CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

Discussienotitie subsidie en accommodatiebeleid

Thema avond 6 april 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Evaluatie van het subsidie- en accommodatiebeleid1.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Discussienotitie over accommodatiebeleid en daaraan verbonden subsidiebeleid.

17 maart 2021 1

Inleiding Na bijna vijf jaar accommodatie en subsidiebeleid willen we dat evalueren. De evaluatie is vastgelegd in een apart document dat is bijgevoegd. Hierin zijn de ervaringen met de hoofdlijnen van het beleid vastgelegd en is een doorkijk gemaakt wat we in de toekomst mogen verwachten. De demografische ontwikkelingen, ledenontwikkelingen, financiële tekorten bij de gemeente, inhoudelijke trends en ontwikkelingen hebben allen invloed op onze ultieme doelen “behoud van vitale verenigingen voor de toekomst” en “ontmoeten mogelijk houden”. Investeringskosten in accommodaties zullen de komende jaren naar verwachting gaan toenemen. We verwachten dit omdat we zien dat steeds hoger wordende eisen aan toegankelijkheid, veiligheid en duurzaamheid zoals die wettelijk zijn verankerd hogere kosten tot gevolg hebben. Dit brengt ons op de betaalbaarheid van het accommodatiebeleid naar de toekomst. We zullen scherpere keuzes moeten maken om voldoende kwalitatief aanbod met voldoende diversiteit te behouden. Onder verwijzing naar de evaluatienota en de daarin geschetste ontwikkelingen willen we een kwalitatief goed, efficiënt, toekomstbestendig en goedkoper accommodatiebeleid. Om hieraan te kunnen werken is het van belang dat de raad aangeeft aan welke knoppen gedraaid kan worden.

Proces Deze discussienotitie is bedoeld om een kader op te halen waarbinnen het college in gesprek kan met de verenigingen en dorpshuizen. De evaluatie is daarbij de start van het proces om naar een herijking van het accommodatiebeleid te komen. De gesprekcyclus met de verenigingen accommodatiebeheerders gaat over hun ervaringen met het accommodatiebeleid, hun knelpunten en toekomstbeeld. Deze opbrengst wordt verwerkt en omgezet in een koersdocument met aanbevelingen waar we aan kunnen gaan werken.

De thema- avond met de gemeenteraad. Zonder oordeel te geven hebben we hieronder in kaart gebracht aan welke knoppen er gedraaid zou kunnen worden om het beleid te beïnvloeden. Om tot een kader te komen willen we in de thema-avond met de raad ophalen aan welke knoppen er gedraaid mag worden. Deze mogelijkheden worden dan als “te onderzoeken kader” en als richting meegenomen in de gesprekscyclus met de verenigingen. Het proces ziet er als volgt uit: 6 april

thema-avond gemeenteraad met evaluatie accommodatiebeleid en discussie over de knoppen waaraan gedraaid mag worden.

April/mei

start gesprekscyclus met verenigingen over evaluatie en toekomstige mogelijkheden.

Nov/jan

koersdocument met de beleidsrichting voor de toekomst van de accommodaties en subsidies. 2

2e kwartaal 22 Definitieve besluitvorming gemeenteraad over het koersdocument en de toekomst van het accommodatiebeleid. 2e kwartaal

uitwerking beleid.

Accommodatiebeleid en subsidiebeleid zijn ondersteunende beleidsterreinen. De opgave voor vastgoed vloeit voort uit de beleidsdoelen (sport, onderwijs, welzijn en kunst & cultuur). De raad stelt kaders voor de uitwerking van de beleidsdoelen. De beleidsdoelen geven richting aan het vastgoedbeleid. Zo kennen we onder andere een sportstimuleringsbeleid en een beleid voor het sociaal domein (koersdocument). Het accommodatiebeleid en subsidiebeleid zijn onder andere ondersteunend aan deze inhoudelijk beleidsterreinen. Het gaat te ver alle inhoudelijke beleidsterreinen hier onder de loep te nemen. We houden het daarom beperkt tot het accommodatiebeleid en het daaraan gerelateerde subsidiebeleid.

Onderscheid tussen het subsidiebeleid en accommodatiebeleid. Het accommodatiebeleid is de norm waarin vastligt hoe we met vastgoed willen omgaan. Zo ligt hierin vast dat we beheer van vastgoed niet als onze kerntaak zien. Met andere woorden we hanteren de lijn dat we de verantwoordelijkheid voor beheer bij derden leggen. Ook ligt in het beleid vast waar we als gemeente de grenzen leggen. Dit zijn grenzen over wat we maximaal faciliteren en waar een bijdrage van de gemeente mag worden verwacht. Maar ook of we het belangrijk vinden dat de dorpshuizen blijven bestaan. In het subsidiebeleid gaat het vooral om het verstrekken van geld. Hieraan zijn regels en voorwaarden verbonden. Deze zijn vastgelegd in nadere regelingen. De regels zijn voor een deel afkomstig uit het accommodatiebeleid (denk aan de nadere regeling sportverenigingen en sportaccommodaties) maar ook uit ander beleidsterreinen. Subsidiebeleid is daarom meer dan alleen accommodatiebeleid. Uitgangspunt van het subsidiebeleid is dat we activiteiten subsidiëren en niet gebouwen. Zo worden activiteiten van verenigingen gesubsidieerd die lang niet allemaal een gebouw in beheer hebben. Subsidiebeleid is altijd een uitwerking van het inhoudelijke beleid. In deze discussienotitie hebben we het alleen over subsidies die verbonden zijn aan accommodaties.

