CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

M8 Bijlage 1 - Ontwerpbestemmingsplan Hoge Horst 47a Groesbeek

Gemeenteraad 25 februari 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Schriftelijke mededelingen c.q informatie van het college van burgemeester en wethouders ter kennisname18.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

28

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

4.8.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Bestaande situatie In de huidige situatie zijn, behalve de bestaande burgerwoning aan Hoge Horst 47, vijf van de zeven oorspronkelijke schuren nog aanwezig in het plangebied. Ook de bijbehorende terreinverharding in de vorm van betonplaten is nog aanwezig. De schuren en betonplaten verdwijnen. Waterkeringen In het voorliggende plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Watergangen Raadpleging van de legger van het waterschap, zie navolgende afbeelding, toont aan dat er geen A-, B- of C-watergangen in het plangebied zijn gelegen. Direct aangrenzend aan het plangebied zijn aan de oost- en westzijde de uiteinden van twee C-watergangen gelegen.

Uitsnede legger waterschap met globale aanduiding plangebied (blauwe omkadering) Watercompensatie Er is een verhardingsbalans opgesteld om te laten zien hoe de bestaande situatie en de toekomstige situatie zich tot elkaar verhouden: Dakoppervlak (m²) Terreinverharding(m²) Onverhard (m²) Totaal (m²) Bestaande situatie

800

600

1.200

2.600

Toekomstige situatie

415

480

1.705

2.600

Verschil

-385

-120

+505

Uit de verhardingsbalans blijkt dat de hoeveelheid verhard oppervlak met circa 500 m 2 afneemt ten opzichte van de bestaande situatie. Onderhavig plan betreft de sloop van circa 1.071 m 2 aan schuren (deels buiten het plangebied, maar wel als zodanig via een voorwaardelijke (sloop)verplichting in het bestemmingsplan verankerd)). De nieuw te realiseren vrijstaande woning is kleiner (circa 195 m2) dan de bestaande verouderde schuren. Vandaar dat watercompensatie niet aan de orde is. Grondwater Het plan is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. In en om het plangebied is geen grondwateroverlast bekend. Ingrepen voorkomend uit dit plan zullen het functioneren van het grondwatersysteem niet beïnvloeden.

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

29

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Riolering en hemelwaterafvoer Het riool van de nieuwe woning zal aangesloten worden op het riool onder de Hoge Horst. Aansluiting van de riolering wordt in een later stadium in overleg met de gemeente uitgedetailleerd. Het hemelwater wordt niet gekoppeld aan het rioolsysteem, maar op het eigen perceel geïnfiltreerd. Het plangebied biedt voldoende ruimte om het hemelwater te verwerken. Dit wordt zo robuust mogelijk gedaan (43 mm in 45 min/ m²). Waterkwaliteit Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het inzamelings- en transportstelsel van afvalwater, kortom de riolering, ligt bij de gemeente. Het Waterschap is verantwoordelijk voor de zuivering van het aangeleverde afvalwater.

Het Waterschap is de beheerder van het totale watersysteem en van de waterkeringen. Het onderhoud van de waterkeringen en hoofdwatergangen is tevens de verantwoordelijkheid van het Waterschap. Het onderhoud van de overige watergangen ligt bij particulieren, de gemeente en andere instanties. Conclusie Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.9

Ecologie

4.9.1

Regelgeving

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes: 1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen.

De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb. Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.

30

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming De Wnb brengt voor de bescherming van soorten in ieder geval de volgende drie voor de praktijk belangrijke wijzigingen met zich: 1. Allereerst is onder de Wnb niet langer de minister van Economische Zaken, maar zijn gedeputeerde staten van de provincies het bevoegd gezag voor het verlenen van ontheffingen. 2. Ten tweede kunnen de in de praktijk gehanteerde 'tabelsoorten' niet langer gebruikt worden. In plaats daarvan wordt met de nieuwe indeling van de Wnb gewerkt. 3. Ten derde is de inhoud van de verboden en de ontheffingsgrondslagen gewijzigd. In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wnb geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

4.9.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Gebiedsbescherming Het plangebied heeft geen status in het kader van de Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebied, Vogel- of Habitatrichtlijngebieden). Het dichtstbijzijnde gebied dat onder de bescherming van de Wet natuurbescherming valt is het Natura 2000-gebied 'De Bruuk', circa 0,8 km ten zuidoosten van het plangebied. Gezien de kleinschaligheid van de beoogde situatie, de aard van de werkzaamheden en de afstand tot het gebied is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. De nieuwe vrijstaande woning in het plangebied ligt op ruim 800 m van Natura 2000-gebied De Bruuk en op circa 3,4 km van Natura 2.000-gebied Sint Jansberg.

