CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

M35 Bijlage 1 - Jaarrapportage 2020 Participatiewet IOAW IOAZ BBZ TOZO en Minimabeleid 2020

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Schriftelijke mededelingen c.q. informatie van het college van burgemeester en wethouders ter kennisname7.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jaarrapportage 2020 Participatiewet / IOAW / IOAZ / BBZ / TOZO & Minimabeleid

Kenmerk: Z-21-91572 Versiedatum: 26-05-2021 Team Inkomen & Participatie Marina Nijkamp / Medewerker Kwaliteit

1

Inhoudsopgave 1

Inleiding

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Ontwikkeling bestand uitkeringsgerechtigden Participatiewet Ontwikkeling IOAW / IOAZ / BBZ Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) Overzicht uitkeringen Overzicht uitkeringen naar leeftijd Overzicht uitkeringen Participatiewet versus uitkeringsduur Uitkering Participatiewet naar leeftijd duur

3

Instroom

4 4.1

Uitstroom Inkomsten uit deeltijdwerk naast uitkering

5

Indeling klantenbestand in werk- en participatiekandidaten

6

Tegenprestatie / Resultaten Participatie

7

Wet Taaleis

8

Statushouders

9

Ontwikkeling WW

10

Begroting & Uitgaven Participatiewet / IOAW / IOAZ

11

Begroting & Uitgaven BBZ

12 12.1

Terugvordering en Verhaal Fraude en handhaving

13 13.1

Minimabeleid Begroting & uitgaven Minimabeleid

14 14.1 14.2

Conclusie Conclusie Participatiewet / IOAW / IOAZ / BBZ Conclusie minimabeleid

2

Jaarrapportage 2020 Participatiewet / IOAW / IOAZ / BBZ / TOZO & Minimabeleid 1. Inleiding Voor 2020 heeft de gemeente Berg en Dal doelen en resultaten benoemd. Binnen Team Inkomen & Participatie dragen wij met het uitvoeren van de Participatiewet / IOAW / IOAZ / BBZ / Tozo & Minimabeleid bij aan deze doelen. 2. Ontwikkeling bestand uitkeringsgerechtigden Participatiewet

Uitkeringsgerechtigden Participatiewet

1120 201 1-15 5 42 1- 015 71- 201 10 5 1- 201 1- 5 20 201 1-16 6 42 1- 016 71- 201 10 6 1- 201 1- 6 20 201 1-17 7 42 1- 017 71- 201 10 7 1- 201 1- 7 20 201 1-18 8 42 1- 018 71- 201 10 8 -2 1- 018 12 1- 019 42 1- 019 72 1- 019 12 1- 020 72 1- 020 120 21

800 760 720 680 640 600

In het overzicht is te zien dat het uitkeringsbestand Participatiewet vanaf 2015 is gestegen. Van 617 per 01-01-2015 naar 776 uitkeringen per 01-01-2017. Oorzaken stijgende lijn uitkeringen vanaf 01-01-2015 waren: 1. Invoering van de Participatiewet en toename moeilijk bemiddelbare groepen: de bijstandsgerechtigden, de Wsw-ers, en de Wajongers die niet duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn. 2. Doorstroom uit de WW naar de bijstandsuitkeringen. 3. De toestroom van statushouders. 4. Een daling in de werkgelegenheid door de economische crisis. 5. Ouderen krijgen langer een bijstandsuitkering door de verhoogde AOW-leeftijd. Vanaf 2017 tot eind 2019 is het uitkeringsbestand gedaald. Van 776 uitkeringen per 01-012017 naar 660 per 01-10-2019. Deze daling had vooral te maken met de inspanningen van de inwoners zelf, de gemeente, het Werkbedrijf (WBRN), het project Berg en Dal Werkt!, onze inkomens- en participatieconsulenten, onze bereidwillige ondernemers en de aanhoudende economische groei. Wat ook een rol speelde is dat er minder vluchtelingen instroomden dan voorheen. Vanaf 01-10-2019 zien we een stijgende lijn uitkeringen. De toename in 2020 heeft vooral te maken met Corona. Zie onderstaand overzicht hieronder voor de piek in maart t/m juli 2020.

1-2020 2-2020 3-2020 4-2020 5-2020 6-2020 7-2020 8-2020 9-2020 10-2020 11-2020 12-2020 1-1-2021 PW 671 668 662 673 684 702 716 715 716 701 699 698 695 IOAW 60 58 58 57 56 57 59 60 59 59 60 60 59 IOAZ 5 5 5 4 4 3 3 3 3 3 3 3 3 BBZ 1 1 1 1 1 2 2 3 3 3 3 3 3 Totaal 737 732 726 735 745 764 780 781 781 766 765 764 760

3

Om vergelijking met andere gemeenten mogelijk te maken geeft de Divosa Benchmark ook indexcijfers voor het volume. Daarbij wordt de groei of daling van elke maand vergeleken met een vastgestelde basisperiode. In dit geval is het aantal betaalde uitkeringen op 31 december 2019 op 100 gesteld. Op het moment dat de index stijgt naar 105 is het volume sinds december 2019 met 5% gestegen. De volgende grafiek toont de procentuele volumeontwikkeling van de betalingen ten opzichte van december 2019 voor Berg en Dal en de twee vergelijkingsgroepen.

In de tabel hierboven is de ontwikkeling van ons bijstandsbestand te zien. In maart 2020 was het aantal bijstandsgerechtigde ongeveer gelijk aan het aantal bijstandsgerechtigde op 31-122019. Vanaf maart 2020 gaat het aantal uitkeringsgerechtigde echter flink groeien. De stijging is iets groter dan in veel gemeenten in de rest van het land. Op 1 juli 2020 is ons bijstandsbestand met ongeveer 7% gestegen ten opzichte van 31 december 2019. Op 31 december 2020 sluiten we het jaar af met uitkeringsbestand dat ongeveer 3% groter is als op 31-122019. Deze stijging is iets groter dan het landelijke gemiddelde (2%). Dat het aantal bijstandsgerechtigde in onze gemeente iets harder is gestegen dan in gemeenten in de rest van het land komt niet omdat onze instroom hoger was dan in andere gemeenten (zie volgende grafiek). Het heeft er vooral mee te maken dat de uitstroom iets lager was het afgelopen jaar in vergelijking met andere gemeenten (zie uitstroomgrafiek). Er moet wel worden opgemerkt dat het verschil in percentages tussen onze gemeente en de de andere gemeenten erg klein is.

4

Doordat het instroompercentage iets hoger is dan het uitstroompercentage is het aantal bijstandsgerechtigde op 31-12-2020 hoger dan op 1-12-2020. 2.1 Ontwikkeling IOAW / IOAZ / BBZ Naast de uitkering Participatiewet kennen we nog andere uitkeringen: Inkomensbesluit Oudere en (gedeeltelijk) Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers (IOAW), Inkomensbesluit Oudere en (gedeeltelijk) Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ), Besluit bijstandverlening zelfstandigen (BBZ). De IOAW is in 2020 gedaald van 60 naar 59. De IOAZ is gedaald van 5 naar 3 en de BBZ is gestegen van 1 naar 3.

