CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

B23 Zienswijzenverslag Bestemmingsplan Kalorama

Gemeenteraad 1 april 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: B23 Voorstel om het bestemmingsplan "Kalorama locatie Nieuwe Holleweg" gewijzigd vast te stellen4.100 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzenverslag Bestemmingsplan Kalorama locatie Nieuwe Holleweg Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Kalorama locatie Nieuwe Holleweg hebben wij op 3 november 2020 in de Staatscourant, het Gemeenteblad en de website van de gemeente Berg en Dal gepubliceerd. Het ontwerpbestemmingsplan hebben wij van 4 november 2020 tot en met 15 december 2020 voor zienswijzen ter inzage gelegd. Binnengekomen zienswijze Op het ontwerpbestemmingsplan Kalorama locatie Nieuwe Holleweg hebben wij één zienswijze ontvangen. Nr. 1

Naam AROM advies ruimtelijke ordening & milieu

Datum ontvangen  15 december 2020 (pro-forma)  31 december (gronden)

Toelichting Betreft een zienswijze namens 6 omwonenden

Ontvankelijkheid De pro-forma zienswijze is binnen de termijn ingediend. We hebben de indiener tot en met 30 december 2020 de gelegenheid gegeven om de gronden van de zienswijze aan te leveren. De gronden zijn op 30 december 2020 verzonden en hebben wij op 31 december 2020 ontvangen. De zienswijze is daarmee ontvankelijk. Beantwoording zienswijze Zienswijze Toelichting zienswijze

Reactie

De terinzagelegging is onvolledig en voldoet niet aan de Algemene wet bestuursrecht In de zienswijze wordt opgemerkt dat in de toelichting wordt verwezen naar een plan van aanpak aangaande de bouwwijze en het voorkomen van schade aan natuur (par. 5.10.4 van de toelichting), maar dat deze ten onrechte niet aangeduid is in de toelichting en ook niet ter inzage is gelegd. Het plan van aanpak aangaande de bouwwijze en het voorkomen van schade aan de natuur hoeft niet ter inzage worden gelegd, omdat het geen betrekking heeft op planologische keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt. Het gaat om een plan van aanpak dat moet worden opgesteld ten behoeve van de uitvoering van het bouwplan dat bij het bestemmingplan mogelijk wordt gemaakt. Zo staat het ook in de toelichting: “Gezien de ligging van het plangebied tegen de natuur, dient te worden voorkomen dat de natuur tijdens de bouwactiviteiten onnodig wordt beschadigd. Om dit te borgen, heeft de initiatiefnemer een plan van aanpak aan het bevoegd gezag te overleggen waaruit blijkt hoe er wordt gebouwd en op welke wijze wordt voorkomen dat de aangrenzende natuur schade wordt toegebracht door de bouwactiviteiten.”

Zienswijze Toelichting zienswijze Reactie

Ten onrechte is kennelijk geen wettelijk vooroverleg gevoerd In de zienswijze wordt opgemerkt dat er kennelijk geen wettelijk vooroverleg is gevoerd. Daarmee is in strijd gehandeld met artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze zienswijze wordt onterecht voorgesteld, nu er vooroverleg heeft plaatsgevonden met de provincie en het waterschap. De brieven die in het kader van het vooroverleg zijn gewisseld, verwerken wij in de

Pagina 1 van 10

toelichting op het bestemmingsplan en hechten wij als bijlage aan het bestemmingplan. Zienswijze

Ten onrechte maakt het ontwerpbestemmingsplan veel meer vierkante meters mogelijk dan beoogd Toelichting In de zienswijze wordt opgemerkt dat het bestemmingsplan meer vierkante meters zienswijze aan bebouwing mogelijk maakt dan is beoogd. Opgemerkt wordt dat volgens het vigerende bestemmingsplan ‘stuwwal en beschermd dorpszicht Ubbergen’ binnen de bouwvlakken gebouwen kunnen worden gebouwd met voetprint van in totaal 7.157,6 m² terwijl in het ontwerpbestemmingpslan bebouwing een footprint mogelijk is van in totaal 7.225,6 m². Gesteld wordt dat nergens uit het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat het ruimtelijk aanvaardbaar is dat meer vierkante meters mogelijk worden gemaakt in het plangebied. Reactie Deze zienswijze wordt niet gedeeld. Het ligt op de weg van de indieners van de zienswijze om te onderbouwen waarom de gekozen omvang en situering van de bebouwing in strijd is met een goede ruimtelijke ordening is en (dus) leidt tot een onevenredige aantasting van hun woon- en leefklimaat. Een zodanige onderbouwing is niet gegeven. Het is ook niet duidelijk welke bezwaren de indieners van de zienswijze hebben tegen de gekozen omvang en situering van de bebouwing. Er is een nieuwe berekening gemaakt van de bebouwde oppervlakte in de huidige situatie en in de toekomstige situatie. Deze berekening is opgenomen in de tabel hieronder.

