M46 Informatienota Duurzaamheid in de openbare ruimte
Tekst van het document
INFORMATIENOTA
M46 Zaaknummer: Documentnummer: Onderwerp: Vergadering B&W: Raadsvergadering: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Mailadres:
Z-21-091861 VB/Raad/21/01259 Duurzaamheid in de openbare ruimte 2021-09-14 2021-10-21 S.G.P. Fleuren Wouter van de Lest W.v.d.Lest@bergendal.nl
Aan de gemeenteraad, Kennisnemen van memo Duurzaamheid in de openbare ruimte Waarom nu naar de raad? Team BOR (Beheer Openbare Ruimte) vertelt u graag over wat zij (extra) doet op het gebied van duurzaamheid. Samenvatting In het Coalitieakkoord is afgesproken dat we in 2050 klimaatneutraal willen zijn, en dat we dit zouden willen versnellen naar 2040. Maar we beseffen ook dat dit duur en ambitieus is. Daarnaast is in het Coalitieakkoord afgesproken dat wij 16% duurzame energie gaan opwekken binnen de eigen gemeente per 2023. In 2015 hebben wij het Gelders Energieakkoord ondertekend. Daarin is een CO2-reductie van 55% in 2030 ten opzichte van 1990 afgesproken. Met de doelstelling voor 2030 en de wens om bij voorkeur al in 2040 klimaatneutraal te zijn, zijn we vooralsnog op lange termijn net iets ambitieuzer dan het Rijk, maar in Europees verband is door het Rijk al afgesproken om de doelstelling voor 2030 aan te scherpen. Naast de doelstellingen hebben we in het Coalitieakkoord ook aangegeven dat wij het goede voorbeeld willen blijven geven. Bijvoorbeeld door gemeentelijke gebouwen energieneutraal te maken en als organisatie duurzaamheid te integreren in de dagelijkse bedrijfsvoering. In het actieplan duurzaamheid is aangegeven dat wij langs vijf inhoudelijke lijnen aan deze doelstellingen werken: 1. Duurzame energie opwekken – Berg en Dal gaat over op niet-fossiele bronnen.
Uitgangspunt voor duurzame energie is dat we alle benodigde energie duurzaam opwekken. De benodigde maatregelen voor energiebesparing en opwekking van energie hebben tot doel het gebruik van fossiele brandstoffen (aardgas, aardolie, kolen) terug te dringen.
Zaaknummer: Documentnummer:
Zaaknummer Documentnummer
Pagina 1 van 10 REFNUMBER
2. Aardgasvrij bouwen – Wonen in Berg en Dal zonder aardgas. Net als olie is aardgas een vervuilende brandstof die zorgt voor CO2-uitstoot. Dat willen we niet in Nederland en daarom schakelen we over naar andere, duurzamere alternatieven. We gaan ook onze bestaande woningen en gebouwen op een andere manier verwarmen. 3. Duurzame mobiliteit inzetten – Berg en Dal rijdt schoon. In onze gemeente rijden veel auto’s en vrachtwagens. Dat is logisch en noodzakelijk. Toch moeten we ons afvragen of iedere reis nodig is, of we efficiënter kunnen reizen en of het milieuvriendelijker kan. 4. Circulaire economie opzetten – Berg en Dal wil een afvalloze gemeente zijn. In de circulaire economie benutten we grondstoffen opnieuw, met zo veel mogelijk waarde. 5. Klimaatbestendigheid bevorderen – Berg en Dal veilig. Het klimaat verandert. Steeds vaker ondervinden we daarvan de consequenties. Wij zijn daar nog niet voldoende op berekend, dus wij moeten ons land meer aanpassen: klimaatbestendiger maken. Dat betekent dat we de (openbare) ruimte, huizen en gedrag anders moeten aanpassen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Uit de Klimaat- en Energieverkenning 2020 van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat de doelstellingen van het Rijk voor 2030 nog niet in zicht zijn met de huidige maatregelen.
