M2 Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
Tekst van het document
Verder zij nogmaals opgemerkt dat de buitenopslag bij de kwekerij ten noorden van de nieuwe woningen, plaats vindend buiten het bouwvlak van de kwekerij en op een voldoende afstand van 25 meter tot de nieuwe woningen, in goed overleg zal worden beëindigd. Het aspect geluid zal geen belemmering zijn voor de planvorming. Verder akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk. 4.1.6
Externe veiligheid Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaar leverende functies in of in de nabijheid van het plangebied. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten in beeld worden gebracht. Het aspect externe veiligheid beschrijft risico’s die ontstaan als gevolg van opslag van, of handelingen met, gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen of op transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing.
Toelichting Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
31
Voor bedrijven is het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi) van toepassing. In het kader van het Bevi komen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten bescherming toe ten aanzien van ongelukken met gevaarlijke stoffen. Risicocontouren Gemeente en provincie kunnen veiligheidsafstanden (plaatsgebonden risicocontour) en invloedsgebieden (groepsrisico) rond risicovolle inrichtingen of activiteiten (BEVI) bepalen op grond van berekende risico’s. Binnen de veiligheidsafstanden (PR-contour) mogen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten liggen of komen te liggen. Binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit dient het groepsrisico nader te worden bepaald. Een risicocontour (ofwel plaatsgebonden risico) geeft aan hoe groot in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden.
Uit de provinciale risicokaart blijkt dat het plangebied in geen enkele plaatsgebonden risicocontour is gelegen. Er worden derhalve geen grenswaarden overschreden. Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers. Aan de kans op een ramp met 100 doden wordt dan ook een grens gesteld, die een factor honderd lager ligt dan voor een ramp met 10 doden. In het Bevi wordt verder een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico rond inrichtingen wettelijk geregeld. De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico's acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico's te verkleinen.
Toelichting Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
32
Onderstaand is de inrichting aan de Cranenburgsestraat 27 te Groesbeek binnen de risicokaart weergegeven. Hieruit blijkt dat het plangebied niet aangeduid wordt als risicovolle inrichting. Daarnaast is het plangebied niet gelegen in risicocontouren (PR 10-6 contour en invloedsgebied) van inrichtingen, buisleidingen en transportroutes. De op afstand aangegeven locaties zijn tankstations met een LPGvulpunt/reservoir met een veiligheidsafstand van maximaal 35 meter. Het plangebied ligt op een ruim grotere afstand. Ten aanzien van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen. Figuur 6 Uitsnede risicokaart Externe veiligheid, Cranenburgsestraat 27 (rode punt).
4.2
WATER Water verdient een belangrijke plek in de ruimtelijke planvorming. Vanwege dit belang moeten bij de locatiekeuze, de (her)inrichting en het beheer van nieuwe ruimtelijke functies de relevante waterhuishoudkundige aspecten worden meegenomen. Aanleiding tot het opstellen van de waterparagraaf is het doorlopen van de watertoets ten behoeve van de voorgenomen planontwikkeling op onderhavige locatie. Het doel van de waterparagraaf is een toelichting te geven op de waterhuishoudkundige aspecten van het plan en de benodigde informatie aan te leveren met betrekking tot de toekomstige berging en afvoer van hemelwater.
Toelichting Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
33
Beleid waterschap Rivierenland Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 20162021 Koers houden, kansen benutten bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. In onderhavige situatie is sprake van het realiseren van twee woningen in ruil voor de sloop van de bedrijfsgebouwen van een voormalig agrarisch bedrijf. De sloop van bedrijfsgebouwen zorgt voor een afname van het verhard oppervlak. De nieuw te bouwen woningen zullen niet leiden tot een groter verhard oppervlak dan nu aanwezig, deze zal juist afnemen. In dit kader is dus sprake van hydrologisch neutraal ontwikkelen. Vanuit het waterschap is geen formele compensatie nodig. Vrijkomend hemelwater van de daken wordt opgevangen in ondergrondse infiltratieputten. Een overschot is op eigen terrein te infiltreren in de omliggende fruitboomgaard. De toegangsweg is met een afschot te realiseren.
Het afstromende hemelwater zal aan de binnenzijde worden opgevangen en infiltreren in de fruitboomgaard. Voor de afvoer van het huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woningen wordt een aparte rioolaansluiting aangevraagd. Het aan te leggen riool zal op het bestaande gemeentelijk rioolstelsel worden aangesloten. In de omgeving van de planlocatie loopt geen A-watergang.
