CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Achtergrondinformatie kernkwaliteiten en vraagstukken S

Thema avond 4 maart 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Deel 1 Toelichting aanpak en doel (LOS stadomland)8.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Waar gaan we het in de omgevingsvisie over hebben?

Kernkwaliteiten De leefomgeving in onze gemeente heeft een aantal kwaliteiten waar we trots op zijn. In de kern zijn er steeds drie kwaliteiten die terugkomen in de analyses en interviews. Dat zijn het unieke landschap en erfgoed, de hechte en ondernemende samenleving en de gezonde en veilige leefomgeving. Dit zijn de kernkwaliteiten die we belangrijk vinden en in de Omgevingsvisie centraal willen zetten. Uniek landschap en erfgoed Onze gemeente maakt in z’n geheel onderdeel uit van de Gelderse Poort, een van de 20 Nationale Landschappen. Het landschap bestaat een rijke combinatie van agrarisch gebied, natuur en cultuurhistorie die uniek is in ons land. Van de uiterwaarden bij de Waal via de Ooijpolder naar de stuwwal, de heillingen bij Groesbeek richting het Reichswald in Duitsland. En in dat landschap liggen diverse dorpen met elk een eigen karakter. Zowel bewoners als bezoekers genieten hiervan. Met het Romeins verleden, de middeleeuwse elementen, de verhalen van de Tweede Wereldoorlog en wederopbouw, heeft Berg en Dal ook een zeer rijk cultuurhistorisch erfgoed. De overblijfselen van het Romeins Aquaduct zijn zelfs genomineerd als UNESCO werelderfgoed.

Hechte en ondernemende samenleving Tweede kernkwaliteit waar Berg en Dal in uitblinkt, is de ondernemersgeest en de sterke sociale banden. Onze gemeente bestaat uit een groot aantal dorpen met elk hun eigen karakter en hechte gemeenschap. De dorpen hebben een (omvang)rijk verenigingsleven, carnaval en de kermis zijn belangrijke jaarlijkse evenementen waar mensen samenkomen. Berg en Dal heeft veel ondernemers in allerlei sectoren die inspelen op de kansen van de unieke ligging en karakter van Berg en Dal. Zij zorgen voor werkgelegenheid en sponsoring van het verenigingsleven. De zorgeconomie is groot, mensen kijken naar elkaar om. Dat is kenmerkend voor de samenleving in Berg en Dal.

Tegelijkertijd staat het landschap en de cultuurhistorie onder druk. Ontwikkelingen zoals woningbouw, de energietransitie, recreatie en klimaatadaptatie vragen om extra ruimte waardoor het landschap aangetast kan worden. Om hierop te sturen hebben we als gemeente onlangs het Voorbeeldenboek vastgesteld. Dit is een belangrijk beleidskader om ervoor te zorgen dat nieuwe ontwikkelingen zorgvuldig in het landschap worden ingepast. Voor de langere termijn is het vooral van belang om de unieke kwaliteiten en de kansen die dat ook biedt, te behouden, te versterken en te benutten.

Gezonde en veilige leefomgeving Daarnaast is de leefomgeving in Berg en Dal relatief gezond en veilig. We hebben veel groen met diverse beweeg- en sportmogelijkheden. De lucht en bodem zijn relatief schoon. We ontvangen relatief weinig klachten van geluidsoverlast en het aantal (ernstige) verkeersongevallen is zeer beperkt. Met de komst van de Omgevingswet hebben we de kans om gezondheid en veiligheid nog explicieter in ruimtelijk beleid op te nemen. Belangrijk doel van de Omgevingsvisie is om het milieu voor de lange termijn gezond en veilig te houden. Dat gaan we doen door in de visie in ieder geval de vier ‘milieubeginselen’ te hanteren (artikel 3.3. Omgevingswet): • Voorzorg: het zoveel mogelijk voorkomen van activiteiten die negatief zijn voor het milieu. • Preventief handelen: het voorkomen van nadelige effecten door vooraf maatregelen te nemen. • Bestrijding aan de bron: het bestrijden van nadelige effecten (na)bij de activiteit zelf. • De vervuiler betaalt: degene die de nadelige effecten veroorzaakt zorgt voor het verhelpen ervan.

Romeins Aquaduct

Stuwwal Bekken van Groesbeek Waal

Thornse Molen

Ooijpolder

De Bruuk

Reichswald Duitsland

Kernkwaliteit

Uniek landschap en erfgoed

Het Louisedal, onderdeel van het Romeinse Aquaduct.

De Thornse molen. Oorspronkelijk uit de vijftiende eeuw. In de Tweede Wereldoorlog verwoest en in 2015 herbouwd met nu een restaurant.

Berg en Dal maakt onderdeel uit van Geldersche Poort, een van de 20 Nationale Landschappen (bron: PBL)

Voorbeeldenboek Voor ruimtelijke initiatieven in het buitengebied van gemeente Berg en Dal

Voorbeeldenboek: toetsingskader voor landschappelijke inpassing van nieuwe ontwikkelingen (bron: Bosch en Slabbers)

Kernkwaliteit

Hechte en Ondernemende samenleving

Hoog aandeel vrijwilligers (bron: GGD Gelderland-Zuid, cijfers wijken en buurten SMAP)

Bedrijvendag Scheepswerf. Het bedrijfsleven is belangrijk voor sponsoring van het lokale verenigingsleven.

Carnaval: belangrijk evenement voor de lokale gemeenschap.

Fors groei van het aantal bedrijven tussen 2010 en 2019 in de gemeente Berg en Dal (bron: PWE 2019, Provincie Gelderland)

Kernkwaliteit

Gezonde en veilige leefomgeving Weinig verkeersongevallen In Berg en Dal (bron: bestand geregistreerde ongevallen in Nederland)

Roet concentratie: relatief schone lucht (bron: Atlas voor de Leefomgeving)

Berg en Dal Landelijk

4,0 7,5

Vele wandel- en fietsroutes in een uitdagend landschap

Thema’s met vraagstukken De vraagstukken voor de 12 thema’s die we in de volgende fase samen met onze inwoners, ondernemers en partners willen gaan onderzoeken

Sporten, spelen en bewegen Inclusief en gezond samenleven Ruimte voor wonen Energie van de toekomst Onze bodem en waterhuishouding Vitale landbouwgebieden Robuuste ecosystemen Toerisme en recreatie Historisch Berg en Dal Werken en ondernemen Hart voor de dorpscentra Overal goed bereikbaar

Hoe kunnen we sturen op een betere spreiding van kwetsbare groepen en de voor hen benodigde voorzieningen?

Welke doelgroepen, functies, activiteiten en combinaties zijn kansrijk en wenselijk voor een breder gebruik van de sportaccommodaties?

Hoe kunnen we de opbrengsten van duurzame energie inzetten voor de maatschappelijke en economische ontwikkeling van de dorpen?

Hoe kunnen we woningbouw op inbreidingslocaties versnellen en welke mogelijkheden zijn er om hier als gemeente een bijdrage aan te leveren?

Welke aspecten zijn van belang voor gezonde en veilige wijken waar ruimte is voor iedereen en hoe bereiken we dat?

Hoe zorgen we ervoor dat de makkelijke keuze de gezonde keuze wordt in de dagelijkse verplaatsingen van inwoners?

Wat zijn de kansen en bedreigingen van windenergie in onze gemeente en hoe gaan we daarmee om?

Zijn er uitbreidingslocaties te vinden die eventueel in aanmerking kunnen komen voor woningbouw en zo ja, onder welke voorwaarden?

Hoe zorgen we in de wijken vooreen goede balans tussen klimaatadaptie en behoud van bereikbaarheid en parkeren?

Wat is er nodig in de leefomgeving om de jeugd nog meer naar buiten en aan het bewegen te krijgen?

Is het mogelijk om kleine energieprojecten op een (landschappelijk) verantwoorde manier sneller mogelijk te maken?

Hoe kunnen we met ons woningbouwbeleid sturen op een evenwichtige bevolkingsopbouw en het voorkomen van krimp in de dorpen?

