CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

M50 Bijlage 2 - Ruimtelijke visie zonneparken

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: M50 Informatienota zonneparken4.291 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijke visie duurzame energieopwekking 2019

Foto: F. Aleven

Gemeente Berg en Dal Oktober 2020

2

Inhoud 1

Aanleiding ......................................................................................................................... 5

2

Bouwstenen voor de ruimtelijke visie ................................................................................ 6

3

4

5

2.1

Voorkeuren van onze inwoners ................................................................................. 6

2.2

Uitgangpunten vanuit beleid ...................................................................................... 8

Ruimtelijke visie duurzame energieopwekking 2019 ........................................................ 9 3.1

Ruimtelijke visie op kaart ........................................................................................... 9

3.2

Toelichting op de kaart ............................................................................................. 10

Belangrijke randvoorwaarden ......................................................................................... 11 4.1

Maatschappelijke inpassing ..................................................................................... 11

4.2

Landschappelijke en ecologische inpassing ............................................................ 12

4.3

Afstemming met provincie en netbeheerder ............................................................ 13

4.4

Tijdelijkheid van grootschalige opwekking van duurzame energie .......................... 13

Hoe gaan we aan de slag ............................................................................................... 14 5.1

Wat doen we nu ....................................................................................................... 14

5.2

Wat doen we tot 2023 .............................................................................................. 15

5.3

Wat doen we na 2023 .............................................................................................. 15

Bijlagen................................................................................................................................... 16

3

4

1

Aanleiding

Onze gemeente Berg en Dal is landschappelijk gezien één van de mooiste gemeenten van ons land. De gemeente kent een bijzondere ruimtelijke kwaliteit, die ontleend wordt aan het gevarieerde landschap met hoge landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. Deze waarden bevorderen het welzijn van onze inwoners, de mogelijkheden van recreatie en toerisme en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het landschap is voor onze gemeente dus naast de hoge natuurwaarde en leefkwaliteit, ook van groot economisch belang. Behoud en versterking van de kwaliteiten van het landschap is dan ook één van de uitgangspunten van ons beleid. We hebben ook een duurzaamheidsopgave: klimaatneutraal in 2040, uiterlijk in 2050. Op weg daarnaartoe is in het coalitieakkoord een tussendoel geformuleerd: 16% duurzame energie opwekken in 2023. Dit is conform aan het landelijke doel en vergelijkbaar met vele andere gemeenten. We zitten nu op minder dan 5%. Het doel is dus nog ver weg en de tijd om deze alsnog gerealiseerd te krijgen zeer kort. De vraag of het doel nog realiseerbaar is, is zeer terecht. Met alleen energie besparen, zon op daken of andere ruimtelijk niet bezwaarlijke opties, gaan we het doel zeker niet halen. Vooral niet omdat ons het aan instrumenten ontbreekt om hierop versnelling te bereiken.

Zon op daken is niet afdwingbaar, subsidies zijn beperkt beschikbaar en met forse inzet op communicatie, bereik je een noodzakelijk deel, maar bij lange na niet voldoende. Dit vraagt om grootschalige aanpak zoals energieproductie met zonnevelden, waarvoor veel meer ruimte nodig is. Dit gaat wringen: enerzijds behoud en versterking van ons landschap en anderzijds grootschalige energieproductie. Daar zijn we ons heel goed van bewust. Wij moeten dus een goede middenweg vinden, waarbij we fors meer energie opwekken met zoveel mogelijk behoud en versterking van ons bijzondere landschap. Maar het houdt niet op bij 2023: 16% duurzame energie opwekken in 2023 is slechts een tussendoel op weg naar 55% CO2 reductie in 2030. Na 2023 is de opgave nog uitdagender. Door nu goede gedegen keuzes te maken, maken we onze keuzes voor na 2023 logischer, en minder moeilijk. Een gemeentelijke visie op de ruimtelijke inpassing van duurzame energie is dus nodig om helderheid te krijgen over hoe wij onze energie tot 2023 duurzaam willen opwekken en in welke gebieden wij kansen zien om energie duurzaam op te wekken. Op 31 mei 2016 is de raad al akkoord gegaan om inzichtelijk te maken welke locaties in onze gemeente kansrijk zijn voor duurzame energieopwekking. Dit is samen met onze inwoners gedaan.

