CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

B42 Concept-startnotitie zonder voorwoord

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: B42 Voorstel om de Startnotitie Omgevingsvisie Berg en Dal vast te stellen16.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Startnotitie Omgevingsvisie Berg en Dal

2

Hoogtekaart gemeente Berg en Dal (bron: AHN)

Inhoudsopgave 1

1.1 1.2 1.3 1.4

2

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

4

Status: Concept Datum: 08-04-2021 LOS stadomland B.V. Nieuwe Linie 1-3 5264 PJ Vught Tel: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl

Waarom een omgevingsvisie?

8

De Omgevingswet Het gebruik van de visie Doel van de startnotitie De planning

8 11 12 15

Waar gaan we het in de Omgevingsvisie over hebben?

16

Hoe gaan we het gesprek met de samenleving organiseren?

36

Kernkwaliteiten 18 Vraagstukken per thema 24 Gebiedsgerichte uitwerking 28 Bovenlokale schaalniveaus 30 Sturing en uitvoering 34 Uitgangspunten 36 Participatievormen 38 Specifieke groepen 40 De vraagstelling 42 Betrokkenheid raad 43

Achtergrond en verdieping bij de vraagstukken per thema

Sporten, spelen en bewegen Inclusief en gezond samenleven Ruimte voor wonen Energie van de toekomst Onze bodem, lucht en waterhuishouding Vitale landbouwgebieden Robuuste ecosystemen Toerisme en recreatie Historisch Berg en Dal Werken en ondernemen Hart voor de dorpscentra Overal goed bereikbaar

Voorwoord PM

6

7

1 Waarom een omgevingsvisie? De gemeente Berg en Dal bereidt zich voor op de komst van de Omgevingswet. Een van de centrale beleidsinstrumenten daarin is de Omgevingsvisie. In 2019 hebben we een ‘Routekaart’ opgesteld waarin we de stappen hebben bepaald om tot een inspirerende, gedragen en integrale Omgevingsvisie te komen.

8

In 2020 zijn we gestart met de eerste fase. Voor u ligt de Startnotitie, het resultaat van deze eerste fase. Deze startnotitie vormt als het ware het kader voor de volgende fases waarin we de Omgevingsvisie gaan vormgeven. In deze startnotitie staan de volgende twee hoofdvragen centraal: • Wat zijn onze ambities en gemaakte beleidskeuzes en waar willen we het in de Omgevingsvisie over gaan hebben (H2)? • Hoe gaan we het gesprek met de samenleving en binnen de gemeentelijke organisatie in de volgende fases organiseren (H3)? We benoemen de ambities en beleidskeuzes die we al gemaakt hebben en de kwaliteiten en vraagstukken die in de visie centraal moeten staan. Ook geven we aan hoe we hierover met de samenleving en onze partners in gesprek willen. Alle kennis en ideeën in de samenleving, willen we benutten om samen tot een goede en evenwichtige visie te komen waar we mee aan de slag kunnen!

1.1 De Omgevingswet Op 1 januari 2022 wordt (naar verwachting) de Omgevingswet ingevoerd, met een overgangsperiode tot 2030. Dit is een forse stelselherziening voor de ruimtelijke ordening. Als gemeente krijgen we een aantal instrumenten om beleid te maken voor de fysieke leefomgeving. Een van de centrale instrumenten is de Omgevingsvisie. Een Omgevingsvisie heeft de volgende kenmerken: • Strategisch: het bepalen van strategische en integrale beleidsdoelen voor ontwikkeling en bescherming van de fysieke leefomgeving. De visie vormt het startpunt voor de ‘beleidscyclus’: een continu proces van beleid maken, uitwerken, uitvoeren, evalueren en aanpassen. • Integraal: alle thema’s die voor de leefomgeving relevant zijn, komen in samenhang aan bod. Ook sociaal-maatschappelijke thema’s zoals veiligheid en gezondheid. • Gebiedsgericht: de beleidsdoelen worden gebiedsgericht uitgewerkt. Niet elk deelgebied in de gemeente is hetzelfde en vraagt om een andere uitwerking en ontwikkelingsrichting. • Uitvoeringsgericht: de visie bevat een agenda voor uitwerking van de beleidsdoelen in de andere beleidsinstrumenten en een kader hoe om te gaan met initiatieven.

9

De directe aanleiding van het opstellen van de Omgevingsvisie is invoering van de Omgevingswet. Maar ook zonder de Omgevingswet biedt het opstellen van de Omgevingsvisie voor ons als gemeente een aantal kansen: Ten eerste biedt het ons als fusiegemeente de mogelijkheid om een actuele visie voor ons hele grondgebied te maken. De structuurvisies van de drie voormalige gemeenten zijn verouderd en vragen om actualisatie.

10

Ten tweede kunnen we in de Omgevingsvisie zorgvuldige afwegingen maken voor vele actuele opgaven die op ons afkomen. De druk op de ruimte is groot en daar kunnen we alleen zorgvuldige keuzes in maken als we het integraal benaderen. Dat is juist het doel van de Omgevingswet en de Omgevingsvisie.

1.2 Het gebruik van de visie

Ten derde biedt het bepalen van onze strategische beleidsdoelen ook scherpte in onze inbreng in de regio. De visie geeft ons straks houvast bij het voeren van het gesprek met onze buurgemeenten.

Al deze projecten en beleidsdocumenten brengen we onder in één samenhangende Omgevingsvisie met duidelijke en samenhangende doelen voor de lange termijn. Waar nodig vullen we het beleid of scherpen we het aan. Als de Omgevingsvisie straks vastgesteld is dan zal deze op vier manieren gebruikt gaan worden:

We hebben als gemeente de afgelopen jaren op tal van thema’s hard gewerkt aan het ontwikkelen van beleid en de realisatie van projecten. Denk aan het voorbeeldenboek voor de landschappelijke inpassing van initiatieven in het buitengebied, de ruimtelijke visie voor duurzame energie, het sport- en beweegakkoord en het project Living Lab Ooijpolder dat momenteel loopt.

1. Mogelijk maken van initiatieven waar het kan Als gemeente gebruiken we de visie om initiatieven en plannen van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te beoordelen. We pakken de visie erbij als een initiatief invloed heeft op de fysieke leefomgeving, een besluit van de gemeente nodig heeft en/of niet past binnen de bestaande regelgeving. We zullen dan beoordelen of het initiatief past bij de doelen voor de leefomgeving, of aan te passen is zodat het er bij past. Met de visie maken we ontwikkelingen mogelijk die voor zoveel mogelijk inwoners een goede en waar mogelijk betere leefomgeving opleveren. 2. Hulpmiddel voor initiatieven vanuit de samenleving Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties kunnen de visie gebruiken ter inspiratie. Initiatiefnemers kunnen ermee inschatten of een plan kansrijk is of op welke manier het kansrijk te maken is. Hoe dichter bij de doelen, hoe kansrijker het initiatief. Met behulp van de visie kunnen initiatiefnemers straks inschatten wat de kans op medewerking voor een initiatief is. En daarmee kan een initiatiefnemer beter inschatten welke voorinvesteringen verantwoord zijn.

3. Bepalen van eigen acties Als gemeente bepalen we onze eigen actiepunten. We geven aan hoe wij als gemeente zelf uitvoering gaan geven aan de visie door projecten en programma’s te benoemen voor een specifiek thema, gebied of locatie. Daarnaast gaan we actief kansen pakken die invulling geven aan de visie. Denk daarbij aan potentiële initiatiefnemers benaderen, met elkaar in verbinding brengen en meedenken. 4. Synergie in ons beleid Als gemeente sturen we met behulp van de Omgevingsvisie op al ons strategisch beleid (strategisch betekent het bepalen van doelen) voor de fysieke leefomgeving. Daarmee zorgen we voor samenhang en synergie in beleid. Strategische keuzes die voorheen werden gemaakt in sectorale nota’s voor bijvoorbeeld wonen of verkeer, worden straks integraal gemaakt in de omgevingsvisie. De uitwerking en uitvoering van beleid vindt vervolgens plaats in omgevingsprogramma’s voor bepaalde thema’s en gebieden.

