M12 Bijlage 4 - Routekaart naar een Omgevingsvisie
Tekst van het document
Routekaart naar een Omgevingsvisie Gemeente Berg en Dal Juni 2019
1. Inleiding
Berg en Dal bereidt zich voor op de komst van de Omgevingswet. In 2021 willen we een inspirerende, gedragen en integrale omgevingsvisie klaar hebben; een helder en integraal kader voor de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van onze gemeente. Een toekomstbeeld voor Berg en Dal waaruit duidelijk blijkt welke opgaven en waarden wij belangrijk vinden en die laat zien welke gemeente we willen zijn. Een visie die partijen handelingsperspectieven biedt en voldoende ruimte geeft aan initiatiefnemers voor eigen inkleuring. De omgevingsvisie zal - binnen het nieuwe stelsel van de Omgevingswet - de basis vormen van het Omgevingsplan en eventuele thematische en gebiedsgerichte programma’s. Als gemeente Berg en Dal zien we de omgevingsvisie als kans voor verbreding en verandering van ons beleid voor de fysieke leefomgeving. Wij kijken daarom verder dan deze verplichte onderdelen en kiezen voor een brede, integrale aanpak. Daarnaast streven we naar een breed gedragen omgevingsvisie en gaan we onze samenwerkingspartners en de samenleving daarom nauw betrekken bij de ontwikkeling ervan. Dat vraagt om een zorgvuldig en helder proces. In deze ‘Routekaart omgevingsvisie Berg en Dal’ beschrijven we hoe we op hoofdlijnen het proces aan de start voor ons zien en hoe we de komende ruim anderhalf jaar willen 2
doorlopen. Eerst plaatsen we de omgevingsvisie binnen de context van de invoering van de Omgevingswet. Vervolgens gaan we in op de uitgangspunten die we voor het proces hebben geformuleerd. Daarna volgt een eerste verkenning van de ruimtelijke en maatschappelijke thema’s die we een plek willen geven in de omgevingsvisie. In de laatste hoofdstukken beschrijven we hoe we de samenwerking met de samenleving, samenwerkingspartners en medeoverheden voor ons zien, alsmede de rollen van en de verhouding tussen college en raad. We sluiten af met een schets van het proces op hoofdlijnen; de routekaart zelf. Dit is het procesraamwerk met een aantal heldere stappen en mijlpalen tot de besluitvorming en vaststelling van de omgevingsvisie, naar verwachting begin 2021. Deze routekaart is het resultaat van een aantal interactieve werksessies met diverse afdelingen binnen onze gemeentelijke organisatie en met enkele van onze samenwerkingspartners. Op vergelijkbare wijze hebben we een routekaart ontwikkeld voor de programmatische en organisatorische kant van de implementatie van de Omgevingswet, de ‘Routekaart Implementatie Omgevingswet’.
Hierin beschrijven we bijvoorbeeld hoe we in Berg en Dal vorm willen geven aan omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan, hoe we ons voorbereiden op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en welke organisatieontwikkeling past bij onze ambities met de implementatie van de Omgevingswet. Als college kijken we ernaar uit om met de samenleving, samenwerkingspartners en medeoverheden aan de slag te gaan met het formuleren van een inspirerende toekomstvisie voor onze fysieke leefomgeving. We nodigen iedereen van harte uit om hieraan mee te doen. Het college van burgemeester en wethouders 3
2. De omgevingsvisie in de Omgevingswet
De invoering van de Omgevingswet is een ingrijpende de-
De Omgevingswet kent zes instrumenten: het omgevings-
centralisatieopgave. In de Omgevingswet worden tiental-
plan, het omgevingsprogramma, de omgevingsvergun-
len huidige wetten en regels voor de fysieke leefomgeving
ning, het projectbesluit, de Algemene Rijksregels en de
samengevoegd en gemoderniseerd. Aparte wetten op
omgevingsvisie. De omgevingsvisie speelt in dit geheel
onder andere het gebied van infrastructuur, wonen, natuur
een cruciale rol door een stip op de horizon te zetten en
en milieu zijn daarmee verleden tijd. We werken straks
de koers te bepalen. Het is een samenhangende visie en
binnen de gemeente vanuit een brede visie, met een
beschrijft de strategische koers van de leefomgeving in
integraal plan en via integrale regelgeving aan een betere
de gemeente. Het document vervangt op termijn bijvoor-
fysieke leefomgeving. Met meer ruimte voor lokale afwe-
beeld de huidige structuurvisie(s), het milieubeleidsplan,
gingen. De invoering van de Omgevingswet kan daarom
de landschapsvisie, mobiliteitsplannen, waterplannen, et
worden gezien als een van de grootste staatsrechtelijke
cetera.
veranderingen sinds de grondwet van 1848. De omgevingsvisie is vormvrij: alle gemeenten zijn verDe Omgevingswet heeft op hoofdlijnen vier verbeterdoe-
plicht om een omgevingsvisie op te stellen, maar wat
len:
daarin staat en welke vorm de visie krijgt mogen zij zelf
•
Het verbeteren van besluitvorming;
bepalen. In de Omgevingswet staat beschreven welke
•
Meer inzichtelijkheid, gebruiksgemak en voorspel-
onderdelen een omgevingsvisie in ieder geval bevat:
baarheid; • •
Meer samenhang in beleid, regelgeving en besluitvor-
•
Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit
ming;
van de fysieke leefomgeving: wat is er in Berg en
Meer bestuurlijke afwegingsruimte;
Dal en wat is de kwaliteit hiervan? Denk hierbij ook aan niet-fysieke aspecten die invloed hebben op de
De Omgevingswet treedt op 1 januari 2021 in werking. Dit
kwaliteit van de leefomgeving, zoals gezondheid en/of
lijkt ver weg, maar dat is het niet. De inwerkingtreding van
ontmoeting;
de wet vraagt veel voorbereiding. De Omgevingswet heeft
•
De hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkeling, ge-
namelijk een grote impact op de wijze waarop we beleid
bruik, beheer, bescherming en behoud van het grond-
maken en uitvoeren, in ‘wat’ we doen en ‘hoe’ we dat doen.
gebied: wat gebeurt er en wat gaat er gebeuren?
