten vanuit natuur en landschap (fase a).

ff

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ti

ti

ti

ti

ti

ti

fl

ti

ti

ti

ti

ff

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

fi

fh

ti

ft

ti

ti

ti

We denken aan het instellen van twee nieuwe werkgroepen, één voor de dorpen en omwonenden, en één voor par jen bestaand uit ondernemers en de toeris sch-recrea eve sector. Met deze werkgroepen bezoeken we het gebied. Daar halen we hun wensen op en bespreken we alterna even en hun e ecten. Daarbij gebruiken we ruimtelijke exper ses, verkeerskundigen, ora- en faunakenners, en toeris sche en economische deskundigen en laten we hen onderzoeken en checks doen. Belangrijk is onder meer borging van de lange termijn kwaliteit van het onderdeel recrea ewoningen van het plan. En essen eel zijn landschappelijke inpassing en aandacht voor duurzaamheid in het plan, vooral wat betre de recrea ewoningen. In deze fase betrekken we uiteraard ook de gemeentelijke ambtelijke exper se en ook weer de provincie en het waterschap.

Ontwerpversies van het voorkeursplan leggen we in deze fase ook meerdere malen voor aan de werkgroep van natuur- en landschapspartners uit fase a. De verschillende natuur- en landschapsorganisa es worden sowieso uitgenodigd deel te nemen en mee te denken aan de andere twee werkgroepen. In deze fase willen we ook een of twee brede informa e- en ophaalavonden houden over het plan met overige of algemeen geïnteresseerden. Daarna willen we het voorkeursplan laten vaststellen door college en raad. Fase c: procedure Omgevingsplan In deze fase willen we met de gemeente het Omgevingsplan maken. Het voorkeursplan werken we uit, we doen laatste onderzoeken, en we bespreken onderdelen van het plan met de gemeente en eerder betrokken stakeholders uit fase a en b. Verder willen we nog - zoals in fase b ook gebeurt - een brede avond organiseren voor geïnteresseerden. We bespreken met de gemeente de procedure om te komen tot een Omgevingsplan. Daar zi en uiteraard formele beslismomenten in voor college en raad met de bijbehorende communica e en inspraak/ zienswijzen. Omdat het plan zo par cipa ef tot stand is gekomen hopen we op een goed en pre g verloop van de o ciële procedure. 2.

Wie moet er betrokken worden? Qua natuur en landschapspar jen denken we nu aan: - VNC - IVN Rijk van Nijmegen - S ch ng Landschap Ooijpolder-Groesbeek - S ch ng Van Steen en Natuur - S ch ng Via Natura - Vogelwerkgroep Berg en Dal - Werkgroep Milieubeheer Groesbeek - Flora en Faunawerkgroep Gelderse Poort - S ch ng Landschapsbeheer De Ploegdriever We moeten nog met hen overleg voeren over dit par cipa eplan. Qua dorpen en omwonenden denken we nu aan: - Dorpsagenda Leuth - Vitaal Kekerdom - Dorpsagenda/dorpsvereniging Millingen i.o. - Heemkundekring de Du elt - Omwonenden (er is door ons een lijst gemaakt van personen, die we om privacyredenen hier niet toevoegen) We moeten met hen nog overleggen over dit par cipa eplan.

tti

tt

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ff

ti

ffi

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

Qua ondernemers(verenigingen) en de toeris sch-recrea eve sector denken we nu aan: - lokale supermarkten en omliggende campings en verblijfsaccommoda es - S ch ng Toerisme en Recrea e Berg en Dal - Ondernemend Ubbergen

