CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

B18 Memo College van B&W - Tuinhistorische quickscan Zeelandsestraat 65 Millingen aan de Rijn

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: B18 Voorstel om geen medewerking te verlenen aan een verzoek voor de bouw van een bijgebouw aan de Zeelandsestraat 65 in Millingen2.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO

Aanleiding: Onderwerp: Aan:

Verzoek aan gemeenteraad inzake nieuw bijgebouw Zeelandsestraat 65 Memo tuinhistorische quickscan College van burgemeester en wethouders

Geachte raadsleden, De eigenaar van de woning aan de Zeelandsestraat 65 in Millingen aan de Rijn heeft een verzoek aan uw Raad gedaan tot wijziging van het bestemmingsplan. Dit verzoek volgt op een eerdere afwijzing van zijn principeverzoek en een weigering van zijn vergunningaanvraag. De behandeling van het verzoek aan uw raad stond gepland voor behandeling in de vergadering van 1 april 2021. Vanwege nieuwe informatie vanuit de eigenaar, waaronder een presentatie aan de raad en een uitgebreide tuinhistorische quickscan, ontvangt u via deze memo met aanvullende informatie. In dit memo wordt ingegaan op de beoordeling van het principestandpunt dat in de quickscan is opgenomen, ook met het verzoek om een schuur te plaatsen buiten de pol. Hierbij wordt inhoudelijk ingegaan op: 1. de actuele situatie en bescherming (paragraaf 3.1 rapport); 2. de overwegingen (paragraaf 3.2 rapport); 3. de conclusie (paragraaf 3.3 rapport) 1. Actuele situatie en bescherming Onder het kopje bescherming in deze paragraaf wordt gesproken over het cultuurhistorisch beleid dat van toepassing is op de locatie. Er wordt verwezen naar De Archeologische Monumenten Kaart die tot 2014 is bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Later in de tekst (3.2) wordt ten onrechte aangenomen dat het vigerende beleid het RAAPrapport 885 is.

Op de gemeentelijke website wordt dat rapport ter inzage aangeboden, maar tegelijkertijd wordt erover gezegd: “Let op: de rapporten uit 2003, 2004 en 2005 zijn niet meer actueel met betrekking tot het beleid, wél met betrekking tot de geomorfologische geschiedenis van ondergrond en landschap, én van de bewoningsgeschiedenis vanaf het paleolithicum. In deze rapporten is ook de Catalogus van de beschermde archeologische monumenten en de bekende archeologische

vindplaatsen opgenomen, al dan niet met een archeologische status. In de rapporten uit 2010 en 2013 staat alleen het catalogus-deel van ná 2004 en 2005. (…)”1 Concluderend kan gesteld worden dat het advies in het rapport, op basis van paragraaf 3.2 en 3.3, niet is gebaseerd op vigerend archeologiebeleid van de gemeente Berg en Dal.

Actuele beleidskader Archeologie In 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. Die wet stelt dat aan alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die verstorend kunnen werken, vooraf onderzoek gedaan moet worden naar de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden. Hierbij geldt het uitgangspunt ‘de verstoorder betaalt.’ Deze wet verplicht gemeenten regels over de omgang met archeologie op te nemen in de bestemmingsplannen. Hoewel het bestemmingsplan Buitengebied Millingen a/d Rijn niet het nieuwste bestemmingsplan is, wordt daar aan voldaan. In de vigerende bestemmingen op deze locatie, de bestemming woondoeleinden en de bestemming agrarisch gebied met landschappelijke en recreatieve potenties zit onder de artikelen over aanleg een afwegingskader archeologie. Dit afwegingskader Archeologie bevat de volgende bepalingen:

1 https://www.bergendal.nl/zien-en-beleven/archeologische-waarden-en-verwachtingskaarten_45689/.

Pagina 1 van 10 Datum: 20-4-2021

Pagina 2 van 12

Afwegingskader uit de bestemming woondoeleinden. Voor het afwegingskader uit de bestemming agrarisch gebied met landschappelijke en recreatieve potenties zit eenzelfde afwegingskader, ook met een vrijstellingsgrens van 50 vierkante meter en 0,3 cm. Dit afwegingskader is van toepassing op het gehele plangebied. De locatie Groot Zeeland wordt in de toelichting van het bestemmingsplan ook genoemd in het kader van archeologie. Op pagina 102 van de toelichting staat het volgende: “Binnen het plangebied bevinden zich 2 terreinen van archeologische waarde, ter hoogte van de Zeelandsestraat. Het eerste terrein betreft de hoge woonterp ‘Groot Zeeland’. Dit gebied is op de archeologische monumenten kaart aangewezen als terrein van zeer hoge archeologische waarde. Op een diepte van 40 tot 50 cm is een woonlaag vastgesteld uit de midden-ijzertijd. Hierin werden kuilen met aardewerk aangetroffen. De woonterp betreft in oorsprong een kasteelterrein met een omgrachting uit de 17e, mogelijk 16e eeuw, die onderdeel uit heeft gemaakt van de bezittingen van ’t Huis van Lippe-Biesterfeld. (…)

