M51 Bijlage - Bestuursrapportage (augustus 2021)
Tekst van het document
ODRN Bestuursrapportage per 1 augustus 2021
Datum: 6 september 2021 Versie: AB
Inhoud
VOORWOORD ........................................................................................................................... 3 SAMENVATTING ........................................................................................................................ 4 1. BEDRIJFSVOERING................................................................................................................. 5 2. WERKZAAMHEDEN TOT EN MET JULI 2021 ............................................................................ 7 3. FINANCIËN ........................................................................................................................... 12 4. PERSONEEL .......................................................................................................................... 15 5. ONTWIKKELPROGRAMMA ODRN ......................................................................................... 17
2
Voorwoord Deze rapportage informeert u over de werkzaamheden die we in de eerste zeven maanden van 2021 voor u hebben uitgevoerd. We zijn over de helft van het jaar. En ook, grosso modo, over de helft van de realisatie van het werkplan. Het is weer een bijzonder moment, de tweede rapportage. Als directie en MT kijken we met spanning naar deze tussenresultaten: Waar wijken we af? Wat verrast ons (negatief of positief)? Wat heeft bijstelling nodig? Waarover moeten we een signaal afgeven aan onze opdrachtgever? Kortom: Zijn we in control? We zien afwijkingen per product, maar met name bij de projecten zien we verschillen ten opzichte van het werkplan. Dat is omdat projecten zijn uitgesteld, uitgefaseerd of goedkoper dan voorzien. En ook, eerlijk is eerlijk, zijn er projecten waar we minder tijd in hebben kunnen steken dan we wensten. En hoewel we zien dat onze urenbesteding in de pas loopt met de prognose constateren we ook dat de markt aantrekt en het uit te voeren werk bij veel van onze opdrachtgevers toeneemt. En dat baart ons zorgen in relatie tot onze dienstverlening voor al onze opdrachtgevers, de inzet van capaciteit en het werkplezier van onze medewerkers. We zien ons genoodzaakt om (duurdere) inhuur te contracteren. Eenvoudigweg omdat onze dienstverlening anders ernstig verschraald wordt. Maar ook omdat onze medewerkers anders overbelast worden en onderuit gaan.
En dat is het laatste wat ik wil. Uit het periodieke medewerkers onderzoek, dat in juli is gepresenteerd, blijkt ook dat de werkdruk voor onze medewerkers het allerlaagste scoort voor wat betreft tevredenheid. Blij zijn we overigens, dat collegialiteit, bevlogenheid, leiderschap en samenwerking de hoogste scores hebben ontvangen in het medewerkersonderzoek. Graag voeren we met u, onze opdrachtgever, het gesprek om te verkennen waar we ons het beste op kunnen en misschien wel moeten gaan focussen. Waar kunnen we bijvoorbeeld efficiënter en doelgerichter te werk gaan. Verder zien we de laatste tijd dat er veel landelijke aandacht is voor de uitvoering van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving milieu. Dit is aangezwengeld door de commissie VTH (“Commissie Van Aartsen”). De komende tijd zal deze ontwikkeling ons werk en de organisatie ervan beïnvloeden. Ook het onderzoek van de landelijke Algemene Rekenkamer, dat zich met name richt op de BRZO-diensten, roept veel op. Kort en goed zijn de bevindingen uit deze onderzoeken dat omgevingsdiensten meer geld, kennis en mandaat nodig hebben om hun doelen – onze doelen – waar te kunnen maken. En de kwaliteit van data heeft met de grootste urgentie een investering nodig. Wij herkennen ons in een belangrijk deel van de bevindingen en kijken graag met u hoe we het beste invulling kunnen geven aan deze bevindingen.
Tot slot wil ik noemen dat we dit najaar in het spoor Gezamenlijkheid van onze Ontwikkelagenda, samen met u als opdrachtgevers, invulling gaan geven aan gezamenlijk VTH-beleid; iets waar “Van Aartsen” overigens ook een lans voor breekt. Wij als organisatie merken dat de samenwerking in het partneroverleg steeds plezieriger en dus effectiever wordt. Bedankt daarvoor.
Marieke Prins, Directeur ODRN
3
Samenvatting Voor u ligt de Bestuursrapportage 1 augustus 2021 van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). Deze rapportage is onderdeel van de P&C-cyclus. Hierin verantwoorden we de geleverde prestaties over de eerste zeven maanden van 2021 en geven we een prognose voor heel 2021. Goed nieuws is dat we 2021 met een klein positief saldo verwachten af te sluiten. We prognosticeren een overschot van afgerond € 4 ton. Dat is afgerond 1,6% van de begrote baten. Over het algemeen loopt onze productie iets achter op de begroting en de werkplannen. De prognose van de baten blijft € 7 ton achter op de begroting en blijft ook iets achter op de werkplannen. Belangrijkste reden zijn achterblijvende productie milieuvergunningen voor de stelsel OD’s en het niet doorgaan van het project kamerverhuur van de gemeente Nijmegen. Verder loopt de inzet van het ontwikkelprogramma iets op begroting achter. Onze lasten blijven € 1,1 mln. achter op de begroting. Vooral de personeelskosten lopen achter. We hebben moeite hebben ons personeelsbestand op peil te krijgen en te houden. Goed gekwalificeerd personeel is schaars. We zetten alle zeilen bij om de productieafspraken te realiseren. Onze productiviteit is boven de norm en we moeten, meer dan we zouden willen, een beroep doen op inhuur. In deze rapportage wijzen we op een aantal financiële risico’s.
