CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

B18 Raadsvoorstel Bijgebouw Zeelandsestraat 65 Millingen

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: B18 Voorstel om geen medewerking te verlenen aan een verzoek voor de bouw van een bijgebouw aan de Zeelandsestraat 65 in Millingen2.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Griffiersnummer: Onderwerp: Datum B&W-vergadering: Datum raadsvergadering: Datum carrousel: Portefeuillehouder: Ambtenaar: e-mailadres: Zaaknummer: Documentnummer:

B18 Bijgebouw Zeelandsestraat 65, Millingen aan de Rijn 23 februari 2021 20 mei 2021 28 april 2021 N.A.V. Verheul Myrthe Hagemans M.Hagemans@bergendal.nl Z-19-81203 VB/Raad/21/01198

Aan de gemeenteraad, Voorstel Geen medewerking te verlenen aan het verzoek tot wijzigen van het bestemmingplan Buitengebied Millingen aan de Rijn voor de bouw van een bijgebouw aan de Zeelandsestraat 65 in Millingen aan de Rijn. Inleiding De eigenaar van de woning aan de Zeelandsestraat 65 in Millingen aan de Rijn heeft aan uw gemeenteraad een verzoek tot het wijzigen van het bestemmingsplan gericht. Hij wil een bijgebouw realiseren op het voorterrein bij zijn woning. Dit verzoek past niet in het bestemmingsplan. Achtergrond Het verzoek dat nu aan u is gericht, is de afgelopen periode zowel ambtelijk als door ons college meerdere malen getoetst aan het geldende beleid en bestemmingsplan en daarbij steeds afgewezen:  ambtelijk afgewezen na integrale toetsing van een ontvangen mail met het verzoek (oktober 2018);  bestuurlijk afgewezen naar aanleiding van een ontvangen verzoek tot handhaving in verband met bouwen zonder toestemming/vergunning. In het kader van het daarna gestarte legalisatieonderzoek heeft de initiatiefnemer een principeverzoek ingediend voor zijn plan. Op dit principeverzoek hebben wij een negatief standpunt ingenomen;  vervolgens heeft de initiatiefnemer een omgevingsvergunning aangevraagd bij de ODRN die vervolgens opnieuw getoetst is en opnieuw is afgewezen. De initiatiefnemer heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

De behandeling van dit bezwaar is opgeschort in afwachting van het raadsbesluit op het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan.

PAPIER1

Huidig verzoek aan uw raad - procedure De initiatiefnemer kiest nu voor de weg om uw raad te vragen voor een (positief) besluit met betrekking tot zijn aanvraag. Deze processtap is bijzonder, zowel vanuit de procedure als vanuit mandaat. Graag lichten wij u dit toe. Als raad stelt u de kaders van ons gemeentelijk ruimtelijk beleid vast. Dit doet u door bestemmingsplannen voor het gehele grondgebied vast te stellen. In ieder bestemmingsplan wordt het vastgestelde ruimtelijk beleid vertaald naar mogelijkheden, maar ook naar onmogelijkheden. Zo wordt aangegeven waar we welke bestemmingen willen toestaan (wonen, werken, bedrijvigheid, recreatie, natuur, water e.d.), maar ook waar we bijzondere objecten of kwaliteiten willen beschermen (denk aan natuur en landschap, cultuurhistorie, maar ook ons open buitengebied). Daarnaast nemen we voor elke bestemming de bouw- en gebruiksregels op. Deze regels zijn meestal hetzelfde voor elke locatie met een specifieke bestemming, zoals wonen. Hiermee voorkomen we willekeur. Het college is vervolgens degene die vanuit deze kaders alle aanvragen, verzoeken en wijzigingen toetst. In de wet is vastgelegd dat het college het uitvoeringsorgaan is van de raad.