Aan welke nieuwe woonvormen is behoefte, wat zijn geschikte locaties en hoe kunnen we de ontwikkeling stimuleren?

Vanuit welke economische sectoren is behoefte aan nieuwe vestigingslocaties en welke vestigingscriteria zijn voor hen belangrijk?

Wat zijn de mogelijkheden voor de opslag van energie zodat netinstabiliteit kan worden voorkomen?

Hoe zorgen we voor voldoende en passende huisvesting voor arbeidsmigranten?

Waar in onze gemeente is winst te halen in een betere luchtkwaliteit en het voorkomen geluidsoverlast en wat is daarvoor nodig?

Aan welk type werkgelegenheid is vanuit onze beroepsbevolking extra behoefte en hoe kunnen we daar in onze lokale economie voor zorgen?

Wat zijn de (koppel)kansen van de warmtetransitie om de omgevingskwaliteit in de woonwijken te vergroten?

Hoe gaan we om met bebouwing en landschapselementen die we cultuurhistorisch waardevol vinden maar nu geen beschermde status hebben?

Welke mogelijkheden zijn er om de grote natuurgebieden en ecosystemen verder te versterken en beter met elkaar te verbinden?

Wat zijn de kansen en mogelijkheden om onze economie circulair te maken?

Hoe zorgen we voor een goede balans tussen de kwaliteit van de bodem en het gebruik ervan voor nieuwe ontwikkelingen?

Welke verhalen vertellen de cultuurhistorische elementen en hoe kunnen we die koppelen aan economische en maatschappelijke ambities?

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de natuurlijke ‘groenblauwe’ dooradering van landbouwgebieden wordt vergroot?

Hoe kunnen we ervoor zorgen voor verduurzaming en verhoging van dee ruimtelijke kwaliteit van de bedrijventerreinen?

Hoe kunnen we hemelwater zo lang mogelijk vasthouden om wateroverlast te voorkomen en de kwelstromen vanuit de stuwwal te beschermen?

Wat betekent het voor onze gemeente dat binnenkort een deel van ons landschap UNESCO werelderfgoed is en welke kansen biedt het?

Welke mogelijkheden zijn er voor vergroening en meer biodiversiteit in de bebouwde omgeving? Wat is nodig voor natuurinclusieve dorpen?

Waar en hoe kunnen we het beste ruimte bieden aan welke vormen van landbouw en onder welke voorwaarden?

Wat is ervoor nodig om overstromingsgevaar tot een minimum te beperken en tegelijk de grondwaterstand in de polder op peil te houden?

Hoe zorgen we ervoor dat buslijnen sneller en efficiënter worden en tegelijk voldoende bereikbaar blijven voor alle bevolkingsgroepen?

Welke deelgebieden zijn geschikt voor welke intensiteit en type van recreatie en toerisme? En onder welke voorwaarden?

Hoe zorgen we voor een natuur- en landschapsinclusieve landbouw en wat kunnen we daar als gemeenschap aan bijdragen?

Waar moeten dorpscentra minimaal aan voldoen en welke nieuwe functies zijn kansrijk om de centrumgebieden vitaal te houden?

Hoe zorgen we voor veilige en aangename routes voor alle verkeersdeelnemers en wandelaars en fietsers in het bijzonder?

Wat is er nodig om Berg en Dal verder te ontwikkelen als toeristischrecreatieve ‘Green Destination’?

Welke functies vinden we wenselijk voor hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing en percelen en onder welke voorwaarden?

Wat is ervoor nodig om de ontmoetingsfunctie van de dorpscentra voor de lokale bewoners te vergroten?

Welke mogelijkheden zijn er om de overlast van parkeren bij toeristische trekpleisters te verminderen?

Welke mogelijkheden zijn er om de kwaliteit van de vakantieparken te verhogen en beter te laten aansluiten bij ons gewenste toeristische profiel?

Wat zijn de kansen van lokale voedselkringlopen voor ondernemers en toerisme en hoe kunnen we deze stimuleren?

Hoe kunnen we de beeldbepalende panden in de dorpscentra die vrijkomen inzetten voor versterking van de centrumgebieden?

Welke aspecten zijn van belang om tot een zorgvuldige inpassing te komen van voorzieningen voor de digitale bereikbaarheid?

Thema met vraagstukken

Sporten, Spelen en Bewegen

Trends Berg en Dal heeft een groot en actief verenigingsleven en veel sportverenigingen. Met name het voetbal in Groesbeek is bekend. De sportverenigingen zijn erg belangrijk voor de sociale cohesie en de gezondheid van de bevolking. Wel neemt het aantal leden van veel verenigingen structureel af. Dit komt onder andere door vergrijzing en ontgroening van de bevolking. Gevolg van het afnemende ledenaantallen is dat het steeds lastiger wordt om voor een kleiner ledenaantal een volwaardige accommodatie te behouden. Ook is het lastiger om voldoende vrijwilligers te vinden om de verenigingen draaiende te houden. Terwijl het sporten in groepsverband afneemt, neemt het individueel sporten in de openbare ruimte juist toe. Steeds meer mensen gaan wandelen, hardlopen, fietsen of mountainbiken in de omgeving. Dit is het gevolg van de individualisering van de samenleving en de toenemende aandacht voor een gezonde levensstijl. Jongeren en kinderen bewegen steeds minder. Dat leidt tot grotere kans op fysieke (o.a. obesitas) en psychische (o.a. depressie) klachten.

Bestaand beleid In 2020 heeft de gemeente Berg en Dal samen met diverse partners het Sport- en Beweegakkoord gesloten. Hierin staat het belang van sporten en bewegen voor een fit, gezond en gelukkig leven voorop. De doelstelling van het akkoord is om het bewegen en sporten in de gemeente zoveel mogelijk te stimuleren en te faciliteren. Het bevat 14 ambities die zijn onderverdeeld in de volgende vier thema’s: • Inclusief sporten • Vitale sportaanbieders • Duurzame sportomgeving • Actief en betrokken Het thema duurzame sportomgeving heeft een duidelijke ruimtelijke component waar we in de omgevingsvisie verder op kunnen voortbouwen. Binnen dit thema zijn de volgende ambities benoemd: • Het stimuleren van een breder multifunctioneel gebruik van sportaccommodaties door functies, doelgroepen en activiteiten te combineren. • Het aantrekkelijker maken van de openbare ruimte die uitnodigt tot activiteit: dichtbij, toegankelijk en veilig. Het komend jaar gaan we aan de slag met het accommodatiebeleid. Daarin gaan we op zoek naar een goede afstemming tussen de vraag en het aanbod van sportaccommodaties per dorp.

Vraagstuk De sportaccommodaties staan onder druk door het afnemende aantal leden en vrijwilligers. Tegelijk zijn ze erg belangrijk voor het stimuleren van beweging en ontmoeting. Een fusie van verenigingen en het verbreden van het gebruik zijn mogelijke oplossingen om de basis voor accommodaties te versterken en het voortbestaan te garanderen. Vraagstuk Speerpunt in het beleid is een openbare ruimte die uitnodigt tot beweging. De mogelijkheden om te sporten en recreëren zijn al best goed op orde. Er zijn veel lokale ommetjes, wandel- en fietsmogelijkheden.

Vraagstuk We constateren dat de jeugd en jongeren steeds minder bewegen, ook in de gemeente Berg en Dal. Terwijl dat wel belangrijk is voor de ontwikkeling van lichaam en geest.

Welke doelgroepen, functies, activiteiten en combinaties zijn kansrijk en wenselijk voor een breder gebruik van de sportaccommodaties?

Hoe zorgen we ervoor dat de makkelijke keuze de gezonde keuze wordt in de dagelijkse verplaatsingen van inwoners?

Wat is er nodig in de leefomgeving om de jeugd nog meer naar buiten en aan het bewegen te krijgen?

