CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

B1 Technische vraag PvdA - Koersdocument Sociaal Domein - met antwoord

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: B1 Voorstel om akkoord te gaan met het koersdocument Sociaal Domein en Lokale Toegang3.150 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aankruisen

Omschrijving Schriftelijke politieke vraag (artikel 52 RvO)

Afdoening Schriftelijk antwoord college (30 dagen)

Schriftelijke politieke vraag (artikel 52 RvO)

Mondeling College antwoordt in de vlg. raadsvergadering. Mondeling In de raadsvergadering. Schriftelijk Zo spoedig mogelijk.

Mondelinge actuele vraag voor raadsvergadering (Voor 12.00 uur dag voor raadsvergadering) Technische vraag / informatie (over specifiek voorstel/document dat op (raads)-agenda staat). Uiterlijk 3 dagen ervoor. Technische informatie over andere onderwerpen (verzoeken om achtergrondinformatie, artikel 54 Reglement van Orde)

X

Datum Naam en fractie Onderwerp

Schriftelijk Zo spoedig mogelijk.

: 12 januari 2021 : Lesley Albers (Partij van de Arbeid) : B1 Koersdocument Sociaal Domein

Datum B&W vergadering : nvt Antwoord door : Ben Bloem

Vraag

:

Beste griffie, wethouder, ik wil hierbij vragen om de vragen van de WMO-Adviesgroep die zijn gesteld in de reactie op B1, Voorstel om akkoord te gaan met het koersdocument, zoveel mogelijk op schrift te beantwoorden voorafgaand aan de raadsvergadering. Antwoord : Dit betreft een formele zienswijze waarvan de definitieve beantwoording iets meer tijd vergt en ook in formele zin pas op zijn plaats is na de behandeling van het betreffende koersdocument door uw raad. Om u toch tegemoet te komen geven wij hieronder een eerste ambtelijke reactie op de door de Wmo Adviesraad gestelde vragen en gemaakte opmerkingen. .

1. Monitoring en cliëntervaringen Op diverse plaatsen in het document wordt gesproken over het monitoren van de resultaten van de nieuwe/aangepaste werkwijze. Als adviesgroep kunnen we alleen maar het belang daarvan onderschrijven. Gezien de nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek, waarbij het cliëntperspectief centraal komt te staan, adviseren we om cliënten te betrekken bij de ontwikkeling van dit jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek. Dan voldoet u in elk geval aan een van de belangrijkste voorwaarden van de nieuwe opzet van het cliëntervaringsonderzoek. Wij voeren een doorlopend cliëntervaringsonderzoek uit. De uitkomst daarvan kan altijd leiden tot wijzigingen in de vraagstelling, etc. Daarmee worden cliënten automatisch betrokken bij wijzigingen en bijstellingen in het cliëntervaringsonderzoek. Uiteraard willen wij graag cliënten en vertegenwoordigers van cliënten (waaronder de Wmo adviesgroep) hierbij blijven betrekken. Bij een eerstvolgende wijziging van de opzet van dit cliëntervaringsonderzoek zullen wij uiteraard ook opnieuw het advies van de Wmo adviesgroep inwinnen. 2.