Hieruit kan worden afgeleid dat het bouwvlak weliswaar toeneemt met 173,9 m², maar dat het bouwvolume fors afneemt, namelijk met 19.284,8 m³. Ook het bvo neemt af met 7.671,6 m². Tenslotte zal de feitelijke bebouwing ook afnemen met 49,3 m². De conclusie is dat de totale omvang van de bebouwingsmogelijkheden (fors) wordt verminderd en dat waar het gaat om de feitelijke oppervlakte, ook sprake is van een kleine afname van de bebouwing. In zoverre wordt ten onrechte gesteld dat het ontwerpbestemmingsplan veel meer vierkante meters mogelijk maakt dan is beoogd.

Pagina 2 van 10

Gezien de omvang van het totale perceel met de maatschappelijke doeleindenbestemming en de reeds bestaande omvang van de bebouwing, is de geringe toename van de omvang van het bouwvlak marginaal. Deze toename is niet zodanig dat sprake is of kan zijn van een onaanvaardbare situatie voor de omwonenden van Kalorama. Opgemerkt wordt dat de voorgestelde planregeling nodig is om te kunnen komen tot vervangende nieuwbouw, nu de gebouwen van de locatie aan de Nieuwe Holleweg 12 zijn verouderd en bouw- en woontechnisch niet meer voldoen aan de huidige vraag vanuit de zorg Zienswijze Toelichting zienswijze

Reactie

Ten onrechte zijn de maximum bouwhoogtes is niet goed overgenomen voor de nieuwbouw die reeds vergund is In de zienswijze wordt gesteld dat het vergunde bouwplan voor fase 0 ten onrechte niet conform de verleende vergunning is opgenomen in het bestemmingsplan. Het standpunt is dat voor de delen van de nieuwbouw die 4 meter hoog zijn, deze hoogte ook als maximale bouwhoogte moet worden opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Allereerst wordt opgemerkt dat de meeste indieners van de zienswijze aan de andere kant van het terrein woonachtig zijn en het betreffende gebouw niet of slechts deels kunnen waarnemen. Hun woon- en leefklimaat wordt door de flexibelere planregeling niet aangetast. De woningen aan de zijde van het betreffende gebouw zijn op hoogte gelegen. Door de planologische verhoging van een deel van het gebouw wordt hun woon- en leefklimaat niet aangetast. Het zicht zal niet worden belemmerd. Het is kortom niet onredelijk en evenmin onaanvaardbaar dat voor het gehele bouwvlak geopteerd wordt voor een maximale bouwhoogte van 7 meter om een bepaalde mate van flexibiliteit in de bebouwing te behouden. Op dit moment is er geen voornemen om de gebouwdelen van 4 meter te verhogen. Mogelijk is dat in de toekomst wel wenselijk of noodzakelijk.

Door deze keuze worden de indieners van de zienswijze niet benadeeld, zeker gezien de forse afname van bebouwingsmogelijkheden over het gehele terrein en de overall verlaging van de bouwhoogten ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. In het vigerende bestemmingsplan zijn aan sommige bouwvlakken een maximale bouwhoogte toegekend van 9 meter en 22 meter.

