CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie doelgroepenvervoer BD (002)

Thema avond 23 maart 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Mogelijkheden bespreken voor besparingen op tot doelgroepenvervoer5.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Knoppenmodel Wmo-vervoer, leerlingenvervoer en jeugdwetvervoer Aan: Raadsleden en Carrouselleden Van: Wethouder Sylvia Fleuren, Lineke Meekes, Ben Bloem en directeur BVO DRAN Math van den Beucken Betreft: Notitie Wmo-vervoer, leerlingvervoer en vervoer Jeugdwet Doel: Ter voorbereiding op de thema-avond Doelgroepenvervoer op 23 maart 2021

Inleiding Op 1 augustus 2016 bracht onze gemeente samen met andere gemeenten in de regio Arnhem en Nijmegen het Wmo-vervoer in bij de regionale bedrijfsvoeringsorganisatie doelgroepenvervoer (hierna: BVO DRAN). Voor die datum zat dit vervoer bij de Stadsregio. De Stadsregio hield op te bestaan en daarom moesten we het vervoer anders gaan regelen. Tegelijkertijd kregen we nieuwe taken vanuit de Wmo en Jeugdwet waar ook vervoer bij zat. Die nieuwe taken gingen gepaard met een forse bezuiniging. Daarom zochten we een manier om de kosten te drukken. Dat zou kunnen door zoveel mogelijk vervoer samen te gaan regelen. Hoe meer samen, hoe efficiënter, hoe minder kosten was de gedachte. Daarom brachten gemeenten ook ander vervoer in bij de BVO DRAN. Voor ons was dit het leerlingenvervoer per 1 augustus 2017. We willen dat onze inwoners zich zelfstandig kunnen laten vervoeren naar hun medische afspraken, hun sociale contacten en sport en theater, zodat zij mee kunnen blijven doen in de samenleving. Om dit vervoer betaalbaar te houden voor de toekomst en te waarborgen dat inwoners die niet zonder kunnen van deze dienst gebruikt kunnen blijven maken, is een periodieke analyse nodig van beïnvloedbare posten. De BVO DRAN heeft in 2016 en in 2019 het doelgroepenvervoer aanbesteed. Gecontracteerde vervoerders rijden onder de merknaam Avan.

Avan vervoert mensen die een Avan-vervoerspas hebben (Wmo-vervoer), leerlingen die gebruikmaken van het leerlingenvervoer, en jeugdigen die gebruikmaken van de Jeugd-GGZ. Andere jeugdzorginstellingen regelen het vervoer zelf. Het Avan- vervoer wordt door gebruikers gewaardeerd met een 7,8 in het laatste klanttevredenheidsonderzoek. Het rapportcijfer is de laatste jaren gestegen. Avan voorziet in een behoefte en weet de dienstverlening steeds beter uit te voeren. Voor het Wmo-vervoer heeft een inwoner een indicatie nodig. Die krijgt hij/zij van het Sociaal Team. Een pashouder kan telefonisch of via de website een rit boeken. Bijvoorbeeld voor familiebezoek, of om te gaan winkelen. Ook vervoer naar bijvoorbeeld het ziekenhuis of de huisarts is mogelijk. En ook binnen de indicatie kunnen verschillen zitten. Zo hebben sommige inwoners deur-tot-deur-vervoer nodig, of moeten zij altijd voorin zitten. Ook kan het zijn dat een inwoner op medische gronden niet

1

alleen kan reizen, maar altijd begeleiding nodig heeft. Daarnaast kan de indicatie ook aangeven dat bepaalde hulpmiddelen (zoals een rolstoel) mee in de taxi moeten. De inwoner betaalt voor elke rit een starttarief en een kilometertarief. Het starttarief is een vast bedrag. Deze bedragen zijn gelijk aan die voor het OV. De rest van de kosten voor de rit wordt door de gemeente betaald. Een inwoner kan tot maximaal 25 kilometer reizen met Avan. Ritten verder dan 25 kilometer gelden als bovenregionaal vervoer en worden verzorgd door Valys (een landelijke regeling). Voor meer informatie over hoe Avan werkt, zie bovengenoemde website of de folder. Gebruik en kosten stijgen De kosten voor het regionale doelgroepenvervoer en voor onze gemeente in het bijzonder zijn niet gedaald maar gestegen. We zien een forse toename van het aantal ritten van het Wmo-vervoer. En daarmee ook een toename van de kosten. De toename van ritten heeft voor een groot deel te maken met het feit dat mensen steeds ouder worden en steeds langer thuis (moeten) blijven wonen. Dit past binnen ons beleid (en dat van de Rijksoverheid) dat we zoveel mogelijk willen dat mensen zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Indien zij niet meer in hun eigen vervoer kunnen voorzien, dan kan het Wmo-vervoer een oplossing zijn. De trend van langer thuis wonen zet de komende jaren door.

