CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

B78 Beleidsplan minima & schuldhulpverlening

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: B78 Voorstel om het beleidsplan “Minima- en schuldhulpverlening Berg en Dal 2021-2025” vast te stellen7.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BELEIDSPLAN MINIMA & SCHULDHULPVERLENING 2021 - 2025

Inhoud 1.

Inleiding .............................................................................................................................2 1.1 De situatie in gemeente Berg en Dal ..............................................................................3 1.2 Financiën.........................................................................................................................5

2.

Meedoen in de samenleving..............................................................................................7 2.1 De huidige situatie...........................................................................................................7 2.2 Wat missen we nog of wat kan anders? .........................................................................7 2.3 Waar willen we naartoe?.................................................................................................8

3.

Schuldhulpverlening ..........................................................................................................9 3.1 De huidige situatie...........................................................................................................9 3.2 Wat missen we nog of wat kan anders? .......................................................................10 3.3 Waar willen we naartoe?...............................................................................................11

4.

Relatie overheid & inwoner..............................................................................................12 4.1 De huidige situatie.........................................................................................................12 4.2 Wat missen we nog of wat kan anders? .......................................................................12 4.3 Waar willen we naartoe?...............................................................................................13

5.

Meer aansluiting bij… ......................................................................................................14 5.1 De huidige situatie.........................................................................................................14 5.2 Wat missen we nog of wat kan anders? .......................................................................14 5.3 Waar willen we naartoe?...............................................................................................15

6.

Interne ontwikkelingen.....................................................................................................16 6.1 De huidige situatie.........................................................................................................16 6.2 Wat missen we nog of wat kan anders? .......................................................................16 6.3 Waar willen we naartoe?...............................................................................................16

7.

Andere ideeën .................................................................................................................18 7.1 De huidige situatie.........................................................................................................18 7.2 Welke andere ideeën zijn opgehaald? ..........................................................................18 7.3 Waar willen we naartoe?...............................................................................................18

1

1. Inleiding Hierbij bieden wij u het nieuwe Beleidsplan Minima en Schuldhulpverlening gemeente Berg en Dal 2021 aan. Het vorige minimabeleid stamt uit 2016 en is vandaag de dag, 2021, verouderd. Daarom is dit nieuwe beleidsplan geschreven. Het nieuwe beleidsplan past beter bij de huidige realiteit en ontwikkelingen die spelen. Denk hierbij aan de coronacrisis die op moment van schrijven speelt en de toeslagenaffaire die de relatie tussen overheid en inwoner op gespannen voet heeft gezet. Deze ontwikkelingen vragen om andere en nieuwe rollen van ons als overheid. Flexibiliteit, maatwerk, betrokken maar niet betuttelen en de menselijke maat zijn begrippen die de boventoon voeren in dit nieuwe beleidsplan. Een nieuw beleidsplan minima en schuldhulpverlening lijkt hierom op zijn plek. Op het beleidsterrein van armoede en schuldhulpverlening is er vaak sprake van een aanzienlijke afhankelijkheidsrelatie van de inwoner tot de gemeente. Daarom is het belangrijk goed voor ogen te hebben wat onze doelen zijn als gemeente en hierbij altijd goed voor ogen te houden wat de behoefte is van onze inwoner en hoe wij de inwoner hierbij kunnen helpen. Zonder alles uit handen te nemen van onze inwoner. Startpunt van dit nieuwe beleidsplan waren de uitgevoerde evaluaties in 2020. Intern en door de Rekenkamer is het huidige minimabeleid geëvalueerd.

Daarbij is niet alleen gekeken naar het beleidsstuk zelf, maar ook naar de resultaten in afgelopen jaren. Daarnaast zijn ook inwoners uitgebreid bevraagd. De aanbevelingen vanuit het rapport van de Rekenkamer en de reacties van inwoners op de enquête zijn als startpunt gebruikt voor dit beleidsplan. Beide evaluaties zijn als bijlage toegevoegd. In de evaluatie van de Rekenkamer is aanbevolen om meer eenheid in het beleid aan te brengen. In het nieuwe beleidsplan wordt meer samenwerking gezocht tussen de verschillende disciplines (minimabeleid en schuldhulpverlening) en tussen beleid en uitvoering. Op die manier zorgen we voor meer samenhang. Daarnaast is het beleid geactualiseerd, zijn er beleidsdoelen bepaald en is het begrip ‘armoede’ gedefinieerd. Allemaal aanbevelingen van de Rekenkamer die zijn uitgevoerd in dit beleidsplan. Dit beleidsplan is uiteraard niet door een ambtenaar alleen achter een bureau verzonnen. Hiervoor is input gevraagd aan een breed palet van mensen. Organisaties die minimahuishoudens ondersteunen, inwoners die wel en geen gebruik maken van minimaregelingen, medewerkers van de gemeente Berg en Dal, bestuurders van deze gemeente en collega’s uit regiogemeenten hebben allemaal meegedacht met dit nieuwe beleidsplan. Aan hen zijn de volgende vragen gesteld:   

Wat is de huidige situatie op het gebied van minima en schuldhulpverlening en wat gaat daarin goed? Wat kan beter en wat missen we nog op dit gebied? Waar willen we in de toekomst naar toe?

Vanuit de antwoorden op deze vragen zijn zes hoofdthema’s naar voren gekomen. Deze worden besproken in de volgende hoofdstukken van dit beleidsplan. Per hoofdthema worden bovenstaande vragen beantwoord en zijn doelen geformuleerd. Uiteraard komen deze voort uit de verkregen input. Zoals afgesproken in onze nota Participatie, zijn inwoners actief betrokken. Inwoners die een uitkering ontvangen hebben een nieuwsbrief gekregen waarin gevraagd is input te leveren. Inwoners konden reageren via het Digitaal platform (www.samenbergendal.nl), maar ook via de mail. En dat hebben ze ook gedaan.. Die reacties zijn verwerkt in dit

2

beleidsstuk. Via www.samenbergendal.nl onder het project ‘Denk mee met het minimabeleid’ is het proces en zijn de reacties van inwoners nog terug te zien. In dit beleidsplan zijn expliciet doelen geformuleerd. Zo zorgen we voor een stip op de horizon om samen naartoe te werken. Over een aantal jaar, als we willen bepalen of we het ‘goed’ hebben gedaan, kunnen we altijd kijken of we onze doelen hebben behaald. Uiteraard is het meest ideaal als doelen meetbaar worden geformuleerd, dan kunnen we in de toekomst ook geen discussie hebben of de doelen zijn behaald of niet. Dit is echter vaak moeilijk binnen het sociaal domein. Want wat zegt het als minder inwoners gebruik maken van een minimaregeling over een aantal jaar? Dat minder inwoners deze regelingen nodig hebben? Of zijn de regelingen misschien moeilijker geworden om aan te vragen? En wat is de invloed van rijksregelgeving? Daarom leggen we de nadruk niet op cijfers.. Uiteraard is er wel geprobeerd doelen te formuleren waar we in de toekomst een oordeel over kunnen hebben. Uiteindelijk is het belangrijker om de verhalen achter de cijfers duidelijk te krijgen. Zoals we in het Koersdocument Sociaal Domein hebben aangegeven: de betekenis van ons werk vinden we ook in de verhalen en ervaringen van onze inwoners. Cijfers vertellen niet altijd het hele verhaal.

