CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Reactie wethouder Verheul op brief

Gemeenteraad 21 oktober 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: In handen van het college stellen voor afdoening1.662 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beste mevrouw <verwijderd ivm AVG>, Zoals per mail van vrijdag 24 september toegezegd zou ik vandaag antwoord geven op uw mail van 13 september. In die mail heeft u – mede namens buurtbewoners van de Cranenburgsestraat en Heikant - uw zorgen geuit en vragen gesteld over het toekomstig gebruik van het pand Cranenburgsestraat 116g te Groesbeek. U heeft de moeite genomen om voor uw buurt op te komen en mij een uitgebreide reactie en vragen te sturen. Dan heeft u ook recht op een duidelijk antwoord. Daar heb ik even de tijd voor genomen en ambtelijke ondersteuning bij gevraagd. Als er toch nog vragen overblijven, sta ik altijd open voor een gesprek. Informatiebijeenkomst U heeft al met omwonenden een informatiebijeenkomst bijgewoond, waarbij de initiatiefnemer samen met het Leger des Heils uitleg heeft gegeven over het wooninitiatief. Vanuit de gemeente waren wethouder Van de Scheur en de heer Onderstal aanwezig. Zoals die avond al nader is toegelicht, moet het wooninitiatief nog verder worden uitgewerkt. Hierdoor is er nog weinig informatie te geven over wie er gaat wonen. De initiatiefnemer heeft aangegeven om in de nabije toekomst de omgeving te willen blijven informeren over de verdere uitwerking van het wooninitiatief. Daarbij wil ik wel opmerken, dat uit privacyoverwegingen niet alle informatie gedeeld kan worden. Ik vraag uw begrip hiervoor.

Voordat ik uw vragen beantwoord, wil ik aangeven dat wij als gemeente het rijksbeleid volgen om iedereen waar mogelijk in een fijne woonomgeving te laten wonen. Ook mensen die voor een deel zorg nodig hebben. Ik snap heel goed dat er bezorgdheid is over wat het effect van het wooninitiatief is op uw woonomgeving. U weet immers niet wie er komt te wonen en hoe diegene zich gedraagt. Dat geldt natuurlijk ook als er een nieuw regulier huishouden bij u in de buurt komt. Ik kan slechts aangeven dat de initiatiefnemer en het Leger des Heils zich in zullen zetten om een groep mensen te vinden die bij elkaar en de buurt passen. Ik heb daar alle vertrouwen in. Ik wil hierbij als voorbeeld nog opmerken dat het RIBW sinds 2012 in de wijk Hüsenhoff een aantal woningen huurt, waar verschillende volwassenen begeleid met elkaar samenwonen. Wij hebben toen geoordeeld dat dit past binnen de woonbestemming. In 2020 was RIBW van plan om patiënten met een forensische achtergrond te gaan huisvesten met 24 uurs zorg/begeleiding. Wij hebben toen geconcludeerd, dat dit niet past binnen de bestemming ‘Wonen’. Zo ziet u dat er verschillen zijn in beoordeling wat wel en niet past binnen de bestemming `Wonen’.

Is niet de bestemming bijzondere woondoeleinden van toepassing? Volgens u is het gebruik van het pand Cranenburgsestraat 116g voor het beoogde wooninitiatief in strijd met het bestemmingsplan, want de bestemming Bijzondere Woondoeleinden is van toepassing. Deze bestemming geldt namelijk ook voor de locatie van Pluryn aan de Cranenburgsestraat. U vraagt of de gemeente het toestaat dat in een pand met de bestemming wonen ook invulling gegeven kan worden aan een functie bijzondere woondoeleinden. Bij elk wooninitiatief kijken we eerst wat de huidige bestemming is van de betreffende locatie. De bestemming voor Cranenburgsestraat 116g is inderdaad Wonen, waarbij per woning één huishouden is toegestaan. Wij hebben geoordeeld dat het wooninitiatief past binnen de bestemming Wonen. Daarbij hebben wij uiteraard ook gekeken naar uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Volgens een uitspraak passen naast zelfstandige bewoning door een gezin, ook minder traditionele woonvormen binnen de woonbestemming. Daarbij moet wel sprake zijn van nagenoeg zelfstandige bewoning met een zekere mate van verbondenheid tussen de bewoners.