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

31

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Bovendien neemt de stikstofemissie door de toevoeging van één extra wooneenheid slechts beperkt toe, als gevolg van de beperkte toename van het aantal voertuigbewegingen. De nieuwbouwwoning zelf zal vanwege het ontbreken van een gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben. Vandaar dat op voorhand wordt uitgesloten dat gedurende de gebruiksfase sprake is van een significante toename van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Omdat het bestaande nog hobbymatige agrarische gebruik van de schuren op het perceel (nr. 47 en 47A samen) komt te vervallen, zal er in de praktijk overigens naar verwachting een afname plaatsvinden van de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied 'De Bruuk'. Het bouwen van een vrijstaande woning op deze locatie is geen probleem. Voor de sloopfase is wel een berekening uitgevoerd, omdat met name in deze fase sprake is van het gebruik van zware machines. Deze berekening is als bijlage 4 bij de toelichting gevoegd. Uit deze berekening blijkt dat er ook in de sloopfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Er is geen sprake van een melding- of vergunningplicht. Soortenbescherming Vanwege de sloop van de schuren en de kap van enkele bomen ter plaatse van het plangebied is een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd.

Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied niet van essentiële betekenis is voor beschermde soorten. Het plangebied is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Vanwege de potentie voor nesten van algemene broedvogels moet het saneren van de opstallen buiten het broedseizoen (medio maart t/m medio juli) gebeuren. In het plangebied zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. In het kader van de Wet natuurbescherming zijn er, met inachtneming van de zorgplicht en de broeden nestperiode, geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.10

Archeologie & cultuurhistorie

4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging wordt de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal in 2021 opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stadsen dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland voor 2022.

Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de tussenliggende periode. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt.

32

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente.

4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Het plangebied is volgens de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde. Ingevolge de archeologische dubbelbestemming uit het geldende bestemmingsplan is een archeologisch vooronderzoek niet nodig bij bouwplannen waar de oppervlakte aan te verstoren grond kleiner is dan 100 m². Uit het archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek (zie bijlage 5) blijkt dat dat de archeologische verwachting in het plangebied middelhoog is voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met Nieuwe Tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied op de flank van een stuwwal die is afgedekt met dekzand, waarbij het plangebied zelf op de grens van een dekzandrug en een droogdal ligt. Uit de Kadastrale Minuut en de gemeentelijke beleidskaart valt af te leiden dat er een weg door het plangebied heeft gelopen die haar oorsprong ten minste in de 18 e eeuw kent en gedurende de 19e eeuw is verdwenen. Hierdoor is vooral de kans op het aantreffen van resten die samenhangen met deze weg hoog. De middelhoge verwachting leidt ertoe dat in het zuiden van het plangebied vanaf een diepte van 20 à 30 cm -Mv rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische resten.

De locatie van het toekomstig woonhuis valt samen met het gedeelte van het plangebied waar de ondergrond archeologisch gezien intact is:  Mits de ondergrond in het plangebied met 50 tot 100 cm grond wordt opgehoogd, blijft de diepte van de voorgenomen werkzaamheden beperkt tot een diepte van maximaal 30 cm -mv. De werkzaamheden zullen in dit geval dus niet tot in het archeologisch relevante niveau rijken. Daarom is na deze ophoging in onze optiek geen archeologisch vervolgonderzoek nodig.  Mocht toch blijken dat de ondergrond met minder dan 50 cm wordt opgehoogd, dan adviseren wij een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek kan het beste plaatsvinden met behulp van proefsleuven (IVO-P). Voor een proefsleuvenonderzoek dient, evenals ander gravend onderzoek, de werkwijze te worden vastgelegd in een Programma van Eisen (PvE), dat door de gemeente Berg en Dal dient te worden beoordeeld en goedgekeurd. De noodzaak van een gravend (vervolg)onderzoek wordt mede bepaald door de aard en diepte van de geplande ingrepen in relatie tot de diepteligging van de archeologische niveaus. Dit laat ruimte om eventueel aanwezige archeologische resten in te passen op een archeologievriendelijke manier. Het ophogen van de te bebouwen locaties behoort hier tot de mogelijkheden. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat het hele plangebied met 0,5 - 1,0 m wordt opgehoogd.