De werkdruk en ook corona maken dat medewerkers nagenoeg geen vakantie opnemen en veel medewerkers draaien overuren. Het saldo aan verlofuren en overuren loopt hierdoor op. Wij zullen dit bij de jaarcijfers 2021 evalueren en komen hier dan op terug. Verder maakt krapte op de arbeidsmarkt dat we meer en ook tegen hogere tarieven moeten inhuren dan we zouden willen. Ook dit heeft negatieve financiële consequenties. We evalueren de wijze waarop we ons onderhanden werk waarderen. Deze evaluatie kan ertoe leiden dat we ons onderhandenwerk afwaarderen. Dit heeft een negatief effect op onze omzet. De prognose van de omzet is gebaseerd op extrapolatie van de realisatie tot en met juli. De omzetontwikkeling is soms grillig en onvoorspelbaar. De uiteindelijke realisatie over 2021 hangt in hoge mate samen met deze ontwikkeling in de laatste maanden van 2021. Het ziekteverzuim is in de eerste zeven maanden van 2021 opgelopen naar 6,9% (Q1 2021: 6,2 %) en is daarmee hoger dan onze norm van 5%. Dat is zorgelijk. Dat we niet alle middelen van de ontwikkelagenda dit jaar inzetten, betekent niet dat we geen voortgang boeken. We hebben flinke stappen gezet. Samen met onze deelnemers hebben we de financiële en personele effecten van de WKB en de Omgevingswet in beeld gebracht en zijn we onze organisatie aan het voorbereiden op de wijzigingen.
We hebben een IC-plan opgesteld en we hebben een kwaliteitsmanagementsysteem aangeschaft om de kwaliteit van onze bedrijfsprocessen op orde te krijgen en te houden. In september gaan de eerste medewerkers op training en we zullen het systeem daarna inrichten. We hebben een voorstel voor een ingekort PDC vanaf 2023 uitgewerkt en we zijn de scenario’s voor een toekomstige financieringssystematiek aan het doorrekenen. De uitkomsten en keuzes leggen we binnenkort aan u voor. Samen met deelnemers hebben we afspraken gemaakt over een gezamenlijk VTHbeleid. Ook de uitwerking hiervan leggen we binnenkort aan u voor.
4
1. Bedrijfsvoering Corona De beperkingen ten gevolge van corona gelden nog steeds. Wij volgen de richtlijnen van de Rijksoverheid. Als een medewerker op kantoor wil werken, moet hij zich aanmelden en een bureau reserveren. We hebben de kantoorruimte “corona-proof” gemaakt: we hebben een deel van de bureaus buiten gebruik gesteld, verplichte looproutes ingesteld zodat men elkaar zo min mogelijk kruist en we hebben de vergaderzalen aangepast met als gevolg een kleiner aantal mensen per ruimte. Ook hebben we de bestuursvergaderingen digitaal laten verlopen. De vergaderingen van het Algemeen Bestuur waren “corona-proof” live te volgen via een livestream en is nadien nog na te kijken via de website van ODRN. Jaarverslag 2020, Begroting 2022 en Eerste wijziging Begroting 2021 In het begin van het jaar zijn de jaarstukken 2020 opgesteld. De accountant heeft deze gecontroleerd en heeft een rapport van bevindingen opgesteld. Tevens zijn de Begroting 2022 en de Eerste wijziging begroting 2021 opgesteld. De stukken zijn na behandeling door het Dagelijks Bestuur gestuurd aan de deelnemers en de Adviesfunctie gemeenschappelijke regelingen (AGR). De AGR heeft aan de gemeentelijke deelnemers een advies uitgebracht waarin ze adviseert in te stemmen met de stukken onder het maken van een aantal kanttekeningen.
Door de deelnemers zijn vervolgens zienswijzen ingebracht die van een reactie zijn voorzien. Het Algemeen Bestuur heeft in zijn vergadering van 1 juli besloten met alle stukken in te stemmen. Nadien zijn de stukken naar het ministerie van BZK gestuurd onder gelijktijdige verzending naar de deelnemers. Zij kunnen nog op de begroting en wijziging van de begroting zienswijzen bij het ministerie indienen. Ontwikkelagenda In de vastgestelde de gewijzigde begroting 2021 en in de eveneens vastgestelde begroting 2022 hebben we voor een deel van het budget naar 2022 en 2023 overgeheveld. Onder het hoofdstuk Ontwikkelprogramma gaan we verder in op de voortgang van de diverse thema’s. Rapport van de commissie Van Aartsen ‘Om de leefomgeving’ De door de staatsecretaris I&W ingestelde commissie Van Aartsen, die als opdracht onder meer meekreeg te bezien welke mogelijkheden de commissie zag om milieuvergunningverlening, toezicht en handhaving te versterken, heeft haar rapport uitgebracht. Van verschillende zijden is daar op gereageerd. Vanuit ODRN hebben wij een notitie opgesteld die wij besproken hebben in het Algemeen Bestuur. Ook hebben de directeuren vanuit het Gelders stelsel een reactie opgesteld. Ook deze heeft onderdeel uitgemaakt van de discussie in het Algemeen Bestuur. Het bestuur heeft ingestemd met de lijnen zoals deze in de notitie van ODRN is uiteengezet.
