Nijmegen Regioplan Jeugd
Tekst van het document
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
Wij
zijn regio Nijmegen: Berg en Dal Beuningen Druten Heumen Mook en Middelaar Nijmegen Wijchen
KRACHT DOOR VERBINDING IN REGIO NIJMEGEN Beschrijving van de samenwerking in de regio Nijmegen op het gebied van jeugdhulp. Opgesteld conform de eisen van de Norm van Opdrachtgeverschap van de VNG.
INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 2. 3 3.1 3.2 3.3
Regiobeeld samenwerking jeugdhulp 4 Inleiding 4 Waarom een regiobeeld? 4 En de Wmo dan? 5 Wie zijn ‘we’? 6 Leeswijzer stuk 6 Visie 7 Afbakening lokale en regionale functies 8 De piramide van hulp 8 De toegangspoort organiseren we lokaal 9 De aanvullende zorg vanuit de Jeugdwet organiseren we regionaal 9 3.3.1 Taken 10 3.3.2 Doelen 10 3.3.3 Doelgroep 10 4. Organisatie van de regionale samenwerking 11 4.1 Regionale sturing 11 4.2 Regionaal Ondersteuningsbureau en inhoudelijk regionaal werkprogramma 12 4.3 Lokale regiocapaciteit 12 4.4 Bekostiging middels regiobegroting 12 4.5 Alle gemeenten zijn betrokken 13 4.6 Regionaal contractmanagement 13 4.6.1 Monitoring 13 4.6.2 Kwaliteit en handhaving 14 5. Vormen van regionaal ingekochte jeugdhulp en ontwikkelingen 15 5.1 Het jeugdhulpveld 15 5.2 Ambulante jeugdhulp 16 5.2.1 Contracten en producten 16 5.2.2 Regionale inkoop maar grote lokale verantwoordelijkheden 17 5.2.3 Ontwikkelingen 17 5.3 Zware jeugdhulp 18 5.3.1 Jeugdhulp met verblijf: contracten en producten 19 5.3.2 Transformatie plannen jeugdhulp met verblijf: zoveel mogelijk thuis 19 5.3.3 Jeugdbescherming en jeugdreclassering: contracten en producten 20 5.3.4 Keten rondom jeugd en veiligheid 20 5.3.5 Verschillende ontwikkelingen op verschillende geografische niveaus 20 5.4 Overzicht regionale overlegtafels 21 5.4.1 Regionaal Team Integrale Vroeghulp 21
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
5.4.2 Overleg Passende Hulp Jeugd 5.4.3 MDA++/aanpak structurele onveiligheid 5.4.4 Jeugdbeschermingstafel 5.4.5 Ketenoverleg Beschermd Wonen 5.4.6 Top 150 Zorg- en Veiligheidshuis 5.4.7 Top X Plus Zorg- en Veiligheidshuis 5.4.8 Tussen wal en schip overleg (overgang 18 jaar) 6. Goed partnerschap in contractering 6.1 Beperking administratieve lasten 6.2 Regionale uniformiteit in contractmanagement 6.3 Zorgvuldige voorbereiding van inkooptrajecten en langjarige contracten 6.4 Reële tarieven 7. Bovenregionale samenwerking rondom jeugdhulp in de G7 7.1 Het hogere doel van de Gelderse samenwerking 7.2 Uitgangspunten van de Gelderse samenwerking 7.3 Scope van de bovenregionale samenwerking bekeken vanuit de soorten specialistische jeugdhulp 7.4 Scope van de bovenregionale samenwerking bekeken vanuit de doelgroep 7.5 Gelderse uitvoeringsagenda 8. Toekomst 8.1 Wetsvoorstel jeugd 8.2 Keuzes van het rijk en gemeenten 8.3 Toekomstscenario’s kind- en gezinsbescherming 8.4 Bovenregionale samenwerking 8.5 Maatschappelijk debat 8.6 Leren en verbeteren vanuit de praktijk in de regio 8.7 Kwaliteit en het cliëntperspectief Bijlage 1 - Cliëntervaringsonderzoeken
21 21 21 21 21 21 22 23 23 23 23 25 26 26 26
27 27 28 30 30 31 32 32 32 32 33 34
3
- De invulling van de zorgvuldigheideisen in de contractering. - De organisatie van de bovenregionale jeugdhulpfuncties met de zeven Gelderse jeugdregio’s (G7).
1.
REGIOBEELD SAMENWERKING JEUGDHULP
Als basis voor dit document gebruiken we zoveel mogelijk de bestaande documenten: - Door de regionale raden vastgestelde regionale visie ‘Transformeren en Integreren’ 2012, beleidsnota ‘Kracht door Verbinding’ 2014 en ‘Inkoopkader ambulante Wmo en jeugdhulp 2018 en verder’. - Door regionale colleges vastgestelde offerte-aanvragen voor alle contractering (aanbestedingen of subsidie).
- Door het regionale wethoudersoverleg (portefeuillehoudersoverleg) jaarlijks vastgestelde ‘Samenwerkingsovereenkomst en regionaal werkprogramma’. We vatten samen welke afspraken we binnen onze regio gemaakt hebben. Dit betekent dat we in dit stuk geen nieuwe (beleids) visies en samenwerkingsafspraken formuleren, maar dat we een foto maken van de regionale samenwerking zoals we die op dit moment ingericht hebben. Wij adviseren om na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 een analyse te maken of we de regionale samenwerking moeten aanpassen aan de nieuwe ont-
wikkelingen. Er is bijvoorbeeld een nieuw wetsvoorstel ‘Beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ waarin staat dat een regionale entiteit moet worden opgericht conform de Wet op gemeenteschappelijke regelingen1. Naast dit wetsvoorstel zijn er nog meer toekomstige ontwikkelingen, zie hiervoor het laatste hoofdstuk. 1.3 EN DE WMO DAN? In het Rijk van Nijmegen contracteren we ook de uitvoering van de nieuwe Wmo taken inclusief de dagbesteding en begeleiding van volwassenen. De Norm voor Opdrachtgeverschap van de VNG betreft echter alleen de jeugdhulp. De beleidsinvulling en sturing op de uitvoering van de Wmo is
1.1 INLEIDING
Gemeenten hebben de wettelijke taak dat er zorg en ondersteuning is als inwoners dat nodig hebben. De ambitie is om kwalitatief goede zorg te bieden, die betaalbaar en toegankelijk is. We sluiten hierbij aan op de behoeften en mogelijkheden van inwoners. Dit is geen eenvoudige opgave. Het is namelijk noodzakelijk om expertise binnen gemeenten te bundelen, om te zorgen voor professioneel opdrachtgeverschap richting aanbieders en goede zorg voor burgers.
In 2012 zijn we als regio aan de slag gegaan met het opzetten van een stevige regionale samenwerking. We moesten ons voorbereiden op de decentralisaties die gepaard gingen met een grote bezuinigingstaakstelling. Zorgaanbieders en cliëntorganisaties zijn hier vanaf het begin bij betrokken en hebben met ons meegedacht over de richting en uitgangspunten. Dit heeft in 2013 geresulteerd in de beleidsvisie ‘Kracht door Verbinding’. 1.2 WAAROM EEN REGIOBEELD? Op 10 juni 2020 is in de VNG de resolutie Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) Jeugd vastgesteld. Hiermee erkennen alle gemeenten dat specialistische jeugdhulp de schaal van een individuele gemeente
4
te boven gaat en dat regionale en bovenregionale samenwerking essentieel is om de jeugdhulp zo goed en efficiënt mogelijk in te richten. Hoe we dit in het Rijk van Nijmegen organiseren, beschrijven we in dit document. We geven helderheid over een aantal verplichte onderwerpen van de NVO: - De afbakening van welke functies lokaal belegd zijn, zoals lokale (wijk)teams, en welke regionaal belegd zijn. - Organisatie van de regionale samenwerking (governance). Het gaat hier om alle taken die we regionaal oppakken om uitvoering te geven aan het opdrachtgeverschap van de jeugdhulp. - Vormen van regionaal ingekochte jeugdhulp en ontwikkelingen.
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
1.
Voor een aantal vastgestelde zorgvormen zoals crisishulp, pleegzorg, jeugdhulp met verblijf, gespecialiseerde ambulante hulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering.
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
5
een lokale aangelegenheid, omdat de lokale teams de bevoegdheid hebben om Wmo-voorzieningen toe te wijzen. De inkoop hiervan is regionaal geregeld omdat het zowel voor gemeenten als voor aanbieders efficiënt is om dit uniform uit te voeren. Dit geldt ook voor het contractmanagement en de handhaving.
