CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Informatienota Document financiën voor coalitievorming 2022

Gemeenteraad 12 mei 2022, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Schriftelijke mededelingen c.q. informatie van het college van burgemeester en wethouders ter kennisname5.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INFORMATIENOTA

2022-I013 Zaaknummer: Documentnummer: Onderwerp: Vergadering B&W: Raadsvergadering: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Mailadres:

Z-22-096487 VB/Raad/22/01351 Document financiën voor coalitievorming 2022 19 mei 2022 S.G.P. Fleuren Hans Jeurissen H.Jeurissen@bergendal.nl

Aan de gemeenteraad, Kennisnemen van Document financiën voor coalitievorming 2022 Waarom nu naar de raad? Voor de coalitievorming 2022 maken we een startdocument dat we in maart 2022 presenteren. Onderdeel van dit startdocument is een document over financiën waarin we de huidige financiële situatie van onze gemeente beschouwen. Na de vaststelling van de begroting 2022 op 4 november 2021 heeft zich een aantal ontwikkelingen zoals het Regeerakkoord en de herijking van het gemeentefonds voorgedaan. Deze ontwikkelingen geven een totaal ander beeld van ons financieel meerjarenperspectief. Dit perspectief ziet er positief uit. We plaatsen hierbij wel een disclaimer omdat nog veel onzeker is en we ook een taakstellende bezuiniging van € 1,5 miljoenen moeten realiseren. Gezien de verkiezingsdebatten die binnenkort plaatsvinden, willen we deze informatie nu met de raad delen. In dit document doen wij geen voorstellen over de besteding van de budgettaire ruimte.

Burgemeester en wethouders, De secretaris, E.W.J. van der Velde

De burgemeester, mr. M. Slinkman

Pagina 1 van 17 REFNUMBER

Document Financiën voor coalitievorming 2022 In dit document beschouwen we de financiële positie van onze gemeente. We starten met algemene informatie. Daarna geven we onze huidige financiële situatie weer en vervolgens gaan we in op de ontwikkelingen die financiële gevolgen voor de begroting hebben. Tenslotte maken we op basis van de ontwikkelingen een inschatting van de budgettaire ruimte in de jaren 2023-2026. Hieronder staat een korte weergave van de onderwerpen die aan de orde komen. 1. 2.

3.

4.

Algemene uitgangspunten Huidige financiële positie begroting 2022 a. Meerjarenraming b. Reserves en voorzieningen c. Weerstandsvermogen en risicoparagraaf d. Gemeentelijke belastingen Ontwikkelingen a. Herijking gemeentefonds b. Uitwerking regeerakkoord c. Decentralisatie beschermd wonen d. Overige aandachtspunten Inschatting budgettaire ruimte 2022-2026

Samengevat geven deze onderwerpen het volgende financieel beeld: Samenvattend overzicht diverse prognoses financiën Nr Omschrijving 9 Actuele begroting 14 Prognose begrotingssaldi nieuwe ontwikkelingen 18 Inschatting budgettaire ruimte

Bedragen x € 1.000

2022 913 2.088 1.799

2023 -2.067 2.773 2.345

2024 -2.317 3.831 3.059

2025 -1.600 4.321 3.623

2026 -1.959 89 1.849

We schatten in dat de prognose onder nummer 18 het meest realistisch is. De positieve uitkomsten bij nummers 14 en 18 komen voornamelijk door het Regeerakkoord en de herijking van het gemeentefonds. De bedragen van het Regeerakkoord en de herijking zijn niet hard omdat het rijk nog officiële besluiten moet nemen. Daarnaast is de verwachting dat het rijk de extra uit te geven gelden van het Regeerakkoord niet uitgegeven krijgt. Hierdoor krijgen gemeenten minder uitgekeerd. Ondanks de voorzichtige raming plaatsen we wel een disclaimer bij deze inschatting. Zolang het rijk geen besluit heeft genomen, kan de prognose in zowel positieve als negatieve zin afwijken. We ramen nu bijvoorbeeld bij de herijking van het gemeentefonds een positief bedrag. De kritiek op de huidige verdeling leidt ongetwijfeld nog tot bijstelling van de verdeelmaatstaven. De uitkomst kan daardoor anders uitpakken. Een ander aandachtspunt is dat in de prognoses rekening is gehouden met een taakstellende bezuiniging van € 1,5 miljoen. Deze bezuiniging moeten we nog wel realiseren. Zolang de cijfers nog niet hard zijn, blijven we te maken hebben met onzekerheid in de cijfers. Wel kunnen we op dit moment besluiten welke richting wij aan de besteding van de budgettaire ruimte geven. De definitieve invulling hiervan kan pas plaatsvinden als we de officiële besluiten van het rijk hebben gekregen.

Waarschijnlijk geeft de meicirculaire 2022 algemene uitkering meer duidelijkheid. Maar of dan alle onzekerheid al is weggenomen is niet de verwachting.