Bovendien zien steeds meer inwoners het gemak van reizen met Avan. Weer (samen) er op uit kunnen ondanks je beperkingen en zonder een ander (de kinderen, buren etc.) tot last te hoeven zijn, maar ook zelfstandig naar medische afspraken kunnen gaan. Door de toename van het aantal ouderen èn de aantrekkelijkheid van het vervoer verwachten we dat de kosten voor het Wmo-vervoer de komende jaren nog verder zullen stijgen. Maar ook door de belastingvrijstelling van BPM voor taxivoertuigen die per 2020 is afgeschaft. Hierdoor zijn de tarieven gestegen. Ook zero emissie voertuigen zijn duurder in aanschaf en leiden tot hogere tarieven. Daarnaast stopt de provincie per 2024 met de subsidie voor het Wmo-vervoer. Die subsidie dekte bij ons in 2019 nog circa 20% van de vervoerskosten af. De subsidie wordt tot en met 2024 tot nul afgebouwd. Het leerlingenvervoer laat geen toename van het gebruik en de kosten zien, maar eerder een afname. Dit komt doordat we een trainingsprogramma hebben om kinderen te leren zelfstandig met het reguliere OV te reizen, ook als zij naar een bijzondere school gaan. Grofweg gezegd betalen we jaarlijks zo’n 1 miljoen euro voor het doelgroepenvervoer.

Tabel 1: totale kosten doelgroepenvervoer 2019 2019 Wmo-vervoer € 359.760 Leerlingenvervoer € 487.779 BVO DRAN/regie* € 79.106 Totaal € 926.645 * Kosten voor de uitvoeringsorganisatie (Contractbeheer, aanbestedingen, et cetera). Met BVO wordt de vervoersorganisatie bedoeld die namens de gemeenten toeziet op de uitvoering van het vervoer. De regiecentrale plant de aangevraagde ritten in. De regiecentrale is net als het vervoer ingekocht door de BVO. Per 1 juli 2020 is een deel van de regietaken herbelegd bij de BVO.

2

Regionale en lokale maatregelen om te besparen De BVO DRAN heeft in 2020 een marktonderzoek laten uitvoeren. De rapportage is in december 2020 opgeleverd. Doel was het in beeld brengen van mogelijke besparingsopties, en het draagvlak hiervoor. Een aantal maatregelen kunnen alleen in BVO DRAN verband worden uitgevoerd, zoals het invoeren van een spitstarief. Andere maatregelen moeten op lokaal niveau worden uitgewerkt. De rapportage van dit marktonderzoek wordt meegezonden. Deze rapportage is ook gedeeld met de Regionale Adviesraad Doelgroepenvervoer (RAD) en met de Wmoconsulenten. De RAD geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de bestuurders van de BVO DRAN en bestaat uit een afvaardiging van ervaringsgebruikers uit de 18 deelnemende gemeenten. Als gemeente zijn wij aan zet als het gaat om welke inwoners met Avan kunnen reizen terwijl we ook de kosten in de gaten houden. Het zijn immers onze inwoners die we een pas geven om van Avan (de merknaam van het vervoer) gebruik te maken. In deze notitie geven we een aantal mogelijkheden om het gebruik van het doelgroepenvervoer te verminderen en zo kosten te besparen. Wat zeggen de cijfers NB: We hebben de cijfers voor 2020 buiten beschouwing gelaten, omdat dit een a-typisch jaar was.

Tabel 2: aantal door inwoners van onze gemeente verreden kilometers per jaar Jaartotaal Wmo vervoer 2017 147.552 2018 172.937 (+ 17%) 2019 184.809 (+ 7% t.o.v. 2018; 25% t.o.v. 2017) Leerlingenvervoer 2017 2018 642.140 2019 533.258 (- 17% t.o.v. 2018) Totaal 2018 815.077 2019 718.067 (- 13,5% t.o.v. 2018) In deze tabel staan de kilometers die per vervoersvorm verreden zijn. We betalen per kilometer, dus dit is een goede graadmeter voor de kosten. De tabel laat zien dat jaarlijks het aantal Wmo-kilometers fors groeit. Als we kijken naar het aantal kilometers dan was in 2019 het gebruik 25% hoger dan in 2017. Het leerlingenvervoer laat een forse daling zien. Er zijn minder kinderen die naar speciaal onderwijs gaan en we hebben een succesvol programma om ze te leren zelfstandig met openbaar vervoer te gaan (zie verderop). Omdat het leerlingenvervoer een veel grotere kostenpost is dan het Wmo-vervoer is het totale kostenplaatje wel positief.