Onafhankelijkheid consulenten en ruimte voor maatwerk In het document wordt herhaaldelijk gesproken over de wijze waarop de medewerkers van de sociale wijkteams de komende periode te werk moeten gaan, zoals: kostenbewuster werken, ‘nee, tenzij’ in plaats van ‘ja, mits’ enzovoort. Dit alles met het doel om de uitgaven omlaag te brengen. Wij spreken hierover onze zorg uit. Wij begrijpen dat u als college en gemeenteraad verantwoordelijk bent voor een gezonde financiële situatie bij de gemeente, maar u hebt tevens te maken met wettelijke taakstellingen die in de Wmo en de Jeugdwet zijn vastgelegd. De zorg die wij hebben is dat de consulenten tijdens de indicatiestelling te veel gedreven worden door de bezuinigingsdoelen van de gemeente. Onzes inziens moeten de consulenten hun werk vanuit een onafhankelijk perspectief kunnen doen en dat betekent dat zij op een zo objectief mogelijke wijze een hulpvraag moeten beoordelen en hiervoor een (maatwerk)oplossing moeten kunnen bieden die toegankelijk is en in kwalitatieve zin past bij de hulpvraag van de bewoner. Consulenten moeten niet op voorhand allerlei restricties opgelegd krijgen van waaruit zij moeten handelen. Anders vrezen wij dat bewoners tekortgedaan gaan worden, vooral de niet zo mondige bewoners, waardoor zij deels met de problemen blijven zitten waarmee zij zich gemeld hadden.

Objectiviteit en zorgvuldigheid moeten de normen blijven! Het uitgangspunt waar de gemeente nu voor kiest kunnen wij niet ondersteunen, omdat wij vrezen dat hierdoor een deel van de cliënten niet meer voldoende in staat zal zijn om in de eigen omgeving te kunnen blijven en/of maatschappelijk te participeren, daar waar dat met de juiste ondersteuning wel mogelijk was geweest. Er blijft ruimte voor maatwerk en wij zullen ook altijd binnen wettelijke kaders blijven opereren. Als de suggestie zou zijn gewekt dat consulenten op dit moment geen kaders zouden hebben, is dit onjuist. Ook nu werken onze consulenten aan de hand van de door de gemeenteraad vastgestelde verordeningen, beleidsregels en werkinstructies.

De bedoeling is niet zozeer nieuwe kaders te scheppen, maar vooral om bestaande kaders waar nodig aan te scherpen naar nieuwe denk- en werkwijzen (van “Ja, mits” naar “nee tenzij”), waarbij eigen kracht het uitgangspunt is en wij niet alleen verantwoorden waarom iemand iets afgewezen krijgt, maar óók waarom een voorziening wél toegewezen wordt. Zodat ook andere oplossingsrichtingen altijd worden onderzocht (netwerk, eigen kracht, etc.) en eventuele wijzigingen in de situatie makkelijker te kunnen vertalen naar wijzigingen in ondersteuning door de gemeente. De in het document genoemde richtlijnen voor een aantal producten (60-80 uur per jaar) betekenen ook niet dat daar niet van kan worden afgeweken. Er blijft altijd ruimte voor maatwerk en afwijkingsbevoegdheid. Deze is wel voorbehouden aan een 4-ogen principe en vergt dan extra verantwoording waarom in dit specifieke geval toch meer hulp wordt toegekend. 3. Effectiviteit preventie en verschil van inzicht tussen gemeente en inwoner Door de jaren heen zijn veel visie- en beleidsdocumenten gepubliceerd waarin gesproken werd over preventiebeleid, vaak gepresenteerd als het ei van Columbus om de kostenstijgingen in de hand te krijgen. Ook in dit stuk wordt weer gesproken over een preventieve aanpak, waardoor de inzet duurdere vormen van (specialistische) ondersteuning voorkomen kan worden.

Vroegtijdige signalering kan in voorkomende situaties inderdaad een groter probleem voorkomen, maar de vraag is: hoe gaat de gemeente dit aanpakken? Daar zijn wij nieuwsgierig naar. Op zich zijn wij geen tegenstander van een preventieve aanpak zolang dit niet ten koste gaat van de effectiviteit van de aanpak van de problematiek. We lezen bijvoorbeeld dat de gemeente een collectieve aanpak wil gaan ontwikkelen voor veel voorkomende problemen. Daarin schuilt voor ons een zorg; worden bewoners geen oplossingen opgelegd die vanuit het perspectief van de gemeente voldoende zijn, maar niet volgens de bewoners zelf? Wij delen uw beeld dat een nieuwe (preventieve) werkwijze niet ten koste mag gaan van kwaliteit en effectiviteit. U vraagt terecht naar het hoe (“Hoe gaat de gemeente dit aanpakken”). Het koersdocument geeft in onze ogen al een eerste doorkijk: wij willen het voorliggende veld beter positioneren en waar nodig versterken. Tegelijkertijd delen wij uw beeld dat dit document voor een deel nog op hoofdlijnen is geschreven. Wij vragen de gemeenteraad akkoord te geven op een eerste uitwerking van de denkrichting (koers) zoals deze ook bij de begrotingsbehandeling afgelopen november is aangegeven. Voor sommige punten zal – zeker ook ivm corona – de exacte uitwerking nog even op zich laten wachten.