Als gemeente zien we de invoering van de Omgevingswet
•
daarom als kans. We zien het niet alleen als kans om ons
De hoofdzaken van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving: wat zijn de doelen en hoe worden
omgevingsbeleid te actualiseren, beter, eenvoudiger en
die doelen bereikt?
uitnodigender te maken, maar ook om de samenwerking
•
Een beschrijving van de wijze waarop rekening wordt
met de samenleving van nieuw elan te voorzien en onze
gehouden met de milieubeginselen uit het Ver-
dienstverlening te verbeteren. Wij willen de omgevingsvi-
drag betreffende de werking van de Europese Unie
sie graag gebruiken als vliegwiel voor een samenhangen-
[VwEU], namelijk het voorzorgsbeginsel;
de manier van werken aan de fysieke leefomgeving.
4
•
•
Een gebiedsgerichte differentiatie en een afweging
dagelijkse praktijk van onze inwoners, ondernemers en
van de verbrede afwegingsruimte die de Omgevings-
maatschappelijke organisaties, krijgen we vroeg of laat
wet biedt;
dus allemaal zeker te maken met de vertaling van de visie
Een beschrijving van de wijze hoe participatie is geor-
in beleid en (planjuridische) instrumenten.
ganiseerd en wat de resultaten hiervan zijn. De omgevingsvisie dient wettelijk voor 2023 te worden Hoewel de omgevingsvisie geen externe bindende wer-
opgesteld, maar we vinden het als gemeente belangrijk er
king heeft, is ze wel richtinggevend bij het opstellen van
nu al mee aan de slag te gaan. Een gedeelde visie op de
het omgevingsplan. In het omgevingsplan nemen we de
ontwikkeling van onze gemeente helpt ons om op tijd de
fysieke regels op die nodig zijn voor het realiseren van de
juiste keuzes en investeringen te maken en om verder te
doelstellingen uit de omgevingsvisie. Het omgevingsplan
gaan op de ingeslagen weg waarin we als gemeente actief
is te vergelijken met de huidige bestemmingsplannen
zoeken naar nieuwe samenwerkingen met de samenleving
die ingaan op de toedeling van functies in een gebied,
en samenwerkingspartners. Daarnaast vormt het de basis
plan-juridische kaders en mogelijkheden voor planiniti-
voor het op te stellen omgevingsplan, de programma’s en
atieven. Hoewel een omgevingsvisie in eerste instantie
vergunningen, waarmee we ook aan de slag moeten.
misschien wat ver weg lijkt te staan van de leefwereld en
5
3. Uitgangspunten Berg en Dalse omgevingsvisie
Het proces naar de omgevingsvisie daagt ons als ge-
helder beschrijven wat we wel en niet gewenst vinden in
meente dus uit om de komende tijd een aantal vragen te
onze gemeente en welke sturings- en ordeningsprincipe
beantwoorden. Wat voor gemeente willen we zijn? Hoe
we daarbij hanteren. Kortom, de omgevingsvisie schept
kijken we aan tegen de ruimtelijke ontwikkeling van onze
heldere kaders met ruimte op lokaal niveau voor maat-
gemeente en onze positie binnen de regio? Welke opga-
werk, eigen keuzes en invulling.
ven en kansen zien we in onze kernen en het buitenge-
2.
bied? Hoe gaan we om met opgaven die kunnen conflicteren, zoals het realiseren van onze energiedoelstellingen
BOUWEN OP BESTAAND BELEID EN AMBITIES
en tegelijkertijd het waarborgen en versterken van de
We beschikken mede door de fusie als jonge gemeente
kwaliteit van ons landschap? Wat is daarop het gewenste
over veel actueel beleid. Bij de totstandkoming van het
antwoord en hoe verhoudt dit zich tot bestaande ambities
merendeel van deze beleidsdocumenten zijn de samenle-
en beleid? En hoe gaan we daarbij op een eigentijdse ma-
ving en samenwerkingspartners ook betrokken geweest.
nier samenwerken en vormgeven aan rollen en verhoudin-
We beschouwen het bestaande beleid als vertrekpunt; in
gen tussen gemeente, organisaties en de samenleving?
onze omgevingsvisie bouwen we erop verder. Maar we zien ook dat een nietje door bestaand beleid slaan niet
Maar de omgevingsvisie zal zich ook moeten ontwik-
genoeg is. We zien bijvoorbeeld nieuwe opgaven op ons
kelen binnen een context van lopende projecten, huidig
afkomen en er liggen bovendien kansen om een volgende
beleid, geformuleerde (politieke) ambities en bestaande
stap te zetten in het integraal aanvliegen van opgaven
initiatieven. Hieronder zijn daarom enkele uitgangspunten
en gebiedsgerichte uitwerkingen. Daarnaast hebben we
beschreven die we hanteren bij de ontwikkeling van onze
te maken met een regionale dynamiek die van ons gaat
omgevingsvisie.
vragen om op meerdere terreinen af te stemmen en
1.
samen te werken met onze mede-overheden en samen-
STIP OP DE HORIZON, KADER VOOR KEUZES
werkingspartners. Denk bijvoorbeeld aan de regionale energiestrategie. Hetzelfde geldt op lokaal niveau waar
We maken een visie die de gewenste ruimtelijke ontwik-
onze bewoners, bijvoorbeeld rondom lokale initiatieven
keling van onze gemeente op hoofdlijnen beschrijft. We
of met de ontwikkeling van de dorpsagenda’s, ons vragen
vinden het daarbij belangrijk om de omgevingsvisie zo
mét hen mee te denken in plaats van voor hen te denken.