3

Aan welke knoppen kunnen we draaien om de kosten van accommodaties te beperken? 1. Willen we behalve in de dorps- en kulturhusen nog investeren in andere accommodaties voor ontmoeten? Accommodaties zijn veelal niet ons eigendom. Ook zijn ze heel divers. Daarom is er ook niet voor alle accommodaties een subsidieregeling. Daar waar we geen subsidieregeling hebben wordt automatisch een aanvraag op maatwerk beoordeeld. Dat is het geval voor welzijnsgebouwen. Maar uit het beleid wordt niet geheel duidelijk welke accommodaties daaronder vallen. Er staat niets in ons beleid over gebouwen van muziekverenigingen en schutterijen. Wel worden dorps- en kulturhusen nadrukkelijk genoemd onder welzijnsgebouwen. In het huidige beleid hebben we vastgelegd dat het laatste dorps- en kulturhus moet blijven bestaan ongeacht de kosten. Het zijn belangrijke ontmoetingspunten voor een dorp. Door de toenemende vergrijzing worden deze ontmoetingspunten “om de hoek” steeds belangrijker. Door activiteiten te clusteren in dorpshuizen worden deze goed gebruikt en makkelijk toegankelijk voor inwoners. De dorpshuizen worden daarmee “de” kernaccommodaties voor ontmoeten. In het meerjarig investeringsplan is alleen opgenomen wat we aan investeringen verwachten voor voetbal, korfbal en tennisaccommodaties.

Hierdoor kunnen er voor de andere accommodaties flinke verrassingen ontstaan omdat we niet weten wat er op het gebied van de dorpshuizen, kulturhusen, muziekverenigingen en schutterijen op ons af komt. En ook niet of we daar altijd maar in mee moeten gaan. Hogere kosten en dalende ledenaantallen bij georganiseerd sporten en culturele verenigingen maken dat we scherpere keuzes moeten maken om desinvesteringen te voorkomen en het accommodatiebeleid ook voor de toekomst betaalbaar te houden. Verwachtingen managen is daarom verstandig. Een scherpere afbakening is daarom gewenst zo niet noodzakelijk. Als we daar “ja” op zeggen dan investeren we voor ontmoeten alleen nog in dorpshuizen/kulturhusen. Fanfares en schutterijen zullen dan geen investeringen voor eigen gebouwen meer vergoed kunnen krijgen (behalve in De Horst en een invalidetoilet bij de schutterij in Millingen is er de laatste 10 jaar geen investering gevraagd voor gebouwen van fanfares of schutterijen). Er wordt dan verwezen naar het dorps- of kulturhus. Hiermee ontstaat kruisbestuiving van activiteiten (cross-over zoals muziekactiviteiten en om vereenzaming bij senioren tegen te gaan) Voordelen -

Nadelen

Minder verrassingen op investeringen Gebouwen schutterijen en fanfare Heldere verwachtingen krijgen geen subsidie meer. Clusteren van activiteiten voor ontmoeten Betere exploitatie dorpshuizen.

2. Willen we het aantal accommodaties voor voetbal beperken door actieve sturing richting samenwerking/samenvoeging? De georganiseerde sportdeelname is landelijk aan het dalen. Kijken we naar de situatie lokaal dan zien we bij de buitensportclubs dat het aantal leden bij de tennis en 4

korfbal de afgelopen vier jaar stabiel is gebleven of in het geval van tennis zelfs licht is gestegen. De verwachting naar de toekomst toe voor deze sporten is dat deze trend zich doorzet. Bij de voetbal zien we echter bij het merendeel van de clubs een duidelijke daling van hun ledenaantal en het aantal jeugdleden. Wanneer deze daling verder doorzet betekent dit dat de (financiële) vitaliteit van voetbalclubs in gevaar komt. We zien op dit moment al dat voetbalverenigingen niet allemaal meer zelfstandig een elftal op de been kunnen houden. Verenigingen werken daarom steeds vaker samen. Ze trainen om beurten op elkaars accommodatie. Als we uitgaan van het aantal leden bij voetbalclubs en we hanteren de norm per veld dan zijn er voor de voetbal 21 velden nodig. We hebben er 29,5. Kortom er is sprake van een overcapaciteit van 8,5 velden. We zien een dalende ledenontwikkeling en we verwachten daarmee ook een achteruitgang in (financiële) vitaliteit bij clubs. De bestaande overcapaciteit van velden bij het voetbal is aanleiding om met actieve sturing op samenwerking toe te werken naar minder voetbalaccommodaties in Berg en Dal (zgn kernaccommo-daties). Samenwerking is dan niet meer vrijblijvend. Daarbij zal wel rekening moeten worden gehouden met een goede geografische spreiding over de gemeente. Voordelen Nadelen Meer inhoudelijke samenwerking. Niet elk dorp meer een vereniging.

