B1 Technische vraag D66 - Koersdocument Sociaal Domein met antwoorden
Tekst van het document
Aankruisen Omschrijving Schriftelijke politieke vraag (artikel 52 RvO)
Afdoening Schriftelijk antwoord college (30 dagen)
Schriftelijke politieke vraag (artikel 52 RvO)
Mondeling
Mondelinge actuele vraag voor raadsvergadering
Mondeling
College antwoordt in de vlg. raadsvergadering. In de raadsvergadering.
(Voor 12.00 uur dag voor raadsvergadering) X
Technische vraag / informatie
Schriftelijk
(over specifiek voorstel/document dat op (raads)-agenda staat). Uiterlijk 3 dagen ervoor.
Zo spoedig mogelijk.
Technische informatie over andere onderwerpen
Schriftelijk Zo spoedig mogelijk.
(verzoeken om achtergrondinformatie, artikel 54 Reglement van Orde) Datum Naam en fractie Onderwerp
: 12 januari 2021 : Tessa Vorderman (D66) : B1 Koersdocument Sociaal Domein
Datum B&W vergadering Antwoord door
: nvt : Ben Bloem
Vraag en antwoord
:
In het Raadsvoorstel Koersdocument sociaal domein en toegang, wordt verwezen naar een pilot POH-jeugd in gemeente Berg en Dal. Gezien de enorme verschillen in resultaten van het werken met een POH in andere gemeenten vergeleken met onze gemeente roept bij D66 de volgende vragen op. 1) In welke periode heeft deze pilot plaats gevonden? De pilot heeft gedurende het kalenderjaar 2020 plaats gevonden. 2) Bij welke huisartsen praktijk(en) heeft deze plaatsgevonden? Er zijn verschillende vormen van praktijkondersteuners. De pilot waar aan gerefereerd wordt betreft de inzet van een praktijkondersteuner Jeugd-GGZ. Alleen huisarts Schuurmans (praktijk Ottenhoff) in Groesbeek heeft deelgenomen aan deze pilot, in samenwerking met Praktijksteun. 3) Klopt het dat deze pilot in Berg en Dal werd gehouden en juist daar waar er relatief meer ouderen wonen in onze gemeente?
1
Dit is niet juist. Zie ook antwoord vraag 2. 4) Was de pilot volledig gericht op jeugd of waren de betreffende POH ook verantwoordelijk voor andere doelgroepen? De pilot was volledig gericht op jeugd. De bewuste praktijkondersteuner was daarnaast ook verantwoordelijk als POH GGZ volwassenen in de praktijk (dit was echter geen onderdeel van de gemeentelijke pilot). Hierdoor was de praktijkondersteuner al wel bekend in de praktijk en was er al verbinding met het sociaal team. 5) De praktijken aan wie deze pilot aangeboden werd waren van mening dat zij een POH op eigen kosten in dienst zouden moeten nemen. Hoe is dit naar de artsen gecommuniceerd? Dit is onjuist. Er is met de huisartsen gecommuniceerd dat de kosten door de gemeente en de zorgverzekeraar gedekt zouden worden. Bij de huisartsen in de praktijk zou wel fysiek een ruimte beschikbaar moeten zijn voor de praktijkondersteuner. 6) Wat waren de kosten van deze pilot? En door wie zijn deze kosten betaald? De totale kosten van de pilot bedroegen €17.300. Hiervan is de helft, namelijk €8.650 betaald door de gemeente en de helft door de zorgverzekeraar. 7) Uit hoeveel FTE bestond deze pilot? De praktijkondersteuner was voor deze pilot 4 uur per week in de praktijk aan het werk. Bij een werkweek van 40 uur is dit 0,1 fte. 8) Hoeveel casussen zijn behandeld tijdens de pilot? Zie ook de bijgevoegde rapportages door Praktijksteun.
Er zijn 30 unieke kinderen gezien door de POH. Bij 9 van deze kinderen is het traject nog niet afgehandeld. 9) Welk percentage van de casussen kon door de POH-jeugd afgehandeld worden zonder dat er doorverwijzing nodig was naar andere hulp? 6 kinderen zijn door de POH behandeld, zonder dat er doorverwijzing nodig was. Van de 21 afgehandelde trajecten (zie bij vraag 8) is dat 28,6%. 10) Welk gewenst effect had de gemeente willen zien met de pilot? De gemeente had minder doorverwijzingen naar basis en specialistische ggz hulp willen zien. In die mate dat de kosten van de POH niet alleen gedekt zouden zijn, maar dat dit ook kostenbesparend zou werken. Daarbij merken wij op dat de door Praktijksteun geschatte besparing van €2.500 per kind een behoorlijke bandbreedte kent. Een basisGGZ traject kost gemiddeld genomen nog geen €1.000 per kind. Een gemiddeld specialistisch behandeltraject zit net boven de €4.000. Zonder dat onderscheid te maken en op een gemiddelde van €2.500 gaan zitten kan een vertekend beeld geven. In het raadsvoorstel wordt vermeld dat er onderzoek is verschenen waaruit blijkt dat de inzet van een POH-jeugd niet tot besparingen leidt. 11) Naar welke onderzoek wordt verwezen? Wij zouden graag inzage in het onderzoek en de resultaten hebben.
2
Er zijn in het verleden veel onderzoeken gepubliceerd die een positief effect toeschrijven aan de inzet van een praktijkondersteuner. Een belangrijke voorwaarde die daarbij vaak wordt genoemd is het draagvlak onder huisartsen. Ook in het AEF rapport dat in het raadsvoorstel wordt aangehaald is te lezen dat “gemeenten afhankelijk zijn van de bereidheid van de huisartsen om hieraan mee te werken.” Mede omdat in onze gemeente vooralsnog slechts één huisarts aan deze pilot deelnam én omdat wij goede resultaten zien met de inzet van jeugdconsulenten op scholen, is besloten om in het licht van de recente ontwikkelingen en de behoefte aan focus de pilot vooralsnog niet te continueren. Het onderzoek waarnaar wordt verwezen betreft de notitie van het Centraal Planbureau (CPB) ‘Wijkteams en praktijkondersteuners in de jeugdzorg’ van 10 december j.l1. Daarin valt te lezen dat het advies niet is om per se te stoppen met de inzet van dit instrument. Toch hebben wij besloten dit in onze gemeente vooralsnog wél te doen, om eerst opnieuw de behoefte en het draagvlak onder huisartsen in kaart te brengen. Pas als er voldoende draagvlak blijkt zullen wij overwegen een nieuwe pilot te draaien.
Wij sluiten dan ook niet uit dat wij in de nabije toekomst opnieuw in overleg zullen treden met de huisartsen om het draagvlak te polsen, maar dit zal in ieder geval niet eerder zijn dan nadat wij uit de huidige coronacrisis zijn. Wij waarderen overigens de positieve woorden uit het rapport van Praktijksteun ten aanzien van ons voorliggende veld, dat als ‘stevig’ wordt bestempeld en de positieve woorden over de samenwerking tussen de huisartsenpraktijk en ons sociaal team. 12) Is er overleg geweest met bijvoorbeeld Nijmegen om te bekijken waarom zij zulke andere resultaten hebben behaald? Zoals aangegeven is voldoende draagvlak onder huisartsen een belangrijke factor voor succes. In Nijmegen is de aansluiting van de Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen (CIHN) een belangrijke reden dat daar goede resultaten worden geboekt.
1 Centraal Planbureau, 10 december 2020, Wijkteams en praktijkondersteuners in de jeugdzorg,
beoogde daling gespecialiseerde jeugdzorg na decentralistatie niet zichtbaar.
3