3

Tabel 3: aantal pashouders per 1 januari Pashouders Daadwerkelijk gebruik Wmo 2017 911 27% 2018 955 (+ 5%) 26% 2019 1123 (+ 18%; + 23% tov 2017) 26% Leerlingenvervoer 2018 148 100% 2019 139 (- 6,1%) 100% Kijken we naar het aantal pashouders in tabel 2 dan zien we dat bij het Wmo-vervoer niet alleen het aantal gereden kilometers toeneemt, maar ook het aantal pashouders. Wat opvalt is dat nog niet een derde van de pashouders de pas daadwerkelijk gebruikt. Dit percentage is stabiel en is gelijk aan de andere gemeenten in onze regio. In het leerlingenvervoer zien we een daling van het aantal pashouders. Het aantal kilometers daalt sneller. De ritten worden dus korter en mogelijk dat sommige kinderen vaker de bus pakken (en soms nog de taxi). Tabel 4: kosten op jaarbasis Kosten Wmo 2017 € 205.536 2018 € 274.803 2019

€ 359.760

Leerlingenvervoer 2017 2018 2019

€ 228.920 € 554.392 € 487.779

Opmerkingen

+ 33% (meer kilometers verreden en afbouw Wmo-subsidie provincie) + 31% t.o.v. 2018; 75% t.o.v. 2017 (meer kilometers verreden, hogere indexatie tarieven vervoerders) Vanaf augustus 2017 - 12% t.o.v. 2018

Te zien is dat de kosten voor het Wmo-vervoer met 33% zijn gestegen van 2017 op 2018. In 2019 zijn de kosten voor het Wmo-vervoer verder gestegen met 31%. Dit betreft enerzijds meer verreden kilometers, maar anderzijds zitten hier ook de effecten in van de afbouw van de Wmo-subsidie die de provincie ons verstrekt. Voor het leerlingenvervoer is geen goede vergelijking mogelijk, omdat dit pas sinds augustus 2017 bij de BVO zit. Wel zien we dat de kosten in 2019 met 12% zijn gedaald t.o.v. 2018.

4

Berg en Dal wijkt niet af van het landelijke beeld Als we het gebruik van het doelgroepenvervoer afzetten tegen het regionale beeld en landelijke tendensen dan zien we weinig bijzonderheden. Zo maken onze inwoners geen extra lange of verre ritten, er zijn geen afwijkende bijzonderheden zoals bijvoorbeeld meer of juist minder rolstoelgebruikers dan in andere gemeenten en ook het aantal vervoerspassen is niet hoger dan elders. Kortom, het is niet zo dat in onze gemeente andere zaken spelen dan elders waardoor het gebruik en de kosten hier stijgen. Ook in onze gemeente komt de stijging vermoedelijk voor het grootste deel doordat mensen ouder worden en dat ze langer zelfstandig thuis blijven wonen. De stijging van het vervoer hoeft dus niet persé iets onwenselijks te zijn: het laat ook zien dat mensen de deur uit gaan en niet thuis blijven zitten. Daarnaast blijkt uit onderzoek en uit onze eigen bevindingen (Wmo-consulenten) dat de mensen die op doelgroepenvervoer zijn aangewezen tevreden zijn over het vervoer én in de meeste gevallen ook geen alternatief vervoer hebben1. De reizigers kunnen dus vaak ook niet anders dan het doelgroepenvervoer gebruiken voor hun verplaatsingen. Bijvoorbeeld omdat ze niet met de bus kunnen (te ver weg, fysiek niet toe in staat). Het doelgroepenvervoer voorziet dus in een behoefte.

De Wmo-consulenten geven aan dat de meeste inwoners het vervoer ook alleen gebruiken als het écht moet. Inwoners betalen voor hun ritten, er is een maximumaantal kilometers van 25 kilometer per rit, de taxi mag een half uur omrijden en mag een kwartier voor of na de afgesproken tijd voor de deur staan. Dit maakt dat er al een drempel is om er gebruik van te maken. Het feit dat de gebruikers en hun ritten geen bijzonderheden laten zien, maakt dat de voorgestelde te nemen maatregelen vooral algemene maatregelen betreffen. Die maatregelen werken we hierna uit. Sommige hebben een klein effect op de financiën en/of op het gebruikersgemak, andere maatregelen hebben juist een groot effect. Maatregelen om kosten te besparen binnen het Wmo-vervoer Maatregel 1. Niet meer toestaan dat pashouders met een scootmobiel korte ritten kunnen maken Een scootmobiel is in principe bedoeld voor korte ritjes rondom huis. Overwogen zou kunnen worden om pashouders met een scootmobiel niet meer toe te staan Avan te gebruiken voor korte ritten. Daar is de scootmobiel immers voor bedoeld. Maatschappelijk effect Pashouders kunnen korte ritten niet meer met Avan reizen. Er zijn zes pashouders met een scootmobiel die in 2019 kortere ritten maakten dan 4 kilometer. Het maatschappelijk effect is dus klein. De pashouders kunnen eventueel meer ritten met hun scootmobiel maken of op een andere manier reizen.

