M13 D66 - Zeelandsestraat - technische vragen met antwoord
Tekst van het document
Raadsvragen Aankruisen Omschrijving Schriftelijke politieke vraag (artikel 50 RvO)
Afdoening Schriftelijk antwoord college (30 dagen)
Schriftelijke politieke vraag
Mondeling
(artikel 50 RvO)
College antwoordt in de vlg. raadsvergadering.
Mondelinge actuele vraag voor raadsvergadering
Mondeling In de raadsvergadering.
(Voor 12.00 uur dag voor raadsvergadering) xxxxx
Technische vraag / informatie
Schriftelijk
(over specifiek voorstel/document dat op (raads-)agenda staat). Uiterlijk 3 dagen ervoor.
Zo spoedig mogelijk.
Technische informatie over andere onderwerpen
Schriftelijk Zo spoedig mogelijk.
(verzoeken om achtergrondinformatie, artikel 52 RvO)
Datum indiening: Naam en fractie indiener: Onderwerp:
3 februari 2021 Tessa Vorderman D66 M13 Informatienota Zeelandsestraat 70
Vraag: Inleiding D66 is verheugd dat de voormalige plannen voor een geitenhouderij van de baan zijn. Er wordt gesproken over een maatwerk oplossing omdat de eigenaar investeringen heeft gedaan voor de geitenhouderij. Hoewel wij de menselijke kant niet uit het oog willen verliezen, roept het toch de volgende vragen bij ons op: Vragen 1. Om de te kunnen beoordelen of de gemaakte kosten in verhouding staan tot de compensatie, zouden wij graag inzicht hebben in de cijfers. Transparantie staat voorop. 2. Klopt het dat de investeringen gedaan zijn terwijl de vergunning nog niet afgegeven was? 3. Kan de wethouder aangeven wanneer de investeringen zijn gedaan? 4. is het doen van investeringen terwijl er al provincies waren die geen vergunningen meer afgaven voor een geitenhouderij en de discussie landelijk en lokaal over de gevaren voor de volksgezondheid volop werd gevoerd, niet een risico wat de ondernemer zelf heeft genomen?
pag. 1
5. Wordt hiermee geen precedent geschapen voor andere compensatieaanvragen?
Antwoord door: Myrthe Hagemans 1. Om de te kunnen beoordelen of de gemaakte kosten in verhouding staan tot de compensatie, zouden wij graag inzicht hebben in de cijfers. Transparantie staat voorop. Vanaf 2015 is de heer Scholtens begonnen met de toekomstplannen voor zijn bedrijf. Voor 2020 wilde hij de varkenshouderij omschakelen naar een opfokgeiten- en paardenhouderij met nevenactiviteiten. De investeringen die de heer Scholtens heeft gedaan, zijn niet specifieke investeringen om deze omschakeling te maken. Ze zijn gericht op voortzetten van het agrarisch bedrijf met nevenactiviteiten. Nu is het voorstel om de bedrijfsactiviteiten geheel te beëindigen. Het initiatief voor bedrijfsbeëindiging ligt bij de provincie en gemeente. Daarmee zijn deze investeringen niet rendabel en wordt er kapitaal vernietigd. Daarnaast zorgt de vroegtijdige bedrijfsbeëindiging ook voor gederfde inkomsten. De heer Scholtens was ook gestart met de benodigde landschappelijke inpassing. Hieronder volgt een globaal overzicht van de kosten.
De maatwerkoplossing is een compensatie op een aantal onderdelen: - Gedane bedrijfsinvesteringen: Advieskosten en onderzoek - € 30.000 Dakvervanging ivm asbest (bedrag is exclusief ontvangen subsidie) - € 31.000 Duurzaamheidsinvesteringen - € 25.000 - Vroegtijdige bedrijfsbeëindiging 10 jaar x circa jaarlijks € 57.000 - € 570.000 - Landschappelijke inpassing van de locatie Inrichting perceel - € 78.000 Daarnaast moeten nog kosten gemaakt worden voor het opstellen van het bestemmingsplan. Deze kosten moeten ook gedekt worden. Dit zal ongeveer € 25.000 bedragen. Totaal komen de onrendabele investeringen en inkomstenderving op circa € 759.000. 2. Klopt het dat de investeringen gedaan zijn terwijl de vergunning nog niet afgegeven was? De heer Scholtens heeft investeringen gedaan richting de toekomst. Zoals uit het antwoord hiervoor blijkt, betreft het geen investeringen specifiek voor een geitenhouderij. Het zijn investeringen gericht op bedrijfsvoortzetting. We (provincie en gemeente) willen zijn bedrijf nu vroegtijdig beëindigen. 3. Kan de wethouder aangeven wanneer de investeringen zijn gedaan? De investeringen zijn gedaan vanaf 2015 tot nu. 4. is het doen van investeringen terwijl er al provincies waren die geen vergun-
pag. 2
ningen meer afgaven voor een geitenhouderij en de discussie landelijk en lokaal over de gevaren voor de volksgezondheid volop werd gevoerd, niet een risico wat de ondernemer zelf heeft genomen? Toen de initiatiefnemer de toekomstplannen maakte, was de problematiek rondom Q-koorts onder controle. Overige gezondheidsproblemen waren niet bekend. Dit was ook ruim voor de provinciale geitenstop. De provincie Gelderland was na de provincie Brabant (juli-2017) de tweede provincie die tot een geitenstop besloot. Als gemeente (Odrn) konden we niet anders dan deze aanvraag in behandeling nemen. De vergunning werd verleend. Hierna is er veel discussie ontstaan. In deze discussie speelt naast het gezondheidsvraagstuk een juridisch gecompliceerd vraagstuk. Daarop is besloten niet verder te gaan met de juridische stappen die nodig zijn voor de opstart van de geitenhouderij, maar samen te zoeken naar een maatwerkoplossing. Het niet kunnen verkrijgen van een vergunning is inderdaad in beginsel het risico van een aanvrager. We hebben de vergunning wel afgegeven. In beginsel is het dan ook aan de gemeente om een vergunning te verdedigen. Vooralsnog zijn wij van mening op goede gronden de vergunning te hebben verleend. De vergunning vertegenwoordigd een bedrijfsmogelijkheid en daarmee een waarde.
Door nu in samenspraak af te zien van de vergunning en te komen tot bedrijfsbeëindiging ontstaan er gederfde inkomsten. Dat is schade. De vergunninghouder kan de (juridische) procedure om te komen tot een definitieve vergunning ook voort zetten. Uitkomst daarvan is onbekend. 5. Wordt hiermee geen precedent geschapen voor andere compensatieaanvragen? Nee. Er is hier sprake van een hele specifieke situatie. Er doet zich in de gemeente geen vergelijkbare situatie voor.
pag. 3