Bovendien komt de nieuwe woning grotendeels ook ter plaatse van het inmiddels gesloopte bijgebouw G, dat voorzien was van een betonnen fundering van circa 8 x 8 m tot op circa 0,65 onder maaiveld. Zie ook Bijlage 2 Landschappelijke inpassing van de regels en paragraaf 2.2 van de toelichting. Ter waarborging van de archeologische verwachtingswaarde wordt de archeologische dubbelbestemming uit het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied' overgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Cultuurhistorie Op basis van de kaart 'Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie' van de provincie Gelderland zijn er geen cultuurhistorische waardevolle objecten of structuren in het plangebied aanwezig. Daarnaast is ook de cultuurhistorische waardenkaart uit RAAP rapport (nr. 2.738) geraadpleegd: Er liep voorheen een weg (De Quade straat) door het plangebied. Deze is al hele lange tijd verdwenen. Zie verder onder archeologie.

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

33

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart zijn er geen cultuurhistorische waardevolle c.q. te behouden objecten en/of - structuren in het plangebied aanwezig.

4.10.3 Conclusie De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.11

Leidingen

4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”;  defensiebrandstoffen;  warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones moeten worden opgenomen.

34

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

4.12

Vormvrije MER-beoordeling

4.12.1 Regelgeving Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De voorgenomen activiteiten in het plan liggen ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.

De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

35

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.

5.1.1

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

5.1.2

Bestemmingsregels

In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.

36

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

5.1.3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels In deze bepaling is opgenomen wat in ieder geval onder strijdig gebruik wordt verstaan. Ook zijn regels opgenomen voor het uitoefenen van beroep of dienstverlening aan huis als nevenactiviteit bij een (bedrijfs-)woning. Algemene aanduidingsregels Hierin is de gebiedsaanduiding voor landschappelijke kenmerken opgenomen. Algemene afwijkingsregels In deze regels is bepaald waarvoor het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels kan verlenen.

5.1.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.2

Bestemmingsplan

In het plangebied komen de volgende (dubbel)bestemmingen voor: Wonen Het plangebied bevat één nieuw bestemmingsvlak voor de beoogde extra burgerwoning. In de regels wordt geregeld wat de bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn binnen het bouwvlak en daarbuiten. Door middel van een voorwaardelijke verplichting is opgenomen dat eerst de bestaande schuren gesloopt moeten worden en de landschappelijke inpassing aangebracht moet worden, voordat de nieuwe woning aan de Hoge Horst 47A in gebruik genomen mag worden.

Waarde - Archeologie 2 Binnen deze bestemming zijn de gebieden opgenomen die op de archeologische beleidsadvieskaart zijn aangegeven als gronden met te verwachten archeologische waarden. De mogelijke archeologische waarde wordt beschermd door middel van een beperking van de bouwmogelijkheden (op het moment dat deze bouwmogelijkheden betrekking hebben op gronden met een oppervlakte groter dan 100 m²) en een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

37

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Alle kosten die gemaakt moeten worden voor het opstellen van het bestemmingplan zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Hierover is een overeenkomst met de initiatiefnemer afgesloten. Daarnaast is afgesproken dat de (eventuele) kosten voor tegemoetkoming in planschade voor rekening van de initiatiefnemer komen.

6.2

Overleg

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er zal geen vooroverleg plaatsvinden omdat er geen belangen van andere overheden in het geding zijn.