Thema met vraagstukken

Sporten, Spelen en Bewegen

Bewegen onder jongeren neemt structureel af (bron: Gezondheidsmonitor Jeugd GGD Gelderland-Zuid)

Relatie weinig inwoners voldoen aan beweegrichtlijn in verhouding tot omliggende gebieden (bron: Atlas voor de Leefomgeving)

Overzicht van de huidige sportaccommodaties en routes die vooral door lokale inwoners worden gebruikt.

Thema met vraagstukken

Inclusief en Gezond Samenleven

Trends Door de toenemende vergrijzing neemt de druk op de zorg en zorgbudgetten toe. Landelijk beleid is extramuralisering in de zorg. Dit betekent dat zorgbehoevenden zo lang mogelijk in de eigen woning en omgeving blijven wonen en daar de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Dat kan zijn van zorgaanbieders of meer in de persoonlijke sfeer. Zo is te zien dat de behoefte aan mantelzorg toeneemt. Het zoveel mogelijk thuis wonen geldt niet alleen voor ouderen, maar ook voor mensen met een beperking of psychische kwetsbaarheid. Zij wonen steeds vaker midden in een woonwijk en krijgen daar de benodigde begeleiding. Omdat zij vaak op sociale huurwoningen zijn aangewezen die in bepaalde wijken geconcentreerd zijn, is er een concentratie gaande van kwetsbare personen in bepaalde wijken. Dit leidt in deze wijken soms tot incidenten en overlast. Tegelijk zien we een trend van voortschrijdende individualisering en toename van eenpersoonshuishoudens. De kans op eenzaamheid neemt toe, zeker ook omdat ouderen langer thuis wonen.

Bestaand beleid In 2017 hebben we als gemeente Berg en Dal beleidsregels opgesteld om mantelzorgwoningen makkelijker mogelijk te maken. Daarnaast hebben we in het Beleidskader Sociaal domein (2018) de volgende missie bepaald: “Iedereen doet ertoe en doet mee in vitale en betrokken gemeenschappen”. We gaan uit van positieve gezondheid, een brede benadering waarin het gaat om het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan en zelf regie te voeren over hun leven. Om daar invulling aan te geven wordt in het Beleidskader Sociaal Domein ingezet op zorg die toegankelijk en betaalbaar is en een prettige woonomgeving voor mensen met een zorgvraag. Dat willen we bereiken door te zorgen voor de juiste voorzieningen en ondersteuning in de wijken en dorpen. Daarnaast stimuleren en faciliteren we dat inwoners in de wijken elkaar helpen. We zien dat er in de samenleving veel goede initiatieven zijn en dat de maatschappelijke betrokkenheid groot is. Dat willen we als gemeente waar het kan faciliteren en stimuleren. In het Actieplan Wonen (2020) hebben we opgenomen dat we positief staan tegenover de ontwikkeling van nieuwe (gezamenlijke) woonconcepten en levensloopbestendige woningen.

Vraagstuk Het beleid is inwoners met een zorgvraag zoveel mogelijk midden in de wijken te laten wonen. In de praktijk ontstaat een concentratie van kwetsbare groepen met soms incidenten tot gevolg. Vraagstuk Door de groei van kwetsbare groepen in de wijken neemt het belang van een gezonde en veilige openbare ruimte verder toe. Het gaat om het voorkomen van hittestress, toegankelijkheid, veiligheid en ruimte voor ontmoeting.

Hoe kunnen we sturen op een betere spreiding van kwetsbare groepen en de voor hen benodigde voorzieningen?

Welke aspecten zijn van belang voor gezonde en veilige wijken waar ruimte is voor iedereen en hoe bereiken we dat?

Vraagstuk In de woonwijken is toenemende ruimte nodig voor groen en waterberging om hittestress en wateroverlast te voorkomen. Hiervoor is extra ruimte nodig die nu is gebruik is voor verkeer en parkeren.

Hoe zorgen we in de wijken vooreen goede balans tussen klimaatadaptatie en behoud van bereikbaarheid en parkeren?

Vraagstuk Nieuwe woonvormen (levensloopbestendig, mantelzorg, gemeenschappelijk wonen) bieden kansen voor het verhogen van onderling contact, zelfredzaamheid en langer thuis blijven wonen.

Aan welke nieuwe woonvormen is behoefte, wat zijn geschikte locaties en hoe kunnen we de ontwikkeling stimuleren?

Vraagstuk De luchtkwaliteit in onze gemeente is over het algemeen goed en we ontvangen relatief weinig klachten van geluidsoverlast. Er kunnen specifieke plekken of situaties zijn waar nog gezondheidswinst is te halen.

Waar in onze gemeente is winst te halen in een betere luchtkwaliteit en het voorkomen geluidsoverlast en wat is daarvoor nodig?

Thema met vraagstukken

Inclusief en Gezond Samenleven

Hittestress kan vooral in Groesbeek en Millingen aan de Rijn voorkomen. Met name voor ouderen die steeds langer in de woonwijken blijven wonen, is dat een potentieel gezondheidsrisico (bron: Atlas voor de Leefomgeving)

Sociale huur in een aantal wijken van de grotere kernen geconcentreerd (bron: gemeente Berg en Dal)

Thema met vraagstukken

Ruimte voor Wonen

Trends In Nederland hebben we een structureel tekort aan woningen. De druk op de woningmarkt is ook duidelijk voelbaar in Berg en Dal. De nabijheid van de stad Nijmegen in combinatie met het vele groen en het aantrekkelijke landschap is voor veel bevolkingsgroepen een aantrekkelijk woonmilieu. Vanuit Nijmegen en elders in de regio merken we een toenemende vraag naar woningen in onze gemeente. Deels gaat het om gezinnen die de stad verlaten en behoefte hebben aan rust en ruimte. Recent neemt ook de trek vanuit de Randstad naar andere delen in het land toe, onder andere door de coronapandemie. De nabijheid van het werk is minder belangrijk geworden en er is behoefte aan ruimte en groen. Verder is er vooral behoefte aan betaalbare woningen. Met name voor ouderen en jongeren/starters. Bij de doorstroom van ouderen naar kleinere wooneenheden komen er ook voor gezinnen woningen vrij. Voor de jongere bevolkingsgroepen is een betaalbare koopen huurwoning erg lastig te vinden. Dit kan ertoe leiden dat ze hun dorp verlaren, terwijl ze daar eigenlijk wel zouden willen blijven wonen.

Bestaand beleid In 2020 hebben we als gemeente Berg en Dal regionaal afspraken gemaakt over hoe we samen invulling gaan geven aan de behoefte op de woningmarkt. Daarnaast hebben we recent ons eigen Actieplan Wonen (2020) opgesteld. De belangrijkste uitgangspunten in ons woonbeleid zijn: • Het toevoegen van 1.200 woningen in de periode tot 2030 • In grotere plannen minstens 30% sociale huur en 20% betaalbare koop/middenhuur • De focus ligt op woningen voor eenpersoonshuishoudens en levensloopbestendige woningen. • We richten ons vooral op woningbouw in de grotere kernen. • Inbreiding gaat voor uitbreiding. We kijken alleen naar uitbreiding als inbreiding niet voldoende ruimte geeft om in de behoefte te voorzien en er een bepaalde urgentie is. • Als gemeente nemen we een actieve rol. We denk mee met ontwikkelaars en grondeigenaren en faciliteren waar we kunnen. • Voldoende (sociale huur)woningen voor specifieke doelgroepen zoals statushouders, spoedzoekers en arbeidsmigranten.

Vraagstuk De komende jaren komt veel vastgoed vrij (o.a. vrijkomende retaillocaties, sport- en zorgcomplexen). De druk op de woningmarkt en focus op inbreiding biedt de kans om verpaupering te voorkomen en tot stedenbouwkundige verbeteringen te komen. Tegelijk zorgt de focus op inbreiding voor versnipperde projecten en lange, ingewikkelde processen. Vraagstuk Het wordt een flinke uitdaging om de woningbouwopgave te halen met alleen inbreidingslocaties. En dan komt toch de vraag weer aan de orde of, waar en wanneer woningbouw op uitbreidingslocaties gewenst is, bijvoorbeeld aan de randen van de dorpen. Vraagstuk De afgelopen jaren werd uitgegaan van bevolkingskrimp. Gelet op de trends is het onzeker of en wanneer krimp gaat optreden. De grote woningbehoefte is een kans om kernen te laten groeien en zo voorzieningen in stand te houden. Vraagstuk De laatste jaren zien we een toename van het aantal arbeidsmigranten. Dit zijn mensen vooral afkomstig uit Oost-Europa die hier een tijdje verblijven om te werken en dan teruggaan naar land van herkomst.