Uit het nieuwste rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties blijkt onder meer dat het klimaat ongekend snel verandert en dat de mens daarvan de oorzaak is. Daarnaast stelt het IPCC dat als we de klimaatverandering willen beperken, het op z'n minst nodig is om netto nul CO2 uit te stoten. Zowel de Klimaat- en Energieverkenning 2020 als het nieuwste rapport van het IPCC kun je zien als aansporingen om meer te doen dan op dit moment wettelijk verplicht is. Team BOR houdt zich bezig met het inrichten en onderhouden van de openbare ruimte. Ze zorgen ervoor dat de openbare ruimte schoon, heel en veilig is. Bij thema 4 (circulaire economie opzetten) en vooral op thema 5 (klimaatbestendig bevorderen) kunnen ze een grote bijdrage aan de doelstellingen leveren. Een aantal zaken moeten ze doen vanuit wettelijke regelgeving. Maar ze doen ook veel extra’s in het kader van duurzaamheid. Hierover willen wij uw raad via deze informatienota informeren. Algemeen De Grond- Weg- en Waterbouw (GWW) sector is al vele jaren innovatief en duurzaam bezig. Indien mogelijk recyclen ze materialen en passen ze deze opnieuw toe (cradle to cradle). De centrale gedachte achter cradle to cradle, is dat alle gebruikte materialen na hun leven in het ene product, nuttig kunnen worden ingezet in een ander product. Hiermee vult team BOR thema 4 (circulaire economie opzetten) in.
Het team probeert maximaal op kwaliteit te sturen. Daar hoort toepassing van kwalitatief hoogwaardige materialen, die passen binnen het cradle to cradle principe bij. Duurzame(re) alternatieven moeten wel aan de kwaliteitseisen voldoen en dat is nog niet altijd het geval. Indien ze een keuze tussen iets duurzamer of kwaliteit moeten kiezen, dan kiezen ze voor de laatste. Een
Zaaknummer: Documentnummer:
Zaaknummer Documentnummer
Pagina 2 van 10 REFNUMBER
betere kwaliteit is over het algemeen een langere levensduur en een langere levensduur is ook een vorm van duurzaam. Hieronder volgt een opsomming van noemenswaardige werkwijzen en experimenten in het kader van duurzaamheid. Deze zijn minder milieubelastend, duurzamer en/of beter voor de natuur. Eerst zijn ‘wettelijke verplichtingen’ beschreven, daarna ‘wat doen ze nu al extra’ en tot slot ‘wat gaan ze nog meer doen’. Wettelijke verplichtingen Een aantal dingen moet het team doen, omdat ze wettelijk verplicht zijn. Denk bijvoorbeeld aan de volgende punten: Ze gebruiken geen glyfosaat voor het bestrijden van onkruid. Onze aannemers gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen (werkzame stof glyfosaat) voor het bestrijden van onkruid op verharding. Sinds een aantal jaar bestrijden aannemers onkruid op verharding met hete lucht of met inzet van een veegmachine (met staalborstel) en dat gaat prima. Dit is duurzamer, maar bewerkelijker dan chemische bestrijding. Ook in plantsoenen gebruiken aannemers geen chemische bestrijdingsmiddelen meer. Onkruid verwijderen ze mechanisch, dus met een schoffel. Dit is een intensieve maar duurzame manier van onkruidbestrijding. Ze richten depots met scheidingslagen in. Dit is een landelijk voorschrift waar ze scherp op zijn. Door materialen gescheiden op te slaan, is hergebruik mogelijk.