38

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

39

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Bijlage 1

40

Diverse bodemonderzoeken

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

41

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Bijlage 3

42

Quickscan Wet natuurbescherming

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Bijlage 4

Stikstofberekening sloopfase

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

43

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Bijlage 5

44

Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Regels

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

45

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek met identificatienummer NL.IMRO.1945.BPHOGEHORST47A-ONW1 van de gemeente Berg en Dal; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan-huis-verbonden bedrijf: een bedrijf of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentenverzorging, geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.6 aan-huis-verbonden beroep: een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.7 afhankelijke woonruimte: een bijbehorend bouwwerk, met uitzondering van vrijstaande bijgebouwen bij een (bedrijfs)woning dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met deze (bedrijfs) woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit

een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.8 andere bouwwerken: bouwwerken geen hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken zijnde; 1.9 archeologische verwachtingswaarden: gronden met verwachtingswaarden, die kunnen bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang kunnen zijn en het cultuurhistorisch erfgoed kunnen vertegenwoordigen; 1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11 bed & breakfast: logies en ontbijt, het aanbieden van nachtverblijf zonder bijbehorende voorzieningen tot het bereiden van maaltijden; 1.12 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.13 begane grond: de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder; 1.14 bestaand:  bij bouwwerken: bestaand, legaal ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp;  bij gebruik: bestaand, legaal ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan;

46

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

1.15 beroep of dienstverlening aan huis: het bij wijze van nevenactiviteit bij het wonen uitoefenen van een beroep of het verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen gebied; 1.16 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.17 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.19 bijbehorende bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.20 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.21 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.22 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; 1.23 bouwmassa: een complex van aaneen gebouwde bouwwerken; 1.24 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende

bebouwing is toegelaten; 1.25 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.26 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.27 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.28 burgerwoning: woning, niet zijnde een bedrijfswoning en recreatiewoning; 1.29 cultuurhistorische waarde: waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historischgeografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden;

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

47

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

1.30 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.31 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder belwinkel en internetcafé; 1.32 dove gevel De bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, waarin:  geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), dan wel;  alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

1.33 erfbeplanting: afschermende (rand)beplanting binnen of direct aansluitend bij het bouwvlak van een agrarisch bedrijf of binnen of direct aansluitend bij een ander bedrijf of een woning; 1.34 erfafscheiding: een bouwwerk dat dient ter gehele of gedeeltelijke omheining van een bouwperceel, bouwvlak of ander stuk grond; 1.35 escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus; 1.36 functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan; 1.37 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.38 herbouw: gehele of gedeeltelijke reconstructie, wederopbouw, opnieuw bouwen; 1.39 hoofdfunctie: een functie waarvoor het hoofdgebouw en/of gronden als zodanig mag worden gebruikt; 1.40 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.41 horeca: het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van

nachtverblijf, waaronder bed & breakfast, discotheek, feestzaal; 1.42 kantoor: één of meerdere ruimtes in) een gebouw waar bedrijfsmatig diensten worden verleend waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;

48

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

1.43 kelder: ruimte die voor meer dan 50% ondergronds is gelegen, waarbinnen geen verblijfsruimtes zijn toegestaan. De inhoud van de kelder telt niet mee bij de inhoud van de woning; 1.44 landschappelijke inpassing: het zodanig inpassen van gebouwen en/of activiteiten in de omgeving dat de landschappelijke waarden behouden blijven; 1.45 landschapswaarden/landschappelijke waarden: bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object in de zin van aantrekkelijkheid, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit bestaande uit aardkundige, cultuurhistorische en visueelruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang; 1.46 mantelzorg: het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.47 nutsvoorzieningen: gebouwde voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van water, elektriciteit, gas e.d.; 1.48 omgevingsvergunning: een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.49 overkapping: een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal één zijde begrensd door de gevels van belendende gebouwen en welke constructie zelf niet wordt aangemerkt als een gebouw; 1.50 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin

bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.51 souterrain: ruimte onder de woning, waarvan minimaal 50% van de inhoud boven het aansluitende maaiveld is gelegen en waarbinnen verblijfsruimtes zijn toegestaan. De inhoud van het souterrain telt mee bij de inhoud van de woning. Onder het souterrain is geen kelder toegestaan; 1.52 voorgevel: de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw; 1.53 voorgevellijn: de lijn waarin de voorgevel van een gebouw is gelegen alsmede het verlengde daarvan (tot aan de zijdelingse perceelsgrens); 1.54 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, zoals watergangen, waterlopen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop; 1.55 woning: een complex van ruimten, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden; 1.56 zijdelingse perceelsgrens: de grens tussen twee bouwpercelen, die voor-en achterzijde van een bouwperceel verbindt.