Pagina 2 van 17 REFNUMBER

1. Algemeen In artikel 189 van de Gemeentewet is het volgende bepaald: De raad ziet erop toe dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Hiervan kan hij afwijken indien aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht. Dit houdt dat de gemeente structurele uitgaven door structurele inkomsten moet dekken. Een uitgaaf of inkomst is structureel als deze voor alle 4 begrotingsjaren zijn geraamd. De bedragen mogen in deze jaren wel schommelen. Reëel betekent dat een geraamde uitgaaf, inkomst of bezuiniging realiseerbaar is. Om voor repressief toezicht van de provincie voor de begroting in aanmerking te komen moet minimaal het eerste jaar van de meerjarenbegroting, dan wel het laatste begrotingsjaar structureel sluitend zijn. Omdat de begroting 2022 in 2022 structureel sluitend is, vallen we onder repressief toezicht. Repressief toezicht betekent dat de gemeente haar vastgestelde begroting en begrotingswijzigingen kan uitvoeren, zonder dat de Provincie deze vooraf moet goedkeuren. 2. Huidige financiële situatie 2a. Exploitatie Op 4 november 2021 heeft de raad de begroting 2022 inclusief de 1e begrotingswijziging vastgesteld. Daarna is de decembercirculaire 2021 algemene uitkering ontvangen die tot bijstelling van de begroting leidt. Dit geeft het volgend financieel meerjarenperspectief.

In dit overzicht hebben we niet verwerkt de extra te verwachten aanvullende compensatie jeugdhulp vanaf 2023. De beslissing hiervan liet het oude kabinet over aan het nieuwe kabinet (dit is nu verwerkt in het Regeerakkoord). De provincie stond toe om 75% van de te verwachten compensatie te ramen. Door het niet ramen van deze compensatie gaven we een signaal naar het Rijk af dat extra middelen nodig zijn voor onze begroting. Actuele begroting Nr Omschrijving 1 Begroting 2022 excl ramingen onder nrs 2 tot en met 6 2 Reserve rekeningsresultaten 3 Taakstellende bezuiniging sociaal domein 4 Overige taakstellende bezuinigingen 5 Compensatie tekort jeugd 6 Grondverkoop 7 Saldi vastgestelde begroting 2022 op 4 november 2021 8 Decemberciculaire 2021 9 Actuele begroting

Bedragen x € 1.000

2022 -204 356 244 40 0 300 736 177 913

2023 -3.933 356 244 317 544 300 -2.172 105 -2.067

2024 -4.136 356 413 367 544 0 -2.456 139 -2.317

2025 -3.770 356 764 367 544 0 -1.739 139 -1.600

2026 -4.116 0 1.110 367 544 0 -2.095 136 -1.959

Hieronder staat het bijgestelde meerjarenperspectief als we 100% van de te verwachten extra gelden jeugdhulp wel hadden geraamd. Deze rijksvergoeding loopt af omdat er landelijke maatregelen komen die moeten leiden tot vermindering van de kosten jeugdhulp. Concrete informatie ontbreekt om deze maatregelen door te rekenen. Prognose inclusief extra geld jeugdhulp Nr Omschrijving 9 Actuele begroting 9a Ramen 100% van de te verwachten geld jeugdhulp 9b Prognose inclusief extra geld jeugdhulp

Bedragen x € 1.000

2022 913 913

2023 -2.067 2.093 26

2024 -2.317 1.931 -386

2025 -1.600 1.737 137

2026 -1.959 1.028 -931

Als we van het laatste overzicht uitgaan dan ziet onze financiële situatie op langere termijn nog steeds zorgelijk uit. Hierbij moeten we een aantal taakstellende bezuinigingen (nummers 3 en 4 van overzicht actuele begroting) tot een bedrag van € 1,5 miljoen nog realiseren. We hebben een overzicht (bijlage 3) van de nog te realiseren bezuinigingen bijgevoegd. Volgens de nota Pagina 3 van 17 REFNUMBER

reserves en voorzieningen bouwen we de reserve rekeningresultaten bouwen we in 2022-2025 af naar € 0. Verderop gaan we in op wat nieuwe ontwikkelingen zoals het Regeerakkoord van 15 december 2021 financieel voor onze gemeente betekent. En maken we een inschatting van de budgettaire ruimte voor de jaren 2022 tot en met 2026. 2b. Reserves en voorzieningen Aan de vorming van reserves en voorzieningen ligt de nota van reserves en voorzieningen 2021 ten grondslag. Bij reserves maken we onderscheid tussen algemene reserves en bestemmingsreserves. In de bestemmingsreserves zitten gelden die we voor specifieke doeleinden inzetten. Dit geldt ook voorzieningen die we nodig hebben om toekomstige verplichtingen te kunnen aangaan zoals groot onderhoud gebouwen. De algemene reserves zijn in principe vrij aanwendbaar. Deze algemene reserves staan hieronder vermeld. Voor een specificatie van alle reserves en voorzieningen verwijzen wij naar bijlage 5. Omschrijving