Zodra de raad dit koersdocument vaststelt gaan wij aan de slag met verdere uitwerking (en houden wij uiteraard de gemeenteraad, maar ook onze strategische partners zoals de Wmo adviesgroep graag op de hoogte van de vorderingen). Ook nu is er soms verschil van mening over wat een inwoner denkt nodig te hebben of denkt recht op te hebben versus de oplossing die de gemeente biedt. Onze verantwoordelijkheid is altijd een passend aanbod te doen. Wij zijn en blijven van mening dat een collectieve oplossing in veel gevallen passend kan zijn en écht niet hoeft onder te doen voor een individuele maatwerkoplossing. Het uiteindelijke doel blijft dat mensen met behulp van hun omgeving beter in staat gesteld worden te

participeren. Wij geloven dat een groepsgewijze aanpak (ipv een individuele) ook de kracht van de samenleving versterkt. De beoordeling van de passendheid ligt ook nu primair bij de consulent. Dat verandert niet. Uiteraard zullen wij de klanttevredenheid blijven monitoren. Wanneer een inwoner van mening is dat ons aanbod écht niet passend is, blijft altijd de mogelijkheid voor bezwaar en beroep. Ook dit (het jaarlijkse aantal bezwaar- en beroepprocedures) blijven wij uiteraard monitoren. 4. Blijf realistisch In het visiedocument wordt op meerdere plekken geschreven dat de zelfredzaamheid en de samenredzaamheid verder vergroot moet worden. In algemene zin vragen wij ons af hoe realistisch dit nog is? We sluiten hier aan op wat het SCP onder andere schrijft in haar recent verschenen publicatie Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid: “We zien een discrepantie tussen de verwachtingen van de wetgever en de ervaringen van de uitvoeringspraktijk als het gaat om eigen kracht, (zelf- en samen)redzaamheid en de zorgzame samenleving. Dit geldt voor cliënten, maar ook voor mantelzorgers. Gemeenten en contactambtenaren onderschrijven het belang ervan, maar zien zich in de praktijk toch genoodzaakt anders te handelen als het niet werkbaar blijkt, bijvoorbeeld als de eigen kracht beperkt is en het sociaal netwerk ontbreekt of overbelast is.

Iets scherper gesteld willen we hier ook waarschuwen: leun niet al te sterk op klinkende begrippen als eigen kracht en ruimte voor professionals. Wanneer die in specifieke praktijken niet passend zijn, kunnen het juist holle of belemmerende begrippen worden die de betrokkenen eerder ontmoedigen dan helpen. Daarnaast is voor elkaar zorgen een samenlevingsvraagstuk dat niet eenvoudig door de overheid af te dwingen is. Zeker niet wanneer het idee van een kleinere rol van de overheid bij het verlenen van zorg niet breed gedragen wordt door de bevolking. We pleiten er niet voor om deze verwachtingen helemaal te laten varen, maar het is raadzaam realistisch te zijn en ze, waar nodig, naar beneden bij te stellen, op basis van wat de praktijk in de afgelopen jaren heeft laten zien.” Het is juist dat onze mogelijkheden om de onderlinge zorgzaamheid binnen de samenleving te beïnvloeden beperkt zijn. Wij kunnen dit als overheid zeker niet afdwingen. U geeft terecht aan dat wij daar realistisch in moeten blijven. Tegelijkertijd geloven wij in de kracht van onze samenleving. Ook in deze coronatijd hebben wij gezien hoe onze inwoners de schouders eronder zetten. De bezuinigingen van afgelopen november komen bij sommige organisaties inderdaad hard aan.