De staatsecretaris heeft na het verschijnen van het rapport aangekondigd dat nader onderzoek zou volgen. Inmiddels heeft ODRN een vragenlijst ontvangen die tijdens de zomerperiode is ingevuld en aan het ministerie ter hand is gesteld. In september vindt een debat plaats over dit rapport in de Tweede Kamer. Algemene Rekenkamer rapport ‘Handhaven in het duister’ Naast de commissie van Aartsen heeft de Algemene Rekenkamer van het Rijk onderzoek gedaan naar de aanpak van milieucriminaliteit en – overtredingen. Dit richt zich op de 6 BRZO-diensten in Nederland, waaronder de ODRN. De conclusies van het rapport zullen nog in het najaar in het bestuur terugkomen en van een reactie worden voorzien. Programmatische aanpak gemeentelijke complexe bedrijven In opdracht van het Algemeen Bestuursvoorzittersoverleg van de Gelderse Omgevingsdiensten is onderzoek gedaan naar een programmatische aanpak voor toezicht en handhaving op de gemeentelijke complexe bedrijven in Gelderland. Daar is een rapport over verschenen. Dit rapport is in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 28 mei besproken. Vanuit het stelsel wordt een programmatische aanpak van de gemeentelijke complexe bedrijven voorgestaan met een coördinerende rol voor de ODRA. Elke
5
omgevingsdienst blijft zelf het werk uitvoeren. Het bestuur heeft besloten met het rapport en de aanpak in te stemmen. Daarbij is wel gewezen op het feit dat het de bevoegdheid is van de gemeentelijke deelnemers om hier mee akkoord te gaan. Vanuit ODRN zullen wij de betrokken gemeentelijke deelnemers hiervan op de hoogte brengen en hen vragen hierover een besluit te nemen. Gastheerovereenkomst Met de gemeente Nijmegen is overeengekomen dat wij de derde verdieping van het kantoor afstoten per 1 september 2021. Deze verdieping is door een derde partij gehuurd. Tevens hebben wij de gelegenheid aangegrepen om de inrichting aan te passen zodat deze meer past in de huidige tijd. We zijn tevens met de gemeente Nijmegen overeengekomen dat wij als ODRN voor een groter deel zelf de ondersteuning aan het team P&O op ons nemen met name waar het de advisering betreft.
6
2. Werkzaamheden tot en met juli 2021 Omzetontwikkeling ten opzichte van de begroting Onderstaand geven we de omzetontwikkeling tot en met juli 2021.
Omzetontwikkeling tm juli 2021 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 jan
feb
mrt
apr
mei 2021
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Begroot 2021
De gemiddelde productie blijft over de eerste 7 maanden van 2021 gemiddeld licht achter bij de begrote baten van maandelijks bijna € 2 mln. (op jaarbasis € 23,6 mln.) Als we de productie extrapoleren verwachten we op jaarbasis een onderschrijding op de begroting van € 7 ton (3 %). De fluctuaties in bovenstaande grafiek hangen in sterke maanden samen met vakantie. In de vakantiemaand augustus zal de productie bij de begroting achterblijven. We hopen in de laatste maanden van 2021 op een positieve omzetontwikkeling zodat we begroting en werkplannen kunnen realiseren.
Aansluiting begroting op werkplannen Onderstaand geven we een aansluiting van de begrote baten op de werkplannen Begrote baten Af: Bijdrage ontwikkelprogramma Af: Onttrekking bestemmingsreserve Begroting exl. Ontwikkelprogramma en bestemmingsreserve Baten werkplan Aanvullende opdrachten niet begroot
23.616 1.058 36 22.522 22.874 352
II I I - II
In totaal zijn we voor € 3,5 ton aanvullende opdrachten overeengekomen die we niet in de begroting verwerkt hebben. We passen de begroting hier niet meer op aan. We blijven verschillen tussen begroting en werkplannen monitoren en we zullen hierover bij de jaarcijfers 2021 rapporteren.
7
Omzetontwikkeling ten opzichte van de werkplannen In onderstaande tabel geven we inzicht in de budgetten volgens de werkplannen en de realisatie tot en met juli 2021.
in € * 1.000 BRIKS - Vergunningverlening BRIKS - Toezicht en handhaving BRIKS - Handhaving, juridisch en overig
Budgetten werkplannen 4.888 3.025 1.110
Realisatie t/m juli 2021 3.149 1.280 544
Voortgang 64% 42% 49%
Subtotaal BRIKS Milieu - Vergunningverlening Milieu - Toezicht en handhaving Milieu - Handhaving, juridisch en overig
9.022 5.063 2.943 621
4.973 3.045 1.820 338
55% 60% 62% 54%
Subtotaal Milieu
8.627
5.203
60%
Projecten excl. Ontwikkelprogramma
5.225
2.390
46%
Totaal
22.874
12.566
55%
We beperken ons bij de analyse tot de hoofdlijnen. Voor details en resultaten per opdrachtgever verwijzen we naar onze klantrapportages. Over het algemeen blijft onze productie iets achter op de werkplannen. Tot en met juli zouden 58% (7/12 maanden * 100%) moeten realiseren, we komen uit op 55%. Als we de realisatie tot en met juli doortrekken komen we op een omzet van € 21,5 mln1. en zouden we € 1,3 mln. op de werkplannen achterblijven. Kanttekening is dat de mutatie onderhanden werk niet is meegenomen. Deze is in de eerste 7 maanden van 2021 met € 0,5 mln. toegenomen. Als we deze productie in de pijplijn eind 2021 gereed melden, lopen we wellichte een deel van de achterstand in. We herkennen de achterblijvende productie die met name voordoet bij de projecten. Een aantal projecten vindt door corona dit jaar geen doorgang. En het project aanpak illegaal kamerverhuur in Nijmegen is als gevolg van een rechterlijke uitspraak tot nader order stop gezet. BRIKS Vergunningverlening BRIKS Met een realisatie van 64% zitten we boven schema. De woningbouwprojecten lopen over het algemeen redelijk door. Bij BRIKS-vergunningaanvragen zien we dat grotere bouwplannen bij provinciale bedrijven iets achter lopen op de planning. Grote ontwikkelingen zijn, waarschijnlijk als gevolg van Stikstof en PFAS problemen, tijdelijk stilgelegd.