11

Partners die we gesproken hebben om tot deze startnotitie te komen

1.3 Doel van de startnotitie Voordat we echt aan de visie gaan werken, hebben we eerst deze startnotitie opgesteld. In deze startnotitie beantwoorden we de vraag waar willen we het in de Omgevingsvisie over gaan hebben (H2) en hoe we het gesprek met de samenleving en binnen de gemeentelijke organisatie in de volgende fases willen gaan organiseren. Daarmee bepalen we het kader waarbinnen het gesprek met de samenleving en partners in de volgende fase kan plaatsvinden. Zowel op inhoud als proces. Voor het opstellen van deze startnotitie hebben we interviews gehouden met diverse ambtelijk medewerkers. Dat heeft inzicht gegeven in het huidige beleid en welke actuele vraagstukken spelen. Daarna hebben we interviews gehouden met een aantal strategisch partners. Centrale vraag in deze interviews was: 12

Wat speelt er in de fysieke leefomgeving? Welke kwaliteiten en vraagstukken vindt u van belang om mee te nemen in de Omgevingsvisie? Deze interviews en onze eigen analyses hebben veel informatie opgeleverd. Op basis hiervan zijn de belangrijkste vraagstukken bepaald die in de Omgevingsvisie aan de orde gaan komen. We vinden het om twee redenen belangrijk om hier duidelijkheid over te hebben voordat we oplossingsrichtingen en doelen gaan bepalen:

• Ten eerste daagt de Omgevingswet uit om te denken vanuit opgaven en daar oplossingen voor te vinden. Precies daar is het gesprek met de samenleving op gericht! Traditioneel gaat de ruimtelijke ordening uit van functies en belangen en was het de gewoonte om afwegingen tussen belangen te maken. De samenleving wordt steeds complexer en veranderingen volgen elkaar steeds sneller op. Creatieve en innovatieve oplossingen zijn nodig waar de fysieke leefomgeving beter van wordt. Zo formuleert minister Kajsa Ollongren het: “De Omgevingswet is een bijzondere wet, deze daagt nadrukkelijk uit om oplossingsgericht naar maatschappelijke opgaven te kijken. Met deze wet gaan we ontwikkeling mogelijk maken”. • Ten tweede ligt er voor veel beleidsvelden al actueel beleid. Het is niet de bedoeling om dat allemaal opnieuw te heroverwegen. Doel is om te bepalen wat we als beleidsuitgangspunt meenemen en voor welke vragen we in het kader van deze Omgevingsvisie beleid opstellen. In de volgende fase gaan we dan op zoek naar de verbanden en integrale beleidsdoelen. In deze fase hebben we ervoor gekozen om met een select aan strategische en vertegenwoordigende partijen te spreken. Organisaties die we nu nog niet gesproken worden in de volgende fases wel betrokken. Dan is ook ruimte om nog nieuwe vraagstukken in te brengen.

Dorpsraden en dorpsagenda’s (groepsinterview) Allen uitgenodigd, deze waren aanwezig: • Dorpsraad Berg en Dal • Dorpsagenda Leuth en Erlecom • Vitaal Kekerdom • Dorpsvereniging Heilig Landstichting • Stichting Samen op De Horst Ondernemersverenigingen (groepsinterview) Allen uitgenodigd, deze waren aanwezig: • BIZ centrum Groesbeek • Groesbeekse Ondernemersvereniging • BIZ centrum Millingen aan de Rijn • Millingse Ondernemersvereniging • Ondernemend Ubbergen • Koninklijke Horeca Nederland Werkgroep Berg en Dal • Stichting Toerisme En Recreatie (STER) Forte Welzijn - sportstimulering (interview) Forte Welzijn - maatschappelijk werk (groepsinterview) GGD (groepsinterview) Werkgroep Milieu Groesbeek (interview) Stichting Landschap Ooijpolder-Groesbeek (interview) Stichting Primair Onderwijs Groesbeek (interview) Toerisme Visit Arnhem-Nijmegen (interview) ZLTO (interview) Erfgoedberaad Berg en Dal (via de mail) Energiecooperatie Energierijck (interview) Radboud Universiteit Living Lab (interview) Woningcorporatie Oosterpoort (interview) Woningcorporatie Waardwonen (interview) Staatsbosbeheer (interview) Waterschap Rivierenland (interview) Rijkswaterstaat (interview) Liander (interview) Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (interview) Vitens (via de mail) Provincie Gelderland (via de mail)

13

1.4 De planning

Impressie van de resultaten van het (digitale) groepsinterview met de dorpsraden en dorpsagenda’s

De Omgevingvisie, en het proces om daartoe te komen, is uitgebreid. Zeker omdat we de visie samen met de samenleving en onze partners willen opstellen. Daarom hebben we het traject opgedeeld in drie fasen met elk eigen participatiemomenten voor het betrekken van inwoners, ondernemers, verenigingen en strategisch partners. Elke fase sluiten we af met een (tussen)product dat we voorleggen aan de raad.

In hoofdstuk 3 gaan we nader in op hoe we de volgende fases en het gesprek met de samenleving willen gaan organiseren.

Deze startnotitie is dus het resultaat van de eerste fase. In de volgende fase werken we toe naar het koersdocument met de visie op hoofdlijnen. In verband met de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022, willen we het koersdocument in het najaar van dat jaar aan de nieuw geinstalleerde gemeenteraad voorleggen. In de derde fase werken we de visie verder uit voor thema’s en gebieden. De ontwerp omgevingsvisie is in de lente van 2023 klaar en leggen we dan aan de raad voor. Daarna volgt de formele inspraakrondes en kan de Omgevingsvisie in de tweede helft van 2023 worden vastgesteld.

14

15

(Tussen)product

Verwachte besluitvorming

Startnotitie

Juni 2021

Fase 2 Visie op hoofdlijnen

Koersdocument

September 2022

Fase 3 Visie op thema’s en gebieden

Ontwerp Omgevingsvisie

April 2023

Vaststelling

Omgevingsvisie

September 2023

Fase 1 Analyse kwaliteiten en Vraagstukken Gemeenteraadsverkiezingen (maart 2022)

Impressie van de resultaten van het (digitale) groepsinterview met de ondernemersverenigingen

2 Waar gaan we het in de Omgevingsvisie over hebben? De leefomgeving in Berg en Dal heeft een aantal unieke kwaliteiten waar we trots en zuinig op zijn. Tegelijk komt er een aantal grote opgaven op ons af die grote impact hebben op die leefomgeving. De Omgevingsvisie is de plek waarin we onze doelen bepalen en zorgvuldige keuzes maken over de toekomstige ontwikkeling en bescherming van de leefomgeving. 16

Daarnaast hebben we voor 12 thema’s een aantal vraagstukken benoemd. Een vraagstuk komt voort uit een verschil tussen de huidige en gewenste situatie en vraagt om een actieve houding van gemeente en samenleving. We zien een vraagstuk als een opdracht om er in de volgende fase ideeën en oplossingsrichtingen voor te gaan onderzoeken. Deze verkenningen vertalen we dan daarna in de visie in beleidsdoelen en een uitvoeringsagenda.

Tijdens de interviews met beleidsmedewerkers en strategische partners zijn enorm veel onderwerpen besproken die in de Omgevingsvisie een plekje zouden moeten krijgen. Het ene strategisch van aard, het andere meer praktisch. We hebben de resultaten van de interviews samengevat in een aantal kernkwaliteiten en thema’s met vraagstukken die de input voor de Omgevingsvisie gaan vormen. Deze hebben we in nevenstaande figuur grafisch weergegeven.

Van thematische analyse naar integrale oplossingen In dit hoofdstuk gaan we nader in op de kernkwaliteiten en de vraagstukken per thema. Het is niet bedoeld als compleet vaststaand overzicht maar geeft wel inhoudelijk richting aan de volgende fase. Gedurende het proces kunnen nieuwe vraagstukken en kernkwaliteiten woden ingebracht, een hoge prioriteit krijgen en/of aangescherpt worden.

Wat zijn kernkwaliteit en vraagstukken? Met een kernkwaliteit bedoelen we een bepaalde eigenschap waarmee de gemeente Berg en Dal zich in positieve zin onderscheidt. De kernkwaliteiten staan straks centraal in de visie en zijn de opmaat naar het bepalen van het DNA van Berg en Dal en de waarden die we belangrijk vinden. De kernkwaliteiten zijn belangrijk om straks keuzes te maken die bij ons passen.

In de volgende fase gaan we de vraagstukken in samenhang benaderen. Op zoek naar de kansrijke verbanden en integrale oplossingsrichtingen. Daarnaast koppelen we de vraagstukken met de kernkwaliteiten en komen we tot keuzes. Die onderlinge verbanden moeten samen gaan leiden tot de integrale visie voor de leefomgeving. Dit hebben we in nevenstaande figuur weergegeven met de gele lijnen.