Datum: 20-4-2021

Pagina 3 van 12

De beste bescherming van de aanwezige archeologische waarden bestaat uit het onaangeroerd laten van de ondergrond. Toch is het niet altijd mogelijk om activiteiten die met graven in de diepere ondergrond gepaard gaan, te vermijden. [Groot Zeeland maakt] grotendeels deel uit van de bestemming ‘agrarisch gebied met landschappelijke en recreatieve potenties’. Aan alle gronden gelegen binnen deze bestemming is een aanlegvergunningstelsel gekoppeld, waarmee de wettelijke bescherming op basis van het Verdrag van Malta wordt gewaarborgd. Een afzonderlijke aanduiding met beschermingsregeling wordt daarom niet nodig geacht (zie tevens navolgende paragraaf ‘indicatieve archeologische waarden’). Het archeologisch waardevol terrein van ‘Groot-Zeeland’ maakt echter ook gedeeltelijk onderdeel uit van de bestemming ‘Woondoeleinden’. Dit gedeelte van het terrein is ter plekke op de plankaart voorzien van de aanduiding ‘terrein met archeologisch waarden’. Aangezien onderhavige archeologisch terreinen in het kader van de Monumentenwet niet als monument wordt beschermd, is ter bescherming van het monument in het bestemmingsplan een aanlegvergunningstelsel opgenomen, waarin werkzaamheden die (diepe) grondwerkzaamheden met zich meebrengen aanlegvergunningplichtig zijn.

De aanduiding “terrein met archeologisch waarden” heeft dus niet tot gevolg dat er ter plaatse geen enkele (bouw-) activiteit meer mag plaatshebben. Nadat hier, eventueel naar aanleiding van concrete bouwplannen, archeologisch onderzoek heeft plaatsgehad, kunnen de voorgenomen activiteiten in beginsel gewoon doorgang vinden.”2

Actuele beleidskader Cultuurhistorie In hetzelfde bestemmingsplan staat ook een toelichting cultuurhistorie. Op pagina 105 staat het volgende dat betrekking heeft op het plangebied: “Cultuurhistorische waarden Binnen het plangebied bevinden zich geen objecten en panden die in het kader van de Monumentenwet zijn aangewezen als Rijksmonument, waarvoor een apart beschermingsregime (in het kader van artikel 6 van de monumentenwet) noodzakelijk is. Een drietal panden zijn, conform een gemeentelijk opgestelde lijst, wel aangeduid als ‘beeldbepalend pand’. Dit betreft de burgerwoningen aan de Zeelandsestraat 62 en 65, evenals het boerderij-pand aan de Molenstraat 4. Voor deze panden is een sloopregeling in het bestemmingsplan opgenomen. Geheel of gedeeltelijke sloop van deze panden wordt slechts toegestaan indien geen onevenredige afbreuk wordt toegebracht aan de te beschermen architectonische of cultuurhistorische waarden. Daarnaast geldt voor deze panden dat de hoofdbouwmassa van deze panden middels een vrijstellingsmogelijkheid in zijn geheel in gebruik kan worden genomen ten behoeve van de woonfunctie. Pollen Binnen het binnendijkse plangebied komen een aantal cultuurhistorische waardevolle pollen (=kunstmatige ophoging) voor, waarop boerderijen zijn gebouwd. Een viertal pollen zijn nu nog steeds duidelijk in het landschap zichtbaar en zijn derhalve ter bescherming specifiek op de

2

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.19450000BpMRBuitengbd07/t_NL.IMRO.1945000 0BpMRBuitengbd07-.pdf pagina 102-104. Datum: 20-4-2021

Pagina 4 van 12

plankaart aangeduid. Deze pollen dienen niet onevenredig te worden aangetast. Derhalve is het afgraven, verlagen of ophogen van de pol aan een aanlegvergunning gekoppeld.”3 Daarnaast staat het pand Zeelandsestraat 65 te Millingen aan de Rijn op de door het college in 2014 vastgestelde lijst aan te wijzen panden als gemeentelijk monument. De redengevende beschrijving is aangehecht aan deze memo. Samenvattend: de tuinhistorische quickscan hanteert niet het vigerende beleidskader wat betreft archeologie. In het advies wordt niet verwezen naar het cultuurhistorisch beleid, enkel wordt ingegaan op de redengevende beschrijving die als motivatie geldt om het pand aan te wijzen als gemeentelijk monument.