Saldo eind Saldo eind 2022 2023

Saldo eind 2024

Saldo eind 2025

Saldo eind 2026

100. Algemene reserve vast 102. Algemene reserve vrij besteedbaar 103. Reserve rekeningresultaten

17.220 5.886 1.069

17.220 5.913 713

17.220 5.939 356

17.220 5.966 -

17.220 5.966 -

Totaal

24.175

23.846

23.515

23.186

23.186

In dit overzicht zijn de negatieve begrotingssaldi (zie overzicht bij 2a, nummer 9) niet verwerkt. Dit omdat we extra gelden voor jeugdhulp verwachten. Volgens de nota reserves en voorzieningen 2021 is het doel van deze reserves als volgt: 100. Algemene reserve vrij aanwendbaar: Dekking van incidentele uitgaven en vorming weerstandsvermogen 101. Vaste algemene reserve: Afdekken risico’s 102. Reserve rekeningresultaat: Dekking van de (meerjaren)begroting Er zijn geen wettelijke regels hoe hoog de algemene reserves moet zijn. Wat wel vastgelegd is in de handleiding artikel 12 gemeente dat de vrij te laten drempel van de algemene reserve 2% van de geraamde inkomsten voor de algemene uitkering en de OZB bedraagt. Voor onze gemeente is deze drempel € 1,31 miljoen (2% van € 65.591 miljoen). Bij een artikel 12 situatie is de financiële situatie van de gemeente zo slecht dat de gemeente een beroep doet op aanvullende rijksmiddelen. Deze situatie is bij ons niet van toepassing. Het is niet meer toegestaan om de algemene reserves als een structurele inkomst voor de begroting in te zetten. Voor de reserve rekeningresultaten geldt een overgangsbepaling (afspraak met onze provinciale toezichthouder) en deze bouwen we af. 2c.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de programmabegroting 2022 staat het volgende: Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om onverwachte, hoge kosten op te kunnen vangen, zonder dat de uitvoering van taken en de bedrijfsvoering in gevaar komen. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe sterk de financiële positie van de gemeente is. Voor het beoordelen van de "weerstand" is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij alleen om risico's waarvoor geen of wellicht onvoldoende verzekeringen zijn afgesloten, voorzieningen zijn gevormd of budgetten beschikbaar zijn. In deze paragraaf staan de risico’s en weerstandscapaciteit beschreven. De risico’s hebben we in een getal uitgedrukt en afgezet tegen de weerstandscapaciteit (onbenutte belastingcapaciteit € 4 miljoen en algemene reserves € 23 miljoen). Pagina 4 van 17 REFNUMBER

De berekening van de weerstandsratio in de begroting 2022 is: Weerstandsvermogen van € 27,7 miljoen gedeeld door ingeschatte risico’s van € 4 miljoen. We komen hierbij uit op een weerstandsratio van 6,94. Dit wil in theorie zeggen dat we het vermogen hebben om 7 keer de risico’s te kunnen opvangen. Als deze risico’s zich voordoen dan moeten we meteen structurele maatregelen nemen. Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen maken we gebruik van de waarderingstabel die ontwikkeld is door het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit Twente. Een weerstandsratio van 2 of hoger krijgt volgens deze tabel de kwalificatie uitstekend. Voor een weerstandsratio van 2 is het nodig om ongeveer € 4 miljoen in de algemene reserves (vast en aanwendbaar) te hebben. Nu hebben we € 23 miljoen aan algemene reserves. 2d. Gemeentelijke belastingen In de paragraaf lokale heffing in de programmabegroting 2022 staat het volgende: We gaan ervan uit dat de afvalstoffenheffing, rioolheffing, het rioolaansluitrecht en de leges 100% kostendekkend zijn. Dit betekent dat de opbrengsten en kosten aan elkaar gelijk zijn. Bij het vaststellen van de programmabegroting 2020 is besloten om de tarieven voor de toeristenbelasting in 2 jaar te laten verdubbelen ten opzichte van 2019. Hiervoor is in 2020 een bedrag van € 132.500 uit de algemene reserve gehaald.