Daarnaast stellen bedrijven hun investeringen vanwege corona uit. De verwachting is dat deze aanvragen weer aan zullen trekken. Het lastig om de formatie op orde te krijgen. Op een aantal inhuuropdrachten hebben zich geen (geschikte) kandidaten gemeld en vaste collega’s vertrekken naar andere werkgevers. Wij zijn daarom genoodzaakt vanwege de werkdruk risicogestuurd besluiten te nemen. Bij de afdeling vergunningverlening BRIKS wordt de bouwbesluittoets bij bouwwerken > € 500.000 uitbesteed.
1 € 12,6 mln. /7* 12 maanden
8
Toezicht en handhaving BRIKS Toezicht en handhaving BRIKS heeft met 42% een lagere omzetrealisatie dan begroot. Vooral het aandeel planbare BRIKS inspecties blijft met 35% realisatie achter. Dit komt door verminderde beschikbare capaciteitsinzet en projecten die niet in uitvoering kunnen worden genomen. We constateren - ondanks een lagere omzetrealisatie – een toename in workload. Het aantal vergunningaanvragen bouw neemt toe. Dat betekent meer toezicht en inspectie. Omdat we onderbezet zijn, kunnen we het werk niet aan. We starten meer zaken op dan we kunnen verwerken en afronden. De werkvoorraad en de werkdruk voor de medewerkers lopen daardoor op. Verwacht wordt dat deze ontwikkeling zich de rest van het jaar blijft voordoen. Om toch zoveel mogelijk inspecties uit te kunnen voeren, zijn we overgegaan op prioritering en voeren we inspecties op bouwwerken deels uit. Het geheel niet inspecteren of het inspecteren met een lagere frequentie heeft het risico van verminderd naleefgedrag in zich. Eindverantwoordelijkheid voor bouwen overeenkomstig wet en regelgeving, vergunning eisen ligt echter altijd bij aannemer/eigenaar Tegenover minder inspecties is er een toenemende behandeling van bouwklachten.
Deze toename, de behandeling van signalen van ketenpartners (VRGZ hercontroles), verzoeken om toezicht van opdrachtgevers en te behandelen handhavingsverzoeken hebben tot gevolg meer afhandeling van zaken op bestaande bouw. We zien ook een toename van illegaliteit met als gevolg meer bestuurs- en strafrechtelijk optreden. Dit leidt tot hogere kosten dan begroot voor handhavingsprocedures en toename in behandeling handhavingsverzoeken BRIKS. De Invoer van de risicomodule2 is van invloed op te inspecteren nieuwe vergunningen en sloopmeldingen. De kleinere en minder risicovolle bouwwerken worden niet of minimaal geïnspecteerd. De grote en risicovollere bouwwerken blijven over. Minder maar wel bewerkelijker zaken dus. BRIKS - Handhaving, juridisch en overig Achterblijvende omzet toezicht BRIKS maakt dat we ook minder inzetten op handhaving waardoor we op een realisatie van 49% uitkomen. Daarnaast zien we dat er veel Wob-verzoeken (zowel BRIKS als Milieu) worden ingediend die bewerkelijk zijn en veel tijd kosten. In coronatijd weten burgers de ODRN goed te vinden. We zien een toename van vragen en telefoontjes met verzoeken om informatie. Rechtsbescherming vergunningverlening BRIKS is hoog als gevolg van de vele vergunningaanvragen BRIKS in Coronatijd. Milieu Vergunningverlening milieu Met 60% ligt de realisatie tot en met juli iets boven de werkplannen.
Meer omzet is gerealiseerd bij de regiogemeenten (66%) en provincie Gelderland (69%). Er zijn relatief veel aanvragen veranderingsvergunning in behandeling. Om stagnatie in de vergunningverlening vanwege de Wet Natuurbescherming (WNB) te voorkomen vindt nauwere afstemming plaats met onze WNB-collega’s van de provincie. We zien ook dit jaar weer opvallend weinig aanvragen voor advies voor de stelsel-OD’s ten opzichte van de werkplannen (27%). In de tweede helft van 2021 houden we volgens afspraak een evaluatie met de stelsel-OD’s om onze vergunningverleningstaken te evalueren. Ook bij bodemadviezen en advies bij RO-ontwikkelingen loopt de realisatie voor op de planning. Bij de regio-OD’s ligt de gemiddelde realisatie juist lager (28%). Provincie Gelderland en Overijssel liggen goed op schema.
2 Regiogemeenten per 01/01/2021 en Nijmegen per 01/01/2020
9
Toezicht en handhaving milieu De realisatie van toezicht en handhaving milieu is over het eerste halfjaar 62% . We lopen daarmee iets voor op de planning. Signalen toezicht en handhaving milieu: Het aantal afgehandelde klachten is meer dan begroot. Aan het eind van het eerste kwartaal hebben we begin gemaakt met een andere opzet voor de afhandeling van milieuklachten. In de loop van het tweede kwartaal is de nieuwe werkwijze ingevoerd. Door inzet van een aantal gespecialiseerde medewerkers, wordt efficiënter gewerkt. We werken met een kleiner team, waarvan steeds 1 medewerker een week dienst heeft. De werkwijze evalueren we in de loop van het jaar. In het kader van het project “Basis op orde” zijn twee nieuwe milieu-BOA’s opgeleid. Zij zijn in het voorjaar beëdigd. Voor 1 medewerker loopt het opleidingstraject nog. De eerste zaken zijn opgepakt en dit zal in de rapportages vanaf het tweede kwartaal zichtbaar worden. We kunnen daarmee op een adequate manier invulling gaan geven aan de Landelijke Handhavingsstrategie. Bij de afhandeling van ongewone voorvallen en inzet van de piketdienst worden we steeds vaker geconfronteerd met dumpingen of lozingen van afval afkomstig van de productie van synthetische drugs. Dit is een belangrijk speerpunt in de aanpak van ondermijnende criminaliteit.