17

2.1 Kernkwaliteiten De leefomgeving in onze gemeente heeft een aantal kwaliteiten waar we trots op zijn. In de kern zijn er steeds vier kwaliteiten die terugkomen in de analyses en interviews. Dat zijn het unieke landschap, het rijke erfgoed, de hechte dorpen en ondernemende samenleving. Dit zijn de kernkwaliteiten die we belangrijk vinden en in de Omgevingsvisie centraal willen zetten.

18

Uniek landschap Onze gemeente maakt in z’n geheel onderdeel uit van de Gelderse Poort, een van de 20 Nationale Landschappen. Het landschap bestaat een rijke combinatie van agrarisch gebied, natuur en cultuurhistorie die uniek is in ons land. Van de uiterwaarden bij de Waal via de Ooijpolder naar de stuwwal, de hellingen bij Groesbeek richting het Reichswald in Duitsland. En in dat landschap liggen diverse dorpen met elk een eigen karakter. Zowel bewoners als bezoekers genieten hiervan.

onlangs het Voorbeeldenboek vastgesteld. Dit is een belangrijk beleidskader om ervoor te zorgen dat nieuwe ontwikkelingen zorgvuldig in het landschap worden ingepast. Voor de langere termijn is het vooral van belang om de unieke kwaliteiten en de kansen die dat ook biedt, te behouden, te versterken en te benutten. Rijk erfgoed Met het Romeinse verleden, de middeleeuwse elementen, de verhalen van de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw, heeft Berg en Dal ook een zeer rijk cultuurhistorisch erfgoed. De combinatie van verhalen uit diverse perioden is echt uniek in Nederland. De overblijfselen van het Romeins Aquaduct zijn zelfs genomineerd als UNESCO werelderfgoed.

Tegelijkertijd staat het landschap onder druk. Ontwikkelingen zoals woningbouw, de energietransitie, recreatie en klimaatadaptatie vragen om extra ruimte waardoor het landschap aangetast kan worden. Om hierop te sturen hebben we als gemeente

Net als het landschap staat ook het cultuurhistorische erfgoed onder continue druk. Het verdient blijvende aandacht om het aan toekomstige generaties door te kunnen blijven geven.

vang)rijk verenigingsleven. De festiviteiten rondom carnaval en de kermis zijn belangrijke jaarlijkse evenementen waar mensen samenkomen en elkaar ontmoeten.

Hechte dorpen Derde kernkwaliteit waar Berg en Dal in uitblinkt, zijn de sterke sociale banden. Onze gemeente bestaat uit een groot aantal dorpen met elk hun eigen karakter en hechte gemeenschap. De dorpen hebben een (om-

Ondernemende samenleving Daarnaast heeft Berg en Dal een sterke ondernemersgeest. In de gemeente zijn veel ondernemers actief in allerlei sectoren die inspelen op de kansen van de unieke ligging en karakter van Berg en Dal. Zij zorgen voor werkgelegenheid en sponsoring van het verenigingsleven. De zorgeconomie is groot, mensen kijken naar elkaar om. Dat is kenmerkend voor de samenleving in Berg en Dal.

19

Romeins Aquaduct

Stuwwal Bekken van Groesbeek Waal

Thornse Molen

Ooijpolder

De Bruuk

Reichswald Duitsland

baar

bereik

ste eco

system

en

Dal

Dal

werke

rg en

rg en

n en

onder nemen

vo or de

ch te n

robuu

e ati cre re

rt

wa te rh uis ho ud in g

de toe komst energi e van Hechte Dorpen

Rijk Erfgoed

sc en tra

goed

n

ebiede

ouwg

landb

vitale

Ondernemende samenleving Uniek Landschap

overal

bo de m , lu on ze

n

en

do rp

4 kernkwaliteiten

bewege

isch Be histor

onder nemen

len en

e sm eri to

Rijk Erfgoed

e ati cre re

n en

en

n, spe

en

isch Be histor

werke

system

12 thema’s met vraagstukken sporte

do rp

ste eco

e sm eri to

rt

ch te n

robuu

Kernkwaliteit

ha

baar

bereik

ha

wa te rh uis ho ud in g

de toe komst energi e van Hechte Dorpen

Rijk Erfgoed

sc en tra

goed

vo or de

overal

bo de m , lu on ze

Uniek Landschap

n

ebiede

ouwg

landb

vitale

Ondernemende samenleving

n ve le en m sa

n

r wonen e voo ruimt

4 kernkwaliteiten

bewege

nd zo ge

len en

n fe sie

n, spe

clu in

n ve le en m sa

12 thema’s met vraagstukken sporte

r wonen e voo ruimt

nd zo ge

Uniek Landschap

n fe sie clu in

Kernkwaliteit

De gemeente Berg en Dal maakt in z’n geheel onderdeel uit van Geldersche Poort, een van de 20 Nationale Landschappen in Nederland (bron: PBL)

20

Voorbeeldenboek: toetsingskader voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing van nieuwe ontwikkelingen (bron: Bosch en Slabbers)

21

Jaarlijkse luchtlandingen ter herinnering aan Operation Market Garden in de Tweede Wereldoorlog

Het Louisedal, onderdeel van het Romeinse Aquaduct dat is genomineerd als UNESCO werelderfgoed.

Voorbeeldenboek Voor ruimtelijke initiatieven in het buitengebied van gemeente Berg en Dal

De Thornse molen. Oorspronkelijk uit de vijftiende eeuw. In de Tweede Wereldoorlog verwoest en in 2015 herbouwd met nu een restaurant.

ch te n

wa te rh uis ho ud in g

de toe komst energi e van

bo de m , lu on ze

Hechte Dorpen

robuu

Rijk Erfgoed

baar

bereik

ste eco

system

en

Dal

Dal

werke

rg en

n en

onder nemen

do rp

sc en tra

goed

vo or de

onder nemen

overal

n

ebiede

ouwg

landb

vitale

Ondernemende samenleving Uniek Landschap

e ati cre re

n en

n

en

rg en

De gemeente Berg en Dal heeft een relatief hoog aandeel vrijwilligers (bron: GGD Gelderland-Zuid, cijfers wijken en buurten (SMAP)

4 kernkwaliteiten

bewege

isch Be histor

e ati cre re

werke

Ondernemende samenleving

len en

e sm eri to

do rp

en

n, spe

en

isch Be histor

vo or de

system

e sm eri to

rt

ch te n

ste eco

12 thema’s met vraagstukken sporte

rt

baar

bereik

ha

wa te rh uis ho ud in g

de toe komst energi e van

robuu

Kernkwaliteit

ha

goed

Hechte Dorpen

Rijk Erfgoed

sc en tra

overal

bo de m , lu on ze

Uniek Landschap

n

ebiede

ouwg

landb

vitale

Ondernemende samenleving

n ve le en m sa

n

r wonen e voo ruimt

4 kernkwaliteiten

bewege

nd zo ge

len en

n fe sie

n, spe

clu in

n ve le en m sa

12 thema’s met vraagstukken sporte

r wonen e voo ruimt

nd zo ge

Hechte Dorpen

n fe sie clu in

Kernkwaliteit

Bedrijvendag Scheepswerf. Het bedrijfsleven is belangrijk voor sponsoring van het lokale verenigingsleven.

Carnaval: belangrijk evenement voor de lokale gemeenschap.

22

23

Fors groei van het aantal bedrijven tussen 2010 en 2019 in de gemeente Berg en Dal (bron: PWE 2019, Provincie Gelderland)

2.2 Vraagstukken per thema

24

Actuele trends leggen een claim op de fysieke leefomgeving en vragen om een goede afweging. Hieronder een korte schets van de trends en opgaven die voor de Omgevingsvisie relevant zijn.

wandel- en fietsroutes en (sport)evenementen. Dat is belangrijk voor onze economie maar levert op enkele plekken ook recreatiedruk op. Het is zoeken naar de juiste balans.

De actuele trends Het is een dynamische tijd met een aantal grote opgaven die op ons afkomen. Zo is er grote behoefte aan nieuwe woningen voor uiteenlopende bevolkingsgroepen. Vooral ouderen en jongeren vinden maar moeilijk een passende woning. Maar ook specifieke groepen zoals kwetsbare mensen met een zorgvraag en arbeidsmigranten willen we graag midden in onze samenleving laten wonen en een goede woning bieden.