Daarom is het belangrijk om met inwoners in gesprek te blijven over hun ervaringen en problemen waar wij eventueel bij kunnen helpen. Zoals eerder genoemd zijn in ieder hoofdstuk doelen geformuleerd. Het ene doel is concreter dan het andere doel. Om er voor te zorgen dat deze doelen over een aantal jaar ook daadwerkelijk worden gehaald, wordt een actieplan opgesteld. Wanneer dit beleidsplan is vastgesteld, worden concrete acties aan de doelen gehangen. Deze acties worden door de beleidsmedewerker samen met de uitvoering opgesteld en vervolgens door het college vastgesteld. Zoals we van de toeslagenaffaire hebben geleerd, moet beleid ook op uitvoerbaarheid worden getoetst. Op deze manier kan er beter integraal vastgesteld worden wat nodig is om onze doelen in dit beleid te halen. Omdat het hier om een meerjarig plan gaat, kan aan de hand van het actieplan ook makkelijker prioriteiten worden gesteld. Al een aantal voorbeelden van concrete acties waar we mee aan de slag willen zijn het aanpassen van de Doe Mee regeling en een informatie pakketje over financiën maken voor jongeren die achttien worden. Deze acties sluiten aan bij de doelen in dit beleidsplan.

1.1 De situatie in de gemeente Berg en Dal Voordat je verder leest is het goed om te weten hoe de situatie is in de gemeente Berg en Dal en wat we bedoelen met minima en schuldhulpverlening. Met minimabeleid bedoelen we ook wel armoedebeleid. Maar wanneer ben je arm? Arm zijn is niet per definitie een gegeven, maar kan ook een gevoel zijn. De een zal zich eerder arm voelen dan de ander. Dit komt omdat de ene persoon nou eenmaal meer behoeften dan de andere persoon. Als er niet aan deze behoeften kan worden voldaan, kan iemand zich arm voelen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft een definitie aan het begrip ‘armoede’ gegeven waarbij we ons in dit beleidsstuk aansluiten: Mensen zijn arm wanneer ze gedurende langere tijd niet de middelen hebben voor de goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. De definitie laat ook gelijk zien dat armoede afhankelijk is van tijd, plaats, omgeving en standaarden in de samenleving. Mensen die dus langere tijd niet de goederen en voorzieningen hebben om mee te doen in de samenleving ondersteunen wij vanuit de gemeente. Door middel van uitkeringen, regelingen en andere ondersteuning helpen we 3

onze inwoners (weer) op eigen benen te staan. Hierbij is niet alleen het financiële plaatje van belang, maar ook het stukje ‘meedoen in de samenleving’ speelt een grote rol. Hieronder staan een afbeeldingen die inzicht geven in het aantal inwoners die gebruik maken van minimaregelingen. In onderstaande afbeelding is het verloop van uitkeringsgerechtigden te zien per januari 2020.

In de afbeelding hieronder is de duur van de uitkering weergegeven in onze gemeente. Hoe sneller inwoners weer werk hebben, hoe sneller zij geen uitkering meer ontvangen. Inwoners kunnen een langdurige uitkering ontvangen wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een psychische of lichamelijke ziekte.

4

Tenslotte, in de afbeelding hieronder staat informatie over het aantal meldingen per maand die bij schuldhulpverlening binnen komen. Dit geeft enkel een beeld vanaf het moment dat wij zelf de eerste fase van schuldhulpverlening zijn gaan uitvoeren. Voor 2019 was onze gehele schuldhulpverlening uitbesteed, daarna doen wij een deel zelf. Meer informatie hierover is te vinden in hoofdstuk 3.

1.2 Financiën Binnen de minimaregelingen gaat veel geld om. Bijstandsuitkeringen en andere minimaregelingen kosten ons geld. Om een beeld te krijgen over welke bedragen het gaat worden in deze paragraaf een aantal cijfers genoemd. In 2020 is een bedrag van ruim elf miljoen uitgegeven aan bijstandsuitkeringen. Hieronder vallen de uitkeringen vanuit de participatiewet, de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (BBZ). In november 2020 is besloten een aantal bezuinigingen door te voeren op het gebied van minimabeleid. Zo is onder andere de vermogensgrens van de gemeentezorgverzekering aangepast. In onderstaande tabel is te zien hoeveel geld er per jaar aan andere minimaregelingen wordt uitgegeven. Hierin staat de bijzondere bijstand opgenomen, de bijdrage aan de voedsel- en kledingbank, de kosten voor Doe Mee/Kindpakket en de kwijtschelding van de gemeentelijke belasting. Onder ‘Overige kosten bijzondere bijstand’ vallen bijvoorbeeld uitvaartkosten en de individuele studietoeslag. De cijfers van 2021 zijn de prognose zoals opgenomen in de najaarsnota 2021. 2018 Gemeentezorgverzekering 306.525

2019 307.090

2020 314.551

2021 318.762

Individuele inkomenstoeslag Inrichtingskosten, duurzame gebruiksgoederen

199.814

223.453

225.652

248.069

187.065

126.110

95.230

112.803

5

Kinderopvang, sociaal medische indicatie Kosten beschermingsbewind Overige kosten bijzondere bijstand Doe Mee/Kindpakket

134.854

110.650

155.060

123.351

385.478

431.785

454.901

490.689

162.848

128.542

148.559

178.511

208.783

261.171

239.280

240.876

Kwijtschelding eigen bijdrage CAK Voedsel- en kledingbank

152.068

152.908

150.000

125.400

9.151

10.281

12.424

12.700

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Totaal

362.765

376.101

420.943

350.000

2.109.352

2.128.091

2.216.599

2.201.160

In dit beleidsplan staan verschillende doelen benoemd. Deze doelen worden in het actieplan geconcretiseerd. De uitvoering van dit beleidsplan gebeurt natuurlijk niet vanzelf. Hier is mankracht voor nodig en middelen. In het actieplan, dat door ons college zal worden vastgesteld, wordt dat verder uitgewerkt. . Een deel van de uitvoering kan uit bestaande middelen worden betaald of er zijn geen directe kosten aan verbonden. Denk hierbij aan het organiseren van reguliere overleggen tussen uitvoering en beleid. Er zijn echter ook acties waar nieuwe (eenmalige) middelen voor nodig kunnen zijn, denk hierbij aan het aanbieden van een cursus ‘Omgaan met geld’. Tenslotte zijn er pilots, zoals met Stichting Leergeld en Jeugdfonds Sport & Cultuur, die op lange termijn een kostenbesparing opleveren. Om te kunnen starten met de implementatie van dit beleidsplan en het actieplan is 250.000 euro beschikbaar. Dit bedrag komt voort uit overgebleven budgetten van 2021 die we bij de najaarsnota overhevelen naar 2022. In het actieplan kijken we vooral naar maatregelen die onze inwoners beter helpen en tegelijkertijd geld besparen. Een voorbeeld hiervan zijn de plannen die we hebben rondom beschermingsbewind. Wij betalen nu elk jaar een hoog bedrag (bijna een half miljoen euro) beschermingsbewind.