Hoe kunnen we woningbouw op inbreidingslocaties versnellen en welke mogelijkheden zijn er om hier als gemeente een bijdrage aan te leveren?

Zijn er uitbreidingslocaties te vinden die eventueel in aanmerking kunnen komen voor woningbouw en zo ja, onder welke voorwaarden?

Hoe kunnen we met ons woningbouwbeleid sturen op een evenwichtige bevolkingsopbouw en het voorkomen van krimp in de dorpen?

Hoe zorgen we voor voldoende en passende huisvesting voor arbeidsmigranten?

Thema met vraagstukken

Ruimte voor Wonen

Ontwikkeling van de bevolking per kern in de afgelopen 5 jaar. Alleen krimp in de kleinste kernen (bron: gemeente Berg en Dal)

Mogelijke woningbouwlocaties in de gemeente Berg en Dal. Veel kleine inbreidingslocaties in vooral Groesbeek. En enkele grotere locaties dichter bij Nijmegen (bron: gemeente Berg en Dal)

Thema met vraagstukken

Energie van de Toekomst

Trends Door de enorme toename van CO2 in de atmosfeer warmt de aarde op. Dit heeft structurele gevolgen voor ons klimaat. We hebben op sommige momenten te maken met teveel, en op andere momenten juist met te weinig neerslag. Hevige piekbuien kunnen op sommige plekken in ons heuvelachtige landschap leiden tot wateroverlast in de kernen. De zomers worden steeds juist steeds heter en droger. Dat leidt tot hittestress en, zeker in combinatie met een lagere waterstand in de Waal, tot een lagere grondwaterstand en problemen voor zowel landbouw als natuur. In 2015 zijn in het Parijsakkoord internationale afspraken gemaakt over de reductie van CO2. In Nederland zijn de doelen vastgelegd in de Klimaatwet en maatregelen bepaald in het Klimaatakkoord. Doel is om de CO2-uitstoot sterk te verminderen: in 2030 met 49% ten opzichte van 1990 en in 2050 met 95%. Eén van de afspraken is dat elke regio zijn eigen Regionale Energiestrategie (RES) opstelt. Daarin wordt onderzocht waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. Maar ook welke warmtebronnen te gebruiken zijn zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen. Berg en Dal is onderdeel van de regio Arnhem - Nijmegen waarvoor de RES wordt opgesteld die elke twee jaar geactualiseerd zal worden.

Bestaand beleid De gemeente Berg en Dal heeft de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. In het coalitieakkoord zijn de ambities benoemd. Onze gemeentelijke doelen zijn: • 16% duurzame energie in 2023 • 55% CO2 reductie in 2030 • Klimaatneutraal in 2040 of in ieder geval in 2050 Om hier invulling aan te geven hebben we in 2018 het Actieplan Duurzaamheid opgesteld met de pijlers aardgasvrij wonen, duurzame mobiliteit, circulaire economie en klimaatadaptatie. In 2019 hebben we onze visie ontwikkeld op de ruimtelijke inpassing van duurzame energie met de volgende uitgangspunten: • Doelen behalen met alleen zonnevelden • Twee zoekgebieden (ten oosten van Wylerbaan en tussen Leuth en Millingen aan de Rijn) en enkele specifieke locaties • Voorwaarden voor energieprojecten zijn een goede landelijke en ecologische inpassing, participatie en het delen in opbrengsten). Deze uitgangspunten zijn opgenomen in de RES. Verder zijn we onlangs gestart met de transitievisie warmte. Daarin onderzoeken we de mogelijkheden voor het aardgasvrij maken van onze gemeente. In de gemeente lopen diverse projecten voor zonne energie. Er is discussie over de impact hiervan op het landschap. Onlangs is in de raad daarom de discussie over windmolens opnieuw geopend.

Vraagstuk In de gemeente lopen diverse projecten voor zonne energie. Er is discussie over de schaal en impact ervan op het landschap. De energietransitie wordt vaak als bedreiging gezien maar kan ook kansen opleveren voor bewoners en de omgeving. Vraagstuk We zetten in ons beleid nu in op zonne energie. Onlangs is in de raad de discussie over windmolens opnieuw geopend. Vraagstuk We zetten in op clustering van zonne energie om versnippering in ons landschap te voorkomen. Tegelijk dragen kleine projecten (<2 Ha) bij aan de doelen, maar komen ze soms lastig van de grond (o.a. welstand, natuur, landschap of planologische regels). Vraagstuk Knelpunt bij het realiseren van duurzame energie is de beperkte capaciteit van het netwerk. Hierdoor kan netinstabiliteit ontstaan. Om dit te voorkomen hebben we opslagcapaciteit nodig. Vraagstuk We zijn gestart met de transitievisie warmte. De visie geeft richting aan het aardgasvrij maken van onze gemeente en loopt deels parallel aan de Omgevingsvisie.

Hoe kunnen we de opbrengsten van duurzame energie inzetten voor de maatschappelijke en economische ontwikkeling van de dorpen?

Wat zijn de kansen en bedreigingen van windenergie in onze gemeente en hoe gaan we daarmee om?

Is het mogelijk om kleine energieprojecten op een (landschappelijk) verantwoorde manier sneller mogelijk te maken?

Wat de mogelijkheden voor de opslag van energie zodat netinstabiliteit kan worden voorkomen?

Wat zijn de (koppel)kansen van de warmtetransitie om de omgevingskwaliteit in de woonwijken te vergroten?

Thema met vraagstukken

Energie van de Toekomst Het duurzaamheidscafé van Berg en Dal. Samen op zoek naar mogelijkheden voor de energietransitie (bron: gemeente Berg en Dal).

De ruimtelijke visie voor inpassing van duurzame energie. Dit beleid is recent vastgesteld en vormt een uitgangspunt voor de omgevingsvisie waarin we een aantal onderdelen nader gaan onderzoeken (bron: gemeente Berg en Dal)

Thema’s in het Actieplan Duurzaamheid (bron: gemeente Berg en Dal)

Thema met vraagstukken

Onze Bodem en Waterhuishouding

Trends Door de toename van CO2 in de atmosfeer warmt de aarde op. Gevolg is dat we nu al te maken hebben met extreme weer. Enerzijds neemt het aantal hevige piekbuien toe, die in ons heuvelachtige landschap op sommige plekken leiden tot erosie en wateroverlast in de dorpen. Anderzijds worden de zomers heter en droger. Gevolg is een lagere grondwaterstand en dat leidt tot problemen voor de natuur en landbouw. In combinatie van de lagere waterstand van de Waal leidt dat in de polder op sommige plekken tot bodemverzakking. De stuwwal heeft voor de hele regio en onze gemeente een belangrijke functie als ‘blauwe motor’. Het waterbergend vermogen is groot en via kwelstromen zorgt dat voor vernatting van zowel de polder als het gebied bij De Bruuk. Deze functie als blauwe motor staat onder druk door de toenemende droogte, de afname van infiltratie door verstening en de toenemende wateronttrekking (o.a. voor drinkwater en de landbouw). Afgezien van de waterhuishouding staat de kwaliteit van de bodem in ons land als geheel ook onder druk. We hebben in Berg en Dal een relatief gezonde bodemkwaliteit maar de bodem vraagt wel om specifieke aandacht. Met de Omgevingswet worden we als gemeenten bevoegd gezag voor de (chemische) kwaliteit van bodem en ondergrond. Provincies dragen de taken en bevoegdheden over aan gemeenten.