Uitkeringsgerechtigden IOAW/IOAZ/BBZ 80 60 40 20 0

IOAW 1-1-2021

1-7-2020

1-1-2020

1-7-2019

1-4-2019

1-1-2019

1-10-2018

1-7-2018

1-4-2018

1-1-2018

1-10-2017

1-7-2017

1-4-2017

1-1-2017

1-10-2016

1-7-2016

1-4-2016

1-1-2016

1-10-2015

1-7-2015

1-4-2015

1-1-2015

IOAZ BBZ

2.2 Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) Na de uitbraak van Corona heeft het kabinet noodmaatregelen getroffen. Per 1 maart 2020 is TOZO 1 ingevoerd. De regeling bestaat uit een uitkering voor levensonderhoud en een bedrijfskapitaal. Bij TOZO 1 was er geen toets van het partnerinkomen. TOZO 1 gold voor drie maanden, dus tot 1 juni 2020. Vanaf 1 juni 2020 is er TOZO 2. Voor 4 maanden, dus tot 1 oktober. En vanaf 1 oktober tot 1 juli 2021 TOZO 3. Bij TOZO 2 en 3 geldt wel een toets van het inkomen van de partner. Er zijn veel meer TOZO 1 aanvragen binnengekomen dan TOZO 2 en 3 aanvragen. Dit komt door de toets van het inkomen van de partner. Waarschijnlijk ook omdat veel ondernemers weer activiteiten hebben opgestart en hiermee geld verdienen. Regeling Tozo 1 levensonderhoud Tozo 2 levensonderhoud Tozo 3 levensonderhoud

Aanvragen 695 131 214

Besluiten 678 131 103 5

Betaald € 3.212.833,00

Regeling Tozo 1 bedrijfskrediet Tozo 2 bedrijfskrediet Tozo 3** bedrijfskrediet

Aanvragen 67 12 15

Besluiten 61 11 6

Betaald € 449.639,00

Inkomsten zijn ingehouden op de uitkering Tozo. Voor de gemeente Berg en Dal betekent dit dat er in 2020 € 151.207,00 minder uitkering Tozo is gegeven. De kosten van Tozo bestaan voor de gemeente uit kosten voor de uitkeringen levensonderhoud, bedrijfskapitaal en uitvoeringskosten. De kosten voor de uitkeringen en bedrijfskapitaal vergoedt het Rijk volledig. Bedrijfskapitaal geven we als lening. Deze leningen betalen de ondernemers terug. De te ontvangen aflossing betalen we terug aan het Rijk. Wat betreft de kosten van de uitvoering ontvangt de gemeente een vaste vergoeding als afkoopsom voor alle uitvoeringskosten. Naast de behandeling van de aanvragen, bijvoorbeeld ook de kosten van terugvordering, inning van de rente en aflossing. Dit is € 450,- per genomen besluit op een aanvraag levensonderhoud en € 800,- per besluit op een aanvraag bedrijfskapitaal. Op basis van de bovenstaande aantallen bedraagt de vergoeding voor 2020 € 472.800,00. Deze vergoeding was in 2020 voldoende om de werkelijke kosten te betalen. 2.3 Overzicht uitkeringen Uitkeringen 1-1-2018 Participatiewet 727 IOAW 58 IOAZ 6 BBZ/excl. Tozo 8 Totaal 799

1-1-2019 665 60 5 6 736

2.4 Uitkeringen naar leeftijd Uitkeringen Tot 27 Participatiewet 84 IOAW 0 IOAZ 0 BBZ/excl.Tozo 0 Totaal 84

1-1-2020 671 60 5 1 737

27 tot 50 348 0 0 3 351

1-3-2020 662 58 5 1 726

1-7-2020 716 59 3 2 780

50 tot 60 185 12 0 197

1-10-2020 701 59 3 3 766

1-01-2021 695 59 3 3 760

Vanaf 60 jaar 78 47 3 0 128

Uitkeringen naar leeftijd 128 84 197

351

<27 >27<50 >50<60 >60

6

2.5 Uitkeringen en uitkeringsduur (exc. Tozo) Duur uitkeringen Aantal <1 jaar 141 >1 jaar <5 jaar 394 >5 jaar <10 jaar 143 >10 jaar 82 Totaal 760

Uitkeringen en uitkeringsduur <1jaar

82 141 143

>1 jaar en <5 jaar >5 jaar en <10 jaar

394

>10 jaar

2.6 Uitkeringen naar leeftijd en duur (exc. Tozo) Duur uitkeringen

Tot 27

27 tot 50

50 tot 60

Vanaf 60

<1 jaar >1 jaar <5 jaar >5 jaar <10 jaar >10 jaar Totaal

37 46 1 0 84

75 199 61 16 351

19 92 42 44 197

10 57 39 22 128

Uitkeringen naar leeftijd en duur 250 200 <1 jaar uitkering

150

>1<5 jaar uitkering

100

>5<10 jaar uitkering

50

>10 jaar uitkering

0 jonger dan 27

tussen 27 en 50

tussen 50 en 60

vanaf 60

Uit de overzichten blijkt dat het aantal inwoners van 27 tot 50 jaar met een uitkeringsduur >1jaar en <5 jaar binnen ons uitkeringsbestand het hoogst is.

7

3. Instroom (inclusief IOAW/IOAZ/BBZ) In het volgende overzicht hebben wij de instroom ingedeeld in de criteria van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS). Voor het juist interpreteren van de instroom-cijfers is het belangrijk om te weten dat niet alle instroom nieuwe uitkeringen zijn. Als bijvoorbeeld een inwoner een uitkering ontvangt en gaat samenwonen met een partner zonder inkomsten wordt de norm aangepast wat leidt tot uit- en instroom. 1e 2e 3e 4e Totaal Totaal Totaal Reden Instroom kwartaal 2020

kwartaal 2020

kwartaal 2020

kwartaal 2020

Beëindiging studie 5 7 3 6 Beëindiging huwelijk/relatie 4 2 3 3 Verhuizing uit andere 7 10 9 2 gemeente/geen beperking Verhuizing uit andere 2 5 2 3 gemeente/wel beperking Arbeid in dienstbetrekking / 5 15 7 5 Uitkering ziekte Zelfstandig beroep of bedrijf 0 3 1 1 Uitkering werkloosheid 9 14 8 7 Inkomensvoorziening 1 2 2 4 asielzoekers Ander inkomen 2 8 4 6 Andere oorzaak* 10 9 9 2 Oorzaak bij partner 2 1 1 0 Alimentatie 0 0 0 1 Detentie 0 3 1 0 Uitkering 1 2 0 0 arbeidsongeschiktheid Overschrijding vakantie 0 0 0 0 Verhuizing vanuit 1 1 0 0 buitenland *Bij andere oorzaak valt te denken aan: wijziging van de norm.