“We willen kwalitatief goede zorg bieden die betaalbaar en toegankelijk is”
1.5 LEESWIJZER STUK We volgen de verplichte onderwerpen van de NvO. In hoofdstuk 3 beschrijven we de afbakening van lokale en regionale functies. Daarna wordt in hoofdstuk 4 de organisatie van de regionale samenwerking beschreven en in hoofdstuk 5 de vormen van regionale jeugdhulp. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 besproken wat goed partnerschap inhoudt en welke zorgvuldigheidseisen we in onze contractering verwerkt hebben. Hoofdstuk 7 is gewijd aan de bovenregionale samenwerking in G7-verband. En tenslotte bespreken we de toekomstige ontwikkelingen in het laatste hoofdstuk.
1.4 WIE ZIJN ‘WE’? In dit stuk staat vaak ‘we’. Dit zijn de gemeenten die sinds de voorbereidingen op de transities van 2015 als jeugdregio samenwerken op het gebied van inkoop en contractmanagement: de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen. Gemeente Wijchen is op een aantal onderdelen sinds 2018 uitgestapt, maar keert met ingang van 2021 (stapsgewijs) terug naar samenwerking in onze regio. In verband met lopende contracten is er op onderdelen een overgangsperiode nodig.
2.
VISIE
De volgende uitgangspunten zijn in de regionale visie ‘Transformeren en Integreren’ 2012 benoemd: - We geven ruimte en vertrouwen aan professionals - Compensatie in plaats van recht op zorg - Uitvoering zo lokaal, zo licht en zo dichtbij mogelijk - We werken integraal via het principe ‘één huishouden, één plan’ - Collectief boven individueel - Preventie voor curatie - We richten ons op een transformatie, maar wel via een zorgvuldig transitieproces - Stevige regie door de gemeenten: verminderen sturende en regisserende actoren - Beleidsvorming en het implementatieproces worden in de Regio Nijmegen gezamenlijk opgepakt: ‘lokaal wat lokaal kan, regionaal wat regionaal moet’ - In het implementatieproces betrekken we nadrukkelijk cliënten/cliëntorganisaties - De financiën zoals door het Rijk beschikbaar gesteld zijn leidend - De financieringsstructuur volgt de inhoud - We bieden ruimte voor keuzevrijheid - We gaan voor effectieve inzet, een gedegen monitoring en evaluatie Elke gemeente in de regio Rijk van Nijmegen heeft zijn eigen gemeentelijke inhoudelijke beleidsvisies na 2012 opgesteld.
6
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
7
3.
AFBAKENING LOKALE EN REGIONALE FUNCTIES
3.1 DE PIRAMIDE VAN HULP Dit document richt zich op de zorg die we regionaal contracteren in het kader van de Jeugdwet en waar we ook gezamenlijke ambities op vormen. Dat is de bovenste laag van de piramide van hulp. De piramide bestaat uit drie lagen: - De onderste laag, de Sociale Basis, is lokaal georganiseerd. Gemeenten formuleren een lokale visie en organiseren de uitvoering daarvan met het maatschappelijk middenveld en actieve burgers. Denk aan projecten voor sociale cohesie en maatschappelijke participatie in buurten, maar ook aan vrijwilligersprojecten en laagdrempelig welzijnswerk voor inwoners zoals jongerenwerk en schoolmaatschappelijk werk. Hier sluiten we aan bij de leefomgeving van gezinnen. We beseffen dat het hele netwerk rondom een jeugdige en het gezin belangrijk is. Kinderen worden niet alleen gevormd
8
ingekocht die zeer schaars is. De aanvullende zorg bieden we zo dichtbij mogelijk. Locatiegebonden hulp staat vaak verder weg vanwege het hoogspecialistische karakter. De aanvullende zorg moet goed kunnen samenwerken met de andere lagen van de piramide. Kinderopvang en onderwijs moeten korte lijnen hebben met hulpverlening, huisartsen en jeugdartsen zodat snel gehandeld kan worden als problemen nog klein zijn. Indien meerdere hulpverleners betrokken zijn, worden er afspraken gemaakt in een integraal hulpverlenings-
werk gezondheid (verslaving)
sociale omgeving huisvesting financi ën door de ouder(s)/opvoeders maar ook door belangrijke anderen. Zoals familie en vrienden en clubjes van het kind en gezin en de beroepskrachten uit kinderopvang en onderwijs. In deze laag bevindt zich ook de publieke gezondheidszorg. - Bij de middelste laag gaat het om ondersteuning dichtbij als er problemen dreigen te ontstaan thuis, op school of in de wijk. Dichtbij betekent ook snel kunnen handelen. Bijvoorbeeld bij dreigende financiële problemen, stress en de voorspellers daarvan, zoals laaggeletterdheid. Ook valt hier preventie onder en lichte zorg die voorkomt dat problemen
politie/ justitie verblijf
“De aanvullende zorg moet goed kunnen samenwerken met de andere lagen van de piramide” plan. Met al deze partijen moet continu gekeken worden naar efficiënte samenwerking in preventie, laagdrempelige ondersteuning, opschaling waar nodig en afschaling waar mogelijk. Dit document gaat verder in op de aanvullende zorg vanuit de Jeugdwet en hoe we dat in het Rijk van Nijmegen samen organiseren.
systeem
(gezin/vrienden)
school groter worden. Concreet zijn dit voorzieningen zoals de lokale (wijk)teams, de inzet van een Praktijkondersteuner Huisartsen (POH), of pilots zoals Steun- en Buurtgezinnen. Ook deze middelste laag organiseren we als gemeenten lokaal. Het is van groot belang dat we daarbij breed kijken naar alle leefdomeinen die spelen in een huishouden en problemen integraal, binnen één plan, helpen oplossen. - De bovenste laag is de aanvullende zorg met de voorzieningen die we regionaal inkopen. Daarbij ontstaat steeds meer bovenregionale samenwerking en is door de VNG ook landelijke zorg
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
3.2 DE TOEGANGSPOORT ORGANISEREN WE LOKAAL In de beleidsnota Kracht door Verbinding is besloten om de toegangspoort zo dicht mogelijk bij mensen in de buurt te organiseren. Dit betekent dat iedere gemeente een eigen lokaal team heeft (sociaal wijkteam, regieteam, sociaal team). We organiseren de toegangspoort lokaal in lokale (wijk)teams. Elke gemeente in de regio is daar zelf verantwoordelijk voor. Daarom is de toegangspoort in de gemeenten van onze regio verschillend vormgegeven. De volgende vormen komen in onze regio voor: - Toegangspoort ingericht als netwerkorganisatie. - Medewerkers zijn in dienst van de gemeente. - Medewerkers worden geleverd door externe partijen. - Er is één partij aangewezen die verantwoordelijk is voor de inrichting en functionering van de toegangspoort.
Het takenpakket verschilt ook in de regio. Van alleen jeugdhulp met een regievoerende- en hulpverlenende taak, tot een breed team voor de hele doelgroep van 0 tot 100 jaar oud met kennis van zorg en inkomen. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de rol van lokale teams waar gemeenten van kunnen leren. KPMG heeft in opdracht van VWS en de VNG vijf basisfuncties van sociaal wijkteams geformuleerd2, namelijk: 1. Veilige leefomgeving. 2. Tijdig signaleren van de vraag. 3. Vindbare en toegankelijke hulp. 4. Handelen met een brede blik. 5. Leren en verbeteren. De NvO benadrukt het belang van een goede inrichting van het lokaal team waar de vijf basisfuncties geborgd zijn. Bovenstaande functies worden niet verankerd in de wet. De inrichting van de lokale teams is wel van cruciaal belang voor het functioneren van het zorglandschap (de hele piramide). In het Rijk van Nijmegen is het lokale team een lokale aangelegenheid. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de werkzame elementen van een goed lokaal team. Verwey-Jonker heeft onderzoek gedaan naar gemeenten die wel in staat lijken te zijn om hun lokale jeugdstelsel te transformeren, terwijl de jeugdhulp budgettair beheersbaar is gebleven. Zij komen tot een aantal aanbevelingen.