De raad heeft verder besloten tot een extra verhoging van de tarieven in de jaren 2022 tot en met 2026 (€ 26.500 per jaar). Dit bedrag vloeit terug naar de algemene reserve. In bijlage 1 staan de tarieven 2021 en 2022 per belastingsoort. 1% OZB komt overeen met een bedrag van € 62.500. Daarnaast is in bijlage 2 de belastindruk voor de eenpersoonshuishoudens en de meerpersoonshuishoudens weergegeven. 3. Ontwikkelingen Na de vaststelling van de begroting 2022 op 4 november 2021 hebben zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan, die leiden tot een bijstelling van ons financieel meerjarenperspectief. Deze ontwikkelingen zijn: 3a. Herijking gemeentefonds 3b. Regeerakkoord 3c. Decentralisatie Beschermd Wonen 3d. Knelpunten organisatie 3a. Herijking gemeentefonds De huidige verdeling van het gemeentefonds verdeling is achterhaald, scheef gegroeid en verouderd. Hierdoor is het huidige verdeelstelsel aan een grondige herziening toe. Dit herijkingsproces loopt al vanaf 2019. In december 2021 zijn nieuwe cijfers door het rijk gepresenteerd. Hieruit blijkt dat we een voordeelgemeente zijn. Deze nieuwe verdeling stuit op veel weerstand bij nadeelgemeenten. Ook de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) heeft de nodige kritiek geuit, omdat de nieuwe verdeling van de algemene uitkering niet voor alle gemeente goed uitlegbaar is.

Daarnaast stelt de VNG dat het nieuwe verdeelmodel pas wordt ingevoerd als dit verdeelmodel in lijn met de aanbevelingen van het ROB-advies is aangepast en de koek voor de gemeente is vergroot. We zijn nu in afwachting van de reactie van het Rijk. Het nu berekend voordeel van € 700.000 zal nog wijzigen. Dit kan zowel positief als negatief zijn. 3b. Regeerakkoord Op 15 december 2021 is het nieuwe Regeerakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst' gepresenteerd. Op basis van dit Regeerakkoord hebben we een doorrekening gemaakt. Hiervoor verwijzen we naar het overzicht bij onderdeel 3e. Financiële doorkijk nieuwe Pagina 5 van 17 REFNUMBER

ontwikkelingen, nummers 10a tot en met 10o. In bijlage 4 geven we een nadere toelichting op deze onderdelen. We houden bij deze doorrekening de nodige slagen om de arm en wel om de volgende redenen: 1. Het kabinet moet diverse onderdelen uit het Regeerakkoord nog verder uitwerken. Een aantal maatregelen staan daarom pm geraamd, omdat van diverse bedragen niet herleidbaar is wat dit voor ons financieel betekent. Met een aantal voornemens gaat de VNG niet akkoord. 2. De hoogte van de algemene uitkering is gekoppeld aan de omvang van de rijksuitgaven. Op basis van praktijkervaringen verwachten we dat het rijk de geraamde gelden niet uitgegeven krijgt en de budgetten deels doorschuift naar volgende jaren. Ook het Centraal Planbureau geeft dit aan. Dit heeft weer invloed op wat wij uiteindelijk van het rijk krijgen. We krijgen mogelijk minder uitgekeerd voor onderdeel accres (nummer 10a van overzicht bij 3e. Financiële doorkijk nieuwe ontwikkelingen; systematiek samen trap op, trap af). 3c. Decentralisatie beschermd wonen Per 2023 vindt gefaseerd een overdracht van de rijksgelden beschermd wonen van centrumgemeenten naar alle gemeenten plaats. Tegelijk voert het rijk een nieuw verdeelmodel in. Uit de eerste berekeningen blijkt dat deze decentralisatie mogelijk een voordeel van € 300.000 tot € 400.000 voor ons oplevert. Vooralsnog willen we dit bedrag hiervoor beschikbaar houden.

Een deel willen we inzetten om op lokaal niveau aan de inwoners de mogelijkheid te bieden zo zelfstandig te (blijven) wonen, bijvoorbeeld met de inzet van een Wijk-Ggder. Ook is nog onduidelijk wat het effect van de invoering van het woonplaatsbeginsel is en of de inschatting van de overgang van cliënten naar WLZ juist is. Voor de inzet van de rijksgelden beschermd wonen werken we samen met de gemeenten uit regio Rivierenland en regio Nijmegen. Daarnaast moeten we er rekening houden dat de rijksgelden de komende jaren minder worden. 3d. Overige aandachtspunten Hieronder geven we een opsomming van overige aandachtspuntenpunten. Overige aandachtenpunten Nr Omschrijving 13a Post onvoorzien 13b Korting gemeenschappelijke regelingen 13c Formatie schuldphulpverlening 13d Formatie Sociaal team 13e Overige ontwikkelingen 13

Bedragen x € 1.000

2022

2023

2024 -75 pm pm pm pm -75

2025 -75 pm pm pm pm -75

2026 -75 pm pm pm pm -75

Nummer 13a: Stelpost onvoorzien uitgaven Op 9 juli 2020 heeft de raad bij de vaststelling van de financiële verordeningen ingestemd met het volgende uitgangspunt voor de post onvoorzien: Het college moet op sommige momenten snel kunnen reageren als de situatie daarom vraagt. Daarom stellen wij voor een stelpost onvoorzien van € 100.000 in te stellen. Deze stelpost mag alleen ingezet worden voor situaties die voldoen aan de drie O’s. (Onvoorzien, Onuitstelbaar en Onontkoombaar). Verder mag deze stelpost alleen ingezet worden voor incidentele uitgaven. Dit bedrag was oorspronkelijk in de begroting 2022 geraamd. In het dekkingsplan 2021-2024 is dit bedrag verlaagd naar € 25.000. Nummer 13b: Korting gemeenschappelijke regelingen In het overzicht van de nog te realiseren bezuinigingen staat vanaf 2023 een taakstellend bedrag van € 200.000 genoemd. Het is nog onduidelijk of deze bezuiniging bij alle gemeenschappelijke regelingen kan worden gehaald. Nummer 13c: Formatie schuldhulpverlening Pagina 6 van 17 REFNUMBER