De zorg staat onder druk. Een gezonde levensstijl is steeds belangrijker bij het voorkomen van ziekte. Ons landschap biedt mooie mogelijkheden om te bewegen en te sporten, maar we zien ook dat beweging onder de bevolking afneemt. De opgave is hoe we bewegen optimaal stimuleren en de leefomgeving daarvoor benutten en geschikt maken.

Het klimaat verandert en de kans op piekbuien, droogte en hittestress neemt toe. We moeten hierop gaan inspelen door onze leefomgeving anders in te richten. Om verdere opwarming van de aarde te voorkomen hebben we afspraken gemaakt over het terugdringen van de CO2 uitstoot en de opwek van zonne- en windenergie. Daar is ruimte voor nodig. De effecten van intensivering van de landbouw op het landschap, milieu en bodem zijn groot. De biodiversiteit loopt terug, al zien we ook dat de natuur snel kan herstellen als ze de ruimte krijgt. Een toenemend aantal boeren stopt en de overblijvende boeren worden groter. Dat is een landelijk beeld maar speelt ook in Berg en Dal. Tegelijk zijn de boeren belangrijke dragers van het landschap. De uitdaging is om de landbouw bedrijfsmatig gezonder en tegelijkertijd duurzamer te maken. Onze gemeente trekt jaarlijks vele toeristen en recreanten die afkomen op ons landschap, erfgoed, musea,

De lokale economie groeit de laatste jaren stabiel. Belangrijke sectoren zijn de zorg, vrije tijd en bouw. Een vitale lokale economie biedt werkgelegenheid en is belangrijk als sponsor van verenigingen. Wel is er steeds minder ruimte beschikbaar op de bedrijventerreinen en zien we tegelijkertijd juist toenemende leegstand in de dorpscentra door de enorme groei van online winkelen. De positie van de dorpscentra als ontmoetingsplek komt daarmee onder druk te staan. 12 thema’s De Omgevingsvisie is de juiste plek om de ambities voor deze opgaven te bepalen en met elkaar te verbinden. Om hier invulling aan te geven, zijn voor 12 thema’s een aantal vraagstukken benoemd die de agenda vormen voor de Omgevingsvisie. Op de volgende pagina zijn de vraagstukken per thema samengevat. Verderop in deze startnotitie is achtergrondinformatie te vinden over hoe deze vraagstukken volgen uit een analyse van actuele trends en de wijze waarop het huidige beleid daarop ingrijpt. Daar komen een aantal constateringen uit die leiden tot de vraagstukken.

25

De vraagstukken voor de 12 thema’s die we in de volgende fase samen met onze inwoners, ondernemers en partners willen gaan onderzoeken

Sporten, spelen en bewegen Inclusief en gezond samenleven Ruimte voor wonen Energie van de toekomst 26

Onze bodem, lucht en waterhuishouding Vitale landbouwgebieden Robuuste ecosystemen Toerisme en recreatie Historisch Berg en Dal Werken en ondernemen Hart voor de dorpscentra Overal goed bereikbaar

Hoe kunnen we sturen op een betere spreiding van kwetsbare groepen en de voor hen benodigde voorzieningen?

Welke doelgroepen, functies, activiteiten en combinaties zijn kansrijk en wenselijk voor een breder gebruik van de sportaccommodaties?

Hoe kunnen we de opbrengsten van duurzame energie inzetten voor de maatschappelijke en economische ontwikkeling van de dorpen?

Hoe kunnen we woningbouw op inbreidingslocaties versnellen en welke mogelijkheden zijn er om hier als gemeente een bijdrage aan te leveren?

Welke aspecten zijn van belang voor gezonde en veilige wijken waar ruimte is voor iedereen en hoe bereiken we dat?

Hoe zorgen we ervoor dat de makkelijke keuze de gezonde keuze wordt in de dagelijkse verplaatsingen van inwoners?

Wat zijn de mogelijkheden voor de opwek van duurzame energie om onze doelen voor 2030 te halen en hoe kunnen we dat ruimtelijk inpassen?

Hebben we op lange termijn nieuwe uitbreidingslocaties voor woningen nodig? Zo ja, welke locaties komen in aanmerking en welke voorwaarden?

Hoe zorgen we in de wijken voor een goede balans tussen klimaatadaptatie en behoud van bereikbaarheid en parkeren?

Wat is er nodig in de leefomgeving om jongeren nog meer naar buiten en aan het bewegen te krijgen?

Is het mogelijk om kleine energieprojecten op een (landschappelijk) verantwoorde manier sneller mogelijk te maken?

Hoe kunnen we met ons woningbouwbeleid sturen op een evenwichtige bevolkingsopbouw en het voorkomen van krimp in de dorpen?

Aan welke nieuwe woonvormen is behoefte, wat zijn geschikte locaties en hoe kunnen we de ontwikkeling stimuleren?

Waar en hoe kunnen we het beste ruimte bieden aan welke vormen van landbouw en onder welke voorwaarden?

Wat zijn de mogelijkheden voor de opslag van energie zodat netinstabiliteit kan worden voorkomen?

Hoe zorgen we voor voldoende en passende huisvesting voor arbeidsmigranten?

Vanuit welke economische sectoren is behoefte aan nieuwe vestigingslocaties en welke vestigingscriteria zijn voor hen belangrijk?

Hoe zorgen we voor een natuur- en landschapsinclusieve landbouw en wat kunnen we daar als gemeenschap aan bijdragen?

Wat zijn de (koppel)kansen van de warmtetransitie om de omgevingskwaliteit in de woonwijken te vergroten?

Hoe gaan we om met bebouwing en landschapselementen die we cultuurhistorisch waardevol vinden maar nu geen beschermde status hebben?

Aan welk type werkgelegenheid is vanuit onze beroepsbevolking extra behoefte en hoe kunnen we daar in onze lokale economie voor zorgen?

Welke functies vinden we wenselijk voor hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing en percelen en onder welke voorwaarden?

Welke mogelijkheden zijn er om de grote natuurgebieden en ecosystemen verder te versterken en beter met elkaar te verbinden?

Welke verhalen vertellen de cultuurhistorische elementen en hoe kunnen we die koppelen aan economische en maatschappelijke ambities?

Hoe kunnen we ervoor zorgen voor verduurzaming en verhoging van de ruimtelijke kwaliteit van de bedrijventerreinen?

Wat zijn de kansen van lokale voedselkringlopen voor ondernemers en toerisme en hoe kunnen we deze stimuleren?

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de natuurlijke ‘groenblauwe’ dooradering van landbouwgebieden wordt vergroot?

Wat betekent het voor onze gemeente dat binnenkort een deel van ons landschap UNESCO werelderfgoed is en welke kansen biedt het?

Wat zijn de kansen en mogelijkheden om onze economie circulair te maken?

Waar in onze gemeente is winst te halen in een betere bodem- en luchtkwaliteit en wat is ervoor nodig om dat te bereiken?

Welke mogelijkheden zijn er voor vergroening en meer biodiversiteit in de bebouwde omgeving? Wat is nodig voor natuurinclusieve dorpen?

Hoe zorgen we ervoor dat buslijnen sneller en efficiënter worden en tegelijk voldoende bereikbaar blijven voor alle bevolkingsgroepen?

Waar moeten dorpscentra minimaal aan voldoen en welke nieuwe functies zijn kansrijk om de centrumgebieden vitaal te houden?

Hoe zorgen we voor een goede balans tussen de kwaliteit van de bodem en het gebruik ervan voor nieuwe ontwikkelingen?

Welke deelgebieden zijn geschikt voor welke intensiteit en type van recreatie en toerisme? En onder welke voorwaarden?

Hoe zorgen we voor veilige en aangename routes voor alle verkeersdeelnemers en wandelaars en fietsers in het bijzonder?

Wat is ervoor nodig om de ontmoetingsfunctie van de dorpscentra voor de lokale bewoners te vergroten?

Hoe kunnen we hemelwater zo lang mogelijk vasthouden om wateroverlast te voorkomen en de kwelstromen vanuit de stuwwal te beschermen?

Wat is er nodig om Berg en Dal verder te ontwikkelen als toeristisch-recreatieve ‘Green Destination’ en wandelen en fietsen verder te stimuleren?

Welke mogelijkheden zijn er om de overlast van verkeer en parkeren op populaire routes en bij toeristische trekpleisters te verminderen?

Hoe kunnen we de beeldbepalende panden in de dorpscentra die vrijkomen inzetten voor versterking van de centrumgebieden?

Wat is ervoor nodig om overstromingsgevaar tot een minimum te beperken en tegelijk de grondwaterstand in de polder op peil te houden?