De inwoners van de gemeente zijn gevraagd om tijdens vier bijeenkomsten hun mening en ideeën te geven over duurzame energie opwekken in de gemeente Berg en Dal. De inwoners zijn tijdens deze avonden eerst geïnformeerd over de opgave en welke wettelijke en ruimtelijke kaders er al binnen de gemeente gelden. Vervolgens zijn de inwoners aan de slag gegaan om de invulling van de opgave en de bijbehorende uitgangspunten te bespreken en op kaarten in te tekenen. Deze resultaten zijn samengevoegd tot een voorkeurenkaart en geanalyseerd. Ook is het beleid in beeld gebracht. De voorkeurenkaart en boodschappen van onze inwoners en het beleid is langs elkaar gelegd. Dit heeft geleid tot een adviesrapport (zie bijlage 1). Dit adviesrapport dient als basis voor deze visie.

5

2

Bouwstenen voor de ruimtelijke visie

De basis voor onze visie bestaat uit twee belangrijke bouwstenen: de voorkeuren van onze inwoners, en het bestaande beleid. De voorkeuren van onze inwoners is opgehaald in ontwerpateliers waarbij aan de inwoners is gevraagd hoe zij de opgave het liefst ingevuld zagen worden. Hoewel de opkomst groot was, zijn we er wel van bewust dat niet iedere inwoner input heeft gegeven. Wel was het prettig te constateren dat op veel punten de ideeën van de inwoners onderling redelijk overeenkwamen. Ten aanzien van beleid gaat het om veel meer dan alleen duurzaamheid. Andere beleidsterreinen, zoals natuur en landschap, toerisme, en economie zijn minimaal net zo belangrijk. Zij hebben ook input kunnen leveren.

2.1

Voorkeuren van onze inwoners

Op kaart 1 staan de ruimtelijke voorkeuren die inwoners zelf op de ontwerpateliers van de inwonersavonden hebben ingebracht. Daarnaast hebben de inwoners ook nog een aantal “boodschappen” voor de gemeente:  Er is meer draagvlak voor het opwekken van zonne-energie dan voor het opwekken van windenergie. Dit sluit aan bij het huidige coalitieakkoord. Voor de langere termijn kan windenergie wel nodig zijn om de doelstellingen te halen. Als dit aan de orde komt, zal dit te zijner tijd opnieuw moeten worden afgewogen;  Er worden verschillende specifieke locaties benoemd. Dit zijn locaties waar inwoners vaak van vinden dat het niet veel kwaad kan, of omdat het bijvoorbeeld toch al een mindere kwaliteit heeft, of omdat ze daar het combineren van functies mogelijk achten;  Er worden bepaalde gebieden benoemd waar grootschalig opwekken van duurzame energie mogelijk zou moeten worden, bepaalde andere gebieden moeten worden gevrijwaard. Onze inwoners hebben een mening over het landschap in onze gemeente. Zij vinden bepaalde delen aantrekkelijker, waardevoller en mooier dan andere. Mede op basis daarvan hebben inwoners gebieden benoemd waar zij het mogelijk achten dat het landschap de impact van energie opwekken kan dragen;  Er is geen duidelijke voorkeur naar voren gekomen als het gaat om verspreiding of concentratie van de opwekking van energie.

