B1 Technische vragen CDA Koersdocument SD met antwoorden
Tekst van het document
Raadsvragen Aankruisen Omschrijving Schriftelijke politieke vraag (artikel 50 RvO)
Afdoening Schriftelijk antwoord college (30 dagen)
Schriftelijke politieke vraag
Mondeling
(artikel 50 RvO)
College antwoordt in de vlg. raadsvergadering.
Mondelinge actuele vraag voor raadsvergadering
Mondeling In de raadsvergadering.
(Voor 12.00 uur dag voor raadsvergadering) x
Technische vraag / informatie
Schriftelijk
(over specifiek voorstel/document dat op (raads-)agenda staat). Uiterlijk 3 dagen ervoor.
Zo spoedig mogelijk.
Technische informatie over andere onderwerpen
Schriftelijk Zo spoedig mogelijk.
(verzoeken om achtergrondinformatie, artikel 52 RvO)
Datum indiening: Naam en fractie indiener: Onderwerp:
19-01-2021 Dave van Loon / CDA B1 Koersdocument Sociaal Domein
Vraag: Het koersdocument Sociaal Domein geldt als eerste aanzet voor het herstelplan Sociaal Domein dat deel uitmaakt van de gemeentebegroting. In de bijeenkomst met de provincie op 1 december 2020 heeft gedeputeerde Markink het belang van het welslagen van het nog uit te werken herstelplan diverse keren benadrukt. Tevens heeft hij toen de handreiking gedaan om ervaringen in andere gemeenten bij het bijsturen van de uitgaven in het Sociaal Domein te delen om zodoende te komen tot een robuust herstelplan. Mede in dat licht hebben wij de volgende vragen over het koersdocument: 1. Is voor de totstandkoming van dit document een beroep gedaan op de kennis van de provincie zoals tijdens de bijeenkomst van 1 december 2020 aangeboden? En zo nee, waarom niet? 2. Het koersdocument heeft de interesse van de provincie. Is het stuk aan de provincie voorgelegd en wat was de reactie; acht de provincie het herstel van het Sociaal Domein met dit koersdocument nu meer of minder risicovol dan bij de begroting gedacht? 3. Is het college voornemens om voor de verdere uitwerking van het herstelplan gebruik gemaakt van de expertise van de provincie zoals aangeboden in voornoemde bijeenkomst? Antwoord vragen 1 t/m 3:
pag. 1
Uiteraard is gebruik gemaakt van de meest recente onderzoeken en inzichten uit verschillende gemeenten in het land, VNG en onderzoeksbureaus. Een aantal daarvan zijn ook in het koersdocument vermeld. Er vindt veel kennisuitwisseling plaats met andere gemeenten, o.a. in de regio Rijk van Nijmegen, met wie wij ook samen de inkoop van zorg hebben geregeld. Maar we hebben ook de plannen en maatregelen van andere gemeenten bekeken en meegenomen in onze eigen plannen en maatregelen. Net als wij worstelen veel gemeenten in het land met de stijgende kosten van WMO en Jeugd. Daarom zoeken gemeenten elkaar op om te kijken naar mogelijke maatregelen en sturingsinstrumenten. Verder hebben we, voor wat betreft de integrale werkwijze / omgekeerde toets contact gehad met gemeenten waar ze daar al mee aan de slag zijn, zoals Kampen. Ook is zowel in de aanloop naar- als na de vaststelling van de begroting contact geweest met de provinciale toezichthouder. Daarin zijn denkrichtingen die in concept ten grondslag lagen aan dit koersdocument met de provincie gedeeld. Een verdere uitwerking en monitoring op resultaten moet echter uitwijzen of deze ook in financiële zin de beoogde en gewenste resultaten opleveren (wij verwijzen hierbij graag naar de paragraaf Kanttekening vanaf p.28 van het koersdocument). Zoals u weet voert de provincie repressief toezicht uit. Het primaat ligt daarmee bij uw raad.
Een formele afstemming met de provincie is daarom ook pas aan de orde na vaststelling van het koersdocument door uw raad (zie ook het raadsvoorstel onder Communicatie). Een eventuele formele reactie vanuit de provincie kan worden betrokken bij de verdere uitwerking. Wel staat een eerste ambtelijke verkenning hierover gepland voor aanstaande woensdag 27 januari. De uitkomst hiervan kan in de aanloop naar de raadsvergadering van 28 januari met u worden gedeeld. 4. Het koersdocument voorziet als onderlegger van het nog uit te werken herstelplan Sociaal Domein niet in specifieke koersopties dan wel instrumenten waarmee op additionele financiële tegenvallers (zoals bijvoorbeeld veroorzaakt door de coronapandemie) kan worden ingegrepen. Waarom niet? Er zijn immers volop signalen – onder meer van GGZ Nederland – dat er momenteel sprake is van een sterke toename van de zorgvraag, met name onder jeugdigen. Antwoord vraag 4: Bij de totstandkoming van het koersdocument is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van tot dan toe beschikbare informatie. Het is inderdaad denkbaar dat gemeenten – al dan niet ten gevolge van coronacrisis – te maken krijgen met verdere tegenslagen. Bij het koersdocument is vooral gekeken naar een uitwerking van de richting die uw raad ten tijde van de begrotingsbehandeling in november j.l. hebt aangegeven.