Kanttekening is wel dat de korte ritten niet persé om het huis gemaakt hoeven te worden. In theorie zou de pashouder immers ook 10 kilometer met de scootmobiel hebben kunnen reizen naar een familielid en na het bezoekje vervolgens nog eens 3 kilometer met Avan kunnen reizen naar het 1 Zijlstra, T. et al (2019). De reizigers in het sociaal recreatieve doelgroepenvervoer in Nederland.

Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid

5

ziekenhuis. Bijvoorbeeld omdat de pashouder vermoeid is van de eerste rit. Ook kan het in onze gemeente zo zijn dat een scootmobiel niet goed over bepaalde heuvels komt. Draagvlak De Wmo-Adviesgroep ziet meer in het verlagen van het kilometerbudget voor scootmobielgebruikers (zie verderop). Door het weigeren van korte ritten van scootmobielgebruikers, nemen we hen een stukje keuzevrijheid af. Ze kunnen immers niet meer kiezen voor welke ritten ze de scootmobiel gebruiken of Avan. De keuze wordt voor hen gemaakt. Op welke termijn Dit kan per 1 januari 2022. Dat geeft genoeg tijd om de verordening aan te passen, met de betrokken pashouders gesprekken te voeren en om ze een overgangsperiode te geven. Financieel effect In 2019 waren er 6 pashouders die samen 377 kilometers reden tijdens ritten die korter waren dan 4 kilometer. Als dit niet meer wordt toegestaan, bedraagt de besparing structureel € 848. De invoering kost eenmalig € 300. Dit zijn kosten voor brieven en voor eventueel een persoonlijk gesprek voor de pashouders die in 2019 te veel kilometers reisden. Maatregel 2. Ondergrens toewijzing Avan-pas Wmo-reizigers krijgen enkel een vervoerspas indien zij aantoonbaar een structurele vervoersbehoefte hebben. Er wordt alleen een pas verstrekt indien zij minimaal 12 ritten (6 retourritten, heen en terug) per jaar maken.

Dit wordt gebaseerd op het aantal ritten van het voorgaande jaar. Enkele gemeenten (Arnhem, Duiven, Westervoort, Zevenaar) hebben invoering van deze maatregel op korte termijn al op de planning staan. De meeste gemeenten in de regio Nijmegen geven aan deze maatregel niet in te willen voeren. Bij sommigen heerst de angst dat reizigers meer gaan reizen om aan het minimum te voldoen. Maatschappelijk effect Inwoners krijgen alleen een pas als zij ook daadwerkelijk reizen met Avan. Van alle pashouders in Berg en Dal reist in een normaal jaar (geen corona) 26% van de pashouders met Avan. Dit percentage is stabiel en gelijk aan dat in andere regiogemeenten. Voor pashouders die per uitzondering wel een keer met Avan willen reizen, vervalt de mogelijkheid. Draagvlak Uit het marktonderzoek bleek dat er een redelijke mate van acceptatie is voor deze maatregel onder alle stakeholders, met het verzoek rekening te houden met tijdelijke uitzonderingen. Op welke termijn Dit kan per 1 januari 2022. Dat geeft ons voldoende tijd om de verordening aan te passen, gesprekken met pashouders te voeren en een overgangsperiode te hanteren. Financieel effect Pashouders die geen gebruik maken van hun vervoerspas, kosten de gemeente in principe weinig geld, want we betalen per gereden kilometer.

Het is dan ook zeer de vraag of de kosten voor administratieve verwerking en het voeren van keukentafelgesprekken met niet-reizende pashouders opwegen tegen de verwachte besparing. Maatregel 3. Sanctie bij verwijtbare loosmelding Een loosmelding is een melding die een vervoerder doet als hij voor ‘niets’ heeft gereden, bijvoorbeeld omdat de pashouder niet op de afgesproken tijd op de afgesproken plek was, of omdat de pashouder niet mee wilde terwijl de rit wel was besteld. Deze ritten kosten ons geld, ook al wordt er niemand vervoerd.