Zienswijze Toelichting zienswijze Reactie

Ten onrechte is er geen laddertoets uitgevoerd Het standpunt is dat het ontwerpbestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt dan het vigerende bestemmingsplan en dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de laddertoets moet worden doorlopen. Deze zienswijze wordt niet gedeeld. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe bestemming mogelijk, maar slechts een nieuwe situering voor de vervangende nieuwbouw van Kalorama. Om die reden kan niet worden gesteld dat er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In aanvulling daarop wordt erop gewezen dat uit het hiervoor opgenomen overzicht blijkt dat het bvo en het bouwvolume fors afneemt ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. In dit geval geldt dat het nieuwe bestemmingsplan wel een toename van het bebouwd oppervlak mogelijk maakt, maar dat deze toename marginaal is ten opzichte van het totale bebouwde oppervlakte. Bovendien neemt het totale bouwvolume fors af. Met andere woorden, er is eerder sprake van een afname van de bebouwingsmogelijkheden ten opzichte van het vigerende Pagina 3 van 10

bestemmingsplan zodat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Desalniettemin nemen wij in de toelichting op waarom er behoefte is aan deze ontwikkeling. Zienswijze Toelichting zienswijze

Reactie

Zienswijze Toelichting zienswijze

Reactie

De regels zijn in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel In de zienswijze wordt opgemerkt dat in het bestemmingsplan gebruik is gemaakt van een onjuiste volgorde van de planregels en fouten in de doornummering. Gesteld wordt dat de regels op deze manier verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden en dat de bestemmingen juridisch gezien niet goed worden vertaald. De zienswijze wordt niet gedeeld voor wat betreft het standpunt dat de regels door de wijze waarop ze zijn gerangschikt verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden. De regels zijn duidelijk. We erkennen dat er een fout is opgetreden bij de digitalisering van het plan. De regeling die wordt beoogd is op basis van de huidige bestemmingsplanregels voor de locatie, zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Dat betekent dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan de planregels zullen worden gerangschikt op de wijze die wordt voorgesteld (eerst doeleindenomschrijving, dan de bouwregels en daarna de gebruiksregels). De opmerking ten aanzien van de nummering is derhalve ook terecht voorgesteld. De nummering passen wij aan, maar inhoudelijk is er geen sprake van een wijziging van de planregels. Warmtepompen en luchtbehandelingskasten op nieuwbouw In deze zienswijze wordt het standpunt ingenomen dat de warmtepompen en luchtbehandelingskasten illegaal en zonder bouwvergunning zijn geplaatst.

Een omwonende heeft hiertegen een handhavingsverzoek ingediend. Het ontwerpbestemmingsplan biedt geen inzicht in de situering van de installaties, terwijl dit ruimtelijk wel relevant is. Deze zienswijze wordt niet gedeeld. Dat een handhavingsverzoek is ingediend speelt geen rol bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het bestemmingsplan. Waar het gaat om de stelling dat in het bestemmingsplan de situering van de installaties beter had moeten worden weergegeven, wordt opgemerkt dat daartoe geen verplichting bestaat. Uit het rapport van Econsultancy blijkt dat een situering van installaties mogelijk is die niet leidt tot een overschrijding van de wettelijke normen en tot geluidsniveaus die passen bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aan de indieners van de zienswijze moet evenwel worden toegegeven dat het, vanwege het ontbreken van verplichte situering van de installaties, niet uitgesloten is dat een locatie wordt gekozen, waarvan in het akoestisch onderzoek niet is vastgesteld dat aan de wettelijke normen voor geluid kan worden voldaan. De indieners van de zienswijze zijn echter meer gebaat bij een geluidregeling in het bestemmingsplan, dan een regeling voor de situering van de installaties. Een geluidsregeling verplicht dat een aanvaardbaar geluidniveau wordt geproduceerd op de gevel van de woningen rondom het plangebied ongeacht de locatie van een installatie.

Om die reden nemen wij in de planregels een geluidregeling op. Daarmee wordt de flexibiliteit Pagina 4 van 10

behouden voor Kalorama, maar wordt voor de indieners van de zienswijze zeker gesteld en geborgd dat de keuze voor de situering niet mag of kan leiden tot een overschrijding van de wettelijke geluidniveaus. Zienswijze Toelichting zienswijze