-75 pm pm pm pm -75

In het raadsvoorstel over de begroting 2022 stellen we voor de formatie-uitbreiding voor schuldhulpverlening structureel te maken en hiervoor een pm post vanaf 2023 mee te nemen in de begroting. In 2022 werken we dan uit, op basis van de opgedane ervaringen, wat er vanaf 2023 aan fte nodig is. Nummer 13d: Formatie Sociaal Team In het raadsvoorstel over de begroting 2022 maken we melding van de stijging van het aantal aanvragen/meldingen bij Sociaal Team. Om te lange wachtlijsten te voorkomen stelden we voor om de laatste bezuinigingstaakstelling van € 100.000 niet in 2022 in te boeken, maar een jaar door te schuiven. Dit is vastgesteld door de raad. We gebruiken 2022 om een normeringssystematiek voor de caseload van consulenten in te voeren, en kijken dan vervolgens volgend jaar wat dit betekent voor de jaren na 2022. Nummer 13e: Overige ontwikkelingen Naast de ontwikkelingen op Sociaal Domein vinden ook op andere terreinen allerlei ontwikkelingen plaats zoals de informatie veiligheid en ODRN. Deze ontwikkelingen werken we verder uit. Op dit moment kunnen we de financiële gevolgen niet inschatten. 3e. Financiële doorkijk nieuwe ontwikkelingen Hieronder staat een overzicht van de financiële doorkijk van de 4 hiervoor genoemde ontwikkelingen. Veel is onzeker en de einduitkomst zal nog zeker wijzigen.

In onderdeel 4 proberen we een zo realistische, mogelijke inschatting te maken van de budgettaire ruimte voor de periode 2022-2026. Prognose begrotingssaldi op basis van nieuwe ontwikkelingen Nr Omschrijving 2022 9 Actuele begroting 913 10 financieel effect regeerakkoord a. accres b. jeugd c. uitvoering Hervormingsagenda jeugd d. opschalingskorting e. verhoging abt tarief wmo/eerlijkere bijdrage f. budget lokale omroep naar rijk g. versterken uitvoeringskracht gemeenten klimaat h. aanbieden valpreventieprogramma's 65+ i. project kansrijke start j. hervormen arbeidsmarkt, re-integratie en aanpakken schulden en armoede k. korting extra woningvoorraad € 1 mlj l. rijksuitkering extra woningen m. korting herstructurering woningvoorraad € 600 mln n. rijksuitkering herstructurering woningen o. overige dossiers mede overheden

1.157 0 18

pm

pm 2.088

11 herijking gemeentefonds 12 decentralisatie beschermd wonen 13 overige aandachtspunten 14 Prognose begrotingssaldi nieuwe ontwikkelingen

2.088

Bedragen x € 1.000

2023 -2.067

2024 -2.317

2025 -1.600

2026 -1.959

1.712 2.041 pm 747 pm pm pm pm pm

3.090 1.705 pm 1.013 pm pm pm pm pm

3.506 804 pm 1.271 pm pm pm pm pm

1.600 108 pm 0 pm pm pm pm pm

pm -178 pm -107 pm pm 2.148

pm -178 pm -107 pm pm 3.206

pm -178 pm -107 pm pm 3.696

pm -178 pm -107 pm pm -536

700 pm -75

700 pm -75

700 pm -75

700 pm -75

2.773

3.831

4.321

89

4. Inschatting budgettaire ruimte 2022-2026

Pagina 7 van 17 REFNUMBER

Op basis van de vorengaande informatie proberen we een zo reëel mogelijk inschatting van onze budgettaire ruimte te maken. Hoeveel geld verwachten we daadwerkelijk vanuit het regeerakkoord te ontvangen en hoe schatten we een aantal maatregelen in. In het onderstaand overzichten maken we een aantal bijstellingen op het Regeerakkoord. Inschatting budgettaire ruimte Nr Omschrijving 14 Prognose begrotingssaldi nieuwe ontwikkelingen 15 Bijstelling: raming 75% accres 16 Bijstelling: vervallen opschalingskorting na 2026 17 Bijstelling: geen extra korting jeugdhulp 2024 en 2025 18 Inschatting budgettaire ruimte