2. Overwegingen: beoordeling bouwlocatie bijgebouw Kijkend naar de gegeven argumenten in de quickscan, willen wij u de volgende inhoudelijke informatie en reactie hierop geven. Argument 1: Reactie De gemeente geeft hierbij het voorbeeld dat als het puur op cultuurhistorische argumenten aankomt, nieuwe bouwmassa bij voorkeur aan het centrale plein gerealiseerd wordt omdat dit geen nieuwe stedenbouwkundige situatie creëert, maar het concept van de kasteelplaats versterkt. De gemeente verwijst daarbij naar een schuur die in 1773 is gebouwd op de historische pol en in de tweede helft 20e eeuw is afgebroken. Daarbij verwijst de gemeente niet, zoals de quickscan suggereert, naar een negentiende- of twintigste eeuwse stedenbouwkundige situatie. Het rapport spreekt zichzelf daarmee tegen. Op pagina 17 van het rapport wordt al melding gemaakt van het bewuste bijgebouw. Ook in die achttiende-eeuwse situatie was er geen bijgebouw gesitueerd ter plaatse van het nu voorliggende voorstel. Wat betreft de opmerkingen over de redengevende beschrijving: er is weinig bekend over de bebouwing van de middeleeuwse kasteelplaats, daarvoor is nog onvoldoende bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek uitgevoerd, zoals ook staat genoemd in de redengevende beschrijving. De tuinhistorische quickscan onderschrijft dit op pagina 13.

Het is echter onjuist om te suggereren dat om die reden het creëren van een nieuwe situatie op cultuurhistorischstedenbouwkundige grondslag te rechtvaardigen is. Voor het behoud van de cultuurhistorische waarde en uitstraling van de historische pol in het landschap en haar historische functie (heel kort: droge voeten houden bij overstroming) is het om die reden onverstandig om een bijgebouw vlak bij de pol te realiseren.4 Het behouden van een stedenbouwkundige situatie zoals we die al eeuwen aantoonbaar kennen op deze locatie heeft de voorkeur. Argument 2 Quickscan ‘2. Voor wat betreft de archeologische waarde is in 2003 door RAAP in opdracht van de gemeente Millingen een archeologische beleidskaart gemaakt (E. Heunks, Gemeente Millingen

3

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.19450000BpMRBuitengbd07/t_NL.IMRO.1945000 0BpMRBuitengbd07-.pdf, pagina 105. 4 Zie ook Quickscan, pagina 33, laatste alinea.

Datum: 20-4-2021

Pagina 5 van 12

aan de Rijn; een archeologische beleidsadvieskaart (RAAP 2003)). Een deel van het terrein van Groot Zeeland is hierbij aangewezen als terrein van zeer hoge archeologische waarde. Het als terrein van zeer hoge archeologische waarde aangewezen gebied betreft juist de wierde/terp en het westelijk daarvan gelegen voorplein met voormalige bebouwing. De zinsnede in het negatieve principestandpunt dat het “logischer zijn om nieuwe massa te concentreren rondom dat voorplein” strookt niet met de in opdracht van de gemeente opgestelde archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart meldt namelijk op pagina 10 : ”Voor alle op de AMK aangegeven terreinen dient behoud te worden nagestreefd. Voor archeologische rijksmonumenten is behoud wettelijk verplicht.” Op p. 39 staat “In gebieden met een hoge archeologische verwachting wordt de hoogste dichtheid aan archeologische vindplaatsen verwacht. In deze zone dienen bij voorkeur geen werkzaamheden te worden uitgevoerd die tot fysieke aantasting van de (verwachte) archeologische waarden leiden. Het beleid is dus gericht op behoud van de bestaande situatie. Bodemingrepen dieper dan de bouwvoor dienen te worden voorkomen. Gestreefd moet worden naar extensieve vormen van grondgebruik.”’ Reactie: Het klopt dat de zinsnede in het negatieve principestandpunt niet strookt met het beleidsadvies voor AMK-terreinen uit RAAP-rapport 885 (2003).