goed mogelijk te laten aansluiten op ons DNA en de (kern)
We willen daar in onze omgevingsvisie zo goed mogelijk
waarden die we hanteren in onze samenleving. Met de
op aansluiten.
omgevingsvisie plaatsen we als het ware een stip op de horizon en zetten we de koers uit voor de gewenste ont-
3.
wikkeling van onze kernen, buitengebied en positie in de
De Omgevingswet daagt ons en andere partijen uit om
regio. Daarbinnen bieden we ruimte voor lokaal maatwerk
een naar buiten gerichte houding aan te nemen. We willen
en initiatief. Dit betekent dat we in onze omgevingsvisie
de leefomgeving verbeteren door meer ruimte te geven
6
SAMENWERKING
5.
aan de partijen in onze leefomgeving en hen te faciliteren bij het nemen van initiatief. Participatie is daarbij een
VLIEGWIEL VOOR ORGANISATIEONTWIKKELING
voorwaarde. Als gemeente voelen we ons in de eerste
De ontwikkeling van de omgevingsvisie zien we tot slot
plaats verantwoordelijk voor het waarborgen van het
als een kans om concreet en verder aan de slag te gaan
brede maatschappelijke belang en de sturing op gewens-
met een integrale manier van denken en doen binnen de
te maatschappelijke ontwikkeling. Tegelijkertijd willen we
organisatie. We kiezen daarom voor een ontwikkelge-
ons openstellen om met onze omgeving (samenwerkings-
richte aanpak bij het werken aan de omgevingsvisie door
partners en samenleving) in gesprek te gaan over on-
kort-cyclisch te werken en waar nodig bij te stellen. We le-
derwerpen die spelen. We vinden het belangrijk dat onze
ren door te doen. We zetten in op de doorontwikkeling van
omgevingsvisie in samenwerking met de samenleving en
ons vakmanschap en inhoudelijke expertise. We koppelen
samenwerkingspartners wordt vormgegeven. We ont-
dit aan de ontwikkeling van vaardigheden die de Omge-
wikkelen op dit moment nieuwe spelregels voor inwoner-
vingswet meer dan nu van ons vraagt. Zoals het leggen
sparticipatie. Het vertrekpunt is dat we de samenleving
van verbanden vanuit eigen specialisme en vakmanschap
ook bij beleidsvorming in een vroeg stadium betrekken als
en procesgerichtheid met aandacht voor resultaat en
adviseur en dat we onze samenwerkingspartners raadple-
omgeving. We willen verder vooral werk maken van het
gen als partner en klankbord.
domeinoverstijgend en meer in samenhang werken aan
4.
onze fysieke leefomgeving. Ook willen we het proces naar
DYNAMISCH EN COMPACT DOCUMENT
de omgevingsvisie benutten om de participatie - het inter-
De samenleving is voortdurend in beweging en hier sluiten
actieve beleidsvormingsproces - met de samenleving en
we graag op aan. Onze kernwaarden zullen niet snel ver-
samenwerkingspartners op een meer moderne wijze vorm
anderen, maar onze prioriteiten en accenten kunnen aan
te geven. We zijn hierbij geïnspireerd door het co-crea-
verandering onderhevig zijn. We zien onze omgevings-
tieproces van onze Sociaal Maatschappelijke Visie 2014
visie daarom als een dynamisch document. Zo willen we
- 2018. Om deze ontwikkelpunten voor onze organisatie te
periodiek stilstaan bij de inhoud van onze omgevingsvisie
versnellen richten we onder andere een Omgevingslab in:
en willen we de actualisatie van onze omgevingsvisie
een experimenteer-en leeromgeving waar we (op onder-
koppelen aan de bestuurscyclus van onze gemeente. Op
delen) vandaag al willen werken volgens de principes en
deze manier zorgen we ervoor dat we op gezette tijden
ideeën van overmorgen. In de Routekaart Implementatie
stilstaan bij de waarden en kaders die we meegeven voor
Omgevingswet beschrijven we hoe we dit precies gaan
de ontwikkeling van onze leefomgeving. Ook zien we onze
inrichten en organiseren.
omgevingsvisie als een beknopt en compact document dat voldoet aan de vastgestelde publicatie standaarden (digitalisering). Daarmee maken we onze omgevingsvisie gebruiksvriendelijk, toegankelijk voor iedereen en is het relatief eenvoudig te actualiseren.
7
4. Eerste verkenning van de opgaven
Op basis van de beleidsanalyse en actuele opgaven, trends en ontwikkelingen die op de gemeente Berg en Dal afkomen, is een eerste verkenning van de opgaven in de fysieke leefomgeving gemaakt. Deze opgaven geven een eerste indruk van de thema’s die aan bod komen in de omgevingsvisie. In het koersdocument en ontwikkelproces gaan we deze opgaven verder verkennen en eventueel keuzes maken en prioriteiten stellen.
1.
ENERGIETRANSITIE EN KLIMAATNEUTRALITEIT
De zorg voor de wereld van morgen is een belangrijke kernwaarde van onze gemeente. Daarom zetten we in op het besparen van energie, het opwekken van schone energie, hergebruiken van grondstoffen, het ondersteunen van lokale duurzaamheidsinitiatieven en minder afval. Om een klimaatneutrale, duurzame gemeente te worden, hebben we het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Dit plan wijst ons de weg naar een klimaatneutraal Berg en Dal in 2040, uiterlijk in 2050. Daarnaast zijn klimaatneutraliteit en energietransitie belangrijke thema’s in zowel de nationale (NOVI) en de (provinciale) omgevingsvisie Gelderland. Ook werken we als gemeente binnen de context van de Regio Arnhem Nijmegen aan een regionale energiestrategie.