Reactie

Geluidsoverlast van warmtepompen en luchtbehandelingskasten Volgens de indieners van de zienswijze is ten onrechte geen onderzoek verricht naar de geluidsoverlast van installaties, omdat zowel in het akoestisch onderzoek ‘industrielawaai’ als in het akoestisch onderzoek behorend bij de omgevingsvergunning voor fase 0 niet is onderzocht of de maximum dB(A) wordt overschreden. Om die reden kan niet worden uitgesloten dat niet aan dat geluidsniveau kan worden voldaan en dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In het rapport van Econsultancy is wel degelijk een opmerking gemaakt over de akoestische effecten van de installaties (in fase 1, 2 en 3). Daarin staat: “Op de diverse gebouwen komen luchtbehandelingsinstallaties en warmtepompen. Op de gebouwen fase 1 t/m fase 3 worden op ieder gebouw twee warmtepompen en twee luchtbehandelingskasten (WTW) geplaatst. Voor het spectrum van deze bronnen is uitgegaan van standaardwaarden voor luchtbehandelingsinstallatie categorie 1. Bij de keuze voor de te plaatsen installaties moet er rekening mee worden gehouden dat deze samen per gebouw niet meer dan 86 dB(A) produceren.” Uit deze passage volgt dat kan worden voldaan aan de wettelijke geluidwaarde.

Zoals hiervoor echter al is opgemerkt, is niet berekend welke geluidwaarden optreden, indien de installaties op een andere locatie worden gesitueerd dan geprojecteerd in het rapport van Econsultancy. Om die reden is ervoor gekozen om in de regels van het bestemmingsplan een regel op te nemen die waarborgt dat als gevolg van het in werking zijn van de installaties het geluidsniveau uit het activiteitenbesluit niet wordt overschreden. Voor fase 0 is ook een akoestisch onderzoek verricht, dat ten grondslag heeft gelegen aan de verlening van een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en planologisch afwijkend gebruik voor fase 0. De bezwaren tegen dit bestemmingsplan richten zich vooral ook tegen de geluidsoverlast van warmtepompen en luchtbehandelingskasten die zijn geplaatst op de gebouwen van fase 0. Voor zover de bezwaren zich richten tegen geluidsoverlast van de onherroepelijk vergunde installaties, wordt opgemerkt dat die bezwaren in zekere zin niet aan vaststelling van dit bestemmingsplan in de weg kunnen staan. Voor het kunnen realiseren van de installaties is de vergunning maatgevend. Wel dient Kalorama te voldoen aan het Activiteitenbesluit.

Gelet op het voorgaande (dus om te waarborgen dat mede als gevolg van de installaties te veel geluid wordt geproduceerd) worden de geluidwaarden uit het Activiteitenbesluit ook als planregel aan dit bestemmingsplan verbonden. Daarmee wordt ook alsnog verzekerd dat de installaties op de gebouwen van fase 0 niet mogen leiden tot een overschrijding van de wettelijke normen. In dat verband wordt opgemerkt dat Kalorama Peutz heeft verzocht om akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsuitstraling van de Pagina 5 van 10

luchtbehandelingsinstallatie en warmtepompen op de gebouwen van fase 0. Uit dat onderzoek is gebleken dat de warmtepompen maatgevend zijn voor het geluid en de luchtbehandelingsinstallaties geen relevante geluidsbijdrage leveren. Ook is gebleken dat in een worstcasescenario het geluidsniveau van de warmtepompen op de gevel van de dichtstbijzijnde gevel 43 dB(A) bedraagt. Daarmee wordt voldaan aan de eisen uit het Activiteitenbesluit voor de dag- en avondperiode, maar niet voor de nachtperiode. In het rapport van Peutz is opgemerkt dat het mogelijk is om afscherming toe te passen waarmee een reductie van het geluid met 5 dB(A) wordt bewerkstelligd, zodat een geluidsniveau van 37-38 dB(A) wordt bewerkstelligd. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de normen van het Activiteitenbesluit en wordt tevens voldaan aan de eisen die het Bouwbesluit vanaf 1 april 2021 zal stellen aan warmtepompen. Kalorama zal de afscherming die wordt voorgesteld ook toepassen. Voor de aanvaardbaarheid van het bestemmingsplan is het voldoende om op te nemen dat de geluidswaarden als gevolg van de inrichting (en daarmee de warmtepompen) niet meer bedraagt dan de eisen die voortvloeien uit het Activiteitenbesluit. Zoals opgemerkt zullen die eisen worden opgenomen in de planregels. Zienswijze Toelichting zienswijze Reactie