6

In het vervoerreglement staat dat Avan €10 in rekening kan brengen bij de reiziger voor gemaakte kosten bij een verwijtbare loosmelding. Avan doet hier niets mee. Als gemeente kunnen we meldingen ontvangen van een loosmelding. Op basis van deze meldingen kan gekeken worden hoeveel loosmeldingen er zijn. Daar moet momenteel echter veel tijd voor vrijgemaakt worden. Bovendien moet dan per loosmelding bekeken worden of de loosmelding verwijtbaar is. Een loosmelding is verwijtbaar als de schuld bij de pashouder ligt. Bijvoorbeeld als de chauffeur op tijd op de juiste locatie heeft gestaan, maar de pashouder was er niet (op tijd) of wilde niet mee. De BVO DRAN stelt voor om hier voor alle 18 gemeenten op dezelfde manier mee om te gaan. De BVO DRAN stelt in overleg met de gemeenten een protocol op, uitgaande van twee waarschuwingen en bij de derde keer het deactiveren van de vervoerspas. Een waarschuwing ontvangt iemand bij drie of meer verwijtbare loosmeldingen in één maand. Er kunnen uitzonderingen gemaakt worden, de uiteindelijke beslissing voor het innemen van de pas, ligt bij de gemeente. Dit protocol moet nog opgesteld worden. Ook moet er in Berg en Dal nog geanalyseerd worden hoeveel loosmeldingen per maand het betreft, en of er binnen het Sociaal Team hiervoor capaciteit voor vrijgemaakt kan worden. In 2019 waren er in Berg en Dal 1.729 loosmeldingen.

Dat was 2,82% op het totale aantal ritten. 55% (944) van de loosmeldingen was verwijtbaar. Maatschappelijk effect De verwachting is dat invoering van deze maatregel tot meer bewustzijn bij de reiziger leidt. Wel kan er mogelijk een discussie ontstaan over wanneer de loosmelding verwijtbaar is en wanneer niet. Draagvlak Volgens het marktonderzoek is er veel draagvlak voor deze maatregel, zowel onder consulenten als onder pashouders. Op welke termijn Nog niet bekend. Eerst moet onderzocht worden of hiervoor voldoende capaciteit is binnen het Sociaal Team. Ook is nog niet bekend wanneer het protocol klaar is. Financieel effect Dit moet voor de gemeente Berg en Dal nog nader onderzocht worden. We hebben nog geen zicht op het aantal loosmeldingen waarop een besparing kan worden gerealiseerd. Ook de uitvoeringskosten zijn nog onbekend. Dan gaat het om de kosten voor het contact opnemen met de pashouders en het maandelijks analyseren van de loosmeldingen. De verwachting is dat het aantal loosmeldingen flink naar beneden kan worden gedraaid. Met de vervoerders is de afspraak gemaakt dat zij voor een loosmelding waarbij de schuld niet bij de vervoerder ligt, een vergoeding krijgen van 4 kilometer (het opstarttarief voor vervoerders). Dat is de besparing die we als gemeente kunnen maken.

We verwachten dat het terugdringen van het aantal loosmeldingen ons een flinke besparing kan opleveren. 4. Inwoners betalen €7,50 voor het aanmaken van een nieuwe vervoerspas Volgens onze verordening hoeven inwoners geen eigen bijdrage te betalen voor het laten aanmaken van een vervoerspas. Het bedrag van €7,50 is gelijk aan het bedrag dat mensen die met het ov reizen kwijt zijn voor de aanschaf van een persoonlijke ov-chipkaart. Andere gemeenten binnen de regio Nijmegen vragen (nog) geen bijdrage voor de vervoerspas. Voor het laten betalen voor de vervoerspas zijn twee opties: 1) Pashouders betalen een bijdrage als zij een indicatie krijgen voor een vervoerspas; 2) Pashouders betalen een bijdrage als zij een vervangende vervoerspas nodig hebben, bijvoorbeeld omdat hun pas verloren of gestolen is. Voor deze maatregel heeft Avan een voorstel gedaan om deze Avan-breed in te voeren. De uitgifte van vervangende vervoerspassen komt dan bij Avan te liggen. Hier neemt het AB van de BVO DRAN op 8 juli 2021 een definitief besluit over.

7

Maatschappelijk effect Pashouders zullen bewuster met hun pas omgaan en beter opletten dat ze de pas niet kwijtraken. Draagvlak De Regionale Adviesraad (RAD) geeft aan dat dit mogelijk in strijd is met het VN-verdrag voor mensen met een handicap. Ook zou het voor mensen met een minimuminkomen te duur kunnen zijn. Er zijn drie Avan-gemeenten (Duiven, Westervoort, Zevenaar) waar desondanks binnenkort een eigen bijdrage wordt ingevoerd. Het probleem voor dat de bijdrage eventueel oplevert voor pashouders met een minimuminkomen, zou opgelost kunnen worden door deze kwijt te schelden op grond van het minimabeleid, net zoals we dat doen voor de eigen bijdrage Wmo. Volgens het marktonderzoek zou 24% van de pashouders dit een acceptabele maatregel vinden, en 43% (helemaal) niet. Wmo-consulenten geven aan dit een redelijke maatregel te vinden. Op welke termijn Voor beide opties geldt dat de verordening dient te worden aangepast. Naar verwachting wordt deze in december 2021 voorgelegd aan de raad. De maatregel zou dan per 1 januari 2022 kunnen ingaan, met dien verstande dat we bij optie 2 afhankelijk zijn van derden (BVO DRAN) voor het inregelen. Financieel effect Het aanmaken van een vervoerspas kost €25,-. Per pas betaalt de gemeente bij deze maatregel dus nog €17,50 terwijl de pashouder €7,50 meebetaalt.