Door toepassen van scheidingslagen kunnen ze depots netjes opruimen, zonder dat er vermenging met de ondergrond ontstaat. Door grondsoorten gescheiden te houden (b.v. de bovenlaag en onderlaag) kunnen ze per deelpartij een (hergebruik) bestemming zoeken. Ze hanteren de beoordelingsrichtlijn ‘BRL 2506’. Ze houden zich aan de beoordelingsrichtlijn ‘BRL2506’. Deze richtlijn geeft de producteisen aan, die aan recyclinggranulaten zijn gesteld. Ook stelt deze eisen aan het door de producent te hanteren kwaliteitssysteem bij de bewerking van steenachtige afvalstoffen. Tevens bevat deze beoordelingsrichtlijn specifieke regels gericht op het voorkómen van asbest en teerhoudend asfalt in recyclinggranulaat. Ze verwijderen teerhoudend asfalt en voeren dit af. Teerhoudend asfalt mogen ze sinds 2001 niet meer toepassen. Voor teerhoudend asfaltgranulaat geldt dit verbod sinds 2011. De inzet is om teerhoudend asfalt en asfaltgranulaat uit de keten van civieltechnische producten te halen. Het verwerkingsproces is niet duurzaam. Wat doet team BOR nu al extra? Naast de wettelijke verplichtingen doet het team al veel meer. Ze experimenteren zelf met duurzamere alternatieven en volgen ontwikkelingen. Ook doen ze sommige dingen anders, omdat het duurzamer of beter voor het milieu is. We hebben zeven categorieën genoemd; uitstoot,
Zaaknummer: Documentnummer:
Zaaknummer Documentnummer
Pagina 3 van 10 REFNUMBER
hergebruik, verharding, contracten, groen, water/riool en het machinepark van onze buitendienst. Per categorie lees je de belangrijkste ontwikkelingen en/of aangepaste werkwijzen. 1. Uitstoot/ en energie Ze passen andere verlichting toe die minder energie verbruikt. In de openbare verlichting gebruiken ze LED-verlichting. Dit doen ze om zo min mogelijk energie te gebruiken. Daarnaast zijn onze lichtmasten iets dunner, zodat er voor het maken van deze masten minder materiaal nodig is. Om de kosten te spreiden nemen ze een periode van 9 jaar tijd om de lichtmasten te vervangen. De oude lampen verbruiken gemiddeld 40 Watt stroom. LED verbruikt nog maar 16 Watt. Ze vervangen ongeveer 300 lichtmasten per jaar. Transportmiddelen minimaal Euro 5-norm. Ze moeten minimaal Euro 5 voorschijven. Euro 5 is een set aan technische regels die erop gericht zijn de emissie machines te verminderen en is tot 2025 geldig. De beheerders van het team werken vooral met lokale partijen samen, die nog niet allemaal euro 5 hebben. Lokaal aanbesteden heeft voor kleine werken de voorkeur. Voor het in de markt brengen van grote werken gebruiken ze een moederbestek. Hierin staat al euro 6. Dat betekent dat ze voor grote civiele projecten in principe euro 6 voorschrijven. Het controleren van deze voorwaarde blijkt in de praktijk wel lastig te zijn.
Ze stimuleren het gebruik van machines die al aan Euro 6-norm voldoen. Zoals voorgaand aangegeven, dienen machines landelijk aan euro 5 te voldoen. Bij EMVI-aanbestedingen (Economisch Meest Voordelige Inschrijving) hanteren ze een duidelijke meerwaarde voor machines die al voldoen aan eurocode 6. Euro 6 is een regelgeving van de Europese Unie waarmee een emissiestandaard voor voertuigen is vastgesteld. Hiermee moeten dieselauto’s net zo schoon worden als hun op benzine aangedreven varianten door middel van een lagere uitstoot van roetdeeltjes en stikstofoxiden. 2. Hergebruik Ze zetten in op hergebruik van materialen. Ze laten uitkomende materialen zoals betonproducten verwerken tot secundaire bouwmaterialen, geschikt voor hergebruik. Bijvoorbeeld menggranulaat (gebroken puin) gebruiken ze als funderingen en betongranulaat als toevoegingen in betonproducten. Daar waar mogelijk maken ze (prijs)afspraken met gemeentelijke aannemers voor de inname van puin en de afname van puingranulaat. Ook voor andere bouwstoffen zoals zand en grond proberen ze afspraken te maken, met inachtneming van het inkoopbeleid. Ze bieden onze afvalproducten als bouwstof aan. Ze voeren uitkomende materialen ter verwerking af naar gecertificeerde instellingen.