Een deel van de inwoners wil de lasten gelijk over de gemeente verdelen en kiest voor kleinere zonnevelden verspreid over de gemeente, een ander deel gaat juist voor grote zonnevelden geconcentreerd op een paar locaties zodat grote waardevolle delen van de gemeente gespaard worden;  Ten aanzien van biomassa voor warmte zijn er veel vraagtekens bij de grootschalige gebruik van biomassa, en minder bij kleinschalig/lokaal gebruik. Indien biomassa gebruikt gaat worden, moet zorgvuldig gekeken worden naar de betekenis voor het bos en de natuurgebieden waar de biomassa vandaan komt. De gemeente draagt ten aanzien van grootschalig gebruik van biomassa dezelfde zorgen;  Zorg voor een goede ruimtelijke inpassing. Natuur, landschap, toerisme en recreatie (inclusief cultuurhistorie) zijn belangrijke sectoren waar voorzichtig mee omgegaan moet worden. Ook voedselproductie, de landbouwsector, moeten we in stand houden;  De eigen bevolking moet ook delen in de lusten. Opwekken van energie verandert het landschap. Mogelijk ook in negatieve zin, maar aan de andere kant kan met het opwekken van energie ook geld verdiend worden. Als wij binnen onze gemeente de lasten van energie opwekken hebben, moet (een deel van) de lusten ook terugvloeien naar het gebied;  Kijk verder dan alleen zonnepanelen en windmolens.

Denk ook aan waterkracht en voor de middellange termijn (na 2023) aan nieuwere technieken zoals geothermie en waterstof (energiedrager/opslag).

6

Op onderstaande kaart zijn een aantal zoeklocaties (oranjetinten) ingetekend die door inwoners zijn aangegeven als zoekgebieden. Daarnaast staan er een aantal voorkeuren voor specifieke locaties (rood, blauw en groen) op de kaart, waar het opwekken van duurzame energie mogelijk zou moeten zijn.

Kaart 1: Voorkeuren van onze inwoners

7

2.2

Uitgangpunten vanuit beleid

De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten:   

      

8

Met deze ruimtelijke visie geven we uitsluitend invulling aan onze eigen energie-opgave; Zoekgebieden en specifieke locaties aanwijzen voor grootschalig duurzame energie opwekken; Het zoekgebied waar er mogelijkheden zijn om duurzame energie op te wekken, in welke vorm dan ook, moet ruim voldoende zijn om te kunnen voldoen aan de opgave voor 2023: 16% duurzaam opgewekte energie; De zoekgebieden moeten voldoende ruimte bieden om het opwekken van duurzame energie ook goed in te passen, dat betekent dat er ook voldoende ruimte moet blijven voor andere functies; In de zoekgebieden streven we naar ruimtelijk aaneengesloten gebieden met een minimale grootte van 2 ha en meer. Deze ruimtelijke visie moet een richting aangeven waar we indien noodzakelijk na 2023 op voort kunnen borduren; Een balans vinden tussen de landschappelijke waarde en de energie-opgave; Een landschappelijke en maatschappelijke inpassing is noodzakelijk; Zonne-energie heeft de voorkeur boven windenergie; Concentratie van zonnevelden in bepaalde gebieden gaat (vooralsnog) boven versnippering door de hele gemeente; Het beleid van de gemeente is uitnodigend van aard, dus initiatiefnemers dragen zelf projecten aan. In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente met initiatieven komen op eigen gronden. De keuze voor de wenselijkheid van het gebruik van biomassa voor duurzame energie wordt gekoppeld aan de warmtevisie.

Dit omdat energie uit biomassa in de gemeente Berg en Dal een van de weinige mogelijke opties is; Bij zonnevelden op land starten wij met pilots. In het eerste jaar honoreren we 3 tot 5 pilots. Hierbij is grootte van de bijdrage aan de maatschappelijke (= o.a. draagvlak) en landschappelijke inpassing doorslaggevend. Daarnaast is spreiding van de pilots wenselijk; Het is wenselijk is dat ter herinnering aan Operatie Market Garden luchtlandingen van parachutisten mogelijk blijven.

3

Ruimtelijke visie duurzame energieopwekking 2019

3.1

Ruimtelijke visie op kaart

Op onderstaande kaart is de Ruimtelijke visie duurzame energieopwekking 2019 weergegeven.