Als we meer inzetten op preventie van schulden, voorkomen we op lange termijn dat inwoners problematische schulden ontwikkelen en beschermingsbewind nodig hebben. Ook vaker budgetcoaching als lichtere vorm inzetten en het afbouwen van bewind aan het einde van een schuldregeling zijn manieren om de kosten van bewind terug te dringen. Wij verwachten dan ook dat de investering voor de implementatie zich op termijn terugverdient.

6

2. Meedoen in de samenleving Onderdeel zijn van een groep is voor een mens ontzettend belangrijk. Het gevoel ergens bij te horen geeft vaak het gevoel er ook toe te doen. Wanneer iemand het gevoel heeft niet meer mee te kunnen doen kan dit voor psychische en sociale problemen zorgen waardoor men nog minder goed kan mee doen. Een vicieuze cirkel dus. Voor huishoudens met een laag inkomen is meedoen in de samenleving vaak een stuk moeilijker dan voor andere huishoudens. Het betalen van clubcontributie is bijvoorbeeld vaak lastig. Ook werkloosheid kan zorgen voor een gevoel van ‘niet meedoen’. Zingeving is hier belangrijk in. Daarom is ‘Meedoen in de samenleving’ het belangrijkste uitgangspunt in dit beleidsplan.

2.1 De huidige situatie In de gemeente Berg en Dal proberen we in te zetten op het stimuleren van (weer) meedoen in de samenleving. Zo hebben we een Doe Mee regeling aanvullend met een Kindpakket, waaruit van alles wordt vergoed. Sportcontributies, laptops, fietsen, culturele activiteiten en schoolreisjes komen voor vergoeding in aanmerking. In vergelijking met andere gemeenten hebben wij een ruimhartige Doe Mee regeling/Kindpakket. Niet alleen het kunnen meedoen bij sociale activiteiten is belangrijk. Ook het hebben van werk of een zinvolle dagbesteding speelt een rol bij het gevoel hebben ‘mee te doen’ in de samenleving. Jezelf financieel kunnen redden is belangrijk, maar werk is meer dan dat. Het hebben van een ritme, verantwoordelijkheidsgevoel en het sociale contacten zijn ook aspecten die onderdeel zijn bij het hebben van werk. Er zijn allerlei manieren waarmee wij onze inwoner helpen aan het werk te komen of aan het werk te houden. Tenslotte is het gevoel hebben van mee kunnen komen een onderdeel van het meedoen in de samenleving. Je eigen zaakjes op orde hebben en op eigen benen kunnen staan is belangrijk. Er zijn allerlei organisaties die onze inwoners hierbij helpen. Zo hebben we een Formulierenbrigade die inwoners helpt bij het invullen van formulieren en het aanvragen van regelingen.

2.2 Wat missen we nog of wat kan anders? We zetten ons al ruimschoots in om iedereen mee te kunnen laten doen in de samenleving. De volgende zaken willen we verbeteren. Andere vorm Doe Mee regeling/Kindpakket: De huidige Doe Mee regeling wordt al veel gebruik van gemaakt. De ervaring is echter wel dat maatwerk lastig is. De inhoud van de Doe Mee regeling zelf is daarnaast hier en daar verouderd. Om meer maatwerk te kunnen bieden zou een andere vorm van de Doe Mee regeling en het Kindpakket nodig zijn. Wanneer er bijvoorbeeld meer met kaders binnen de regeling wordt gewerkt kan er meer rekening worden gehouden met de behoefte van de inwoner. Zo is er een lijst opgenomen van verenigingen waarvan wij de contributie vanuit het Kindpakket kunnen betalen. Deze lijst is niet toereikend en zou herzien moeten worden. Ook door samen te werken met Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport & Cultuur kan er anders met de Doe Mee regeling en het Kindpakket worden omgegaan. Sturen op redzaamheid in plaats van zelfredzaamheid: Bij zelfredzaamheid sturen we er op dat de inwoner alles zelf kan regelen en aanvragen. Maar niet bij iedere inwoner is dit mogelijk. Vooral in dit digitale tijdperk lukt het sommige inwoners niet om de juiste regelingen aan te vragen. Zelfredzaamheid is bij bepaalde groepen dus niet haalbaar. Daarom is het belangrijker te sturen op redzaamheid.

We bieden als gemeente samen met andere organisaties hulp aan inwoners op allerlei gebieden. We moeten er voor zorgen dat deze hulp goed te vinden is en daarmee bij te dragen aan de redzaamheid van onze inwoners. 7

Een doel voor ogen: Inwoners die een uitkering ontvangen moeten geholpen worden om weer zo snel mogelijk op eigen benen te staan. Door bijvoorbeeld uitkeringsgerechtigden uit te dagen een concreet doel voor ogen te houden en daar naartoe te werken wordt gestimuleerd weer op eigen benen te staan. Een doel waar zingeving en autonomie centraal staan. Wanneer een doel wordt gesteld kan er daarna gekeken worden welke stappen nodig zijn om dit doel te behalen, hierbij kunnen wij als gemeente helpen. Werk moet lonen: Wanneer een inwoner op bijstandsniveau of iets daarboven leeft kan hij of zij aanspraak maken op veel regelingen. We moeten er voor waken dat het niet aantrekkelijker wordt om in de bijstand te leven met aanvulling van allerlei regelingen, in plaats van te werken en nergens aanspraak op te kunnen maken. Werk moet altijd blijven lonen. Meer bemiddeling naar werk: Soms is het nodig inwoners echt te activeren. Het minimabeleid moet niet als hangmat voelen, maar als vangnet. Want, opnieuw, werken moet altijd lonen. Onze methode Startpunt kan hier aan bijdragen. Deze methode is door corona niet goed van de grond gekomen, maar kan nu wel worden opgestart. Dit programma leert inwoners over gezonde voeding, beweging en ontwikkeling van vaardigheden die nodig zijn om aan het werk te gaan.