2.
KLIMAATADAPTATIE
Klimaatverandering is de abstractie voorbij. De kans op extremere weersomstandigheden neemt verder toe. Dit heeft gevolgen voor de omgeving, zoals hittestress, wateroverlast en langdurige periodes van droogte. In de regionale adaptatiestrategie Rijk van Maas & Waal pakken we als gemeente Berg en Dal de gevolgen van de klimaatverandering samen met de regio op. Tegelijkertijd werken we hier ook lokaal aan. In het Actieplan Duurzaamheid geven we aan dat het oplossen van extreme wateroverlast primaire aandacht verdient. Tegelijkertijd moeten we als gemeente kijken hoe we de andere problemen gestructureerd het hoofd kunnen bieden door gezamenlijk oplossingen te zoeken. Klimaatadaptatie gaat heel vaak gepaard met andere opgaven in het fysieke domein en dient integraal meegenomen te worden in de omgevingsvisie.
3.
SOCIAAL-MAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN: VEERKRACHTIGE EN VITALE KERNEN
Het waarborgen van de vitaliteit en leefbaarheid in de kernen is een belangrijke opgave in onze gemeente. De kernen en wijken van onze gemeente maken bijvoorbeeld een demografische transitie door. Dit zorgt ervoor dat in sommige kernen het voorzieningenniveau steeds verder onder druk komt te staan. Er zijn steeds meer ouderen (vergrijzing) en minder jongeren (ontgroening), huishoudens worden kleiner en de aantrekkingskracht van de stad groeit.
8
Een aantal van onze dorpen heeft hierdoor te maken met een afnemende bevolkingsgroei. Tegelijkertijd neemt het aantal ouderen en andere kwetsbare groepen in onze wijken en kernen toe als gevolg van bijvoorbeeld extramuralisering. Het aantal eenzame en verwarde personen stijgt. De (professionele) zorgvraag verschuift dan ook steeds meer naar de woning en de wijk. De kwalitatieve woonvraag verandert en de focus gaat steeds meer naar de transformatie van de bestaande woningvoorraad en leefbaarheid in de kernen en wijken.
4.
BEREIKBAARHEID
We willen de bereikbaarheid en onze netwerken op peil houden. Met de Integrale Mobiliteitsvisie 2016 - 2026 hebben we samenhangend beleid op het gebied van verkeer en vervoer dat is gericht op een verkeersveilige, leefbare en bereikbare gemeente. Deze visie focust zich op de deelname aan het verkeer per fiets, auto, openbaar vervoer, vrachtwagen en voet. In deze visie spreken we de ambitie uit om bestaande netwerken veilig, bereikbaar en leefbaar te houden en op dusdanige wijze verder te ontwikkelen zodat deze past bij onze lokale context. Van de manier waarop we regionale verbindingen en doorgaande wegen verder ontwikkelen tot de benodigde kwaliteitsimpuls van de netwerken door onze wijken en buurten.
5.
TOERISME, RECREATIE & ERFGOED
Toerisme, recreatie en erfgoed zijn belangrijke dragers van onze economie. Het landschap, de cultuur(historie) en de wijnbouw zijn de unique selling points van een uniek gebied dat reikt van het water van de Waal, via de Ooijpolder tot de stuwwal rondom Berg en Dal en Groesbeek. In de Kadernota Toerisme spreken we de ambitie uit voor een kwaliteitsimpuls en verbreding van het verblijfsaanbod, de bereikbaarheid van recreatieve bestemmingen, een intensivering van de samenwerking met de partners (STER, etc.) en het verder benutten van onze landschappelijke kwaliteiten. In het uitvoeringsprogramma van deze kadernota geven we als gemeente invulling aan deze ambities. Het unieke landschap met waardevol erfgoed en karakteristieke kernen en gebouwen binnen onze gemeentegrenzen is in vele opzichten van grote waarde voor toerisme, recreatie en erfgoed. De omgevingsvisie kan een integraal afwegingskader bieden voor een goede balans tussen ruimtelijke kwaliteit, economische waarde en duurzaamheid.
6.
AANTREKKELIJKE WOONOMGEVING
Een aantrekkelijke woonomgeving is belangrijk voor het vestigingsklimaat en de leefbaarheid in de kernen en wijken van onze gemeente. We hebben de ambitie om te zorgen voor aanwezigheid van groen in de bebouwde omgeving. Groen zorgt immers voor een prettige leefomgeving en levert een bijdrage aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Daarnaast dragen we zorg voor voldoende parkeermogelijkheden en voorzieningen op bereikbare afstand die toegankelijk zijn voor iedereen. We zijn als gemeente de eerste verantwoordelijke voor een blijvende kwaliteit en het onderhoud van de openbare ruimte. Ook willen we investeren in de sociale netwerken in de wijken en buurten. Daarnaast dragen we zorg voor een passend woonaanbod, een kwaliteitsslag in de bestaande wijken en een goed voorzieningenaanbod in de kernen. De omgevingsvisie kan daarvoor de juiste randvoorwaarden en kaders bieden.
7.
GEZONDE EN VEILIGE LEEFOMGEVING
De Omgevingswet kent een belangrijke rol toe aan het thema gezonde leefomgeving. Een gezonde en veilige leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag, waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is en waar men zich veilig voelt. Door de leefomgeving op een bepaalde manier in te richten, kan de gezond-
9
heid en het gevoel van veiligheid bevorderd worden. Daarbij zijn verschillende thema’s van belang, zoals gezonde mobiliteit, natuur, groen en water, bewegen, ontmoeting, openbare ruimte, geluid, externe veiligheid en bodem- en luchtkwaliteit. Kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen en mensen met een lage sociaal-economische status (SES) hebben daarbij vanwege hun kwetsbaarheid extra aandacht nodig. De omgevingsvisie biedt kansen om de gezondheid van onze inwoners te bevorderen door een integrale verbinding te leggen tussen het sociale en fysieke domein en deze te vertalen in gezondheidsbevorderende ruimtelijke strategieën en tactieken.