Het akoestisch onderzoek ‘industrielawaai deugt niet In het akoestisch onderzoek wordt ten onrechte uitgegaan van een gemengd gebied, in plaats van een rustige woonwijk. De zienswijze wordt niet gedeeld. In het akoestisch onderzoek is onderbouwd waarom het gebied kwalificeert als gemengd gebied: “Ter hoogte van het te realiseren plan bevindt zich een gemengd gebied. Het gebied waar het plan zich in bevindt wordt ingevuld door woningen, horeca, kleine bedrijven en een aantal ‘bed and breakfast’. Daarbij is de huidige zorginstelling ‘Kalorama’ al lange tijd gevestigd op deze locatie. Zodoende valt de zorginstelling in milieucategorie 2 en wordt een richtafstand gehanteerd van 10 meter. De aangrenzende woningen aan de straat ‘De Geest’ vormen voor dit onderzoek de belangrijkste te toetsen woningen.” De indieners van de zienswijze hebben niet onderbouwd, waarom ondanks de genoemde functiemenging sprake is van een rustige woonwijk. Voor de indieners van de zienswijze, omwonenden, is geluid de maatgevende hinderfactor. Ten behoeve van de borging van een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt in het bestemmingsplan een geluidregeling opgenomen.

Zienswijze Toelichting zienswijze Reactie

Ten onrechte is gebruik gemaakt van een ondeugdelijke stikstofberekening In de zienswijze wordt opgemerkt dat de Aeriusberekening verouderd is, omdat niet is gerekend met de versie die vanaf eind oktober 2020 is voorgeschreven. Verder zijn de Natura 2000-gebieden in Duitsland niet onderzocht. In reactie hierop kan worden opgemerkt dat aan Gras advies is gevraagd om nieuwe stikstofberekeningen op te stellen met gebruikmaking van de meest recente Aerius-calculator. Deze rapportage verwerken wij in de toelichting bij het bestemmingsplan en nemen we op als bijlage. Pagina 6 van 10

De conclusie van het rapport is dat er in de aanlegfase geen significant depositieresultaat is dat boven de 0,00 mol/ha/jr uitkomt. Indien de stikstofemissie van het huidige gebruik wordt afgetrokken van de emissie van de aanleg, resulteert dit namelijk in een netto stikstofdepositie in de Nederlandse Natura 2000-gebieden kleiner dan 0,00 mol/ha/jr. De voorgenomen ontwikkeling levert daarmee voldoende reductie op om de eenmalige uitstoot tijdens de aanleg intern te kunnen salderen. Ook de toekomstige gebruikswaarde genereert geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr op de Nederlandse Natura 2000-gebieden. Voor de Duitse Natura 2000-gebieden geldt een grenswaarde van 7,14 mol/ha/jr. Het verschil tussen de Duitse en Nederlandse normen voor stikstofdepositie is dusdanig groot, een factor 715, dat op basis van de uitgevoerde Aerius-berekening gesteld kan worden dat een negatief effect op Duitse Natura 2000-gebieden op voorhand kan worden uitgesloten. Zienswijze Toelichting zienswijze

Reactie

Zienswijze Toelichting zienswijze

Reactie

Dubbelbestemming waarde monumentale boom ontbreekt op de verbeelding en in de regels In de zienswijze wordt het standpunt ingenomen dat ten onrechte geen dubbelbestemming waarde monumentale boom is opgenomen op de verbeelding. Een deel van de aanduiding. zoals die in het bestemmingsplan Stuwwal en beschermd stadsgezicht Ubbergen is opgenomen, valt in het plangebied van het voorgenomen bestemmingsplan. De betreffende boom staat niet in het plangebied van het voorgenomen bestemmingsplan. Wel is het zo dat een klein deel van de aanduiding binnen het plangebied valt van het voorgenomen bestemmingsplan. Op de verbeelding nemen wij alsnog een klein deel van de aanduiding op. Ook nemen wij de regels de betreffende dubbelbestemming op. Ten onrechte zijn de milieugevolgen niet dan wel onvoldoende beoordeeld In de zienswijze wordt opgemerkt dat de natuurbestemming met een oppervlakte van 165 m² wordt verkleind ten behoeve van de maatschappelijke bestemming. Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 15 oktober 2009 zou blijken dat als nadelige gevolgen voor het milieu niet zijn uitgesloten, altijd een m.e.r.(beoordeling) dient te worden uitgevoerd. Volgens de indieners van de zienswijze is er onvoldoende c.q. geen aandacht besteed aan de criteria uit bijlage 3 van de Europese richtlijn over de milieubeoordeling van bepaalde openbare particuliere projecten.