Uitstroompremie: Inwoners lopen vaak tegen hoge kosten aan wanneer zij vanuit een uitkering weer aan het werk gaan. Dit komt omdat bijvoorbeeld huur- of zorgtoeslagen terugbetaald moeten worden. Daarnaast zijn er vaak extra kosten zoals de aanschaf van een fiets of een auto. Een soort uitstroompremie, een vrij besteedbaar bedrag voor de inwoner die weer aan het werk gaat, zou hier een mooie oplossing zijn.

2.3 Waar willen we naartoe? Mee kunnen doen in de samenleving lijkt dus in dit hoofdstuk tweeledig te zijn. Enerzijds gaat het over het meer sociale vlak; meedoen met sport, schoolreisjes en andere activiteiten. Anderzijds verstaan we onder meedoen ook een stukje zingeving en eigen invulling door op eigen benen te staan door middel van werk of de juiste hulp weten te vinden. Vanuit wat wordt gemist zijn onderstaande doelen geformuleerd:    

Updaten van de Doe Mee regeling en het Kindpakket; Meer maatwerk bieden bij regelingen; Vindbaarheid van de juiste hulp vergroten; Meer sturen op participatie door inwoners een doel voor ogen te laten hebben.

Bovenstaande doelen kunnen gehaald worden door ons eigen beleid door te ontwikkelen, nieuwe samenwerkingen aan te gaan en kritisch te zijn op onze eigen regelingen. In het actieplan wordt uitgewerkt hoe we concreet deze doelen gaan oppakken.

8

3. Schuldhulpverlening Wanneer inwoners schulden of betalingsachterstanden hebben kunnen wij hen helpen bij het oplossen van deze problemen. Bij het verzamelen van de input was schuldhulpverlening één van de belangrijkste onderwerpen die naar voren kwam. Schulden kunnen er voor zorgen dat inwoners ook andere psychische en sociale problemen krijgen. Daarnaast leiden schulden tot hoge kosten voor de inwoner zelf, de maatschappij en voor de gemeente. Daarom is het belangrijk dat schuldhulpverlening een duidelijke plek in dit beleidsplan en binnen onze gemeente heeft.

3.1 De huidige situatie Onze schuldhulpverlening is nu zo ingedeeld dat wij zelf de zogeheten eerste fase uitvoeren en de tweede fase wordt uitgevoerd door Plangroep. In de eerste fase van schuldhulpverlening voert de gemeente een intakegesprek met de inwoner. Aan de hand van dit gesprek en de aangeleverde gegevens wordt een plan van aanpak gemaakt. Hierin geven wij advies over de financiële situatie en het eventueel oplossen van de schulden. Tijdens de eerste fase is er niet alleen oog voor de financiële problemen van de inwoner. Er wordt een brede, integrale uitvraag gedaan om de gehele situatie van de inwoner in beeld te krijgen. Waar nodig worden andere collega’s met andere expertise betrokken of wordt er door verwezen naar andere hulpverleningsinstanties. Denk hierbij aan maatschappelijk werk of bijvoorbeeld verslavingszorg. Het accent ligt altijd op het vinden van de meest passende oplossing. Dit kan een 100% betalingsregeling zijn, een schuldregeling of een andere manier van schuldhulpverlening voor bijvoorbeeld ondernemers. In de tweede fase vallen de schuldregelingstrajecten. In deze fase treedt Plangroep op als tussenpersoon van de schuldenaar en schuldeisers, waarbij deze de belangen van alle betrokken partijen zo goed mogelijk behartigt.

Plangroep probeert eerst tot een vrijwillige overeenkomst te komen tussen schuldenaar en schuldeisers (een minnelijke schuldregeling). Als het niet lukt om tot een minnelijk akkoord te komen met de schuldeisers, dan wordt de rechter gevraagd om een oplossing: het wettelijke traject via de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Ook voert Plangroep budgetbeheer uit. Met budgetbeheer worden de inkomsten en uitgaven van een inwoner met schulden beheerd. Behalve de eerste fase, voeren wij ook de preventie uit. Met vroegsignalering zetten we ons in op het voorkomen van hoge schulden. Door op tijd contact te zoeken met inwoners met betalingsachterstanden willen we voorkomen dat inwoners in grotere problemen terecht komen. Van signaalpartners ontvangen wij betalingsachterstanden. Signaalpartners zijn onder andere Vitens, energiebedrijven, zorgverzekeraars en woningcorporaties. Dit is allemaal in een convenant vastgelegd zodat dit volgens de regels in de AVG uitgevoerd kan worden. Afhankelijk van de hoogte van de betalingsachterstand en of er meerdere achterstanden zijn reageren onze schuldhulpverleners met een huisbezoek, brief, mail, telefoontje of SMS. Op deze manier krijgen we inwoners met betalingsachterstanden al snel in beeld. Tenslotte zijn er verschillende organisaties die onze inwoners helpen bij het onder controle houden van de financiën.

De schuldhulpbuddy’s van SSHB Support en de vrijwilligers van Humanitas helpen onze inwoners bij de thuisadministratie. Zij komen bij onze inwoners thuis en kijken samen met hen waar het misloopt met de financiën en waar zij verder nog kunnen helpen. Zij staan in goed contact met onze schuldhulpverleners en verwijzen inwoners door naar onze schuldhulpverleners wanneer dit nodig is of andersom. Ook biedt SSHB Support nog een andere dienst aan binnen onze gemeente, namelijk de Formulierenbrigade. 9

Inwoners kunnen naar de brigade toe wanneer zij vragen of hulp nodig hebben bij het aanvragen van regelingen of het invullen van formulieren.

3.2 Wat missen we nog of wat kan anders? Vanuit de verkregen input wordt aangegeven dat het volgende wordt gemist of anders kan: Saneringskredieten: Dit is een vorm van een schuldregeling. Inwoners met schulden hebben vaak verschillende schuldeisers. In de huidige situatie moet met al deze schuldeisers een afspraak worden gemaakt over het aflossen van de schulden. Dit is voor ons veel werk en zorgt bij de inwoner voor onrust. Met een saneringskrediet worden alle schulden bij de schuldeisers afbetaald door de gemeente en heeft de inwoner alleen nog een schuld bij de gemeente. Een saneringskrediet zorgt voor rust bij de inwoner, duidelijkheid en scheelt tijd en moeite in de uitvoering. Ook gaan schuldeisers vaak eerder akkoord met een saneringskrediet. Zij hebben dan garantie dat zij gelijk op het begin van het traject hun geld krijgen. Budgetcoaching: Budgetcoaching is een minder zware hulpvorm dan budgetbeheer. We bieden als gemeente al budgetcoaching aan, maar uit reactie van inwoners blijkt dat hier nog niet genoeg bekendheid aan wordt gegeven. Hier zijn dus nog stappen in te halen.