9

3.2

Toelichting op de kaart

Op de visiekaart zijn vier soorten gebieden aangegeven:  Specifieke locaties. Deze locaties worden kansrijk geacht, hier gaat de voorkeur naar uit. Dit zijn locaties binnen de gemeente waar, als gevolg van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van de locatie en/of het ontbreken van harde belemmeringen, goede mogelijkheden bestaan voor het realiseren van zonneparken. Dit zijn de voormalige stortplaats nabij De Bruuk, de rioolwaterzuiveringsinstallaties, het Reomie-terrein tot aan de Bouwkamp. Tot de specifieke locaties behoren ook veel grote parkeerplaatsen. Zij nemen veel ruimte in en hebben vaak maar één functie. Deze ruimte kan meervoudig benut worden door de parkeerplaatsen te overdekken met zonnepanelen. Het uitgangspunt is dat de parkeerplaatsen geen publieke verblijfsfunctie moeten hebben. De Markt in Groesbeek is bijvoorbeeld niet geschikt voor overdekking, omdat dit tevens als evenementenlocatie wordt gebruikt. Parkeerplaatsen die wellicht geschikt zijn, zijn parkeerplaatsen bij bijvoorbeeld supermarkten, sportvelden en musea. Uiteraard is hierbij van belang dat gekeken wordt naar de stedenbouwkundige, landschappelijke, ruimtelijke en ecologische kwaliteiten. Op water kunnen drijvende zonnevelden geplaatst worden.

In het noorden van de gemeente liggen een aantal zandwinplassen waar drijvende zonnevelden kunnen worden gerealiseerd, ook met behoud van de ecologisch/recreatieve functie en ontwikkelmogelijkheden. Initiatieven die drijvende zonnepanelen combineren met toeristische ontwikkelingen zijn dan ook welkom. Volgens het beleid van de provincie zijn hier (nog) geen grootschalige zonneparken toegestaan, omdat dit rustgebied voor winterganzen is. De gemeente gaat hierover het gesprek aan met de provincie omdat de zandwinplassen een aanzienlijke omvang hebben en al een goede landschappelijke inpassing kennen. Toestemming van de provincie is een belangrijke voorwaarde. Daarnaast is het behoud van de ecologische waarde een belangrijke voorwaarde. Dit zal moeten worden aangetoond door een initiatiefnemer. 

Zoekgebieden. Naar deze gebieden gaat de voorkeur voor grootschalige opwekking van duurzame energie op land. Hier worden twee zoekgebieden aangewezen. Dit zijn (delen van) het Lage Midden, Weidse Hellingen Oost (plateau), de Duffertse Zoom en ’t Zeeland. De zoekgebieden zijn nadrukkelijk niet bedoeld om volledig en uitsluitend te gebruiken voor grootschalige opwekking van duurzame energie. Daarvoor zijn het huidige agrarische gebruik en de landschappelijke en recreatieve waarden, zoals de luchtlandingen van parachutisten ter herinnering aan Operatie Market Garden, te belangrijk. Concrete initiatieven dienen goed ingepast te worden, in lijn met de bestaande kwaliteiten. Ten aanzien van de Duffertse Zoom en ’t Zeeland zijn volgens het beleid van de provincie zijn momenteel geen grootschalige zonneparken toegestaan. De gemeente gaat hierover het gesprek aan met de provincie.

Uitgesloten gebieden; dit zijn gebieden waarin wij als gemeente niet meewerken aan de grootschalige ontwikkeling van duurzame energieopwekking. Overige. Dit zijn gebieden waar grootschalige ontwikkeling van duurzame energie momenteel niet logisch is. Bijvoorbeeld waterkracht uit de Waal. In theorie lijkt dit een mogelijkheid, maar op dit moment, zeker tot 2023, zien wij hier onvoldoende ontwikkelingen in. Onder overige wordt ook verstaan gebieden die zeer waardevol zijn voor natuur en landschap of voor de toeristische sector. Hier wordt in principe van gesteld dat grootschalige opwekking van duurzame energie niet wenselijk is. Mocht in deze gebieden toch initiatieven zijn, dan worden ze niet bij voorbaat afgewezen. Wel worden er strenge aanvullende voorwaarden gesteld.