Met andere woorden het standpunt is dat er een m.e.r.-beoordeling had moeten worden uitgevoerd, nu het project kwalificeert als een project uit categorie B27 dan wel categorie D11.2 van de bijlage bij het besluit m.e.r. Naar aanleiding van deze zienswijze is door Kalorama alsnog besloten om een aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling op te stellen. Daarin is het project getoetst aan de selectiecriteria van bijlage 3 van de richtlijn 2014/52/EU. Uit de toetsing volgt dat het bestemmingsplan niet leidt tot belangrijke nadelige effecten op het milieu die het opstellen van een m.e.r. noodzakelijk maken. Het college heeft inmiddels besloten dat geen m.e.r.-procedure hoeft te worden doorlopen. Pagina 7 van 10

Zienswijze Toelichting zienswijze Reactie

Zienswijze Toelichting zienswijze Reactie

Onduidelijk is of voor de aangetroffen gewone dwergvleermuis een ontheffing Wet natuurbescherming is verleend In de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan wordt aangegeven dat een ontheffingsaanvraag is ingediend bij de Provincie Gelderland. Het is onduidelijk of de ontheffing daadwerkelijk is verleend. Op 7 december 2020 heeft de provincie een ontwerpbesluit ter verlening van de gevraagde ontheffing ter inzage gelegd. Inmiddels is op 3 februari 2021 de ontheffing verleend. Ten onrechte maakt het bestemmingsplan bebouwing mogelijk binnen het Gelders natuurnetwerk en wordt gehandeld in strijd met provinciale verordening inzake compensatie In de zienswijze wordt opgemerkt dat het bestemmingsplan ten onrechte bebouwing mogelijk maakt binnen het Gelders natuurnetwerk en dat dus wordt gehandeld in strijd met provinciale omgevingsverordening inzake compensatie. Deze zienswijze wordt niet gedeeld. De bebouwing waarop wordt gedoeld is de bebouwing in fase 0. Daarvoor is een omgevingsvergunning verleend die inmiddels onherroepelijk is. In zoverre – voor wat betreft het annexeren van de natuurbestemming – borduurt het bestemmingsplan voort op een reeds eerder verleende, onherroepelijke omgevingsvergunning.

In dit verband wordt gewezen op artikel 3.10 Wro: “Voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan of de uitwerking van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder B, zijn grondslag vindt in een omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder A, onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, kunnen zienswijzen geen betrekking hebben op dat deel van het ontwerpplan.” In aanvulling daarop wordt opgemerkt dat in het kader van de procedure rondom de verkrijging van de omgevingsvergunning voor fase 0 met de provincie overeengekomen is dat een compensatieplan zou worden opgesteld. Dit compensatieplan is opgesteld, beoordeeld en akkoord bevonden. De provinciale verordening zal gelet hierop worden aangepast, zodat van strijd met de omgevingsverordening geen sprake is. Het compensatieplan nemen wij op in de regels en in de bijlage bij de regels.

Zienswijze Toelichting zienswijze Reactie

Een prachtig stukje cultuur en natuur wordt geweld aangedaan Volgens de indieners van de zienswijze gaat er als gevolg van de bouw van met name fase 0 een flinke hap bos verloren. Ook wordt het bos flink uitgedund waardoor de beleving van het gebied verslechterd. Deze zienswijze wordt niet gedeeld. Het overgrote deel van de bouw wordt gerealiseerd binnen de oorspronkelijke bestemming Maatschappelijk. Deze maakte eerder ook al het gebruik en bouw van maatschappelijke doeleinden mogelijk. Hierdoor is van onaanvaardbare schade aan de natuur geen sprake (ook gezien het compensatieplan dat is opgesteld en geaccordeerd voor het deel van de bebouwing dat is gelegen op het perceelsdeel dat nu nog de bestemming Natuur heeft). Verder is Kalorama verplicht om op basis van de omgevingsvergunning Pagina 8 van 10

fase 0 landschappelijk in te passen. Met de omwonenden zal verder worden gesproken over deze landschappelijke inpassing. Indien er bomen gekapt worden, dan zal dat alleen gebeuren als dat noodzakelijk is én daarvoor een kapvergunning is verleend. Zienswijze Toelichting zienswijze Reactie