Hoe zorgen we ervoor dat de kwaliteit van het huidige en toekomstige a verbetert en beter aansluit bij ons gewenste toeristische profiel?

Welke aspecten zijn van belang om tot een zorgvuldige inpassing te komen van voorzieningen voor de digitale bereikbaarheid?

2.3 Gebiedsgerichte uitwerking De vraagstukken die in de vorige paragraaf zijn benoemd, vormen het vertrekpunt voor de volgende fase van het proces. Daarin gaan we op zoek gaan naar ideeën en oplossingsrichtingen voor de vraagstukken. Dit zal resulteren in een visie op hoofdlijnen voor de leefomgeving in Berg en Dal. In de fase daarna werken we de visie op hoofdlijnen verder uit in beleidsdoelen voor bepaalde thema’s en een uitvoeringagenda. Omdat onze gemeente bestaat uit een grote variatie in landschappen en deelgebieden met elk een eigen karakter, zullen beleidsdoelen per deelgebied andere accenten krijgen. Altijd gerelateerd aan de visie op hoofdlijnen maar wel met ruimte voor een eigen invulling en eigen accenten.

28

In de kaart hiernaast is een eerste indeling gemaakt van samenhangende deelgebieden op basis van onder andere de ligging, karakter en landschap. Deze indeling is bedoeld als eerste richting en kan gedurende het proces nog worden aangepast. De definitieve indeling van de gemeente in logische samenhangende deelgebieden volgt uit het proces dat we in de volgende fases gaan doorlopen.

Eerste richting om tot samenhangende deelgebieden te komen met eigen gebiedsdoelen 29

Samenhangend gebied: Regio Arnhem-Nijmegen

2.4 Bovenlokale schaalniveaus De gemeente Berg en Dal staat niet op zichzelf. We hebben sterke relaties met gebieden om ons heen en zijn onderdeel van diverse samenwerkingsverbanden. Bij het opstellen van de visie zullen we nadrukkelijk rekening houden met ontwikkelingen en kansen op deze hogere schaalniveaus. We gaan vooralsnog uit van de volgende bovenlokale schaalniveau’s: • Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen • Samenwerkingsgebied Regio Nijmegen • De grensregio Grenzland Draisine • Berg en Dal en directe omgeving

30

Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Als gemeente Berg en Dal zijn we onderdeel van het samenwerkingsverband in de regio Arnhem-Nijmegen. Samen werke we aan de visie ‘Groene Metropoolregio’. Deze is vertaald naar de Regionale Agenda met daarin vijf centrale opgaven: groene groeiregie, productieve regio, verbonden regio, circulaire regio en ontspannen regio. Het is de gezamenlijke agenda die richting geeft aan onze inhoudelijke samenwerking: fris, innovatief, integraal en verbindend. Ons inhoudelijk kompas voor versterking van de regionale samenwerking in de komende jaren. Om in de Groene Metropool de groei van landschap, wonen, economie en mobiliteit goed vorm te geven wordt daarnaast een verstedelijkingsstrategie opgesteld. En om uitvoering te geven aan de energietransitie hebben we gezamenlijk de Regionale EnergieStrategie (RES) opgesteld. Deze strategieën en de benoemde vijf regionale opgaven hangen nauw samen met de vraagstukken die we benoemd hebben voor de Omgevingsvisie. Samenwerkingsgebied Regio Nijmegen Daarnaast zijn we onderdeel van het werkgebied van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. De gemeenten

en de omgevingsdienst werken op tal van terreinen waaronder milieu en bodem. We trekken samen op bij de implementatie van de Omgevingswet. De koers die we in de Omgevingsvisie bepalen zullen we dan ook met de regiogemeenten en de Omgevingsdienst afstemmen. Samenhangend gebied: Grenzland Draisine

De grensregio Grenzland Draisine Verder onderhouden we contacten met de Duitse buurgemeenten in het samenwerkingsverband Grenzland Draisine. Het opstellen van de Omgevingsvisie biedt de mogelijkheid om ruimtelijk beleid af te stemmen met de gemeenten Kranenburg en Kleve. Er liggen kansen om zeker voor een aantal vraagstukken de onderlinge samenwerking te zoeken. Berg en Dal en directe omgeving Verder kan Nijmegen-Oost, de gemeente Berg en Dal en het directe grensgebied in Duitsland gezien worden als samenhangend geheel. Van oudsher bezoeken bewoners uit met name het oostelijk deel van Nijmegen het groene gebied in de Ooijpolder en rondom Berg en Dal om te ontspannen en recreëren. Vroeger liep er zelf een directe tramlijn tussen Nijmegen-Oost richting Berg en Dal. Die is inmiddels verdwenen maar nog steeds komen veel Nijmegenaren in Berg en Dal. Daarnaast zijn de afgelopen decennia veel bewoners uit Nijmegen en omgeving verhuisd naar Kleve en Kranenburg waardoor daar een groot deel van de bevolking Nederlands is. Voor een deel zijn deze bewoners nog steeds op Nijmegen en Berg en Dal gericht waardoor de onderlinge uitwisseling groot is. Het gebied bestaande uit Nijmegen-Oost, gemeenten Berg en Dal en de grensstreek in Duitsland heeft ook een eigen lokale weekkrant (De Rozet). Dat laat ook zien dat de onderlinge relaties groot zijn.

31

Samenhangend gebied: Verspreiding weekkrant De Rozet

Samenhangend gebied: Omgevingsdienst Regio Nijmegen

Regio Arnhem-Nijmegen

De opgaven die in de Regionale Agenda benoemt zijn hebben sterke raakvlakken met de vraagstukken die we voor Berg en Dal benoemd hebben.

Regionale Agenda 32

33

D E R OZET sinds 1987

Van oudsher zijn de banden sterk tussen Nijmegen-Oost, de gemeente Berg en Dal en het directe grensgebied dinsdag 8 december 2020

15 oktober 2020 Stuurgroep Versterking regionale samenwerking Regio Arnhem-Nijmegen

Kerstmarkt in Persingen op 19 en 20 december De jaarlijkse kunst-kerstmarkt in het sfeervolle Kerkje van Persingen, met schilderkunst, handwerk, keramiek, sieraden en weefkunst, vindt plaats in het weekend 19 en 20 december 2020, van 11:00 tot 17:00 uur. Kijk op de website www.kerkjevanpersingen.nl of de kerstmarkt door mag gaan i.v.m. de coronamaatregelen en neem een mondkapje mee. Kerkje van Persingensestraat 7,

Persingen, 6575 JA

iedere 14 dagen gratis huis-aan-huis

Oorlogsherinneringen uit Ooij en omgeving gevraagd In het afgelopen jaar zijn er prachtig verzorgde boeken uit Millingen, Kekerdom, Leuth en recent uit Beek verschenen met verhalen en foto’s uit het laatste oorlogsjaar, met name de evacuatie. De initiatiefnemers onder leiding van Johan Bekhuis vinden het doodzonde dat er juist van de Ooij, waar zoveel oorlogsgeweld is geweest, nog geen boek is gemaakt. Daarom hebben zij enkele mensen, onder andere Cea van Dillen- Janssen, Paul Remy en Wim Ebben gevraagd om als trekkers de mensen in Ooij te vragen om

met hun oorlogsherinneringen, brieven dagboeken, foto’s en andere documentatie te komen. Kijk eens op de zolder in kasten en laden. Wie weet wat er voor de dag komt. Ze doen dit graag en hebben intussen al een paar verhalen binnen. Dus de vraag is: “wie doet er mee?” Het is misschien wel de laatste kans om oorlogsverhalen uit de Ooij voor het nageslacht vast te leggen. Wie verhalen of foto’s of misschien wel een oud dagboek uit die tijd heeft, mail het naar Wim Ebben, wimebben1221@upcmail.nl.

oplage: 25.000

Millingen a/d Rijn, Kekerdom Erlecom, Leuth, Ooij, Persingen, Beek, Ubbergen, Berg en Dal, Nijmegen-oost, Groesbeek, de Horst, Breedeweg Heilig Landstichting Kranenburg, Wyler, Zyfflich, Keeken, Bimmen

jaargang 34 nr. 25

Nieuws van de Voedselbank

IN DEZE ROZET:

Inzamelingsactie Voedselbank Groesbeek e.o. AH en Aldi te Millingen

Jeugd&Jongeren op 7 Cultureel op 9 Senioren op 11 Gemeentepagina op 13-16 Natuur op 17 Welzijn op 19 Knipselpuzzel op 20 Kerk op 21 Nijmegen op 22-23 Autopagina op 25

Ook dit jaar houden we de decemberactie voor de Voedselbank om onze voorraad houdbare gezonde voeding weer op peil te brengen. Dit keer op 12 december. Onze Voedselbank verzorgt wekelijks voedselpakketten voor kleine en grote huishoudens in ons gebied. Gelukkig krijgen we door het jaar heen regelmatig voedingsproducten aangeboden en daar zijn we uiteraard heel blij mee. Maar vaak betreft dat niet de

Zakelijk op 5-6

2.5 Sturing en uitvoering Naast het bepalen van de beleidsdoelen voor thema’s en deelgebieden willen we in de Omgevingsvisie ook ingaan op hoe we die doelen willen gaan bereiken. Zo kunnen we na vaststelling van de visie meteen aan de slag met de uitvoering en doorwerking ervan.