2020

2019

2018

21 12 28

18 17 43

19 14 26

12

12

15

32

25

27

5 38 9

12 26 15

24 25 24

20 30 4 1 4 3

15 30 4 2 4 2

21 29 10 2 5 3

0 2

2 1

4 4

Het overzicht laat in 2020 een lagere instroom verhuizingen naar onze gemeente zien. En een hogere instroom door beëindigde dienstverbanden en uitkeringen werkloosheid. 4. Uitstroom (inclusief IOAW/IOAZ/BBZ) Uiteindelijk gaat het om uitstroom naar betaald werk, zodat inwoners geen uitkering meer nodig hebben. In het volgende overzicht hebben wij de uitstroom ingedeeld in de codes van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS). Voor het goed begrijpen van de uitstroomcijfers is het belangrijk om te weten dat niet alle uitstroom betekent dat de uitkering beëindigd wordt. Als bijvoorbeeld een inwoner een uitkering ontvangt en gaat samenwonen met een rechthebbende partner zonder inkomsten wordt de norm aangepast hetgeen leidt tot uit- en instroom.

8

Uitstroom

1e kwartaal 2020

2e kwartaal 2020

3e kwartaal 2020

4e kwartaal 2020

Totaal 2020

Totaal 2019

Totaal 2018

Aangaan studie Aangaan relatie Bereiken AOWleeftijd Overlijden Arbeid / zelfstandige Ander inkomen Geen inlichtingen Verhuizen naar andere gemeente Oorzaak bij partner Andere oorzaak* Detentie Verhuizing naar Buitenland

1 4 3

0 1 6

6 0 7

3 2 5

10 7 21

10 8 11

12 8 18

3 18

2 14

1 28

0 15

6 75

5 93

6 140

2 3 8

1 0 14

1 2 11

2 3 6

6 8 39

3 5 47

10 14 55

0 6 2 1

0 3 0 0

2 5 0 0

2 3 1 0

4 17 3 1

11 26 1 0

13 44 7 1

3 7

0 2

2

5

1

1

WW-uitkering 0 0 1 0 1 Uitkering 1 0 2 2 5 arbeidsongeschikth eid Overschrijden 0 0 0 0 0 vakantie buitenland Alimentatie 1 0 0 0 1 *Bij andere oorzaak valt te denken aan: wijziging van de norm.

Het overzicht laat in 2020 een lagere uitstroom naar arbeid/zelfstandige zien. En een hogere uitstroom door het bereiken van de AOW-leeftijd. Vanaf 1 januari 2015 worden onze uitkeringsgerechtigden door het WBRN begeleid naar werk. Het WBRN verzorgt een rapportage over deze begeleiding. 4.1 Inkomsten uit deeltijdwerk naast de uitkering Per 31-12-2020 hadden 86 (11,3%) van alle 760 uitkeringsgerechtigden (Tozo niet meegerekend) inkomsten uit deeltijdwerk. Uitkeringsgerechtigden met inkomsten uit deeltijdwerk hebben nog wel een uitkering, maar zijn voor een deel aan het werk. Voor sommigen is deeltijdwerk een goede opstap om later volledig aan het werk te gaan. Voor sommigen is deeltijdwerk het maximaal haalbare. Uitkeringsgerechtigden met deeltijdwerk zorgen voor een deel in de eigen bestaanskosten. Doordat wij de inkomsten uit deeltijdwerk korten op de uitkering is de uitkering lager. Voor de gemeente Berg en Dal betekent dit dat er in 2020 € 467.687,00 minder uitkering is gegeven.

9

5. Indeling uitkeringsbestand in werk- en participatiekandidaten Het uitkeringsbestand hebben wij ingedeeld in werk- en participatiekandidaten. Werkkandidaten kunnen geheel of gedeeltelijk aan het werk, als er passend werk is. Het Werkbedrijf (WBRN) begeleidt deze kandidaten bij het zoeken naar werk. Bij participatiekandidaten verwachten we dat het langer duurt om aan de slag te kunnen. De consulenten participatie van het Team Inkomen & Participatie begeleiden deze kandidaten. Doel is activering en oppakken van vrijwilligerswerk (Tegenprestatie). Bij kandidaten met volledige ontheffingen bestaan er geen verwachtingen meer rond uitstroom naar reguliere arbeid / verrichten van vrijwilligerswerk. Per 31-12-2020 waren er 757 huishoudens met een Participatiewet/IOAW/IOAZ-uitkering. Met partners meegeteld hadden we 889 inwoners in traject. 300 inwoners bij het WBRN en 589 bij de consulenten participatie van de gemeente.

uitkeringsbestand 56

Werkkandidaten

300

Participatiekandidaten 533

Participatiekandidaten met ontheffing

6. Tegenprestatie / resultaten Participatie Na 2 jaar dienstverlening draag het WBRN werkkandidaten, die nog niet aan het werk zijn, over aan onze consulenten participatie. Op 31-12-2020 waren er 589 participatiekandidaten. Met 81 kandidaten zijn afspraken gemaakt over hun participatie. 189 kandidaten zijn gaan participeren of participeerden al voldoende. 56 kandidaten zijn ontheven van de participatieverplichting omdat er is vastgesteld dat het niet haalbaar is om vrijwilligerswerk te doen. 263 kandidaten zitten in de intakefase. In 2020 is er 30.368 uur maatschappelijk geparticipeerd. 41 kandidaten zijn door de participatieconsulenten aangemeld bij het WBRN voor begeleiding naar werk. Stand van Zaken 01-01-2021 Kandidaten die zijn gaan participeren/al participeerden Kandidaten waar afspraken mee zijn gemaakt Kandidaten die niet kunnen participeren en ontheven zijn Kandidaten in de intakefase Totaal

10

Aantal 189 81 56 263 589

Participatie 2020 Het afgelopen jaar zijn we begonnen met Startpunt. Startpunt Startpunt is een programma voor onze kandidaten, waarin we ons richten op de verschillende levensgebieden. We hebben hierin aandacht voor de gezondheid, omgeving en motivatie van onze kandidaten. We werken lokaal en in groepen. Het doel van Startpunt is dat kandidaten hun eigen participatie vormgeven door het maken van een plan. Tijdens de groepsbijeenkomsten lopen we alle leefgebieden langs, daarbij komen de kandidaten erachter op welke leefgebieden zij vastlopen. Daar moeten ze aan werken om verder te kunnen. In maart zijn we hiermee gestart. We hebben in Millingen en in Groesbeek de eerste groepen gedraaid. Helaas hebben we door de komst van het COVID-virus deze aanpak tijdelijk stopgezet. We zijn tot de zomervakantie online individueel met kandidaten aan de slag gaan. En hebben ook digitaal groepstrainingen gegeven. In de zomervakantie 2020 toen de Corona maatregelen verminderden, hebben we weer enkele groepen fysiek gezien. Maar in het najaar van 2020 zijn we opnieuw gestopt met Startpunt door de strengere Corona maatregelen. We zijn toen weer individueel met kandidaten aan de slag gegaan. Met sommige kandidaten hebben we gebeld, met andere konden we videobellen en we hebben een aantal voortuingesprekken gehad.