De volgende aspecten zijn daarbij van belang:  dagbesteding en of werk vindt buitenshuis plaats;  er is geen sprake van 24 uurs zorg/therapie;  er is geen aan de bewoning gekoppelde verplichte zorg (de bewoners mogen zelf weten bij wie ze zorg inkopen);  begeleiding is gericht op dagelijkse bezigheden van bewoners;  begeleiding is er niet op gericht om later zelfstandig te gaan wonen;  er wordt gezamenlijk gegeten;  er worden voorzieningen gedeeld. Het wooninitiatief is een op zichzelf staand initiatief, dat de zorg inkoopt bij het Leger des Heils. Het Leger des Heils wordt geen eigenaar van de woning en het wooninitiatief is ook niet verplicht om de zorg bij het Leger des Heils in te kopen. Het grote verschil tussen het wooninitiatief voor de locatie Cranenburgsestraat 116g en tussen de zorglocatie van Pluryn aan de Cranenburgesestraat is dat bij het wooninitiatief sprake is van ambulante zorg en bij Pluryn van 24-uurs zorg. Ook zijn de bewoners bij Pluryn verplicht om de zorg van Pluryn af te nemen. Verschillende definities voor hetzelfde? U vraagt zich af of het misleidend is als in bestemmingsplannen verschillende definities worden gebruikt terwijl er in de praktijk geen verschil wordt gemaakt in de invulling van die functies. Ik zie dit niet zo en licht graag toe wat het verschil is.

Ten eerste is er een verschil tussen het beoogde wooninitiatief en de locatie van Pluryn. Ten tweede is de wijze van bestemmen aan verandering onderhevig. Dat heeft te maken met uitspraken van de rechtbank en de Raad van State. Maar ook met het landelijke beleid waarbij wonen en zorg meer van elkaar zijn losgekoppeld. Met als doel dat mensen langer zelfstandig blijven wonen en waar nodig passende zorg inkopen. Tenslotte wil ik aangeven dat er niet altijd een harde scheidslijn ligt tussen twee verschillende bestemmingen. Sommige wooninitiatieven kunnen passend zijn binnen de bestemming Wonen en de bestemming Bijzondere doeleinden. Dit soort situaties kunnen zich dus vaker gaan voordoen. Dat moeten we ons goed realiseren: het is geen gegeven dat uw naaste buren een doorsnee gezin zal worden omdat er de bestemming `wonen’ op zit. Dit is het gevolg van de keuze van een `inclusieve samenleving’, iedereen hoort erbij en samen zorgen we ervoor dat het fijn wonen is. Is de rechtszekerheid in het geding? Volgens u is de rechtszekerheid in het geding, omdat de informatie die in bestemmingsplanprocedures is verstrekt niet (meer) klopt. Zoals hierboven uitgelegd volgen wij de landelijke lijn en passen we de regels toe die mede nader zijn ingevuld na uitspraken van de rechtbank en van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De rechtszekerheid is hiermee niet in het geding, alhoewel ik uw vragen hierover goed kan begrijpen. Daarom vind ik het belangrijk om u dit verschil goed uit te leggen. Ik realiseer me dat hierover verwarring en frustratie is ontstaan. Dat trek ik me aan en ik zal intern nagaan hoe we hier in het vervolg meer duidelijkheid over kunnen geven. Is er bij de aanvraag misleidende informatie verstrekt? In de bouwaanvraag is aangegeven dat de woning voor eigen bewoning is en dat de aanvrager na voltooiing van de werkzaamheden er zelf gaat wonen. U vindt dat er hierdoor bij de aanvraag misleidende informatie is verstrekt en u vraag zich af of de gemeente hier ook zo over denkt. Ik ben het met u eens, dat de aanvraag iets anders suggereert dan waarvoor het huis in de verkoop staat. Het is uit de aanvraag niet af te leiden met welke intentie de initiatiefnemer het aanvraagformulier heeft ingevuld. Ik vind het echter te sterk om te spreken van bewuste