34

Input voor hele beleidscyclus De beleidsdoelen die we in de Omgevingsvisie bepalen vormen de input voor de gehele beleidscyclus. We gaan in de visie aangeven voor welke onderdelen we een ‘omgevingsprogramma’ willen maken. Dit is een van de andere instrumenten onder de Omgevingswet. Het biedt de mogelijkheid om de beleidsdoelen uit de Omgevingsvisie voor een bepaald thema of deelgebied verder uit te werken en te vertalen naar een concrete uitvoeringsagenda. Dit kunnen thema’s of deelgebieden zijn die een hoge urgentie hebben en/of maatschappelijk relevant zijn. Als bijvoorbeeld blijkt dat het verbeteren van de luchtkwaliteit een erg belangrijk onderwerp is waarvoor we hoge ambities hebben bepaald, dan kunnen we daarvoor specifiek een programma opstellen om er als gemeente ook actief uitvoering aan te geven. Daarnaast vormt de visie ook een afwegingskader voor initiatieven. Aan de hand van de bepaalde beleidsdoelen wordt het mogelijk om initiatieven te toetsen op wenselijkheid. Het gaat dan om plannen en initiatieven die niet passen in de geldende beleidsregels (in het bestemmingsplan of Omgevingsplan), maar misschien wel wenselijk zijn en passen bij de beleidsdoelen. We bepalen aan de hand van de Omgevingsvisie welke initiatieven wenselijk zijn, hoe ze wenselijk te maken zijn en wat eventueel de voorwaarden zijn om eraan mee te werken.

Rolverdeling gemeente en samenleving We willen de beleidsdoelen die we straks in de Omgevingsvisie hebben bepaald, ook graag met onze inwoners en ondernemers samen gaan realiseren. We kunnen als gemeente zelf acties ondernemen maar willen ook graag dat de samenleving de ruimte krijgt om de leefomgeving te verbeteren. In de visie zullen we straks per beleidsdoel aangeven hoe we de rolverdeling voor ons zien. Dat hoeft niet bij elk thema of in elk gebied hetzelfde te zijn. Zo kan de gemeente bijvoorbeeld de ene keer een trekkende rol op zich nemen en in het andere geval juist een meer faciliterende rol en het initiatief overlaten aan de samenleving. In sommige gevallen kan het juist wenselijk zijn dat de samenleving en gemeente als partners invulling geven aan een bepaald beleidsdoel. Hiermee sluiten we aan bij de ambities en uitgangspunten zoals we die recent ook in de nota participatie hebben benoemd. Dat betekent dat we beleid en de uitvoering ervan samen met onze inwoners en ondernemers opstellen. En dat we ruimte willen geven aan initiatief vanuit de samenleving en dat ook willen stimuleren. Evaluatie en monitoring In de beleidscyclus zoals die in de Omgevingswet is bedoeld, is het belangrijk om het beleid en de uitwerking ervan continu te monitoren en evalueren.

Op basis daarvan kan het nodig zijn om de beleidsdoelen in de Omgevingsvisie na een aantal jaar op onderdelen bij te stellen of aan te vullen. In de omgevingsvisie zullen we een plan opnemen over hoe we omgaan met evaluatie en monitoring in de gehele beleidscyclus na vaststelling van de visie.

35

3 Hoe gaan we het gesprek met de samenleving organiseren?

36

De kernkwaliteiten en vraagstukken zoals we die in het vorige hoofdstukken hebben benoemd, zijn input voor het proces dat we in de volgende fase met onze inwoners, ondernemers en (keten)partners willen ingaan. Zoals gezegd, we willen de Omgevingsvisie nadrukkelijk samen met de samenleving opstellen zodat het een visie wordt die aansluit op de praktijk en waar inwoners, organisaties en ondernemers mee vooruit kunnen. In dit hoofdstuk gaan we in op hoe we het proces en de participatie in de volgende fases gaan organiseren.

3.1 Uitgangspunten De gemeente Berg en Dal vindt participatie erg belangrijk. We willen graag samen met onze ondernemers en bewoners samenwerken. In de Nota Participatie die onlangs is vastgesteld door de raad, hebben we een viertal ambities benoemd die we ook hanteren voor het opstellen van de Omgevingsvisie. Duidelijkheid over speelruimte In de Nota Participatie hebben we de ambitie uitgesproken om ruimte te bieden in beleid voor inbreng vanuit de samenleving waarbij we vooraf de spelregels en kaders afspreken zodat de speelruimte duidelijk is. De Omgevingsvisie is een belangrijk beleids-

afweging. Die leggen we open op tafel en bespreken samen de mogelijke oplossingsrichtingen. Het is uiteindelijk aan de gemeente om de integrale afweging te maken en te zorgen voor het algemene belang. Om tot die afweging te komen is het wel van groot belang dat alle argumenten, ideeën en oplossingsrichtingen boven tafel komen. Daar willen we de gesprekken dus vooral voor gaan benutten.

Gebruik van diverse vormen en kanalen In de Nota Participatie hebben we de ambitie uitgesproken om ‘gewoon te doen’, lef te tonen en te experimenteren. Om met onze inwoners en andere betrokkenen over de Omgevingsvisie in gesprek te komen zetten we diverse participatievormen in waarin we gebruik maken van diverse kanalen en vormen. Achteraf kijken we hoe dat is gegaan, daar leren we weer van.

document voor de leefomgeving waar we met de samenleving over in gesprek willen. Deze startnotitie vormt het kader, het speelveld voor zowel de inhoud (waar gaan we het over hebben) als het proces (hoe gaan we het gesprek organiseren). Vanaf het begin in gesprek In de Nota Participatie hebben we de ambitie uitgesproken om elkaar in een vroeg stadium op te zoeken en gebruik te maken van elkaars kennis en kwaliteiten. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie geven we hier invulling aan door vanaf het begin en gedurende het proces diverse participatiemomenten in te bouwen waarin we telkens de resultaten van de vorige keer inbrengen en dat samen weer een stap verder brengen. Bij het opstellen van deze startnotitie zijn we daar al mee gestart door middel van de interviews met strategisch partners.

37

Op zoek naar oplossingen voor dilemma’s In de Nota Participatie hebben we de ambitie uitgesproken om in vertrouwen eventuele dilemma’s in een open gesprek met elkaar te bespreken. We hebben in deze startnotitie een aantal kernkwaliteiten en vraagstukken in de fysiek leefomgeving benoemd. In de volgende fases gaan we deze in onderlinge samenhang verder onderzoeken. Dan zal blijken of, en waar dilemma’s naar voren komen die vragen om een Nota Participatie geeft richting aan de wijze waarop we de Omgevingsvisie willen opstellen: samen met onze inwoners en ondernemers en partners (bron: Nota Participatie).

3.2 Participatievormen Uitgangspunt voor het participatieproces is dat we iedereen die zich verbonden voelt met de fysieke leefomgeving in Berg en Dal, er belangen heeft of op een andere manier interesse heeft, uitnodigen om mee te praten en deel te nemen. Om iedereen te bereiken zetten we per fase diverse participatie vormen in. Brede enquête We beginnen de volgende fase met een brede enquête die iedereen kan invullen. Dit is coronaproof en biedt een laagdrempelige makkelijke manier voor inwoners of ondernemers om input te leveren.