Aanpak ondermijning: bij enkele opdrachtgevers is sprake van achterblijvende inzet op ondermijning. Het initiatief voor de inzet van de ODRN ligt bij de opdrachtgevers. De projectleider zal hiervoor aandacht vragen bij de contactpersonen van de afdelingen Veiligheid. Milieu - Handhaving, juridisch en overig We liggen met 54% iets achter op de werkplannen. We zien dat er veel Wob-verzoeken (zowel BRIKS als Milieu) worden ingediend die bewerkelijk zijn en veel tijd kosten. In coronatijd weten burgers de ODRN goed te vinden. Er is een toename van vragen en telefoontjes met verzoeken om informatie.
Projecten Bij projecten zitten we op een realisatie van 46%. En lopen we achter op schema. Daarvoor zijn er de volgende redenen: Een aantal projecten dat verband houdt met grote evenementen (bijvoorbeeld de Nijmeegse Vierdaagse en Down the Rabbit Hole) is niet uitgevoerd. Deze projecten zijn door COVID-19 geannuleerd. Het project illegale reclame uitingen is tot nader order door Nijmegen stopgezet. Het project aanpak illegaal kamerverhuur in Nijmegen is als gevolg van een rechterlijke uitspraak stopgezet tot nader order. Er wordt met de opdrachtgever gekeken of en hoe dit project de tweede helft van dit jaar verder opgepakt zal worden. EML Cofinanciering (energiecontroles): In het eerste en tweede kwartaal is bij enkele opdrachtgevers achterstand opgelopen bij de uitvoering van EML-controles (energiebesparing). Inmiddels is hiervoor extra capaciteit ingehuurd. Naar verwachting wordt de achterstand in het tweede halfjaar weggewerkt. IGP bijzondere handhaving en ondermijning: bij enkele opdrachtgevers is sprake van achterblijvende inzet op ondermijning. Het initiatief voor de inzet van de ODRN ligt bij de opdrachtgevers. Voor ondermijningscontroles worden gespecialiseerde medewerkers ingezet. Bij de uitvoering van de projecten is uitgegaan van een gespreide inzet door het jaar heen. Dit betekent dat de beschikbare capaciteit in het tweede halfjaar een issue kan worden.
De projectleider zal hiervoor aandacht vragen bij de contactpersonen van de afdelingen Veiligheid en in overleg bepalen welke activiteiten nog in het tweede halfjaar kunnen worden uitgevoerd. De realisatie op milieuprojecten ligt na afsluiting van het tweede kwartaal op ca. 51,8%. Daarmee ligt de uitvoering iets achterop schema.
10
De ODRN levert een bijdrage aan de uitvoering van het programma complexe handhaving provinciale inrichtingen, dat onder verantwoordelijkheid van de ODRA wordt uitgevoerd. Op jaarbasis gaat het om ca. 1.600 uur aan milieutoezicht bij complexe inrichtingen. Het inspectieprogramma milieu heeft in 2021 niet te lijden gehad onder de coronamaatregelen. Inspecties worden nog steeds zoveel mogelijk op locatie uitgevoerd, uiteraard met inachtneming van de voorgeschreven maatregelen en in overleg met de inrichtinghouder.
Brzo De Brzo-inspecties verlopen volgens planning. Door corona moest het afgelopen jaar een deel van de geplande controles opnieuw worden ingepland. De piek in de uitvoering lag daardoor in het vierde kwartaal van het afgelopen jaar. Voor een deel van deze controles is de aanschrijving en daarmee de financiering begin 2021 gedaan. Vanwege uitval van Brzo-medewerkers is mogelijk sprake van een knelpunt in het Brzoinspectieprogramma van 2021 waardoor moet worden ingehuurd of prioriteiten moeten worden gesteld. Jaarlijkse Brzo-inspecties gaan hierbij vóór Wabo-inspecties die vaker per jaar plaatsvinden bij dezelfde bedrijven. Het implementatieprogramma Brzo Oost kent zowel projecten met overbesteding als met onderbesteding. In totaal middelt dit uit, maar het vergt wel aandacht. Onze inzet op landelijke projecten ter bevordering van de kwaliteit en eenduidige uitvoering van VTH bij Brzo-bedrijven door de 6 Brzo-Omgevingsdiensten, verloopt goed. Deze projecten zijn landelijk gefinancierd via MJA-subsidie en Cluster1 Brzo-subsidie. De besteding op beide subsidies loopt nog achter. De verwachting is dat de subsidies niet volledig zullen worden besteed vanwege een beperkte capaciteit bij VTH-medewerkers. In geval van krapte wordt prioriteit bij de VTH-uitvoering gelegd.
11
3. Financiën Begroting en prognose 2021 Onderstaand is een overzicht opgenomen met de verwachte realisatie 2021 vergeleken met de begroting 2021 en de realisatie 2020.
Omschrijving
werkelijk 2020
begroting 2021
prognose 2021
Verschil prognose begroting
I
II
II - I
in € * 1.000 Baten Deelnemersbijdragen Baten bovenregionale taken Subsidies Provincie Overijssel Bijdrage ontwikkelprogramma Onttrekking bestemmingsreserve Vrijval voorziening harmonisatietoelage Totaal baten
19.374 807 320 759 502 64 81 21.908
19.927 1.331 412 852 1.058 36
20.026 777 319 853 905 36
100 -554 -94 1 -153 0
23.616
22.916
-700
Lasten Salarissen en sociale lasten Opleidingskosten Inhuur Piofah gastheer Kapitaallasten Overige materiele kosten Bijdrage regionaal stelsel Kosten ontwikkelprogramma Totaal lasten
12.181 157 4.215 2.725 434 844 266 602 21.424
14.265 181 3.273 2.764 380 949 336 1.468 23.616
12.553 181 4.085 2.764 380 917 336 1.315 22.531
-1.712 0 812 0 0 -32 0 -153 -1.085
484
0
385
385
Resultaat
Toelichting prognose De prognose van de baten is grotendeels gebaseerd op extrapolatie van de omzet tot en met juli 2021 plus de mutatie van het onderhandenwerk3. De bijdrage en uitgaven van het ontwikkelprogramma zijn gebaseerd op uitgaven tot en met juli en een prognose van de verschillende projectleiders voor de resterende maanden van 2021. De lasten zijn grotendeels gebaseerd op extrapolatie of op contractuele afspraken. Voor wat betreft de kapitaalasten zijn we uitgegaan van onze afschrijvingsstaten.