Uitgaande van circa 170 passen per jaar kost het aanmaken van nieuwe en vervangende passen €4.250,- per jaar. Besparing is structureel € 1.260 per jaar. Bij kwijtschelding van de bijdrage voor pashouders met een minimuminkomen zal de besparing uiteraard kleiner zijn. 5. Ov-training Sommige leerlingen die gebruikmaken van het leerlingenvervoer kunnen met een beetje hulp zelfstandig leren reizen met het openbaar vervoer. We kopen daarvoor het product MEE op weg in bij stichting MEE. We zetten dit product sinds 2017 in. Leerlingen leren met een maatje met het OV reizen. Als na een jaar blijkt dat ze het zelf kunnen dan gaan ze uit het leerlingenvervoer en betalen we als gemeente nog één jaar de kosten van het OV. Zodat de financiële drempel voor ouders niet te groot is. Het leerlingenvervoer betalen we immers als gemeente, terwijl het OV door de ouders moet worden betaald. Ook voor pashouders met een Wmo-indicatie zouden we Ov-trainingen kunnen aanbieden via MEE. Uit het marktonderzoek is gebleken dat zo’n 30% van de ritten in het Wmo-vervoer theoretisch ook met het OV gemaakt had kunnen worden. Het gaat dan om ritten waarbij de reiziger dicht bij een OVhalte woont en waar de bestemming zich ook dichtbij een OV-halte bevindt (binnen een straal van 400 meter). Als pashouders met het OV reizen in plaats van met Avan, scheelt dat de gemeente geld.

Het gaat dan wel om een beperkte doelgroep. Verwachting is dat bij de Wmo slechts kleine aantallen dit kunnen leren. Mensen krijgen bijvoorbeeld een pas omdat ze de afstand tot de bushalte niet kunnen overbruggen. Dan helpt een OV-training uiteraard niet. Ook kan overstappen in het OV (bijvoorbeeld van bus op bus, of van bus op trein) een probleem vormen. Zo kan het Centraal Station in Nijmegen voor lichtdementerenden beangstigend zijn.

8

Maatschappelijk effect Inwoners hoeven geen vervoerspas meer van de gemeente, maar kunnen zichzelf redden op het gebied van vervoer. Op welke termijn Het onderzoek naar welke inwoners in aanmerking zouden komen, moet nog gestart worden. Naar verwachting zouden we hiermee per 1 januari 2022 kunnen starten. Draagvlak De Wmo-consulenten zijn kritisch op deze maatregel. Ze verwachten dat slechts een zeer kleine groep hiervoor in aanmerking kan komen. In de keukentafelgesprekken komt al aan bod of mensen met het OV kunnen reizen. Financieel effect Uitgaande van de trainingen voor het leerlingenvervoer kost de training per Wmo-reiziger €1400. Dit kost het dus extra in het eerste jaar als een pashouder leert reizen met de bus, maar ook nog met de Avan-taxi reist. De kilometers die een pashouder daarna met het Ov reist, sparen we uit. We zullen goed moeten kijken wie hiervoor in aanmerking zou kunnen komen. Dat vraagt om een goede analyse en dus om extra uitvoeringskosten. Het is dus nog te vroeg om hier iets over te zeggen. 6. Verlagen kilometerbudget van 2000 kilometer naar 1500 kilometer Wmo-pashouders krijgen in onze gemeente een budget van 2000 kilometer. Met dit kilometerbudget kunnen ze maximaal 2000 kilometer reizen tegen het lage Wmo-tarief. Pashouders kunnen met het lage Wmo-tarief (Wmo-tarief met korting) ritten tot 25 km maken.

De kosten voor deze ritten worden voor het grootste deel vergoed door de gemeente. Jurisprudentie wijst uit dat een kilometerbudget van 1250 tot 1500 kilometer voldoende is om een inwoner die niet zelf in zijn vervoer kan voorzien in staat te stellen mee te doen in de samenleving. Gemeenten Heumen en Wijchen hanteren al een kilometerbudget van maximaal 1500 kilometer. Binnen deze maatregel kunnen nog twee keuzes gemaakt worden: 1. Tegen hoog Wmo-tarief verder reizen als het kilometerbudget op is (dit is momenteel al het geval, maar dan vanaf 2000 kilometer). Het hoog Wmo-tarief (Wmo-tarief zonder korting) is gelijk aan het lage OV-tarief, wat mensen zonder Wmo-indicatie betalen als zij met Avan reizen omdat er geen OV-alternatief is. 2. Niet meer verder kunnen reizen tegen een Wmo-tarief als het kilometerbudget op is. Maatschappelijk effect 1. Pashouders kunnen minder ver rijden tegen een laag tarief. Van de 1000 pashouders reden in 2019 12 meer dan 1500 kilometer. Het effect is dus laag. Pashouders kunnen nog wel tegen een hoger tarief doorreizen. Dit tarief is voor pashouders drie keer zo duur als het lage Wmotarief. Reizigers gaan kritischer kijken naar waar ze naartoe reizen. En eerder andere reismogelijkheden zoeken. 2. Het effect van niet meer door kunnen reizen tegen een Wmo-tarief is groter dan bij de eerste optie.

