CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

M22 Informatienota Berekening Voor Berg en Dal en GJS

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Schriftelijke mededelingen c.q informatie van het college van burgemeester en wethouders ter kennisname1.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INFORMATIENOTA

M22 Zaaknummer: Documentnummer: Onderwerp: Vergadering B&W: Raadsvergadering: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Mailadres:

Z-21-92149 VB/Raad/21/01175 Reactie op berekeningen GJS en VBD 16 maart 2021 20 mei 2021 N.A.V. Verheul Barry de Vries B.deVries@bergendal.nl

Aan de gemeenteraad, Kennisnemen van Reactie op berekeningen van GJS en VBD Waarom nu naar de raad? Bijgaand treft u een informatienota als reactie op het schrijven van GJS en VBeD over de duurzaamheidscijfers van februari 2021 dat op 4-2-2021 via de griffie ons is toegestuurd. Het college constateert dat over de cijfers onderliggend aan de duurzaamheidsdoelen discussie is ontstaan. Door middel van deze informatienota willen we de Raad nader toelichting geven op de achtergronden van de cijfers en de gemaakte keuzes. Tevens ontvangt u bij deze nota een bijlage met gegevens vanuit de klimaatmonitor (bijgehouden door Rijkswaterstaat in opdracht van het ministerie van IenW), hét instrument dat gemeentes gebruiken om inzicht te krijgen in hun cijfers en om het beleid op te baseren. Algemeen – uitgangspunten We werken met cijfers van gerenommeerde/betrouwbare instituten/bureaus. Er wordt in de media regelmatig vraagtekens gezet bij onderbouwingen, voorspellingen of achtergronden van energiecijfers. Nieuwe inzichten komen ook binnen bij dit soort bureaus en worden daar op hun merites beoordeeld en indien relevant, meegenomen in de berekeningen/modellen. Er zijn binnen deze context, twee soorten cijfers. Er zijn cijfers die door monitoring de huidige situatie zo accuraat mogelijk beschrijven. Daarnaast zijn er cijfers die een verwachting over de toekomst uitspreken.

Deze verwachtingscijfers worden gemaakt op basis van monitoringsgegevens, modellering, kentallen en/of berekeningen. Op die manier zijn we in staat om een toekomstige ontwikkeling goed te beschrijven. Vanwege onder meer economische ontwikkelingen en innovaties, wordt er constant gewerkt aan nieuwere monitoringsgegevens, verbeterde modellen, verbeterde kentallen en/of berekeningen. Daarom worden verwachtingscijfers continu bijgeschaafd en geactualiseerd. Zo is, op basis van de ontwikkeling van zon op dak van de afgelopen 15 jaar, steeds beter te voorspellen hoe dit zich, met vergelijkbare inzet, in de toekomst gaat ontwikkelen. Daarbij heeft natuurlijk de beschikbaarheid van subsidies ook weerslag op de

Zaaknummer: Documentnummer:

Zaaknummer Documentnummer

Pagina 1 van 5 REFNUMBER

ontwikkeling van zon op dak. Hetzelfde geldt voor economische of andersoortige ontwikkelingen: door COVID-19 is nu bijvoorbeeld zichtbaar dat veel mensen investeren in hun eigen woning, via verbouwing, maar ook door te isoleren of zonnepanelen te plaatsen op hun dak. De landelijke, Europese en internationale afspraak is om klimaatneutraal te zijn in 2050. Europees is voor 2030 de doelstelling inmiddels verhoogd van 49% naar 55% CO2-reductie. Elke gemeente heeft de zelfstandige keuze om doelstellingen vast te stellen. Zo hebben sommige gemeentes het doel om energieneutraal te worden in 2030, anderen klimaatneutraal in 2035, 2040 of 2050. Verder werkt het Rijk aan het nationale klimaat- en energiebeleid. Daarbij heeft het Rijk de energiedoelen deels `doorgeleid’ naar de lokale overheden, via de Regionale Energie Strategieën (RES). In de RES werken gemeentes samen om zoveel als mogelijk grootschalige duurzame elektriciteit op te wekken in hun eigen regio. Er zijn in totaal 30 RES-regio’s die gezamenlijk in totaal 35 TWh moeten gaan opwekken. Ook wordt in de RES de regionale warmte zo optimaal mogelijk verdeeld. Zaken die niet via de RES geregeld worden, maar waar wel aan gewerkt wordt, zijn bijvoorbeeld wind op zee, kleinschalige energieopwekking zoals zon op daken van huizen en verduurzaming van de mobiliteit (inclusief scheepvaart).