Bestaand beleid In 2012 hebben we met andere gemeenten in de regio de Nota Bodembeheer opgesteld. Daarin wordt ingezet op een duurzaam bodembeheer door balans te zoeken tussen bescherming van de bodemkwaliteit en ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. De nota biedt een beleidskader voor grondverzet en hoe om te gaan met bodemverontreiniging. In 2020 is de bodemkwaliteitskaart geactualiseerd. In 2019 is op regionaal niveau de Regionale Adaptatie Strategie opgesteld voor de regio Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal. Samen met de samenwerkingspartners zetten we ons als gemeente Berg en Dal in om het liefst in 2035 maar in ieder geval in 2050, klimaatbestendig te zijn. Dat betekent dat mensen in deze regio veilig en prettig kunnen wonen, werken en recreëren, dat wateroverlast als gevolg van extreme regenbuien tot een minimum is beperkt en dat langdurige droogte niet meer leidt tot problemen voor natuur, landbouw en verkeer.

Vraagstuk De kwaliteit van de bodem is in onze gemeente over het algemeen relatief goed. Wel komt het voor dat bij nieuwe ontwikkelingen onvoldoende rekening wordt gehouden met de kenmerken en kwaliteit van de bodem en ondergrond. Vraagstuk De stuwwal heeft een belangrijke functie als ‘blauwe motor’ voor de regio maar deze functie staat ook onder druk door droogte, waterwinning en verstening. Bij piekbuien wordt het water juist te snel afgevoerd waardoor wateroverlast en erosie kan ontstaan.

Vraagstuk Het waterpeil van de Waal is steeds grilliger. Structureel is het waterpeil lager en soms hebben we te maken met pieken. De lagere waterstand leidt tot in de polder tot problemen voor de natuur en landbouw en leidt op sommige plekken tot bodemverzakking.

Hoe zorgen we voor een goede balans tussen de kwaliteit van de bodem en het gebruik ervan voor nieuwe ontwikkelingen?

Hoe kunnen we hemelwater zo lang mogelijk vasthouden om wateroverlast te voorkomen en de kwelstromen vanuit de stuwwal te beschermen?

Wat is ervoor nodig om overstromingsgevaar tot een minimum te beperken en tegelijk de grondwaterstand in de polder op peil te houden?

Thema met vraagstukken

Onze Bodem en Waterhuishouding Gedetailleerde bodemkaart laat de diversiteit in bodemtype goed zien (bron: Atlas voor de Leefomgeving)

Waterdiepte bij regenval. Hoe blauwer hoe dieper. De vollopende droogdalen die bij hevige regen vollopen en tot overlast kunnen leiden, zijn goed te zien (bron: Atlas voor de Leefomgeving)

Waterbergend vermogen: hoe groener hoe groter vermogen. De functie van de stuwwal als ‘blauwe motor’ is goed te zien (bron: Atlas voor de Leefomgeving).

Kwel (blauw) en infiltratie (oranje). Vanuit de stuwwal komt kwel omhoog in de polder en in de omgeving van natuurgebied De Bruuk (bron: Atlas voor de Leefomgeving).

Thema met vraagstukken

Vitale Landbouwgebieden

Trends Onze productieve landbouwsector botst steeds vaker met maatschappelijke waarden en het milieu. Het dominante systeem van voedselproductie stimuleert boeren tot schaalvergroting en zo efficiënt mogelijk te werken. Dit heeft vaak nadelige gevolgen voor het landschap, de biodiversiteit en de bodem. In de sector is een langzame ontwikkeling gaande naar integratie van efficiënt werken met duurzaam werken waarin rekening gehouden wordt met de natuur, dierenwelzijn, bodemkwaliteit, gezondheid en circulariteit. Voor de lange termijn hebben boeren op hoofdlijnen de volgende bedrijfsstrategieën mogelijk: • Blijven richten op de wereldmarkt door efficiëntie en schaalvergroting • Verbreding van het bedrijf met andere functies en activiteiten • Specialisatie naar bijvoorbeeld lokale of biologische producten. • Stoppen van het bedrijf Het aantal boeren dat stopt neemt toe, mede doordat marges onder grote druk staan of er geen opvolger is. Dit is ook het geval in Berg en Dal. Het aantal agrarische bedrijven daalt al jaren en deze trend zal de komende periode verder doorzetten. Tegelijkertijd ontstaan alternatieve, kleinschaliger vormen van landbouw (denk aan Herenboeren of voedselbossen).

Bestaand beleid In de afgelopen jaren zijn diverse notities opgesteld die ingaan op trend van vrijkomende agrarische bebouwing en functieveranderingen in het buitengebied (in 2007 in de regio en in 2013 in de toenmalige gemeente Ubbergen). Daarin is opgenomen onder welke voorwaarden hergebruik en functiewijzigingen mogelijk zijn. Heel recent (2020) hebben we in Berg en Dal het Voorbeeldenboek voor initiatieven in het buitegenbied opgesteld. Dat is een belangrijk sturingsinstrument voor de landschappelijke inpassing en vormgeving van nieuwe initiatieven en functies in het buitengebied. Hierin gaat het ook om wijziging en toevoeging van functies als wonen, werken of een camping. Daarnaast zijn we recent, onder leiding van de Radboud Universiteit, gestart met het project Living Lab in de Ooijpolder. Dit project richt zich op het herstel van de biodiversiteit door de samenwerking te zoeken met lokale partijen en boeren. Centraal staan twee opgaven, waaronder de ontwikkeling van een natuurinclusieve landbouw.

Vraagstuk De boeren zijn bepalend voor de inrichting van ons landschap en hebben een belangrijke rol in het beheer ervan. Tegelijk zien we dat sommige boeren willen uitbreiden, anderen gaan stoppen en er nieuwe vormen van landbouw ontstaan. Vraagstuk De boeren zijn bepalend voor de inrichting van ons landschap en hebben een belangrijke rol in het beheer ervan. Daarmee hebben ze ook grote invloed op de biodiversiteit en de vitaliteit van lokale ecosystemen. Vraagstuk Met het Voorbeeldenboek hebben we actueel beleid voor het sturen op een goede ruimtelijke inpassing van nieuwe initiatieven in het buitengebied. Vraag die blijft is welke functies (wonen, werken, recreatie) in welke gebieden gewenst zijn, mede ook gelet op de verwachte toename vrijkomende bebouwing. Vraagstuk Lokaal geteelde producten worden steeds populairder. We zien ook nieuwe initiatieven in de landbouw die gericht zijn op lokale voedselkringlopen.

Waar en hoe kunnen we het beste ruimte bieden aan welke vormen van landbouw en onder welke voorwaarden?

Hoe zorgen we voor een natuur- en landschapsinclusieve landbouw en wat kunnen we daar als gemeenschap aan bijdragen?

Welke functies vinden we wenselijk voor hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing en percelen en onder welke voorwaarden?

Wat zijn de kansen van lokale voedselkringlopen voor ondernemers en toerisme en hoe kunnen we deze stimuleren?

Thema met vraagstukken

Agrarische percelen in de gemeente Berg en Dal. Vooral in de polder en ten noorden van Groesbeek zijn de grotere boerenbedrijven gevestigd (bron: Atlas voor de Leefomgeving)

Vitale Landbouwgebieden

Het aantal boerenbedrijven daalt al jaren in de gemeente Berg en Dal (bron: PWE 2019 Provincie Gelderland)

In het project Living Lab staan twee opgaven centraal, waaronder natuurinclusieve landbouw (bron: RU en NWA)

Thema met vraagstukken

Robuuste Ecosystemen

Trends De biodiversiteit neemt de laatste jaren in rap tempo af. Zowel het aantal soorten als de totale hoeveelheid flora en fauna. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de natuur maar ook voor onze voedselvoorziening. Bijen zijn nodig om onze gewassen te bestuiven. Daarnaast is een hoge mate van biodiversiteit van belang voor het tegengaan van plagen, ziekten en neemt de kans op bosbranden af als de variatie aan boomsoorten groter is. Een hoge biodiversiteit heeft ook een bepaalde belevingswaarde. Zo leven er in de Ooijpolder diverse zeldzame soorten waar veel mensen van genieten. Tegelijk zien we dat de natuur ook snel kan herstellen. We zien dat natuurontwikkelingsprojecten in onze gemeente en elders in het land substantieel hebben geleid tot meer biodiversiteit. De landschapsprojecten in de Ooijpolder van de afgelopen decennia hebben zeker vruchten afgeworpen en geleid tot een gevarieerder landschap en natuur.