8.
VITALE EN DUURZAME ECONOMIE
We zetten in op het creëren van een vitale en duurzame economie, met levendige kernen en een dynamisch buitengebied binnen een kwalitatief zeer aantrekkelijke omgeving. Vitaal gaat over voldoende flexibiliteit en ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, terwijl duurzaam een goede balans inhoudt tussen economische groei (profit), arbeidsmarkt (people) en leefomgeving (planet). We willen als gemeente zorgen voor voldoende en aantrekkelijke werklocaties in de gemeente. Ook koesteren we de balans tussen de bestaande werkgelegenheid, kleinschalige economische activiteiten en de activiteiten van een aantal grote werkgevers zoals de zorginstellingen. In de Economische visie wordt beschreven hoe we deze ambities vormgeven. De omgevingsvisie biedt mogelijkheden dit te vertalen in integrale strategieën voor ruimtelijke ontwikkeling en het verbeteren van het vestigingsklimaat.
9.
LANDSCHAPPELIJKE KWALITEIT
Het landschap van onze gemeente is heel gevarieerd en heeft hoge landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. Inwoners, bedrijven en bezoekers profiteren hiervan. We willen het landschap in de toekomst ook mooi en gevarieerd houden. Ons unieke landschap staat bloot aan tal van ontwikkelingen, zoals de schaalvergroting in de landbouw en de energietransitie. In het Landschapsontwikkelingsplan 2015 - 2025 zetten we in op een multifunctioneel veelkleurig landschap voor iedereen. We willen dat het landschap zijn karakter behoudt maar niet stilstaat. Hierbij koesteren we de inspanningen uit het verleden. Zo werken we aan behoud en versterking van kwaliteit van natuur, inclusief bermen en taluds. Ook willen we extra aandacht voor landschappelijke kwaliteit, ommetjes en groene voorzieningen in en rondom de dorpen.
10.
TOEKOMST VAN HET BUITENGEBIED
De laatste jaren groeit de aandacht voor het landelijk gebied in Nederland. Ook is er een verschuiving te zien in activiteiten in het buitengebied. De schaalvergroting in de landbouw is een landelijke trend. Tegelijkertijd zijn er boeren die een tegenbeweging maken door in te zetten op verbreding, kleinschaligheid en nichemarkten. Sommige boeren vinden geen opvolger waardoor het aandeel leegstaande agrarische bebouwing toeneemt. Naast landbouwactiviteiten is het buitengebied steeds vaker een vindplaats voor de klimaatopgave, zoals de opwekking van duurzame energie. Ook verandert het buitengebied steeds meer van productieruimte in consumptieruimte waar mensen wonen, werken of recreëren. De ruimtelijke transitie van het buitengebied vraagt enerzijds om visie, kaders en integrale ontwikkelstrategieën en anderzijds om een toekomstgericht omgevingsbeleid.
10
11
5. Samen aan de slag
Het bovenstaande overzicht van thema’s die de komende
in de leefomgeving, weten als geen ander wat er speelt en
jaren spelen in onze leefomgeving laat zien dat het de be-
‘maken’ onze gemeente. We willen dat de omgevingsvisie
hoeften en belangen raakt van de bewoners, ondernemers
een duidelijk kader schetst waarbinnen de samenleving
en organisaties in het gebied waar de ontwikkelingen zich
wordt uitgedaagd en uitgenodigd om zelf bij te dragen aan
voordoen. We hebben dus allemaal te maken met de con-
de leefomgeving. We streven naar een intensieve betrok-
sequenties. We dragen dan ook een gezamenlijke verant-
kenheid van de samenleving en vinden het belangrijk dat
woordelijkheid voor een goede afweging en procesgang
niet alleen de ‘usual suspects’ betrokken zijn. We willen dit
bij ruimtelijke ontwikkelingen en transformaties.
bereiken door de samenleving in een vroeg stadium als adviseur te betrekken bij de totstandkoming van de om-
Onze fysieke leefomgeving maken we samen. En daarom
gevingsvisie. We haken daarbij zoveel mogelijk aan op de
willen we als lokale overheid ook onze omgevingsvisie
processen en projecten die al lopen. Zo zoeken we daar
samen met betrokken partijen ontwikkelen. We vinden
waar het kan de aansluiting met de lokale dorpsagenda’s
het belangrijk dat ons beleid goed doordacht en breed
en de inwoners die daarbij betrokken zijn. Als in een dorp
gedragen wordt en dat het handelingsperspectieven
of wijk al bijeenkomsten worden georganiseerd door ons
biedt voor partijen in de kernen en het buitengebied. Voor
als gemeente, kijken we of we de omgevingsvisie daarop
een succesvol omgevingsbeleid hebben we daarom de
kunnen aanhaken, zodat we de samenleving niet overvra-
samenleving, samenwerkingspartners, gemeenteraad en
gen.
medeoverheden hard nodig.
SAMENWERKINGSPARTNERS
Een goede samenwerking vertrekt vanuit een heldere en
Onder samenwerkingspartners verstaan wij partijen
gedeelde opvatting over de rollen en verantwoordelijkhe-
die een formele- of opdrachtnemersrol vervullen in het
den van de verschillende partijen. Op die manier kunnen
kader van (de uitvoering van) ons omgevingsbeleid. Onze
we elkaar beter vinden en begrijpen. Ook kunnen we
samenwerkingspartners zijn onder andere de brandweer,
elkaar vanuit onze eigen verantwoordelijkheden aanspre-
GGD Gelderland-Zuid, omgevingsdienst ODRN en veilig-
ken op rolneming, prestaties en verwachtingen. Hieronder
heidsregio Gelderland Zuid. Als handhaver en toezicht-
beschrijven we op welke manier we de samenleving, sa-
houder op de uitvoering van ons omgevingsbeleid neemt
menwerkingspartners, gemeenteraad en medeoverheden
de ODRN daarin een bijzondere positie in. We raadplegen
willen betrekken bij het opstellen van de omgevingsvisie.
onze samenwerkingspartners als deskundigen en klankbord tijdens de totstandkoming van onze omgevingsvisie.