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

49

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de buitenwerks gemeten oppervlakte van het op een bouwperceel staande c.q. op te richten bouwwerken, gemeten op zowel boven als onder maaiveld; 2.3 bebouwingspercentage: de bebouwde oppervlakte welke ten hoogste gebouwd mag worden, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het desbetreffende bouwperceel; 2.4 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk: tussen de buitenzijden van de gevels en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.6 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen, inclusief hieronder gelegen souterrain, exclusief kelder; 2.7 goothoogte: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met dien verstande dat: a. de goothoogte van een lessenaarsdak wordt bepaald vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel van de laagste zijde van de kap; b. de goothoogte van een dakvlak met een dakopbouw wordt bepaald vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel van de dakopbouw; c. bij een kap die bestaat uit één of meerdere hellende dakvlakken waarbij de bovenzijde van de hellende dakvlakken grenzen aan een plat dak, deze daken worden ook wel afgetopte of afgesnoten daken genoemd, de goothoogte wordt bepaald vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel aan de laagste zijde van het hellende dakvlak. 2.8 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenzijden van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9 peil: bovenzijde van de afgewerkte vloer van de laagst gelegen verblijfsruimte.

2.10 ondergeschikte bouwdelen: bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, portalen, balkons, overstekende daken en dakkapellen worden bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

50

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. burgerwoningen; b. beroep of dienstverlening aan huis; c. een bed & breakfast; d. paden, wegen en parkeervoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. nutsvoorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Woningen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende voorwaarden: a. Per bestemmingsvlak, indien een bouwvlak aanwezig is per bouwvlak, mag het aantal woningen niet meer bedragen dan één, met uitzondering van ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ waar het aantal woningen niet meer mag bedragen dan is aangegeven. b. De woningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de bestaande woning, met dien verstande dat indien een bouwvlak is opgenomen, de woning uitsluitend binnen dat bouwvlak gebouwd mag worden. c. De inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m³; d. De goothoogte van een woning mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’; e. De bouwhoogte van een woning mag niet meer bedragen dan aangegeven aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’; f. De dakhelling van een woning mag niet minder bedragen dan 25º; g. Kelders en souterrains zijn toegestaan onder de woning en bijbehorende bouwwerken, met inachtneming van de volgende voorwaarden: 1. De kelder mag niet dienen als verblijfruimte; 2. De kelder en het souterrain mogen maximaal één bouwlaag diep zijn. h. De afstand tot de perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 3 m. 3.2.2

Bijbehorende bouwwerken en overkappingen

Voor hoofdgebouwen geldt het volgende: a. Bijbehorende bouwwerken mogen niet worden opgericht voor de voorgevellijn van de woning; b. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 80 m²; c. De goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,3 m; d. De bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 6,5 m. 3.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen, gelden de volgende voorwaarden: a. De bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevellijn van de woning niet meer mag bedragen dan 1 m; b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m.

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

51

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Herbouw woning op andere locatie

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 onder b voor herbouw op een ander locatie, waarbij de volgende voorwaarden gelden: a. De herbouw dient plaats te vinden binnen het bestemmingsvlak; b. De herbouw dient noodzakelijk te zijn op grond van wet- en regelgeving of indien dit leidt tot een landschappelijke, stedenbouwkundige, of milieuhygiënische verbetering; c. De herbouw mag geen aantasting veroorzaken van omliggende natuur-, landschaps-, cultuurhistorische of hydrologische waarden. 3.3.2

