B79 CDA - Transformatie Dekkerswald - vragen met antwoorden college
Tekst van het document
Raadsvragen Aankruisen Omschrijving Schriftelijke politieke vraag (artikel 50 RvO)
x
Afdoening Schriftelijk antwoord college (30 dagen)
Schriftelijke politieke vraag
Mondeling
(artikel 50 RvO)
College antwoordt in de vlg. raadsvergadering.
Mondelinge actuele vraag voor raadsvergadering
Mondeling In de raadsvergadering.
(Voor 12.00 uur dag voor raadsvergadering)
Technische vraag / informatie
Schriftelijk
(over specifiek voorstel/document dat op (raads-)agenda staat). Uiterlijk 3 dagen ervoor.
Zo spoedig mogelijk.
Technische informatie over andere onderwerpen
Schriftelijk Zo spoedig mogelijk.
(verzoeken om achtergrondinformatie, artikel 52 RvO)
Datum indiening: Naam en fractie indiener: Onderwerp:
30 november 2021 Dave van Loon / CDA B79 Dekkerswald
Vragen: De raad wordt gevraagd in te stemmen met de voorwaarden en uitgangspunten voor de herontwikkeling van Dekkerswald. Ten aanzien van het raadsvoorstel, de intentieovereenkomst en het plan van aanpak hebben wij nog een groot aantal vragen. Een aantal technische vragen willen we nu alvast stellen:
1. Welke gevolgen heeft het niet meewerken aan de plannen van ZZG voor de gemeente? Het huidige bestemmingsplan biedt ruimte voor de realisatie van 159 functioneel gekoppelde zorgwoningen, maar hoe reëel is het nog dat ZZG hiervan gebruik zal maken? 2. Realisatie van de plannen van ZZG zou een aanzienlijk deel van de ruimte die de gemeente heeft om woningen te realiseren – zo’n 1.200 tot 2030 en naar verwachting nog eens zo’n aantal tot 2040 – opsouperen. Bij volledige realisatie zou bijna 16,5% van alle nieuw te bouwen woningen op Dekkerswald gerealiseerd worden. Kan aangetoond worden – bijvoorbeeld op basis van woningmarktonderzoek - dat hiermee vooral voor de lokale woningbehoefte wordt gebouwd? 3. Ten aanzien van 1.3 d (4.1 d intentieovereenkomst): Waar is het aantal van 15 tiny houses op gebaseerd? Waarom bijvoorbeeld geen 20 of 25? 4. Ten aanzien van 1.3 e (4.1 e intentieovereenkomst): Hoe houdbaar is deze randvoorwaarde, zeker als naar verloop van tijd de vraag om voorzieningen vanuit bewoners
pag. 1
aan de gemeente wordt gesteld? Uit oogpunt van rechtsongelijkheid lijkt dit juridisch niet houdbaar. 5. Ten aanzien van 1.3 g (4.1 g intentieovereenkomst): Waarom wordt een rotonde bij de ingang van het terrein aan de Nijmeegsebaan niet expliciet opgenomen in het op te stellen verkeersontsluitings-/verkeersomgevingsplan? 6. Ten aanzien van 1.3 i (4.1 i intentieovereenkomst): In zijn brief van 19 oktober jl. spreekt de heer Dirkmaat namens VNC zijn zorg uit over de omliggende natuur (o.a. GO en GNN) en stelt dat de transformatie van zorginstelling naar woonkern vraagt om extra natuurcompensatie die ter plaatse nauwelijks te realiseren valt. Hoe wordt aan deze randvoorwaarde concreet inhoud gegeven? 7. Ten aanzien van 1.3 n (4.1 n intentieovereenkomst): Het overdragen van de openbare ruimte (wegen, groen) heeft mogelijk aanzienlijke financiële gevolgen voor de gemeente. Zijn deze in kaart gebracht (wat zijn de huidige jaarlijkse onderhoudskosten) en hoe zal het toekomstige beheer er naar verwachting uitzien? 8. Ten aanzien van 1.4 van het raadsvoorstel: ‘De intentie van het college is dat ontwikkeling van Dekkerswald geen ongewenst financieel risico oplevert voor onze gemeente’ Hoe wordt deze intentie omgezet in een overeenkomst en plan dat het financiële risico voor de gemeente daadwerkelijk inperkt? 9.