4.3
NATUUR Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met eventuele ecologische waarden in of nabij het projectgebied. De voorgenomen ontwikkelingen mogen geen negatieve effecten hebben op de aanwezige beschermde soorten zoals aangewezen in de Wet natuurbescherming. Indien hiervan sprake is moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Tevens mogen de ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op aangewezen gebieden zoals Natura2000-gebieden. Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds-en soortenbescherming.
Toelichting Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
34
4.3.1
Gebiedsbescherming In Nederland is gebiedsbescherming geregeld middels de Wet natuurbescherming, waarin alle gebiedsbeschermende internationale afspraken en richtlijnen zijn geïmplementeerd. Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van Natura2000-gebieden van belang. Bij negatieve effecten kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid, trilling, en dergelijke. Vanuit de locatie is er met het stoppen van de veehouderij al langer geen sprake van ammoniakemissie. Wel dient gelet op de verkeersbewegingen verband houdend met de realisatie en gebruik van de vier beoogde woningen inzichtelijk gemaakt te worden wat de effecten van de bijbehorende stikstofemissie zijn. De effecten worden middels het rekenmodel AERIUS inzichtelijk gemaakt. In dit rekenmodel worden alle emissiebronnen ingevoerd, voor de huidige situatie en de gewenste situatie. Het rekenmodel berekend vervolgens zelf de effecten op de omliggende Natura2000gebieden. In dit geval betreft dit de gebieden De Bruuk en Sint Jansberg. De depositie wordt vervolgens per habitattype inzichtelijk gemaakt. Enkel de habitattypen waar een effect is (een depositie >0,05 mol), wordt uiteindelijk zichtbaar in het model.
Uit de depositieberekening blijkt dat het gewenste initiatief niet zal leiden tot een significant nadelig effect op de stikstofgevoelige habitattypen. De berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Gezien de aard van de ontwikkeling en de afstand tot beschermde gebieden zal het voorgenomen initiatief op deze locatie ook anderszins niet leiden tot negatieve effecten op de gebiedsbescherming. Concluderend kan gesteld worden dat de ontwikkeling van 4 woningen in de plaats van de bestaande 2 woningen op onderhavige locatie, niet zal leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000-gebieden en Beschermde natuurmonumenten in de omgeving. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen: ecologische hoofdstructuur (EHS) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter)nationaal belang. Het doel van het NNN-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Voor het Natuurnetwerk Nederland geldt op basis van het Rijksbeleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden Toelichting Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
35
van het gebied. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Figuur 7 Ligging Cranenburgsestraat 27 t.o.v. NNG
De locatie Cranenburgsestraat 27 is op een afstand van ca. 1,2 km gelegen van het Gelders Natuurnetwerk. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot versnippering of oppervlakteverlies van het groen. Het aspect natuur is geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. 4.3.2
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is sterk gerelateerd aan de aanwezigheid van bepaalde kleine landschapselementen (bosjes, wielen/poelen, heggen/hagen e.d.). Deze blijven zoveel mogelijk in stand en rond de woningen worden nog meer hagen gerealiseerd. De bestaande bedrijfsgebouwen en twee woningen worden geamoveerd. Hiertoe is een quickscan soortenbescherming uitgevoerd, zie bijlagen. Hieruit komen geen beperkingen naar voren voor de gewenste ontwikkeling. Gesteld kan worden dat de beoogde ontwikkeling van de locatie geen onevenredige nadelige gevolgen zal hebben voor natuurwaarden.
Toelichting Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
36
4.4
CULTUURHISTORIE Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorisch erfgoed moet worden beschermd. Het gaat dan om erfgoed in brede zin; in cultuurlandschappelijke, stedenbouwkundige en bouwhistorische betekenis. Voorgaande is sinds 1 juli 2016 vastgelegd in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Het plangebied heeft geen cultuurhistorische waarde. De gewenste planvorming heeft dus geen negatief effect op de cultuurhistorie.
4.5
ARCHEOLOGIE Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit vloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), dient bij de opstelling en de uitvoering van ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. De locatie heeft deels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’, zie verbeelding. Voor het bouwen van bouwwerken groter dan 100 m2 dient een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden zijn vastgesteld. Ook is het niet zonder vergunning toegestaan het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,40 m en met een oppervlakte groter dan 100 m² onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen. Gelet op de sloop van de drie schuren en de bestaande tweekapper, en de realisatie van vier woningen op het perceel, is een archeologisch onderzoek uitgevoerd op de locatie door ADC ArcheoProjecten. Dit onderzoek (ADC Rapport 5129) is opgenomen als bijlage. Navolgend de bevindingen van dit onderzoek.
