3. Inspraakreactie VNC (raad gemeente Nijmegen) - Mountainbikepad Westermeerwijk
Tekst van het document
Beek-Ubbergen, 2 december 2020
Geacht college van B en W en alle leden van de raad,
In verband met de vanavond te houden gespreksronde, en het besluit op ons verzoek voor handhaving door de provincie Gelderland, berichten wij het volgende. De discussie rond het mountainbikepad lijkt zich toe te spitsen op het door ons genoemde vliegend hert en helaas niet op alle andere soorten die wij ook genoemd hebben, die onder dezelfde beschermingsregimes van de habitat- dan wel vogelrichtlijn dan wel Wet natuurbescherming vallen. U moet daarbij denken aan alle reptielensoorten; in het mountainbikeplangebied zijn dat de gladde slang, zandhagedis, hazelworm en mogelijk ook levendbarende hagedis. Alle uilensoorten; in dit geval bosuil en ransuil en mogelijk ook kerkuil. Alle vleermuissoorten en meer algemeen alle roofvogels en andere broedvogels waarvan de vaste nest- en verblijfplaatsen niet mogen worden verstoord of vernield. Net zoals de vogels ook niet mogen worden gestoord in met name het broedseizoen en wanneer kleine uitvliegende jongen extra kwetsbaar zijn. Voor al deze soorten is een ontheffing verplicht en dienen de afwegingsclausules dezelfde te zijn: namelijk een dwingende reden van groot openbaar belang, geen alternatieve oplossing en dan nog dient gemitigeerd en gecompenseerd te worden.
Wij dachten dat deze boodschap helder genoeg was, ook richting de provincie, maar zien ons nu genoodzaakt ook een handhavingsverzoek bij de handhavingsdienst van de provincie neer te leggen. Voorts wijzen wij u erop dat er voor zover wij weten alleen een quickscan naar de aanwezige flora en fauna is gedaan. Een quickscan is niet de benodigde volledige flora- en faunatoets waarvoor nadere studie en onderzoek nodig zou zijn geweest. Dit om de verplichting van de gunstige staat van instandhouding vooraf aan te tonen, en mitigerende en compenseerde maatregelen nauwkeurig te kiezen zodat na afloop aangetoond kan worden dat de kernkwaliteiten van het gebied niet zijn aangetast en de gunstige staat van instandhouding van de soorten niet in gevaar is gebracht. Dit geldt niet alleen voor de Westermeerweijk, maar voor het totale parcours waar nieuwe paden door de natuurgebieden gepland zijn. Van dit al is geen sprake geweest. Er is zelfs geen ontheffing aangevraagd en ook niet verleend. Trends van de benoemde diersoorten in langjarige reeksen zijn niet aanwezig of onderzocht, waarmee de gunstige staat van instandhouding had kunnen worden aangetoond. Het verbaast ons dat nog steeds de suggestie wordt gewekt als zouden mountainbikers qua verstoring gelijk staan aan wandelaars, recreatieve fietsers en ruiters.
Van ruiters is al lange tijd bekend dat wilde diersoorten het paard als dier zien en de ruiter negeren. Ook de geur van het paard overstemt die van de ruiter. Wandelaars en recreatieve fietsers gebruiken de goed begaanbare paden, waarbij de wandelaars rustig lopend hun omgeving op dezelfde rustige wijze waarnemen. Er zijn geen
wandelaars die jonge net uitgevlogen vogels nonchalant wegschoppen of pletten onder hun voeten. Mountainbikers maken met plezier gebruik van slecht gebaande paden met veel uitdagingen waarbij men constant alert moet zijn op het parcours, snelheid moet maken en dan ook nog oog moet hebben voor traag kruipend gedierte zoals padden, slakken, slangen, langzame jonge vogels en kevers. Bovendien doemen mountainbikers door hun snelheid plotseling op in de leefwereld van dieren. Om die reden hebben meerdere wildsoorten het gebied van de Westermeerwijk inmiddels verlaten en vestigen zich nu in andere gebieden, territoriale conflicten met andere soorten voor lief nemend. Het op dit terrein af en toe in de nieuws- en sociale media waar te nemen badinerende uitroepen over de ‘beschermde beestjes’ en het ontnemen van mensen hun ‘pleziertje’ (lees: mountainbiken) hebben geen pas gezien het feit dat die ‘beestjes’ volstrekt in hun recht staan in de voor hun aangewezen gebieden. En wij die het overgrote deel van Nederland reeds intensief benutten voor al onze ‘pleziertjes’, die ook nog eens aanspraak op de laatste natuurgebieden moeten maken voor onze hobby’s. De ‘beestjes’ staan in hun recht krachtens nationale en internationale verdragen en wetten, door overheden boven ons gesteld, in volle bijzijn van geest en democratisch vastgesteld.
Het klinkt wellicht ironisch maar de oude situatie van vóór de aanleg van specifieke mountainbikepaden was bovendien alles nog te verkiezen omdat er een ijle spreiding was van de gebruikers. Zij hadden immers meer keus zich te verspreiden over een veelheid aan paden en ze waren in aantallen niet te vergelijken met wat nu dankzij het nieuwe mountainbikepad deze streek binnenkomt. Het is nu al regelmatig filerijden op het speciaal aangelegde pad, maar ook in de omringende bossen waar geen normaal mountainbikegebruik mogelijk is, kunnen we nu illegaal gebruik van paden waarnemen, waarmee de argumentatie om speciale mountainbikepaden aan te leggen en daarmee overige gebieden te ontzien nu reeds binnen een jaar is gelogenstraft. Waar het bestaand of oud gebruik of recht in natuurgebieden moeilijk kan worden verboden of weg genomen op basis van uit de jaren ‘80 en ‘90 daterende nationale en internationale verplichtingen, is het bij nieuwe aanleg een totaal andere situatie. Er zijn in Nederland volgens de meest positieve schatting rond de 200.000 mountainbikers. Vrijwel heel Nederland wandelt. Voor het grootste deel van de Nederlandse toeristen die een bezoek brengen aan dit gebied komen zij voor rust, stilte, schoonheid en natuur.
Niet om constant opgeschrikt te worden door mountainbikers, op een totaal van 75 kilometer kriskras door de bos- en natuurgebieden ten oosten van de stad Nijmegen.