Algemene beleidsuitgangspunten en ambities van de gemeente Berg en Dal Zowel het vorige als het huidige college hebben zich in de coalitieakkoorden en raadsprogramma’s uitgesproken om te werken aan een `klimaatneutrale’ gemeente. Dit college heeft zich ten doel gesteld klimaatneutraal in 2050 te zijn, het liefst al in 2040. Als tussenstap is het doel voor de korte termijn gesteld op 16% duurzame energieopwekking binnen de eigen gemeente in 2023. Verder heeft de gemeente het Gelders Energie Akkoord ondertekend. Hier is het doel eveneens klimaatneutraal te zijn in 2050. Daarin is 55% reductie van de CO2-uitstoot in 2030 het tussendoel. Het college neemt als uitgangspunt de cijfers zoals opgenomen in de klimaatmonitor. Eerder werd door allerlei partijen ook ‘Energie in Beeld’ als bron gebruikt, maar die is inmiddels opgeheven, onder meer omdat het niet compleet was en dubbelingen gaf. De Klimaatmonitor is nu de bron die vrijwel alle overheden gebruiken voor allerlei data. In sommige gevallen aangevuld met recente informatie die een gemeente zelf beschikbaar heeft. Landelijk worden vanuit diverse databronnen energieverbruik en CO2-uitstoot bijgehouden. Deze worden allemaal gecombineerd in de Klimaatmonitor. Sommige gegevens zijn op buurtniveau beschikbaar, andere alleen op landelijk niveau. Deze data wordt door Rijkswaterstaat gealloceerd naar gemeentelijk niveau.

Denk aan het energieverbruik van snelwegen of vaarwegen. Berg en Dal ligt aan de Waal en zodoende wordt de helft van het verbruik op dat deel van route aan Berg en Dal toegekend. Andere gemeentes krijgen het aandeel van rijkswegen, ook al rijden daar onze inwoners op. Deze manier van berekenen wordt de gebiedsbenadering genoemd. Hiertegenover staat de actoren-benadering, waarbij het energieverbruik van alle actoren vanuit de gemeente meetelt. In deze benadering worden bijvoorbeeld de zakelijke kilometers en vakantiekilometers die onze inwoners rijden buiten onze gemeentegrenzen toebedeeld aan onze gemeente. Doordat deze laatste methode niet volledig te berekenen valt, baseren vrijwel alle overheden zich op de gebiedsbenadering.

Zaaknummer: Documentnummer:

Zaaknummer Documentnummer

Pagina 2 van 5 REFNUMBER

In de berekeningen wordt verder geen indirect energieverbruik en dus geen CO2 toegekend. Indirect energieverbruik is de energie die nodig is om bijvoorbeeld consumentengoederen of voedsel te produceren en hierheen te transporteren. De bestelling van een trui of mobiel uit Azië zit hier dus niet in, hoewel deze uiteindelijk wel heel relevant is om op globaal niveau te verduurzamen. Het is dus een keuze om iets wel of niet toe te kennen aan de gebruikte gegevens. Net zoals het een keuze is om een bepaald doel te stellen. Discussie Er is een aantal discussiepunten naar voren gebracht. We lopen ze hieronder langs. 1) Aanpassen uitgangspunt om scheepvaart mee te tellen in de cijfers Dit is inderdaad een keuze. Hiermee stap je dus af van de keuze om de algemeen gehanteerde berekeningswijze (die ook gehanteerd wordt in de RES) te hanteren op basis waarvan de rapportages landelijk worden opgesteld. Het argument hierbij kun je in het verlengde van de actorenbenadering zien. Langs die weg zou je dus ook de kilometers gereden door onze inwoners buiten onze gemeentegrenzen aan ons moeten toerekenen. Praktisch geeft dit grote moeilijkheden omdat het vrijwel niet te berekenen valt. Op dit moment weten we van maar één gemeente dat die de actorenbenadering hanteert. Die gemeente is inmiddels aan het kijken of ze kunnen overschakelen naar een gebiedsbenadering.

Overigens kun je er op twee manieren naar kijken. Je kunt vaststellen dat onze gemeente geen invloed kan uitoefenen op de uitstoot van de scheepvaart omdat het buiten ons bereik ligt. Aan de andere kant, kan ook gesteld worden dat het Rijk dit oppakt en daarmee ons werk uit handen neemt. Er zijn in onze RES-regio gemeentes die aangeven zelf niet energieneutraal te kunnen worden en de regio en/of Rijksoverheid nodig hebben. Dit zijn veelal gemeentes die zelf niet de fysieke ruimte hebben. Het gaat ons nu meer om het inzicht dan om de discussie rondom doelstellingen. 2) De nationale inspanningen aftrekken van onze eigen doelen In de berekeningen van het Klimaatakkoord naar aandeel hernieuwbare energie vanuit de RES-regio’s wordt al uitgegaan van wat er landelijk wordt geproduceerd. 49 TWh Wind op zee zorgt ervoor dat er minder op land nodig is. Je zou kunnen zeggen dat dit in 2030 8,5% van alle energie oplevert, maar tegen die tijd moeten we ook naar de 50% hernieuwbare energie toe. Het is een onjuiste aanname dat we door wind op zee ineens 40% minder hoeven mee te tellen. Belangrijke notities hierbij: o Wind op zee is nodig om het elektriciteitsverbruik te compenseren van de grote industrieën, datacentra, grote steden, transport enz.