Bestaand beleid In 2015 hebben we het Landschapsontwikkelingsplan opgesteld waarin we ook veel aandacht hebben voor biodiversiteit en natuur. We zetten in op het verhogen van de biodiversiteit, de ontwikkeling van de natuurgebieden en onderlinge verbinding ervan,. Daarnaast zijn we recent, onder leiding van de Radboud Universiteit, gestart met het project Living Lab in de Ooijpolder. Dit project richt zich op het herstel van de biodiversiteit door de samenwerking te zoeken met lokale partijen en boeren. Centraal staan twee opgaven, waaronder het uitbreiden van de landschappelijke elementen langs agrarische percelen zodat flora en fauna meer ruimte krijgen en zich makkelijker door het gebied kunnen bewegen.

Vraagstuk We hebben drie omvangrijke gebieden die behoren tot Natura2000 en het Gelders natuurnetwerk: de Ooijpolder, stuwwalbossen en De Bruuk. Deze zijn nu matig met elkaar verbonden waardoor maar beperkt uitwisseling kan plaats vinden van flora en fauna.

Vraagstuk Doelstelling van het project Living Lab in de Ooijpolder is herstel van de biodiversiteit, in samenwerking met de lokale boeren, door onder andere landschapselementen toe te voegen en daarmee de groenblauwe dooradering van het gebied te vergroten.

Vraagstuk Een aantal wijken in de grotere kernen zijn stenig en het groen dat aanwezig is heeft een lage natuurwaarde (beperkte soortendichtheid) en daardoor ook een lage belevingswaarde. Meer kwalitatief groen leidt ook tot minder kans op hittestress en een hogere algemene waardering van de wijk.

Welke mogelijkheden zijn er om de grote natuurgebieden en ecosystemen verder te versterken en beter met elkaar te verbinden?

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de natuurlijke ‘groenblauwe’ dooradering van landbouwgebieden wordt vergroot?

Welke mogelijkheden zijn er voor vergroening en meer biodiversiteit in de bebouwde omgeving? Wat is nodig voor natuurinclusieve dorpen?

Thema met vraagstukken

Robuuste Ecosystemen Fragment van de kaart waarop bomen en struiken te zien zijn. In sommige delen van Groesbeek is momenteel weinig groen aanwezig (bron: Atlas voor de Leefomgeving)

De natuurgebieden in onze gemeente. De drie grote gebieden (Ooijpolder, stuwwalbossen en De Bruuk) zijn nu matig met elkaar verbonden (bron: Atlas voor de Leefomgeving). In het project Living Lab staan twee opgaven centraal, waaronder herstel van landschapselementen ter verhoging van de biodiversiteit (bron: RU en NWA)

Thema met vraagstukken

Toerisme en Recreatie

Trends Het binnenlands recreatie en toerisme groeit. Naast de grote steden zijn buitengebieden populair om in een aantrekkelijk groen decor te recreëren en ontspannen. De coronapandemie heeft die trend versterkt. Natuurgebieden worden steeds drukker. Ook onze gemeente is in trek bij toeristen door de combinatie van het unieke landschap, de musea (o.a. Afrika museum, Oriëntalis, Vrijheidsmuseum) en hotels (o.a. Fletcher Hotels, Holthurnse Hof, Hotel Spijker). Daarnaast hebben we groepsaccommodaties, vele bed&breakfasts, minicampings en horecapunten. Ook zijn er veel wandel- en fietsroutes die steeds populairder worden, vooral als ze gekoppeld zijn aan een thema (bv cultuurhistorie), streekproducten (bv. wijn) of een evenement (bv. Vierdaagse). Het aantal overnachtingen is de laatste jaren behoorlijk gestegen tot 439.000 in 2019. Op enkele plekken is er sprake van recreatiedruk en overlast voor omwonenden en/of de natuur. Zo zijn de mountainbikeroutes vlakbij Nijmegen soms druk en is op zonnige dagen erg druk op de dijken met fietsers, wandelaars, motoren en parkeerders. We zien verder dat de consument steeds hogere verwachtingen heeft als het gaat om de kwaliteit van recreatievoorzieningen.

Bestaand beleid Het beleid voor toerisme en recreatie is in 2016 opgesteld in de Kadernota Toerisme. Het beleid richt zich op verbetering van het bestaande aanbod, ruimte bieden voor innovatie en vernieuwing, een goede spreiding van rust en vertier en investeren in een heldere positionering en marketing als toeristische bestemming.

Vraagstuk Berg en Dal heeft een zeer divers landschap en verschillende deelgebieden die elk andere mogelijkheden bieden voor recreatie en toerisme. We hebben behoefte aan een gebiedsgerichte uitwerking van beleid voor toerisme en recreatie.

In 2018 is Berg en Dal uitgeroepen tot Green Destination met een Golden Award. Dat betekent dat we inzetten op duurzame vormen van toerisme. We investeren in fietsen en wandelen, stimuleren bedrijven groen te ondernemen en gaan zorgvuldig om met ons landschap en cultuurhistorie.

Vraagstuk Onze gemeente profileert zich als Green Destination, een groene en duurzame bestemming, en is wandelgemeente van het jaar 2020. Het groene landschap biedt een uniek decor voor duurzame en gezonde vormen van toerisme zoals wandelen en fietsen.

In 2020 hebben we het beleidskader voor horeca in Berg en Dal opgesteld. Doel is om sturing te geven aan het groeiende aantal initiatieven voor horeca. Uitgangspunten in het beleid zijn: • Beperkte groei van horeca in het buitengebied • In balans met natuur en landschap • Focus op kwaliteit en toegevoegde waarde

Vraagstuk De kwaliteit van het aanbod dag- en verblijfsrecreatie staat onder druk. Zo zijn er enkele vakantieparken die een verouderde indruk maken. Er is behoefte aan verbetering, vernieuwing en innovatie.

Het Voorbeeldenboek dat in 2020 is vastgesteld, biedt het kader voor de vormgeving en ruimtelijke inpassing van nieuwe initiatieven in het buitengebied.

Welke deelgebieden zijn geschikt voor welke intensiteit en type van recreatie en toerisme? En onder welke voorwaarden?

Wat is er nodig om Berg en Dal verder te ontwikkelen als toeristisch-recreatieve ‘Green Destination’ en het wandelen en fietsen verder te stimuleren?

Hoe zorgen we ervoor dat de kwaliteit van het huidige en toekomstige aanbod verbetert en beter aansluit bij ons gewenste toeristische profiel?

Thema met vraagstukken

Toerisme en Recreatie

‘Heatmaps’ wandelen (links) en fietsen (rechts) op basis van het gebruik van de app Strava. De N70 wandelroute en mountainbikeroutes zijn goed te zien. De polder is een stuk rustiger (bron: Strava)

Forse groei aantal overnachtingen (bron: gemeente Berg en Dal)

Overzicht van de belangrijkste recreatieroutes en grootste toeristische trekpleisters. Vooral in de omgeving van Nijmegen lijkt de recreatiedruk hoog.