Onder andere een sterke eerste lijn, vindplaatsen dichtbij zoals kinderopvang en onderwijs en huisartsen, met nauwe samenwerking met zowel het bredere sociale domein als de specialistische jeugdhulp. Ze benadrukken het belang dat de gemeente een stevige opdrachtgeversrol vervult en voortdurend bezig blijft met doorontwikkeling3. Elke gemeente moet ook zorgen voor een goede aansluiting op de regionaal ingekochte aanvullende zorg. 3.3 DE AANVULLENDE ZORG VANUIT DE JEUGDWET ORGANISEREN WE REGIONAAL De aanvullende zorg waar we regionaal voor samenwerken is beschreven in de Jeugdwet. In de Jeugdwet is gekozen om gemeenten verantwoordelijk
2.
https://voordejeugd.nl/projecten/kpmg-onderzoekt-basisfuncties-lokale-teams/
3.
https://voordejeugd.nl/nieuws/eigenwijs-transformeren-12-themas-die-een-rol-spelen-bij-succesvolle-transformatie-in-gemeenten/
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
9
te maken, zodat zorg zoveel mogelijk plaatsvindt in de leefwereld van het kind/jeugdige en daarbij de sociale omgeving te versterken. Om jeugdhulp te ontvangen is er meestal een verwijzing nodig. Dit kan het lokale (wijk)team van de gemeente zijn, maar ook de huisarts, jeugdarts of medisch specialist. 3.3.1.TAKEN In de Jeugdwet staan de taken van gemeenten. De gemeenten moeten onder andere: - Jeugdhulp van goede kwaliteit aanbieden. - Een beleidsplan voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg opstellen. - Voorzieningen op het gebied van jeugdhulp (jeugdhulpplicht) treffen. - Jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering organiseren. - Maatregelen voor de aanpak van kindermishandeling nemen. - De samenwerking met andere sectoren zoals zorg, onderwijs, politie en justitie zoeken. - Vertrouwenspersonen aanwijzen voor jongeren en (pleeg)ouders die te maken hebben met jeugdhulpverlening.
3.3.2. DOELEN In de Jeugdwet zijn de volgende doelen gesteld: - We zetten meer in op preventie. Daarmee voorkomen we (zwaardere) zorg; - We gaan uit van de eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk. We denken dus niet meer vanuit iemands problemen en beperkingen, maar bekijken wat er nog wél lukt en wat iemand eventueel aanvullend nodig heeft om mee te kunnen doen in de samenleving.
10
Niet iedere beperking hoeft opgelost te worden als dat geen probleem vormt. - We richten ons op de-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren. Dit betekent dat we ons niet steeds sneller zorgen willen maken en dat we willen accepteren dat het leven ups en downs kent, inclusief pubergedrag en minder gelukkige momenten. Dit zodat we voldoende hulp kunnen blijven bieden aan diegenen die zich door problemen en beperkingen niet verder kunnen ontwikkelen en niet meer mee kunnen doen in de samenleving. - Als er ondersteuning nodig is, dan zetten we zo snel mogelijk de juiste hulp in. Deze hulp sluit aan bij wat de jeugdige en het gezin nodig heeft. Deze ondersteuning zetten we niet alleen zo snel mogelijk in, maar ook fysiek zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk. Wel hebben we hierbij ook aandacht voor de (kosten)effectiviteit van de geboden hulp. - We zorgen ervoor dat het gezin centraal staat. Verschillende vormen van hulp worden goed op elkaar afgestemd en zijn zo integraal mogelijk. We hebben hierbij het uitgangspunt ‘één gezin, één plan, één aanspreekpunt’. - We geven professionals de ruimte om eerder de juiste hulp te bieden. Dit doen we door de administratie en regeldruk te verminderen. 3.3.3 DOELGROEP De doelgroep bestaat uit alle kinderen en jongeren onder de 18 jaar die zorg of ondersteuning nodig hebben.
Met de wettelijke mogelijkheid om jeugdhulp te verlengen tot de jeugdige uiterlijk 23 jaar is. Dit is wettelijk bepaald om de overgang van 18- naar 18+ minder groot te maken. De Jeugdwet heeft een open en breed karakter ten aanzien van andere wetten. Het gebrek aan duidelijke kaders geeft gemeenten in de uitvoering van de Jeugdwet veel vrijheid, maar levert ook een financieel probleem op. Heeft een jeugdige intensieve of permanente zorg nodig, dan wordt dit geleverd vanuit de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg. Omdat aanpalende wetten zijn voorzien van een stevige afbakening, vallen hulpvragen op het grensgebied van jeugdhulp, passend onderwijs of langdurige zorg vaak onder de verantwoordelijkheid van de Jeugdwet. Dat betekent dat gemeenten dan de rekening van de hulp krijgen. Ook in onze regio wordt voor een aantal gemeenten deze situatie steeds meer financieel onhoudbaar.
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
4.
ORGANISATIE REGIONALE SAMENWERKING
4.1 REGIONALE STURING We willen als regio zorgen voor toegankelijke en betaalbare zorg van hoge kwaliteit voor onze inwoners. Regionaal hebben we toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit bestempeld als sturingsprincipes. Deze sturingsprincipes vormen de uitgangspunten van ons beleid, inkoop, contractmanagement en uitvoering. De principes staan in onderstaand figuur.
Sturingsprincipes Inwoner
toegankelijkheid
kwaliteit Leren Zorgaanbieder
Toeleider betaalbaarheid
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
- Toegankelijkheid: de toegang tot het aanvullende zorgaanbod wordt uitgevoerd door de toeleiders (lokale teams, huisartsen, jeugdartsen, kinderartsen en gecertificeerde instellingen). - Kwaliteit: om een volledig beeld te krijgen van de kwaliteit, is inbreng van inwoners, hun naasten en professionals noodzakelijk. Daartoe is de afgelopen jaren uiteenlopend (cliënt)onderzoek uitgevoerd. In bijlage 1 staat een overzicht van cliëntonderzoek sinds 2017. Er is nog meer aandacht nodig voor cliëntonderzoeken en het gebruik van zogeheten ervaringsdeskundigen. Zie verder in paragraaf 7.7. - Betaalbaarheid: er zit op dit moment veel spanning op de betaalbaarheid van de jeugdhulp voor de regiogemeenten. Dit is een groot landelijk probleem waar het Rijk en gemeenten aan zet zijn. Dit wordt beschreven in het laatste hoofdstuk over Ontwikkelingen. - Omdat het jeugdveld en het hele sociaal domein nog in beweging is hebben we het principe van leren toegevoegd aan de sturingsprincipes. Er is nog geen stabiele fase bereikt, we moeten blijven leren en ontwikkelen.
11
4.2 REGIONAAL ONDERSTEUNINGSBUREAU EN INHOUDELIJK REGIONAAL WERKPROGRAMMA Om de sturingsprincipes vorm te geven organiseren we de inkoop van de jeugdhulp en Wmo-taken regionaal middels een samenwerkingsverband, het ‘Regionaal Ondersteuningsbureau’ (ROB). Naast het ROB omvat de regionale samenwerking ook afstemming tussen de verschillende disciplines van de gemeenten: portefeuillehouders, beleid, financiën, backoffices en handhaving.
op de regionale werkgroepen en het Regionaal Ondersteuningsbureau het werk inrichten. In het regionaal werkprogramma formuleren we per beleidsterrein wat de stip op de horizon is, maar ook wat de doelen en concrete mijlpalen van het betreffende jaar zijn. Deze opgaven passen in de grotere transformatieopgave, waarin we minder kinderen uit huis willen plaatsen, goede samenwerking hebben met relevante partijen bij onveiligheid, meer preventie organiseren en de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp verbeteren.
Om te sturen op de inhoudelijke ontwikkelingen stellen we elk jaar een regionaal werkprogramma op. Na de transitie in 2015 merkten we al snel dat er oneindig veel opgaven waren en dat prioritering noodzakelijk is om het haalbaar te houden, en stap voor stap te transformeren. We formuleren jaarlijks een regionaal werkprogramma met ambities en prioriteiten. De regionale ambitie en prioritering is de basis waar-
4.3 LOKALE REGIOCAPACITEIT Sinds 2020 werken we met de zogenoemde ‘lokale regiocapaciteit’. Dit betekent dat niet iedere gemeente actief deelneemt aan iedere regionale werkgroep. Op basis van een objectief bepaalde verdeling weet iedere gemeente hoeveel fte jaarlijks geleverd moet worden om de regionale doelen te halen. Deze capaciteit is de lokale regiocapaciteit. De regionale
PRIORITERING JEUGD • Het organiseren van (preventieve) jeugdhulp op het onderwijs. • Intensiveren van gezinsvormen voor jeugdigen in verblijf. • Voorkomen en verkorten van verblijftrajecten. • Verbetering van de samenwerking in de veiligheidsketen. • Contractering jeugd-ggz voor 2022 voorbereiden. • Afname zorgvolume ambulante jeugdhulp.
hoofden spreken met elkaar af hoe deze fte’s verdeeld worden over de werkgroepen. Zo zorgen we ervoor dat voortgang en kennis geborgd blijft. Tegelijkertijd voorkomen we op deze manier sluimerende discussies over gemeenten die te veel of juist te weinig regionale werkkracht leveren. Dergelijke discussies worden nu aan het begin van het jaar gevoerd waarbij de norm objectief is en waarbij afspraken duidelijk vastgelegd worden. Jaarlijks evalueren we deze werkwijze. 4.4 BEKOSTIGING MIDDELS REGIOBEGROTING Aan het regionaal werkprogramma zit een kostenplaatje vast. Dit gaat met name om de capaciteit van het Regionaal Ondersteuningsbureau. Hier werken contractmanagers, contractbeheerders, financieel adviseurs, juristen en medewerkers die zich bezighouden met kwaliteit, handhaving, registratie en monitoring. Deze kosten zijn verwerkt in de
PRIORITERING WMO • Voorbereiding op verdere decentralisatie van Beschermd wonen. • Beheersing van de kosten voor begeleiding.