Bedragen x € 1.000

2022 2.088 -289

2023 2.773 -428

2024 3.831 -773

2025 4.321 -877

1.799

2.345

3.059

178 3.623

2026 89 -400 1.271 889 1.849

Hieronder geven we een toelichting op deze bijstellingen. Nummer 15: Als het rijk meer of minder uitgeeft, ontvangen de gemeenten meer of minder algemene uitkering (“samen de trap op en af). Deze verandering van de algemene uitkering noemen we het accres. Onze bijstelling op het accres heeft te maken dat het rijk de extra geraamde gelden niet uitgegeven krijgt. Ook het Centraal Planbureau geeft dit aan. We ramen 75% van het accres (geraamd onder nummer 10a van overzicht 3e. Financiële doorkijk nieuwe ontwikkelingen). Nummer 16: Het was in 2015 de bedoeling dat Nederlandse gemeenten zouden fuseren (opschalen) tot grotere gemeenten van meer dan 100.000 inwoners. Hierdoor zouden de gemeenten efficiënter werken en hiermee kosten besparen. Voor deze besparing krijgen de gemeenten een opschalingskorting die geleidelijk oploopt van € 60 miljoen in 2015 tot € 975 miljoen in 2025. In het Regeerakkoord schrapt het nieuwe kabinet de oploop van de korting voor 2022 en 2025. Na 2026 blijft de korting gehandhaafd. Omdat iedere grond voor deze korting ontbreekt en alle gemeenten en de VNG zich hiertegen verzetten, is de verwachting dat het rijk ook na 2025 deze korting schrapt. Betreft nummer 10d. van overzicht 3e Financiële doorkijk nieuwe ontwikkelingen. Nummer 17. Het nieuwe kabinet stelt aanvullende middelen beschikbaar voor compensatie van het gemeentelijk tekort op jeugdhulp.

Deze loopt af omdat nieuwe hervormingsmaatregelen moeten leiden tot besparingen van dit tekort en dus ook op onze gemeentelijke uitgaven voor jeugdhulp. In het Regeerakkoord is in strijd met de gemaakte afspraken met de VNG een aanvullende bezuiniging van € 100 miljoen in 2024 en € 500 miljoen in 2025 opgenomen. De VNG en gemeenten verzetten zich fel hiertegen omdat deze bezuiniging tegen de afspraken in gaat. Het nieuwe kabinet verwacht deze besparing te realiseren door onder meer het normeren van de behandelduur en/of het introduceren van een eigen bijdrage. We gaan ervan uit dat deze korting niet zal plaatsvinden of dat we de besparing in de vorm van een ouderbijdrage of minder behandelkosten realiseren. Betreft nummer 10b. van overzicht 3e. Financiële doorkijk nieuwe ontwikkelingen. In dit document doen wij geen voorstellen over de besteding van de budgettaire ruimte. Wel kunnen we aangeven welke mogelijkheden er zijn.    

Deels of geheel terugdraaien van gerealiseerde ombuigingen Deels of geheel schrappen van de nog te realiseren ombuigingen Intensivering bestaand beleid Nieuw beleid

Pagina 8 van 17 REFNUMBER

Bijlage 1 Tarieven 2021 en 2002 per belastingsoort Bron: Overzicht belastingtarieven behorend bij raadsbesluit vaststelling belastingverordeningen 2022 op 16 december 2022

Pagina 9 van 17 REFNUMBER

Pagina 10 van 17 REFNUMBER

Bijlage 2 Belastingdruk eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens Bron: paragraaf lokale heffingen programmabegroting 2022

Te betalen belastingen per belastingsoort eenpersoonshuishouden per jaar Berg en Dal 300 250

268272 240 228234 205 195

200 150

128130132 117123

160 144149

100 50 Ozb

Rioolheffing

Afvalstoffenheffing

(50) 2018

2019

2020

2021

Eenmalige korting op (20) de belastingaanslag

2022

Totale gemeentelijke lasten eenpersoonshuishouden 774

800 738 705 700 610 600 523 500

669

673

2018

2019

626

545

486

400

300

200

100

2018

2019

2020

2021

Berg en Dal

2022

2020

2021

2022

Landelijk

Pagina 11 van 17 REFNUMBER

Totale gemeentelijke lasten meerpersoonshuishouden 900 827 800

811 777

746 714

700

851

849 735

740

2018

2019

669

600 500 400 300 200 100 2018

2019

2020

2021

Berg en Dal

2022

2020

2021

2022

Landelijk

Pagina 12 van 17 REFNUMBER

Bijlage 3 Overzicht van gerealiseerde en nog niet gerealiseerde bezuinigingen Bron : Raadsvoorstel programmabegroting 2022; vastgesteld op 4 november 2021