3 Deze is met €1 ton verlaagd i.v.m. een mogelijke dubbelteling in het OHW. We zoeken dit uit en zullen indien van toepassing het OHW hier in de
jaarcijfers 2021 op aanpassen. We komen hier dan op terug.
12
Verklaring van belangrijkste afwijkingen tussen begroting en prognose We verwachten 2021 af te sluiten met een overschot van € 3,8 ton of 1,6% van de begrote baten. Deze prognose licht ongeveer in lijn met de prognose bestuursrapportage april 2021 van + € 2 ton. De belangrijkste afwijkingen lichten we hieronder toe: Het totaal aan baten blijft € 7 ton achter op de begroting. o Vooral de baten bovenregionale taken blijven met ruim € 5 ton achter. Dat komt met name doordat vergunningverlening milieu bij de stelsel OD’s achterblijft. o Verder zien we iets achterblijvende omzet bij de subsidies. Dit kunnen we verklaren doordat deze inclusief BTW zijn begroot. Dat had exclusief BTW moeten zijn. o We verwachten het budget ontwikkelprogramma niet volledig in te zetten. De lasten en ook de baten lopen daardoor € 1,5 ton op de begroting achter. We zullen bij de jaarcijfers 2021 voorstellen het deel dat we niet inzetten naar 2022 over te hevelen en aan deze begroting toe te voegen. Voor een inhoudelijke toelichting van de voortgang van dit programma zie hoofdstuk 6. o De inzet van de deelnemersbijdragen loopt met een afwijking van slechts € 1 ton overproductie4 in de pas met de begroting. Het totaal aan lasten blijft € 1,1 mln. op de begroting achter.
o We hebben moeite om onze personele bezetting op peil te krijgen en te houden en hebben op 1 april 2021 op vaste formatie een onderbezetting van 9 fte. De loonsom blijft hierdoor € 1,7 mln. achter op de begroting. We zijn soms genoodzaakt medewerkers in te huren die we liever in dienst zouden nemen. o De ambitie om ons inhuur nog verder naar beneden te brengen kunnen we daardoor niet helemaal waarmaken waardoor we een overschrijding van € 8 ton voorzien. Openstaande vacatures zijn niet of nauwelijks invulbaar en dat dwingt tot voortzetting en/of tijdelijk inhuur. o De kosten van het ontwikkelprogramma blijven met € 1,5 ton achter op de begroting, zie bovenstaand. Onderhandenwerk Het onderhandenwerk neemt met € 0,5 mln. toe van € 2,3 mln. begin 2021 naar € 2,8 mln. eind juli 2021. Dat is zorgelijk. We hebben moeite om ons personeelsbestand op peil te houden. Een aantal afdelingen is onderbezet en kan we het werk niet aan waardoor we meer zaken opstarten dan we kunnen verwerken en afronden. De werkvoorraad en de werkdruk voor de medewerkers lopen daardoor op. Risico’s Door corona nemen medewerkers minder vakantie op en door capaciteitsproblemen werken mensen over en loopt het saldo aan overuren op. We hebben in de vorige rapportage aangeven dat het verlofstuwmeer5 op 1 januari 2021 8.262 uur was, in geld uitgedrukt ongeveer € 3 ton.
Eind 2021 is een nieuw ijkmoment waarop we de saldi aan vakantie- en overuren met die van voorgaande jaren kunnen vergelijken om te zien of deze verder toeneemt. We komen hier bij de jaarcijfers 2021 op terug. Krapte op de arbeidsmarkt maakt dat we meer en ook tegen hogere tarieven moeten inhuren dan we zouden willen. We hebben de prognose van de inhuur vooralsnog gebaseerd op extrapolatie van de kosten tot en met juli. We zijn bezig met een evaluatie van de methodiek waarop we ons onderhanden werk waarderen. Deze evaluatie die we binnenkort aan het bestuur zullen voorleggen, kan ertoe leiden dat we ons onderhandenwerk afwaarderen. Dit heeft een negatief effect op onze omzet. 4 Ten opzichte van de werkplannen, waarin ten opzichte van de begroting een aantal aanvullende projecten zijn opgenomen,
is er een kleine onderproductie. 5 Verlofstuwmeren zijn opgespaarde verlofdagen van een medewerker waar deze tot dan toe geen gebruik van heeft gemaakt van meer dan twee weken verlof. Het gaat daarbij om medewerkers die 10 dagen oftewel 72 uur verlof of meer hebben openstaan.
13
De prognose van de omzet is gebaseerd op extrapolatie van de realisatie tot en met juli. De ervaring is dat de omzetontwikkeling soms grillig en onvoorspelbaar is. De uiteindelijke realisatie over 2021 hangt in hoge mate samen met de omzetontwikkeling in de laatste maanden van 2021.