Ten aanzien van 1.4 van het raadsvoorstel: Voorgesteld wordt om pas in een volgende fase van de besluitvorming in te gaan op vragen die verband houden met het creëren van een nieuwe en solitair gelegen woonkern. Genoemd worden het effect op woningbouw elders, OZB en afvalinzameling, maar gedacht moet ook worden aan de verdere spreiding van de al schaarse capaciteit op het gebied van toezicht en handhaving (boa’s en politie). Waarom wordt ervoor gekozen deze vragen niet nu, aan de voorkant van het proces, te beantwoorden? 10. Ten aanzien van de paragraaf ‘Financiële Onderbouwing’ raadsvoorstel (7.1 a van de intentieovereenkomst): Waarom wordt de doorberekening van de ambtelijke kosten (planbegeleiding) gemaximeerd op € 75.000,- en komen de eventuele meerkosten dus voor rekening van de gemeente. 11. Ten aanzien van plan van aanpak: De tranformatie van Dekkerswald wordt ingestoken op mensen met een zorgvraag en hoewel het doel is om een ‘zorgzame buurt’ te creëren waarin bewoners vooral elkaar helpen, wordt in het plan van aanpak een vrij directe relatie gelegd tussen de zorgvraag van toekomstige bewoners enerzijds en de gemeente (i.c. sociaal team, Forte Welzijn) anderzijds.
Is er een (ruwe) inschatting te geven van de financiële impact van de zorgvraag van op termijn 395 huishoudens voor de gemeente, gegeven ook de verwachting dat een aanzienlijk deel van de toekomstige bewoners van buiten de gemeente zullen komen?
pag. 2
Antwoord door: De raad wordt gevraagd in te stemmen met de voorwaarden en uitgangspunten voor de herontwikkeling van Dekkerswald. Ten aanzien van het raadsvoorstel, de intentieovereenkomst en het plan van aanpak hebben wij nog een groot aantal vragen. Een aantal technische vragen willen we nu alvast stellen: Vraag 1 Welke gevolgen heeft het niet meewerken aan de plannen van ZZG voor de gemeente? Het huidige bestemmingsplan biedt ruimte voor de realisatie van 159 functioneel gekoppelde zorgwoningen, maar hoe reëel is het nog dat ZZG hiervan gebruik zal maken? Antwoord vraag 1 Het ligt niet voor de hand dat ZZG geen gebruik zal maken van mogelijkheden die een bestemmingsplan biedt. Het is daarom te verwachting dat ZZG hier wel gebruik van gaat maken. De vraag naar locaties voor zorginstellingen zal blijven bestaan als er geen alternatieven zijn waar mensen die zorg nodig hebben in reguliere wijken kunnen wonen. Vraag 2 Realisatie van de plannen van ZZG zou een aanzienlijk deel van de ruimte die de gemeente heeft om woningen te realiseren – zo’n 1.200 tot 2030 en naar verwachting nog eens zo’n aantal tot 2040 – opsouperen. Bij volledige realisatie zou bijna 16,5% van alle nieuw te bouwen woningen op Dekkerswald gerealiseerd worden.
Kan aangetoond worden – bijvoorbeeld op basis van woningmarktonderzoek - dat hiermee vooral voor de lokale woningbehoefte wordt gebouwd? Antwoord vraag 2: Ruimte bieden voor dit soort aantallen op deze locatie is naar verwachting niet alleen voor de lokale behoefte, maar bedient meer de regionale vraag. Ook daar hebben we een gezamenlijke opgave en de ruimte voor. In de versnellingsopgave van de provincie hebben we de locatie Dekkerswald als potentiële versnellingslocatie genoemd. De opgave van 1200 woningen is geen in beton gegoten aantal. Als uit de woningmarktonderzoek blijkt dat we meer nodig hebben, dan is er binnen de regionale afspraken ruimte om het aantal van 1200 op te hogen. Sterker: de provincie is juist op zoek naar harde plancapaciteit op de korte termijn. Momenteel hebben we als gemeente ruimte om tot 2030 1560 woningen te programmeren (1200 zoals becijferd in het woningmarktonderzoek met 30% over programmatie). De eerste 200 woningen van Dekkerswald (de plan capaciteit tot 2030) zijn opgenomen in de aantallen zoals bekend in de raadsinformatie woningbouwplanning van 30 september 2021. Dekkerswald kan een belangrijke bijdrage leveren aan de lokale vraag. Denk hierbij aan CPO’s, starters (Tiny Houses), thuis wonen met zorg in de nabijheid en inwoners voor wie het verhaal van een inclusieve buurt aanspreekt. Maar het plan heeft ook zeker een regionale bijdrage.