10

4

Belangrijke randvoorwaarden

Het afwegingskader is gebaseerd op het gemeentelijk beleid en de “Tien adviezen voor zon en wind in Gelderland” van de Gelderse Natuur- en Milieufederatie (zie bijlage 2). De adviezen gaan over ruimtelijke inpassing en maatschappelijke inpassing. Bij het afwegingskader is het van belang dat dit in proportie moet zijn met de omvang van het project, maar ook de verwachte impact moet in proportie zijn. Het afwegingskader is nader uitgewerkt in een werkproces.

4.1

Maatschappelijke inpassing

Ten aanzien van maatschappelijke inpassing of procesparticipatie hanteert de gemeente Berg en Dal de volgende uitgangspunten: 1. Een initiatief start altijd met procesparticipatie: Dit betekent dat een initiatiefnemer overleg voert met direct omwonenden, de gemeente en eventueel andere stakeholders. Het doel van dit overleg is om te informeren en op te halen wat er in de omgeving belangrijk gevonden wordt bij de ontwikkeling. De direct omwonenden, de gemeente en eventueel andere stakeholders wordt de kans geboden om mee te denken. Doel is om een zo groot mogelijk draagvlak te realiseren. 2. Omgeving laten delen in de lusten: In de markt zijn verschillende vormen van financiële participatie ontwikkeld om de opbrengsten (deels) in de omgeving te doen landen. Aan de andere kant moet ook voorkomen worden dat projecten niet te complex of te duur worden. Te denken valt aan volgende vormen om bij te dragen aan dorp, buurt en omgeving:  Mede-eigenaarschap: Individuele burgers en/of omwonenden kunnen met eigendom en zeggenschap financieel deelnemen in een project. Dit kan op basis van een vereniging of coöperatie, of door middel van het bouwen van een energieproject dat toekomt aan de lokale gemeenschap.  Financiële deelneming: het risicodragend deelnemen in het energieproject, bijvoorbeeld met aandelen of obligaties of ander financieel voordeel.

De wijze waarop dit kan, wordt tijdig kenbaar gemaakt. De vorm van financiële deelneming is verschillend per project. Per project zijn de doelgroep en haar wensen anders en wordt er maatwerk geleverd.  Lokaal fonds: Onderdeel van de afspraken kan een bijdrage aan een lokaal fonds zijn. Voor het beheer van een dergelijk fonds wordt een onafhankelijk bestuur benoemd (met bijvoorbeeld vertegenwoordigers van de omwonenden, gemeente/provincie, milieufederatie en eventueel exploitant) dat ervoor zorgt dat de middelen uit het fonds ten goede komen aan de nabije omgeving van het project (gekoppeld aan het energiedoel, of aan andere sociale doelen). Dit fonds kan ook worden ingezet voor bovenwettelijke maatregelen of maatregelen bovenop de vergunning, die de overlast van het energieproject beperken.  Omwonendenregeling: Een lokale regeling gericht op direct omwonenden in een bepaalde straal van het energieproject. Het kan gaan om het aanbieden van groene stroom met korting, korting op de energierekening of een andere financiële vergoeding. 3. Bijdragen aan lokale economie: Net als bij andere bouwprojecten, vragen grootschalige duurzame energieprojecten om een flink aantal werkzaamheden. Wanneer energieprojecten worden uitgevoerd door partijen binnen de gemeente of regio, leveren ze een bijdrage aan de lokale economie.

Duurzame energieprojecten kunnen zodoende, naast het initiatief zelf, ook in termen van ontwerp, ontwikkeling en onderhoud een bijdrage leveren aan de lokale economie.