Wij zijn ons daarvan bewust, en willen waar het kan ook zeker proberen te zoeken naar manieren om toch de initiatieven vanuit de samenleving (vrijwilligers/mantelzorgers) te blijven ondersteunen, stimuleren en faciliteren waar nodig (zoals vrijwilligersverzekering, aanspreekpunt/vraagbaak gemeente, privacyhobbels proberen te tackelen, etc.). Wij zijn blij dat wij daar ook in onze gemeente al goede voorbeelden van zien en willen dit waar mogelijk blijven ondersteunen en faciliteren. 5. Relatie tot bezuinigingen Forte Welzijn Op pagina 7 staat: “De Sociale Teams bekijken de mogelijkheid van groeps- en gebiedsgericht aanbod, als aanvulling en alternatief op individuele hulp. Dit aanbod kan worden ontwikkeld

door of met ondersteuning van Forte Welzijn en andere lokale partners.” Het aanbod wordt ontwikkeld in samenwerking met Forte Welzijn, maar hoe verhoudt zich dit tot de bezuinigingen op Forte Welzijn? Forte Welzijn heeft de afgelopen jaren veel betekend op het terrein van ‘gebiedsgericht werken’ (welk aanbod heeft welke kern/wijk nodig?). Forte blijft dat ook zeker doen. Hoewel een aantal activiteiten van Forte getroffen worden door bezuinigingen, betekent dit niet het ‘einde’ van Forte Welzijn in de gemeente Berg en Dal. De kennis die Forte de afgelopen jaren heeft opgebouwd willen wij zeker niet verloren laten gaan en juist inzetten om het aanwezige en het benodigde aanbod góed in kaart te brengen. 6. Rol consulenten en inzet Kortdurende Ondersteuning (KDO) Op pagina 9 staat: “De medewerkers van het Sociaal Team zijn nog steeds vooral druk met hun primaire taken: het (o.a.

middels keukentafelgesprekken) beoordelen van Wmo en jeugdhulpaanvragen en het zelf bieden van kortdurende ondersteuning (KDO).” Wij vragen ons af wat hier nou precies het probleem is? En als u van mening bent dat de medewerkers meer actief zouden moeten zijn op het gebied van preventie en gebiedsgericht werken, dan vragen wij ons twee dingen af: 1) op basis van welke informatie komt u tot de conclusie dat deze werkwijze leidt tot een substantiële kostenverlaging? En 2): in hoeverre overvraagt u hiermee niet de consulenten? Bovendien is al in veel documenten gesproken over preventief beleid, maar wat is daarin tot nu toe bereikt? Bent u hier als gemeente niet te ambitieus? Hoewel het voor ons belangrijk is voldoende financiële middelen over te houden om hulpbehoevende inwoners van onze gemeente te kunnen blijven ondersteunen, is kostenverlaging zeker niet het enige doel dat wij voor ogen hebben. Het gaat er bij deze maatregel ook om de juiste kwaliteit op de juiste plek inzetten. Onze consulenten zijn meer dan alleen indicatiestellers. Het gaat ons er ook om dat wij mensen makkelijker (laagdrempeliger), sneller en beter willen helpen, binnen de financiële en inhoudelijke kaders die de raad heeft meegegeven. Wij begrijpen de kanttekeningen t.a.v. de ambities en de haalbaarheid. Wij hebben deze kanttekeningen ook vermeld in het koersdocument en in het bijbehorende raadsvoorstel.