Onze eerste ervaringen met Startpunt: - We zijn tevreden over de inhoud - Kandidaten vinden na afloop het programma waardevol. Vooraf zijn sommige kandidaten negatief. - Kandidaten krijgen een goed inzicht waar ze aan moeten werken. - We hebben last van een lage opkomst van kandidaten. - We moeten van te voren beter communiceren over het doel en onze verwachtingen. Sporttrajecten Ook afgelopen jaar wilden we weer verder met de sporttrajecten. We zijn wel van start gegaan, maar ook dit kon helaas niet verder gaan, vanwege de maatregelen. In de zomermaanden mochten we wel buiten sporten, dit hebben we in kleine groepjes gedaan. Door de kandidaten werd dit positief gevonden. Deze kandidaten zijn ook geactiveerd om daarna een stap verder te zetten naar werk. En dit is ook gelukt. Evaluatie afgelopen jaren We hebben onze werkwijze geëvalueerd. We zien dat we voor sommige groepen kandidaten niet de optimale dienstverlening kunnen geven. En we zien veel extra aanmeldingen. En hierdoor een groei van onze caseload Waardoor er minder overzicht is. We kunnen daarom vaak niet de match maken tussen kandidaat en vacature. We willen daarom in 2021 anders gaan werken.

11

Ons voorstel komt erop neer dat:

Menukaart Het aanbod hebben we in een menukaart samengevat. Iedere kandidaat kiest hieruit zijn eigen menu. Waarmee hij/zij kan meedoen in de samenleving. Nieuw in ons menu zijn de startplekken en korte klussen. Startplekken zijn bedoeld om kandidaten meer begeleiding te kunnen geven op een vrijwilligersplek. En de korte klussen zijn voor alle kandidaten om af en toe mee te helpen met activiteiten. Wat levert ons dit op? We verwachten dat door onze energie in een kleinere groep te steken. En deze kandidaten beter te begeleiden we meer resultaat hebben. Dit zullen we ook blijven evalueren.

12

7. Wet Taaleis Iedereen die een uitkering krijgt moet de Nederlandse taal kunnen spreken, begrijpen, lezen en schrijven op het niveau van groep acht van de basisschool. Als de inwoner de gemeente geen bewijs kan laten zien, nodigen we de inwoner uit om een taaltoets te doen. Als de inwoner de toets niet of niet helemaal haalt, dan moet de inwoner zich inspannen om het Nederlands te verbeteren. Als inwoners zich niet/niet voldoende inzetten om de Nederlands taal te verbeteren moeten we een afstemming/maatregel opleggen. Wet Taaleis Ingezette taaltrajecten 2016 Ingezette taaltrajecten 2017 Ingezette taaltrajecten 2018 Ingezette taaltrajecten 2019 Ingezette taaltrajecten 2020 Ingezette taaltrajecten 2021

Aantal 1 3 5 5 6 5

Afstemming/Maatregel 0 0 0 0 0 0

8. Statushouders Wat was de taakstelling voor 2020? Voor 2020 was de taakstelling voor onze gemeente 24 statushouders. Er bestond nog een achterstand van 4 over 2019. De taakstelling voor 2020 is bijna volledig gehaald. Er zijn in 2020 22 statushouders gehuisvest in onze gemeente, waarvan 13 volwassenen en 9 kinderen. De achterstand hebben we hiermee echter niet ingelopen. Verklaringen hiervoor zijn voornamelijk te weinig beschikbaar gestelde woningen door de woningcorporatie. En coronamaatregelen waardoor gedurende een beperkte periode in het 1e en 4e kwartaal 2020 terughoudend zijn geweest in de beschikbaarstelling van woningen. Winkels en instanties waren gesloten waardoor het inrichten van een woning en regelzaken belemmerd werd. Hoe ziet de groep statushouders eruit? Er wonen eind 2020 in totaal 213 volwassen statushouders in onze gemeente. In totaal zijn er meer mannelijke (120) dan vrouwelijke (94) volwassen statushouders. De gemiddelde leeftijd van de verschillende mannen en vrouwen is gelijk, namelijk 36 jaar. Hieronder ziet u hoeveel statushouders bij ons ook een bijstandsuitkering hebben. Man en vrouw zijn hierin apart genomen. Door de gehuwdennorm is het aantal bijstandsuitkeringen lager. Bijstandsuitkering Ja Aanvullende bijstandsuitkering naast parttime werken Nee Totaal

Aantal 135 15 64 214

De statushouders komen uit verschillende herkomstlanden. Bijna driekwart (72%) van de statushouders in gemeente Berg en Dal komt uit Syrië. De tweede grootste groep (10%) zijn de Eritreeërs, opgevolgd door Iraniërs. Van de overige nationaliteiten wonen in Berg en Dal slechts een gezin of een aantal alleenstaande statushouders. 13

Leeftijdsgroep

>65 60-64 55-59 50-54 45-49 40-44 35-39 30-34 25-29 20-24 18-19 30

20 10 0 10 Aantal statushouders Man

20

Vrouw

30

Aantal Herkomstland statushouders Syrië 155 Eritrea 23 Iran 16 Irak 5 Jemen 4 Turkije 3 Afghanistan 2 China 2 Georgië 1 Congo 1 Nigeria 1 Sierra Leone 1

Hoe worden de statushouders begeleid? Alle statushouders worden begeleid door de casusregisseur. En afhankelijk van hun situatie en zelfredzaamheid zijn Vluchtelingen Werk, Forte Welzijn en Werkbedrijf Rijk van Nijmegen betrokken. De casusregisseur voert regie over het gehele traject van de statushouders. Dit begint met een kennismakingsgesprek op het AZC, mits deze in de regio is. Na vestiging in de gemeente vinden regelmatig monitoringgesprekken plaats. Tijdens deze gesprekken wordt voortgang van de inburgering en situatie op verschillende leefgebieden besproken. Waar nodig wordt doorverwezen naar andere organisaties of hulpverlening zoals sociaal team of Stichting Schuldhulp Buddy. De casusregisseur motiveert en stimuleert de statushouders actief deel te nemen aan de Nederlandse maatschappij. Forte Welzijn bemiddelt de statushouders naar een participatie activiteiten of vrijwilligerswerk. Tijdens gesprekken informeert de casusregisseur over regelingen en systemen in Nederland. Ze is een belangrijk aanspreekpunt voor statushouders. En een schakel tussen de statushouder en collega’s binnen de gemeente en andere organisaties. Vluchtelingen Werk zorgen voor de praktische ondersteuning. Bijvoorbeeld uitleggen van brieven, formulieren invullen, aanmelding bij huis- en tandarts, aanvragen minimaregelingen. De eerste 8 maanden heeft een statushouders een vaste coach.

Daarna kan men met vragen of regelzaken naar het inloopspreekuur gaan in Groesbeek of Millingen. In de beginfase van vestiging in de gemeente beheersen statushouders beperkte de Nederlandse taal. Ze volgen daarom inburgeringslessen in Nijmegen. Daarnaast organiseerde Forte Welzijn informeel taalondersteuning door middel van taalgroepen en taalmaatjes. Wanneer het taalniveau voldoende is en de statushouder werkfit is, wordt hij/zij aangemeld bij WBRN. Zij pakken de begeleiding naar betaald werk of een opleiding op. Hoe gaat het met inburgering? Van alle statushouders die sinds 2013 in Berg en Dal wonen is bijna de helft (41%) geslaagd voor de inburgering. In de tabel hieronder wordt weergegeven waar iemand staat in zijn/haar 14

inburgeringstraject per jaar van huisvestiging in de gemeente. Het is duidelijk te zien dat de verhouding van geslaagden hoger ligt bij de statushouders die het langste in de gemeente wonen. Vanaf 2017 verschuift dit van geslaagden naar statushouders die nog bezig zijn met inburgering. Een logisch beeld, aangezien statushouders 3 tot 5 jaar tijd hebben voor het afronden van de inburgering.