11

4.2

Landschappelijke en ecologische inpassing

Ten aanzien van landschappelijke en ecologische inpassing hanteert de gemeente Berg en Dal de onderstaande uitgangspunten. Nadere uitwerking is te vinden in bijlage 3. 4. De landschappelijke structuur behouden en zo mogelijk versterken. De gemeente Berg en Dal heeft een fraai en zeer divers landschap. Vanaf verschillende punten zijn er karakteristieke vergezichten. Bijvoorbeeld over het glooiende landschap en over de wijds uitgestrekte polders. Het grondgebruik laat op een groter schaalniveau ook een opmerkelijke continuïteit zien. De poldergebieden waren en zijn agrarisch gebied, op de hoger gelegen gebieden op de stuwwal lag en ligt bos en in het Groesbeekse bekken liggen agrarische gronden. Op een kleiner schaalniveau zijn wel verschillen opgetreden, die grote landschappelijke gevolgen hebben. Zo is in de Duffelt de kavelgrensbeplanting grotendeels verdwenen, zijn de dorpen fors uitgebreid, is het bos op de Groesbeekse hellinggebieden omgezet naar landbouwgrond en is de heide op de stuwwal en het bekken van Groesbeek verdwenen. Vanuit het Landschapsontwikkelingsplan Berg en Dal (LOP) wordt al jaren gewerkt aan het versterken van de landschappelijke structuur van iedere landschapszone. Het glooiend landschap zorgt voor een grote uitdaging als het gaat om landschappelijke inpassing. Veranderingen in het landgebruik kun je vaak op grote afstand zien.

Dat maakt een goede landschappelijke inpassing extra belangrijk. Voor de ontwikkeling van grootschalige opwekking van duurzame energie betekent dat:    

De zonnepanelen volgen de vormen, verkavelingsstructuur en hoofdinrichting van het landschap; Het veld past in de maat en schaal van het landschap en past zich daar op aan; Het landschap en haar kenmerken blijven zichtbaar en beleefbaar; Er moet rekening gehouden worden met waardevolle karakteristieke vergezichten zoals bijvoorbeeld vanaf de Zevenheuvelenweg en de impact die zonnepanelen daarop kunnen hebben; Daar waar mogelijk moet de ontwikkeling van grootschalige energieopwekking, aangegrepen worden om de landschappelijke ontwikkeling te versterken.

5. Op kavelniveau versterken van de biodiversiteit. Een groenblauwe dooradering heeft ook een positief effect op de biodiversiteit. De dooradering is gericht op de kavelgrenzen en niet op de kavels zelf. Naast het plaatsen van zonnepanelen wordt er voor gezorgd dat de biodiversiteit op het perceel gelijk blijft, of toeneemt ten opzichte van het huidige gebruik. In het landschapsplan moet worden aangegeven hoe de initiatiefnemer dit wilt realiseren. Zo moet worden aangetoond dat eventuele omheining geïntegreerd is in het landschap en passeerbaar is voor kleine zoogdieren. Maar ook dat er overal voldoende zonlicht en hemelwater kan komen op de kavel, zodat het bodemleven wordt behouden en geen kale plekken in de vegetatie ontstaan. Ook moet er een beheerplan worden overlegd waaruit blijkt dat door het beheer de biodiversiteit van het perceel gelijk blijft, of vooruitgaat ten opzichte van de huidige situatie. Het stellen van natuurdoeltypen gaat daarbij te ver. Het creëren van algemene natuurwaarden die voorkomen in agrarische cultuurlandschappen is voldoende. Verder moet er afstemmingsoverleg plaatsvinden over de inrichting en het beheer met de aanliggende grondeigenaren.

 Een zonneveld moet niet volledig vol gelegd worden, maar er moet ruimte over blijven voor vegetatie waarbij bij voorkeur het zonneveld zo wordt ingericht dat de vegetatie een bijdrage levert aan biodiversiteit, een habitat vormt voor faunasoorten en insecten en het bodemleven in stand gehouden wordt;  Ook een waterplas moet niet volledig vol gelegd worden, er moet voldoende ruimte overblijven voor lichtinval (in verband met visstand) en voor (water)vogels;  Het zonneveld wordt afgeschermd voor zicht van ver af door een afscheiding die bij de karakteristieken van het (cultuurhistorische) landschap hoort;  Indien sprake is van een recreatiefunctie, dient hiervoor voldoende ruimte over te blijven;  Schitteringsoverlast dient te worden voorkomen.