Toelichting Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
37
Uit het bureauonderzoek volgt dat het plangebied op de flank van een stuwwal ligt, op de overgang naar een glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen, mogelijk bedekt met dekzand of löss. Ten zuiden van het plangebied ligt het beekdal van de Groesbeek. Het plangebied grenst in het noorden aan een escomplex en langs de zuid- en westrand heeft mogelijk een weg/pad gelegen waar karrensporen kunnen worden verwacht. In het plangebied kunnen archeologische resten uit alle archeologische perioden worden verwacht. In relatie tot de Tweede Wereldoorlog kunnen in het plangebied mogelijk resten van parachutes en achtergebleven uitrustingsstukken, munitie e.d. worden verwacht aangezien het plangebied in een dropzone van de geallieerden ligt. De kans op mangaten, mijnenvelden of veldgraven wordt op basis van kaartmateriaal niet groot geacht, echter er kunnen nog onontdekte elementen aanwezig zijn. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. In het plangebied zijn verspreid over het terrein vijf boringen gezet. In de ondergrond zijn dekzand en smeltwaterafzettingen aangetroffen. In de boringen 3 en 5 werden alleen sneeuwsmeltwaterafzettingen aangetroffen. Op basis van de matig dikke A-horizont en de aanwezigheid van roestverschijnselen hoog in de C-horizont kan de bodem worden geclassificeerd als gooreerdgrond.
De aangetroffen AC-horizont in het noordelijke deel van het plangebied is mogelijk een oude akkerlaag. De aanwezigheid van roestvlekken hoog in de Chorizont, in het centrale en zuidoostelijke lagere deel van het plangebied, wijst op relatief natte condities die ongunstig zijn geweest voor bewoning of beakkering. Vooral in het noordelijke deel ter hoogte van boringen 1 en 4 mogen vindplaatsen worden verwacht. Eventuele archeologische vindplaatsen zullen redelijk zijn beschermd door een (restant van een) plaggendek. De dunne en weinig geroerde humeuze bovenlaag wijst niet direct op een relatie met oorlogshandelingen uit de Tweede Wereldoorlog. Met booronderzoek kan hierover echter geen uitsluitsel worden gegeven. Deaanwezigheid van bijvoorbeeld munitie, andere puntvondsten of onontdekte graven kan niet worden uitgesloten. Op basis van het verkennend booronderzoek komt de noordelijke helft van het plangebied in aanmerking voor archeologisch vervolgonderzoek. Conform bestemmingsplan zou dit dan alleen voor het noordoostdeel gelden. Volgens de huidige bouwplannen zal in het noordelijke deel de huidige stal worden gesloopt. Hier bestaat een kans dat archeologische waarden worden verstoord. In samenspraak met regioarcheoloog dhr. P.
Franzen wordt geadviseerd om de sloop te laten starten in het noordoostelijk deel onder archeologische begeleiding aangezien hier een dubbelbestemming archeologie geldt. Omdat mogelijk ook puntelementen of zeer kleine vlakelementen uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig kunnen zijn, is de archeologische begeleiding een geschikte methode om dergelijke elementen op te sporen. Bij een proefsleuvenonderzoek kunnen dergelijke elementen worden gemist. Als er in het noordoostelijk deel sprake is van archeologische waarden die mogelijk doorlopen buiten de dubbelbestemming, dan geldt ook voor de zone buiten de dubbelbestemming de wettelijke archeologische meldingsplicht. Dat geldt dus ook voor de locatie van de woningen. Als tijdens de archeologische begeleiding in het noordoostelijke deel geen aanwijzingen voor archeologische resten worden gevonden, wordt verder onderzoek in het overige deel van het plangebied niet noodzakelijk geacht. De archeologische begeleiding dient hetzelfde doel als een proefsleuvenonderzoek. De exacte invulling van een archeologische begeleiding dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen gebieden die worden vrijgegeven toch nog archeologische resten voorkomen.
Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet.