Het Nibud omschrijft budgetcoaching als ‘het ondersteunen en stimuleren van personen, met als doel het vergroten van financiële zelfredzaamheid van die personen.’ Cursus omgaan met geld: Voor sommige mensen is het moeilijk om goed met geld om te gaan, bijvoorbeeld als er sprake is van een licht verstandelijke beperking of als iemand in een instelling woont. Een cursus kan dan helpen. Inwoner structureel uit schulden houden: Helaas zien we vaak dezelfde inwoners terug die opnieuw in de schulden zijn gekomen. We zien dat zowel bij vroegsignalering als na een schuldregeling. Daarom is een vorm van nazorg ook belangrijk bij inwoners wanneer schulden zijn afbetaald of betalingsachterstanden zijn ingelost. Door een persoonlijk gesprek te voeren na de schuldhulpverlening en hiermee in beeld brengen waar behoefte aan is, voorkom je dat inwoners opnieuw in de schulden terecht komen. Budgetcoaching na een schuldregeling zou hier bijvoorbeeld bij helpen. Ook voorlichting voor specifieke doelgroepen kan helpen. Schuldhulpverlening voor ondernemers goed regelen binnen de gemeente: Schuldhulpverlening voor ondernemers is een aparte tak van sport. Hier moet goed over nagedacht worden en samenwerking met andere organisaties in worden gezocht.

Momenteel is de schuldhulpverlening die we aan ondernemers bieden sluitend, maar er moet goed in de gaten worden gehouden wat er op ons afkomt wanneer de financiële coronasteunmaatregelen voor ondernemers wegvalt. De verwachting is dat ondernemers die nu of over een tijdje in de schulden komen door de coronacrisis, hun weg pas over een paar jaar vinden naar onze gemeente. Daarom is het belangrijk alert te zijn op de ontwikkelingen rondom schuldhulpverlening en ondernemers. We moeten dit als gemeente structureel goed regelen, schuldhulpverlening is namelijk voor iedereen. Beschermingsbewind minder vaak inzetten: Bij beschermingsbewind zorgt een bewindvoerder voor de financiën van de inwoner die onder bewind staat. Beschermingsbewind is een grote kostenpost voor onze gemeente. Per jaar geven we hier vanuit de bijzondere bijstand bijna een half miljoen aan uit. Bovendien is beschermingsbewind ook een erg zwaar schuldhulpmiddel. Het haalt de financiële verantwoordelijkheid bij de inwoner grotendeels weg en voor het gevoel van de inwoner is het moeilijk om van beschermingsbewind af te komen. Wanneer we als gemeente inwoners met schulden beter helpen met het beheren van de eigen financiën wordt zelfredzaamheid 10

gestimuleerd en wordt beschermingsbewind minder vaak ingezet. Budgetcoaching kan hier een middel voor zijn. Vanuit de nieuwe Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening is ons als gemeente een adviesrecht toegekend. Met dit adviesrecht mogen onze schuldhulpverleners advies geven over de inzet van beschermingsbewind voor een inwoner en voor het stopzetten van beschermingsbewind. Van dit adviesrecht kunnen we meer gebruik maken. Ook het sluiten van een convenant met bewindvoerders kan bijdragen aan het minder vaak inzetten van beschermingsbewind. Jongeren en schulden: Jong geleerd is oud gedaan luidt het gezegde. Dit geldt ook voor het omgaan met geld en het voorkomen van schulden. Wanneer jongeren al vroeg worden geïnformeerd over wat hun rechten en plichten zijn rondom financiën kan op latere leeftijd problemen voorkomen worden. Informatie verstrekken over het aanvragen van toeslagen, het betalen van verzekeringen en het aanmaken van een DigiD kan jongeren financieel helpen. Hier kunnen we als gemeente een grotere rol in spelen. Door bijvoorbeeld op de achttiende verjaardag van een jongeren een ‘verjaardagskaart’ te sturen met allerlei informatie en doorverwijzingen kunnen we hierop inspelen. Ook meer samenwerking met scholen voor voorlichting is een manier om te voorkomen dat jongeren al vroeg in de schulden komen.

Utrechts Huishoudboekje: In de gemeente Utrecht wordt er binnen schuldhulpverlening gewerkt met het Huishoudboekje. Dit is een tool waarbij de gemeente de vaste lasten betaald voor de inwoner uit het inkomen van de inwoner. Wat dan nog overblijft van het inkomen gaat terug naar de inwoner. De inwoner kan online het overzicht houden. Het Huishoudboekje is ideaal voor inwoners die wisselende inkomsten hebben of bijvoorbeeld net uit de bijstand komen en weer aan het werk gaan. Het kan een preventieve maatregel zijn voor schuldhulpverlening, omdat het financiële rust en overzicht geeft.

3.3 Waar willen we naartoe? Sinds 2019 voeren we zelf fase 1 uit. We zijn nu ruim anderhalf jaar verder en het is tijd om door te ontwikkelen. Door ons verder te ontwikkelen en uit te breiden voorkomen we op lange termijn dat inwoners in zware, en voor ons als gemeente dure, schuldregelingen terecht komen. We zijn tot de volgende doelen gekomen vanuit de input die is geleverd over wat er nog gemist wordt op het gebied van schuldhulpverlening:    

Financiële redzaamheid stimuleren bij inwoners; Meer maatwerk bieden voor inwoners met schulden; Minder inwoners in zware schuldregelingen; Meer grip op inwoner met schulden door uitbreiden van preventie en nazorg.

Bovenstaande doelen kunnen gehaald worden wanneer we onze schuldhulpverlening door ontwikkelen. Onder paragraaf 3.2 zijn ideeën genoemd hoe we onze schuldhulpverlening kunnen verbeteren en uitbreiden. Deze ideeën dragen bij aan onze doelen en gaan opgenomen en uitgewerkt worden in het actieplan.

11

4. Relatie overheid & inwoner De relatie tussen overheid en inwoner is altijd aan verandering onderhevig. Waar we een aantal decennia geleden nog een echte verzorgingsstaat waren, wordt inmiddels meer zelfredzaamheid van de inwoner verwacht. De relatie tussen overheid en inwoner staat helaas ook vaak op gespannen voet. Wantrouwen van beide kanten, een belerende vinger en betutteling liggen op de loer. De Toeslagenaffaire is een voorbeeld van hoe het niet moet en heeft helaas invloed gehad op de relatie tussen overheid en inwoner. Omdat deze relatie zo belangrijk is en overheid en inwoner niet zonder elkaar kunnen is het van belang dat we hier goed over nadenken hoe we ons willen positioneren en wat we van onze inwoner verwachten. Bij het ophalen van de input is gebleken dat we al op de goede weg zijn, maar er ook absoluut nog verbeterpunten zijn.