Herbouw bijbehorende bouwwerken

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 voor een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken door herbouw van bijbehorende bouwwerken, waarbij de volgende voorwaarden gelden: a. Voor zover bijbehorende bouwwerken worden gesloopt, geldt dat: 1. Indien bijbehorende bouwwerken de totale toegestane oppervlakte van 80 m² overschrijden maar beneden een totale oppervlakte blijven van 200 m², mag 80 % van de inhoud van deze bijbehorende bouwwerken worden teruggebouwd; 2. Indien bijbehorende bouwwerken worden gesloopt, welke de totale oppervlakte van 200 m² overschrijden maar beneden een totale oppervlakte blijven van 400 m², mag 70 % van de inhoud van deze bijbehorende bouwwerken worden teruggebouwd; 3. Indien bijbehorende bouwwerken worden gesloopt, welke de totale oppervlakte van 400 m² overschrijden, mag 60 % van de inhoud van deze bijbehorende bouwwerken worden teruggebouwd. b. Naast de hiervoor aangegeven voorwaarden, gelden de volgende algemene voorwaarden: 1. De oppervlakte van de nieuw te bouwen bijbehorende bouwwerken mag niet groter zijn dan de oppervlakte van de te slopen bijbehorende bouwwerken; 2. De bouw- en goothoogte van de nieuw te bouwen bijbehorende bouwwerken mag niet hoger zijn dan de grootste goot- en bouwhoogte van het hoogste te slopen bijbehorende bouwwerk. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Bed & breakfast

Binnen deze bestemming is een bed & breakfast voorziening bij woningen toegestaan, waarbij de volgende voorwaarden gelden: a. De woonfunctie als hoofdfunctie blijft behouden; b. Bed & breakfast voorzieningen zijn toegestaan binnen de bestaande woning en bijbehorende bouwwerken; c. Het aantal logeereenheden mag niet meer bedragen dan 2 per woning; d. De totale oppervlakte aan logeereenheden mag niet meer bedragen dan 70 m²; e. De voorziening dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; f. Het betreft geen zodanige verkeersaantrekkende activiteit, die kan leiden tot nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van verkeer; g. Het parkeren plaatsvindt op eigen terrein.

52

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

3.4.2

Voorwaardelijke verplichting

Het gebruik van de gronden, zoals beschreven in deze bestemming, is ter plaatse van het plangebied pas toegestaan indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de bestaande bebouwing, zoals aangeduid in bijlage 1 van deze regels, moet zijn gesloopt voordat met de bouwwerkzaamheden voor de woning wordt gestart; b. de landschappelijke inpassing, zoals deze is weergegeven in bijlage 2 van deze regels, is aangelegd en in stand wordt gehouden; c. bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan geldt de regel dat er voldoende parkeergelegenheid voor auto's is gerealiseerd en in stand wordt gehouden op eigen terrein; voldoende parkeergelegenheid betekent dat voldaan wordt aan een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per vrijstaande woning (inclusief bezoekersparkeren); d. de voorgevel van de woning moet voorzien zijn van een dove gevel conform de Wet geluidhinder. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sublid 3.4.2 onder d en de eis voor een dove gevel laten vervallen, indien er in de toekomst bronmaatregelen (snelheidsverlaging, geluidreducerend wegdek of verlagen verkeersintensiteiten) genomen worden aan de Hoge Horst en uit een akoestisch onderzoek blijkt dat een dove gevel niet langer noodzakelijk is.

3.6

Wijzigingsbevoegdheid

3.6.1

Splitsing burgerwoningen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen ten behoeve van de splitsing van vrijstaande burgerwoningen in maximaal twee woningen, waarbij de volgende voorwaarden gelden: a. De bouwmassa van de te splitsen woning dient een minimale inhoud te hebben van 900 m³; b. Bij splitsing mogen maximaal twee volwaardige woningen ontstaan; c. Na splitsing mogen de twee woningen niet worden gesloopt en worden vervangen voor twee vrijstaande woningen; d. De inhoud, goot- en bouwhoogte mag niet worden vergroot; e. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij de woningen niet meer bedragen dan 80 m²; f. De woning mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische bedrijven; g. De woning dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

53

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden.

4.2

Bouwregels

a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m², een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. De verplichting tot het doen van opgravingen; 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 4.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.2 sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1

Werken en werkzaamheden

Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,40 m en met een oppervlakte groter dan 100 m² onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels. 4.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

54

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

4.4.3 Toelaatbaarheid a. De in lid 4.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. 4.5

Wijzigingsbevoegdheid

4.5.1

wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' te wijzigen in die zin dat deze bestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval uit het plan wordt verwijderd, indien als gevolg van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden al dan niet behoudenswaardig zijn of al dan niet langer aanwezig zijn.