38

De vragen of stellingen gaan over de kernkwaliteiten en vraagstukken die we in deze startnotitie hebben benoemd. Doel van deze enquête is om meer inzicht te krijgen in een bepaald vraagstuk of kwaliteit. Iedereen die dat wil nodigen we uit om de enquête in te vullen. We verspreiden de enquête zowel online als offline om zoveel mogelijk mensen en bevolkingsgroepen te bereiken. We werken hierin graag samen met onze partners zoals Forte Welzijn om alle doelgroepen te bereiken en hen te stimuleren de enquête in te vullen. Week van de Omgeving De resultaten van de enquête vormen de input voor de workshops en schoolopdracht die we gaan organiseren tijdens de Week van de Omgeving. Verspreid over de week organiseren we op diverse locaties zo’n 20 workshops. Het liefst fysiek, als het in verband met coronamaatregelen nodig is kan het ook online.

In elke workshop staat een aantal samenhangende vraagstukken en/of kernkwaliteiten centraal waarin we op zoek gaan naar goede ideeën en oplossingsrichtingen voor een aantal samenhangende vraagstukken. Ook voor deze workshops kan iedereen zich in principe aanmelden. Het kan zijn dat bepaalde thema’s technisch van aard zijn waarvoor we dan vooral strategisch partners willen uitnodigen. Om jongeren te betrekken organiseren we voor hen tijdens de Week van de Omgeving een schoolopdracht. De resultaten van de Week van de Omgeving verwerken we tot het koersdocument, de visie op hoofdlijnen. Verdiepende gebiedsgesprekken In de derde fase werken we de visie op hoofdlijnen uit tot een uitgewerkte Omgevingsvisie. Daarin richten we ons ook vooral op een gebiedsgerichte vertaling van de visie voor een aantaal deelgebieden. Hiervoor organiseren we een aantal verdiepende gebiedsgesprekken. Per deelgebied gaan we samen met betrokkenen praten over hoe de visie op hoofdlijnen voor hun deelgebied uitgewerkt kan worden. Welke nuances brengen we per deelgebied aan. De resultaten verwerken we tot een ontwerp-omgevingsvisie. Formele inspraak Het doel van de verschillende participatiemomenten is om te komen tot een gedragen Omgevingsvisie. De formele inspraakmogelijkheden blijven ook altijd bestaan op het moment dat de Ontwerp omgevingsvisie te inzage wordt gelegd.

Dan kan altijd iedereen nog een reactie geven.

Participatiemomenten tijdens het proces om te komen tot de Omgevingsvisie

39

3.3 Specifieke groepen Iedereen die zich verbonden voelt met de fysieke leefomgeving in Berg en Dal, er belangen heeft of op een andere manier interesse heeft, nodigen we uit om mee te praten en deel te nemen. Om iedereen te bereiken voor een uitnodiging, gebruiken we de communicatiekanalen die we tot onze beschikking hebben. We hebben een speciale projectwebsite opgezet waar achtergrondinformatie, nieuws, het programma en aanmeldmogelijkheid te vinden zullen zijn. Kijk hiervoor op www.omgevingsvisiebergendal.nl. Voor een aantal specifieke doelgroepen hebben we in de volgende fase extra aandacht.

40

Verenigingen Berg en Dal heeft een sterk en rijk verenigingsleven. We hebben veel verenigingen op het gebied van sport, welzijn en ontspanning. Deze verenigingen spelen een cruciale rol in de samenleving en sociale cohesie en willen we dan ook expliciet uitnodigen om aan de participatievormen in de volgende fases mee te doen. Kwetsbare groepen We vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen aan het gesprek over de Omgevingsvisie. Belangrijk is dat ook bevolkingsgroepen meedoen die niet vanzelfsprekend op bewonersbijeenkomsten afkomen en soms lastig te bereiken zijn. De enquête speelt hierin een belangrijke rol. Sommige mensen willen niet naar een bijeenkomst komen maar willen wel graag een vragenlijst invullen om aan te geven wat ze belangtijk vinden. Om zoveel mogelijk mensen te bereiken

verspreiden we de enquête zowel online als offline. Opbouwmedewerkers van Forte Welzijn hebben aangeboden om minder bereikbare groepen te stimuleren mee te doen en de enquête in te vullen. Daarnaast kunnen we de workshops organiseren dicht bij de mensen in de wijk zodat de drempel lager wordt om mee te doen.

Voorbeelden van schoolopdrachten en workshops op locatie

Jongeren Jongeren zijn ook vaak een groep die niet vanzelf mee doet in participatie over beleid. Door de schoolopdracht die we tijdens de Week van de Omgeving gaan uitzetten willen we hen op een leuke ontspannen manier betrekken bij het beleid voor de leefomgeving. Voorbeeld is dat ze de opdracht krijgen om een vlog te maken over de mooiste plek in hun leefomgeving. Dit doen we in samenwerking met de scholen. Onze buurgemeenten Tot slot willen we in de volgende fases ook specifiek met onze buurgemeenten in gesprek. Mogelijk liggen er kansen om vraagstukken samen op te pakken en in ieder geval op elkaar af te stemmen.

41

3.4 De vraagstelling Gericht op ideeën en oplossingsrichtingen Om tot een effectief participatieproces te komen dat bruikbare input oplevert, is het belangrijk de juiste vraag te stellen of opdracht mee te geven aan deelnemers. Uitgangspunt is in ieder geval dat inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers hun leefomgeving goed kennen, bruikbare kennis kunnen inbrengen en vaak goede ideeën hebben over hoe we de leefomgeving beter kunnen benutten of beschermen. Die kennis willen aanboren en gebruiken om tot een goede Omgevingsvisie te komen. We zijn nieuwsgierig naar de inbreng vanuit de samenleving en boren alle mogelijke kennis, denkkracht en enthousiasme aan die in de samenleving aanwezig is.

42

3.5 Betrokkenheid raad Specifieke aandachtspunten In de vraag- en opdrachtstelling tijdens de participatiemomenten letten we specifiek op het volgende: • Vooral richten op hoe het beter kan in plaats van wat nu niet goed is. Het formuleren van vragen gericht op ideeën en mogelijke oplossingsrichtingen. • Waar ziet u kansrijke, verrassende verbanden tussen vraagstukken en kwaliteiten? Dit om de integraliteit van de Omgevingsvisie te waarborgen. • Wat kunt en wilt u zelf bijdragen om de leefomgeving beter te maken? We zien de leefomgeving als een gezamenlijke verantwoordelijkheid waarin iedereen een steentje kan bijdragen. Dat willen we ook stimuleren.

Sturen op hoofdlijnen De gemeenteraad krijgt onder de Omgevingswet een andere rol. Minder volksvertegenwoordigend en (nog) meer kaderstellend. De bevolking wordt door middel van de participatie direct bij het opstellen van de Omgevingsvisie betrokken. De gemeenteraad bepaalt met het vaststellen van deze startnotitie het kader waarbinnen het gesprek met de samenleving plaats vindt. Met het opstellen van de Omgevingsvisie bepaalt de raad de beleidsdoelen voor de leefomgeving. Daarmee stuurt de raad op de hoofdlijnen die daarna in thematische of gebiedsgericht beleid worden uitgewerkt en worden gebruikt bij de toetsing van initiatieven vanuit de samenleving. Raadswerkgroep Gedurende het proces om te komen tot de Omgevingsvisie willen we de raad graag op diverse momenten op informele wijze in een open sfeer betrekken. De Omgevingsvisie is voor de raad een belangrijk beleidsdocument om te sturen. We stellen voor om hiervoor een raadswerkgroep te formeren bestaande uit één persoon per fractie. Tijdens deze overleggen bespreken we in een open sfeer de tussenresultaten op dat moment en betrekken we de raad bij de vervolgstappen. Zo krijgen we gevoel bij voor de raad belangrijke onderwerpen die we gedurende het proces kunnen meenemen. Daarmee ontstaat een product dat niet alleen aansluit bij de ideeën vanuit de samenleving maar ook aansluit bij de behoeften van de raad.

43

Achtergrond en verdieping bij de vraagstukken per thema 44

45

n

goed

baar

bereik

werke

n en

onder nemen

do rp vo or de rt ha

Vraagstuk Speerpunt in het beleid is een openbare ruimte die uitnodigt tot beweging. De mogelijkheden om te sporten en recreëren zijn al best goed op orde. Er zijn veel lokale ommetjes, wandel- en fietsmogelijkheden.

Vraagstuk We constateren dat de jeugd en jongeren steeds minder bewegen, ook in de gemeente Berg en Dal. Terwijl dat wel belangrijk is voor de ontwikkeling van lichaam en geest.

wa te rh uis ho ud in g ch te n

en

Dal

Het komend jaar gaan we aan de slag met het accommodatiebeleid. Daarin gaan we op zoek naar een goede afstemming tussen de vraag en het aanbod van sportaccommodaties per dorp.