Op deze locaties verwerken de instellingen het op verantwoorde wijze tot milieu-hygiënische secundaire bouwstof of als grondstof voor nieuwe producten.
Zaaknummer: Documentnummer:
Zaaknummer Documentnummer
Pagina 4 van 10 REFNUMBER
Bijvoorbeeld puin gaat vaak naar Van Kesteren of Rowill en later nemen ze datzelfde materiaal als puingranulaat af. Een ander voorbeeld is asfalt. Asfaltcentrales nemen het asfalt in en verwerken het tot nieuw asfalt (regeneratieasfalt). Het is soms mogelijk om materialen zoals grond in de regio uit te wisselen, maar dat blijkt qua logistiek lastig te organiseren. Ze vragen aannemers om dit wel te doen. Gerecycled materiaal in beton met certificaten. Productie van cement is één van de grote CO2 uitstoters in de bouw en infra. Door toepassing van betongranulaat zijn er minder natuurlijke grondstoffen nodig. Betongranulaat gebruiken ze voor het maken van een cunet onder een weg. Een cunet is een uitgegraven gedeelte in een niet draagkrachtige grondlaag, waarin ze een dragende fundering aanleggen. Samen met zand vormt dit de onderlaag waar wij de klinkers op leggen. Vrijgekomen grond verwerken ze indien mogelijk op locatie. Zij werken zo veel als mogelijk met een gesloten grondbalans. Waar mogelijk proberen ze uitkomende grond zoveel mogelijk lokaal of regionaal af te zetten. Een uitzondering op deze regel geldt als ze verontreinigde grond aantreffen. Hiermee voorkomen ze grote transportafstanden en verspilling van grondstoffen. 3. Verharding Ze experimenteren met bitumen vervangers Asfalt komt langzamerhand in een minder goed daglicht te staan.
Zembla (tv-programma) beweerde dat tijdens een van haar uitzendingen. Zowel bij de productie als bij toepassing in de praktijk (boven 30 graden) blijkt asfalt schadelijk te zijn. Daarom gaan ze naar lagere temperatuur asfalt. Door toepassing van bitumenvervangers in asfalt, kan bij de productie van asfalt de bereidingstemperatuur met 20-30 graden verminderen. Dit betekent dat er minder gas bij de productie nodig is. Minder gas is minder CO2-uitstoot. Bitumen vervangers hebben ze al diverse malen toegepast. Bijvoorbeeld in het asfalt op de Biesseltsebaan (tussen de Rijlaan en het spoor) en in de onderlaag van de van Randwijckweg zijn deze gebruikt. Ze experimenteren met open en waterdoorlatende verharding. In verschillende projecten hebben ze waterdoorlatende verharding toegepast. Denk bijvoorbeeld aan grasbetonstenen op parkeerplekken (b.v. plein Berkstraat Breedeweg). Dit zijn open stenen waar in de opening gras groeit en water kan infiltreren. Ook passen ze stenen met meer voegruimte toe (b.v. de relatief nieuwe wijk bij het sportpark in Millingen aan de Rijn). Door deze brede voegen kan regenwater in de bodem infiltreren en blijft het water op de plek waar het valt. Een uitdaging is het beheer van dit type verharding. Doordat de voegen breder zijn, groeit er ook meer onkruid. Ook komt er veel vuil in de voegen, waardoor het minder water doorlaat.