Vanuit deze (wettelijke) bevoegdheid is het niet conform mandaat en procedure om als raad rechtstreeks te beslissen op (principe)verzoeken van inwoners of ondernemers tot afwijken of wijzigen van het bestemmingsplan. Niet bij een eerste verzoek, maar zeker ook niet vanuit eerdere afwijzingen. Als u ervoor kiest om als raad hier afwijkend aan (de besluitvorming van) het college te besluiten, dan ontstaat de situatie dat iedere inwoner of ondernemer waar wij als bevoegd orgaan negatief op besluiten, hetzelfde verzoek aan uw raad gaan richten voor een ander besluit. Beoogd effect Een standpunt in te nemen over wijziging van het bestemmingsplan Zeelandsestraat 65 te Millingen aan de Rijn. Argumenten Onderbouwing afwijzing verzoek Het verzoek is getoetst aan het bestemmingsplan Buitengebied Millingen aan de Rijn en bijbehorend beleid en op meerdere aspecten heeft dit tot een negatief standpunt geleid. Graag lichten wij dit aan u toe vanuit toetsing aan algemeen belang, ruimtelijk belang en beleid (cultuurhistorie en archeologie). Vanwege het uitgebreide rapport dat is opgesteld voor dit verzoek aan uw raad (en nu onderdeel vormt van de behandeling/toetsing), hebben wij onze reactie hierop uitgewerkt in bijlage 1 bij dit raadsvoorstel. 1. Algemeen belang 1.1 Het plan dient geen algemeen belang Het college toetst initiatieven aan het geldende beleid.

Als een initiatief binnen dit beleid past, neemt het college een positieve houding aan. Als het niet (geheel) binnen het beleid past, maken wij nog een afweging of het initiatief het algemeen belang dient. Als het initiatief niet in het beleid past en ook geen algemeen belang dient, nemen wij een negatief standpunt in. In deze

Pagina 2 van 8

situatie gaat het om de bouw van een particuliere schuur om een hobby uit te oefenen op een perceel waar op grond van het bestemmingsplan al het maximale oppervlakte aan bijgebouwen overschreden is. Daarnaast ligt de beoogde locatie buiten de bestemming Woondoeleinden. Het nieuwe verzoek dient zodoende geen algemeen belang. Afwijken van beleid is dan ook niet gerechtvaardigd en krijgt de schijn van willekeur. Hierdoor is precedentwerking dan ook niet uit te sluiten. 1.2 Toestaan van dit bijgebouw schept mogelijk een precedent voor andere bijgebouwen in het buitengebied De aangeleverde onderbouwing is zeer uitgebreid, maar bevat geen overtuigende redenen om af te wijken van het vastgestelde beleid. Binnen het bestemmingsplan wordt voor de toegekende bestemming passende bebouwingsmogelijkheden toegestaan. Meewerken aan dit verzoek kan dan ook een precedent scheppen voor andere verzoeken. Vooral voor andere grote percelen in het buitengebied kan/zal dit gelden. Zeker als het argument zonnepanelen wordt gehanteerd. Dit leidt tot verstening van ons buitengebied, terwijl we in ons beleid juist streven naar ontstening. Zo is ons functieveranderingsbeleid er op gericht om voormalige agrarische bebouwing zoveel mogelijk te slopen. Ook kennen wij een sloop-herbouwregeling voor bijgebouwen op locaties waar op grond van het bestemmingsplan te veel bijgebouwen aanwezig zijn.

