CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

B53 Raadsvoorstel Uitgangspuntennotitie begroting 2022

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: B53 Voorstel om de financiële uitgangspunten voor de begroting 2022 vast te stellen4.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Griffiersnummer: Onderwerp: Datum B&W-vergadering: Datum raadsvergadering: Datum carrousel: Portefeuillehouder: Ambtenaar: e-mailadres: Zaaknummer: Documentnummer:

B53 Uitgangspuntennotitie begroting 2022 8 juni 2021 15 juli 2021 1 juli 2021 S.G.P. Fleuren Hans Jeurissen H.Jeurissen@bergendal.nl Z-21-91974 VB/Raad/21/01228

Aan de gemeenteraad, Voorstel Vast te stellen de financiële uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2022 conform de bijlagen bij dit raadsvoorstel. Inleiding In onze Financiële verordening 2021 staat dat het college, de raad kaders aanbiedt voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De gemeenteraad heeft eerder aangegeven vooraf richting te willen geven aan de inhoud van de begroting. De geplande richtingensessie op 15 april 2021 is uitgesteld naar een discussieavond op 10 juni 2021 omdat er nog grote onzekerheden waren over de ontwikkeling van de gemeentelijke financiën (met name over aanvullende middelen vanuit het rijk) en de te nemen besluiten hierover door het nieuwe kabinet. In deze sessie haalt het college normaliter informatie op bij de raad voor het opstellen van de volgende begroting. De discussieavond vond eveneens niet plaats omdat er geen nieuwe informatie beschikbaar was. Ook de meicirculaire 2021 van de algemene uitkering bevat geen nieuwe informatie over aanvullende budgetten. Wel heeft een arbitragecommissie eind mei 2021 een zwaarwegend advies aan het Rijk uitgebracht om de gemeenten te compenseren voor het financieel tekort op jeugdhulp vanaf 2022. Dit is voor het Rijk aanleiding om voor 2022 een compensatie van € 1,3 mld aan gemeenten te verlenen.

De exacte verdeling van deze middelen naar de gemeenten is nog niet bekend. We schatten in dat dit voor onze gemeente overeenkomt met een aanvullende rijksuitkering van ongeveer € 2,4 mln. Hierdoor slaat het te verwachten begrotingstekort 2022 (zoals geraamd bij de Voorjaarsnota 2021) om in een begrotingsoverschot voor 2022. Zie onderstaande tabel. De beslissing over extra rijksgelden voor jeugdhulp na 2022 ligt bij het nieuw te vormen kabinet. Gemeenten en Rijk hebben afgesproken om samen te werken aan een hervormingsagenda. Daarin maken zij afspraken over een pakket van maatregelen die uiteindelijk in 2028 moeten leiden tot besparingen van het landelijk tekort op jeugdhulp en dus ook op onze gemeentelijke

PAPIER1

uitgaven voor jeugdhulp. Er moet nog verder worden uitgewerkt wat dit voor een financieel effect voor onze begroting heeft. Hieronder geven we het actueel financieel meerjarenperspectief weer. De cijfers zijn gebaseerd op de laatst bekende ontwikkelingen. Hierbij is geen rekening gehouden met andere ontwikkelingen (zowel positief als negatief) - behalve de extra gelden voor jeugd - die na het financieel afronden van de Voorjaarsnota per eind april bij ons bekend waren.

2021

2022

bedragen x € 1.000 2023 2024

-3.010

-2.390

-2.675

-2.226

818

1.285

2.061

2.240

-2.192

-1.105

-614

14

Financieel MeerjarenPerspectief (FMP) FMP in primaire begroting 2021 1e begrotingswijziging 2021 FMP na 1e begrotingswijziging Besluitvorming tot Voorjaarsnota 2021 Mutaties Voorjaarsnota 2021 FMP na Voorjaarsnota 2021