4.1 De huidige situatie Qua inwonersaantallen zijn we een kleine gemeente. Dit werkt in veel gevallen in ons voordeel, bijvoorbeeld bij het contact met inwoners. Veel inwoners die een hulpvraag hebben zijn in beeld en is contact mee. Uit het jaarverslag interne klachtbehandeling 2020 gemeente Berg en Dal blijkt dat er in een jaar tijd 21 klachten zijn binnengekomen. Slechts een klein deel van deze klachten komen voort uit het direct klantcontact. We horen vaak van inwoners terug dat zij tevreden zijn over het contact met onze gemeente. Het is echter altijd belangrijk om mee te bewegen met de tijd en ontwikkelingen en dus ook met de behoefte van de inwoner. Een goede relatie is belangrijk. Toch zijn er ook altijd inwoners die misbruik maken van allerlei gemeentelijke regelingen. Doelbewust liegen en fraude plegen door inwoners moet aangepakt worden. Naast dat fraude plegen verboden is, is dit ook niet eerlijk naar andere inwoners toe. Het gaat immers om gemeenschapsgelden waar fraude mee wordt gepleegd. Fraude kan op verschillende manieren worden gepleegd. Bijvoorbeeld een inwoner die vanuit het Kindpakket een laptop ontvangt en deze vervolgens verkoopt en een goedkopere of helemaal geen laptop terugkoopt. Of een inwoner die een uitkering ontvangt, maar daarnaast nog zwart werkt. Ook op het gebied van het inwonen in een woning wordt geregeld fraude gepleegd.

Om fraude op te sporen en te stoppen hebben we binnen onze gemeente een ambtenaar die zich hier speciaal mee bezighoudt. Zij spoort fraude niet alleen op, maar ontvangt ook geregeld van inwoners of collega’s meldingen over fraude. Inwoners kunnen fraude anoniem melden.

4.2 Wat missen we nog of wat kan anders? Uit de cijfers van het jaarverslag interne klachtbehandeling 2020 blijkt dus dat het goed gaat met onze relatie met de inwoner. Echter, zegt dit jaarverslag natuurlijk niet alles. Niet iedere inwoner dient een officiële klacht in en alleen aan de hand van klachten kunnen we niet iets zeggen over de gehele relatie tussen de gemeente en de inwoners. Vanuit de verkregen input zijn er allerlei verbeterpunten gekomen waar we ons over hebben gebogen. Werk vanuit vertrouwen, niet vanuit wantrouwen: Er zijn altijd inwoners die misbruik maken van een situatie, regelingen of andere dingen. Dit voorkom je niet. We moeten in ons werk en beleid er van uit gaan dat de grootste groep inwoners zich gewoon netjes aan de regels houdt. Een gevolg van een wantrouwende houding vanuit ons als gemeente, is dat de inwoner ook wantrouwend wordt en problemen verbergt. Dit is uiteraard jammer omdat wij onze inwoners vaak goed kunnen helpen voordat zij in grotere problemen terecht komen.

12

Niet betuttelen: Iets wat lijnrecht tegenover het bovenstaande lijkt te staan is dat we als gemeente niet moeten gaan betuttelen. We hebben als overheid soms de neiging om voor onze inwoner te denken en te bedenken wat het beste is voor de inwoner. Dit is een houding waar we van af moeten. Door het betuttelen ontstaat de situatie dat de inwoner geen eigenaar meer van zijn of haar eigen probleem is. De houding ‘dat regelt de gemeente wel voor mij’ ontstaat wanneer wij te veel betuttelen. Meer betrokkenheid van ambtenaar bij inwoner: Vanuit de input is regelmatig teruggekomen dat de inwoner niet het gevoel heeft dat ambtenaren betrokken zijn bij hun situatie wanneer ze aankloppen voor hulp. Dit is zorgelijk, aangezien onze inwoners centraal staan in ons werk. Dit vraagt om verandering in onze houding richting de inwoner. Communicatie trainingen zouden hierbij kunnen helpen. Ook is er de ambitie om te werken met 1 gezin, 1 plan. Vanuit dit perspectief heeft de inwoner niet meer te maken met allerlei verschillende ambtenaren, maar is er één aanspreekpunt. Dit zorgt voor meer betrokkenheid van beide kanten. Voorkomen van fraude: Er zijn verschillende manieren om fraude te voorkomen en te bestrijden. Door duidelijke informatie te verstrekken over onze omgang met fraude, kan het plegen van fraude afschrikken. Communicatie hierover naar inwoners toe gebeurt nog weinig.

Daarnaast is samenwerking met verschillende organisaties en intensieve interne inzet op fraude belangrijk om fraude te bestrijden.

4.3 Waar willen we naartoe? De inwoner en de behoefte van onze inwoner hoort centraal te staan in ons werk. Daar moeten we altijd naar streven, zonder alles uit handen te nemen van de inwoner. In de paragraaf hierboven, 4.2, is de verkregen input en hetgeen wat wordt gemist besproken. Hieruit komen we tot de volgende doelen:    

Situatie en behoefte van inwoner duidelijk in beeld krijgen waardoor maatwerk geleverd kan worden; Samenwerking en een gelijkwaardige relatie met de inwoner nastreven; Transparantie en duidelijkheid in onze eigen regelingen en beleid naar de inwoner toe; Meer preventieve stappen zetten in de bestrijding van fraude.

Door bovenstaande doelen na te streven, kan er een betere relatie tussen inwoner en gemeente worden gerealiseerd. Betrokkenheid van beide kanten en de menselijke maat horen centraal te staan in de relatie tussen overheid en inwoner. Hoe bovenstaande doelen precies bereikt gaan worden, gaat verder uitgewerkt worden in het actieplan.

13

5. Meer aansluiting bij… Versnippering is een veel gehoorde term in gemeenteland. Dat wil zeggen dat er een wirwar aan regels, wetgeving, organisaties en wegen om te bewandelen zijn. Tijdens het ophalen van de input voor dit beleidsplan bleek ook maar weer dat onduidelijkheid en verwarring soms de boventoon voert bij beleid en regelgeving omdat het niet op elkaar aansluit. Meer aansluiting in beleid en wetgeving is dus op zijn plaats. Daarnaast kunnen wij als gemeente ook meer aansluiting zoeken bij andere organisaties. Organisaties die zich bijvoorbeeld inzetten voor minimahuishoudens.