Aantal statushouders

60 50 40 30 20 10 0 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Jaar van huisvesting in gemeente Geslaagd

Ontheffing

NVT

Tijdelijk gestopt

Bezig Hoe gaat het met de integratie? In onderstaande grafiek wordt de positie binnen het integratietraject afgezet tegen jaar van vestiging in gemeente. De gegevens zijn per jaar in percentages weergegeven. Er is een procentuele afname te zien van statushouders met betaald werk. Hoe minder lang statushouders in de gemeente wonen, hoe minder vaak ze betaald werk hebben. Anderzijds neemt het percentage participatie toe. Hoe minder lang in de gemeente, hoe hoger het percentage statushouders wat nog niet werkfit is. Dit heeft veelal te maken met de inburgeringlessen die statushouders in de beginperiode volgen. Vanaf taalniveau A2 worden statushouders in begeleiding genomen bij WBRN. Te zien is dat voor de vestigingsjaren tussen 2017 en 2020 meer dan 45% van de statushouders nog bezig met inburgering. Ze zijn ze nog niet fulltime beschikbaar door de taallessen. En in veel gevallen is het taalniveau nog onvoldoende voor de arbeidsmarkt of opleiding. Niet alle statushouders die klaar zijn met inburgering (geslaagd of ontheffing) worden aangemeld bij WBRN. Na ontheffing hebben ze een te laag taalniveau voor de arbeidsmarkt. Bij andere statushouders zijn mentale of lichamelijke gezondheidsproblemen aanwezig die arbeidsintegratie belemmeren. Vanaf vestigingsjaar 2015 zijn er statushouders die een opleiding doen.

In de voorgaande jaren was de instroom beperkter, rond de 10 statushouders per jaar. Vanaf 2015 steeg de 15

instroom en zijn er ook meer (Syrische en Eritrese) jongeren gekomen. Jongeren worden gestimuleerd om met studiefinanciering een Nederlandse opleiding te volgen. Een Nederlands diploma vergroot hun kansen op de arbeidsmarkt. 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Betaald werk fulltime

Betaaldwerk parttime

Opleiding + betaald werk parttime

Opleiding (ROC|HAN|RU)

WBRN

Participatie

2020

Wat is de invloed van Covid-19? De corona pandemie heeft veel invloed op de situatie van statushouders. Integratie en inburgering stokt door de maatregelen en vereenzaming neemt toe. Meerdere statushouders hebben door de corona crisis hun baan verloren en moesten terugvallen op de bijstandsuitkering. Ze hebben een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt met flexibele of tijdelijke dienstverbanden. Corona heeft meer negatieve gevolgen voor de integratie van statushouders. Zo werden veel taallessen digitaal in plaats van fysiek aangeboden. Voor statushouders is digitale communicatie niet altijd vanzelfsprekend. Ook werden inburgeringsexamens uitgesteld en de huisvesting van statushouders is een tijd gestagneerd geweest. Participatie activiteiten gaan niet door, vrijwilligerswerk ligt stil en mensen ontmoeten elkaar niet of nauwelijks. De casusregisseur heeft het afgelopen jaar zo veel mogelijk contact gehouden via telefoon, WhatsApp en videobellen. Afhankelijk van de maatregelen konden noodzakelijke afspraken in persoon plaats vinden. Daarnaast heeft ze statushouders voorzien van actuele informatie in eigen taal en gewezen informatie platforms in eigen taal. Statushouders werden gestimuleerd naar de persconferenties te kijken, en kregen nadien de vertaling in eigen taal toegestuurd.

Ze houdt een vinger aan de pols hoe het gaat, of ze de situatie begrijpen, hoe ze met de maatregelen om gaan, en hoe het gaat met lichamelijke en mentale gezondheid. Medewerker van Forte Welzijn bleven ook goed in contact met de statushouders. Activiteiten die binnen de maatregelen konden bleven mochten doorgaan. Vluchtelingewerk heeft de dienstverlening op en corona-proof manier kunnen voorzetten via afspraak in plaats van inloopspreekuur.

16

Pilot Zelfredzaamheidsroute In januari 2020 zijn we gestart met een pilot Z-route ofwel Zelfredzaamheidsroute. Deze pilot is ter voorbereiding op de nieuwe inburgeringsweg en wordt uitgevoerd in samenwerking met gemeente Beuningen, Heumen, Mook en Middelaar. In de nieuwe wet is de Z-route bedoeld voor nieuwkomers voor wie de B1-route of onderwijsroute niet haalbaar zijn. Ze hebben veel moeite met het leren van de Nederlandse taal bijvoorbeeld door analfabetisme of lage leerbaarheid. Binnen de nieuwe wet inburgering die in januari 2022 in gaat bestaat geen optie meer voor ontheffing. Uitgangspunt van de pilot is verbeteren voor praktische (taal)vaardigheden om de deelnemers te helpen zo zelfstandig mogelijk te participeren. De pilot bestaat uit vier modules van tien weken. Deelnemers krijgen twintig uur per week taalles en participatie, waarbij het participatieve deel in de loop van het jaar een steeds grotere rol speelt. Voorbeelden van participatie zijn het taalcafé bezoeken, zwemochtenden, vrijwilligerswerk of een taalstageplaats. In het kader van de participatie worden ook trainingen gegeven. De onderwerpen van de trainingen zijn financiën, digitale vaardigheden, mentale gezondheid en betaald werk. Deze onderwerpen zijn gekozen op basis van de behoefte van de deelnemers, voortkomend uit de intakegesprekken.

De casusregisseurs monitort de voorgang, stimuleert in doelen en steunt de deelnemer na behoefte. Er is een duidelijke taakverdeling en samenwerking met de betrokken partijen. Dit zorgt ervoor dat de deelnemers beter gevolgd worden en er een duidelijk traject is met verdeling van taken. Voorwaarde van deelname aan de pilot is ontheffing van de inburgering wegens aantoonbare geleverde inspanning. Veel statushouders waren gemotiveerd om deel te nemen. Na de ontheffing zijn ze veel in een gat gevallen. Ze hebben geen taallessen meer en spreken nog niet genoeg Nederlands om bemiddeld te worden naar de arbeidsmarkt. In totaal konden er 30 statushouders deelnemen aan het pilotprogramma. De eerste groep van 16 deelnemers is in januari 2020 gestart. Vervolgens is in augustus de tweede groep van 14 deelnemers begonnen. VluchtelingenWerk is in deze onze partner voor onder andere de uitvoering van het taalonderwijs. Kort naar de start van de pilot moesten de taallessen door corona online worden gegeven. Er werd overgegaan op WhatsApp en online lessen via Google Meet. Voor veel deelnemers met beperkte digitale vaardigheden was dit een uitdaging. De mogelijkheden voor participatie werden beperkt en veel vrijwilligerswerk kwam stil te liggen. De pilot is vanwege corona met een aantal maanden verlengd. De taallessen gaan door tot mei/juni 2021.