1.3 Het leggen van zonnepanelen legitimeert geen nieuw bouwwerk De wens van de initiatiefnemer is om het bijgebouw te realiseren met op het dak zonnepanelen. Hiermee kan de woning energieneutraal gemaakt worden. Om de energieneutrale doelstelling te behalen, is het echter niet noodzakelijk dat er een nieuw bijgebouw gerealiseerd wordt. Het is heel goed mogelijk deze panelen op andere (bestaande) bebouwing of in het veld te plaatsen. Het is een ongewenste ontwikkeling als een dak gevuld met zonnepanelen de bouw van een bijgebouw buiten het vastgestelde en geldende beleid legitimeert. Ook dit creëert precedentwerking naar anderen toe. 1.4 De initiatiefnemer kan op het achtererf van het perceel vergunningsvrij nog een bijgebouw realiseren. Op basis van landelijke regels voor vergunningsvrij bouwen, kan er op het achteraf nog een bijgebouw gerealiseerd kan worden. Dit geldt ook voor deze locatie. Om vergunningsvrij te mogen bouwen op dit perceel is er alleen een vergunning vanuit archeologie nodig als het bijgebouw groter is dan 50 m2 en de grondbewerking dieper dan 0,3 meter is. De initiatiefnemer stelt voor deze ruimte met een bestemmingsplanherziening te laten vervallen.

Als college staan wij positief tegenover de suggestie om de bouwmogelijkheden die vergunningsvrij zijn, weg te bestemmen voor bouwrechten elders op het perceel, maakt dit de ontwikkeling op de voorgestelde locatie nog steeds niet wenselijk vanuit algemeen belang. 2. Ruimtelijk belang 2.1 Toevoeging van een bijgebouw past niet in het beleid De initiatiefnemer vraagt om een bijgebouw aan de noordzijde van het perceel te mogen bouwen. De bestemming van dit deel van het perceel is Agrarisch gebied met landschappelijke en recreatieve potenties. Een bijgebouw voor de naastgelegen woonbestemming is hier niet pas-

Pagina 3 van 8

send en ook niet gewenst. In het bestemmingsplan is bewust gekozen om niet het gehele perceel als wonen te bestemmen. De reden hiervoor is om de locatie en de hoeveelheid bijbehorende bouwwerken te beperken en te clusteren in dit gebied. Hierdoor blijft er sprake van een open gebied waar verstening wordt voorkomen. Bij verzoeken om af te wijken van het bestemmingsplan, wordt altijd getoetst aan de vastgestelde maximum hoeveelheid aan bijgebouwen bij een woning. Doel hiervan is om de eerder genoemde verstening van het buitengebied tegen te gaan. Op het perceel van de initiatiefnemer is al 194 m2 aan bijgebouwen aanwezig. De grens qua oppervlakte aan bijgebouwen is vastgesteld op maximaal 150 m2 aan bijgebouwen voor deze grote percelen. Deze oppervlakte aan bijgebouwen is vanuit het verleden dus al ruim aanwezig. Het toestaan van meer bijgebouwen door af te wijken van het bestemmingsplan willen wij dan ook niet. 3. Landschappelijk, cultuurhistorisch en archeologisch belang Wij vinden landschap en erfgoed een van de kernkwaliteiten van onze gemeente. Ons landschap bestaat een rijke combinatie van agrarisch gebied, natuur en cultuurhistorie die uniek is in ons land. Dat willen we in de nog op te stellen omgevingsvisie centraal stellen. De benoemde kernkwaliteiten werden tijdens de themabijeenkomst van 4 maart j.l. over de omgevingsvisie door alle aanwezigen onderschreven.

Aangezien het verzoek onze kernkwaliteiten landschap en erfgoed raakt, vinden wij dat een zorgvuldige afweging nodig is. Deze locatie is cultuurhistorisch gezien zeer belangrijk voor de huidige structuren en ontginningen in het gebied. Aan het einde van de dertiende eeuw of aan het begin van de veertiende eeuw ontstaat er op deze pol (=kunstmatige terreinverhoging in het landschap) een kasteelplaats. Dit kasteel groeit uit tot een zelfstandige heerlijkheid die het omliggende land in cultuur brengt. Het terrein zelf ontwikkelt zich van een kasteel, omgrachte vesting en buitenplaats naar een boerderij. In de jaren ’70 van de twintigste eeuw brand het hoofdgebouw uit. Als er nog middeleeuwse bouwresten aanwezig zijn in het pand, behoren die tot de oudste resten van bewoning in Millingen aan de Rijn. In de pol zelf zijn tijdens archeologische opgravingen uit de jaren zeventig van de vorige eeuw resten van menselijke activiteit gevonden uit de ijzertijd en de vroege middeleeuwen. 3.1 De voorgestelde locatie past niet wat betreft beleid/erfgedachte (a), cultuurhistorie (b) en archeologie (c) a) erfgedachte Voor het toevoegen van nieuwe bebouwing in het buitengebied gaan we in ons landschappelijk beleid uit van de erfgedachte. De erfgedachte staat bijvoorbeeld centraal bij functieverandering van een voormalig agrarisch bedrijf naar wonen.