-1

-2

-2

-2

-461 -2.653

-630 -1.737

-616 -1.232

-616 -604

-1.232

-604

Extra rijksgelden jeugdhulp FMP na extra rijksgelden jeugdzorg

2.400 -2.653

663

Vorig jaar zag de financiële situatie van onze gemeente er niet goed uit. Dit kwam grotendeels doordat: a. de gemeenten onvoldoende compensatie krijgen voor de toegenomen kosten voor jeugdhulp en Wmo, door invoering van het abonnementstarief. b. jaarlijks een oplopende opschalingskorting tot 2025 plaatsvindt. Deze maatregel komt uit het kabinet Rutte-II (2013-2017). Het vorig kabinet Rutte-III (2017-2021) heeft deze verplichte opschaling afgeschaft en stuurt niet meer op herindelingen. De kortingen zijn echter gebleven. Dit heeft geleid tot een besluit van uw raad om een fors ombuigingspakket te nemen. De omvang van dit pakket bedraagt voor 2021 € 2,25 mln, dat oploopt tot € 3,6 mln in 2024. Een groot deel van de ombuigingen hebben we gerealiseerd, maar de grootste ombuiging op sociaal domein van ongeveer € 1 mln moeten we nog effectueren. Voor 2022 staat € 363.000 aan besparing geraamd. Om deze bezuiniging te realiseren is het koersdocument Sociaal Domein vastgesteld en werken we diverse maatregelen nu uit. In deze meerjarenraming is ook rekening gehouden dat we door de wijziging van het woonplaatsbeginsel per 2022 een voordeel behalen van € 500.000. We besparen op de kosten doordat de gemeenten waar de jeugdige vandaan komt gaat betalen. Tegelijk krijgen we hiervoor minder rijksuitkering.

In de meicirculaire 2021 is bekend gemaakt dat de rijksuitkering voor 2022 met € 786.000 daalt. We moeten nog doorrekenen wat de te verwachten besparing op de uitgaven is. Naar alle waarschijnlijkheid zal minder dan € 500.000 zijn. Volgens onder andere de kadernota 2022 van de VNG, de ROB en de arbitragecommissie moet het Rijk de financiële positie van gemeenten herstellen, omdat de gemeentelijke tekorten door eerder kabinetsbeleid de autonomie en de slagkracht van gemeenten aantasten. Alleen dan kunnen gemeenten bijdragen aan de oplossingen die Nederland nodig heeft om sterker uit de crisis te komen. Daarnaast moeten de interbestuurlijke verhoudingen tussen gemeenten en de rijksoverheid in balans worden gebracht. Pas als aan deze randvoorwaarden wordt voldaan, Pagina 2 van 11

kunnen gemeenten een bijdrage leveren aan inhoudelijke dossiers zoals wonen, uitvoering van het Klimaatakkoord, regionale economie en digitalisering. Ook kunnen gemeenten dan een goede impuls geven aan de kwaliteit van de uitvoering door een focus op uitvoering. Ondanks de extra rijksgelden voor jeugdhulp voor 2022 heerst er nog steeds grote onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van onze gemeentelijke financiën. In bijlage 2 staat een opsomming van een aantal belangrijke onderwerpen die nog van invloed op onze begrotingscijfers zijn. Dit betreft onder meer de invoering van de Omgevingswet, de herijking van de algemene uitkering en het al dan niet handhaven van de opschalingskorting. Het huidige kabinet laat de beslissing hierover over aan het nieuw te vormen kabinet. In die bijlage geven we een advies, hoe te omgaan met de raming hiervan in onze begroting 2022. In bijlage 1 staan de algemene uitgangspunten zoals de indexeringspercentages voor lonen, goederen en belastingen. Het voorstel aan uw raad is om deze uitgangspunten vast te stellen. We adviseren om het voorlopig berekend begrotingsoverschot voor 2022 voorlopig te parkeren. Omdat de begroting 2022 naar verwachting zonder inzet van de algemene reserve sluitend is hoeven we nu geen aanvullende ombuigingsmaatregelen voor de jaren 2023-2025 te nemen. We wachten eerst de beslissing van het nieuw te vormen kabinet af.

Gezien de uitspraak is de kans groot dat we extra rijksgelden voorjeugdhulp krijgen, maar we ramen deze nog niet en we baseren onze ramingen wat “hard” (bekend) is. Om voor repressief toezicht van de provincie voor de begroting 2022 in aanmerking te komen moet minimaal het eerste jaar van de meerjarenbegroting, dan wel de laatste 2 begrotingsjaren sluitend zijn. Het actuele meerjarenperspectief laat een sluitende begroting voor 2022 zien, zodat de verwachting is dat we voor de begroting 2022 onder repressief blijven vallen. Repressief toezicht betekent dat de gemeente haar vastgestelde begroting en begrotingswijzigingen kan uitvoeren, zonder dat de Provincie deze vooraf moet goedkeuren. Beoogd effect Met het vaststellen van de uitgangspuntennotitie stelt de raad de financiële uitgangspunten vast voor het opstellen van de begroting 2022. Argumenten In de “Financiële verordening Berg en Dal” staat dat het college jaarlijks de kaders aanbiedt. Kanttekening Tussen het vaststellen van de kaderbrief en het opstellen van de begroting vinden nog ontwikkelingen plaats. Wij maken de begroting op basis van de laatste ontwikkelingen waaronder de septembercirculaire 2021 algemene uitkering. De afwijkingen ten opzichte van deze uitgangspuntennotitie lichten we toe. Financiële onderbouwing De financiële gevolgen van dit raadsvoorstel rekenen we door in de op te stellen begroting 2022.