Na verloop van tijd laat het ten opzichte van gewone straatstenen niet méér water door. Ze onderzoeken het gebruik van tilroodzand in asfaltmengsels. Het team onderzoekt of ze tilroodzand in plaats van kleurstof in asfaltmengsels toe kunnen passen. BGSpad Eco (100% gerecycled product) als halfverharding en Bio Bound met vervanging
Zaaknummer: Documentnummer:
Zaaknummer Documentnummer
Pagina 5 van 10 REFNUMBER
van fijne deeltjes in betonproduct door gemalen grassoorten. Echter is nog niet helemaal duidelijk wat de levensduur van deze alternatieven is. 4. Contracten Ze stellen duurzaamheidseisen in de bestekken. Via een raamcontact hebben ze ingenieursbureaus gecontracteerd die middels een standaard protocol (bijvoorbeeld Duurzaam GWW) een check doen op alle mogelijk duurzaamheidsaspecten in een project. Deze aspecten vertalen ze in het project. Ze besteden werken lokaal aan. Ze brengen steeds meer werken lokaal in de markt en dat bespaart transport, wat tot minder reisbewegingen en dus ook minder uitstoot leidt. In een vergelijkbaar kader maakt een aannemer (Dar) gebruik van de werf in Beek. Ook dat scheelt in het aantal reisbewegingen. De oorspronkelijke vestigingslocatie is namelijk in Nijmegen. 5. Groen Ze onderzoeken of (groene) afvalproducten anders te zetten zijn. Maaisel uit bermen laten ze composteren. Dat is niet verkeerd, maar het kan nog beter. Het team onderzoekt of lokale afnemers het maaisel als bodemverbeteraar in de vorm van Bokashi (het Japanse woord voor “goed gefermenteerd organisch materiaal”) of als ruw gras in de akkers kunnen verwerken. Bijvoorbeeld boeren hoeven dan geen bodemverbeteraars meer te kopen, de afvoer van het maaisel levert minder uitstoot en verkeersbewegingen op en het belangrijkste is een gezonde bodem.
Bij elkaar levert dit een gezond gewas op. Ze hanteren een extensiever maaibeheer. In het berm en slootbeheer maaien aannemers per maaigang 50% van het gewas. Met twee maaigangen is dat samen 100% per jaar. Het scheelt dus ook 50% aan CO2-uitstoot, maaibewegingen en afvoer. Daarnaast neemt de biodiversiteit toe. Ook dit is een vorm van duurzaamheid voor de flora en fauna die in de bermen leven. Ze leggen kruidenrijke bermen aan. Door ecologisch bermbeheer, verschralen ze de bermen. Hierdoor komen er meer bloemen in de berm te staan. Waar mogelijk helpen ze dit proces en zaaien ze ook bloemenmengsels in. Hierdoor trekt de vegetatie in de berm meer insecten en andere fauna aan en neemt het insectenstand en de biodiversiteit toe. Inmiddels hebben ze 50KG bloemenmengsel gezaaid (3 gram per meter = 16.666m2) Vogels leven weer van die insecten en zijn de natuurlijke vijand van b.v. de eikenprocessierups. Meer natuurlijke vijanden betekent minder inzet van biologische bestrijdingsmiddelen voor het bestrijden van deze rups.