De geplande training zijn slechts deels uitgevoerd en staan momenteel on hold tot de maatregelen groepsbijeenkomsten toelaten. Desondanks zien we goede resultaten van de pilot. De presentie bij de taallessen is hoog. Deelnemers voelen zich gezien. Taalonderwijs is behapbaar en methode is aangepast aan de doelgroep. Ze durven te praten en fouten te maken. Zinnen worden uitgebreider en duidelijker. De deelnemers krijgen duidelijk meer zelfvertrouwen. Uit de voortgangstoetsen blijkt ook dat de meeste deelnemers op lezen en schrijven flink vooruitgegaan. Vooruitblik naar 2022 Bekend is dat statushouders niet goed inburgeren en Nederlands leren. Vanaf 1 januari 2022 gaat de nieuwe Wet Inburgering in. De gemeente is vanaf dat moment verantwoordelijk voor een goede inburgering van statushouders. Dat betekent dat we als gemeente ook de taak krijgen om ervoor te zorgen dat statushouders goed Nederlands leren. Hiervoor gaan we 17

overeenkomsten aan met gecertificeerde taalaanbieders waar wij veel vertrouwen in hebben. Na de zomer start hiervoor in de regio Rijk van Nijmegen een aanbestedingstraject. We denken in de regio goed na over de eisen en de kwaliteiten die we stellen aan de taalaanbieders. Door de nieuwe Wet Inburgering krijgen wij er nieuwe taken bij krijgen. In 2021 bereiden we ons voor op de implementatie van deze nieuwe wet. De samenwerking met Forte Welzijn op het gebied van statushouders is eind 2020 gestopt. De bemiddeling naar participatie activiteiten en informeel taalonderwijs blijven belangrijk voor de integratie in de samenleving, zelfredzaamheid en sneller werkfit. De werkzaamheden van Forte Welzijn zijn daarom begin 2021 opgevangen door een externe medewerker. Er komt een nieuwe aanpak voor het bevorderen van participatie. 9. Ontwikkelingen WW In het volgende schema ziet u de ontwikkeling van het WW-bestand van de gemeente Berg en Dal. Op basis van bijgaande “Regionale maandcijfers arbeidsmarktinformatie Rijk van Nijmegen” december 2020. Het gaat om inwoners van de gemeente Berg en Dal met een WW-uitkering. Het aantal WW-gerechtigden in de gemeente Berg en Dal is in 2020 gestegen van 424 per 01-01-2020 naar 481 per 31-12-2020. Deze stijging heeft vooral te maken met Corona.

WW-uitkeringen gemeente Berg en Dal

1-okt 1-jan 2019 1-jul 1-jan 2020 1-jul 1-jan 2021

1-jul

1-okt 1-jan 2018 1-apr

1-jul

1-okt 1-jan 2017 1-apr

1-jul

1-okt 1-jan 2016 1-apr

1-jul

1-jan 2015 1-apr

1200 1100 1000 900 800 700 600 500 400 300

Een WW-uitkering wordt onder andere beëindigd door het vinden van werk of omdat de maximale duur van de uitkering bereikt is. Als de WW-uitkering eindigt en de inwoner te weinig inkomsten / vermogen heeft om zelf te voorzien in het bestaan, meldt deze inwoner zich bij onze gemeente voor een uitkering. Info van: Nieuwsflitsen (werk.nl): In alle 35 arbeidsmarktregio’s die Nederland telt is de WW gestegen, gemiddeld met 27,8%. In Midden-Gelderland steeg de WW met 23,3% echter minder hard. De stijging van 15,4% in Rijk van Nijmegen is zelfs zéér beperkt gebleven, in vergelijking tot andere regio’s.De WW steeg vooral in april. Ook verschilde de stijging tussen de verschillende leeftijdsgroepen. De WW van jongeren tot 27 jaar is in 2020 in beide regio’s verdubbeld. Dat komt doordat jongeren vaker in zwaar getroffen sectoren werken, zoals detailhandel non food en horeca. Bovendien werken jongeren vaker op oproepbasis of met tijdelijke contracten. Hierdoor worden zij bij economische neergang eerder werkloos. Bij herstel van de arbeidsmarkt zijn zij echter ook de eersten die daarvan profiteren. 18

Aantal WW-uitkeringen naar leeftijd in Midden-Gelderland

Aantal WW-uitkeringen naar leeftijd in Rijk van Nijmegen

Info uit: Regio in Beeld 2020 Midden-Gelderland: Het doorstroompercentage naar de bijstand is vanuit de WW-uitkeringen bezien op jaarbasis relatief laag. Voor gemeenten vormt de doorstroom van uitkeringsgerechtigden vanuit de WW naar de bijstand echter een aanzienlijk aandeel van het totaal aantal nieuwe bijstandsuitkeringen. In 2018 stroomde in totaal landelijk 3,8% van de WWgerechtigden na het beëindigen van de WW door naar de bijstand; in 2013 (een crisisjaar) bedroeg dit percentage 6,7%. Welk aandeel zal gelden tijdens de coronacrisis is nu nog niet te zeggen, de huidige situatie is uniek. In Midden Gelderland ligt het doorstroompercentage doorgaans hoger dan landelijk. Het is niet per definitie zo dat een sterk verhoogde instroom in de WW getalsmatig direct doorwerkt richting de bijstand. Wel is het is logisch dat hoger aantallen WW uiteindelijk ook hogere aantallen doorstroom naar de bijstand betekent. De toename van bijstandsuitkeringen als gevolg van de coronacrisis is voorlopig waarschijnlijk afkomstig van andere groepen dan WW’ers. Het betreft dan mensen die werkloos werden maar geen WW-rechten hadden opgebouwd, waaronder een deel van de jongeren en zzp’ers. 19

10. Begroting & Uitgaven Participatiewet / IOAW / IOAZ / BBZ starters Een toe- of afnemend bestand uitkeringsgerechtigden heeft financiële gevolgen. In een negatief scenario, waarbij de gemeente meer uitgeeft aan uitkeringen dan dat er van het Rijk wordt ontvangen, komt een deel voor rekening van de gemeente. Om gemeenten daarin tegemoet te komen is de vangnetuitkering ingesteld. Bij de vangnetuitkering over 2020 is de hoogte van de eigenrisico-drempel 7,5 procent. Omdat onze netto lasten in 2020 lager zijn dan de drempel van 7,5 procent kunnen we voor 2020 geen vangnetuitkering aanvragen.

Rijkstuitkering BUIG: de letters staan voor Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeenten. Het is een gebundelde uitkering voor het bekostigen van de uitkeringen Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ starters en voor de inzet van loonkostensubsidie.