Duurzaamheid Niet van toepassing. Pagina 3 van 11

Communicatie Wij stellen de Uitgangpuntennotitie begroting 2022 beschikbaar via de website programmavan.bergendal.nl. Aanpak/uitvoering Wij nemen de uitgangspunten uit deze vast te stellen kaderbrief mee bij het opstellen van de Programmabegroting 2022-2025. Burgemeester en wethouders De secretaris, E.W.J. van der Velde

De burgemeester, mr. M. Slinkman

Bijlagen – onderdelen van dit voorstel Bijlage 1 algemene financiële uitgangspunten voor opstellen begroting 2022. Bijlage 2 Advies voor raming van diverse ontwikkelingen in begroting 2022

Pagina 4 van 11

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Berg en Dal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 juni 2021; overwegende dat we financiële uitgangspunten willen vaststellen voor de begroting 2022 en meerjarenbegroting;

besluit : Vast te stellen de financiële uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2022 conform de bijlagen bij dit raadsvoorstel.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Berg en Dal op 15 juli 2021.

De raadsgriffier,

J.A.M. van Workum

De voorzitter,

mr. M. Slinkman

Pagina 5 van 11

Bijlage 1 algemene financiële uitgangspunten voor opstellen begroting 2022. Voor het opstellen van de Programmabegroting 2021 hanteren we de volgende algemene financiële uitgangspunten. Inwoners Het aantal inwoners ramen we voor de periode 2022-2025 op 35.000 inwoners. Indexering lonen en prijzen Prijsindex lonen 1,5% Prijsindex prijzen 1,6 % Het inflatiepercentage voor 2022 baseren we op de cijfers in het CEP 2021 van het Centraal Planbureau. Deze cijfers zijn in maart 2021 gepubliceerd. Hierop baseert het rijk doorgaans ook de cijfers in de meicirculaire. De raming voor lonen in 2022 verhogen we met 1,5% ten opzichte van 2021 en die voor prijzen met 1,6%. Voor de baten hanteren we hetzelfde inflatiepercentage als die voor prijzen, te weten 1,6%. Voor de jaren na 2022 ramen we nu geen inflatiecorrectie. Dit doen we in de kaderbrieven van de volgende jaren. Generieke korting GR-en van 1% oplopend tot 3% In 2022 krijgen de gemeenschappelijke regelingen (GR) volgens de Begrotingsrichtlijnen regio Nijmegen (BRN) een compensatie van 0,23% (dit is inclusief -1,74% nacalculatie over 2021). De GGD en VRGZ geldt een afwijkende indexering van resp. 2,21% en 2,16%, omdat we een andere indexerings-systematiek toepassen. Over de jaren heen loopt dit in de pas met de BRNrichtlijnen.

De regiogemeenten Rijk van Nijmegen hebben in het PFO van 7 oktober 2019 afgesproken om na indexering van de budgetten (de bijdrage gemeenschappelijke regelingen) een generieke korting toe te passen van 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023 (structureel). Aanleiding voor deze bezuinigingstaakstelling is het feit dat gemeenten geconfronteerd zijn met nadelen welke zij binnen de eigen begroting moeten opvangen. Wij hebben in de meerjarenbegroting de generieke korting verwerkt. Bij de uitwerking van deze uitgangspunten naar de begroting 2022 passen we niet standaard een algemene inflatiecorrectie toe. Per raming maken we bij het opstellen van de begroting een realistische inschatting. Zo kunnen we het inflatiepercentage voor de loonstijging nog bijstellen als er bijvoorbeeld een nieuw akkoord is bereikt over een CAO voor gemeenten per 2022.