DE SAMENLEVING
Deze partijen voeden ons met ervaringen en expertise
Onder ‘de samenleving’ verstaan we alle bewoners, onder-
die wij zelf niet in huis hebben. We zien een belangrijke
nemers en maatschappelijke organisaties die samen de
rol voor onszelf als gemeente bij het uitnodigen van deze
Berg en Dalse maatschappij vormen en onze fysieke leef-
partijen, maar vragen ook van hen eigen initiatief.
omgeving maken. Zij wonen, werken en recreëren immers
12
MEDE-OVERHEDEN
opdracht naar de omgevingsvisie schetsen. Samen maken
De Berg en Dalse omgevingsvisie komt tot stand binnen
we daarin keuzes over de kaders en het ambitieniveau.
een context van nationale, provinciale, regionale en lokale
Afhankelijk van hun keuzes met betrekking tot de eigen
samenwerking. Onder medeoverheden verstaan wij het
rolneming bepalen college en raad op welke momenten ze
Rijk, de provincie Gelderland, het waterschap Rivieren-
betrokken willen worden bij de ontwikkeling van de omge-
land, de Regio Arnhem Nijmegen, en onze (Duitse) buur-
vingsvisie. We verkennen daarbij de mogelijkheid om voor
gemeenten. Deze partijen zijn ook hard aan de slag met of
de periode van de totstandkoming van de omgevingsvisie
intensief betrokken bij de totstandkoming van de omge-
een speciale, tijdelijke raadscommissie omgevingsvisie
vingsvisie. Zo kent het Rijk de Nationale omgevingsvisie
te laten functioneren. Verder is het voor bestuurders en
[NOVI] waarvan de afronding in 2019 is gepland, heeft de
raadsleden van belang om voldoende kennis te hebben
provincie Gelderland de omgevingsvisie Gaaf Gelderland
over de omgevingsvisie en integraal werken. In kader van
vastgesteld in december 2018 en heeft de gemeente
het implementatietraject wordt daarvoor een leerprogram-
Nijmegen een startnotitie voor de omgevingsvisie vastge-
ma ontwikkeld.
steld en verwacht eind 2019 haar omgevingsvisie te presenteren. Tegelijkertijd wordt er op dit moment gewerkt
GEMEENTELIJKE ORGANISATIE
aan diverse regionale strategieën met keuzes die impact
We zien het proces naar de omgevingsvisie zoals gezegd
kunnen hebben op de leefomgeving van onze gemeente,
als kans om onze rol als overheid in de snel veranderende
zoals de regionale energie- en adaptatiestrategie. We
samenleving actief verder te onderzoeken. Deze zoek-
vinden het belangrijk en kansrijk om complementair te
tocht is nadrukkelijk een van de doelen van het proces.
zijn aan en samen te werken met onze medeoverheden.
Deze kans gaan wij bijvoorbeeld benutten door bij de
We doorlopen immers allemaal een vergelijkbaar proces
totstandkoming van de omgevingsvisie aan te sluiten bij
en hebben deels te maken met dezelfde opgaven en
professionalisering van het projectmatig werken in onze
partijen. We blijven elkaar informeren en we zorgen voor
organisatie. Zo willen we een goede projectstructuur
afstemming, bijvoorbeeld door onze medeoverheden uit
neerzetten waarin zowel het ambtelijk als bestuurlijk op-
te nodigen of hen in reguliere (afstemmings)overleggen
drachtgeverschap goed is geborgd. Zoals gezegd willen
bij te praten over de Berg en Dalse omgevingsvisie. Ook
we met de omgevingsvisie vertrekken vanuit de bestaan-
bespreken we kansen voor samenwerking in het licht van
de beleidskaders en deze waar nodig opschonen, herijken
de Omgevingswet.
of aanvullen. We hebben een goede start gemaakt met de beleidsanalyse die is verwerkt in de notitie bouwstenen
RAAD EN COLLEGE
voor de omgevingsvisie. De gemeentelijke organisatie
De gemeenteraad is bevoegd en verantwoordelijk voor de
staat aan de lat om deze eerste verkenning van de op-
omgevingsvisie en het omgevingsplan. De omgevingsvisie
gaven om te vormen tot een integrale en breed gedeelde
is gebaseerd op een aantal fundamentele keuzes over wat
basis voor de omgevingsvisie. We zorgen daarom dat we
voor gemeente Berg en Dal wil zijn. Wat vinden we be-
intern ons huiswerk op orde hebben.
langrijk, waar willen we naar toe en hoe stellen we ons als overheid op? Wat heeft prioriteit en wat zijn de ‘ordenende
Het opstellen van de omgevingsvisie vraagt veel van
principes’ als belangen met elkaar botsen? Dit zijn poli-
onze gemeentelijke organisatie. We zijn immers voor
tieke vragen. Als college willen we daarom samen met
de meeste onderdelen initiatiefnemer en kartrekker. De
de gemeenteraad in alle stadia van het ontwikkelproces
omgevingsvisie overstijgt een breed pallet aan domeinen
betrokken zijn. We dagen onszelf daarbij uit om aan de
van onze organisatie, dit geldt zowel voor medewerkers
voorkant van het proces uitspraken te doen over hun ver-
als management. We maken hierbij een goede afweging in
wachtingen en gewenste rol- en taakopvatting. Dit wordt
hoeverre de inzet van externe partijen die ons adviseren
vertaald in een startnotitie waarin we de kaders van de
en begeleiden nodig is.
