CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

B60 Memo toelichting nieuwe verordening

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: B60 Voorstel om de Erfgoedverordening Berg en Dal 2021 vast te stellen765 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

Aan: Onderwerp: Datum:

College van Burgemeester en Wethouders, Gemeenteraad Berg en Dal Toelichting onderdelen Erfgoedverordening Berg en Dal 2021 26 mei 2021

Geachte college- en raadsleden, In deze memo gaan we in op de wettelijke veranderingen als gevolg van de invoer van de Erfgoedwet en lichten we vijf zaken uit de nieuwe erfgoedverordening extra toe. Wijzigingen in Erfgoedwet met lokale gevolgen: De Erfgoedwet bevat verschillende veranderingen met lokale gevolgen: - De landelijke aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten wordt vervangen door een rijksinstructie aan gemeenten, daarbij kan de minister van OCW voortaan te beschermen ensembles aanwijzen; - Wat betreft archeologie vervalt de tegemoetkomingsregeling excessieve opgravingskosten t.b.v. een beperkte tegemoetkoming uit het gemeentefonds; - Het bestaande opgravingsvergunningenstelsel inmiddels vervangen door een archeologie-certificaat; - De scope van de Erfgoedwet t.o.v. de Monumentenwet 1988 is ook veranderd, het gaat niet alleen om archeologie en onroerende monumenten en ensembles, maar om een integrale benadering van het cultureel erfgoed, waarbij ook cultuurgoederen en gemeentelijke verzamelingen onderdeel kunnen worden van het beschermd cultureel erfgoed. Toelichting nieuwe erfgoedverordening a. Paragraaf 2: aanwijzen van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen of beschermde gemeentelijke verzamelingen.

Deze paragraaf maakt het mogelijk dat stukken van het gemeentelijk cultuurbezit worden aangewezen als beschermde gemeentelijke cultuurgoederen of beschermde gemeentelijke verzamelingen. De formele gevolgen van een aanwijzing zijn beperkt: ze zullen ingeschreven worden in het gemeentelijk erfgoedregister en er geldt een verplichting tot bekendmaking en een adviesverplichting bij een eventuele vervreemding daarvan door de gemeente. Zie ook kanttekening 1.2. b. Artikel 13: Instandhouding gemeentelijk monument en artikel 14: omgevingsvergunning gemeentelijk monument. Net als in de erfgoedverordening Groesbeek 2015, is in de erfgoedverordening Berg en Dal 2021 ook een instandhoudingsplicht gemeentelijke monumenten opgenomen. In de nieuwe verordening is echter nadrukkelijker opgenomen dat het niet is toegestaan om een

Pagina 1 van 2

monument van noodzakelijk onderhoud te onthouden. Hierdoor kunnen we onze monumenten beter beschermen tegen achterstallig onderhoud. Daarnaast is het facultatieve lid 2 van artikel 14 opgenomen in de nieuwe verordening. Dit lid bepaalt dat versoepelingen die op basis van de Wabo in het Besluit Omgevingsrecht (bijlage II, artikel 3a) gelden bij vergunningen voor rijksmonumenten ook voor gemeentelijke monumenten gelden. Doordat dit artikel niet in de huidige erfgoedverordening is opgenomen, is ons vergunningenbeleid t.a.v. gemeentelijke monumenten op het moment strenger dan het beleid voor rijksmonumenten. Wij stellen voor dit beleid gelijk te schakelen: het handhaven van lid 2 van artikel 14 gaat namelijk niet ten koste van de kwaliteit van de monumenten en het schept duidelijkheid voor monumenteneigenaren in de gemeente. c. Paragraaf 6: gemeentelijke stads- en dorpsgezichten. In onze gemeente zijn verschillende terreinen aanwezig met een hoge cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Deze paragraaf geeft de mogelijkheid aan uw raad om op voorstel van het college gemeentelijke stads- en dorpsgezichten aan te wijzen.

Het beschermingsregime van een dergelijk stads- of dorpsgezicht zal op termijn in een bestemmingsplan ingepast moeten worden, maar in de basis voorziet de verordening in artikel 20 in een verbod op het slopen van bouwwerken zonder omgevingsvergunning binnen stads- en dorpsgezichten. d. Paragraaf 8: Archeologie. Sinds 2007 zijn gemeenten wettelijk verplicht rekening te houden met archeologische waarden. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit Ruimtelijke Ordening dient in de toelichting van nieuwe bestemmingsplannen een beschrijving opgenomen te worden van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De gemeente heeft nog een aantal vigerende bestemmingsplannen die voor de inwerkingtreding van dit artikel zijn vastgesteld. Om deze reden is in artikel 23 een vangnetbepaling opgenomen, zodat bij vergunningverlening toch rekening gehouden kan worden met archeologische waarden. e. Artikel 25: verbod op metaaldetectie Dit artikel betreft een verbod op metaaldetectie in de openbare ruimte. Bij de herijking van de APV in 2015 is het toenmalige detectorverbod vervallen, omdat de Monumentenwet 1988 al voorzag in een verbod op het opsporen van metalen in de bodem.

Die bepaling is bij de invoering van de Erfgoedwet weer vervallen: er werd een vrijstellingsdiepte voor detectoramateurs opgenomen van 30 centimeter vanaf maaiveld. In de praktijk blijkt dat de landelijke regels rondom detectoramateurs lastig te handhaven zijn in onze gemeente: er zijn de afgelopen jaren bij bijvoorbeeld de Duivelsberg en in de bossen verschillende detectoramateurs actief (die graven naar metalen), waartegen op dit moment niet kan worden opgetreden. In een gebied met grote archeologische rijkdom en waar tijdens de Tweede Wereldoorlog veel is gevochten, vormt het een veiligheidsrisico en een potentiële aantasting van het archeologisch erfgoed in de gemeente om het detectorverbod niet op te nemen.

Datum: 26-5-2021

Pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10489674/1