PRIORITERING BIJ JEUGD ÉN WMO • Contractering ambulante zorg voor 2023 voorbereiden. • Voorzien in dagelijkse (realtime) inzicht in zorgkosten. • Regionale backoffices leveren eenduidige sturingsdata aan. • Steunwijzer vullen met lokaal aanbod en wachttijden van ggz-aanbieders. • Aandacht voor de overgang vanaf 18 jaar, van jeugdhulp naar WMO en/of op eigen benen.
‘regiobegroting’. Deze stellen we eveneens jaarlijks vast. Op deze begroting staan ook kosten voor proeftuinen en werkbudgetten van de werkgroepen. Zorginhoudelijke kosten staan niet op de regiobegroting; deze lopen via het berichtenverkeer of via separate facturen. 4.5 ALLE GEMEENTEN ZIJN BETROKKEN Het regionaal werkprogramma en de regiobegroting doorlopen eerst de regionale structuur (financieel overleg, ambtelijk overleg, hoofdenoverleg, wethoudersoverleg) en worden daarna door iedere gemeente lokaal vastgesteld. 4.6 REGIONAAL CONTRACTMANAGEMENT Het regionaal contractmanagement wordt uitgevoerd door het ROB. Het ROB is organisatorisch gepositioneerd bij gemeente Nijmegen. We noemen dit een ‘gastheerconstructie’. In de ROB-samenwerkingsovereenkomst zijn de volgende kerntaken van het ROB vastgelegd: - Regionale inkoop en subsidiëring. - Contractbeheer. - Relatiebeheer. - Kwaliteitstoetsing. - Monitoring, interne benchmarking (tussen gemeenten) en externe benchmarking (landelijk). - Handhaving.
AMBITIE CONTRACTMANAGEMENT De zorg die inwoners uit regio Nijmegen ontvangen vanuit de regionaal gecontracteerde Wmo of Jeugdwet, is passend, kwalitatief goed en betaalbaar. Met een passend zorgaanbod ontvangen inwoners de hulp die ze nodig hebben. Hierdoor wordt waar mogelijk voorkomen dat de situatie verergert. Door goed te sturen op de inhoud van de contracten en goed contractmanagement, borgen we de kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg.
Figuur 4 Voorbeeld prioritering regionaal werkprogramma 2021
Het bestuurlijk opdrachtgeverschap ligt bij de colleges van de deelnemende gemeenten in onze regio. De portefeuillehouders van de regiogemeenten maken elk jaar een samenwerkingsovereenkomst met duidelijke afspraken over de taken van het Regionaal Ondersteuningsbureau (ROB). Het ROB is geen eigen juridische entiteit maar een
12
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
samenwerkingsovereenkomst die de gemeenten in de regio Rijk van Nijmegen jaarlijks ondertekenen. Gemeenten kunnen uit deze overeenkomst treden met een opzegtermijn van zes maanden en tegen betaling van frictiekosten. De Norm voor Opdrachtgeverschap pleit voor een niet-vrijblijvende governance vanwege het belang van goede zorg voor inwoners en het goed uitvoeren van deze wettelijke taak. Niet-vrijblijvend houdt een geformaliseerde samenwerking in met een duidelijke taakverdeling voor een lange termijn. Wij zijn tot nu toe tevreden over de wijze van samenwerken middels een overeenkomst en merken niet dat dit leidt tot een instabiele situatie. Echter, mogelijk bevat de nieuwe Jeugdwet (Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen) een verplichting om een publiekrechtelijke samenwerking te vormen (een vorm van een gemeenschappelijke regeling). In dat geval moeten we onze samenwerkingsvorm herbezinnen.
ACTIEPUNT De Norm voor Opdrachtgeverschap vereist dat er een duidelijk bestuurlijk aanspreekpunt aangewezen is die namens de regio kan optreden. In onze regio is de wethouder van gemeente Nijmegen het aanspreekpunt die ook de regio vertegenwoordigt in bovenregionale en landelijke gremia. Naar aanleiding van de Norm voor Opdrachtgeverschap zullen we dit op korte termijn formaliseren middels een besluit in de regionale colleges.
4.6.1 MONITORING Eén van de taken van het ROB is monitoring. Om goed op toegankelijkheid en betaalbaarheid te kunnen sturen is monitoring erg belangrijk. Het ROB stelt sturingsinformatie op. Meerdere keren per jaar verspreidt het ROB op gemeente- en regioniveau de actuele prognose van unieke cliënten per product, de verwijzers, de uitgaven en prognoses, de top tien aanbieders en vergelijkingen tussen meerdere jaren. Het ROB kan de sturingsinformatie maken omdat de regionale backoffices goede afspraken hebben gemaakt om op een eenduidige manier te werken.
13
5.
4.6.2 KWALITEIT EN HANDHAVING Een andere belangrijke taak van het ROB betreft kwaliteit en handhaving. De ambitie van kwaliteit en handhaving is dat alle zorgaanbieders kwalitatief goede zorg leveren en gemeenschapsgeld niet wordt misbruikt. In alle contracten neemt het ROB een uitgebreide set van eisen op waar een zorgaanbieder aan
Dat doen we met gunningscriteria, zoals in 2018 met een hulpverleningsplan. Als de contracten eenmaal gesloten zijn volgt de periode van contractmanagement. Signalen van ondermaatse kwaliteit en vermoedens van fraude worden serieus genomen en onderzocht. Dit kan gaan om signalen over aanbieders,
In het uiterste geval kan het betekenen dat een contract beëindigd wordt en een aanbieder schadevergoeding moet betalen. Echter, voordat een situatie dusdanig escaleert is hier een zeer uitgebreid (herstel)traject aan vooraf gegaan en moet het gaan om zeer zwaarwegende tenlasteleggingen.
VORMEN VAN REGIONAAL INGEKOCHTE JEUGDHULP EN ONTWIKKELINGEN
5.1 HET JEUGDHULPVELD Voor elke jeugdige die hulp nodig heeft, moeten we een passend aanbod hebben. We hebben daarom veel verschillende vormen van jeugdhulp ingekocht. Bijvoorbeeld hulp aan huis bij problemen in het gezin, maar ook bij psychische en gedragsproblemen van kinderen en jongeren. We kunnen deze in de volgende categorieën indelen: - Ambulante jeugdhulp. Dit is hulp die de jeugdige of het gezin ontvangt en waarbij het kind thuis in het gezin woont. Denk hierbij aan ondersteuning bij ernstig enkelvoudige dyslexie, dagbesteding, dagbehandeling, begeleiding en jeugd-ggz. - Jeugdhulp met verblijf. Bij deze hulp dreigt een kind uithuisgeplaatst te worden of is dit al gebeurd.
Denk hierbij aan gezinshuiszorg, pleegzorg en behandelgroepen. De plaatsing kan in crisis zijn of regulier en op een open groep of gesloten groep. De ambulante jeugdhulp vormt een belangrijke tussenschakel in het op- en afschalen vanuit zowel de zwaardere jeugdhulp als ook vanuit het voorliggende veld. Het afschalen van de zware regionale en landelijke zorg leidt tot een toename in ambulante jeugdhulp. Afschalen van ambulante jeugdhulp leidt tot meer druk op het voorliggende veld (de sociale basis).
“Signalen van ondermaatse kwaliteit en vermoedens van fraude worden serieus genomen” moet voldoen, bijvoorbeeld een VOG en het opleidingsniveau van hun personeel. Daarnaast zoeken we tijdens het inkooptraject altijd naar mogelijkheden om op kwaliteit te selecteren.
14
maar ook over vermoedens van pgb-fraude door particulieren. In principe wordt geprobeerd om situaties met gesprekken en bijsturing middels bijvoorbeeld waarschuwingen op te lossen.