14
4. Personeel Ziekteverzuim Het ziekteverzuim bedraagt t/m juli 2021 6,9%. Dat is een verslechtering ten opzichte van 2020 (4,5%) en het eerste kwartaal van 2021 (6,2%). Het percentage is hoger dan onze norm van 5%. Dat is zorgelijk. Uitgesplitst naar verzuimduur ziet het ziekteverzuim er t/m juli 2021 in vergelijking met Q1 2021 en heel 2020 als volgt uit:
Kort (t/m 7 dagen) Middel (8 t/m 42 dagen) Lang (43 t/m 365 dagen) Extra lang (366-730 dagen) Ultra lang (731 dagen en meer) ODRN totaal
t/m juli 2021 0,4% 2,1% 4,0% 0,3% 0,1% 6,9%
Q1 2021 0,4% 2,7% 2,7% 0,3%
2020 0,6% 1,3% 1,9% 0,8%
6,2%
4,5%
8,0% 7,0% 6,0% 5,0%
4,4%
3,0%
4,0% 2,7%
3,0% 2,0%
2,7%
2,1%
1,3%
1,0% 0,0%
0,4%
0,4%
0,6%
t/m juli 2021
Q1 2021
2020
Kort (t/7 dgn)
Middel (8 t/m 42 dgn)
Lang > 43 dgn
Bovenstaande grafiek laat zien dat met name het verzuim 43 t/m 365 dagen (lang) is toegenomen ten opzichte van Q1 2021 en 2020. We verwachten dat het percentage van langdurig verzuim komende maanden wat zal dalen, omdat er een aantal langdurige dossiers afgesloten zullen worden. De verzuimfrequentie (het totaal aantal ziekmeldingen in één kalenderjaar gedeeld door het gemiddeld aantal personeelsleden in één kalenderjaar) is laag. Deze is 0,73 waarbij de landelijke norm 1,5 is.
15
Flexibele schil In de bestuursrapportage van april 2021 hebben we aangegeven dat een flexibele schil noodzakelijk is om in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen. Ook hebben we aangegeven dat we werken aan een advies over omvang van de flexibele schil. Dit advies is inmiddels uitgebracht en door ons MT vastgesteld. We achten een flexibele schil van 20% van de loonsom inclusief inhuur reëel. We zullen ons bestuur binnenkort meenemen in dit voorstel en zullen onze meerjarenbegroting hier dan mee in overeenstemming brengen. Strategisch personeelsplan We besteden aandacht aan strategisch personeelsplanning. Het gaat om de optimale personele bezetting voor nu en in de toekomst. We richten ons op ontwikkelingen zoals Omgevingswet en WKB, maar ook op het binden van personeel in het algemeen. Het vinden van nieuwe medewerkers, of het nu vast is of inhuur, is een grote uitdaging. Goed gekwalificeerd personeel is schaars. We hebben aandacht voor dit probleem en zetten in op arbeidsmarktcommunicatie en daar waar nodig zetten we een headhunter in. De ontwikkeling van de personele bezetting De ontwikkeling van de personele bezetting is als volgt: Bezetting in fte
Gemiddeld 2020 Gemiddeld Q1 2021 Gemiddelde t/m juli 2021
Eigen
Inhuur
158 165 166
Totaal
45 38 42
203 203 208
Ons gemiddelde personeelsbestand incl. inhuur is t/m juli 2021 gestegen ten opzichte van 2020 en het eerste kwartaal van 2021. Deze toename kan verklaard worden door een verhoogde inzet op het ontwikkelprogramma: in 2020 € 6 ton en in 2021 afgerond € 1,5 mln. Productiviteit en verlofstuwmeer De productiviteit tot en met week 30 2021 was gemiddeld 79% (eigen personeel 75% en inhuur 97%) en komt hiermee overeen met de productiviteit van een vergelijkbare periode 2020 (tot en met week 31 2020 79%). Met 75% productiviteit voor ons eigen personeel zitten - ondanks het hoge ziekteverzuim - we boven onze norm van 72%. Het effect van het hoge ziekteverzuim wordt gecompenseerd door het feit dat medewerkers als gevolg van de hoge werkdruk en corona weinig verlof opnemen. We zien dan ook dat het verlofstuwmeer toeneemt.6 We hebben dit ook in de vorige bestuursrapportage gesignaleerd en hebben acties uitgezet om verdere toename te voorkomen. We komen bij de jaarcijfers 2021 op de ontwikkeling van het verlofstuwmeer terug.
6 Verlofstuwmeren zijn opgespaarde verlofdagen van een medewerker waar deze tot dan toe geen gebruik van heeft gemaakt van meer dan twee
weken verlof. Het gaat daarbij om medewerkers die 10 dagen oftewel 72 uur verlof of meer hebben openstaan
16
5. Ontwikkelprogramma ODRN In 2021 zijn we verder gegaan met de Ontwikkelagenda. In 2020 is besloten een deel van het budget door te schuiven naar 2021. Voor elk van de drie thema’s zijn verschillende stappen gezet. Gezamenlijkheid Het opdrachtgeversoverleg (OGO) gaat Partneroverleg heten en gaat vanuit de eigenaarsrol mede de vergaderingen van het Algemeen Bestuur voorbereiden op eigenaar-thema’s. Tevens is een Heidag in voorbereiding voor de ambtelijke opdrachtgevers en de accountmanagers ODRN met als basis de uitgangspuntennotitie voor een verdere professionaliseringsslag. Daarnaast is in het kader van het harmoniseren van de werkprocessen het eerste (invordering) bijna afgerond en is met een tweede (bezwaar) een begin gemaakt. Voor wat het regionaal uitvoeringsprogramma betreft ligt er een routekaart voor het op te leveren regionaal VTH-beleid. Deze routekaart omschrijft de stappen tot 1 november 2021, het moment waarop het regionaal VTH-beleid wordt opgeleverd. Tevens zal nog op verzoek van het bestuur een Heidag worden georganiseerd over dit thema. Zakelijkheid In het kader van de bedrijfsvoering op orde zijn we druk doende met het zogenaamde Koersdocument 2023. Hierbij gaan we in op diverse aspecten zoals een vereenvoudiging van onze Producten- en dienstencatalogus (PDC), het tijdschrijven en de nieuwe financieringssystematiek. TwynstraGudde ondersteunt ons hierin.