Waar moet deze anders geproduceerd worden? Het relatief hoge energieverbruik van de Randstad versus de beperkte ruimte betekent dat het westelijke deel van Nederland de Noordzee hard nodig heeft voor elektriciteitsopwekking. o Het is niet juist om uit te gaan van hetzelfde elektriciteitsverbruik in 2015 en 2030. Ondanks de gewenste energiebesparing zal het aandeel elektra alleen

Zaaknummer: Documentnummer:

Zaaknummer Documentnummer

Pagina 3 van 5 REFNUMBER

maar fors toenemen door de elektrificering van het wagenpark en omschakeling van gas naar elektra en andere warmtebronnen. Met behulp van een Energie Transitie Model kan de samenhang tussen alle onderdelen van de energietransitie als één geheel berekend worden en de besparing en elektrificatie kwantitatief gemaakt worden. 3) Opbrengst per hectare De opbrengst per hectare hangt sterk af van de inrichting van een zonneweide. Hoe dichter de zonnepanelen op elkaar staan, des te schadelijker voor de biodiversiteit. Ook de landschappelijke inpassing, transformatorhuizen, loop- en onderhoudspaden enz. nemen ruimte in beslag. Het is te eenvoudig om de opbrengst van de eigen zonne-installatie op je dak te extrapoleren naar de opwekcapaciteit van een zonneveld. Als je dat doet, dan kom je uit op ca 7.000 panelen per hectare. Een gemiddeld park heeft ca 3.000 panelen per hectare. Wij gaan bij onze berekeningen uit van nationale cijfers aangevuld met inschatting van initiatiefnemers zelf. Binnen de RES wordt gewerkt aan standaardisering van dit soort cijfers. Voorlopig houden wij de cijfers aan zoals opgenomen in het actieplan. In de toekomst is het wellicht zinvol om de cijfers te gebruiken die ook binnen de RES gehanteerd worden. 4) Dakoppervlak We gaan bij de inschatting van de toename van het aandeel zon op dak uit van landelijke inschattingen.

Wat theoretisch aan dakoppervlak geschikt is, is nog niet praktisch realiseerbaar om allerlei redenen (kwaliteit van het netwerk, businesscases, kosten van verzwaring van een aansluiting, draagkracht gebouwen, monumenten, smaak van huiseigenaren enz). We kunnen verder zowel inwoners als bedrijven niet dwingen zon op daken te leggen. Als dit in de toekomst anders zal zijn, kan dit bijtijds aangepast worden. In de Gelderse RES-regio’s wordt voor grootschalige opwek op daken (>15 kWp) uitgegaan dat tussen de 10% en 25% van de geschikte daken in 2030 vol gelegd kan zijn met zonnepanelen. De RES-regio Arnhem-Nijmegen gaat uit van 25%, zoals volgt uit een regio specifieke analyse van de provincie Gelderland. Eindconclusie Op basis van het voorgaande, hebben we geconstateerd dat de cijfers zoals opgenomen in het actieplan en de regionale visie duurzame energie grotendeels overeind kunnen blijven. De aangewezen pilots zijn derhalve nodig om in de buurt te kunnen komen van de afgesproken duurzame energiedoelstelling. Tot nog toe is er nog geen grootschalig duurzame energie installatie in onze gemeente gerealiseerd. De Raad heeft het laatste woord bij het bepalen of de aangewezen pilots passen binnen de randvoorwaarden zoals door u zijn vastgesteld. Burgemeester en wethouders, De secretaris, E.W.J. van der Velde

Zaaknummer: Documentnummer:

De burgemeester, mr. M. Slinkman

Zaaknummer Documentnummer

Pagina 4 van 5 REFNUMBER

Bijlagen digitaal ter inzage - Herberekening energie GJS - VBeD - Bestuurlijke samenvatting klimaatmonitor Berg en Dal - Rapportage CO2-uitstoot Bijlage ter inzage griffier

Zaaknummer: Documentnummer:

Zaaknummer Documentnummer

Pagina 5 van 5 REFNUMBER

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9903338/1