Zaaknummer: Documentnummer:
Zaaknummer Documentnummer
Pagina 6 van 10 REFNUMBER
Ze proberen zoveel mogelijk bomen en heesters te planten. Bomen en heesters filteren de lucht, zetten CO2 om in zuurstof en houden CO2 vast. Ook houden zij fijnstof vast. Tevens zorgen bomen voor schaduw en afname van de temperatuur. Dit kan in een dichtbebouwde omgeving wel 3 tot 4 ⁰C schelen. Jaarlijks planten ze honderden nieuwe bomen en duizenden struiken. Onze aannemers gebruiken vaker accugereedschappen en biobrandstoffen. Door het gebruik van accugereedschappen zoals motorkettingzagen, bosmaaiers, heggenscharen en bladblazers, neemt de CO2-uitstoot af. Daarnaast zijn er positieve neveneffecten te bedenken zoals minder geluid. Daarom vertellen ze onze aannemers dat gebruik van accugereedschap onze voorkeur heeft. Waar het kan, zetten ze schapenbegrazing in. De schapen gaan lopend naar hun werkgebied en veroorzaken geen uitstoot. De schapen vreten de berm bijna kaal, waardoor er een gevarieerde berm met veel leven en biodiversiteit ontstaat. Op plekken waar dat kan, kiezen ze voor deze methode. Ze voeren regenwater niet af maar houden het op plekken waar het valt. Het team past de openbare ruimte aan zodat er meer waterbuffering kan plaatsvinden. Dit doen ze bijvoorbeeld door plantvakken of grasvelden naast wegen hol aan te leggen. Een gewenst neveneffect is dat planten op deze manier extra water krijgen.
Hierdoor voeren ze minder hemelwater richting de zuivering af. De zuivering functioneert hierdoor beter en de kans op verdroging verkleinen ze. Ze vragen onze inwoners welke straten groener kunnen. Vorig jaar was er een leuk buurtinitiatief in de Parachutistenstraat in Groesbeek. Het resultaat; 12 extra bomen in die straat. Via het platform www.samenbergendal.nl hebben ze inwoners gevraagd om met meer van dit soort initiatieven te komen. Ze hebben ongeveer 15 ideeën om straten of buurten te vergroenen ontvangen. Met de initiatiefnemers gaan ze in ieder geval in gesprek. Drie plannen willen ze binnenkort al uit gaan voeren. 6. Water en riool Ze maken ruimte voor water Het team gaat meer afkoppelen en ontstenen. Te beginnen in de kern Breedeweg met operatie Steenbreek. Ze helpen en adviseren inwoners bij het vergroenen van hun tuinen. Vanuit het Klimaatfonds in het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) hebben ze budget om de komende jaren meer van dergelijke projecten te doen, ook in andere kernen of gecombineerd met een project in de openbare ruimte. (Zie beantwoording raadsvragen Klimaatfonds van december/januari jl.)
Ontwikkelingen op het gebied van de (afval)waterketen
Zaaknummer: Documentnummer:
Zaaknummer Documentnummer
Pagina 7 van 10 REFNUMBER
Ze volgen de ontwikkelingen om de (afval)waterketen te verduurzamen. Bij het toepassen van materialen zoeken ze naar hergebruikte en herbruikbare materialen. Daarnaast zijn er verschillende ontwikkelingen om uit afvalwater grondstoffen te winnen en om hieruit energie op te wekken. Meekoppelkansen rioolvervanging Bij projecten waarbij de straat open moet, bekijken ze of werkzaamheden aan de riolering noodzakelijk zijn en of ze hemelwater af kunnen koppelen. In overleg met de andere disciplines gaan ze na of en op welke manier ze het afkoppelen gelijktijdig uit kunnen voeren. Afkoppelen openbare ruimte en particulier terrein Tijdens rioolvervangingsprojecten gaan ze waar mogelijk tegelijkertijd de openbare ruimte afkoppelen. Dit kan door middel van het aanleggen van (verticale) infiltratie units of door het aanleggen van een gescheiden stelsel. Tevens werken ze aan een stimuleringsregeling voor het afkoppelen van hemelwater bij particulieren. Relinen In plaats van het vervangen van een rioolstreng kiezen ze regelmatig voor relinen. Relinen is een rioolrenovatietechniek. Dankzij deze methode kunnen ze riolen renoveren zonder deze open te hoeven breken. Het riool krijgt een nieuwe binnenkant en kan er weer tientallen jaren mee. Deze methode is een stuk goedkoper dan het leggen van een nieuw riool.