Thema met vraagstukken

Historisch Berg en Dal

Trends Berg en Dal heeft bijzonder veel cultuurhistorisch erfgoed. Van de IJstijd tot de Romeinen, De Middeleeuwen, Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse bouwperiode. Van al deze perioden zijn in ons landschap en dorpen diverse elementen terug te zien. Twee trends zijn zichtbaar. Ten eerste is er over het algemeen een toenemende behoefte aan de beleving van deze verhalen. De historie zorgt voor een sterke identiteit van de gemeente, maakt een gebied authentiek en biedt kansen voor toerisme en recreatie. Wel wordt steeds belangrijker dat de historische verhalen op een laagdrempelige manier worden gepresenteerd en te beleven zijn. Daarnaast zien we ook dat het onderhoud en beheer van cultuurhistorisch erfgoed lastig te financieren is. De kosten zijn hoog en er is de afgelopen jaren flink bezuinigd. Het is niet vanzelfsprekend dat overal subsidies voor beschikbaar zijn. In toenemende mate is het belangrijk dat het erfgoed ook opbrengsten oplevert om op de langere termijn behouden te kunnen blijven. Dit kan door in te zetten op het verhogen van de toeristische belevingswaarde ervan of cultuurhistorisch waardevolle bebouwing een nieuwe bestemming te geven.

Bestaand beleid De cultuurhistorische waardenkaarten van de gemeenten zijn zo’n tien jaar geleden voor Ubbergen en Groesbeek opgesteld. In 2017 hebben we de Erfgoedvisie voor Berg en Dal opgesteld. Daarin zetten we in op het belang van erfgoed voor de identiteit van onze gemeente. Daarnaast vormt erfgoed een belangrijke schakel in de verbinding tussen de kernen en biedt het kansen voor recreatie en toerisme. Uitgangspunten in het beleid zijn: • Bewaren en versterken van het aanwezig erfgoed • Zichtbaar en toegankelijk maken van het verleden • Bevorderen van het (herinnerings)toerisme • Stimuleren van gezamenlijke erfgoedprojecten • Inpassen van erfgoed in nieuwe ontwikkelingen Bijzonder is dat de Romeinse Limes, waarvan onderdelen in onze gemeente liggen (o.a. restanten van het Romeins Aquaduct onlangs is genomineerd om te worden aangewezen als UNESCO Werelderfgoed. In 2021 wordt bekend of de limes als Werelderfgoed erkent wordt.

Vraagstuk We hebben in onze gemeente een aantal beeldbepalende panden en andere elementen die cultuurhistorisch waardevol zijn maar op dit moment geen juridisch beschermde status hebben. Dat maakt het lastig om bij nieuwe ontwikkeling en/of herbestemming te sturen op behoud ervan.

Vraagstuk Veel cultuurhistorisch waardevol erfgoed staat onder druk, mede door slecht onderhoud en aantasting door nieuwe ontwikkelingen. Dat is jammer. Tegelijkertijd moet erfgoed niet teveel een beperking en keurslijf zijn voor nieuwe ontwikkeling.

Vraagstuk De Romeinse Limes, waarvan delen in onze gemeente liggen, is onlangs genomineerd als UNESCO Werelderfgoed.

Hoe gaan we om met bebouwing en landschapselementen die we cultuur-historisch waardevol vinden maar nu geen beschermde status hebben?

Welke verhalen vertellen de cultuurhistorische elementen en hoe kunnen we die koppelen aan economische en maatschappelijke ambities?

Wat betekent het voor onze gemeente dat binnenkort een deel van ons landschap UNESCO werelderfgoed is en welke kansen biedt het?

Thema met vraagstukken

Historisch Berg en Dal

De panden en gebieden die nu een juridisch beschermde status hebben. (bron: Atlas voor de Leefomgeving)

De delen van ons grondgebied die zijn genomineerd als UNESCO Werelderfgoed (bron: Atlas voor de Leefomgeving)

Thema met vraagstukken

Werken en Ondernemen

Trends De afgelopen jaren is de Nederlandse economie weer behoorlijk gegroeid. Dat merken we ook in Berg en Dal. Het aantal banen is toegenomen, met name in de voor ons belangrijke sectoren zorg, horeca, detailhandel en zakelijke diensten. De bouwnijverheid is ook een belangrijk sector maar daar is het aantal banen juist afgenomen. Verder zien we dat de arbeidsmarkt steeds flexibeler wordt Het aantal kortlopende contracten en ZZP-ers neemt toe. Dat kan ook de verklaring zijn waarom het aantal banen in de bouwnijverheid in onze gemeente is afgenomen terwijl het aantal bedrijven juist is toegenomen. Ondanks de lage werkloosheid komen sommige (kwetsbare) groepen maar lastig aan een (geschikte) baan. Hoe de economie zich de komende jaren zal ontwikkelen is hoogst onzeker door de effecten van de coronamaatregelen. Sommige sectoren zijn en blijven kansrijk zoals zorg en toerisme. Andere sectoren zijn kwetsbaar, denk aan de fysieke detailhandel omdat het online winkelen een enorme vlucht heeft genomen.

Bestaand beleid In 2017 hebben we onze Economische Visie Berg en Dal 2017-2021 opgesteld. De ambitie daarin is een vitale en duurzame economie met levendige kernen en een dynamisch buitengebied. Vitaal betekent voldoende flexibel, ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en een goede balans tussen economische groei (profit), arbeidsmarkt (people) en leefomgeving (planet). De belangrijkste doelen in dat beleid zijn: • Het vergroten van de concurrentiekracht van bedrijven • Het stimuleren van de lokale werkgelegenheid • Het verhogen van bestedingen in onze gemeente • Behoud van een goed voorzieningenniveau De drie speerpuntsectoren in het economische beleid zijn de zorg, vrije tijd en de detailhandel. Daar zijn de meeste banen en bedrijven in te vinden. We zetten vooral voor die sectoren in op het verbeteren van het vestigingsklimaat en concurrentiekracht. In het Actieplan Duurzaamheid dat in 2018 is opgesteld is de transitie naar een circulaire economie een belangrijk thema. Op provinciaal en regionaal niveau zijn de ambities bepaald en we willen hier als Berg en Dal ook graag een bijdrage aan leveren. We verkennen de mogelijkheden voor een circulaire economie en welke kansen dat biedt voor met name de sectoren zorg, bouw, maakindustrie en afvalverwerking.

Vraagstuk Het bedrijfsleven heeft naast economische ook maatschappelijke waarde. Vooral door het bieden van werk en sponsoring van het lokale verenigingsleven. We constateren wel dat de bedrijventerreinen vol raken. In Groesbeek is mogelijk ruimte voor uitbreiding van het bedrijventerrein. Vraagstuk Werk is voor veel bevolkingsgroepen een belangrijke bron van persoonlijke ontwikkeling en emancipatie. Vooral voor jongeren. We zien ook dat sommige (kwetsbare) doelgroepen maar lastig aan een baan komen. Vraagstuk Sommige delen van onze bedrijventerreinen maken een rommelige en wat verouderde indruk en scoren laag op uitstraling en duurzaamheid. Vraagstuk We hebben de ambitie om toe te werken naar een circulaire economie waarin materialen worden hergebruikt en afval waarde heeft.

Vanuit welke economische sectoren is behoefte aan nieuwe vestigingslocaties en welke vestigingscriteria zijn voor hen belangrijk?

Aan welk type werkgelegenheid is vanuit onze beroepsbevolking extra behoefte en hoe kunnen we daar in onze lokale economie voor zorgen?

Hoe kunnen we ervoor zorgen voor verduurzaming en verhoging van dee ruimtelijke kwaliteit van de bedrijventerreinen?

Wat zijn de kansen en mogelijkheden om onze economie circulair te maken?

Thema met vraagstukken

Werken en Ondernemen

De ligging en omvang van bedrijventerreinen in onze gemeente. Groesbeek heeft het grootste bedrijventerrein. In Ooij, Leuth en Millingen aan de Rijn zijn kleine terreinen aanwezig (bron: Atlas voor de Leefomgeving)

Thema’s in het Actieplan Duurzaamheid (bron: gemeente Berg en Dal)

Ontwikkeling van het aantal banen per sector. Vooral gezondheidszorg, detailhandel, zakelijke diensten en horeca zijn groeiend en belangrijk voor de lokale werkgelegenheid (bron: PWE 2019, provincie Gelderland)

Thema met vraagstukken

Hart voor de Dorpscentra

Trends Centrumgebieden in heel Nederland staan onder grote druk. Dit komt door een opeenstapeling van een aantal trends (o.a. vergrijzing, schaalvergroting in de detailhandelsstructuur) maar de belangrijkste trend is de enorme opkomst van het online winkelen. En deze ontwikkeling heeft recent door coronamaatregelen een extra impuls gekregen. De verwachting is dat ook na corona het online winkelen zal blijven en dat de leegstand in centra hierdoor structureel zal toenemen. We zien met name in de centra van Groesbeek en Millingen aan de Rijn in leegstand toenemen.