5.1 De huidige situatie Minimabeleid en schuldhulpverlening raken veel andere beleidsterreinen. Denk hierbij aan beleid rondom jeugd, sport, gezondheid en inburgering. En er zijn vast nog meer onderwerpen te bedenken. Verschillende collega’s werken op verschillende beleidsterreinen waar weer verschillende wetgeving voor geldt. Dit maakt samenhang tussen beleid en regelgeving tussen verschillende beleidsterreinen soms lastig. We werken veel samen met organisaties die onze inwoners ondersteunen op allerlei vlakken. Denk hierbij aan Stichting Schuldhulpbuddy, Humanitas en de Voedselbank. Ook werken we regelmatig samen met andere gemeenten. We wisselen kennis uit of pakken samen nieuwe initiatieven of ideeën op.

5.2 Wat missen we nog of wat kan anders? Door degenen die input hebben gegeven werd met regelmaat aangegeven dat aansluiting op verschillende vlakken wordt gemist. Hierdoor worden dingen dubbel gedaan of juist niet gedaan omdat er weinig inzicht is in wat er speelt. Hieronder staan de aandachts- of verbeterpunten. Integraal werken. 1 gezin, 1 plan: Minimabeleid en schuldhulpverleningsbeleid gaat hand in hand met andere disciplines. Denk hierbij aan beleid rondom werk en participatie, WMO en jeugd. In het Koersdocument Sociaal Domein staat integraal werken hoog in het vaandel. In het Koersdocument staat 1 gezin, 1 plan centraal. Daarom moet er ook vanuit de beleidsterreinen minima en schuldhulpverlening meer worden samengewerkt met andere beleidsterreinen. Wet inburgering: De nieuwe Wet Inburgering komt per 2022 op ons af. Deze wet houdt in dat we als gemeente een veel grotere zorgtaak krijgen voor statushouders. Eén van die taken is bijvoorbeeld de hulp bij financiën, wat weer bij het beleidsterrein van inkomen hoort. Hierop vooruitlopend is het dus belangrijk dat al op tijd samen met andere collega’s van andere beleidsterreinen naar deze nieuwe wet en de implementatie ervan wordt gekeken. Lijst met sociale initiatieven: Door een lijst op te stellen met sociale initiatieven in onze gemeente krijgen we goed in beeld wat er speelt en wat er al gedaan wordt.

Zo hoeven we niet zelf van alles op te tuigen, maar kunnen we aansluiten of ondersteunen bij initiatieven die bijvoorbeeld vanuit de inwoner zelf komen. Zo zijn er nog een hoop organisaties waarbij we samenwerking kunnen opzoeken, bijvoorbeeld: Stichting Leergeld, Nationale Schuldhulproute en het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Goede samenwerking tussen organisaties: Zoals eerder gezegd werken we al met veel organisaties samen. Niet alleen een goede samenwerking tussen ons en de organisaties is belangrijk, maar ook de samenwerking bij de organisaties onderling. Hiermee kan werk versterkt worden en kunnen inwoners nog beter geholpen worden waar nodig. Met het Platform Armoedebestrijding zijn hier al mooie stappen gezet. Professionals en

14

afgevaardigden vanuit verschillende hoeken zijn hierbij aangesloten. Kennis en kunde kunnen met elkaar uitgewisseld worden.

5.3 Waar willen we naartoe? Het is van groot belang dat ons beleid en regelgeving van verschillende beleidsterreinen op elkaar aansluiten. Tegenstrijdigheden zorgen voor verwarring bij zowel medewerkers als inwoners van de gemeente. Daarom is samenhang belangrijk. Onderstaande doelen komen voort uit hetgeen wat nog gemist wordt in onze gemeente:   

Duidelijker in beeld krijgen: Wie doet wat? Zowel intern als extern; Meer samenwerkingen met andere organisaties en initiatieven organiseren; Beleid en beleidsregels op verschillende beleidsterreinen moeten op elkaar aansluiten.

Met onder andere de ideeën onder paragraaf 5.2 kunnen we de bovenstaande doelen bereiken. Hiermee zorgen we voor samenhang en zowel intern bij collega’s, als extern bij inwoners voor minder verwarring. De ideeën uit paragraaf 5.2 worden verder uitgewerkt in het actieplan.

15

6. Interne ontwikkelingen Niet alleen de dingen die we naar buiten toe, voor onze inwoners, doen kunnen we verbeteren. Ook intern zijn er nog een hoop dingen te verbeteren. Deze input kwam niet alleen voort uit onze eigen organisatie, maar ook vanuit de inwoner en organisaties waarmee wij samen werken. Uiteindelijk heeft natuurlijk hoe wij intern met elkaar samenwerken invloed op de diensten en de hulp die we onze inwoners bieden.

6.1 De huidige situatie Het beleid en de uitvoering van dit beleidsplan zijn ondergebracht in drie verschillende organisatieonderdelen van de gemeente. De beleidsmedewerker die over dit beleid gaat is onderdeel van het team Maatschappelijke Ontwikkeling. De schuldhulpverleners zijn binnen het Sociaal Team een apart team. De overige uitvoering van dit beleidsterrein hoort bij het team Inkomen & Participatie. Zoals is te lezen in hoofdstuk 3 Schuldhulpverlening, voeren wij de eerste fase van schuldhulpverlening nog niet zo lang zelf uit. De uitvoering belegd bij team Inkomen & Participatie doen we al wel heel lang bijna helemaal zelf. Alleen rondom de uitkeringen, ondersteuning en schuldhulpverlening voor ondernemers hebben we diensten uitbesteed.

6.2 Wat missen we nog of wat kan anders? Er zijn veel veranderingen geweest en altijd gaande. Er is gereorganiseerd en personele wisselingen zijn er altijd. Dit kan voor onrust en onduidelijkheid intern zorgen. Wanneer de interne samenwerkingen goed lopen, is dat te merken aan ons werk voor de inwoner. Daarom kan het altijd beter of anders. Onderstaande input komt zowel vanuit interne als externe bronnen. Duidelijkheid in beleidsregels en rollen: Wanneer er meer duidelijkheid is in beleidsregels en rollen van medewerkers kunnen we beter ons werk uitvoeren. Voor iedereen is dan duidelijk wie wat behoort te doen. Daarnaast kunnen we elkaar dan beter verantwoordelijk houden voor het werk wat we verrichten en elkaar aanspreken op eventuele fouten. Samenwerking uitvoering & beleid: Deze samenwerking kan beter. Wanneer beter wordt samengewerkt en beiden goed bij elkaar aansluiten heeft de inwoner hier baat bij. De communicatie onderling kan beter, er zijn nu ook geen duidelijke afspraken over reguliere overleggen of iets dergelijks. Daarnaast kan de samenwerking tussen schuldhulpverlening en team Inkomen & Participatie beter zodat er niet langs elkaar heen aan dezelfde casus wordt gewerkt. Ook met WMO en Jeugd zou hierin beter samengewerkt moeten worden. Dit past in het idee van het Koersdocument Sociaal Domein waarin 1 gezin, 1 plan centraal staat.