Pagina 6 van 11

Belastingen, heffingen en leges Hieronder geven we per belasting, heffing of leges aan wat het uitgangspunt is voor de begroting 2022. Omschrijving

Uitgangspunt

Onroerende zaakbelastingen (OZB)

De tarieven voor 2022 verhogen we met de inflatiecorrectie (1,6%).

BIZ-belasting

Voor de BedrijvenInvesteringsZone Belasting (BIZ) is een uitvoeringsovereenkomst aangegaan met de Vereniging BIZ Groesbeek Centrum voor een periode van 5 jaar. Deze overeenkomst loopt tot en met 2021. Ook is met Vereniging BIZ Millingen Centrum een overeenkomst van 5 jaar tot eind 2024 gesloten. De tarieven wijzigen niet.

Omschrijving Toeristenbelasting

Uitgangspunt Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2020 heeft de raad besloten dat we de voorgestelde tariefverhoging (van 100%) in 2020 voor 50% doorberekenen en in 2021 voor 100%. Hiervoor hebben we in 2020 een bedrag van € 132.500 uit de algemene reserve gehaald. De raad heeft verder besloten tot een extra verhoging van de tarieven in de jaren 2022 tot met 2026 (van € 26.500 per jaar). Dit bedrag vloeit terug in de algemene reserve. Voor het jaar 2022 komt het tarief daarmee op € 1,63 (was € 1,56 in 2021) per overnachting en € 1,03 (was € 0,98 in 2021) per overnachting op een kampeerterrein. We sluiten voor de tariefsverhoging voor 2022 aan bij ons gemeentelijk beleid over de toeristenbelasting. Het tarief voor 2022 bedraagt € 319 (was € 306 in 2021).

Forensenbelasting

Afvalstoffenheffing

Het tarief voor afvalstoffenheffing is kostendekkend.

Rioolheffing

Conform het huidige GRP (Gemeentelijk RioleringsPlan) verhogen we de tarieven met de inflatiecorrectie (1,6%). Het tarief is kostendekkend.

Rioolaansluitrecht

Het tarief voor rioolaansluitrecht is kostendekkend.

Grafrechten

De tarieven voor 2021 verhogen we met de inflatiecorrectie (1,6%).

Marktgelden

De tarieven voor 2021 verhogen we met de inflatiecorrectie (1,6%).

Leges, gebaseerd op tijdsbesteding

Deze tarieven berekenen we op basis van het uurtarief voor 2022.

Leges rijbewijzen of paspoorten

Voor de leges voor rijbewijzen en paspoorten stelt het Ministerie van Binnenlandse Zaken normen en/of maximumtarieven vast. Wij brengen de door het Ministerie vastgestelde tarieven in rekening bij de aanvragers. Voor de overige tarieven in de legesverordening streven we naar kostendekkende tarieven.

Leges overig

Eind 2021 komen we met een raadsvoorstel over de belastingtarieven voor 2022.

Pagina 7 van 11

Pagina 8 van 11

Bijlage 2 Advies voor raming van diverse ontwikkelingen in begroting 2022 Onderwerp

Wat weten we wel of niet

Wanneer krijgen we meer duidelijkheid

Welke aannames maken we

1. Gemeentefonds 1.1. Accres (= toename of afname van het gemeentefonds)

De omvang van het gemeentefonds is in deze kabinetsperiode gekoppeld aan de rijksuitgaven. De koppeling voor 2020 en 2021 is ‘uitgezet’ vanwege de coronacrisis. We weten niet of en op welk niveau het rijk de accressen voor 2022 en verder dadelijk ‘vastklikt’ en of dit nadelig of voordelig uitvalt ten opzichte van de bestaande ramingen. De VNG heeft namens de gemeenten naar het Rijk aangegeven dat de koek groter moet worden. Het adviestraject over de herijking van de verdeelmaatstaven van de maatstaven van de algemene uitkering is begin 2021 gestart. De ROB (Raad voor het Openbaar Bestuur) is eerst door het Rijk om advies gevraagd. Na advies van de ROB start de consulatie van gemeenten. Het rijk heeft gelijktijdig met de start van het adviestraject indicatieve herverdeeleffecten per gemeente gepubliceerd. Deze herverdeeleffecten zijn gebaseerd op de gemeentelijke jaarcijfers 2017. Een actualisatie hiervan naar de jaarcijfers 2019 vindt in juni 2021 plaats. De ROB heeft inmiddels een groot aantal vragen over de onderbouwing van de nieuwe verdeelmaatstaven gesteld. Vermoedelijk zullen de adviezen van de ROB en de VNG, alsmede de actualisatie van de jaarcijfers nog leiden tot aanpassing van de verdeelmaatstaven. De opschalingskorting komt uit het vorige kabinet en had tot doel om de gemeente te stimuleren tot de vorming van 100.000+ gemeenten.