7. Opmerkingen over geluk Op pagina’s 11 staat: “Moet bijvoorbeeld elke hobbel op het levenspad van onze jongeren als een probleem worden gezien, of worden we misschien wel (in de woorden van psychiater Dirk de Wachter) doodongelukkig van het alsmaar najagen van geluk? En moeten we ons ongeluk ook wat meer leren ‘koesteren’. Hoe realistisch is het om iedere dag gelukkig te willen zijn? En dat we goed genoeg zijn zoals we zijn?” Wij vinden dit een nare frame die hier neergezet wordt. Deze frame zorgt ervoor dat jongeren met een hulpvraag en hun ouders op voorhand al in het defensief worden gedreven; de alinea suggereert dat de problemen vaak maar half

zo slim zijn. Dat vinden wij zeer onwenselijk. Het gaat niet over kinderen die iedere dag gelukkig moeten zijn, maar over die kinderen die elke dag ongelukkig zijn. Hoewel wij begrijpen dat dit zo kan overkomen, is dit uiteraard niet onze bedoeling. Daarom hebben wij er óók bij vermeld dat het niet altijd meevalt om in deze tijd te moeten opgroeien. Tegelijkertijd zijn wij ervan overtuigd dat juist het streven naar perfectie/geluk/etc. één van de redenen is waarom er kinderen zijn “die elke dag ongelukkig zijn” zoals u stelt. Uiteraard zijn wij net als u van mening dat niemand in onze gemeente tussen wal en schip mag belanden. Kinderen die vastlopen in het leven moeten ook hulp kunnen blijven krijgen wanneer zij dat nodig hebben. 8. Financieringssystematiek Op pagina 17/18 staat: “Voor veel voorkomende problematiek waar nu individuele hulp op wordt ingezet, willen we groepsaanbod bieden. Dat gaan we ook aan de zorgaanbieders vragen. Verder gaan we de verhouding naar aanbieders verzakelijken en waar mogelijk naar andere financieringsvormen (lumpsum), waarbij plafonds gehandhaafd kunnen worden (in tegenstelling tot een p*q, openhouse systematiek).” Wij vragen u met klem om hier niet de kwaliteit en de beschikbaarheid van de ondersteuning uit het oog te verliezen! Betrek ervaringsdeskundigen/gebruikers bij het opstellen en evalueren van de kwaliteitscriteria.

Wijziging van financieringsystematiek staat los van aanbod of kwaliteit – die moet ten alle tijd op niveau zijn. Ook bij andere vormen van financiering zoals zgn. lumpsum (subsidie) of resultaatgerichte (outcome) financiering zijn er manieren om dit aan de voorkant voldoende te waarborgen. Sterker nog, als je dit goed inregelt geloven wij dat dit een positieve prikkel voor aanbieders kan zijn – zeker in combinatie met strategisch partnerschap / preffered supplierschap en belonen voor goed gedrag. 9. Wachttijden Op pagina 20 staat: “Dit betekent ook dat we er bewust voor kiezen om wachttijden (binnen de wettelijke kaders) te laten oplopen. Om te voorkomen dat dit leidt tot verergering van problematiek zorgen we bij de eigen indicaties voor een goed ingericht wachtlijstbeheer, inclusief triage en prioritering aan de poort, verwijzing naar alternatieve vormen van hulp gedurende de wachtperiode (dan wel het aanbieden van kortdurende ondersteuning door het Sociaal Team) en doorzettingsmacht bij het sociaal team in geval van spoed.” Dringende hulpvragen krijgen dus voorrang. Minder urgente hulpvragen – waar ligt de grens? – worden naar achteren geschoven.

Hoe gaat dit in de praktijk eruitzien? In hoeverre is het voornemen om de wachttijden bewust op te laten lopen moreel verantwoord? Het laten oplopen van wachtlijsten is in de loop van 2020 (richtingensessie in april) met de gemeenteraad besproken. Een meerderheid van de raad was van mening dat – gelet op de alsmaar stijgende kosten - het laten oplopen van wachtlijsten verantwoord is, mits dit plaatsvindt binnen wettelijke kaders en in combinatie met een goede inschatting (triagering) door ons aanmeldteam.