Passende systemen: Met name bij schuldhulpverlening wordt een passend systeem gemist. Hierdoor is het niet mogelijk om conform de AVG en overzichtelijk gegevens op te slaan. Daardoor is het ook moeilijk om dossiers terug te vinden, samen te werken in dossiers en te evalueren. Daarom is het nodig om een passend systeem aan te schaffen voor schuldhulpverlening. Evaluaties van beleid: Het evalueren van beleid gebeurt niet regelmatig. Vaak wordt er maar één keer in de vier jaar echt uitgebreid geëvalueerd. Het zou beter zijn wanneer er regelmatig wordt stilgestaan bij de doelen die we onszelf stellen en kijken hoe ver we zijn met het behalen daarvan. Ook de beleidsregels moeten hierin worden meegenomen; zijn deze nog actueel? Missen we iets? Kan er iets worden aangepast?

16

6.3 Waar willen we naartoe? De organisatie van gemeente Berg en Dal ontwikkelt altijd door. Mensen komen en gaan en in de loop van de tijd wordt de organisatie doorontwikkeld. Dit vraagt iets van ons als medewerkers en we moeten er samen alert op zijn dat inwoners geen ‘last’ hebben van interne ontwikkelingen. We moeten flexibel blijven en mee blijven bewegen. Als we intern goed kunnen samenwerken en alles goed geregeld is, dan kunnen we voor de inwoner beter ons werk uitvoeren. Vanuit de geleverde input, besproken in paragraaf 6.2, zijn onderstaande doelen geformuleerd: 

  

Jaarlijkse korte evaluatie van ons werk door te kijken in hoeverre we met de doelen in dit beleidsplan bezig zijn, deze evaluatie draait mee in de reguliere planning en control cyclus; Intensievere samenwerking tussen team Inkomen, schuldhulpverlening en beleid door directe aanspreekpunten en reguliere overleggen; Een passend systeem aanschaffen voor schuldhulpverlening; Beleidsregels en verordeningen moeten na worden gelopen of deze nog actueel zijn en herzien waar nodig.

Met bovenstaande doelen is het mogelijk om beter samen te werken in een omgeving waar aan de ene kant duidelijkheid een grote rol speelt, maar aan de andere kant ook flexibel gewerkt kan worden en snel geschakeld kan worden.

17

7. Andere ideeën In dit hoofdstuk worden de andere, concrete ideeën van degenen die input hebben geleverd besproken. Deze input was niet in te delen in andere hoofdthema’s, maar zeker het vermelden in dit beleidsplan waard. Daarnaast geeft het ook aan hoe goed inwoners en andere organisaties met ons meedenken en dit moeten we zeker blijven omarmen. Het is niet altijd nodig om als gemeente zelf met oplossingen te komen, inwoners en organisaties denken graag met ons mee en dit moeten we blijven stimuleren.

7.1 De huidige situatie Feedback en input van de inwoner is bij onze gemeente altijd welkom. Vanwege onze kleinschaligheid is er over het algemeen goed contact met onze inwoners. Sinds mei 2021 is het Digitaal Platform (www.samenbergendal.nl) in gebruik. Een nieuwe tool waarmee op gemakkelijke manier om de mening en om input van een inwoner kan worden gevraagd op allerlei beleidsterreinen. Ook aan de hand van nieuwsbrieven, adviesraden en oproepen in de media kan gevraagd worden om input. Dit gebeurt echter niet veel op het gebied van minimabeleid en schuldhulpverlening. De onderstaande ideeën zijn wel opgehaald via het Digitaal Platform en oproepen in een nieuwsbrief en via de media.

7.2 Welke andere ideeën zijn opgehaald?  

    

Intensievere samenwerking met het Ruilhuis om speelgoed aan kinderen uit minimahuishoudens aan te bieden; Aangepast afvalbeleid voor minimahuishoudens. Grofvuil storten of op laten halen zitten vaak kosten aan verbonden, die kunnen niet altijd betaald worden. Hierdoor wordt er nog wel eens (grof)vuil gedumpt. Een opgeruimd huis betekent een opgeruimd hoofd, daarom zou er eens nagedacht moeten worden aan aangepast afvalbeleid voor minimahuishoudens; Convenant met bewindvoering ondertekenen waarin een betere en transparantere samenwerking is vastgelegd; Aanschaffen en verschaffen van de Nibud-agenda. Hier staan allerlei tips en tricks in voor inwoners om beter met geld om te kunnen gaan; Samenwerking met Speaking Minds. Een organisatie die samen met jongeren en gemeente om tafel te gaan om te praten over jongeren en armoede; Samenwerking met het Kinderfietsplan van de ANWB. Zij ondersteunen bij de uitgifte van tweedehands kinderfietsen voor gezinnen die deze niet zelf kunnen aanschaffen; Gebruik maken van de Voorzieningenwijzer. De Voorzieningenwijzer is een tool waarin alle voorzieningen van een gemeente goed te vinden zijn. Minimaregelingen worden hierdoor beter benut; Uitkeren van een basisinkomen/arbeidsloos inkomen. Dit is een uitkering die inwoners krijgen zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat.

Andere regelingen (zoals bijzondere bijstand en de Doe Mee-regeling) zouden hiermee geschrapt kunnen worden en ook voor de uitvoering zou dit veel tijd en moeite schelen.

7.3 Waar willen we naartoe? De hierboven genoemde ideeën worden niet per definitie uitgevoerd. Dat ze hierboven genoemd zijn wil zeggen dat de opties worden onderzocht. Tijd, geld, politiek en haalbaarheid spelen mee bij het bepalen wat wel en niet wordt uitgevoerd. Het is echter wel belangrijk dat nieuwe ideeën worden opgehaald in de samenleving en worden onderzocht. Hiermee haal je behoeften uit de samenleving op en kan je als gemeente meebewegen met allerlei ontwikkelingen. Wat we vandaag in dit beleidsplan zetten, kan over een jaar niet meer relevant zijn. Daarom zijn de volgende doelen voor dit hoofdthema geformuleerd: 18

Er moet periodiek navraag worden gedaan in de samenleving of er nieuwe ideeën zijn rondom armoede, wat de behoeften zijn en wat er gemist wordt op het gebied van minimabeleid en schuldhulpverlening; De opgehaalde input wordt serieus bekeken op uitvoerbaarheid en haalbaarheid.

Deze doelen worden ook in het actieplan opgenomen en verder uitgedacht.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10803408/3