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
15
5.2 AMBULANTE JEUGDHULP
5.2.1 CONTRACTEN EN PRODUCTEN CONTRACT
DIENSTEN
AANTAL UITGAVEN 2020 AANBIEDERS REGIONAAL
KENMERKEN
Blok B ambulante jeugdhulp en Wmo
Begeleiding, dagbesteding, dagbehandeling, behandeling, vaktherapie, kortdurend verblijf (logeren), vervoer, casemanagement
70
Lokaal team is voornaamste verwijzer. Groei in uitgaven zit vooral in begeleiding.
Jeugd Geestelijke gezondheidszorg
Basis- en specialistische jeugd-ggz
60
Dyslexie
Dyslexiebehandeling
8
Tijdelijk verblijf 18+
Ondersteuning minderjarige asielzoekers (Jeugd)
16
Verblijf voor jongvolwassenen die tussen
Begeleiding, vaktherapie, basis GGZ, gespecialiseerde GGZ
Jeugd: € 25,4 miljoen Wmo: € 26 miljoen
4
5
Huisarts is voornaamste verwijzer. Bij de jeugd-ggz werken we met plafonds € 1,2 miljoen
€ 0,4 miljoen
€ 143.000
Toegang is per gemeente verschillend (onderwijs, SWT, poortwachter, jeugdarts) Bij dyslexie werken we met budgetplafonds Toegang via lokale teams. Is een kleine regeling (circa 8 cliënten per jaar) voor jongvolwassenen die qua verblijf tussen wal en schip vallen. Uitgaven zijn alleen lokaal. Apart werkproces omdat kinderen geen BSN hebben.
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
5.2.2 REGIONALE INKOOP MAAR GROTE LOKALE VERANTWOORDELIJKHEDEN Bij de ambulante jeugdhulp gaat het om diensten die vaak een sterke verbinding hebben met het lokale veld. De groei van de uitgaven zit in de ambulante jeugdhulp met name op begeleiding, en deze vorm wordt het meest ingezet door het lokale team. Dit betekent dat sturing lokaal plaatsvindt, naast het contractmanagement op regionaal niveau. Sturing kan doordat gemeenten afspraken maken over de verwijzingen met de lokale toegang (sociaal wijkteam), huisartsen en jeugdartsen als verwijzers. Met de kinderopvang, het onderwijs en welzijn is afstemming nodig voor preventie en vroegsignalering. De lokale (beleids)plannen die hieraan ten grondslag liggen zijn belangrijk voor de betaalbaarheid van het stelsel.
AMBITIE AMBULANTE WMO EN JEUGDWET Iedereen die ambulante ondersteuning nodig heeft vanuit de Wmo of Jeugdwet, wordt op de best passende manier geholpen. Deze hulp is van goede kwaliteit, toegankelijk en betaalbaar. Door het regionaal contractmanagement te voeden en de contracten goed op te stellen, sluit ons zorgaanbod aan op de zorgvraag in onze regio. Lokale sturing is cruciaal voor de betaalbaarheid.
5.2.3 ONTWIKKELINGEN Ambulante jeugdhulp bestaat uit diverse producten en een aantal van die producten zijn we aan het doorontwikkelen. Zo heeft er een extern onderzoek plaats gevonden naar reguliere en specialistische begeleiding. Dit heeft geleid tot lokale keuzes voor het wel of niet werken met een richtlijn begeleiding voor de sociaal wijkteams, een onderzoek naar productafbakening, wel of niet werken met perceelplafonds en een verscherpt contractregime. Een andere ontwikkeling binnen de ambulante jeugdzorg is de doorontwikkeling van dagbesteding en dagbehandeling. Ook voor deze producten is er extern onderzoek gedaan. Een eerste analyse laat zien uit welke voorzieningen deze producten bestaan en geeft het ontwikkelpotentieel aan. Over dit laatste zijn we nog met de gecontracteerde aanbieders in gesprek.
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
De jeugd-ggz wordt op dit moment opnieuw ingekocht voor de periode vanaf 2022. Dit is hét moment om weer opnieuw met alle partijen rond de tafel te gaan. We hebben de volgende partijen geconsulteerd: schoolmaatschappelijk werk, leerplicht, sociale teams, aanbieders van diverse omvang, samenwerkingsverbanden onderwijs, huisartsen/ POH/SOH, ervaringsdeskundigen/ ouders/jongeren en vaktherapeuten.
AMBITIE JEUGD-GGZ Kinderen met psychische problematiek ontwikkelen zich tot veerkrachtige individuen die deel kunnen nemen aan de maatschappij. Jongeren worden tijdig en effectief ondersteund, waardoor de instroom in jeugd-ggz afneemt. Een groot deel van de psychische problematiek van volwassenen begint al tijdens de middelbare schoolleeftijd. Door jongeren te versterken hopen we problematiek op latere leeftijd te voorkomen.
AMBITIE ONDERWIJS Elk kind kan onderwijs volgen en krijgt daarbij de hulp die nodig is. Hoe eerder de hulp, hoe minder groot het probleem wordt. Een goede verbinding van onderwijs en ondersteuning werkt preventief en efficiënt.
In de nieuwe inkoop zetten we in op drie hoofdthema’s: continuïteit, transformatie en betaalbaarheid. 1. Continuïteit We gaan voor een langdurig contract en het zoveel mogelijk behouden van het aanbiedersveld. 2. Transformatie We benadrukken de samenwerking met – en verankering van de behandeling in – de leefwereld van de cliënt: de kinderopvang, het onderwijs, zorg aan de ouders etc. Diagnoses van jeugdigen moeten niet leidend zijn, maar hun behoeften. Waarbij de focus ligt op het (terug)vinden van eigen kracht en het om te leren gaan met situaties en eigen omstandigheden. Het zelf regie voeren op de behandeling en bezig zijn met betekenisvolle doelen die voldoening geven is belangrijk.
17
5.3.1 JEUGDHULP MET VERBLIJF: CONTRACTEN EN PRODUCTEN We kopen jeugdhulp met verblijf regionaal in, waarbij we de opdracht geven om uithuisplaatsing te voorkomen onder andere met ambulante behandeling. Ook hier heeft elke aanbieder sinds 2018 een langjarig raamcontract.
3. Betaalbaarheid De laatste jaren zijn de uitgaven in de jeugd-ggz verder gestegen. Er worden niet veel meer jeugdigen geholpen, maar de zorgvragen lijken complexer en langdurig. Het laatste jaar heeft ook COVID-19 de crisis binnen de jeugd-ggz nog nijpender gemaakt. Deze groei is onwenselijk, maar ook onhoudbaar. Dit vraagt om vernieuwing binnen de jeugd-ggz, die aansluit bij de benodigde transformatie. De kosten zijn vooral gestegen door een klein percentage zeer complexe casussen, dit vergt ook een integrale benadering die breder is dan de jeugd-ggz alleen. Binnen de nieuwe inkoop nemen we enkele maatregelen: aanscherping tarieven, stimuleren substitutie naar basis-ggz, stimuleren van de inzet van ervaringsdeskundigen, actief contractmanagement, voorkomen van hoge winsten en fraude en ondermijning.
“We willen dat kinderen zo thuis mogelijk opgroeien”
CONTRACT
DIENSTEN
AANTAL UITGAVEN 2020 AANBIEDERS REGIONAAL
KENMERKEN
Jeugdhulp met verblijf
Ambulante behandeling, Pleegzorg, gezinshuis, behandelinggroep, 3-milieuvoorzieing, Jeugdzorg Plus, Beschermd wonen, klinische jeugd-ggz
17
We werken met plafonds en stimuleren aanbieders om te ambulantiseren en gezinsgerichte vormen in te zetten.
€ 32,5 miljoen
5.3 ZWARE JEUGDHULP AMBITIE JEUGDHULP MET VERBLIJF De veiligheid bij jongeren en in gezinnen is verbeterd. De inzet jeugdhulp met verblijf is verminderd, en wanneer daar wel sprake van moet zijn, zetten we verblijf in gezinsvormen in of kortdurende trajecten in verblijf. Met andere woorden: ‘Zoveel mogelijk thuis’. Ook streven we naar een betere samenwerking in de veiligheidsketen. Hiermee versterken we kinderen en hun gezinnen en daarmee worden uithuisplaatsingen voorkomen. Kinderen in onveilige situaties kunnen beschermd opgroeien.
2. Steun- of buurtgezinnen Met de inzet van steun- of buurtgezinnen worden kinderen uit kwetsbare, vraaggezinnen opgevangen door een stabiel gezin. Het idee is dat deze informele steun de belastbaarheid van het vraaggezin vergroot en weer in evenwicht komt. De gezinnen gaan in het meest ideale geval deel uitmaken van elkaars netwerk waardoor ze elkaar steun kunnen blijven geven, ook op het moment dat de organisatie van steun- of buurtgezinnen er tussenuit gaat.