20

11. Begroting & Uitgaven BBZ gevestigde ondernemers

Uitkeringen BBZ gevestigde ondernemers jaarrekening 2020 Jaarrekening Raming Najaarsnota

Verschil

BBZ bedrijfskapitaal

-1.034

-50.000

48.966

Aflossing leenbijstand Rijksuitkering Totaal

24.608 -18.456 5.118

50.000 0 0

-25.392 -18.456 5.118

12. Terugvordering en Verhaal In de beleidsregels terugvordering en verhaal Participatie/IOAW/IOAZ/BBZ is het terugvorderen van teveel uitgekeerde bijstand en het verhalen van bijstand geregeld. Van 01-01-2020 tot 31-12-2020 hebben wij € 467.849,00 bijstandsgelden terug ontvangen / verhaald. Het uitvoeren van de TOZO levert meer werkzaamheden op voor terugvordering.

Terugvordering en Verhaal

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

Participatiewet levensonderhoud

€ 200.000,00

€ 157.340,00

Participatiewet bijzondere bijstand

€ 125.000,00

€ 134.694,00

BBZ gevestigde ondernemers

€ 50.000,00

€ 24.608,00

TOZO

€

00,00

€ 151.207,00

Totaal

€ 375.000,00

€ 467.849,00

12.1 Fraude en Handhaving Op 1 februari 2020 is de consulent fraude en handhaving van start gegaan. Inwoners die een foutje maken straffen we uiteraard niet. Als er sprake is van fraude pakken we dat goed aan. Deze consulent heeft een adviserende en ondersteunende rol voor de consulenten inkomen binnen het Team Inkomen & Participatie. Vanaf half maart 2020 heeft de consulent fraude en handhaving de aanvragen TOZO gecoördineerd. Vanaf 1 september 2020 heeft ze haar eigen werkzaamheden weer opgepakt. Dit betekent dat over het jaar 2020 geen volledig beeld gegeven kan worden over de resultaten. Waar is de consulent fraude en handhaving zoal mee bezig? Formulier website Sinds 1 april 2020 kunnen inwoners uitkeringsfraude melden via een formulier op onze website. Ook kunnen inwoners bellen om fraude door te geven. De inwoners kunnen ervoor kiezen anoniem te blijven, de vraagstelling in het formulier is uitgebreid zodat iedere tip zoveel 21

mogelijk bruikbaar is. In 2020 hebben wij 6 nuttige meldingen via de website ontvangen. Er lopen nog diverse onderzoeken. Rechtmatigheidsonderzoeken Wanneer een inwoner een uitkering krijgt doen we rechtmatigheidsonderzoeken. De inwoner wordt gevraagd bewijsstukken in te leveren. Dit doen we om te beoordelen of de inwoner nog wel recht heeft op de bijstandsuitkering. En om te onderzoeken of de inwoner gebruik maakt van regelingen zoals de Doe Mee! Regeling en de Individuele Inkomenstoeslag. Het komt regelmatig voor dat er onrechtmatigheden zijn op bijvoorbeeld bankafschriften. De consulent fraude en handhaving doet dan nader onderzoek. Ib signalen Het Inlichtingenbureau (IB) ondersteunt gemeenten bij het rechtmatig uitvoeren van de wet en regelgeving. Het IB koppelt gegevens van Sociale Diensten en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) aan gegevens over de inwoner bij andere instanties. Zoals UWV, Belastingdienst, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP), Justitiële Informatiedienst (JustID), Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en andere gemeenten. Wanneer er gegevens bekend zijn bij deze bronnen en er is een overlap met een uitkeringsperiode komt er een signaal binnen. De consulent fraude en handhaving controleert alle signalen.

Waar nodig maakt de consulent fraude en handhaving een rapportage/werkproces voor de consulent inkomen. Snel afhandelen van IB signalen voorkomt vorderingen. Politie Het komt voor dat via de politie een melding binnenkomt. Meestal loopt dit via de sociale recherche. Denk hierbij aan meldingen over wietplantages bij inwoners die een uitkering krijgen. Ook meldingen over samenwoning die niet kloppen met de inschrijving bij burgerzaken worden onderzocht. De consulent fraude en handhaving overlegt over met de wijkagent. Woningbouwvereniging Er is afgesproken om regelmatig te overleggen met een medewerker van Oosterpoort. Tijdens deze overleg bespreken we adressen waarbij twijfels zijn over de feitelijke woonsituatie. Uit het eerste overleg zijn 3 mogelijke fraudezaken naar voren gekomen. Burgerzaken Met burgerzaken heeft de consulent fraude en handhaving een korte lijn. We bespreken adresfraude. In enkele onderzoeken trekken de medewerker burgerzaken en de consulent fraude en handhaving samen op. Onderzoek bij iedere nieuwe aanvraag levensonderhoud De consulent fraude en handhaving maakt bij iedere aanvraag levensonderhoud een advies. Waar nodig ondersteunt de consulent fraude en handhaving bij het intakegesprek of tijdens een huisbezoek. Onregelmatigheden op bankafschriften is een aandachtspunt.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan regelmatig pingedrag in een ander deel van het land, wat kan duiden op adresfraude.

22

Wat levert het op? Een volledig beeld is nog niet te geven. Dit komt omdat onderzoeken die in 2020 gestart zijn pas in 2021 zullen worden afgerond. Fraude - onderzoeken Totale vordering definitief afgeronde onderzoeken Totaal boetebedrag definitief afgeronde onderzoeken Geschatte vordering van nog niet afgeronde onderzoeken 2020

€ 11.630,14 € 1.649,06 € 135.054,83

Onderzoek nieuwe aanvragen:  146 aanvragen onderzocht  7 aanvragen ingetrokken  11 buiten behandeling gelaten  5 afgewezen Indicatie besparing € 292.292,28 (23 netto uitkeringen norm alleenstaande)

13. Minimabeleid Naast het verstrekken van uitkeringen en begeleiden van participatiekandidaten voeren we diverse regelingen uit. Het gaat om de onderstaande regelingen. Bijzondere bijstand Een inwoner met een laag inkomen en vermogen kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand als er noodzakelijke kosten gemaakt moeten worden en er geen voorliggende vergoeding is voor deze kosten. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is een jaarlijkse toeslag voor mensen die drie jaar of langer een inkomen op bijstandsniveau en geen uitzicht hebben op inkomensverbetering hebben. Individuele studietoeslag De individuele studietoeslag is een jaarlijkse toeslag voor inwoners die een opleiding volgen en die door een beperking niet in staat zijn om zelfstandig het minimumloon te verdienen. Bijzondere bijstand inclusief Individuele inkomens- en studietoeslag Aantal toekenningen 2015 Periodiek Incidenteel Aantal toekenningen 2016 Periodiek Incidenteel Aantal toekenningen 2017 Periodiek Incidenteel Aantal toekenningen 2018 Periodiek Incidenteel

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Totaal

702 412

739 504

675 126

587 197

2703 1239

739 324

851 218

871 211

765 175

3226 928

817 254

900 204

893 157

798 216

3408 831

863 290

859 176

860 134

777 162

3359 762

23

Aantal toekenningen 2019 Periodiek Incidenteel Aantal toekenningen 2020 Periodiek Incidenteel