- Millingse Ondernemersvereniging - BIZ Millingen - Werkgroep Horeca Berg en Dal - vertegenwoordigers toegankelijk toerisme en wandel- en etsrecreanten Ook met deze par jen en mensen gaan we nog overleg voeren over dit par cipa eplan. 3. Wie is verantwoordelijk voor de werkwijze en wie voor de uitvoering? We willen als eigenaar en ini a efnemer zelf het proces begeleiden. We hopen dat de gemeente ons helpt op inhoud en proces, bijvoorbeeld als er moeilijke situa es zijn op proces of inhoud. Uiteraard zijn er op meerdere momenten beslissingen en afwegingen van de gemeente nodig. We zijn bereid hierover vooraf een overeenkomst met de gemeente aan te gaan. Wij zullen een project- en par cipa emanager aanstellen. Er zullen kosten verbonden zijn voor ons aan de project- en par cipa emanager en aan de externe studies. Deze zullen wij voor onze rekening nemen. Uiteraard zullen wij regelma g toetsen of er sprake is van een haalbaar, nancieel posi ef plan, als dat niet zo is moeten we het ini a ef heroverwegen. 4.

Hoe gaat u om met bestaand beleid en voorwaarden? Het ini a ef lijkt goed te passen binnen het huidige beleidskader van de gemeente, zoals: het toeris sche beleid van de gemeente Berg en Dal (de recente gemeentelijke kadernota zet in op toevoeging van hoogwaardige recrea ewoningen, zeer goed ingepast in het landschap, en de raad benoemt Biesterveld daarbij als onderzoeksloca e voor verblijfsrecrea e), het structuurplan van de voormalige gemeente Ubbergen en het gemeentelijk landschapsontwikkelingsplan/LOP (de polder Biesterveld past binnen het plangebied Deelgebied 5 De Du eltse Zoom: recrea eve ontwikkeling of een vorm van rood-voor-groen zou hier onder voorwaarden mogelijk zijn). De provincie gee ook aan dat in beginsel (en uiteraard onder voorwaarden) het ini a ef binnen haar beleid past. Er zijn vanuit natuur- en landschapswetgeving (nog) geen blokkades vastgesteld bij de eerste ecologische verkenningen en me ngen, aldus het ecologische bureau Silvavir. Dit moet uiteraard grondig verder worden verkend (zie fase a) als basis voor het plan. 5. Wat doet u met de uitkomsten? Onder vraag 1 hebben we uitgelegd hoe we via drie procesfasen wensen willen ophalen, inzichten willen delen en voorstellen willen voorleggen aan de gemeente.

We maken als eerste (fase a) met natuurorganisa es een programma van uitgangspunten vanuit ora en fauna en kijken waar de natuur versterkt kan worden. Dat is de basis voor het maken van het plan in fase b, samen met de dorpen, omwonenden, toeris sche en ondernemersorganisa es en uiteraard weer de natuurorganisa es. De gemeente is in alle fases nauw betrokken. Ten slo e stelt de gemeente en het hoogste orgaan daarvan de gemeenteraad - het Omgevingsplan vast waarbij alle we elijke aspecten worden betrokken: fase c. 6. Wat is de rol van de gemeente, college van burgemeester en wethouders en/of gemeenteraad

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

fi

ti

fl

ti

tt

fi

ti

ti

tt

ti

ti

ff

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ti

ft

ti

ti

ti

ti

Onder vraag 1 hebben we uitgelegd hoe we via drie procesfasen van par cipa e wensen willen ophalen, inzichten willen delen en mogelijke beslissingen willen voorleggen aan de gemeente. De gemeente is in

alle fases nauw betrokken. Daarna stelt de gemeente en het hoogste orgaan daarvan de gemeenteraad het Omgevingsplan vast waarbij alle we elijke aspecten worden betrokken. De gemeente hebben we hard nodig voor inhoudelijke en procesma ge deskundigheid, ook als het moeilijk gaat in het traject en par jen er misschien niet uit komen. Het gaat om meerdere disciplines binnen de gemeente. De gemeente moet uiteraard afwegingen maken en formele publiekrechtelijke besluiten nemen.

ti

ti

ff

tt

ti

ti

ti

ti

Vanwege de mogelijke posi eve impact van het project op de Ooijpolder (natuur, landschap, recrea e, toerisme, voorzieningen, verkeer) en op de gemeente Berg en Dal als geheel, hopen we dat we via een sterk proces juist ook een posi eve gemeenteraad aantre en die het project vanuit het algemeen belang steunt en par jen samenbrengt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11086553/1