Bestaand beleid Ons detailhandelsbeleid stamt uit 2016 toen we de Visie Retail en Leisure hebben opgesteld. Daarnaast gaat ook de economische visie uit 2017 in op detailhandel en de centrumgebieden.

Daar staat tegenover dat de behoefte aan ontmoeting en beleving (o.a. horeca , cultuur en maatschappelijke functies) in de centrumgebieden na corona weer terug zal komen. Juist de fysieke ontmoeting biedt meerwaarde in een digitaliserende wereld. Dat levert kansen op voor centrumgebieden.

In de afgelopen jaren zijn in de centra van Groesbeek en Millingen aan de Rijn ondernemersfondsen opgezet in de vorm van een BIZ-zone (Bedrijfsinvesteringszones). In een compact gebied dragen alle ondernemers bij aan dit fonds waarmee gezamenlijk investeringen worden gedaan om de aantrekkelijkheid van het centrum te vergroten. Voor beide is een Meerjarenprogramma opgesteld waarin is bepaald waarin geïnvesteerd wordt. Het gaat onder andere over samenwerking, gemak, beleving en gezamenlijke promotie activiteiten.

Daarnaast is er een toenemende behoefte aan lokale producten en lokaal kopen, ook via het online kanaal. Dat biedt ook weer nieuwe kansen voor de lokale economie en centrumgebieden. In sommige centra zetten ondernemers een gezamenlijke website en bezorgdiensten op om zo de kansen van online winkelen te verzilveren.

Centraal in het beleid staat behoud van een zo compleet mogelijk voorzieningenniveau passend bij de omvang en aard van de kernen. De afgelopen jaren is vooral ingezet op het doorontwikkelen van de drie grootste centra in Groesbeek, Millingen aan de Rijn en Beek.

Vraagstuk De traditionele detailhandel staat onder druk. Tegelijkertijd zijn er nieuwe kansen door ontwikkeling van het onlinekanaal, de hernieuwde waardering voor het lokale kopen, de behoefte aan ontmoeting en de groeiende toeristische potentie.

Vraagstuk De centrumgebieden in onze gemeente zijn cruciaal voor de sociale cohesie binnen de kernen. Tegelijk neemt het aantal publieksgerichte voorzieningen af en daarmee de redenen om het centrum te bezoeken.

Vraagstuk Beeldbepalende panden in de centrumgebieden (zoals kerken die hun functie verliezen) komen vaker leeg te staan. Zij zijn belangrijk voor de herkenbaarheid en identiteit van de dorpscentra.

Waar moeten dorpscentra minimaal aan voldoen en welke nieuwe functies zijn kansrijk om de centrumgebieden vitaal te houden?

Wat is ervoor nodig om de ontmoetingsfunctie van de dorpscentra voor de lokale bewoners te vergroten?

Hoe kunnen we de beeldbepalende panden in de dorpscentra die vrijkomen inzetten voor versterking van de centrumgebieden?

Begrenzing BIZ-zone in het centrum van Millingen aan de Rijn(bron: Meerjarenprogramma BIZ Millingen Centrum (2020-2024)

Thema met vraagstukken

Hart voor de Dorpscentra

Millingen aan de Rijn en Groesbeek hebben de grootste dorpscentra in onze gemeente. En ook daar neemt de leegstand van winkelpanden het meeste toe (bron: DTNP)

Overzicht van de verschillende dorpscentra en voorzieningen in onze gemeente.

Begrenzing BIZ-zone in het centrum van Groesbeek (bron: Meerjarenprogramma BIZ Groesbeek Centrum (2017-2021)

Thema met vraagstukken

Overal Goed Bereikbaar

Trends Over het algemeen neemt de behoefte aan mobiliteit toe. Op een aantal plekken in Berg en Dal is een toename te zien van gemotoriseerd verkeer. We zien ook een toename van het aantal fietsers, onder andere door het toenemende toerisme, de opkomst van elektrische fietsen en de toenemende focus op een gezonde levensstijl. De fietspaden raken steeds voller, snelheden varieren meer en het aantal kwetsbare deelnemers (o.a. ouderen) neemt toe. En dat levert soms onveilige situaties op. En niet alleen het aantal fietsers neemt toe. Door het toenemende aantal toeristen en recreanten zien we meer auto’s en motoren op de wegen en parkeren bij toeristische hotspots. Ook dit komt de bereikbaarheid en veiligheid niet ten goede en levert soms problemen op voor de bereikbaarheid van hulpdiensten. Verder staat het openbaar vervoer onder financiële druk. Het openbare vervoer is momenteel niet kostendekkend. Hierdoor ontstaat een spanningsveld tussen aan de ene kant het laten rijden van snelle en efficiënte buslijnen die een beperkt aantal maar drukke haltes aandoen, en andere kant het behouden van lange buslijnen die zoveel mogelijk haltes hebben.

Bestaand beleid In 2017 hebben we de integrale mobiliteitsvisie gemeente Berg en Dal 2016-2026 opgesteld. De belangrijkste uitgangspunten daarin zijn: • Het nul verkeersslachtoffers principe • Ontvlechting van vervoerswijzen • Het stimuleren van wandelen • Verhogen van de verkeersveiligheid rond scholen • Verbeteringen doorvoeren binnen de bestaande infrastructuur • Oplossen van parkeerproblemen op specifieke plekken • Het vrachtverkeer zoveel mogelijk bundelen • Het eenvoudig maken van overstappen, bijvoorbeeld van fiets naar bus. • Een toegankelijk openbaar vervoer voor iedereen

Vraagstuk Het openbaar vervoer staat (financieel) onder druk. We zien een spanningsveld tussen snelle efficiënte buslijnen en buslijnen op zoveel mogelijk haltes te laten stoppen. Vraagstuk Het verkeer neemt toe. Per fiets, auto, motor en te voet. Op sommige routes ontstaat overbelasting en staat de verkeersveiligheid onder druk (o.a. op de dijken, holle wegen en de routes richting Nijmegen). We zien anderzijds dat jongeren steeds minder vaak met de fiets of lopend naar school gaan. Vraagstuk Op sommige momenten is het erg druk bij toeristische trekpleisters in onze gemeente. De parkeercapaciteit is dan onvoldoende met overlast en verminderde doorstroming tot gevolg. Vraagstuk Door digitale ontwikkelingen zoals 5G zien we een toename van aanvragen voor zendmasten en andere benodigde apparatuur. Dit is belangrijk voor de mobiele bereikbaarheid van onze gemeente. Tegelijk hebben dergelijk voorzieningen toenemende impact op de leefomgeving.

Hoe zorgen we ervoor dat buslijnen sneller en efficiënter worden en tegelijk voldoende bereikbaar blijven voor alle bevolkingsgroepen?

Hoe zorgen we voor veilige en aangename routes voor alle verkeersdeelnemers en wandelaars en fietsers in het bijzonder?

Welke mogelijkheden zijn er om de overlast van parkeren bij toeristische trekpleisters te verminderen?

Welke aspecten zijn van belang om tot een zorgvuldige inpassing te komen van voorzieningen voor de digitale bereikbaarheid?

Thema met vraagstukken

Overal Goed Bereikbaar

Jongeren gaan steeds minder vaak met de fiets of lopend naar school (bron: Gezondheidsmonitor Jeugd GGD Gelderland-Zuid)

Het openbaar vervoer, de buslijnen en belangrijke fietsroutes in onze gemeente.

Op sommige plekken neemt het autoverkeer structureel toe (bron: Gelders Verkeer, provincie Gelderland)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9810939/1