Pagina 13 van 17 REFNUMBER

Pagina 14 van 17 REFNUMBER

Bijlage 4 Toelichting op financiële vertaling Regeerakkoord. 10a. De huidige normeringsystematiek Samen trap op, samen trap af blijft volgens het nieuwe kabinet gehandhaafd. Wel vindt onderzoek plaats naar een andere systematiek die moet leiden tot een meer stabielere algemene uitkering voor de volgende kabinetsperiode. Het is nog onduidelijk welk deel van het geraamd accres voor de gemeente bedoeld is en welk deel voor provincie en planbureaus. Wij zijn ervan uitgegaan dat 100% van het geraamd accres naar de gemeenten gaat. Voor de jaren 2024 en 2025 is het accres fors meer dan dat van andere jaren. Dit heeft te maken dat het rijk op diverse beleidsterreinen (bijvoorbeeld klimaat en wonen) tijdelijk meer uitgeeft en de gemeente hiervan profiteert. 10b en 10c. Het nieuwe kabinet stelt aanvullende middelen beschikbaar voor compensatie van het gemeentelijk tekort op jeugdhulp. Deze loopt af omdat nieuwe hervormingsmaatregelen moeten leiden tot besparingen van dit tekort en dus ook op onze gemeentelijke uitgaven voor jeugdhulp. In het Regeerakkoord is in strijd met de gemaakte afspraken met de VNG een aanvullende bezuiniging van € 100 miljoen in 2024 en € 500 miljoen in 2025 opgenomen. De VNG verzet zich fel hiertegen. De hervormingsmaatregelen moeten nog worden vastgesteld en we kunnen nu niet inschatten welk financieel effect dit heeft op onze uitgaven. 10d.

De opschalingskorting is bevroren tot 2026. Daarna boekt het kabinet deze weer in. Ook hier verzet de VNG (en gemeenten) zich fel tegen. Iedere grond voor deze korting ontbreekt. 10e. In het Regeerakkoord staat dat er wordt gewerkt naar een eerlijkere eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid van lage- en middeninkomens. Er is geen info beschikbaar wat dit financieel voor ons betekent. Uitgangspunt van de VNG blijft dat het rijk gemeenten volledig compenseert voor de meerkosten van het abonnementstarief. 10f. Om de onafhankelijkheid van de pers op lokaal niveau beter te waarborgen, is het nieuwe kabinet voornemens de financiering hiervan over te hevelen van het Gemeentefonds naar landelijke financiering. Dit heeft invloed op onze subsidie voor de lokale omroep. 10g. Voor de uitvoeringskosten van medeoverheden en planbureaus die voortvloeien uit het klimaatakkoord en aanvullende klimaatbeleid heeft het nieuwe kabinet € 800 miljoen per jaar gereserveerd tot en met 2030, met een ingroeipad in 2023 en 2024. Nog onbekend is wat dit financieel voor ons betekent. 10h. Gemeenten krijgen de taak om valpreventieprogramma’s aan te (laten) bieden voor hun inwoners van 65 jaar en ouder. Hiervoor zijn investeringen nodig in opsporing en screening en het ontwikkelen en aanbieden van valpreventieprogramma’s.

Voor 2023 raamt het nieuwe kabinet hiervoor € 35 miljoen aan uitgaaf en daarna een besparing van € 10 miljoen in 2024 oplopend naar € 75 miljoen in 2031. 10i. Het bestaande programma Kansrijke start wordt in elke gemeente ingevoerd. Hiervoor wordt € 23 miljoen structureel extra beschikbaar gesteld vanaf 2023. Het kabinet wil hiermee (aanstaande) kwetsbare ouders helpen zodat hun kinderen in de eerste 1000 levensdagen zo gezond mogelijk hun leven starten. 10j. Het nieuwe kabinet wil een aantal grote hervormingen in de arbeidsmarkt doorvoeren, die de bestaanszekerheid van lage- en middeninkomens versterken en de lasten verlagen. Zodat werken loont, werkgeverschap en ondernemerschap aantrekkelijk blijft, ons welzijn stijgt en personeelstekorten in vitale sectoren opgevangen kunnen worden. Ook pakt het kabinet armoede en schulden verder aan. In totaal is € 500 miljoen per jaar in het hervormen van de arbeidsmarkt, re-integratie en het aanpakken van armoede en schulden gereserveerd. Dit moet nog financieel worden uitgewerkt.

Pagina 15 van 17 REFNUMBER

10k en 10l. Ten behoeve van een nieuwe woningbouwimpuls worden middelen gereserveerd. De impuls is gericht op het realiseren van extra woningen, deels in het betaalbare segment. Uitgaande van 50% cofinanciering door medeoverheden en € 6.000 per woning, zoals in eerdere tranches levert deze maatregel sneller 170.000 extra woningen op. Hiervoor wordt incidenteel € 1 miljard uit het gemeentefonds genomen over een periode van tien jaar. Deze korting hebben we berekend. De VNG verzet zich hiertegen omdat dit een sigaar uit eigen doos is. En gemeenten die niet of beperkt kunnen bouwen dragen bij aan de gemeenten die wel kunnen bouwen. 10m en 10n. Voor het volkshuisvestingfonds reserveert het nieuwe kabinet extra middelen. Het fonds is gericht op herstructurering van de bestaande woningvoorraad in kwetsbare gebieden door middel van een impuls in leefbaarheid, (maatschappelijke) voorzieningen en buitenruimte. Ten laste van het gemeentefonds voor medeoverheden wordt over een periode van vier jaar incidenteel € 600 miljoen uitgenomen en dit bedrag wordt ten behoeve van medeoverheden beschikbaar gesteld in vier jaarlijkse tranches van € 150 miljoen. 10o. In het regeerakkoord staat nog een bedrag geraamd van € 357 miljoen in 2022 voor overige dossiers medeoverheden. Dit bedrag loopt af naar € 56 miljoen in 2026. Van deze bedragen ontbreekt een specificatie.