Dankzij het transformatiefonds hebben we meerdere projecten opgestart vanuit het gedachtengoed ‘zoveel mogelijk thuis’:
3. Overleg Passende Hulp (OPH) In onze regio kan consultatie en advies worden gevraagd aan een groep experts van zorgaanbieders in het overleg passende hulp (OPH). Zij denken tijdig mee bij complexe casuïstiek waar een uithuisplaatsing dreigt. In het overleg wordt besproken wat passende hulp is voor het kind en het gezin.
1. Jouw Ingebrachte Mentor (JIM) en In Verbindingsteam (IVT) Bij JIM wordt een natuurlijke mentor uit het netwerk van de jongere ingezet om deze jongere te ondersteunen gedurende de behandeling. Het behandelteam bestaat uit zorgaanbieders uit jeugd-ggz, jeugd en opvoedhulp (J&O) en specialisten op licht verstandelijke beperkingen (LVB). Samen met de medewerkers uit het sociaal (wijk)team en de JIM maken zij met de jongere en het gezin een plan op maat om ervoor te zorgen dat een jongere thuis kan blijven wonen.
AMBITIE ACADEMISCHE WERKPLAATS JEUGD De jeugdhulp wordt kwalitatief beter en bereikt transformatie. Door met aanbieders, inwoners, onderzoekers en beleidsadviseurs samen kennis te genereren, kunnen we beleid en uitvoering baseren op kennis over maatschappelijke impact.
18
5.3.2 TRANSFORMATIE PLANNEN JEUGDHULP MET VERBLIJF: ZOVEEL MOGELIJK THUIS In 2018 is er landelijk een transformatiefonds opgericht om (na de transitie van de jeugdhulp naar de gemeenten in 2015) ook de transformatie te stimuleren. Bij de aanvraag van dit fonds hebben we als ambitie ‘zoveel mogelijk thuis’ aangegeven, met als uitleg: meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien. Voor het uitvoeren van dit transformatieplan is vanuit het landelijke fonds geld beschikbaar gesteld voor drie jaar (2019-2021).
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
4. Versterken van pleegzorg en gezinshuizen Als een kind echt niet meer thuis kan wonen, dan willen we ervoor zorgen dat een kind in een zo thuis mogelijke situatie opgroeit. We zetten pleegzorg steeds meer in deeltijd in, waarbij een kind nog deels thuis woont.
19
5.3.3 JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING: CONTRACTEN EN PRODUCTEN Gemeenten zijn opdrachtgever voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering. De gemeente is verplicht een contract te sluiten met een Gecertificeerde Instelling (GI) die voldoet aan het kwaliteitskader om ondertoezichtstellingen uit te voeren.
doelen en acties (zowel regionale als lokale). Het gaat hierbij met name om de aanpak van onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties. Zo staan er afspraken in met betrekking tot het versterken van de lokale toegang, de voorzieningen in Gelderland Zuid gericht op het stoppen van geweld en de wijze van samenwerking tussen zorg- en veiligheidspartners.
De ondertoezichtstelling worden opgelegd door de kinderrechter om te zorgen dat een kind veilig kan opgroeien. Ouders krijgen verplichte hulp om de bedreigingen in de ontwikkeling weg te nemen. Ook wordt er toezicht gehouden op het kind.
CONTRACT
DIENSTEN
AANTAL UITGAVEN 2020 AANBIEDERS REGIONAAL
KENMERKEN
Jeugdbescherming en jeugdreclassering
Onder toezichtstelling, voogdij, intensieve trajectbegeleiding, gedrag beïnvloedende maatregelen, preventieve jeugdbescherming, intensief gezinsgericht casemanagement
4 (jeugd€ 6,1 miljoen bescherming Gelderland, Jeugd Veilig Verder, William Schrikker Stichting en Leger des Heils)
GI is zelf géén aanbieder van Jeugdhulp maar ziet toe op de veilige ontwikkeling van jeugdigen. De rechter legt de maatregel op. Preventieve inzet ook via wijkteams.
5.3.4 KETEN RONDOM JEUGD EN VEILIGHEID De keten rondom jeugd en veiligheid bestaat naast de gecertificeerde instellingen ook uit: - Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Zij beoordelen de veiligheid, stellen vervolgens de betrokken hulpverlening op de hoogte en schakelen het wijkteam in. - De Raad voor de Kinderbescherming vraagt middels een rapportage aan de rechtbank om een jeugdbeschermingsmaatregel. Ook controleert de Raad de uitvoer van de jeugdbeschermingsmaatregel (uitgevoerd door een GI) en kan zij een zaak opnieuw op zitting brengen. - Het Zorg- en Veiligheidshuis handelt bij openbare orde en veiligheid. Plegen de ouders strafbare feiten (al dan niet met detentie tot gevolg), dan kan dit leiden tot ondertoezichtstelling van de kinderen. Ook kunnen jongeren door strafbare feiten een jeugdreclasseringsmaatregel opgelegd krijgen van het Zorg- en Veiligheidshuis.
20
5.3.5 VERSCHILLENDE ONTWIKKELINGEN OP VERSCHILLENDE GEOGRAFISCHE NIVEAUS - In Gelderland wordt op dit moment met de zeven jeugdhulpregio’s (G7) hard gewerkt aan een gezamenlijke verbeteragenda voor de Jeugdbescherming. - In maart 2021 is het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming naar de Tweede Kamer gestuurd. Het toekomstscenario biedt perspectief hoe de jeugdbeschermingsketen in de toekomst slimmer kan worden ingericht. - Op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling werken we in de regio Gelderland Zuid samen met 15 gemeenten. Zo zorgen we voor meer samenhang in de aanpak en versterken we de samenwerking van organisaties op lokaal en regionaal niveau. Eens in de vier jaar stellen de regiogemeenten samen een aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling op. Op dit moment is de regio-aanpak ‘Samen voor Veiligheid 2021-2025’ van kracht. Hierin staan onze ambities,
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
5.4 OVERZICHT REGIONALE OVERLEGTAFELS Naast de regionale inkoop hebben we in de regio meerdere multidisciplinaire overleggen waarin we zoveel mogelijk met inwoners zoeken naar een passende oplossing. Deze overleggen zijn en blijven altijd in ontwikkeling zodat we zo goed mogelijk blijven aansluiten bij de behoefte in het veld. De kans is daarom groot dat onderstaand overzicht al achterhaald is op
jeugdarts, gedragswetenschapper en psycholoog aan deel. MEE Gelderse Poort is de voorzitter van dit overleg. 5.4.2 OVERLEG PASSENDE HULP JEUGD Zie paragraaf 4.3.2. 5.4.3 MDA++/AANPAK STRUCTURELE ONVEILIGHEID De pilot ‘aanpak structurele onveiligheid’ is gestart in 2019 en loopt t/m medio 2021. Deze overlegtafel richt zich op het maken van goede afspraken met het systeem, in situaties waarbij een patroon is van terugkerend geweld en problemen op meerdere leefgebieden. Veilig Thuis meldt situaties bij het Zorg- en Veiligheidshuis. Vervolgens wordt met relevante partners een MDO met het huishouden georganiseerd en worden drie acties benoemd die nodig zijn voor het doorbreken
“Samen zoeken we naar de beste oplossing in een complexe casus” het moment van verspreiding van dit document. Echter, het geeft een beeld van waar wij als regio mee bezig zijn. Meer (actuele) informatie is te vinden op de website www.robregionijmegen.nl onder het kopje ‘overlegtafels’. 5.4.1 REGIONAAL TEAM INTEGRALE VROEGHULP Kinderen van 0 tot 7 jaar met ontwikkelings- en gedragsproblematiek waarbij de casus complex en/of onduidelijk is kunnen besproken worden in dit multidisciplinaire overleg. Hier nemen onder andere een
van het geweld. Een casemanager blijft het huishouden minimaal 3 jaar volgen. 5.4.4 JEUGDBESCHERMINGSTAFEL Alleen Veilig Thuis, lokale toegangsteams en de GI’s kunnen een verzoek tot bespreking indienen bij de Jeugdbeschermingstafel. Er moeten dan zorgen zijn over de ontwikkeling en veiligheid van het kind. Samen met ouders en hulpverleners worden de zorgen besproken en wat er moet gebeuren om dit weg te nemen. Kinderen ouder dan 12 jaar mogen meedoen aan dit gesprek.