De enige voorwaarde is dat het bestaande riool in redelijke tot goede conditie moet zijn. 7. Het machinepark van onze buitendienst Efficiënte inzet voertuigen Ze hebben sinds kort in onze service wagens van de buitendienst een voertuig volgsysteem ingebouwd. Met dit volgsysteem kunnen ze efficiënter plannen. Ze kunnen hiermee de voertuigen direct lokaliseren en efficiënter inzetten. Bijvoorbeeld bij calamiteiten. Op deze wijze kunnen ze veel onnodige kilometers besparen en snel reageren. Onze medewerkers zijn er enthousiast over. Met dit systeem controleren ze ook het onderhoud van ons wagenpark. Goed onderhoud betekent betere afstelling van de motoren en dus ook minder uitstoot. Overgang naar elektrisch rijden In 2019 heeft de buitendienst een benzinevoertuig vervangen door een 100% elektrische streetscooter. In 2020 hebben ze wederom een benzinevoertuig vervangen door een 100% elektrische Nissan NV ENV200. Deze elektrische voertuigen zetten ze als servicewagens in voor bijvoorbeeld het legen van afvalbakken, afvaldumpingen, rijdende wegafzetting, poolauto, et cetera. In 2021-22 staan vijf auto’s op de nominatie voor vervanging. Ze onderzoeken welke van deze auto’s ze door elektrische voertuigen kunnen vervangen. Ze moeten er wel rekening mee houden dat nog niet alles door elektrisch vervangbaar is.
Bijvoorbeeld voor het uitvoeren van gladheidsbestrijding in heuvelachtig gebied. Voor dat soort (zwaar) werk zijn nog geen betaalbare geschikte voertuigen op de markt.
Zaaknummer: Documentnummer:
Zaaknummer Documentnummer
Pagina 8 van 10 REFNUMBER
Overgang naar elektrisch gereedschap Afgelopen twee jaar heeft de buitendienst drie motorkettingzagen vervangen voor elektrische kettingzagen. Door gebruik van deze machines hebben ze geen last van uitstoot van uitlaatgassen, lawaai en ergonomisch hebben ze ook een voordeel omdat ze lichter zijn. Wij gebruiken nog wel brandstof kettingzagen, stokzagen, bosmaaiers en bladblazers die ze uiteindelijk ook door elektrisch gaan vervangen. Dat doen ze zodra de machines stuk of aan vervanging toe zijn. Of al deze gereedschappen 1-op-1 door elektrisch te vervangen zijn, zal nog moeten blijken. Dat heeft vooral te maken met de kracht van de apparatuur en de levensduur van de accu. Deze wordt overigens steeds beter. Wat gaan ze nog meer doen? Onder dit kopje leest u een korte opsomming van wat team BOR gaat doen en wat ze tot nu toe hebben gedaan met de regionale ambities. Ze houden vast aan duurzame bestrijdingsmethodes Het verbod op gebruik van Round up is dit jaar ter discussie gekomen. Dat bleek uit een artikel in de Volkskrant (29-11-2020). Hierin stond dat een rechter het verbod op gebruik van pesticiden in de stad van tafel veegde. Hoewel het gebruik van Round up (tijdelijk) weer ter discussie kwam, gaan ze niet terug naar gebruik hiervan. Ondanks dat de alternatieve methodes veel duurder zijn. Onderzoek naar gebruik van verkeersborden.