Over het tweede deel, 195 woningen voor de periode 2030 t/m 2040, is in de randvoorwaarden en uitgangspunten een passage opgenomen over een “knip’. De kern hiervan is dat het aantal moet passen in de regionale afspraken. De ‘knip’ van het maximaal aantal te realiseren woningen van voor 2030 (200 woningen) en vanaf 2030 (195 woningen) is gebaseerd op de huidige regionale afspraken. Gelet op de looptijd van deze intenties zullen partijen jaarlijks in gesprek treden over de maatschappelijk en markttechnische relevantie van de ‘knip’ en kan hier gemotiveerd door partijen gezamenlijk worden besloten hiervan af te wijken.
pag. 3
Vraag 3 Ten aanzien van 1.3 d (4.1 d intentieovereenkomst): Waar is het aantal van 15 tiny houses op gebaseerd? Waarom bijvoorbeeld geen 20 of 25? Antwoord vraag 3 Het aantal van 15 Tiny Houses is als een richtgetal genoemd. Uw raad heeft regelmatig aandacht gevraagd voor jongerenhuisvesting en ook voor Tiny Houses. Daar zijn alleen niet zoveel locaties voor. Hier, op Dekkerswald, is die mogelijkheid er wél. Daarom hebben wij gemeend deze kans te moeten grijpen. De raad kan hier zelf een ambitie op uitspreken Vraag 4 Ten aanzien van 1.3 e (4.1 e intentieovereenkomst): Hoe houdbaar is deze randvoorwaarde, zeker als naar verloop van tijd de vraag om voorzieningen vanuit bewoners aan de gemeente wordt gesteld? Uit oogpunt van rechtsongelijkheid lijkt dit juridisch niet houdbaar. Antwoord vraag 4 Dat zal t.z.t. moeten blijken. We gaan in ieder geval nu niet investeren in gebouwen voor voorzieningen. Op het terrein bevinden zich nu al voorzieningen zoals een schoolgebouw, gymzaal, een restaurant en de kapel met serre. Vraag 5 Ten aanzien van 1.3 g (4.1 g intentieovereenkomst): Waarom wordt een rotonde bij de ingang van het terrein aan de Nijmeegsebaan niet expliciet opgenomen in het op te stellen verkeersontsluitings-/ verkeersomgevingsplan? Antwoord vraag 5 Als uitgangspunt is opgenomen een goede verkeersafwikkeling.
Als na uitwerking blijkt dat hiervoor een rotonde de beste mogelijkheid is, dan zal dat een eis worden om de locatie goed te kunnen ontsluiten. Vraag 6 Ten aanzien van 1.3 i (4.1 i intentieovereenkomst): In zijn brief van 19 oktober jl. spreekt de heer Dirkmaat namens VNC zijn zorg uit over de omliggende natuur (o.a. GO en GNN) en stelt dat de transformatie van zorginstelling naar woonkern vraagt om extra natuurcompensatie die ter plaatse nauwelijks te realiseren valt. Hoe wordt aan deze randvoorwaarde concreet inhoud gegeven? Antwoord vraag 6 Als blijkt dat extra natuurcompensatie nodig is, dan zal dat een eis worden om het gebied te kunnen ontwikkelen. Dat is een van de onderwerpen die wij samen met de andere partijen moeten onderzoeken. Het is aan de raad of de randvoorwaarde op dit moment voldoende is beschreven.