851 245

878 157

892 106

859 158

3480 666

935 167

960 115

957 70

963 104

3815 456

Opvallend is het stijgende aantal toekenningen periodieke bijzondere bijstand. Deze stijging heeft vooral te maken met meer toekenningen gemeente zorgverzekering, bewindvoering en woonkosten boven de huurgrens. Compensatie eigen bijdrage CAK De gemeente heeft een afspraak met het CAK dat mensen met een inkomen ter hoogte van 110% bijstandsnorm de eigen bijdrage voor WMO-voorzieningen niet hoeven te betalen. Compensatie CAK Huishoudens 2015 Huishoudens 2016 Huishoudens 2017 Huishoudens 2018 Huishoudens 2019 Huishoudens 2020

1e kwartaal 541 521 664 676 671

2e kwartaal 541 517 649 658 660

3e kwartaal 555 523 638 653 693

4e kwartaal 568 523 641 645 697

*Het aantal huishoudens 2020 is op 12-05-2021 nog niet bekend. De inkomensgrenzen voor de compensatie eigen bijdrage CAK zijn voor de AOW-gerechtigden in 2017 verhoogd. Hierdoor kwamen in 2017 meer huishoudens in aanmerking voor deze compensatie ten opzichte van 2016. De uitgaven aan deze regeling zijn echter niet even hard gestegen, omdat de eigen bijdrage is verlaagd. Doe Mee! regeling Inwoners met inkomen ter hoogte van 120% van de bijstandsnorm kunnen elk jaar gebruik maken van deze regeling. De Doe Mee! regeling biedt een tegemoetkoming in de kosten van deelname aan sociale, sportieve en creatieve activiteiten.

Toekenningen Doe Mee 2015 2016 2017 2018 2019 2020

1e kwartaal 32 112 141 152 225 272

2e kwartaal 12 65 81 89 142 126

3e kwartaal 9 50 66 163 137 116

4e kwartaal 195 120 129 181 179 193

Totaal 248 347 417 585 683 707

Halverwege het jaar 2018 is de Doe Mee! regeling uitgebreid met het kindpakket. In het kindpakket zitten onder meer een laptop (voor school), tweedehands fiets, lidmaatschap bij een sportvereniging en zwemlessen voor diploma A en B bij De Lubert in Groesbeek. 24

Kindpakket Wat is er voor het kinderen betaald?

Contributie vereniging Ouderbijdrage basisschool Ouderbijdrage vo/mbo Schoolreis vo/mbo Tweedehands Fiets Laptop Zwemles a Zwemles b Totaal

Voor hoeveel kinderen is er betaald? Vanaf 01-072018 tot 0101-2019 66

Voor hoeveel kinderen is er betaald? 01-01-2019 tot 31-122019 96

Voor hoeveel kinderen is er betaald? 01-01-2020 tot 31-12-2020

Totaal vanaf 01-07-2018 tot 31-12-2020

63

225

116

119

66

301

85

60

41

186

34

16

1

51

59

26

29

114

52 77 36 525

15 64 53 449

36 36 37 309

103 177 126 1283

We zien dat we veel minder kinderen in armoede hebben kunnen helpen dan we wilden. Dat komt doordat veel activiteiten door corona helaas niet door zijn gegaan. Tegemoetkoming kosten kinderopvang sociaal-medische indicatie (smi) Ouders die kinderopvang nodig hebben, omdat ze door sociaal-medische redenen (dus niet wegens werk) tijdelijk overdag niet voor hun kinderen kunnen zorgen, kunnen een tegemoetkoming aanvragen voor de kosten van de kinderopvang. Ouders betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor de opvang als hun inkomen hoger is dan 110% van de bijstandsnorm. Het Sociaal Team zorgt voor de indicaties voor deze regeling. Toekenningen SMI 2017 2018 2019 2020

1e kwartaal 45 41 31 42

2e kwartaal 34 49 38 52

3e kwartaal 44 57 33 51

4e kwartaal 34 49 43 66

Totaal 157 196 145 211

We zien dat het aantal toekenningen SMI stijgt. Corona verergert problemen in gezinssituaties met kinderen.

25

13.1 Begroting & uitgaven Minimabeleid In de volgende overzichten ziet u de begrotingsbedragen en uitgaven jaarrekening 2020. Minimabeleid Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Kosten beschermingsbewind Inrichtingskosten/duurzame gebruiksgoederen/stoffering Gemeente zorgverzekering Overige kosten bijzondere bijstand Doe mee! / Kindpakket Kwijtschelding eigen bijdrage WMO Kinderopvang sociaal medische indicatie Overig armoede (o.a. subsidie Kleding- en Voedselbank) Totaal

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

€ 200.000,00 € 400.000,00 € 175.000,00

€ 225.652,00 € 454.901,00 € 95.230,00

€ € € € € €

€ € € € € €

317.000,00 127.500,00 250.000,00 150.000,00 100.000,00 25.500,00

€ 1.745.000,00

314.551,00 140.791,00 239.280,00 150.000,00 155.060,00 20.191,00

€ 1.795.656,00

14. Conclusies 14.1 Conclusie Participatiewet / IOAW / IOAZ / BBZ Vanaf eind 2019 is er een stijgende lijn uitkeringen. De toename in 2020 heeft vooral te maken met Corona. De ontwikkeling van de uitkeringen volgt de ontwikkeling van de economie. Blijft het aantal banen en vacatures achter, dan zal het uitkeringsbestand blijven groeien. Zeker als WW-uitkeringen aflopen of zzp’ers hun bedrijf niet kunnen voortzetten. Inwoners die geen andere middelen van bestaan hebben, zullen dan een uitkering aanvragen. Als de economie aantrekt, zal de instroom juist weer dalen en de uitstroom verder toenemen. Het is de verwachting dat het aantal uitkeringsgerechtigden in 2021 verder zal stijgen door de effecten van Corona. Als er meer overheidssteun komt kan de stijging meevallen. 14.2 Conclusie minimabeleid Door ons minimabeleid weten inwoners ons beter te vinden en krijgen inwoners voldoende inkomen en ondersteuning als dat nodig is. Ook draagt ons Minimabeleid eraan bij dat meer kinderen gelijke kansen krijgen.

26

Hieronder ziet u de uitgaven vanaf 2015

Uitgaven 2015 Minimabeleid

2016

2017

2018

2019

2020

Bijzondere Bijstand

€ 1.047.659

€ 1.327.516

€ 1.248.289

€ 1.251.498

€ 1.210.946

€ 1.231.125

Doe Mee!

€

71.431

€

105.904

€

222.934*

€

199.015

€ 257.810

€

239.280

CAK (eigen bijdrage WMO)

€

130.000

€

127.000

€

143.772

€

152.069

€ 152.908

€

150.000**

SMI

€

49.894

€

82.110

€

89.561

€

134.854

€ 114.011

€

155.060

Overig armoede

€

14.392

€

10.292

€

16.285

€

9.151

€

€

20.191

16.315

(o.a. subsidie Voedselbank)

Totaal

€ 1.443.907

€ 1.775.383

€ 1.832.222

€ 1.834.611

€ 1.855.869

€ 1.795.656

* In dit bedrag is een bedrag opgenomen van € 118.000,00 die uiteindelijk is overgeheveld naar 2018. Dit is dus in feite geen uitgave; de werkelijke uitgaven in 2017 bedroegen € 104.934,00. ** Deze informatie is nog niet beschikbaar in het nieuwe monitoringsprogramma van het CAK.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10280202/8