Het uitgangspunt van de erfgedachte is dat bebouwing geclusterd wordt rond een erf, zoals dat gebruikelijk was bij agrarische bedrijven en buitenplaatsen. Het erf wordt op dit perceel gevormd rond het centrale middenplein. Het bijgebouw wordt niet rond dit middenplein gebouwd en past daarmee niet binnen deze erfgedachte.

Pagina 4 van 8

Ook de oriëntatie van het bijgebouw ten opzichte van het hoofdgebouw past niet binnen ons beleid (Voorbeeldenboek Landschappelijke inpassing). Het bijgebouw is namelijk schuin ten opzichte van de bestaande bebouwing georiënteerd. Deze oriëntatie wordt onderbouwd vanuit de optimale ligging van de zonnepanelen. Echter, zowel vanuit de cultuurhistorie als vanuit de erfgedachte is het niet passend een bijgebouw op deze manier te oriënteren. Dit zou namelijk in lijn met de overige bebouwing of volledig haaks gelegen moeten zijn. b) cultuurhistorie De beoogde locatie ligt buiten de pol, ter plaatse van de voormalige singel. Cultuurhistorisch is het niet passend op deze locatie een bijgebouw te realiseren. In de door de initiatiefnemer opgestelde cultuurhistorische quickscan wordt onderbouwd waarom deze locatie wel passend is. Er wordt hier betoogd dat de bouw van het bijgebouw een nieuwe tijdslaag zou toevoegen aan het perceel. Dit betekent dat het niet in een eerdere tijdslaag past en vanuit cultuurhistorisch oogpunt is dit dan ook niet logisch. Met het toevoegen van het bijgebouw verdwijnt de historisch ontstane indeling van het perceel en het onderscheid tussen de hoger op de pol gelegen bebouwing met voorplein en de lager gelegen gebruiksgronden (vijver, tuinen, etc.).

Daarnaast ondermijnt het de structuur van de oprijlaan omdat het voorterrein aanzienlijk groter wordt door de ontwikkeling. Hierdoor verliest de oprijlaan haar huidige, historische structuur.1 c) archeologie Voor de pol en het omliggende terrein gelden hetzelfde beschermingsregime en dezelfde vrijstellingsgrenzen. De verwijzing van de initiatiefnemer naar het AMK-terrein (de pol) als waardevoller is op beleidsmatige grond niet houdbaar. In het beleid vallen ze beiden in de hoogste categorie. Van de pol is met zekerheid vast te stellen dat er in ieder geval sinds de vroege middeleeuwen menselijke bewoning is geweest. De trefkans voor archeologie is hier dan ook groot. De pol wordt met een afwegingskader in het bestemmingsplan beschermd als archeologisch terrein. In het bestemmingsplan heeft zowel de pol als de directe omgeving een hoge archeologische waarde. Bij een grondverstoring dieper dan 0,3 meter en een oppervlakte groter dan 50 m2 moet er in kaart worden gebracht of er archeologische waarden aanwezig zijn. Kanttekening Financiële onderbouwing Niet van toepassing. Duurzaamheid De initiatiefnemer wil zijn woning verduurzamen. Op het gewenste bijgebouw heeft hij zonnepanelen gepland. In basis is het verduurzamen van de woning natuurlijk een gewenste ontwikkeling.