misleiding door de initiatiefnemer. In de loop van de tijd kunnen ideeën of plannen met zo’n woonhuis veranderen. Daar is niets mis mee. Voor de toetsing aan het bestemmingsplan is het niet relevant of iemand een huis bouwt voor eigen bewoning of om als ontwikkelaar door te verkopen. In dit geval heeft de initiatiefnemer besloten om de woning door te verkopen aan een stichting voor een wooninitiatief, waar zijn eigen kind gaat wonen. Als dat aan het begin al duidelijk was geweest, zou de vergunning om dezelfde reden ook zijn afgegeven. Verder wil ik opmerken dat de initiatiefnemer transparant is geweest vanaf het moment dat het wooninitiatief vorm begon te krijgen. Hij heeft op eigen initiatief omwonenden geïnformeerd. Ook is hij bereid om omwonenden te informeren over de verdere uitwerking van zijn initiatief. Het is vanuit de gemeente geen verplichting om bij een wooninitiatief dat past binnen het bestemmingsplan buurtbewoners te informeren. Het is wel gewenst, zeker nu we constateren dat hierover veel vragen over kunnen ontstaan. Heeft de gemeente informatie ontvangen dat er een wijziging van de situatie heeft plaatsgevonden en wat heeft de gemeente daarmee gedaan? De initiatiefnemer heeft ons zelf geïnformeerd dat hij een wooninitiatief heeft. Verder hebben wij geen andere informatie ontvangen. Wij hebben intern getoetst of het initiatief past binnen het bestemmingsplan.

Deze toets was zoals aangegeven positief. Uitvoeren Bibob? U wilt weten of we voor de afhandeling van de omgevingsvergunning een Bibob-screening hebben uitgevoerd. Wij voeren in de regel geen Bibob-screening uit bij vergunningverlening. Ik zie ook geen aanleiding om voor deze situatie wel een screening uit te voeren. Sprake van kamerbewoning? Volgens u is er sprake van kamerbewoning, omdat elke kamer privé sanitair heeft. U vraagt of de gemeente daarmee bekend is. Bij de beoordeling of er sprake is van kamerbewoning of van één huishouden is het van belang hoe de woning straks daadwerkelijk gebruikt gaat worden. Volgens de informatie die de initiatiefnemer ons heeft verstrekt, kunnen we spreken van één huishouden. Dat wil overigens niet zeggen dat de bewoners familieleden moeten zijn en/of alles gezamenlijk moeten doen. De toets is gedaan langs de meetlat van ons beleid én gerechtelijke uitspraken. Voldoet het pand aan alle vergunningen? U vraagt zich af of het wooninitiatief aan alle vergunningen en voorwaarden voldoet. Een zorgwoning moet volgens u aan strengere veiligheidseisen voldoen. Zolang de woning wordt gebruikt als reguliere woning passend binnen het bestemmingsplan voldoet de woning aan de voorwaarden. De woning is nog niet opgeleverd en de eindcontrole heeft nog niet plaatsgevonden.

Als we bij de eindcontrole gebreken constateren, dan dient de initiatiefnemer deze te herstellen. Afsluitend Ik hoop uw vragen naar tevredenheid te hebben beantwoord. Maar zoals gezegd, zijn zowel wethouder Van der Scheur als ondergetekende, altijd bereid om met u en uw buurtgenoten, hierover verder te spreken. Vriendelijke groeten, Nelson Verheul Wethouder Ruimtelijke Ordening en Wonen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10601536/1