pag. 4
Vraag 7 Ten aanzien van 1.3 n (4.1 n intentieovereenkomst): Het overdragen van de openbare ruimte (wegen, groen) heeft mogelijk aanzienlijke financiële gevolgen voor de gemeente. Zijn deze in kaart gebracht (wat zijn de huidige jaarlijkse onderhoudskosten) en hoe zal het toekomstige beheer er naar verwachting uitzien? Antwoord vraag 7 De gevolgen van overname van openbare ruimte door de gemeente moeten inzichtelijk worden gemaakt. Beantwoording van vragen als: over welke gronden gaat het, wie richt deze in en hoe willen partijen omgaan met de kosten voor onderhoud en beheer maken daar onderdeel van uit. Vraag 8 Ten aanzien van 1.4 van het raadsvoorstel: ‘De intentie van het college is dat ontwikkeling van Dekkerswald geen ongewenst financieel risico oplevert voor onze gemeente’ Hoe wordt deze intentie omgezet in een overeenkomst en plan dat het financiële risico voor de gemeente daadwerkelijk inperkt? Antwoord vraag 8 Met dit uitgangspunt geeft het college richting uw raad en ZZG aan wat de inzet is van de herontwikkeling voor onze gemeente. De volgende stap in het proces met ZZG is dat we antwoord krijgen op de vraag die uw raad stelt. Indien dan het antwoord niet helder en duidelijk gegeven kan worden zal dat voor het college en uw raad meewegen bij de keuze wel of niet door te gaan met de herontwikkeling.
Vraag 9 Ten aanzien van 1.4 van het raadsvoorstel: Voorgesteld wordt om pas in een volgende fase van de besluitvorming in te gaan op vragen die verband houden met het creëren van een nieuwe en solitair gelegen woonkern. Genoemd worden het effect op woningbouw elders, OZB en afvalinzameling, maar gedacht moet ook worden aan de verdere spreiding van de al schaarse capaciteit op het gebied van toezicht en handhaving (boa’s en politie). Waarom wordt ervoor gekozen deze vragen niet nu, aan de voorkant van het proces, te beantwoorden? Antwoord vraag 9 Een ontwikkeling als Dekkerswald oppakken vraagt veel capaciteit van de ambtelijke organisatie. Alvorens capaciteit in te zetten om gevolgen inzichtelijk te maken wil het college eerst duidelijkheid of uw raad transformatie van Dekkerswald als een kans ziet, en zo ja onder welke voorwaarden. Als we daarop van de raad antwoord hebben, vinden wij het redelijk om aan ZZG een bijdrage in de kosten te vragen die wij als gemeente gaan maken bij onderzoek of voldaan kan worden aan de randvoorwaarden en uitgangspunten voor herontwikkeling.
pag. 5
Vraag 10 Ten aanzien van de paragraaf ‘Financiële Onderbouwing’ raadsvoorstel (7.1 a van de intentieovereenkomst): Waarom wordt de doorberekening van de ambtelijke kosten (planbegeleiding) gemaximeerd op € 75.000,- en komen de eventuele meerkosten dus voor rekening van de gemeente. Antwoord vraag 10 Deze kosten zijn een grove schatting. Met het noemen van dit bedrag kan het college sturen op de inzet van de gemeente. Deze kosten maximeren we altijd om ook de initiatiefnemer voldoende comfort te bieden dat er niet tot in het oneindige kosten worden doorberekend. Eventuele meerkosten komen daarmee niet voor rekening van de gemeente. Vraag 11 Ten aanzien van plan van aanpak: De transformatie van Dekkerswald wordt ingestoken op mensen met een zorgvraag en hoewel het doel is om een ‘zorgzame buurt’ te creëren waarin bewoners vooral elkaar helpen, wordt in het plan van aanpak een vrij directe relatie gelegd tussen de zorgvraag van toekomstige bewoners enerzijds en de gemeente (i.c. sociaal team, Forte Welzijn) anderzijds. Is er een (ruwe) inschatting te geven van de financiële impact van de zorgvraag van op termijn 395 huishoudens voor de gemeente, gegeven ook de verwachting dat een aanzienlijk deel van de toekomstige bewoners van buiten de gemeente zullen komen? Antwoord vraag 11 Deze inschatting kunnen wij niet geven. We weten wel dat een zorgzame buurt niet vanzelf ontstaat.
Daarom wordt Forte Welzijn genoemd, omdat onze welzijnsinstelling veel kennis heeft over opbouwwerk in de wijk. En het sociaal team wordt genoemd omdat ons sociaal team meer gebiedsgericht gaat werken. De lessen die worden geleerd van de ontwikkeling van Dekkerswald naar zorgzame buurt kunnen worden meegenomen naar andere wijken van onze gemeente. Overigens kan de gemeente ook te maken krijgen met zorgkosten als er volgens het huidige bestemmingsplan wordt gebouwd. Bijvoorbeeld kosten voor Beschermd Wonen of Maatschappelijke opvang. Ook voor deze taken zijn gemeenten financieel verantwoordelijk.
pag. 6