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

55

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 6.1

Algemene bouwregels

Maatvoering

In die gevallen dat de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, horizontale dan wel verticale diepte en/of de afstand tot enige aanduiding van bouwwerken, die krachtens het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze planregels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, horizontale dan wel verticale diepte en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.

6.2

Bebouwingspercentage

In die gevallen dat een bebouwingspercentage, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze planregels zijn voorgeschreven, geldt dat bebouwingspercentage in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.

Artikel 7 7.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie; b. het gebruik en laten gebruiken van bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woning. 7.2

Beroep of dienstverlening aan huis

De uitoefening van een beroep of dienstverlening aan huis is toegestaan als nevenactiviteit bij de (bedrijfs)woning, waarbij de volgende voorwaarden gelden: a. De voor het perceel geldende regels met betrekking tot de maximale oppervlakte, de maatvoering en de situering van de bebouwing ingevolge het bepaalde in Hoofdstuk 2 blijven van kracht; b. De oppervlakte ten behoeve van activiteit mag maximaal 40% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing van de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken bedragen tot een maximum van 50 m²; c. Het onbebouwde gedeelte van het perceel mag niet ten behoeve van beroepsmatige activiteiten c.q. ten behoeve van de genoemde diensten worden gebruikt, zoals bijvoorbeeld voor buitenopslag; d. Cumulatie van beroepsuitoefening/dienstverlening mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefmilieu; e. De bestaande parkeervoorzieningen mogen door het uitoefenen van een beroep c.q. door het verlenen van diensten niet onevenredig worden gebruikt en de parkeerdruk in de omgeving mag niet onevenredig toenemen; f. Parkeren dient plaats te vinden binnen het bestemmingsvlak van ‘Wonen’.

56

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Artikel 8

Algemene aanduidingsregels

8.1

Landschappelijke kenmerken

8.1.1

Zuidelijk deel lage middengebied

Ter plaatse van de aanduiding ‘zuidelijk deel lage middengebied’ zijn de gronden mede bestemd voor: a. behoud en versterking van natuurkerngebied de Bruuk; b. behoud en versterking van kleinschalig (half)besloten karakter; c. ontwikkeling van verbindende beplantingselementen en versterking van beken; d. behoud van hoge grondwaterstanden.

Artikel 9 9.1

Algemene afwijkingsregels

Algemene afwijkingen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; b. de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje niet meer dan 20 m² zal bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m zal bedragen. c. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot: 1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 m; 2. ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 m. d. de onder a tot en met c genoemde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend verleend worden mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de milieusituatie; en 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

57

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

9.2

Evenementen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bestemmingsregels en toestaan dat binnen de in dit plan opgenomen bestemmingen het tijdelijk gebruik van gronden voor evenementen is toegestaan, waarbij de volgende voorwaarden gelden: a. Er dient sprake te zijn van een evenement in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering/verrichting van vermaak, op het gebied van sport/recreatie, toerisme, muziek, of op sociaal-cultureel vlak; b. Omgevingsvergunning kan worden verleend voor evenementen van maximaal 3 aaneengesloten dagen; c. In afwijking van het bepaalde onder b kan maximaal 5 keer per jaar een meerdaags evenement worden toegestaan van minimaal 3 tot maximaal 7 aaneengesloten dagen; d. Detailhandel is niet toegestaan, behoudens detailhandel ten dienste van en ondergeschikt aan het evenement; e. Er dienen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd; f. De aan te brengen voorzieningen dienen tijdelijk te zijn; dit betekent dat het houden van een evenement niet mag leiden tot onomkeerbare voorzieningen/ingrepen; g. Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de binnen het gebied aanwezige waarden.

Artikel 10

Overige regels

Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan.

58

bestemmingsplan "Hoge Horst 47A, Groesbeek" (ontwerp)

bestemmingsplan Hoge Horst 47A, Groesbeek

Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9660371/1