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
5.4.5 KETENOVERLEG BESCHERMD WONEN Zorgaanbieders, de GGD toegang beschermd wonen, centrumgemeente Nijmegen en andere belanghebbenden bespreken met elkaar hoe de juiste zorg georganiseerd kan worden voor inwoners die beschermd wonen of beschermd thuis nodig hebben. Het gaat nadrukkelijk om cliënten die beschikken over een BW-indicatie. Het betreft een plaatsingsoverleg. 5.4.6 TOP 150 ZORG- EN VEILIGHEIDSHUIS Bij dit overleg worden de 150 meest complexe en risicovolle veiligheidscasussen behandeld. De situatie van de casus wordt volledig in kaart gebracht en op diverse leefgebieden worden zo SMART mogelijke doelstellingen geformuleerd. Een casemanager heeft de operationele regie. Straf en zorg worden waar mogelijk zo gecombineerd dat een persoon in de zorg komt en er geen strafbare feiten worden gepleegd en/of er geen overlast meer is. Het Zorg- en Veiligheidshuis stuurt op een integraal plan van aanpak. 5.4.7 TOP X PLUS ZORG- EN VEILIGHEIDSHUIS Dit overleg is gestart sinds april 2020. Met de politie, Meldpunt Bijzondere Zorg (GGD), Pro Persona en de afdeling verplichte zorg van het OM wordt een aanpak gemaakt op personen waarbij sprake is van ernstige psychiatrie en maatschappelijke onveiligheid. Partners van de persoon mogen hierbij aansluiten. Er wordt gekeken naar zowel de Wet Verplichte GGZ alsook het strafrecht. De casussen worden
21
langdurig gevolgd en gemonitord. Op dit moment worden er 30 casussen in de Top X Plus besproken. 5.4.8 TUSSEN WAL EN SCHIP OVERLEG (OVERGANG 18 JAAR) Om te voorkomen dat een jongere bij uitstroom uit jeugdhulp met verblijf tussen wal en schip valt, is het nodig dat deze overgang naar volwassenheid goed wordt voorbereid en ondersteund wanneer het gezinssysteem van de jongere daartoe niet in staat is. Dit vraagt ener-
zijds om afspraken over begeleiding bij het opbouwen van een zelfredzaam bestaan met de afweging of dit door jeugdhulp of vanuit WMO wordt gefinancierd. Anderzijds vraagt het om een integrale ondersteuning die zich in deze overgang richt op alle leefgebieden. Een ontwikkelpunt voor de regio hierin is het Tussen Wal en Schip netwerk. Dit netwerk bestaat uit deelnemers van organisaties die de belangrijke vijf leefthema’s vertegenwoordigen: Support, Wonen, Inkomen, Onderwijs & werk, Zorg & Welzijn. Het heeft
als doel om de complexe situatie, waarin jongeren zich kunnen bevinden in overgang naar volwassenheid, te versoepelen.
6.
GOED PARTNERSCHAP IN CONTRACTERING
De Norm voor Opdrachtgeverschap benadrukt het belang van goed partnerschap tussen de regiogemeenten als opdrachtgevers met de zorgaanbieders. Hieronder worden een aantal aspecten beschreven. 6.1 BEPERKING ADMINISTRATIEVE LASTEN Jeugdregio’s verplichten zich tot beperking van administratieve lasten door de drie uitvoeringsvarianten van het I-sociaal domein consequent toe te passen. De uitvoeringsvarianten zijn standaarden voor de bekostiging en administratie van de jeugdhulp. In het Regionaal Inkoopkader uit 2018 zijn de bekostigingsvormen en hun toepassing toegelicht. Op de volgende pagina herhalen we die. We bekijken als regio bij elke zorgvorm en contract welke variant (of mengvorm) het beste past. Een belangrijke afweging bij de uitvoeringsvarianten is de registratiedruk voor professionals en zorginstellingen. Grote aanbieders doen een sterk appel om aan te sluiten bij landelijke standaarden om hun backoffices te ontlasten. Veranderingen in de uitvoeringsvarianten moeten zorgvuldig worden ingevoerd.
22
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
6.2 REGIONALE UNIFORMITEIT IN CONTRACTMANAGEMENT Door uniform contractmanagement voorkomen we dat zorgaanbieders met elke gemeente andere afspraken moeten maken en er veel tijd en geld gaat naar coördinatie in plaats van zorg. De regio heeft uniforme contracten en het regionale ondersteuningsbureau (ROB) voert voor de hele regio het contractmanagement uit. Wijchen is hierop inmiddels aangesloten voor de onderdelen jeugdhulp met verblijf en jeugdbescherming en jeugdreclassering. Voor de jeugdhulp die valt onder Ambulante Jeugdhulp, jeugd-ggz en het Landelijk Transitie Arrangement is dit nog niet het geval, vanwege de lopende contracten. Zowel de gemeente Wijchen als de andere gemeenten in de regio vinden het wenselijk dat Wijchen aansluit op de regionale contracten. Dit bevordert de goede samenwerking in de regio. 6.3 ZORGVULDIGE VOORBEREIDING VAN INKOOPTRAJECTEN EN LANGJARIGE CONTRACTEN Alle contracten van regio Nijmegen zijn meerjarig om tot een stabiele samenwerking te komen en
23
Inspannings- Bekostiging op de gericht levering van een specifiek product of dienst in een afgesproken tijdseenheid. P*Q (uur, dag)
Algemene toelichting Geschikt bekostigingsmodel als er veel verschil is in zwaarte tussen cliënten. Er is geen risico op onderbehandeling van burgers, er is wel een risico op overbehandeling, daarvoor kunnen dempings-mechanismes worden ingezet zoals plafonds per maatwerkvoorziening, instelling of perceel. Het model is ook geschikt bij een landschap van meerdere aanbieders die variëren in omvang. Regio Nijmegen In regio Nijmegen is dit de dominante bekostigingsvorm voor maatwerkvoorzieningen. We weten daardoor precies wat de uitgaven per cliënt zijn.
Resultaatgericht
Bekostiging op een resultaat.
Algemene toelichting Resultaatgerichte bekostiging is lastig in het sociaal domein omdat het resultaat voor een cliënt altijd het vraagstuk bevat van causaliteit/ attributie (was het de hulp die zorgde voor het resultaat of waren het andere omstandigheden?) en het resultaat lastig concreet te meten is (gedragsverandering). Dit attributie-vraagstuk is nog groter als meerdere aanbieders betrokken zijn en als het opgroeiende kinderen betreft omdat de ontwikkeling daar grillig van verloopt. Resultaatgerichte bekostiging wordt in een aantal gemeenten anders ingezet namelijk voor trajectfinanciering: P*Q (traject). Trajectfinanciering is geschikt als cliënten zich rond een gemiddelde begeven anders is er risico op zowel over- als onderbehandeling van de cliënten. Regio Nijmegen In regio Nijmegen gebruiken we resultaatgerichte bekostiging voor een aantal behandelingstrajecten.
Taakgericht
Bekostiging voor een taak voor een (deel)populatie, aanbieder heeft de vrijheid om de invulling van deze taak vorm te geven, geen verantwoording op individueel niveau.
Algemene toelichting Dit bekostigingsmodel lijkt het meeste op de subsidies in het sociaal domein. Taakgerichte bekostiging past goed als het om een grote hoeveelheid cliënten en een grote diversiteit aan handelingen gaat. Het is geschikt voor laagdrempelige zorg die je beschikkingsvrij wil aanbieden als algemene voorziening, denk aan de wijkteams en welzijn. Monitoring om inzicht te krijgen in de activiteiten en resultaten die je krijgt voor het geld is een uitdaging. Juist vanwege de laagdrempeligheid registreer je niet op BSN niveau en weet je minder goed wat er voor de middelen wordt gepresteerd. Regio Nijmegen In regio Nijmegen hebben we een aantal taakgerichte bekostigingen, ook wel lump-sum benoemd, bijvoorbeeld voor de crisisdienst en de beschikbaarheidsfinanciering van klinische ggz-bedden.
24
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
onnodige inkooptrajecten te voorkomen. Nieuwe inkooptrajecten worden zorgvuldig uitgevoerd met consultatie van zorgaanbieders, cliënten en ketenpartners. 6.4 REËLE TARIEVEN Gemeenten die zorg en hulp inkopen in het sociaal domein, moeten daarvoor zogenaamde ‘reële prijzen’ betalen. Dat is onder andere vastgelegd in artikel 2.12 Jeugdwet en artikel 2.6.6 Wmo 2015. Voor de Wmo 2015 gelden nog explicietere regels die zijn vastgelegd in artikel 5.4 Uitvoeringsbesluit. In dat artikel is opgenomen hoe gemeenten een reële prijs moeten berekenen en welke kostprijselementen daarvan onderdeel moeten uitmaken. Daarbij mogen zij uitgaan van de door henzelf beschreven gewenste dienstverlening en lokale situatie om aannames te doen over de kostprijselementen.