13
14
on de
kr
ra a
Q1 2020
le
C ol
O
MG
Q1 2021
Om ve gev rs ing ie sv 70 isi % e
ie
at
ip
pa rt ic
t
en
se
fa
es
si
es
ks
de
ee
w
er
w
ar tt
e
ijk
el
ge
Am bt
St
SD OCU
In sp
d
er aa
ee nt
em
in g
itv or m
lu
es
ar tb
co nc ep t
ER
S IE
Q3 2020
O
G
St
K
ge
en t
m
cu
Ko er do
st st ge elle m n ee Ko nt er er sd aa o d cu m
Va
le
C ol
pt
ge
le
ol
C
e
ijk
el
bt
Am
es
si
es
ks
er
an
en
en
al
D
ie
at
tie
ua
al
ev
ip
rt ic
rg
Be
se
fa
lv
aa
rh
ve
w
et
H
e pa
rin g
on ito
es
si
m
st
er
or
vo
ar te
St
an
Pl
e
iti
ar tn ot
St
d
aa
er
ee nt
em
G
ge
le
ol
C
es
ks
er
ro
en da
C
on ce pt
e
tn ot iti e
ar
st
na ly s
e
na ly s
ke ho ld er a
St a
Tr
ra
tie st
ip a
tic
Pa r
na ly e
sa
Be le id
ol le ge
te gi e
ar tc
ek a
ut
ROUTEK
Om ge vin gs vis ie
Om ve gev rs ing ie sv 90 isi % e
d
es
si
es
ks
er
er aa
ee nt
em
w
el le n
Q1 2019
E VI N G
VI
G
e
w
st
st
sc
an
om
ge vi ng s
be le id N ot i de tie o m Bo ge uw v i st ng en sv en is v ie oo r Im pa ct an al ys e O m ge Am vi ng bt el sw ijk et e w er ks es W si es er ks es si e co lle ge W er ks es si e ge m ee nt er aa d Vo or lo pi ge Am bi tie be pa lin g
Q ui ck
Product
T
ijk
e
ijk Mijlpaal in proces
EN
el
on ce
C
Va Afstemming en overleg
M
bt
el
T
bt
AR
Am
A
Am
Routekaart omgevingsvisie Berg en Dal
Proces op hoofdlijnen ontwikkeling omgevingsvisie
Q2 2019
Q3 2019
Q4 2019
Q2 2020
S
6. Routekaart
Op basis van de bovenstaande uitgangspunten en huidige
Parallel hieraan is aan de hand van interviews en sessies
context van lopende projecten en trajecten hebben we
met een brede vertegenwoordiging van de gemeentelijke
een raamwerk opgesteld; een routekaart voor de omge-
organisatie een impactanalyse Omgevingswet uitgevoerd.
vingsvisie. Daarin wordt op hoofdlijnen beschreven welke
Deze analyse geeft inzicht in wat de impact van de Omge-
fasen en producten we onderscheiden en op welke wijze
vingswet over de volle breedte is voor onze gemeentelijke
we met de samenleving en samenwerkingspartners willen
organisatie: van organisatieontwikkeling, samenwerking
samenwerken aan de omgevingsvisie. We onderscheiden
met samenwerkingspartners, participatie, communicatie,
drie fasen:
werkprocessen, dienstverlening en ICT- en informatievoorziening tot financiën. De impactanalyse is vooral
1.
Opstellen routekaart
benut bij de totstandkoming van de Routekaart Implemen-
2.
Ontwikkelen koersdocument
tatie Omgevingswet, maar is ook in ogenschouw genomen
3.
Ontwikkelen omgevingsvisie
bij de totstandkoming van deze Routekaart omgevingsvisie.
Elke fase hebben we hieronder kort uitgewerkt. Op basis van het uiteindelijke invoeringstraject van de Omgevings-
In diverse werksessies met de ambtelijke organisatie, het
wet en de geformuleerde ambities door de politiek met
college en de gemeenteraad in het voorjaar van 2019,
betrekking tot de invoering en omgevingsvisie, die zich
hebben we vervolgens de uitkomsten van zowel de im-
op het moment van schrijven nog in het besluitvormings
pact- als beleidsanalyse gedeeld en onze ambities voor
traject bevonden, wordt deze routekaart gedetailleerd
de implementatie Omgevingswet en ontwikkeling van de
uitgewerkt met een stappenplan in een startnotitie (zie
omgevingsvisie bepaald. De uitkomsten zijn in deze route-
fase twee).
kaart verwerkt.
FASE 1: OPSTELLEN ROUTEKAART
FASE 2: ONTWIKKELEN KOERSDOCUMENT
De eerste fase is het opstellen van deze routekaart waarin
In de tweede fase gaan we de lijnen voor de omgevings-
we de af te leggen route naar de omgevingsvisie beschrij-
visie verder uitzetten. Het koersdocument vormt de
ven, ‘het plan van aanpak’. In het eerste en tweede kwar-
inhoudelijke basis voor onze omgevingsvisie. Het geeft
taal van 2019 is daarvoor een quickscan omgevingsbeleid
richting aan onze eindbestemming: wat voor gemeente
uitgevoerd. Hierin zijn veertien beleid- en visiedocumen-
wil Berg en Dal zijn? Wat zijn onze ambities? Waar werken
ten op hoofdlijnen geanalyseerd op de onderwerpen die
we naartoe en wat vinden we het belangrijkst? Het doel
binnen de Omgevingswet belangrijk zijn: integraliteit en
van het koersdocument is een uitnodigende, gedragen en
samenhang, actualiteit, gebiedsgerichtheid en participatie.
gedeelde koers op hoofdlijnen; een stip op de horizon met
Deze quickscan heeft geresulteerd in de notitie bouwste-
onze belangrijkste ambities en opgaven. We ontwikkelen
nen voor de omgevingsvisie met daarin ook een eerste
het koersdocument op interactieve wijze samen met onze
verkenning van de opgaven voor in de omgevingsvisie (zie
medeoverheden, samenwerkingspartners en de samenle-
hoofdstuk vier).
ving.