Het betekent namelijk dat pashouders tegen een OV-tarief met Avan moeten reizen. Dan gaat het bindend OV-advies gelden. Op basis van enkele criteria (o.a. eenmaal overstappen, halte op maximaal 800 meter) wordt gekeken of de reis met de bus is te maken. Kan dat niet dan betaalt pashouder het lage OV-tarief. Dit tarief is gelijk aan het hoge Wmotarief. Is de reis wél met de bus te maken dan betaalt pashouder het hoge OV-tarief. Ook gelden de Wmo-indicaties niet als pashouder reist tegen OV-tarief. Dan kan bijvoorbeeld de rolstoel niet mee.

9

Draagvlak De Wmo-adviesgroep kan wel instemmen met een verlaging van het aantal kilometers, maar niet met optie 2. Het feit dat de indicatie niet langer geldt als toch wordt doorgereisd en bijvoorbeeld rolstoelers niet meer mee kunnen, zien zij als een groot bezwaar. Bovendien lijkt het hen niet redelijk om de provincie met de extra kosten op te zadelen. De adviesgroep heeft dan ook geadviseerd om te bekijken waarom de pashouders die meer reizen dat doen. Dit onderzoek is in 2019 gedaan. In de meeste gevallen zijn er geen dwingende redenen om met Avan te reizen. Als er wel dwingende redenen zijn, dan kan in overleg met het sociaal team maatwerk worden geleverd. Consulenten denken dat deze maatregel haalbaar is, zolang pashouders wel door kunnen blijven reizen tegen het hoge Wmo-tarief. Deze maatregel is in het marktonderzoek niet aan pashouders voorgelegd. Op welke termijn De kilometerbudgetten worden elk jaar per 1 januari vastgesteld. Ook moet de verordening worden aangepast. Deze wordt naar verwachting in december 2021 aan de raad voorgelegd. Invoering kan dan per 1 januari 2022. Financieel effect In totaal waren er in 2019 12 pashouders die samen 7400 kilometer boven het kilometerbudget reisden. Bij optie 1 is de besparing € 3.700 op jaarbasis. Bij optie 2 is de besparing € 16.500 op jaarbasis.

Bovendien geldt dan dat als pashouder tegen het OV-tarief gaat reizen, de extra kosten naast de ritbijdrage van de pashouder voor de provincie zijn. Bij beide opties is uitgegaan van 1500 km per jaar. De invoering kost eenmalig circa € 2.500 om pashouders te informeren. Dit zijn kosten voor brieven en voor eventueel een persoonlijk gesprek voor de pashouders die in 2019 te veel kilometers reisden. 7. Verlagen kilometerbudget voor scootmobiels Sommige inwoners hebben naast een Wmo-vervoerspas ook een scootmobiel van de gemeente gekregen. Een scootmobiel kunnen ze gebruiken voor korte ritjes in de buurt van hun huis. Overwogen zou kunnen worden om pashouders met een scootmobiel een lager kilometerbudget te geven, omdat ze de scootmobiel hebben gekregen voor de korte ritten. Pashouders met een scootmobiel 500 kilometer in mindering brengen is gebruikelijk in Nederland. Meerdere gemeenten in onze regio hebben dit al ingevoerd. In de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2018 is al opgenomen dat het kilometerbudget voor Wmo-vervoer gekort wordt als ook een andere vervoersvoorziening (zoals een scootmobiel) is verstrekt. We doen dit echter nog niet. Gemeenten Heumen en Wijchen doen dit al wel, daar krijgen inwoners met een scootmobiel kilometerbudget van maximaal 750 km per jaar.

Hierbij wordt opgemerkt dat beide gemeenten vrijwilligersvervoer hebben dat de hele gemeente dekt. Maatschappelijk effect Pashouders kunnen minder kilometers met Avan reizen. Er zijn 68 pashouders met een scootmobiel. Drie pashouders rijden meer dan 1000 kilometer. Het maatschappelijk effect is dus klein. De pashouders kunnen eventueel meer ritten met hun scootmobiel maken of kritischer kijken naar de reizen die ze met Avan maken. Draagvlak De Wmo-Adviesgroep zou graag zien dat er met de betrokken pashouders een gesprek wordt gevoerd.