Toelichting Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
38
Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
Het bouwvlak voor de vier woningen is gelegen buiten het gebied waarvoor archeologische begeleiding wordt geadviseerd. Ten aanzien van het aspect archeologie zijn er aldus geen belemmeringen. In het toekomstige bestemmingsplan zal op de locatie de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’ opgenomen blijven. Mochten er bij toekomstige werkzaamheden archeologische relicten of grondsporen worden gevonden op de locatie, dan zal dit – in overeenstemming met de wettelijke meldingsplicht ex artikel 5.10 van de Erfgoedwet – zo spoedig mogelijk worden gemeld bij Onze minister.
4.6
MOBILITEIT Het beëindigen van het agrarisch bedrijf heeft geleid tot een aanzienlijke afname van het aantal (mogelijke) verkeersbewegingen. Zo is er geen sprake meer van o.a. de aan- en afvoer van dieren, aanvoer van veevoeder en afvoer van mest. Met de omzetting van de bestemming behoort dit ook zeker niet meer tot de mogelijkheden. Dit heeft dus een gunstig effect. Conform de ‘Integrale mobiliteitsvisie gemeente Berg en Dal 2016-2026’, dient voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de parkeervraag bepaald te worden aan de hand van de richtlijnen en kencijfers uit de publicatie 317 ‘kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ van het CROW of recenter indien beschikbaar. Het parkeren ten behoeve van de woningen kan zonder problemen plaats vinden op het eigen terrein. Voor vrijstaande koopwoningen in niet stedelijk gebied, rest bebouwde kom, dient uitgegaan te worden van maximaal 2,7 parkeerplaatsen per woning en 0,3 parkeerplaatsen voor een aandeel bezoekers. Per nieuwe woning worden drie parkeerplaatsen op eigen grond bij de woning gerealiseerd, binnen de woonbestemming. Het aspect mobiliteit, verkeer en parkeren, zal geen belemmering opleveren.
4.7
FEITELIJKE BELEMMERINGEN Indien sprake zal zijn van grondverzet zal een zogenaamde Klic-melding plaatsvinden om duidelijkheid te verkrijgen over de eventueel aanwezige kabels en leidingen. Vooralsnog zijn geen problemen voorzien aangezien er geen uitbreiding dan wel sloop van bebouwing plaats vindt.
Toelichting Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
39
5 5.1
UITVOERBAARHEID
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID In deze situatie is er sprake van een particulier initiatief, waarbij de gemeente alleen medewerking verleent door middel van het volgen van de benodigde procedure. De kosten die verbonden zijn aan deze procedure en eventuele planschade zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
5.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
5.2.1
Overleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan daarom gestuurd naar de volgende instanties: Waterschap Rivierenland; Provincie Gelderland.
Toelichting Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
40
5.2.2
Zienswijzen Het bestemmingsplan heeft conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijzen indienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
Toelichting Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
41
6 6.1
JURIDISCHE OPZET
OPBOUW Voorliggend plan bestaat uit een toelichting, verbeelding en planregels. De verbeelding en de regels vormen de juridische basis van het plan. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsook de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met de daarbij horende randvoorwaarden. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft geen juridische status, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan alsmede bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
6.2
HERZIENING Onderhavig plan heeft betrekking op het toestaan van twee extra woningen binnen de bestaande bestemming ‘Wonen’ van een voormalig agrarische bedrijfslocatie. Hiertoe wordt 1.597,3 m2 bedrijfsbebouwing gesloopt. Daarnaast wordt toegestaan dat de bestaande tweekapper wordt herbouwd in de vorm van twee vrijstaande woningen. Het plan beschreven in hoofdstuk 2 is in hoofdstuk 3 getoetst aan de huidige beleidskaders. De plannen passen zowel binnen het Rijks-, als provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 is de ontwikkeling getoetst aan de ruimtelijke- en milieu hygiënische aspecten. Uit voorliggende onderbouwing kan geconcludeerd worden dat, vanuit het oogpunt van een goe-
Toelichting Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
42
de ruimtelijke ordening, het voorgenomen plan aanvaardbaar is overwegende dat: Het project past binnen de vigerende beleidskaders van het Rijk, provincie en gemeente; Er geen ruimtelijke of milieu hygiënische knelpunten naar voren zijn gekomen die belemmerend zijn; De waterhuishoudkundige belangen voldoende gewaarborgd zijn; De economische uitvoerbaarheid van het project gewaarborgd is. De gemeente Berg en Dal kan instemmen met de voorgenomen ontwikkeling.
Toelichting Cranenburgsestraat 27 Groesbeek
43
44