Zoals eerder vastgesteld is niet het RAAPrapport het vigerend beleidskader, maar het bestemmingsplan. Het op het terrein aanwezige geregistreerde AMK-terrein met nummer 3877 wordt gewaardeerd met een ‘zeer hoge archeologische waarde’, maar geniet geen wettelijke bescherming: het terrein is niet aangewezen als (rijks)monument maar wordt bij ontwikkelingen wel als behoudenswaardig beschouwd. In de beschrijving van het terrein is opgenomen dat de archeologische laag op een diepte van 0,4 tot 0,5 meter een woonlaag bevat uit de Midden IJzertijd. Ook zijn er sporen van een laat-middeleeuwse huispol aanwezig in de archeologische laag. Het gegeven dat het AMK-terrein behoudenswaardig is, betekent niet dat er geen nieuwe ontwikkelingen kunnen plaatsvinden vanwege de aanwezige archeologische resten, zoals ook vermeld in het vigerend beleidskader. De Archeologische Monumentenzorg-cyclus (AMZ) schrijft voor dat elke stap in het archeologisch onderzoeksproces eindigt met een afweging of er voldoende informatie is verzameld om een gedegen beslissing te kunnen nemen. Het behoud in situ is hierbij een leidraad. Als voldoende in kaart is gebracht of de ontwikkeling archeologische resten verstoort, kan de gemeente besluiten technische maatregelen te nemen, een opgraving van de vindplaats te vereisen of de vindplaats in situ te behouden.

In 2008 is er in het zuidoostelijke deel van het plangebied sprake geweest van de aanleg van een vijver. Er is destijds een notitie opgesteld door RAAP.5 De gemeente heeft naar aanleiding van deze ontwikkeling het selectiebesluit genomen een opgraving te vereisen om de realisatie van de vijver mogelijk te maken. Ook zijn er genoeg mogelijkheden archeologievriendelijk te bouwen bekend om toch ruimtelijke ontwikkelingen op terreinen met een hoge archeologische waarde te realiseren.6 Daarnaast is het niet zo, zoals het vigerend beleid aangeeft, dat de locatie buiten het AMK terrein archeologisch minder behoudenswaardig is. Op de IKAW, een beleidsindicator voor

5 E.C. Pronk, ‘Plangebied Groot Zeeland, gemeente Millingen aan de Rijn; archeologisch vooronderzoek:

een bureauonderzoek’, RAAP notitie 2543. 6 https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bodemverstoring/archeologievriendelijk-bouwen. Datum: 20-4-2021

Pagina 6 van 12

archeologisch onderzoek in het plangebied, heeft het hele gebied een hoge trefkans op archeologische vondsten. Dit beeld wordt door de door de initiatiefnemer gebruikte beleidsadvieskaart bevestigd. Voor de IKAW, zie:

uitsnede IKAW. Als we de beschrijving van de IKAW erbij pakken, staat er voor een hoge trefkans dat er grote kans op de aanwezigheid van archeologische vondsten is, maar dat die nog niet zijn onderzocht.7 Dit in tegenstelling tot een AMK-terrein. Bij AMK terreinen is globaal duidelijk wat er aan archeologie aanwezig is in de bodem. Doordat de fundering van het voorgestelde bijgebouw er al ligt, is daar zeer waarschijnlijk wetenschappelijk relevante kennis voor het functioneren van het kasteel/de buitenplaats verloren gegaan. Kortom, het gegeven dat de door de gemeente voorgestelde alternatieve locatie op een AMKterrein ligt, hoeft niet te betekenen dat het realiseren van een bijgebouw vanuit archeologie niet mogelijk is, mits het archeologisch onderzoek gedegen wordt uitgevoerd en het daaropvolgende advies wordt toegepast voor het realiseren van de plannen. Argument 3 Belevingswaarde (pagina 33 laatste alinea) ‘Voor de belevingswaarde en de leesbaarheid van Groot Zeeland als Middeleeuwse kasteelplaats verdient het dan ook logischerwijze de voorkeur om de wierde/terp als bijzondere terreinverhoging in het landschap herkenbaar te houden. Bebouwing rondom of nabij de wierde/terp vermindert of blokkeert zelfs de beleefbaarheid en herkenbaarheid van deze bijzondere terreinverhoging als stichtingslocatie van kasteel Hoberg / Zeeland in de verder vrijwel reliëfloze broekontginning.’

7 ‘Handleiding Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW)’

https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnenenkaarten/documenten/publicaties/2019/01/01/bijlagen-bij-amk-en-ikaw.

Datum: 20-4-2021

Pagina 7 van 12

Reactie Een uitsnede van de AHN leert dat de in het principeverzoek voorgestelde locatie van het bijgebouw grenst aan de pol:

AHN3 hillshade met kadastraal minuutplan 1820 (p. 31 quickscan).