Elftallen kunnen beter worden gevormd. Vergroot de reisafstand Minder velden, minder kosten vervanging Kan leiden tot ledenuitval in voetbal en onderhoud. Minder herkenbaar voor identiteit eigen Vergroot (financiële) vitaliteit clubs. dorp. Minder velden en accommodaties nodig. Betere benutting van bestaande velden en kleedkamers. Betere bestuurskracht en inzet vrijwilligers. Uitvoering. Indien hiervoor wordt gekozen dan krijgt samenwerking een meer verplicht karakter. Ons instrument dat we hiertoe kunnen inzetten zijn onze subsidies. Hiervoor zullen we de subsidievoorwaarden moeten veranderen om het doel te bereiken. Dit moet dan verder worden onderzocht. (vb: vervallen investeringen in af te stoten accommodatie inzetten voor kernaccommodatie)

3. Willen we de subsidiebijdrage van 80% op investeringen bij sportaccommodaties verlagen? De bijdrage op investeringen bij sportaccommodaties is ooit vastgesteld op 80%. Deze toekomstige investeringen zijn in het meerjareninvesteringsplan van de begroting verwerkt. De norm voor een bijdrage van 80% is voortgekomen uit het idee om verenigingen ook via zelfwerkzaamheid zelf een bepaald deel te laten doen. Deze norm is enigszins willekeurig tot stand gekomen.

5

Deze vergoeding van de investeringen is best goed te noemen als we kijken naar wat andere gemeenten doen. (van geen subsidie tot leningen en vergoedingen tot 2/3 van de kosten en soms volledig vergoed). Voordelen Minder kosten gemeente Efficiënter gebruik velden Behoud huidige sportaccommodaties

nadelen Hogere kosten verenigingen Risico kwaliteitsverlies velden Uitstel van vervanging. Tarieven lidmaatschap omhoog.

Uitvoering Een verlaging van de vergoedingsnorm is een knop waaraan je kunt draaien. Het verlagen van de vergoedingsnorm zal alleen verantwoord kunnen als dat over meerdere jaren wordt doorgevoerd. Verenigingen hebben dan de gelegenheid hiervoor te sparen. (10% minder vergoeding betekent een bezuiniging van ongeveer € 1.622.788,over de eerste 10 jaar). Voor het deel van de vergoeding dat niet meer wordt gefinancierd is het goed om te onderzoeken of daar als gemeente op een andere manier geholpen kan worden met het aanbieden van een gunstige lening.

4. Willen we de ondergrens om in aanmerking te komen voor investeringssubsidies aanpassen? Behalve bij de jaarlijkse activiteitensubsidies kennen we eigenlijk geen drempel voor subsidies in sportaccommodaties. Wel kennen we een aantal toets criteria. Voor grote investeringen gelden de volgende eisen waarbij de bewijslast bij de vereniging ligt: De vereniging moet levensvatbaar zijn voor minimaal 5 jaar; (voldoende spelende leden en financieel aan zijn verplichtingen kunnen voldoen) De vervanging moet noodzakelijk zijn. Voor de bepaling van de velden- en kleedkamer capaciteit die nodig is wordt getoetst aan de door ons op basis van de sportbonden OBV BONDEN vastgestelde norm . Voor investeringen geldt dus geen ledencriterium. Het ledenaantal bepaalt vaak mede of een vereniging vitaal en toekomstbestendig is en ook op sportief gebied aan haar verplichtingen kan voldoen. Ook het aantal jeugdleden kan daarbij een rol spelen. Door ledenaantallen als criterium toe te voegen kun je beter sturen op toekomstbestendigheid en vitaliteit van verenigingen en daarmee het blijvend gebruik van accommodaties naar de toekomst. Daarom is willen we eisen stellen aan het ledenaantal per soort vereniging. o

o

Voetbalverenigingen moeten minimaal 200 spelende leden hebben om voor een subsidie in aanmerking te komen. (Op basis van de ledenaantallen op 1 augustus 2020, valt er 1 vereniging onder deze grens). Tennisverenigingen moeten minimaal spelende 200 leden hebben om voor een subsidie in aanmerking te komen. (Op basis van de ledenaantallen op 1 augustus 2020, valt er 1 vereniging onder deze grens.)

6

o

o

Korfbalverenigingen moeten minimaal 100 spelende leden hebben om voor een subsidie in aanmerking te komen. (Op basis van de ledenaantallen op 1 augustus 2020, valt er 1 vereniging onder deze grens.) Muziekverenigingen/schutterijen moeten minimaal 30 spelende leden hebben om voor een subsidie in aanmerking te komen. (Op basis van de ledenaantallen op 1 augustus 2020, vallen er 3 verenigingen onder deze grens.)

Voordelen Minder investeringssubsidies gemeente Vitale verenigingen ondersteunen Stimuleren van kernaccommodaties

Nadelen Hoge kosten voor deel van verenigingen Ledenaantal wordt leidend

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9930080/2