Het is echter niet gewenst om dit te gebruiken als argument voor het toevoegen van bijgebouwen die beleidsmatig niet passend zijn. Daarbij heeft hij voldoende ruimte om te verduurzamen op zijn perceel/bebouwing. Dus ook dit argument is niet relevant.

1 Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij u graag naar de bijlage bij dit raadsvoorstel.

Pagina 5 van 8

Communicatie Initiatiefnemer wordt op de hoogte gebracht van uw standpunt. Aanpak/uitvoering Informeren van de initiatiefnemer over het vervolg.

Burgemeester en wethouders De secretaris, E.W.J. van der Velde

De burgemeester, mr. M. Slinkman

Bijlagen digitaal ter inzage - Aanvraag - Toelichting Bijlage ter inzage griffier

Pagina 6 van 8

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Berg en Dal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 april 2021, overwegende dat: het college op verschillende momenten, vanuit verschillende aanvragen, reeds besloten heeft geen medewerking te willen verlenen aan het verzoek tot het realiseren van een bijgebouw op het voorterrein aan de locatie Zeelandsestraat 65 te Millingen aan de Rijn; het college het bevoegde orgaan is om besluiten te nemen vanuit het vastgestelde bestemmingsplan; in de raasvergadering een amendement is ingediend door de CDA-fractie, welke motie breed wordt ondersteund waarin voorgesteld wordt anders te besluiten; Dat de volgende overwegingen aan dit amendement ten grondslag liggen: - Gebleken is dat het strikt volgen van de beleidsregels leidt tot een hogere versteningsgraad op de historische pol van Groot-Zeeland. Dit doet afbreuk aan de uitstraling van de locatie en maakt een landschappelijke inpassing van het nieuwe bijgebouw lastig. Een maatwerkoplossing is derhalve gewenst. - Zij denken dat dit maatwerk is gevonden in een amendement waarbij aan het afwijken van de beleidsregels aanvullende voorwaarden worden gesteld zoals een maximale hoeveelheid bijgebouw van 120 m2, de keuze voor een archeologisch minder gevoelige locatie en een landschappelijke inpassing die de beleefbaarheid van Groot-Zeeland verhoogt.

- En tot slot het aanbrengen van zonnepanelen op het nieuw te realiseren bijgebouw. Ook qua precedentwerking kent dit amendement op deze wijze nauwelijks risico’s.

besluit : 1. In principe medewerking te verlenen aan een wijziging van het bestemmingplan Buitengebied Millingen aan de Rijn voor de bouw van een bijgebouw aan de Zeelandsestraat 65 te Millingen aan de Rijn van 120 m2 onder de voorwaarden dat: a. Bijgebouw van 57 m2 wordt afgebroken; b. Een bijgebouw van maximaal 120 m2 wordt gerealiseerd, overeenkomstig de aanvraag;

Pagina 7 van 8

c. De initiatiefnemer zorgt voor een landschappelijke inpassing waardoor de historische pol en Groot-Zeeland voor derden beleefbaar blijft c.q. beter beleefbaar wordt; d. Op het nieuwe bijgebouw voorzieningen, als zonnepanelen, worden getroffen om Groot-Zeeland qua energieverbruik in belangrijke mate te verduurzamen; e. De initiatiefnemer verder voldoet aan alle gebruikelijke voorwaarden die gelden bij de realisatie van vergelijkbare bijgebouwen; f. De mogelijkheid om verder niet vergunningsvrij te bouwen, de landschappelijke inpassing en de duurzaamheidsmaatregelen als voorwaardelijke verplichtingen op te nemen in het bestemmingsplan. 2. Een definitief besluit te nemen zodra een uitgewerkte bestemmingsplanwijziging voorligt die alle wettelijke procedures doorlopen heeft.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Berg en Dal op 20 mei 2021,

De raadsgriffier,

J.A.M. van Workum

De voorzitter,

mr. M. Slinkman

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10041325/5