12

4.3

Afstemming met provincie en netbeheerder

Naast de projectontwikkelaar, eigenaar van de gronden, de gemeente en de omwonenden zijn ook de provincie en netbeheerder belangrijke partijen. Ook met hen zal in veel gevallen nadere afstemming moeten plaatsvinden. Provincie Gelderland Deze ruimtelijke visie geeft aan welke keuzes de gemeente maakt, en waar wat betreft de gemeente de beste mogelijkheden zijn. Echter, op een deel van de locaties is op dit moment een aantal belemmeringen, die de ontwikkeling van duurzaam energie-installaties (nog) niet mogelijk maakt. Het gaat dan veelal om ruimtelijk provinciaal beleid. Gemeente en projectontwikkelaars dienen in afstemming met de provincie na te gaan of er mogelijkheden gevonden kunnen worden en wat de consequenties zijn van het wel of niet vasthouden aan het beleid. Overleg met de provincie is dus ook van belang. Afstemming met netbeheerder Duurzame energie moet vanaf de plek van productie naar de gebruiker getransporteerd worden. Hiervoor is een aansluiting in de buurt van het zonneveld nodig. Deze aansluiting moet ook voldoende capaciteit hebben om de opgewekte stroom aan te kunnen. De projectontwikkelaar zal in samenspraak met de netbeheerder moeten nagaan of aansluiting mogelijk is. Is dat niet het geval, dan zal de projectontwikkelaar moeten nagaan wat het betekent voor voorgenomen ontwikkeling. Ook zal met de netbeheerder gesproken moeten worden over het tijdpad.

Er kan een zonneveld aangelegd worden, maar daarmee is niet gezegd dat vanaf dag één de netbeheerder het zonneveld aangesloten heeft.

4.4

Tijdelijkheid van grootschalige opwekking van duurzame energie

De voorkeur gaat uit naar tijdelijke zonneparken van maximaal 25 jaar. Dus parken die na verloop van tijd weer opgeruimd worden en weer teruggegeven kunnen worden aan het landschap. Daarmee wordt de impact op het landschap en maatschappij geminimaliseerd. Voor tijdelijke initiatieven met een looptijd van meer dan 10 jaar wordt, om een omgevingsvergunning te verlenen, de uitgebreide procedure (26 weken) doorlopen.. Het gehele proces om tot vergunningverlening te kunnen komen is beschreven in bijlage 4.

13

5

Hoe gaan we aan de slag

5.1

Wat doen we nu

Nu al worden stappen gemaakt om het energievraagstuk op te lossen. Ruimtelijk niet bezwaarlijke maatregelen zoals in veel gevallen zon op daken en energie besparen worden al genomen. Hiermee gaan we minimaal op dezelfde voet door, en dit proberen we te versnellen. Daartoe dient ook het Actieplan Duurzaamheid 2019. In de zoekgebieden voor grootschalige opwekking van duurzame energie op land starten we in het eerste jaar met een aantal pilots. Belangrijke zaken in de pilots zijn de maatschappelijke inpassing en de landschappelijke inpassing. Per pilot wordt bekeken hoe hier invulling aan is gegeven. Na een jaar wordt gekeken of, en zo ja op welke punten, het beleid versoepeld kan worden of aangescherpt moet worden. Ook gaan we verkennen of het zinvol en mogelijk is om een energiefonds op te richten om zo de maatschappelijke inpassing te versterken. Doel van het energiefonds zou moeten zijn om de financiering van lokale projecten door lokale initiatiefnemers makkelijker te maken. Het moet de eerste kosten opvangen, tot het moment dat de financiering en eventuele subsidie is geregeld. De vaststelling van de ruimtelijke visie duurzame energieopwekking 2019 maakt de weg vrij om op de benoemde specifieke locaties aan de slag te gaan met grootschalig energie opwekken zonder dat we daar eerst pilots willen starten.