Vraagstuk De sportaccommodaties staan onder druk door het afnemende aantal leden en vrijwilligers. Tegelijk zijn ze erg belangrijk voor het stimuleren van beweging en ontmoeting. Een fusie van verenigingen en het verbreden van het gebruik zijn mogelijke oplossingen om de basis voor accommodaties te versterken en het voortbestaan te garanderen.

system

rg en

Jongeren en kinderen bewegen steeds minder. Dat leidt tot grotere kans op fysieke (o.a. obesitas) en psychische (o.a. depressie) klachten.

Het thema duurzame sportomgeving heeft een duidelijke ruimtelijke component waar we in de omgevingsvisie verder op kunnen voortbouwen. Binnen dit thema zijn de volgende ambities benoemd: • Het stimuleren van een breder multifunctioneel gebruik van sportaccommodaties door functies, doelgroepen en activiteiten te combineren. • Het aantrekkelijker maken van de openbare ruimte die uitnodigt tot activiteit: dichtbij, toegankelijk en veilig.

ste eco

e ati cre re

Terwijl het sporten in groepsverband afneemt, neemt het individueel sporten in de openbare ruimte juist toe. Steeds meer mensen gaan wandelen, hardlopen, fietsen of mountainbiken in de omgeving. Dit is het gevolg van de individualisering van de samenleving en de toenemende aandacht voor een gezonde levensstijl.

robuu

en

Gevolg van het afnemende ledenaantallen is dat het steeds lastiger wordt om voor een kleiner ledenaantal een volwaardige accommodatie te behouden. Ook is het lastiger om voldoende vrijwilligers te vinden om de verenigingen draaiende te houden.

Hechte Dorpen

Rijk Erfgoed

sc en tra

overal

n

ebiede

ouwg

landb

vitale

Ondernemende samenleving Uniek Landschap

isch Be histor

46

Bestaand beleid In 2020 heeft de gemeente Berg en Dal samen met diverse partners het Sport- en Beweegakkoord gesloten. Hierin staat het belang van sporten en bewegen voor een fit, gezond en gelukkig leven voorop. De doelstelling van het akkoord is om het bewegen en sporten in de gemeente zoveel mogelijk te stimuleren en te faciliteren. Het bevat 14 ambities die zijn onderverdeeld in de volgende vier thema’s: • Inclusief sporten • Vitale sportaanbieders • Duurzame sportomgeving • Actief en betrokken

de toe komst

4 kernkwaliteiten

bewege

e sm eri to

Trends Berg en Dal heeft een groot en actief verenigingsleven en veel sportverenigingen. Met name het voetbal in Groesbeek is bekend. De sportverenigingen zijn erg belangrijk voor de sociale cohesie en de gezondheid van de bevolking. Wel neemt het aantal leden van veel verenigingen structureel af. Dit komt onder andere door vergrijzing en ontgroening van de bevolking.

energi e van

n ve le en m sa

len en

bo de m , lu

nd zo ge

Sporten, Spelen en Bewegen

n, spe

on ze

n fe sie

12 thema’s met vraagstukken sporte

r wonen e voo ruimt

clu in

Thema met vraagstukken

Welke doelgroepen, functies, activiteiten en combinaties zijn kansrijk en wenselijk voor een breder gebruik van de sportaccommodaties?

Hoe zorgen we ervoor dat de makkelijke keuze de gezonde keuze wordt in de dagelijkse verplaatsingen van inwoners?

Wat is er nodig in de leefomgeving om jongeren nog meer naar buiten en aan het bewegen te krijgen?

47

Thema met vraagstukken

Sporten, Spelen en Bewegen

Bewegen onder jongeren neemt structureel af (bron: Gezondheidsmonitor Jeugd GGD Gelderland-Zuid) 48

Overzicht van de huidige sportaccommodaties en routes die vooral door lokale inwoners worden gebruikt. 49

Relatie weinig inwoners voldoen aan beweegrichtlijn in verhouding tot omliggende gebieden (bron: Atlas voor de Leefomgeving)

n

goed

baar

bereik

werke

n en

onder nemen

do rp vo or de rt ha

Vraagstuk Door de groei van kwetsbare groepen in de wijken neemt het belang van een gezonde en veilige openbare ruimte verder toe. Het gaat om het voorkomen van hittestress, toegankelijkheid, veiligheid en ruimte voor ontmoeting.

wa te rh uis ho ud in g ch te n

en

Dal

Vraagstuk Het beleid is inwoners met een zorgvraag zoveel mogelijk midden in de wijken te laten wonen. In de praktijk ontstaat een concentratie van kwetsbare groepen met soms incidenten tot gevolg.

system

rg en

In het Actieplan Wonen (2020) hebben we opgenomen dat we positief staan tegenover de ontwikkeling van nieuwe (gezamenlijke) woonconcepten en levensloopbestendige woningen.

ste eco

e ati cre re

Tegelijk zien we een trend van voortschrijdende individualisering en toename van eenpersoonshuishoudens. De kans op eenzaamheid neemt toe, zeker ook omdat ouderen langer thuis wonen.

Om daar invulling aan te geven wordt in het Beleidskader Sociaal Domein ingezet op zorg die toegankelijk en betaalbaar is en een prettige woonomgeving voor mensen met een zorgvraag. Dat willen we bereiken door te zorgen voor de juiste voorzieningen en ondersteuning in de wijken en dorpen. Daarnaast stimuleren en faciliteren we dat inwoners in de wijken elkaar helpen. We zien dat er in de samenleving veel goede initiatieven zijn en dat de maatschappelijke betrokkenheid groot is. Dat willen we als gemeente waar het kan faciliteren en stimuleren.

robuu

en

Het zoveel mogelijk thuis wonen geldt niet alleen voor ouderen, maar ook voor mensen met een beperking of psychische kwetsbaarheid. Zij wonen steeds vaker midden in een woonwijk en krijgen daar de benodigde begeleiding. Omdat zij vaak op sociale huurwoningen zijn aangewezen die in bepaalde wijken geconcentreerd zijn, is er een concentratie gaande van kwetsbare personen in bepaalde wijken. Dit leidt in deze wijken soms tot incidenten en overlast.

Hechte Dorpen

Rijk Erfgoed

sc en tra

overal

n

ebiede

ouwg

landb

vitale

Ondernemende samenleving Uniek Landschap

isch Be histor

50

Bestaand beleid In 2017 hebben we als gemeente Berg en Dal beleidsregels opgesteld om mantelzorgwoningen makkelijker mogelijk te maken. Daarnaast hebben we in het Beleidskader Sociaal domein (2018) de volgende missie bepaald: “Iedereen doet ertoe en doet mee in vitale en betrokken gemeenschappen”. We gaan uit van positieve gezondheid, een brede benadering waarin het gaat om het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan en zelf regie te voeren over hun leven.

de toe komst

4 kernkwaliteiten

bewege

e sm eri to

Trends Door de toenemende vergrijzing neemt de druk op de zorg en zorgbudgetten toe. Landelijk beleid is extramuralisering in de zorg. Dit betekent dat zorgbehoevenden zo lang mogelijk in de eigen woning en omgeving blijven wonen en daar de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Dat kan zijn van zorgaanbieders of meer in de persoonlijke sfeer. Zo is te zien dat de behoefte aan mantelzorg toeneemt.

energi e van

n ve le en m sa

len en

bo de m , lu

nd zo ge

Inclusief en Gezond Samenleven

n, spe

on ze

n fe sie

12 thema’s met vraagstukken sporte

r wonen e voo ruimt

clu in

Thema met vraagstukken

Hoe kunnen we sturen op een betere spreiding van kwetsbare groepen en de voor hen benodigde voorzieningen?

Welke aspecten zijn van belang voor gezonde en veilige wijken waar ruimte is voor iedereen en hoe bereiken we dat?

Vraagstuk In de woonwijken is toenemende ruimte nodig voor groen en waterberging om hittestress en wateroverlast te voorkomen. Hiervoor is extra ruimte nodig die nu is gebruik is voor verkeer en parkeren.

Hoe zorgen we in de wijken voor een goede balans tussen klimaatadaptatie en behoud van bereikbaarheid en parkeren?

Vraagstuk Nieuwe woonvormen (levensloopbestendig, mantelzorg, gemeenschappelijk wonen) bieden kansen voor het verhogen van onderling contact, zelfredzaamheid en langer thuis blijven wonen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10154717/1