CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

10. 2022-V011 - Mogelijkheden tot verkoop groente en fruit door Kringloopwinkel - CDA - antwoord

Gemeenteraad 12 mei 2022, gemeente Berg en DalBij agendapunt: In handen van het college stellen voor afdoening1.531 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Registratienummer 2022-V011 Datum indiening 21 maart 2022 Datum B&W 5 april 2022 Schriftelijke vragen ex art. 50 van het Reglement van Orde voor de gemeenteraad 2020 Door het stellen van schriftelijke vragen wordt door één of meer raadsleden een politiek oordeel van het college gevraagd over een onderwerp. Vragen zijn kort en duidelijk geformuleerd. Het college beantwoordt de vragen schriftelijk binnen 30 dagen of mondeling in de eerstvolgende raadsvergadering.

Onderwerp: Mogelijkheden tot verkoop van groente en fruit door Kringloopwinkel Geacht college, De situatie rond de mogelijkheden tot verkoop van groente en fruit door de Kringloop Groesbeek is voor betrokkenen van de Kringloop en het CDA onduidelijk na de recente uitspraken van de ODRN inzake een melding. De kringloop heeft ook bezwaar aangetekend tegen die uitspraken. Het CDA heeft kennis van een reactie op een eerdere ogenschijnlijk vergelijkbare melding, d.d. 01-07-2020, waarin de ODRN die melding “zonder schriftelijke verslaglegging heeft afgesloten. Geen tegenstrijdigheden geconstateerd, vandaar.” Zie bijlage 1. Uit bijlage 2, gedateerd woensdag 1 juli 2020, blijkt dat detailhandel ter plaatse is toegestaan. In deze bijlage wordt verwezen naar bijzondere bepalingen die de gemeente hierbij kan stellen. Vragen: 1. Zijn er (verbijzonderende) bepalingen gesteld in de periode liggend voorafgaand aan, tussen of na de dateringen van de bijlagen, die een oplossing voor de Kringloopwinkel nu bemoeilijken? Zo ja welke bepalingen, waarom, wanneer en door wie? 2.

Zijn er mogelijkheden om in transparante vorm via beleid en voorschriften handelswijzen vast te stellen om te voorzien in situaties zoals met een maatschappelijke doelstelling zoals de Kringloop? Het gaat dus om mogelijkheden voor bijzonder beleid en bijzondere bepalingen, in bijzondere situaties, onder bijzondere omstandigheden. Kan daarmee in enige mate tegemoet worden gekomen aan de wensen van de Kringloop? 3. Is het mogelijk om in beleidsmatige zin en om tot oplossingen te komen voor dit soort situaties over dit soort kwesties een discussie in de raad te voeren aan de hand van een hiertoe door het college opgesteld bespreekstuk?, In afwachting van uw beantwoording, Met vriendelijke groet, Wilm Jansen, CDA

Bijlagen:

Pagina 2 van 5

Antwoord: (Iedere vraag herhalen boven het te formuleren antwoord) Voorafgaand aan de beantwoording van de gestelde vragen, gaan we graag in op de meegestuurde mailwisseling met de ODRN. Naar aanleiding van vragen en klachten van een inwoner is een toezichthouder in 2020 gaan kijken op de locatie van de Kringloopwinkel. De inwoner vroeg of een kringloopwinkel op deze locatie was toegestaan, of de verschillende vormen van opslag waren toegestaan en of verschillende activiteiten die er georganiseerd worden zijn toegestaan. Helaas is de verzonden mail van de ODRN die u bij uw vragen meestuurt te kort door de bocht en niet volledig juist. Op basis van het bestemmingsplan is geen detailhandel toegestaan. Om de Kringloop als vorm van detailhandel toe te staan is op 17 februari 2014 een vergunning verleend. Met deze vergunning wordt van het bestemmingsplan afgeweken. Deze vergunning is specifiek verleend voor het gebruik als kringloopwinkel en niet voor detailhandel in algemene zin. De mailwisseling dateert van 1 juli 2020. Op 9 juli 2020 hebben we als college ook een brief verzonden aan de Kringloop. In deze brief spreken we de Kringloop onder andere aan op de verkoop van planten, groente en fruit. We bieden aan om mee te denken of deze verkoop eventueel met een standplaatsvergunning elders gefaciliteerd kan worden, waarbij de voorwaarden uit de APV in acht genomen worden.

We begrijpen dat dit erg verwarrend is en we betreuren de mededeling uit de mailwisseling van de ODRN. Dit neemt niet weg dat de Kringloop destijds ook al is aangesproken op de strijdigheid van deze activiteit. Vragen 1. Zijn er (verbijzonderende) bepalingen gesteld in de periode liggend voorafgaand aan, tussen of na de datering van de bijlagen, die een oplossing voor de Kringloopwinkel nu bemoeilijken? Zo ja, welke bepalingen, waarom, wanneer en door wie? De bepalingen die de verkoop van planten, groenten en fruit niet mogelijk maken op de locatie van de Kringloop dateren van voor deze mailwisseling. Uw raad stelde in juni 2007 het bestemmingsplan Bedrijventerreinen vast. In dit bestemmingsplan heeft de locatie de bestemming Bedrijventerrein. Detailhandel is binnen deze bestemming uitgesloten. Op enkele specifieke locaties is volumineuze detailhandel toegestaan. Dit geldt bijvoorbeeld voor het pand van Welbie (Industrieweg 11). Onder voorwaarden kan ook worden afgeweken om op andere locaties volumineuze detailhandel toe te staan. Deze voorwaarden zijn:  Door middel van onderzoek is aangetoond dat geen structurele verstoring optreedt van het bestaande detailhandelsapparaat;  Uit onderzoek is gebleken dat vestiging in bestaande winkelcentra niet reëel te achten is. Uw raad stelde in juni 2013 de structuurvisie Groesbeek 2025 vast.