Ze gaan binnenkort onderzoek doen naar het (her)gebruik van verkeersborden en alternatieven. Hiervoor nemen ze drie varianten in overweging: 1. Oud inleveren en opnieuw gebruiken (cradle to cradle). 2. Bio based; borden die (deels) gemaakt zijn van natuurproducten zoals riet, kalk en hars. 3. Of toch: oud weggooien en nieuw kopen. Aandacht voor klimaatadaptatie Ze zullen en willen meer aandacht gaan besteden aan klimaatadaptatie. Dat betekent ook wat voor (het onderhoud en beheer van) de openbare ruimte. Zie de Regionale Adaptatie Strategie RAS, het Regionale Uitvoeringsplan RUP en ons eigen lokale uitvoeringsplan LUP. Alles om te voorkomen dat het te nat, te heet, te droog wordt. Wij overwegen om ons bij het MVI-manifest aan te sluiten. Het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (Manifest MVI) is bedoeld om de bijdrage van Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) op de realisatie van beleidsdoelen te vergroten. In het Manifest MVI zijn ambities vastgelegd die verder gaan dan het toepassen van minimumeisen. Daarmee vervangt het Manifest eerdere afspraken zoals het 100% duurzaam inkopen. In het Manifest MVI bepalen wij zelf doelstellingen, op basis van onze eigen ambities. Aansluiting op Regionale Ambitie Circulariteit GWW We sluiten aan bij de Regionale ambities zoals deze zijn verwoord in Regionale Ambitie Circulariteit GWW.
We willen regelmatig overleggen met onze gemeentelijke vertegenwoordiger in deze werkgroep. Transitielijnen die binnen ons bereik liggen en waar we naar ons idee al (in zekere mate) aan werken (1a en 1b): o Van kosten naar waarde: wij zien duurzaamheid niet als kostenpost, maar als toevoeging van waarde aan een project en de omgeving.
Zaaknummer: Documentnummer:
Zaaknummer Documentnummer
Pagina 9 van 10 REFNUMBER
o Van re-actief naar pro-actief: onze medewerkers hebben een pro-actieve houding om duurzaamheid in onze GWW-projecten te brengen (duurzaam is ‘business as usual’). o Van uniek naar uniform: met de Aanpak Duurzaam GWW zetten wij op een uniforme en systematische manier de juiste processtappen om duurzaamheid te verankeren in onze bedrijfsprocessen. We zijn nog op zoek naar de kaders die we hiervoor zouden kunnen hanteren en halen kennis op in de regio. Neveneffecten van bezuinigingen Afgelopen periode waren we genoodzaakt om flinke bezuiniging door te voeren op met name het onderhoud van wegen. Dit betekent minder frequent onderhoud en dat leidt tot een afname van de levensduur van de gebruikte materialen. Hierdoor kan het voorkomen dat het team gebruikte materialen eerder moeten vervangen. De uitdaging is om het onderhoud net voldoende te doen om niet de levensduur negatief te beïnvloeden, maar wel de kosten te drukken. Vanuit duurzaamheid kan u hier op twee manieren naar kijken. Enerzijds kan u het eerder vervangen van gebruikte materialen zien als vermindering van duurzaamheid. Anderzijds kan u het zien als een kans om bestaande (minder duurzame) materialen te vervangen door een duurzamer alternatief. Wat het duurzaamst is, is mogelijk per situatie verschillend. De effecten van de recente bezuiniging evalueren we over twee jaar.
Zo nodig zullen we dan de gemaakte keuzes moeten bijstellen. Tot slot Duurzaamheid zit meer en meer in de standaard denk- en werkwijze van team BOR. Door kennisuitwisseling in de regio en opleidingen worden ze steeds innovatiever. Deze memo geeft een beeld van waar ze binnen de Openbare Ruimte mee bezig zijn op het gebied van duurzaamheid, maar is niet uitputtend. Bovendien is het een dynamisch geheel. Reacties zijn welkom. Communicatie In overleg met de collega’s van team communicatie bepalen wat ze onze inwoners hierover willen vertellen en welke communicatiekanalen we hiervoor gebruiken. Burgemeester en wethouders, De secretaris, E.W.J. van der Velde
De burgemeester, mr. M. Slinkman
Bijlagen digitaal ter inzage geen Bijlage ter inzage griffier geen
Zaaknummer: Documentnummer:
Zaaknummer Documentnummer
Pagina 10 van 10 REFNUMBER