Deze verplichte opschaling is in deze kabinetsperiode losgelaten maar de korting is gebleven. In totaal bedraagt deze korting € 975. Hiervan moet nog oplopende van 2022 tot en met 2025 nog € 675 mln worden gerealiseerd. De oploop van de opschalingskorting voor de jaren 2020 en 2021 is in verband met de coronacrisis tijdelijk bevroren. De VNG wil dat het Rijk deze opschalingskorting intrekt.

Over het handhaven van deze koppeling in de nieuwe bestuursperiode van het rijk krijgen we op zijn vroegst in het coalitieakkoord van de nieuwe regeringspartijen duidelijkheid. De meicirculaire 2021 geeft geen nieuwe cijfers voor de accressen voor 2022 en verder. Die duidelijkheid komt wanneer het nieuw coalitieakkoord is gesloten. De minister schrijft in haar brief van 7 december 2020 dat invoering opschuift naar 1 januari 2023. Dit betekent dat het Rijk uiterlijk in de meicirculaire 2022 duidelijk geeft over de nieuwe gemeentefondsuitkering en welke overgangsregeling komt. Het herverdeeleffect is nu beperkt tot maximaal €15 per jaar. Het indicatieve herverdeeleffect bedraagt voor onze gemeente € 731.000 nadelig. Dit bedrag zal nog wijzigen als gevolg van de adviezen van de ROB en de VNG, alsmede de actualisatie van de jaarcijfers.

Advies: voorlopig de accresreeksen uit de meicirculaire 2021 aanhouden. Mocht de septembercirculaire 2021 of het nieuwe regeerakkoord tot bijstelling van de accressen leiden dan zullen we deze in de begroting 2022 verwerken.

Op zijn vroegst geeft een nieuw kabinet duidelijkheid of het Rijk meebeweegt op het schrappen van (een deel van) van deze korting. Mogelijk kan een trage coalitievorming en de coronacrisis leiden tot een verlenging van de bevriezing van de opschalingskorting door het demissionaire kabinet voor 2022. € 975 mln op rijksniveau komt voor onze gemeente overeen met € 1,7 mln en € 675 mln met € 1,2 mln.

Advies is om de opschalingskorting conform de huidige ramingen door te laten lopen tot het maximum is bereikt. Een alternatief kan zijn om rekening te houden met de afschaffing/bevriezen van de opschalingskorting per 2023. In dat geval is het advies om niet te rekenen op extra compensatie voor de jeugdhulp om cumulatie te voorkomen.

1.2.Herijking gemeentefonds

1.3. Opschalingskorting

PAPIER1

De provincie Gelderland adviseert in haar begrotingscirculaire 2022 om nog niet te anticiperen op de nieuwe herverdeeleffecten. Er heerst nog te veel onduidelijkheden over de nieuwe herverdeeleffecten. Advies is om het herverdeeleffect niet te ramen. In de risicoparagraaf nemen we een toelichting op over de mogelijke risico’s van de herverdeeleffecten voor onze begroting.

Onderwerp

Wat weten we wel of niet

Wanneer krijgen we meer duidelijkheid

Welke aannames maken we

2. Sociaal domein 2.1. Jeugdhulp

Het Rijk erkent inmiddels dat het tekort op jeugdhulp op basis van AEF-onderzoek structureel € 1,7 mld is. Voor 2021 is € 613 mln eenmalig toegevoegd voor oplossing van actuele financiële knelpunten in de zorg en een deel voor financiële lucht voor gemeenten.

De VNG heeft de arbitragecommissie ingeschakeld om te komen tot een structurele oplossing voor de financiële tekorten in de jeugdhulp. Eind mei heeft deze commissie een zwaarwegend advies uitgebracht dat het Rijk vanaf 2022 het feitelijk tekort van € 1,56 mld aan de gemeenten dient te compenseren. Hierbij is rekening gehouden dat aan gemeenten al € 300 mln al beschikbaar is gesteld. Daarnaast moet er een ontwikkelagenda komen voor de periode 2022-2028. Hierin maken Rijk en gemeenten concrete afspraken over te nemen maatregelen die tot besparingen en tot betere sturingsmogelijkheden voor gemeenten leiden. Over een pakket van maatregelen dat oploopt tot € 1 mld in 2028 zijn het Rijk en de VNG het eens. Het invoeren van een eigen bijdrage laat de commissie aan het nieuwe kabinet. Het huidig kabinet heeft besloten om voor 2022 € 1,3 mld (voor deze gemeente ca € 2,4 mln) uit te keren. Aan ombuigingsmaatregelen voor 2022 is € 214 mln ingeboekt. Voor volgende jaren neemt het nieuw kabinet een besluit hierover.