In deze structuurvisie is beschreven dat we voor Groesbeek streven naar een echt dorpshart, waar het prettig verblijven en winkelen is. Om tot een sterk functionerend centrum te komen, is uitbreiding van detailhandel buiten het kernwinkelgebied niet mogelijk. De Kringloop bevindt zich op het bedrijventerrein en niet binnen het kernwinkelgebied. Nieuwvestiging of uitbreiding van detailhandel is op basis van de structuurvisie dan ook niet mogelijk. Het college verleende februari 2014 een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan voor de Kringloop op de huidige locatie op het bedrijventerrein. Hierbij is in overweging genomen dat het om een vorm van detailhandel gaat. Het gaat om een winkel gericht op de beperking van de afvalstroom en het hergebruik van producten. Ze zamelt afgedankte waren van voornamelijk particulieren gratis in, sorteert, repareert en Pagina 3 van 5

verkoopt deze. Een winkel waar men gratis afgedankte artikelen kan aanbieden die eventueel na reparatie voor hergebruik worden verkocht. Een groot deel van deze artikelen is volumineus van aard, zoals meubels, kasten en bedden. Op basis van deze kenmerken hebben we het beoordeeld als een passende activiteit voor een bedrijventerrein, waar onder voorwaarden volumineuze detailhandel is toegestaan. De verkoop van consumptiegoederen, zoals groente, fruit en planten past niet in deze omschrijving. 2. Zijn er mogelijkheden om in transparante vorm via beleid en voorschriften handelswijzen vast te stellen om te voorzien in situaties zoals met een maatschappelijke doelstelling zoals de Kringloop? Het gaat dus om mogelijkheden voor bijzonder beleid en bijzondere bepalingen, in bijzondere situaties, onder bijzondere omstandigheden. Met beleid geeft de gemeente richting aan gestelde doelen. Beleid heeft juist een algemeen karakter. Het vormt het speelveld en de regels voor alle inwoners en ondernemers. Ruimtelijk beleid is ruimtelijk gericht, waarbij maatschappelijke betrokkenheid of persoonskenmerken geen onderwerp zijn. Het is niet passend om beleid te maken op een specifieke situatie, aangezien dit geen algemene lijn is.

Met nieuw ruimtelijk beleid dat detailhandel op het bedrijventerrein toestaat, verandert het speelveld niet alleen voor de Kringloop, maar ook voor andere ondernemers in de gemeente. Eerder hebben we verschillende verzoeken afgewezen van ondernemers om niet-volumineuze detailhandel toe te staan buiten het kernwinkelgebied. Je kunt algemene beleidsregels opstellen voor detailhandel buiten het kernwinkelgebied. Daarbij is wel van belang dat de regels ruimtelijk relevant moeten zijn. De afweging moet gemaakt worden zonder onderscheid te maken naar personen. Je moet regels maken over wat voor soort detailhandel is toegestaan en welke oppervlakte hiervoor gebruikt mag worden. Daarbij mag geen sprake zijn van willekeur. Het ligt voor de hand om aansluiting te zoeken bij de voorwaarden voor volumineuze detailhandel (zie antwoord vraag 1). Zo vinden wij dat nieuwe detailhandel niet ten koste mag gaan van het kernwinkelgebied. Om de verkoop van consumptiegoederen op deze locatie toe te staan zou er een omgevingsvergunning verleend moeten worden voor handelen in strijd met het bestemmingsplan. Dit is technisch mogelijk op basis van de kruimelgevallenlijst. Bij een dergelijke omgevingsvergunning moet gemotiveerd worden waarom afwijken planologisch acceptabel en verantwoord is. De inhoudelijke beoordeling van een aanvraag moet worden gedaan aan de hand van: 1.

Gemeentelijk beleid (zoals de structuurvisie); 2. Goede ruimtelijke ordening; 3. Verplichtingen (milieu)wetgeving; 4. Zorgvuldige belangenafweging. Dit betreft allen ruimtelijke afwegingen. Een vergunning moet dan ook op ruimtelijke argumenten onderbouwd worden. Maatschappelijke betrokkenheid is hierbij geen grond. 3. Is het mogelijk om in beleidsmatige zin en om tot oplossingen te komen voor dit soort situaties over dit soort kwesties en discussie in de raad te voeren aan de hand van een hiertoe door het college opgesteld bespreekstuk? Nee, het is niet mogelijk om in beleidsmatige zin tot oplossingen te komen. Allereerst is in het antwoord van vraag 2 al benoemd dat beleid algemeen van aard is. Het gaat hier om een specifieke situatie. Daarnaast is in de structuurvisie opgenomen dat we streven naar een sterk kernwinkelgebied. Uw raad bepaalt of u dit in de omgevingsvisie wilt overnemen. Indien dat het geval is, dan is beleid dat detailhandel buiten dit kernwinkelgebied mogelijk maakt, hiermee niet in lijn.

Pagina 4 van 5

Mocht u de verkoop van groente, fruit en planten alsnog mogelijk willen maken op deze locatie is maatwerk nodig. Hiermee wijkt u af van uw beleid. Dit schept een precedent waarbij ook andere ondernemers aanspraak kunnen doen op maatwerk voor het toestaan van detailhandel buiten het kernwinkelgebied. Dit kan betekenen dat zich op meer plekken in de gemeente meegewerkt moet worden aan de uitbreiding van detailhandel. Bijvoorbeeld op het bedrijventerrein, of op andere plekken met een bijvoorbeeld maatschappelijke functie. Dit heeft een nadelige invloed op de detailhandel in het kernwinkelgebied, wat mogelijk voor leegstand zorgt.

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11426629/3