We hebben zowel in de inkomstenkant als in de uitgavenkant geen bedrag geraamd.

Pagina 16 van 17 REFNUMBER

Bijlage 5 Overzicht reserves en voorzieningen Bron: programmabegroting 2022

Nummer

NAAM RESERVES

Stand 31 december 2022

1. Reserves 1.1. Algemene reserves 891400000 Algemene Reserve vrij aanwendbaar 891400010 Vaste Algemene reserve 899000000 Reserve rekeningresultaat

Stand 31 Stand 31 december 2023 december 2024

€ 5.886.082 € 17.219.629 € 1.069.448

€ 5.912.582 € 17.219.629 € 712.965

€ 5.939.082 € 17.219.629 € 356.483

€ 5.965.582 € 17.219.629 €0

Totaal 1.1. Algemene reserves

€ 24.175.159

€ 23.845.176

€ 23.515.194

€ 23.185.211

Bestemmingsreserve Onderhoud Gymzalen Bestemmingsreserve Attributen sportcomplexen Bestemmingsreserve Aankoop kunstwerken Bestemmingsreserve Natuur en Landschap Bestemmingsreserve Groenblauwe diensten Bestemmingsreserve aanpak extreme wateroverlast Bestemmingsreserve Lopende projecten (gelabeld) Bestemmingsreserve Kapitaallasten Totaal 1.2. Bestemmingsreserves Totaal 1. Reserves

€ 108.000 € 263.652 € 6.976 € 104.526 € 1.473.369 € 900.000 € 565.392 € 13.952.138 € 17.374.053 € 41.549.212

€ 144.000 € 285.487 € 6.976 € 104.526 € 1.422.969 € 900.000 € 567.868 € 13.417.548 € 16.849.374 € 40.694.550

€ 180.000 € 307.322 € 6.976 € 104.526 € 1.371.814 € 864.000 € 570.344 € 12.882.975 € 16.287.957 € 39.803.150

€ 216.000 € 329.157 € 6.976 € 104.526 € 1.319.891 € 828.000 € 572.820 € 12.348.419 € 15.725.789 € 38.911.000

Stand 31 Stand 31 december 2023 december 2023

Stand 31 december 2023

1.2. Bestemmingsreserves 853000000 853100010 854000000 855000010 855000020 872000000 892200000 896000000

Nummer

NAAM VOORZIENINGEN

Stand 31 december 2022

2. Voorzieningen 2.1. Voorzieningen t.b.v. verplichtingen e/o risico's 800100000 Voorziening Pens.verpl.vm wethouders 896000010 Voorziening (voormalig) personeel

€ 4.512.015 € 14.571 €0 € 4.526.586

€ 4.448.520 € 10.335 €0 € 4.458.855

€ 4.385.025 € 10.335 €0 € 4.395.360

€ 4.321.530 € 10.335 €0 € 4.331.865

€ 2.415.310

€ 2.201.265

€ 1.900.778

€ 1.505.246

Totaal 2.2. Voorzieningen t.b.v. door derden beklemde middelen 2.3. Voorzieningen t.b.v. lastenegalisatie 821000020 Voorziening onderhoud wegen 852000000 Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen sport 861000010 Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen welzijn 804000000 Voorziening onderhoud overige gemeentelijke gebouwen Totaal 2.3. Voorzieningen t.b.v. lastenegalisatie Totaal 2. Voorzieningen

€ 2.415.310

€ 2.201.265

€ 1.900.778

€ 1.505.246

€ 671.802 € 96.726 € 53.809 € 440.538 € 1.262.876 € 8.204.772

€ 6.031 € 59.862 € 84.019 € 385.687 € 535.599 € 7.195.719

€ 127.511 € 70.354 € 71.279 € 238.791 € 507.935 € 6.804.073

€ 406.605 € 50.495 € 84.411 € 126.213 € 667.723 € 6.504.834

Generaal-totaal

€ 49.753.983

€ 47.890.269

€ 46.607.223

€ 45.415.835

Totaal 2.1. Voorzieningen t.b.v. verplichtingen e/o risico's 2.2. Voorzieningen t.b.v. door derden beklemde middelen 872200000 Voorziening Riolering

Pagina 17 van 17 REFNUMBER

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11276763/1