De provincie Gelderland geeft in haar begrotingscirculaire 2022 aan dat de gemeente voor 2022-2025 een stelpost mag ramen voor de continuering van de rijksbijdrage van € 300 mln. Voorwaarde is wel dat de gemeentemaatregelen neemt tot beheersing van de kosten. Hiervoor is het Koersdocument Sociaal Domein door de raad vastgesteld. Advies om in 2022 de extra bijdrage en voor volgende jaren pm te ramen. Zolang er geen besluit van het Rijk is passen we de voorzichtigheidsprincipe toe. Wel ramen we de continuering van de rijksbijdrage € 300 mln omdat dit algemeen wordt geaccepteerd.

Pas bij een nieuw regeerakkoord zal de status quo eventueel wijzigen door het terugdraaien abonnementstarief of alsnog passende compensatie door het rijk. Veel partijen hebben in het verkiezingsprogramma opgenomen dat ze het abonnementstarief willen afschaffen. Het verschil van € 81 mln komt voor ons overeen met een bedrag van € 144.000. Financiële beeld als gevolg van wijzigingen staat nog niet vast. Cijfers van uitname voor de WLZ en herijking verdeling zijn wel bekend. In het raadsvoorstel staat dat we verwachten dat we eerste 4 tot 5 jaren uitkomen met de nieuwe rijksmiddelen.

Advies om in de begroting geen extra bedrag vanuit het Rijk te ramen. De lasten van de Wmo voorzieningen ramen we op basis van eigen (volume)ontwikkeling.

De arbitragecommissie kwam na indexering op bijna 1,9 miljard. Maar er is al 300 mln aan gemeenten toegezegd, daarom resteert nog 1,56 miljard te compenseren. VNG en Rijk hebben afgesproken een ontwikkelagenda met besparingsmogelijkheden op te stellen, voor een bedrag van ruim 200 mln. Gemeenten krijgen daarom in 2022 1,3 miljard extra. Voor de jaren daarna moet het nieuwe kabinet een besluit nemen. Per 2022 wordt het woonplaatsbeginsel aangepast waardoor de gemeente van herkomst van de jeugdige de kosten verblijf in instellingen betaalt. In onze begroting is rekening gehouden met een positief effect van € 500.000.

2.2. Abonnementstarief

2.3. Beschermd wonen

Monitor heeft aangetoond dat de invoering van het abonnementstarief voor Wmo voorzieningen heeft geleid tot een kostenpost van € 226 mln voor de gemeenten. De compensatie van het Rijk bedraagt € 145 mln. Vanuit huidige kabinet is aangegeven dat er desondanks geen aanvullende compensatie komt. Dit met verwijzing naar Interbestuurlijk programma (IBP) en tot onvrede van de VNG. Per 2022 decentraliseert het Rijk deze taak naar alle gemeenten. Vanaf 2023 gaan de rijksmiddelen van € 495 mln gedurende 10 jaren gefaseerd over van de centrumgemeenten naar alle gemeenten. Een deel van de middelen gaat over naar de WLZ. Daarnaast komt er een objectieve verdeling van deze middelen. Voor de raadsvergadering van 15 juli 2021 staat de behandeling van dit onderwerp geagendeerd. Onze rijksbijdrage zetten we in voor bekostiging van onze uitgaven in regionaal verband.

Pagina 10 van 11

Advies is om de getallen te volgen, zoals die via de herijking en de WLZ-uitname bekend zijn per gemeente. Het beeld van de herijking kan voor BW gevolg worden, omdat invoering niet gekoppeld is aan de discussie over vergroting van de koek.