15
Het koersdocument beschrijft de ambities van de ge-
waarbij een vertegenwoordiging van de samenleving op
meente met betrekking tot de omgevingsvisie, geeft
structurele basis als adviesorgaan met ons meedenkt
aandacht aan de positie en identiteit/DNA van de ge-
over de omgevingsvisie. De denktank wordt gevraagd om
meente, brengt bestaand beleid samen, brengt prioriteiten
vanuit hun eigen waarnemingen, visie en lokale experti-
aan in thema’s en gebieden en geeft een eerste doorkijk in
se, op een constructieve manier mee te denken over de
sturings- en ordeningsprincipes. We actualiseren en ver-
toekomst van onze gemeente. Met het oprichten van de
breden daarbij ons huidige (sectorale) beleid en voegen
denktank kan een duurzaam netwerk ontstaan van inwo-
thema’s toe zoals de gezonde en veilige leefomgeving. We
ners en partners dat ook bij het vervolg betrokken kan
verbinden opgaven en zoeken (meekoppel)kansen. Het
worden.
koersdocument is in het eerste kwartaal van 2020 gereed. Op basis van de beleids-, trend- en stakeholdersanalyse, Aan de basis van het koersdocument liggen de bestaan-
participatiestrategie en de ambities van de gemeente-
de beleidsanalyses, zoals de notitie bouwstenen voor
raad schrijven we de startnotitie. Hierin benoemen we de
de omgevingsvisie. Deze zullen we op onderdelen ver-
kaders van de omgevingsvisie: welke keuzes moeten er
der uitwerken en verdiepen. Daarnaast betrekken we de
gemaakt worden? Wat wordt de vorm van de omgevings-
uitkomsten van een trendanalyse waar we op dit moment
visie? We werken daarin het participatieproces verder uit.
als organisatie mee bezig zijn. Aanvullend doen we een
We beschrijven op welke momenten we college en raad
stakeholdersanalyse waarbij we in kaart brengen welke
betrekken. Ten slotte hebben we in de startnotitie aan-
partijen we willen betrekken bij de omgevingsvisie. We
dacht voor het inrichten van de projectorganisatie voor de
kijken wie de verschillende belanghebbenden zijn en hoe
omgevingsvisie. Voor nu denken we aan het organiseren
we daarmee om willen gaan. Zo kunnen we alle partijen
van inspirerende werksessies/ateliers, zowel voor de
gericht betrekken en het proces hier goed op inrichten.
ambtelijke organisatie als voor het college en de raad. In de Routekaart Implementatie Omgevingswet beschrijven
Parallel hieraan ontwikkelen we de participatiestrate-
we hoe we de benodigde capaciteit en middelen regelen
gie. Hiervoor benutten we onder andere onze spelregels
en hoe we dit voor de volledige invoering van de Omge-
voor inwonersparticipatie als bouwsteen. In deze parti-
vingswet organiseren. We reserveren voldoende ruimte
cipatiestrategie beschrijven we hoe we de samenleving,
en budget voor de projectorganisatie die werkt aan de
samenwerkingspartners en medeoverheden precies
totstandkoming van de omgevingsvisie.
willen betrekken en hoe we het interactieve beleidsvormingsproces inrichten. We gaan hierbij in op de communicatiedoelen, middelen en momenten. Zo kunnen we de
Verder maken we een plan voor monitoring en evalua-
samenleving zogenoemd efficiënt inzetten als adviseur en
tie. We vinden het belangrijk om onze omgevingsvisie te
de samenwerkingspartners als deskundigen en klankbord.
monitoren en te evalueren. Zo kunnen we tijdig bijsturen.
Dit kan bijvoorbeeld door het opzetten van een denktank
We sluiten zoveel mogelijk aan bij de bestuurscyclus en
16
organiseren bijvoorbeeld de ‘Dag van de omgevingsvisie’
FASE 3: ONTWIKKELEN OMGEVINGSVISIE
met de samenleving, politiek, samenwerkingspartners en
Nadat in de startnotitie het proces is uitgezet en in het
medeoverheden.
koersdocument het inhoudelijk vertrekpunt van de omgevingsvisie is beschreven, en beiden door de raad zijn
In deze fase gaan we ook aan de slag met het verhaal
vastgesteld, breekt de laatste fase aan waarin we de om-
van Berg en Dal. We beschrijven wat voor gemeente we
gevingsvisie gaan ontwikkelen. Dat doen we door middel
zijn en gaan hierbij in op de belangrijkste Berg en Dalse
van werksessies en een interactief participatietraject
waarden, kwaliteiten, onze positionering en identiteit. We
waarbij we stapsgewijs toewerken naar de zogenoemde
zetten in op een brede participatie om ambities, opgaven
70% en 90% versie van de omgevingsvisie. In het vierde
en kwaliteiten vanuit de samenleving duidelijk te krijgen.
kwartaal van 2020 verwachten we een omgevingsvisie
De manier waarop we dit doen werken we zogenoemd uit
gereed te hebben voor besluitvorming en inspraak.
in de participatiestrategie. We sluiten aan bij lopende processen en maken onder andere gebruik van de dorpsagenda’s die vaak al veel zeggen over het DNA en identiteit van Berg en Dal.
17
COLOFON Deze routekaart is in juni 2019 opgesteld door de gemeente Berg en Dal, met advies en onder begeleiding van RUIMTEVOLK.