Dit neemt niet weg dat ook daar de maatschappelijke inpassing en de landschappelijke inpassing goed ingevuld moet worden.

14

5.2

Wat doen we tot 2023

Deze ruimtelijke visie kijkt in eerste instantie tot 2023. Wij blijven naar onze inwoners communiceren wat zij kunnen doen aan energie besparen en zelf energie opwekken. Wij volgen innovaties op gebied van duurzaamheid, energiebesparing, opwekking van duurzame energie en opslag van energie op de voet. Ook na 2023 blijven wij dit doen. Er is een tussendoel gesteld om in 2023 ten minste 16% van het energieverbruik binnen onze gemeente duurzaam op te wekken. We wekken tot die tijd onze duurzame energie vooral op met zonnepanelen. Windenergie maken geen deel uit van onze energiemix. Het is belangrijk om nu al te monitoren hoe de energieopgave zich ontwikkelt en hoe snel de invulling gaat. Voorlopig gebruiken we daarvoor de cijfers die jaarlijks komen via het Gelders Energie Akkoord. Deze cijfers liggen ongeveer twee jaar achter, maar daarmee kunnen we in de tussentijd al zien welke kant de ontwikkeling op gaat. Ook het monitoren van de initiatieven is belangrijk, omdat het ontwikkelen van een zonnepark van plan tot realisatie 6 tot 18 maanden kost. Eind 2021 zal het grootste deel van de initiatieven al in gang gezet moeten zijn om tot de 16% duurzame energie in 2023 te komen.

5.3

Wat doen we na 2023

Na 2023 maken we de balans op. Dat betekent dat we naar ons energieverbruik moeten kijken. Dit speelt een grote rol in het behalen van de doelstellingen en heeft prioriteit. Hoe meer we besparen, hoe minder energie we duurzaam hoeven op te wekken. Zorgen nieuwe ontwikkelingen er voor dat het energieverbruik af neemt (bijvoorbeeld door over te schakelen op LED-verlichting) of juist toe neemt (bijvoorbeeld het gebruik van elektrische fietsen). Ook moeten we kijken naar hoeveel duurzame energie opgewekt wordt. Met name met het grootschalig opwekken van duurzame energie worden klappers gemaakt. Ook is het slim om te kijken hoeveel projecten nog in de pijplijn zitten en hoeveel projecten en om welke reden projecten gestrand zijn. Een ander belangrijk punt van de balans opmaken is beoordelen wat de landschappelijke en maatschappelijke impact is van de wijze van energie opwekken. We gaan bekijken wat de impact van de keuze is geweest om ons vooral op zonne-energie en niet op windenergie te richten. We gaan bekijken of we zonnevelden voldoende hebben kunnen inpassen in ons landschap. Uiteraard bekijken we ook of we vinden dat onze inwoners voldoende hebben kunnen deelnemen in de lusten en niet alleen de nadelen ervaren.

Met de monitoringsgegevens en de opgemaakte balans hebben we voldoende waardevolle informatie over hoe we na 2023 verder moeten richting het volgende tussendoel: 55% CO2 reductie in 2030. En kunnen we aangeven welke beleidskeuzes goed zijn geweest en voortgezet worden. Ook kunnen we aangeven op welke punten we het beleid moeten aanscherpen of veranderen. Momenteel is opslag van energie nog niet strikt noodzakelijk, maar na 2023 moet hier wel over nagedacht worden. In de transitie naar duurzame energie wordt de energieproductie minder constant, doordat de stroomproductie grotendeels afhankelijk is van het weer (windkracht en zonneschijn) en minder van steenkool, olie en gas. Er is in de toekomst energieopslag nodig om de pieken in energieopwekking op te vangen voor perioden dat er een dal in productie is en toch grote vraag is naar elektriciteit.

15

Bijlagen

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10844124/1