Duur en frequentie van de bouw is te langdurig In de zienswijze wordt opgemerkt dat het bouwplan gefaseerd wordt uitgevoerd in vier bouwfasen en dat dat gepaard zal gaan met de nodige overlast. Gedoeld wordt op geluidsoverlast en verkeersoverlast. De zienswijze wordt niet gedeeld. Nog afgezien van het feit dat de bouwwerkzaamheden tijdelijk zijn, liggen die werkzaamheden nu niet ter beoordeling voor. Ter beoordeling staat de planologische aanvaardbaarheid van de eindsituatie, namelijk de vervangende bebouwing op en het gebruik van het terrein van Kalorama. Overigens wordt nog opgemerkt dat door Kalorama al datgene wordt gedaan wat nodig is en in redelijkheid mogelijk is om overlast voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Hetzelfde geldt voor het bouwverkeer. Hierover kunnen wij opmerken dat de kruising ter hoogte van de Oude Holleweg voor de realisatie van fase 1, 2 en 3 niet meer zal worden gebruikt. In de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ zullen eisen worden gesteld aan o.a. geluidsproductie tijdens de bouwfase.

Conclusie Op grond van de ingediende zienswijze stellen wij voor het bestemmingsplan op de volgende punten aan te passen: Aanpassing Onderdeel van het bestemmingsplan Opnemen paragraaf over gevoerd vooroverleg. Toelichting en bijlage bij de toelichting Beschrijven ladder voor duurzame verstedelijking. Toelichting Aanpassen opbouw planregels artikel 3 Maatschappelijk, waarbij de Regels opbouw op hoofdlijnen vergelijkbaar is met de bestemming Maatschappelijk in bestemmingsplan Stuwwal en beschermd dorpsgezicht Ubbergen. Verwerken geluidsrapport Peutz over luchtbehandelingsinstallaties en Toelichting en bijlage bij warmtepompen. de toelichting Actualiseren en verwerken geluidsrapporten Econsultancy. Toelichting en bijlage bij de toelichting Opnemen geluidsregeling voor de inrichting in zijn algemeenheid en Regels voor installaties voor warmte- of koudeopwekking in het bijzonder. Verwerken nieuwste Aerius-berekening. Toelichting en bijlage bij de toelichting Opnemen dubbelbestemming voor twee monumentale bomen. Regels en verbeelding Verwerken ontheffing flora en fauna. Toelichting en bijlage bij de toelichting Verwerken van de aanmeldingsnotitie mer-beoordeling. Toelichting en bijlage bij de toelichting Verwerken van het GNN-compensatieplan. Regels en bijlage bij de regels

Pagina 9 van 10

Ambtshalve wijzigingen Wij willen ook een aantal ambtshalve wijzigingen doorvoeren aan het bestemmingsplan. Het betreft wijzigingen die wat betreft aard en omvang ondergeschikt zijn. Het gaat om de volgende wijzigingen: Aanpassing Onderdeel van het bestemmingsplan We nemen een regeling op voor het parkeerterrein aan Regels en verbeelding noordwestzijde van het plangebied waar in de nachtperiode tussen 23:00 en 7:00 niet geparkeerd mag worden om daarmee te voldoen aan de geluidsnormen. We nemen een regeling op voor parkeren. Deze regeling is relevant Regels als in de toekomst bijvoorbeeld het aantal zorgeenheden wijzigt. We nemen definities op voor institutioneel huishouden en Regels zorginstelling Een aantal gebouwen krijgt een loopbrug. Hiervoor nemen we een Regels en verbeelding regeling op. Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Berg en Dal d.d. 1 april 2021 De griffier, J.A.M. van Workum

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9840706/1