“Als zorgaanbieders het tarief ter discussie stellen, doen we nader onderzoek om er samen uit te komen” Wanneer die aannames dan redelijk zijn, is er ook sprake van een reële prijsstelling. De regio hanteert in de contractering reële tarieven. Het ROB heeft voor de meeste tarieven kostprijsonderzoek laten doen (om reële aannames te kunnen doen in de kostprijsberekening) of heeft ten minste een benchmark met andere gemeenten laten uitvoeren. Als zorgaanbieders het tarief ter discussie stellen, doen we nader onderzoek om er samen uit te komen. Daarbij komt het voor dat we een stappenplan afspreken. Er is inmiddels veel kennis over tariefstelling bij het ROB.
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
25
7.
BOVENREGIONALE SAMENWERKING RONDOM JEUGDHULP IN DE G7
7.1 HET HOGERE DOEL VAN DE GELDERSE SAMENWERKING We werken in Gelders verband aan duurzame en veilige oplossingen voor kwetsbare kinderen en gezinnen, dit is aanvullend op lokale- en regionale oplossingen. We bieden de juiste hulp, op tijd en op de juiste plek. Zo lang als nodig. We streven naar 0 gedwongen afzonderingen, 0 suïcides, 0 gesloten plaatsingen en 0 doorplaatsingen. Het vertrekpunt ligt bij de inhoud – wat is er nodig om veilig en zo thuis mogelijk op te kunnen groeien? 7.2 UITGANGSPUNTEN VAN DE GELDERSE SAMENWERKING De 7 Gelderse Jeugdhulpregio’s hebben in 2017 afgesproken dat de jeugdregio’s het belangrijkste schaalniveau vormen voor de inkoop van jeugdhulp en dat de regio’s van Gelderland bovenregionaal samenwerken waar het noodzakelijk is en het meerwaarde heeft. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd in de werkwijze van de G7: A. We werken inhoudelijk samen als we een gezamenlijk belang hebben dat niet afzonderlijk
26
te organiseren is (noodzakelijk) en we samen sterker staan (meerwaarde). Concreet gaat het om het borgen van de beschikbaarheid, kwaliteit, betaalbaarheid en transformatie van hoogspecialistische zorg waar de regio’s zelf te weinig volume hebben. Het inkopen van hoogspecialistische voorzieningen vergt (schaarse) expertise bij gemeenten, er zijn schaalvoordelen en kennisvoordelen als we dit gezamenlijk op pakken. B. De bovenregionale jeugdhulp wordt in de jeugdregio’s gecontracteerd. Regio’s in Gelderland kunnen uniforme contractafspraken maken zodat voor aanbieders minder overhead nodig is voor inkoop en administratie. Daarnaast kunnen tariefafspraken gemaakt worden om te zorgen dat iedereen een fair tarief betaalt en free-riding wordt voorkomen. C. We werken modulair samen dus per vraagstuk vragen we commitment en vormen we een passende organisatie (project of netwerk of set afspraken). Regiovertegenwoordigers halen mandaat op in de regio voor de inhoud en de kosten. D. We delen in de kosten van de benodigde extra
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
capaciteit om projecten te realiseren. Daarnaast leveren regio’s en gemeenten in natura vertegenwoordigers en projectdeelnemers die met een actiegerichte en verbindende aanpak hun bijdrage leveren. We vormen een bovenregionale netwerkorganisatie met een lichte basisorganisatie in de vorm van een parttime coördinator. E. We komen bestuurlijk bijeen als de situatie daarom vraagt. De procesbewaking is belegd bij het G7 ambtelijk overleg. Bijzonder aan Gelderland is de grote aanwezigheid van voorzieningen met een landelijke functie. Dit schept een grotere verantwoordelijkheid dan de eigen Gelderse populatie. De gemeenten waar de voorzieningen gehuisvest zijn hebben meerdere belangen dan alleen jeugdhulpbelangen. Het vergt zorgvuldige afstemming om deze voorzieningen te transformeren. De resultaten van de bovenregionale inspanningen borgen we zoveel mogelijk bij de 7 jeugdregio’s. Echter, we zetten ook resultaten neer die op bovenregionaal niveau geborgd moeten worden. Daarvoor moeten we na gaan denken over een lichte organisatievorm met voldoende kennis en middelen over het hoogspecialistische veld. In de woorden van een Gelders bestuurder: “we zijn nog verschillende Bv’s en we willen graag toe naar een VOF, waarin we allen de gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor het resultaat.
Wat kunnen we veranderen in onze huidige aanpak, om meer te voelen dat we echt allemaal hoofdelijk verantwoordelijk zijn”.
7.3 SCOPE VAN DE BOVENREGIONALE SAMENWERKING BEKEKEN VANUIT DE SOORTEN SPECIALISTISCHE JEUGDHULP De bovenregionale samenwerking gaat in ieder geval om afspraken over de organisatie van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en daarnaast de zeer intensieve, specialistische jeugdhulp, waarbij de problematiek (bijna) altijd meervoudig van
klachten van medewerkers van wijkteams, gezinsvoogden, gedragsdeskundigen van aanbieders. Dit leidt tot frustraties bij medewerkers van de toegang die veel energie en tijd investeren om een plek te vinden en uiteindelijke plaatsingen ver buiten de eigen regio als gevolg. Vooral in crisissituaties en een overbelast gezin en netwerk is vaak geen passende plek te vinden. Vaak
“We streven naar 0 gedwongen afzonderingen, 0 suïcides, 0 gesloten plaatsingen en 0 doorplaatsingen” aard is. Het betreft de zogenaamde essentiële jeugdhulpfuncties: gesloten jeugdhulp (JeugdzorgPlus), driemilieuvoorzieningen en/of orthopedagogische behandelcentra en specialistische klinische opname voor psychiatrische zorg (ook vanuit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen). De aanbieders van deze zorg voor jeugdigen bedienen vaak meerdere jeugdregio’s. Wat we vooralsnog niet op bovenregionaal niveau oppakken is de jeugdhulp die opgelegd is in het kader van strafrechtelijke beslissingen (forensische jeugdzorg) en verslavingszorg. 7.4 SCOPE VAN DE BOVENREGIONALE SAMENWERKING BEKEKEN VANUIT DE DOELGROEP De bestaande producten en voorzieningen zijn niet passend voor een klein deel van de kinderen met de meest ingewikkelde problematiek. “Er is geen plek” of “passend aanbod ontbreekt” zijn nu veelgehoorde
REGIONAAL OPDRACHTGEVERSCHAP JEUGDHULP
speelt ernstig, ontregelend gedrag met gevaar voor de jeugdige zelf of zijn/ haar omgeving een rol.
Veel jeugdigen die een passende zorg- en/ of behandelplek nodig hebben kunnen deze nu niet vinden, denk aan: - Jonge jongens met ASS, én stevige gedragsproblematiek; - (Jong) volwassen meiden met eetstoornissen, én trauma/ persoonlijkheidsstoornis; - LVB-jeugdigen met externaliserende ernstige gedragsproblematiek/ GGZ problematiek; - Jongens 18plus zonder maatregel/ machtiging, mét ernstige gedragsproblematiek en verslaving; - Jeugdigen met een forensische achtergrond én gedragsproblematiek/ GGZ problematiek.
27
Deze jeugdigen krijgen moeizaam passende hulp als gevolg van: - Wachtlijsten bij aanbieders (zowel ambulant als residentieel). Jeugdigen worden vaak op diverse plekken op wachtlijsten geplaatst, waardoor niemand zicht heeft op de werkelijke behoefte. - Het zorgaanbod is sterk afgebakend. De huidige tarieven en productdefinities die vanuit de Jeugdwet door de regio’s gehanteerd worden, veroorzaken soms een belemmering om passende oplossingen te ontwikkelen. Het gevolg is dat jeugdigen met comorbiditeit (meerdere problemen) nergens terecht kunnen omdat het aanbod onvoldoende breed en multi-disciplinair is. Of jeugdigen worden afgewezen op grond van contra-indicaties. - De beschikbare voorzieningen kunnen de noodzakelijke hulp niet bieden. Bijvoorbeeld omdat er onvoldoende personeel is om ontregelend gedrag te de-escaleren; - Er ontbreken in Gelderland plekken die gericht zijn op langdurig, kleinschalig en zo thuis mogelijk wonen, met voortdurende doorplaatsing als gevolg. - Veel jeugdigen verblijven te lang in de Jeugdzorg+ bij gebrek aan alternatief na verblijf. Het ‘hiaat’ tussen gezinshuizen en residentieel verblijf / gesloten jeugdzorg, is voor een beperkt aantal kinderen te groot, denk aan autisme spectrum stoornissen met ernstige gedragsproblematiek, maar ook andere kinderen met hele specifieke externaliserende problematieken.