Net als u maken wij ons zorgen over mogelijke verdere kostenstijging, die noch voor ons, noch voor andere gemeenten te dragen zullen zijn. ,Dit blijkt ook uit het AEF-rapport, waar wij in het raadsvoorstel op in zijn gegaan, en uit het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau. Conclusie van beide rapporten is dat de uitgangspunten van de Jeugdwet zullen moeten worden herzien om hier verandering in te brengen. Die bal ligt echter niet bij de gemeenten, maar hiervoor is het rijk aan zet.
pag. 2
Wij voorzichtig blij met de signalen die wij de laatste tijd horen vanuit VNG en Den Haag. Daaruit durven wij voorzichtig af te leiden dat een volgend kabinet met structurele oplossingen komt om gemeenten zowel financieel als qua wet- en regelgeving meer ruimte te geven. Wij roepen alle partijen met ‘lijntjes naar Den Haag’ dan ook van harte op deze in te zetten, om in de aanloop naar de komende landelijke verkiezingen en een nieuwe kabinetsformatie samen met ons de noodkreet van gemeenten in Den Haag te laten horen. Kortom: we doen wat we kunnen, binnen de ruimte die de wet en uw raad ons bieden, en rekening houdend met de uitgangspunten uit het coalitieakkoord als het gaat om de hulp en ondersteuning aan onze kwetsbare inwoners. 5. Het monitoren van de zorgvraag en de daarmee verbonden uitgaven is cruciaal voor het welslagen van het nog uit te werken herstelplan. Op pagina 8 valt te lezen dat dit weliswaar beter lukt, maar dat nog wordt gewerkt aan een rolling forecast ter aanvulling van de bestaande dashboards en rapportages. Wanneer is deze gereed en inzetbaar als sturingsinstrument? Antwoord vraag 5: De rolling forecast is inmiddels zodanig dat deze al voorzichtig een doorkijk kan geven. Het proces bevindt zich nu in de fase van finetuning en testen.
We verwachten bij het vaststellen van de jaarcijfers (1 maart) een goed ijkmoment te hebben op basis waarvan we de betrouwbaarheid en inzetbaarheid van dit instrument kunnen toetsen en zo nodig bijstellen. Vanaf dan verwachten we maandelijks (vanaf Q2-Q3) aan de hand van de rolling forecast een verbeterde prognose te kunnen maken. Wij willen uw raad graag vóór de zomer in een thema-avond meer vertellen over dit instrument en de algehele monitoring en cijfers. 6. In de begroting staat dat we vier jaar op rij €100.000,- (in totaal € 400.000,-) investeren in het voorliggend veld. In het koersdocument is echter niet aangegeven hoe de effecten van deze investering gemonitord worden. Kan dat alsnog aangegeven worden? Antwoord vraag 6: Monitoring geschiedt integraal op alle instrumenten die wij inzetten, dus ook wanneer wij investeringen in het voorliggende veld plegen. Daar betrekken wij ook maatschappelijke, kwalitatieve effecten, zoals de ervaringen van onze inwoners zelf bij. Daarbij blijven wij opmerken dat het effect van preventieve maatregelen meten altijd lastig is. 7. Op pagina 9 van het koersdocument valt te lezen dat “Niet alle maatregelen uit Grip op kosten zijn inmiddels doorgevoerd”.
Om welke maatregelen gaat het specifiek en waarom zijn deze niet doorgevoerd? Antwoord vraag 7: Wij verwijzen hiervoor graag naar de evaluatie Grip op Kosten die in de aanloop naar de richtingensessie van 21 april 2020 j.l. u is toegezonden. Daarin is aangegeven welke maatregelen zich in wel stadium bevinden en waarom. Zoals ook bij de begro-
pag. 3
tingsbehandeling in november vorig jaar is aangegeven geven wij momenteel prioriteit aan nog de nog openstaande maatregelen (zie ook de bijlage bij het raadsvoorstel Begroting 2021). 8. In het tijdspad, zoals geschetst op pag. 23 van het koersdocument, wordt de herijking van de verordeningen voorzien in de jaren 2021 en 2022. Hoe kan deze herijking effect hebben in 2022 wanneer deze (deels) nog in dat jaar moet plaatsvinden? Antwoord vraag 8: Wij zijn en blijven uiteraard constant bezig met dit vraagstuk, zie bijvoorbeeld ook de nota Grip op Kosten en de recente evaluatie daarvan. Ook voor de huidige voorgestelde maatregelen worden voorbereidingen getroffen en blijven wij de ontwikkelingen bij andere gemeenten op de voet volgen. Wat meteen kan (zoals Quick Wins), doen we uiteraard meteen. Ook hierover praten wij u graag bij in de hierboven genoemde thema-avond. Met de genoemde verordening doelen wij vooral op de verordening Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp en de beleidsregels die daaruit voortvloeien. Het is echter goed denkbaar dat het niet lukt om in 2021 zowel de verordening als alle beleidsregels aan te passen, mede in het licht van de bredere opgave voor het sociaal domein en andere maatregelen die nog doorgevoerd worden.
Ook willen wij breder kijken naar het sociaal domein dan alleen Wmo en Jeugd en daarom ook de verordeningen die betrekking hebben op de Participatiewet opnieuw tegen het licht houden. Daarom is voor het aanpassen van zowel de verordening(en) als de beleidsregels gekozen voor een realistisch tijdspad van 2 jaar.
Antwoord door: Ben Bloem
pag. 4