AHN3 0,5m DTM Zeelandsestraat 65.

Datum: 20-4-2021

Pagina 8 van 12

Pol globaal ingetekend met rood op plankaart (quickscan p. 32). De toegangswegen zijn niet ingetekend als onderdeel van de pol.

De voorgestelde locatie van de schuur, buiten de pol, doet afbreuk aan de zichtbaarheid van het hoogteverschil van de pol. De in de aanvraag besproken locatie ligt op een laag punt op het terrein. Daarover zegt het rapport zelf: ‘Bebouwing rondom of nabij de wierde/terp vermindert of blokkeert zelfs de beleefbaarheid en herkenbaarheid van deze bijzondere terreinverhoging als stichtingslocatie van kasteel Hoberg / Zeeland in de verder vrijwel reliëfloze broekontginning.’8 Een locatie voor de schuur – buiten de vraag of het past binnen het planologisch regime – op de pol versterkt juist de hoogtewerking en herkenbaarheid van de historische kasteelplaats en herenboerderij. Er wordt immers geen nieuw bouwwerk in de reliëfloze broekontginning gerealiseerd, die zichtbare hoogteverschillen beperkt of blokkeert. De beleefbaarheid van de kasteelplaats, met een erfplein op de pol, blijft hiermee zichtbaar in het landschap. De voorgestelde locatie in de broekontginning wijkt af van de historische situering van de gebouwen op deze locatie. Om deze redenen wordt op cultuurhistorische grond afgeraden het gevraagde nieuwe bijgebouw te realiseren op de in het principeverzoek voorgestelde locatie. 3.

Conclusie Tuinhistorische Quickscan Op basis van deze uiteenzetting is de conclusie dat de tuinhistorische quickscan het vigerend cultuurhistorisch beleid van de gemeente niet in het advies heeft opgenomen. Daardoor lopen

8 Quickscan, p 33.

Datum: 20-4-2021

Pagina 9 van 12

de overwegingen die in paragraaf 3.2 genoemd worden ‘mank’. Ook gaan de overwegingen over archeologie voorbij aan de werkwijze van de archeologische monumentenzorg. Het stedenbouwkundige argument dat de locatiekeuze is bepaald doordat deze hier een open hoek met een weinig specifieke tuininrichting in de aanleg vormt, is niet op cultuurhistorische argumentatie gestoeld. Het creëert een nieuwe stedenbouwkundige situatie, waarbij wordt afgeweken van het al bestaande historische diensterf en de locatie van hoofd- en bijgebouwen zoals die hier aantoonbaar eeuwen heeft bestaan. De historische aanwezigheid van een gracht of vijver vrijwaart deze locatie ook niet van mogelijke aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Een bijgebouw met bijbehorende terreininrichting naast de pol past niet bij het belevingsargument dat wordt aangedragen in de quickscan. Dit argument geeft aan dat de pol als bijzondere terreinverhoging zichtbaar moet blijven in het landschap. Sterker nog, een bijgebouw nabij de pol is in strijd met de waardestelling uit diezelfde quickscan. Het argument dat de locatie naast de pol beter is voor het behoud van archeologie is op basis van deze uiteenzetting en het vigerend beleid niet houdbaar. Samenvattend is op basis van cultuurhistorie het voorliggende initiatief niet passend op deze locatie.

Dat heeft de volgende redenen: • Het realiseren van een bijgebouw naast de pol doet afbreuk aan de historische functie van het gehele complex, ondanks de lagere waardestelling van de aanwezige erfinrichting op de voorgenomen bebouwingslocatie naast de pol. • Het initiatief verandert de stedenbouwkundige situatie, druist in tegen de zichtbaarheid van de historische pol in dit plangebied.

Datum: 20-4-2021

Pagina 10 van 12

•

De terreininrichting wordt door het initiatief zodanig gewijzigd dat het afbreuk doet aan de zichtbaarheid van de pol. Het creëert een onwenselijke verruiming van het historisch gesitueerde voorplein op de pol. Daarnaast betekent de landschappelijke inpassing om het bijgebouw vanaf de weg te verbergen ook dat de historische pol minder zichtbaar wordt.

Hiermee is verder niets gezegd over planologische mogelijkheden. Erfgoed is een van de aspecten in ruimtelijke ontwikkelingen die in de beoordeling van aanvragen wordt meegewogen. De andere aspecten staan in het eerste deel van dit memo uitgesplitst toegelicht.

Datum: 20-4-2021

11 van 12

Pagina

Datum: 20-4-2021

12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10042403/4