10

Op welke termijn De kilometerbudgetten worden elk jaar per 1 januari vastgesteld. Ook moet de verordening worden aangescherpt. Deze wordt naar verwachting in december 2021 aan de raad voorgelegd. Invoering kan dan per 1 januari 2022. Financieel effect In 2019 waren er drie pashouders die samen 1070 kilometers te veel reisden. Als dit niet meer wordt toegestaan bedraagt de besparing € 2.400 op jaarbasis. De invoering kost eenmalig € 750. Dit zijn kosten voor brieven en voor eventueel een persoonlijk gesprek voor de pashouders die in 2019 te veel kilometers reisden. 8. Onderzoek naar mogelijkheden om pashouders meer met lokaal vrijwilligersvervoer te laten reizen In verschillende kernen zijn vrijwillige vervoersdiensten. Bijvoorbeeld de SWOM-bus in Millingen aan de Rijn en de Toektoek in Berg en Dal. De Toektoek is vooral bedoeld voor korte ritten in en om het dorp. De SWOM-bus heeft een functie die wat meer aansluit bij Avan. Onderzocht zou kunnen worden of pashouders die in die kernen wonen, verleid kunnen worden om meer met dit lokale vervoer te reizen. Hierop aansluitend zouden we opnieuw kunnen bekijken of er nieuwe vervoersmogelijkheden wenselijk zijn om te ontwikkelen.

Ook kunnen we kijken naar landelijke initiatieven zoals ANWB automaatje (lokale vrijwilligers met een eigen voertuig en landelijk gecoördineerd) en gratisvoertuig.nl (via reclame gratis een voertuig ter beschikking gesteld). Draagvlak De Wmo-adviesgroep adviseert om ANWB automaatje te onderzoeken. Maatschappelijk effect Pashouders gebruiken het lokale vervoer. Enerzijds is dit wenselijk voor dit vervoer zelf, omdat meer gebruik gunstig is voor de instandhouding ervan. Anderzijds blijkt uit ervaringen van gebruikers dat zij graag door dorpsgenoten worden vervoerd. Liever dan door chauffeurs die ze niet kennen. Bovendien rijdt het lokale vervoer vaker direct naar de bestemming, terwijl Avan meestal omrijdt omdat andere pashouders ook onderweg opgehaald kunnen worden. Bovendien is het schoner om een voertuig van dichtbij te laten komen – zeker als het elektrisch is – dan een taxi die bijvoorbeeld uit Druten moet komen. Op welke termijn Nog niet bekend. Financieel effect Indien pashouders minder met Avan reizen maar meer met lokaal vervoer dan dalen de kosten voor Avan. Mogelijk dat het wenselijk is om wel (incidenteel) met een subsidie bij te dragen aan de kosten voor lokale vervoersvormen.

Enkele vragen/aandachtspunten die beantwoord moeten worden:  Is het voor pashouders goedkoper om met lokaal vervoer te reizen dan met Avan?  Verleiden we pashouders om gebruik te maken van lokaal vervoer of willen we dit meer dwingend doen? Verleiden bijvoorbeeld via prijsprikkel of door telefonisch bij ritreservering bij Avan te wijzen op lokaal vervoer. Of dwingen door tijdens openingsuren geen ritten vanuit die kern met Avan toe te staan.  Zijn de lokale vervoerders in staat om meer gebruikers te vervoeren? Of leidt dit tot bijvoorbeeld meer voertuigen en dus (mogelijk voor de gemeente) meer kosten?  Rolstoelen zijn bij de meeste lokale vervoerders niet toegestaan. Dit zou kunnen betekenen dat pashouders met een rolstoel Avan blijven gebruiken.

11

Tabel 4: Overzicht maatregelen Maatschappelijk effect -

Draagvlak

Financieel effect

-

€848 p.j.

+

+ ++

Eigen bijdrage €7,50 voor nieuwe pas OV-training Verlagen km-budget

+ + +/-

+/+/-

Onzeker, mogelijk negatief Onbekend, maar de moeite van het onderzoeken waard €1.260 p.j. Onzeker €3.700 - € 16.500 p.j.

Verlagen km-budget voor scootmobiels Uitbreiding vrijwilligersvervoer onderzoeken

+ +/-

+ +

Maatregel Geen korte ritten meer voor pashouders met scootmobiel Ondergrens toewijzing AVANpas Sanctie bij verwijtbare loosmelding

Totaal

12

€2.400 p.j. Onbekend, maar de moeite van het onderzoeken waard Tot €21.000 p.j. mogelijk te besparen, zijnde 2,2% op het totale jaarlijkse budget

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9894921/1