Samen met hen hebben we verschillende financieringsscenario’s voor 2023 e.v. omschreven die we verder uitwerken. Doelstelling is vereenvoudig van onze bedrijfsvoering (minder producten, minder tijdschrijven, meer uniformiteit) en meer aandacht voor gemeenschappelijkheid. We koppelen dit op gezette tijdstippen terug zowel ambtelijk als bestuurlijk. Besluitvorming hierover wordt einde van dit jaar voorzien. Daarnaast hebben we een plan betreffende de Interne Controle (IC plan) uitgewerkt. Ook deze leggen we binnenkort voor. De onderwerpen die binnen het project ‘Verbetering personele functie’ opgepakt worden zijn strategische personeelsplanning en e.e.a. omtrent inhuur. Er is een advies gegeven over de omvang van de flexibele schil. Dit advies is inmiddels vastgesteld door het MT. Het bestuur wordt binnenkort hier in meegenomen. Voor wat betreft strategisch personeelsplanning richten we ons vooral op de ontwikkelingen die op dit moment spelen, zoals Omgevingswet en WKB, maar ook op het binnenhalen van personeel in het algemeen. Het vinden van nieuwe medewerkers, of het nu vast is of inhuur, begint onze grootste uitdaging te worden. Goed gekwalificeerd personeel is schaars. We hebben aandacht voor dit probleem en zetten in op arbeidsmarktcommunicatie (zie ook hoofdstuk 4 Personeel).
Binnen het project ‘Grip op informatievoorziening’ vinden nu bij ODRN intern gesprekken plaats tussen de controller en het MT over de inhoud van de dashboards om beter sturing te kunnen geven aan de organisatie. De dashboards worden nu getoond in Excel wat minder gebruiksvriendelijk is daarmee ook een grotere kans op fouten geeft. Wij zijn bezig om ook hier een professionaliseringsslag te slaan door de dashboards naar PowerBI om te zetten. Dit moet in Q4 van 2021 gereed zijn. Voor wat betreft de uitvoering van het derde deel ‘Plan van Aanpak Vervanging WRS zijn wij nog steeds bezig om de impact te bepalen op de bedrijfsvoering. Hiervoor is op basis van de huidige functionaliteiten een vragenlijst samengesteld die wij gaan uitvragen bij een vijftal omgevingsdiensten die allemaal een ander VTH-pakket hebben. Hierdoor krijgen wij zicht op de wijze hoe andere OD’s hun bedrijfsvoering hebben ingericht ten opzichte van de standaard VTH-pakketten. Hiermee wordt de impact vervolgens bepaald zodat inzichtelijk wordt hoe wij onze bedrijfsvoering hierop gaan aanpassen. Daarnaast is een opdracht geformuleerd voor het werven van een externe projectleider om dit project verder te trekken. De opdracht kent drie fases: 1. Opstellen programma van eisen (PvE)
17
2. 3.
Begeleiden van de aanbestedingen Implementatie van het nieuwe VTH-zaaksysteem
Nieuwe ontwikkelingen Omgevingswet Het traject naar het in beeld brengen van de financiële gevolgen van de Omgevingswet is afgerond. Gebleken is dat de financiële gevolgen (voor gemeenten en omgevingsdienst) nog niet goed in beeld te brengen zijn omdat gemeenten op de thema’s die bepalend zijn voor de financiële gevolgen (met name het omgevingsplan) nog geen keuzes hebben gemaakt. Uit het traject kwam wel naar voren dat het maken van regionale keuzes de financiële gevolgen van de Omgevingswet gunstig beïnvloeden. De voorstellen voor de nieuwe mandaten tussen gemeenten en ODRN zijn gereed en gedeeld. Voorstellen voor nieuwe mandaten met de provincies zullen samen met de provincies worden gemaakt. De provincies hebben hierin de ‘lead’. Voor de provincie Gelderland hebben we een voorstel gemaakt voor het opzetten van een omgevingstafel. Dit voorstel wordt beproefd in een binnenkort te starten pilot. Een voorstel voor het opzetten van een omgevingsoverleg (nieuwe term voor vooroverleg) voor de regiogemeenten is in de maak. Intern hebben we de nodige stappen gezet in het aanpassen van de standaardbrieven, de PDC en het aanpassen van WRS aan het begrip milieubelastende activiteit. Binnenkort starten we met het omzetten van het risicomodel zoals dat aan de inzet van toezicht ten grondslag ligt.
In het kader van de automatisering hebben we de koppeling tussen ons zaaksysteem en het DSO gelegd en zijn we continu aan het kijken hoe we dit kunnen testen. De opleiding van het personeel begint bijna aan de laatste module. Wet Kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) De inwerkingtredingsdatum van de Wkb is opgeschoven naar 1 juli 2022. Er is inmiddels een vijfde proefproject opgestart in het kader van het ambassadeursnetwerk Wkb in de regio Nijmegen. Het doel is om 10 proefprojecten te draaien om ervaringen op te doen met de Wkb. We zijn in gesprek voor meer proefprojecten. In Nederland zijn 18 van dergelijke netwerken opgericht. In het ambassadeursnetwerk zitten naast de gemeenten en ODRN ook kwaliteitsborgers, aannemers en architecten, of te wel de partijen bij een melding in het kader van de Wkb. Het onderzoek naar de financiële effecten van de Wkb voor gemeenten en de ODRN is afgerond. De rapportage is voor de zomervakantie opgeleverd en gepresenteerd in het Algemeen Bestuur. In een (nog te organiseren) Heidag in het najaar, zal dieper op de financiële consequenties en de relatie met de Omgevingswet worden ingegaan.
18