Onderwerp

Wat weten we wel of niet

Wanneer krijgen we meer duidelijkheid

Welke aannames maken we

3. Nieuwe taken 3.1. Omgevingswet

Uitgangspunt blijft de ingangsdatum van 1-7-2022. Bekend is dat transitiekosten hoger zijn dan in 2016 aangenomen (tussen de 1,0 en 1,6 mld). Dit zijn kosten die ook al in 2020 en eerder gemaakt worden. Vooralsnog geen compensatie, afhankelijk van mogelijke besparingen die volgen uit het integraal beeld. Het individuele beeld m.b.t. de structurele effecten is per gemeente mede afhankelijk van keuzes die gemeenten maken en zal dus door de gemeente zelf het beste beoordeeld kunnen worden. WKB: verminderde van legesinkomsten door vervallen vergunningsplicht technische bouwactiviteit gevolgklasse 0 en voor gevolgklasse 1 door verschuiving van het werk naar de markt. Effecten verschillen per gemeente afhankelijk van aantal vervallen vergunningen en mogelijkheden om kosten/formatie terug te dringen. Er zijn verschillende onderzoeken. VNG-realisatie heeft eind 2020 impactanalyse gedaan. Vereniging BWT Nederland heeft een impactanalyse gemaakt die bruikbaar is voor een individuele gemeente om de daling van de uitvoeringskosten en het wegvallen van de leges te bepalen. Voor 2022 zijn nog geen bedragen gereserveerd in de rijksbegroting. Er ligt het ROB-advies voor bekostiging van € 450 mln in 2022. De definitieve toezegging hiervoor wordt vooralsnog doorgeschoven naar het volgende kabinet.

Het kabinet is wel voornemens om in de voorjaarsnota al een bedrag op te nemen voor gemeenten in 2022. Hoogte van het bedrag is nog niet bekend. Kosten voor verduurzaming eigen.

Van 11-3 tot 11-4 is de bestuurlijke consultatie van het integraal financieel beeld omgevingswet. Bestuurlijk gesprek over integraal beeld en uitkomst consultatie is in BO van 21 april. Eind april gaan bestuurlijke conclusies naar de TK en EK.

Advies is om alleen incidentele kosten van de transitie opnemen in de begroting. We houden nog geen rekening met structurele effecten van de Omgevingswet in afwachting van de effecten van lokale keuzes en de uitkomsten van de art.2 onderzoeken/financiële consultatie

Min BZK voert nog artikel 2 onderzoek uit. Voor de zomer 2021 moet hier meer duidelijkheid komen. Verwachting is een neutraal saldo.

Uitgangspunt is om geen structureel voordeel of nadeel op te nemen in de meerjarenbegroting in afwachting van de uitkomsten van het art.2-onderzoek. Eventueel kan er een incidenteel bedrag 2022 worden opgenomen voor transitiekosten en om de wettelijke taken uit te kunnen voeren.

Voorjaarsnota Rijk komt eind mei 2021. Onzekerheden bestaan onder andere of de wetgeving wel zover is dat uitvoering kan worden gegeven (één van de voorwaarden). Mogelijk kan nog niet gestart worden op het niveau van het artikel 2 onderzoek. Dit zou ook aanleiding kunnen zijn dat het Rijk minder geld beschikbaar stelt per 1-12022.

Het is zeer ongewis wat de financiële effecten van de coronacrisis voor onze gemeente meerjarig betekent. Toch vraagt de provincie in de begrotingscirculaire 2022 aan de gemeenten om in de begroting 2022 aan te geven hoe onze gemeente hiermee omgaat. De opties zijn: we ramen niets, we ramen tussentijds bij op basis van de te verkrijgen rijksbijdrage of we ramen zo goed mogelijk de financiële gevolgen.

Vooralsnog is er geen zicht op de duur van de coronacrisis en de eventueel te nemen rijksmaatregelen. Ook is nog onbekend wat het na-ijleffect van de coronacrisis is zoals de toename van het aantal bijstandsgerechtigden en de compensatie van de extra kosten door het Rijk

Advies luidt om voor de begroting 2022 niet meer budget op te nemen voor de uitvoering dan de feitelijke bijdrage van het rijk. Als er toch behoefte is om lasten op te nemen, dan zoveel mogelijk op basis van incidentele dekkingsmiddelen. Het advies voor de investeringskant is vooralsnog om hier geen baten voor op te nemen. Advies is in de begroting 2022 geen rekening te houden met de coronacrisis en de eventueel gevolgen hiervan bij de tussenrapportages bij te ramen.

3.2. Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB)

3.3. Klimaatakkoord

3.4. Coronacrisis

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10280236/10