Acute gevallen die niet kunnen wachten krijgen uiteraard voorrang en worden waar mogelijk ook gelijk opgepakt. Zo geven wij ook prioriteit aan het helpen van mensen die dit ook echt acuut nodig hebben. Mensen die op de wachtlijst staan worden in de tussentijd actief verwezen naar voorliggende – indicatievrije – voorzieningen. 10. Algemeen gebruikelijk Op pagina 21 staat: “(…) en zaken als algemeen verkrijgbare hulpmiddelen zoals wandbeugels, douchezitjes en toiletverhogers als ‘algemeen gebruikelijk’ te definiëren willen we ook de ‘klassieke wmo’ kosten terugdringen.” Wat betekent dit voor mensen met een kleine beurs? Bijzondere bijstand? Het is niet ondenkbaar dat de bijzondere bijstand of de doorbraakpot een uitweg kan zijn wanneer zich in de praktijk daadwerkelijk knelpunten zouden voordoen (hardheidsclausule). Uiteraard blijven wij dit ook monitoren. Algemeen gebruikelijk/verkrijgbaar was altijd al een begrip in de juridische zin – de vraag is of het niet tijd is om dit te herijken nu een aantal van deze producten vrij verkrijgbaar zijn bij de gemiddelde bouwmarkt (en anders zeker online), zonder indicatie vanuit de gemeente. Ook verzekeraars bieden hier steeds vaker oplossingen voor die als voorliggend kunnen worden beschouwd. 11. Richtlijnen maximering producten (60-80 uur) Op pagina 22 staat: “Ook geldt dat een aantal producten in de basis gemaximeerd worden.

Voor het producten als begeleiding of huishoudelijke hulp moet gedacht worden aan maxima van 60-80 uur per jaar.” Volgens ons mag dit niet. Op voorhand mag niet het aantal uren ondersteuning gemaximeerd worden. Op een objectieve en zorgvuldige wijze moet gekeken worden naar wat iemand redelijkerwijs nodig heeft om te kunnen functioneren. Per casus dus. Bovendien lijkt ons huishoudelijke ondersteuning van iets meer dan een uur tot anderhalf uur hulp per week in veel gevallen volstrekt onvoldoende. Wij vragen ons dan ook af hoe u aan het aantal van 60 tot 80 uur per jaar komt? Dit zijn onze reacties naar aanleiding van uw visiedocument met betrekking tot het sociaal domein en de lokale toegang. Wij zijn graag bereid om met u in gesprek te gaan als hier behoefte aan hebt. Zie ook onze eerdere reactie hierboven op uw vraag over de ruimte voor maatwerk. Deze maximum uren zijn richtlijnen voor de indicatiestelling. In het koersdocument staat ook: “Afwijken naar boven in bijzondere situaties kán, maar dan wel goed beargumenteerd en na toepassing van 4-ogen principe met de teamleider en/of medewerker team kwaliteit.” Oftewel: de ruimte voor afwijken/maatwerk blijft. Daarmee is dit juridisch wel degelijk toegestaan. Tot slot Wij waarderen de betrokkenheid van de Wmo Adviesgroep en zijn dankbaar voor uw schrijven.

Wij hopen uw vragen te hebben beantwoord en waar mogelijk uw zorgen te hebben weggenomen. Zoals in onze inleiding aangegeven kijken wij terug op een constructief proces waarin u ook betrokken bent

geweest bij de totstandkoming van dit stuk en u uw zorgen en kritiek ook reeds in een vroeg stadium met ons heeft kunnen delen. Dank daarvoor. Wij hebben ons best gedaan hier zoveel mogelijk rekening mee te houden. Graag blijven ook bij de verdere vervolgstappen met u in gesprek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9657732/1